Garderbroekerweg XXIX_Toelichting_Bijlage 3 Ecologische quickscan, de Slijpkruik, oktober 2023
Tekst van het document
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Ecologische quickscan
Garderbroekerweg 83 Kootwijkerbroek
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Het Laar 30d 6733BZ Wekerom 0318 655 626 ecologie@deslijpkruik.nl www.deslijpkruik.nl
Colofon Titel
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
Betreft
Ecologische quickscan
Locatie
Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
Auteur
D. van Laar & M. IJmker
Contactpersoon
M. IJmker (ijmker@deslijpkruik.nl)
Opdrachtgever
Magriet Boon - Wijnboerderij Welgelegen
Datum
2-10-2023
Status
Versie 2
Projectcode
23PAR06
Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving (Wet natuurbescherming). Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. De Slijpkruik Ecologie BV is niet aansprakelijk voor beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door De Slijpkruik Ecologie BV uitgevoerde onderzoek. Daarnaast is De Slijpkruik Ecologie BV niet aansprakelijk voor gevolgschade, of voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van uitgevoerde onderzoeken door De Slijpkruik Ecologie BV. © De Slijpkruik Ecologie B.V.
(2023) Niets uit dit rapport mag openbaar worden gemaakt of gepubliceerd door middel van; druk, fotokopie of anderzins, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De Slijpkruik Ecologie B.V. of de opdrachtgever. Wijze van citeren: van Laar, D. & IJmker, M. 2023. Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek, De Slijpkruik Ecologie BV. Omslagfoto: Impressie van het plangebied. Bronvermelding; foto’s zijn door de auteur gemaakt tenzij anders aangegeven.
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Samenvatting In opdracht van M. Boon van Wijnboerderij Welgelegen voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. een ecologische quickscan uit aan de Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek. Het betreft een woonboerderij met stallen, een recreatiewoning, diverse schuren, dierenweides, weiland, diverse terreinen voor paarden (box, weiland, dresseerterrein e.d.) en een wijngaard. De omgeving is landelijk met weilanden, akkers, en akkerranden met bomen. De eigenaar is voornemens drie recreatiewoningen te realiseren, een paddenpoel en een moestuin aan te leggen, en de wijngaard te vergroten. Om het effect op beschermde soorten en natuurgebieden van het voornemen te toetsen is een ecologische quickscan uitgevoerd. Hierbij wordt aan de hand van een een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek een deskundige inschatting gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna en gebieden. Er zijn geen beschermde soorten of hun verblijfplaatsen aangetroffen binnen de invloedssfeer van de geplande werkzaamheden. Voor beschermde soorten die in de omgeving voorkomen geldt dat de geplande werkzaamheden geen negatief effect hebben op essentieel leefgebied. Om deze redenen zijn geen aanvullende onderzoeken nodig om te bepalen of er voor soortgroepen een ontheffing nodig is.
Het plangebied ligt volledig buiten de begrenzing van provinciaal beschermde natuurgebieden zoals GNN en GO. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ ligt op ongeveer 3,8 kilometer van het projectgebied. Gezien de aard van de ontwikkelingen zijn effecten door toedoen van werkzaamheden op dit gebied uitgesloten, met mogelijke uitzondering van stikstof. Voer een stikstofberekening uit om te bepalen of voor het aspect stikstof een vergunningaanvraag of andere vervolgacties nodig zijn. Het perceel ligt buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming. De houtopstanden op het terrein vallen daarom onder de bescherming van de Wnb. Gezien er geen werkzaamheden aan bomen uitgevoerd worden is de toets houtopstanden niet van toepassing.
3
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Inhoud 1
Inleiding 5
1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborging 2
Soortenbescherming 8
2.1 Vogels 2.2 Vleermuizen 2.3 Overige zoogdieren 2.4 Vissen 2.5 Amfibieën 2.6 Reptielen 2.7 Vaatplanten 2.8 Overige soortgroepen 2.9 Algemeen 3
Gebiedsbescherming en houtopstanden
14
3.1 GNN, GO en andere provinciaal beschermde natuurgebieden 3.2 Natura 2000 3.3 Houtopstanden 4
Conclusies en aanbevelingen
17
4.1 Overzicht van de bevindingen 4.2 Conclusies en aanbevelingen Bijlagen 20 Bijlage 1 Sfeerimpressie van het plangebied Bijlage 2 Samenvatting wettelijk kader
4
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt uitgewerkt wat de aanleiding en het doel van het uitgevoerde onderzoek is. Ook wