CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Garderbroekerweg XXVII, ph Bgb 2012_Toelichting_Bijlage 4 Ecologische quickscan, 7 december 2021.pdf

Gemeenteraad 26 april 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Garderbroekerweg XXVII, partiële herziening Buitengebied 2012 in Kootwijkerbroek7.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Ecologische quickscan

Garderbroekerweg 78 Kootwijkerbroek In h e t k ade r va n s l o o p e n n i e u w b o u w

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Het Laar 30d 6733BZ Wekerom 0318 655 626 info@deslijpkruik.nl www.deslijpkruik.nl

Colofon Titel

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

Betreft Ecologische quickscan Locatie

Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

Auteur

B. Visser, ecoloog

Controle

J. Mossink, ecoloog

Contactpersoon B. Visser, ecoloog visser@deslijpkruik.nl 06-39713509 Opdrachtgever Struikhoeve dhr. A. Ruitenbeek aruitenbeek@struikhoeve.nl Datum

07-12-2021

Status

Versie 1.0

Projectcode 21STR05 QS en boominventarisatie Garderbroekerweg 78 Kootwijkerbroek

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Inhoud 1

Inleiding 4

1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborg 2

Resultaten beschermde flora en fauna

8

2.1 Vaatplanten 2.2 Vogels 2.3 Vleermuizen 2.4 Grondgebonden zoogdieren 2.5 Vissen 2.6 Amfibieën 2.7 Overige soorten 2.8 Algemeen 3 Boominventarisatie

16

4 Gebiedsbescherming

18

4.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) 4.2 Natura 2000 5

Conclusies en aanbevelingen

20

5.1 Overzicht van de bevindingen 5.2 Conclusies en aanbevelingen Bijlagen 23 Bijlage A Wettelijk Kader Bijlage B Gegevens boominventarisatie

3

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

1

Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. een ecologische quickscan uit aan de Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek. De initiatiefnemer heeft het voornemen om de locatie her in te richten. De locatie bestaat nu uit een woning met verschillende bijgebouwen. Het gaat om een oude veestal, een open kapschuur, een redelijk nieuwe schuur en een oud schuurtje (afbeelding 1.3). Verder bestaat het terrein uit gazon, ruigte en wordt het terrrein omgeven door een aantal bomen. De toekomstige situatie bestaat uit drie woningen met twee bijgebouwen (afbeelding 1.4). Om de ontwikkelingen mogelijk te maken is toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdelen ‘soortenbescherming’ en ‘gebiedsbescherming’ noodzakelijk omdat effecten op beschermde soorten en natuurgebieden niet op voorhand zijn uitgesloten. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige inschatting wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Ook wordt het effect van de ingreep op nabijgelegen Natura-2000 gebieden of andere natuurgebieden zoals het Gelders Natuurnetwerk (GNN) beoordeeld.

Er is geen sprake van kap van bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen of bomen die deel uitmaken van houtopstanden groter dan in totaal 10 are buiten de bebouwde kom Wnb. Een Toets Houtopstanden is dus niet nodig. De quickscan betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of tot een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep Het plangebied is gelegen aan de Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek (afbeelding 1.1). Het plangebied is ca. 2.500 m² groot en ligt in landelijk gebied tussen Kootwijkerbroek, Harselaar en Stroe (afbeelding 1.2). Het landschap rondom het plangebied bestaat overwegend uit agrarisch gebied waar veel mais wordt verbouwd. De omgeving bestaat uit relatief kleinschalig agrarisch cultuurlandschap, zonder strakke verkaveling en met relatief veel landschapselementen zoals bomenrijen. Ten oosten van het plangebied ligt de Garderbroekerweg en verder wordt het plangebied omgeven door maisvelden.

Het plangebied bestaat uit een woning, een open kapschuur, een oude veestal, een oud schuurtje en een nieuwere schuur (afbeelding 1.3). Ook staat er een vervallen stacaravan op het terrein. Alle bebouwing op het terrein zal gesloopt worden ten behoeve van nieuwbouw bestaande uit 3 woningen en 2 bijgebouwen (afbeelding 1.4). De woning bestaat uit bakstenen muren met een rieten kap. De oude veestal naast de woning bestaat ook uit bakstenen gevels met een kap die voor de helft uit riet en voor de helft uit dakpannen bestaat. Een tijd geleden is de westelijke kant van het dak verstevigd en het deel met dakpannen vervangen door golfplaten. De open kapschuur tegenover de woning bestaat ook uit een bakstenen muur met een kap van dakpannen. De schuur aan de voorkant van het terein bestaat ook uit een bakstenen muur met een dakpannen kap. Deze schuur is redelijk nieuw. Het oude schuurtje aan de zuidkant van de woning bestaat uit dezelfde materialen maar deze is in verval evenals de oude veestal. Verder staat er op het terrein ten zuidwesten van het oude schuurtje nog een vervallen

4

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

stacaravan. Ook de bomen in het plangebied zijn meegenomen in het onderzoek omdat hierom gevraagd is vanuit de gemeente. De werkzaamheden die plaats zullen vinden op het terrein zijn: •

Sloop van de bestaande bebouwing. Het is de bedoeling dat alle bebouwing op het terrein gesloopt zal worden;

•

Alle bomen op en rond het terrein zullen behouden blijven;

•

Nieuwbouw van een 3 woningen en 2 bijgebouwen;

•

Realisatie van nieuwe hagen, bomen en bosplantsoen. Ook zal een kruiden/bloemenrand gerealiseerd worden. Als laatste zal een steenuilkast geplaatst worden aan de westkant van het perceel.

1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, NDFF, websites etc.), een veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. De locatie is op 19 november 2021 bezocht door B. Visser, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op (mogelijke) aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels, verblijfplaatsen van vleermuizen, sporen van marterachtigen en het daadwerkelijk voorkomen van beschermde soorten. Het locatiebezoek is onder bewolkte omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 10 0C en matige wind, ZW 1 bft. 1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. De Slijpkruik Ecologie is kandidaat-lid van en hanteert de richtlijnen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB), soortinventarisatieprotocollen van het NGB en/of richtlijnen uit de kennisdocumenten van BIJ12. Toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers vindt plaats op regelmatige basis. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven.

Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met de veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar.

5

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

1

2

3

6

5 4

Afb. 1.1: Kaart van het plangebied (rode kader) met de directe omgeving. Bron ondergrond: GoogelEarth 2021. 1=redelijk nieuwe schuur, 2=open kapschuur, 3=oude veestal, 4=oude schuurtje, 5=woning, 6=vervallen stacaravan.

Stroe

Harselaar

K o o t w i j ke rbroek Afb. 1.2: Kaart met de globale ligging van de onderzoekslocatie (rode cirkel) ten opzichte van Kootwijkerbroek, Harselaar en Stroe. Bron ondergrond: GoogleEarth 2021.

6

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afb. 1.3: Tekening van de huidige situatie met: 78 = woning, A = Oude schuurtje, B = Oude veestal, C = Open kapschuur, D = Redelijk nieuwe schuur, Rode kader = stacaravan. Bron: Struikhoeve Advies B.V./ dbl (projectnummer 19-011, bestaand 2020-10-12 S-1).

Afb. 1.4: Ontwerp voor de nieuwe situatie met: V = woning, W = gezamelijk bijgebouw voor V en X, X = woning, Y = woning, Z = bijgebouw bij Y. Bron: Struikhoeve Advies B.V./dbl (projectnummer 19-011, nieuw 2020-10-12 S-2).

7

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2

Resultaten bescher mde f lora en fauna 2.1 Vaatplanten Binnen het plangebied zijn geen beschermde vaatplanten waargenomen. Vanuit de NDFF zijn ook geen waarnemingen bekend van beschermde of bijzondere vaatplanten in de omgeving van het plangebied gedurende de afgelopen 5 jaar. Binnen het plangebied komen alleen algemeen voorkomende vaatplanten voor. Aangetroffen soorten zijn onder andere: stinkende gouwe, brandnetel, braam, veldzuring, paardenbloem, canadese fijnstraal, vogelmuur en klimop. Het plangebied is te voedselrijk om geschikt biotoop te vormen voor beschermde/bijzondere flora. Het plangebied voldoet derhalve niet aan de eisen die beschermde vaatplanten aan hun leefgebied stellen. Aanwezigheid van beschermde planten is derhalve uitgesloten. Effect: Binnen het plangebied zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen. Geschikte omstandigheden voor bijzondere vegetatie ontbreken. Effecten op beschermde planten zijn uitgesloten, nader onderzoek is niet nodig. 2.2 Broedvogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen.

Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing, soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt. Van categorie 5 soorten is het nest alleen onder bepaalde omstandigheden jaarrond beschermd en van categorie 1-4 soorten is het nest jaarrond beschermd. Ook andere onderdelen van de leefomgeving van belang voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd. Denk hierbij aan jachtgebied van uilen en roofvogels of schuil- en slaapplekken van huismussen. In de NDFF zijn in de omgeving rondom het plangebied in de laatste vijf jaar waarnemingen bekend van vogels met jaarrond beschermde nesten. Het gaat daarbij om de categorie 5-soorten boomkruiper en koolmees. Verder gaat het om de volgende soorten uit categorie 1-4: huismus en steenuil. Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat er binnen het plangebied geschikte verblijfplaatsen voor huismus aanwezig zijn. Onder de dakpannen van de open kapschuur en de redelijk nieuwe schuur zijn geschikte nestplaatsen en invliegopeningen aanwezig voor huismussen. Tijdens het veldbezoek zijn deze geschikte nestplaatsen direct geïnspecteerd door de dakpannen te lichten.

Deze methode van huismusonderzoek mag uitgevoerd worden tussen half september en 1 maart volgens het Soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus. Tijdens dit onderzoek zijn alleen oude nesten aangetroffen en ook is veel bladafval aangetroffen onder de dakpannen waardoor er geen ruimte meer was voor nestplaatsen van huismussen. Voor steenuil zijn er geen geschikte nestplaatsen aangetroffen omdat er geen donkere nissen of dergelijke structuren zijn aangetroffen in de bebouwing. Tijdens het veldbezoek zijn er geen recente jaarrond beschermde nesten aangetroffen in de bebouwing en in de bomen rondom het perceel. Alle potentiële nestplaatsen konden geïnspecteerd worden en daarom is het voorkomen van recente jaarrond beschermde nesten in het plangebied uitgesloten. Ook is er geen activiteit waargenomen van de genoemde soorten. Nader onderzoek naar huismussen is al uitgevoerd tijdens het veldbezoek en aanvullend nader onderzoek voor andere soorten met jaarrond beschermde nesten is gezien bovenstaande bevindingen niet aan de orde. De bomen in en rondom het plangebied zijn geïnspecteerd. Er werden geen horsten, kraaiennesten of andere mogelijk jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Aanwezigheid van nestplaatsen van

8

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

uilen of roofvogels in de bomen is derhalve uitgesloten. Effect: De open kapschuur en de redelijk nieuwe schuur hebben potentie voor broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen (huismus). Tijdens het veldbezoek zijn de dakpannen gelicht en zijn geen nesten van huismus of andere jaarrond beschermde nesten aangetroffen en geen activiteit waargenomen van soorten met jaarrond beschermde nesten. Ook waren alle ruimtes tijdens het veldbezoek inspecteerbaar. Aanwezigheid van verblijfplaatsen kan daarom aan de hand van de quickscan en het uitgevoerde nader onderzoek naar huismussen tijdens deze quickscan worden uitgesloten. Er is geen sprake van overtreding van Artikel 3.1 lid 2 van de Wet Natuurbescherming (opzettelijk vernielen, beschadigen of weghalen nesten of rustplaatsen). Aanvullend nader onderzoek naar vogels met jaarrond beschermde nesten is niet noodzakelijk. Overige broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn merels en houtduiven waargenomen in de omgeving van het plangebied. Ook enkele pimpelmezen zijn aangetroffen. Het plangebied is geschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels, zoals onder andere merel en houtduif. Tijdens het veldbezoek is er geen nest aangetroffen in de bomen in het plangebied maar wel 1 in de oude veestal. Het gaat daarbij om een nest van een algemene broedvogel; waarschijnlijk houtduif (afbeelding 2.11).

Tijdens het broedseizoen kunnen eventuele nieuwe nesten voorkomen. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen eventuele aanwezige nesten beschadigd/vernietigd of verstoord worden waardoor ouders het nest permanent verlaten. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door met de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is maar eerdere of latere broedgevallen van met name houtduif kunnen voorkomen. Van de te verwachten overige broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. 2.3 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen.

Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. Uit de omgeving van het plangebied zijn vanuit de NDFF geen waarnemingen bekend van vleermuizen. Op basis van verspreidingsatlassen en eigen gebiedskennis wordt aangenomen dat de soorten gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis in de omgeving van het plangebied voorkomen. Daarnaast is het aannemelijk dat ook ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis in de omgeving voorkomen. Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten worden voornamelijk in gebouwen en holtes en scheuren in bomen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. De bomen in het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd en er zijn geen voor vleermuizen geschikte holten of scheuren aangetroffen. De te slopen bebouwing in het plangebied is niet geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen. Dit komt doordat de muren geen open spouw hebben waardoor kleine afgesloten ruimtes die vleermuizen nodig hebben, ontbreken. De redelijk nieuwe schuur op het terrein mist een 2-tal boeiplanken waardoor er een invliegopening is voor vleermuizen. Het blijkt alleen dat deze schuur

9

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

geen open spouw heeft en dat de ruimte te ondiep is. Dit betekent dat kleine afgesloten ruimtes geschikt voor vleermuizen ontbreken. Het uitvoeren van nader onderzoek naar verblijfplaatsen voor vleermuizen is daarom niet noodzakelijk. Effect: Verblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende soorten in het plangebied kunnen worden uitgesloten omdat de bebouwing en bomen ongeschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Nader onderzoek naar vleermuizen is daarom niet noodzakelijk. Foerageergebied en vliegroutes Het terrein is geschikt als foerageergebied voor diverse vleermuissoorten die in de omgeving kunnen voorkomen. Het is aannemelijk dat vleermuizen ook daadwerkelijk boven het plangebied foerageren. Het relatieve belang van dit terrein is waarschijnlijk beperkt door de aanwezigheid van alternatieven in de omgeving. Het plangebied met de opgaande begroeing in de vorm van bomen is van belang. Deze beplanting zal zoveel mogelijk behouden blijven dus er is geen aantasting van eventueel foerageergebied te verwachten. Wel dient vanuit de zorgplicht rekening gehouden te worden met lichtverstoring. Lichtverstoring tijdens en na de werkzaamheden dient zo veel mogelijk voorkomen te worden. Dit kan gedaan worden door te werken buiten de actieve periode (maart - november) van vleermuizen en door uitsluitend overdag te werken.

Hiermee wordt lichtverstoring in nachtelijke uren en in de actieve periode van vleermuizen voorkomen. Als er toch in nachtelijk uren en in de actieve periode gewerkt moet worden dient tijdens de sloop-, aanlegen gebruiksfase uitstraling van eventuele bouwlampen, buitenverlichting en straatverlichting naar boven voorkomen te worden. Hierbij dient vooral uitstraling richting de bomen die rondom het perceel staan te worden voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik ‘batlampen’ en plaats niet meer verlichting dan nodig. In het plangebied is geen sprake van een lijnvormige structuur die vleermuizen als vliegroute kunnen gebruiken. Vanwege dit ontbreken is nader onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen niet noodzakelijk. 2.4 Grondgebonden zoogdieren Onder “grondgebonden zoogdieren” worden hier bedoeld alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marters. In de omgeving komen diverse grondgebonden zoogdieren voor. In de omgeving van het plangebied zijn diverse waarnemingen bekend van grondgebonden zoogdieren binnen de NDFF in de laatste vijf jaar. Zo zijn een aantal soorten in de omgeving van het plangebied waargenomen, namelijk de egel, haas, bosmuis, rosse woelmuis en wezel. Deze soorten zijn beschermd via de Bijlage A van de Wet natuurbescherming.

Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Het plangebied is geschikt als leefgebied voor marterachtigen (steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel). Van deze soorten is vanuit de omgeving alleen een waarneming bekend van een wezel. Wel is op basis van gebiedskennis te verwachten dat er marters voorkomen in de omgeving. Tijdens het veldbezoek is een geschikte verblijfplaats voor steenmarter aangetroffen in het oude schuurtje en in de oude veestal. Het oude schuurtje is grotendeels begroeid met klimop waarbij ook de vliering van het schuurtje begroeid is met takken van klimop (afbeeldingen 2.13 en 2.14). Dit is een geschikte verblijfplaats voor steenmarter. Tijdens het veldbezoek zijn ook krabsporen aangetroffen op de deur (afbeelding 2.16) en de klimop rondom het schuurtje kan gebruikt worden als route om bij de verblijfplaats te komen. Verdere sporen zoals etensresten of overblijfselen zijn niet gevonden maar deze kunnen ook op de vliering liggen. Tijdens het veldbezoek kon niet worden uitgesloten dat de vliering gebruikt wordt door steenmarter als verblijfplaats. De vliering en daar eventueel aanwezige sporen was namelijk niet geheel te overzien door de overwoekering door klimop (afbeelding 2.13). Daarnaast zijn er in de vervallen veestal ook plekken die geschikt

10

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

zijn als verblijfplaats voor steenmarter. Zo liggen er stapels met hout waaronder of tussen een steenmarter zijn verblijfplaats kan hebben. Mogelijk leiden de sloopwerkzaamheden dus tot een overtreding van een verbodsbepaling van artikel 3.10 lid 2 van de Wet natuurbescherming. Om vast te stellen of het terrein en het schuurtje een belangrijke functie hebben voor steenmarter is nader onderzoek naar marterachtigen noodzakelijk. Het vervolgonderzoek bestaat uit het plaatsen van cameravallen en sporenbuizen gedurende 4 weken in het voortplantingsseizoen, welke loopt van 15 maart tot 1 september, of minimaal 8 weken buiten het voortplantingsseizoen. Wanneer tijdens onderzoek wordt vastgesteld dat door de werkzaamheden vaste verblijfplaatsen, belangrijk jachtgebied of andere beschermde gebiedsfuncties verloren gaan dient ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. Een onderdeel van een ontheffing is een activiteitenplan. Hierin wordt de mate van compensatie, mitigatie, de juiste periode van uitvoering en de gunstige staat van instandhouding behandeld. Geschikte verblijfplaatsen voor andere beschermde zoogdieren (zonder vrijstelling) ontbreken binnen het plangebied. Verder is op afstand van het plangebied een waarneming van das bekend, maar het erf heeft geen potentie als leefgebied voor deze soort aangezien functioneel leefgebied ontbreekt.

Ook is het plangebied niet geschikt leefgebied voor boommarter vanwege het ontbreken van houtopstanden in de directe omgeving en het overwegend agrarische gebruik. Verblijfplaatsen voor deze soorten kunnen dan ook worden uitgesloten. Het plangebied is geschikt leefgebied voor de egel. De beplanting in het plangebied is geschikt als foerageergebied en ook zijn verblijfplaatsen niet uit te sluiten. Effecten op eventuele aanwezige egels of verblijf- en rustplaatsen van deze soort zijn niet uit te sluiten. Voor de egel geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling dus is nader onderzoek niet noodzakelijk. Wel dient de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming die geldt voor alle in het wild levende dieren, in acht genomen te worden. Algemene kleine zoogdiersoorten zoals veldmuis, aardmuis, huismuis, huisspitsmuis en bruine rat kunnen voorkomen in de omgeving van het onderzoeksgebied. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkeling. Effect: Binnen het plangebied zijn een paar sporen van marterachtigen gevonden en twee in potentie geschikte verblijfplaatsen. Nader onderzoek naar marterachtigen is daarom noodzakelijk. De overige soorten die te verwachten zijn, zijn niet beschermd of voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling.

Aangaande deze soorten zal zorgvuldig handelen met inachtneming van de zorgplicht voldoende zijn. 2.5 Vissen Oppervlaktewater ontbreekt binnen het plangebied en binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Effecten op vissen zijn daardoor uitgesloten en vervolgonderzoek naar deze soortgroep is niet noodzakelijk. 2.6 Amfibieën In de NDFF is in de laatste 5 jaar één waarneming bekend van amfibieën in de omgeving van het plangebied. Daarbij gaat het om een waarneming van de bastaardkikker. In en nabij het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig en daarnaast is het plangebied niet geschikt als landbiotoop voor algemene soorten vanwege het ontbreken van oppervlaktewater in de omgeving. Daardoor is de aanwezigheid van amfibieën in het plangebied uitgesloten. Nader onderzoek naar deze soortgroep is niet noodzakelijk.

11

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2.7 Overige soortgroepen (reptielen & ongewervelden) Binnen de NDFF zijn geen waarnemingen bekend in de afgelopen 5 jaar van overige soortgroepen zoals reptielen en ongewervelden. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen ongewervelden waargenomen. Het terrein voldoet aan de voorwaarden waaraan potentieel leefgebied van beschermde ongewervelden (libellen, kevers, weekdieren) moet voldoen en zal deze functie in de toekomst blijven vervullen. Daardoor blijft het plangebied in de toekomst een geschikt potentieel leefgebied voor deze soortgroepen en is nader onderzoek naar deze soortgroep niet noodzakelijk. 2.8 Algemeen • Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. Gezien de grootte van het project is het niet noodzakelijk om een ecologisch werkprotocol op te stellen om negatieve effecten op de flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen; • Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna.

Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

12

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afb. 2.1: Overzichtsfoto van het terrein met links de Afb. 2.2: Overzichtsfoto van de woning (5) en de woning en daarnaast de oude veestal. Rechts eerst oude veestal (3). de redelijk nieuwe schuur (1) en verderop de open kapschuur.

Afb. 2.3: Overzichtsfoto van de redelijk nieuwe Afb. 2.4: Overzichtsfoto van het oude schuurtje (4). schuur (1) op het begin van het terrein.

Afb. 2.5: Overzichtsfoto van de open kapschuur (2) met links de oude veestal (3).

13

Afb. 2.6: Impressie van de binnenkant van de redelijk nieuwe schuur (1). Geen nesten aangetroffen en geen sporen van marterachtigen.

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afb. 2.7: Foto van de kopse kant van de redelijk Afb. 2.8: Ingezoomde foto van de kopse kant van nieuwe schuur (1). Geen ruimte voor vleermuizen de redelijk nieuwe schuur (1). Geen ruimte voor vleermuizen vanwege het ontbreken van een vanwege het ontbreken van een open spouw. open spouw. Op de foto is een hoekje te zien van waaruit poepstrepen over de muur lopen. Deze zijn waarschijnlijk afkomstig van een vogel die er regelmatig uitrust.

Afb. 2.9: Een foto van de achterkant van de open Afb. 2.10: Foto van de dakpannen van de redelijk kapschuur (2). Er is ruimte onder de dakpannen nieuwe schuur (1). Ook ruimte voor huismussen voor huismussen. onder de dakpannen.

Afb. 2.11: Foto van het aangetroffen nest in de oude Afb. 2.12: Foto van de dakrand van de woning (5). veestal (3). De open plekken zijn dichtgemaakt met plastic netten. Er is daardoor geen ruimte voor beschermde soorten.

14

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afb. 2.13: Foto van de vliering van het oude schuurtje Afb. 2.14: Foto van de zuidkant van het oude (4). De vliering is begroeid met klimoptakken. schuurtje (4). Bijna volledig begroeid met klimop.

Afb. 2.15: Foto van de ingang van de stacaravan (6). Afb. 2.16: Krabsporen op de deur van het oude schuurtje (4).

Afb. 2.17: Foto van opeenhoping van bladafval Afb. 2.18: Foto van een oud nestje onder de onder de dakpannen van de redelijk nieuwe schuur dakpannen van de open kapschuur (2). Soortgelijke (1). hoopjes met takjes zijn meerdere keren aangetroffen.

15

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

3

Boominventar isatie Tijdens het veldbezoek zijn de bomen op en rondom het perceel bekeken en geïnventariseerd. De locatie van de bomen is weergegeven op de kaart in onderstaande afbeelding 3.1 Een impressie van de bomen kan gevonden worden in afbeelding 3.2 tot en met 3.7. In bijlage B zijn alle karakteristieken van de bomen opgenomen in een tabel. Elke boom heeft een nummer gekregen en dit nummer in de tabel correspondeert met het nummer op de kaart van afbeelding 3.1. De sloopwerkzaamheden zijn beperkt tot de bebouwing en de bomen op en rondom het perceel zullen zoveel mogelijk behouden worden. Omdat de bomen zoveel mogelijk behouden zullen worden is er geen groot effect te verwachten op de bomen. Voor een aftakelende boom naast de oprit is al een kapvergunning verkregen. Het gaat daarbij om de boom die is aangegeven op de kaart in afbeelding 3.1 met een kruis. Verder was een boom niet aanwezig die wel op de kaart stond. Het gaat daarbij om de boom dichtbij de oosthoek van de woning en deze is ook aangegeven met een kruis.

Afbeelding 3.1: Een plattegrond van het plangebied met daarop de locatie van alle bomen aangegeven. Het nummer van de boom op de kaart correspondeert met het nummer in de lijst van karakteristieken per boom.

16

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afb. 3.2: De eik die aan de zuidkant van het huis Afb. 3.3: De rij met eiken langs de oprit. staat.

Afb. 3.4: Éen van de platanen achter de redelijk Afb. 3.5: De 2 bomen ten westen naast het oude nieuwe schuur. schuurtje.

Afb. 3.6: De 2 oude eiken achter de open kapschuur. Afb. 3.7: De 4 leilindes aan de zuidkant van de woning.

17

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

4

Gebiedsbescher ming

De Wet natuurbescherming maakt onderscheidt tussen soort- en gebieds­bescherming. Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van ­beschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000-gebieden en overige onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland en de beoordeling of er van het voornemen een (in)directe effect uitgaat behandeld. Is er sprake van een mogelijk negatief effect, dan is planaanpassing en/of nader onderzoek nodig.

4.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) De onderzoekslocatie ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De kortste afstand tot het GNN bedraagt ongeveer 0.45 km (afbeelding 4.1). In het Gelders Natuurnetwerk is het ruimtelijke beleid gericht op behoud en ontwikkeling van kernkwaliteiten. Voorgenomen ingrepen worden getoetst aan het ‘nee, tenzij’ principe. Indien voorgenomen werkzaamheden significant negatieve gevolgen hebben voor de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen van het deelgebied kunnen deze alleen plaatsvinden indien de nadelige gevolgen worden gemitigeerd en de resterende schade gecompenseerd. Gezien voorgenomen ontwikkelingen is een negatief extern effect op kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van GNN uitgesloten. Het uitvoeren van een ‘Nee, tenzij’toets is niet aan de orde. 4.2 Natura 2000 Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ ligt op ongeveer 3,7 kilometer in noord-oostelijke richting (afbeelding 4.2). De kortste afstand tot stikstofgevoelige habitattypen is daarom ook 3,7 kilometer. Het betreffende perceel heeft geen landschappelijke binding met de Natura 2000-gebieden.

Gezien de voorgenomen activiteiten en de toekomstige inrichting en de ligging op ruim 3,7 kilometer van het dichtsbijzijnde Natura 2000-gebied zijn directe negatieve effecten (geluid, licht, trillingen etcetera) door sloop-, bouw- en realisatiewerkzaamheden en door het toekomstige gebruik van het projectgebied op aangewezen soorten van nabijgelegen Natura 2000-gebieden uitgesloten. De voorgenomen activiteiten leiden waarschijnlijk tot een toename van stikstofemissie in de toekomstige gebruiksfase. Uitstoot tijdens de sloop- en aanlegfase is niet meer van toepassing voor de stikstofberekening doordat er een bouwwvrijstelling geldt voor deze fasen. Met behulp van de online rekentool AERIUS Calculator kan berekend worden of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Voor ontwikkelingen waarbij is aangetoond dat er géén sprake is van een toename in stikstofdepositie (ofwel < 0,005 mol/hectare/jaar) is geen vergunning nodig. Is er wel sprake van een toename op stikstofgevoelige habitattypen dan dient nader bepaald te worden of er sprake is van significante negatieve effecten en daarmee vergunningplicht. In de bestaande gebruiksfase is één woning aanwezig en de schuren worden niet gebruikt met uitzondering van de open kapschuur. Deze wordt als opslag gebruikt. In de toekomstige gebruiksfase zullen 3 woningen gerealiseerd worden met 2 bijgebouwen.

Deze ontwikkeling zal meer verkeersbewegingen met zich meebrengen en bovendien zullen er 2 verwarmde woningen bijkomen ten opzichte van de huidige situatie. Gezien deze ontwikkelingen is een stikstofberekening om de huidige gebruiksfase met de toekomstige te vergelijken noodzakelijk.

18

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

0.45 km

Afbeelding 4.1: Afstand van het plangebied (rode cirkel) tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Bron: geoportaal.gelderland.nl Natuurbeheerplan, 2021.

3.7 km

Afbeelding 4.2: Afstand van het plangebied (rode cirkel) tot Natura-2000 gebied Veluwe (rode pijlen). Bron ondergrond: AERIUS calculator, 2021.

19

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

5

Conclusies en aanbevelingen 5.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Flora - beschermde soorten nee geen geen Vleermuizen - verblijfplaatsen nee geen geen Vleermuizen - vliegroutes mogelijk geen geen Vleermuizen - essentieel foerageergebied mogelijk geen zie 5.2.1 Vleermuizen - lichtverstoring mogelijk mogelijk zie 5.2.1 Zoogdieren - gebouwbewonend mogelijk mogelijk zie 5.2.1 Zoogdieren - grond-/boombewonend mogelijk mogelijk zie 5.2.1 Zoogdieren - vrijgestelde soorten mogelijk mogelijk zorgplicht Vogels - jaarrond beschermde nesten nee geen geen Vogels - algemene broedvogels mogelijk mogelijk zie 5.2.1 Amfibieën - vrijgestelde soorten nee geen zorgplicht Overige beschermde soorten mogelijk mogelijk zorgplicht Gebiedsbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Natura 2000 - doelsoorten/habitattypen nee geen geen Natura2000 - stikstof n.v.t mogelijk zie 5.2.2 GNN nee geen geen

5.2

Conclusies en aanbevelingen

5.2.1 Soortenbescherming Vleermuizen • Binnen het plangebied zijn geen mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen. De werkzaamheden leiden niet tot het overtreden van een verbodsbepaling zoals genoemd in artikel 3.5 lid 1 (doden/verwonden) lid 2 (opzettelijk verstoren) en lid 4 (beschadigen of vernielen van jaarrond beschermde voortplantingsplaatsen of rustplaatsen) van de Wet natuurbescherming. Er is geen nader onderzoek nodig naar verblijfplaatsen van vleermuizen. • De beplanting op het terrein is mogelijk onderdeel van foerageergebied van vleermuizen. Vanwege het in stand houden van de structuren wordt geen permanent nadelig effect verwacht en nader onderzoek niet nodig geacht. Wel dient vanuit de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming onnodige lichtverstoring van foerageergebied voorkomen te worden. Dit kan door tijdens de aanleg- en gebruiksfase uitstraling van eventuele bouwlampen, buitenverlichting en straatverlichting richting de boomkronen te voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik ‘batlampen’ en plaats niet meer verlichting dan nodig.

20

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Zoogdieren - gebouwbewoond en grondbewoond • Het plangebied wordt mogelijk gebruikt als leefgebied of als vaste rust- en verblijfplaats door steenmarter. Sloop van het oude schuurtje leidt mogelijk tot aantasting van een vaste rust- of voortplantingsplaats van steenmarter of kleine marterachtigen. Vervolgonderzoek naar steenmarter is daarom noodzakelijk. Ook kan het plangebied geschikt zijn voor overige soorten zoals haas en egel. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling en is geen nader onderzoek nodig. • Negatieve effecten op algemene kleine soorten zoals muizen en spitsmuizen zijn te verwachten. De te verwachten soorten zijn niet beschermd of er geldt een provinciale vrijstelling voor deze soorten bij ruimtelijke ingrepen. Vogels - jaarrond beschermde nesten •

Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of gebruikssporen aangetroffen en ook is geen activiteit van soorten met jaarrond beschermde nesten waargenomen. De dakpannen van de open kapschuur en van de redelijk nieuwe schuur waren geschikt als nestplaats voor huismussen maar na nadere inspectie is gebleken dat er zich geen recente nesten bevinden. Aangezien alle ruimtes volledig inspecteerbaar waren is aanwezigheid van jaarrond beschermde rust- en nestplaatsen van huismussen en andere vogels uitgesloten. Vervolgonderzoek naar deze soorten is daarom niet noodzakelijk.

Vogels - algemene broedvogels • Tijdens het broedseizoen kunnen nesten van algemene broedvogels in de beplanting en in de bebouwing voorkomen. Deze nesten kunnen dan verstoord, beschadigd of vernield worden. Voer werkzaamheden die kunnen leiden tot het vernielen of verstoren van nesten buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Eerdere of latere broedgevallen zijn niet uitgesloten, met name van duiven. Bezette nesten zijn altijd beschermd, ongeacht de soort of periode. Tijdens het broedseizoen kunnen mogelijk verstorende werkzaamheden uitsluitend worden uitgevoerd nadat een erkend broedvogeldeskundige heeft vastgesteld dat er geen bezette nesten aanwezig zijn. Zo nodig worden werkzaamheden uitgesteld of maatregelen getroffen om verstoring of vernieling van nesten te voorkomen, bijvoorbeeld het instellen van een zone rondom het nest totdat de jongen het nest verlaten hebben. Overige soorten • Nader onderzoek naar overige beschermde soorten is niet aan de orde. Houdt wel rekening met de algemene zorgplicht die geldt voor alle dieren, beschermd of niet. t.a.v. zorgplicht en calamiteiten • Ten aanzien van álle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘Algemene zorgplicht’, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming.

Met name geldt dit voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden. Gezien het formaat en de aard van het project is het niet noodzakelijk om een ecologisch werkprotocol op te stellen om te voldoen aan de algemene zorgplicht;

21

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

• Worden er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk tijdelijk stil en neem contact op met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan. 5.2.2 Gebiedsbescherming • De locatie ligt buiten het GNN en de activiteiten zullen niet leiden tot aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van GNN. Een ‘nee, tenzij’-toets is daarom niet aan de orde. • De ontwikkelingen voortvloeiend uit het voornemen leiden gezien de aard van het project en de afstand van het plangebied tot het Natura 2000-gebied niet tot effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Nadere toetsing naar effecten op aangewezen doelsoorten voor Natura 2000-gebieden zijn niet aan de orde. • Gezien de aard van de werkzaamheden en de vergelijking van de huidige situatie met de toekomstige, dient er een stikstofberekening uitgevoerd te worden.

22

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Bijlage 1 Samenvatting wettelijk kader Bij een ecologische quickscan wordt de ingreep door ons getoetst aan de huidige natuurwetgeving de Wet natuurbescherming. In deze bijlage vind u een korte samenvatting van deze wetgeving. 1. Wet natuurbescherming in het kort De Wet natuurbescherming (Wnb) is de huidige wetgeving in de Nederlandse wet die bescherming van natuurgebieden reguleert. De wet is in 2017 ingevoerd als samenvoeging van de daarvoor geldende natuurwetten: de Flora- en Faunawet voor dier- en plantensoorten, de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden en landschappen, en de Boswet voor bos- en houtopstanden. Deze wetten zijn samengevoegd om de wetgeving omtrent natuurbescherming duidelijker en overzichtelijker te maken. De Wet natuurbescherming regelt zowel de bescherming van natuurgebieden als dat van individuele soorten en bijbehorende habitats. 1.1 Algemene Zorgplicht Onder de algemene bepalingen (hoofdstuk 1) van de Wnb wordt de algemene zorgplicht bepaald. Hierin is bepaald dat iedereen zorg draagt voor natuurgebieden, planten, en dieren.

Artikel 1.11 lid 2 van de Wnb luidt als volgt: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. b. c.

dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

1.2 Soortenbescherming De soortenbescherming bestaat uit drie beschermingsregimes met ieder hun eigen beschermde soortenlijsten en verbodsbepalingen: • • •

De Vogelrichtlijnsoorten (VR) (Art. 3.1-3.4) De Habitatrichtlijnsoorten (HR) (Art. 3.5-3.9) Overige soorten (Art 3.10-3.11)

Per beschermingsregime is vastgesteld aan welke voorwaarden voldaan moet worden voldaan om ontheffing of vrijstelling te verleend te krijgen door het bevoegd gezag (de provincie). Een tabel met een samenvatting van de geldende verbodsbepalingen is op de volgende pagina te vinden (tabel 1.1). De beschermde soorten uit de VR en HR zijn vastgesteld door de EU. Voor de soorten uit de derde categorie geld dat provincies de vrijheid hebben om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid.

23

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Tabel 1.1: Samenvatting verbodsbepalingen soortenbescherming Wet natuurbescherming Paragraaf

Artikel Lid Verbodsbepaling

§ 3.1: Beschermingsregime Vogelrichtlijn

3.1

§ 3.2: Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

§ 3.3: Beschermingsregime andere soorten

3.5

3.10

1

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.

2*

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

3

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

4

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

5

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

1

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

2

Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren

3

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

4

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

5

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

1

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

* Het wegnemen van nesten is toegestaan MITS het buiten het broedseizoen en niet behorend tot een soort met een jaarrond beschermd nest.

24

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

1.3 Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van de door de EU aangewezen beschermde gebieden genaamd Natura2000 gebieden. Natura2000 gebieden zijn op te delen in Vogelrichtlijn-gebieden en Habitatrichtlijn-gebieden. Alle activiteiten die een mogelijk negatief effect kunnnen hebben op Natura-2000 gebieden zijn verboden, mits een vergunning is uitgegeven na het uitvoeren van een Habitattoets. Uit deze Habitattoets moet zijn gebleken dat door de geplande activiteiten geen natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast en de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie. Bovendien verordent de wet de provincies natuur aan te wijzen met bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarde onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, in de wet Ecologische Hoofdstructuur EHS genaamd). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen.

In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het ‘nee, tenzij’principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd.

25

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Bijlage B Gegevens boominventarisatie

26

Ecologische quickscan Garderbroekerweg 78 te Kootwijkerbroek

7 december 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=826f487c-560b-4983-bc23-f2ad3709d6af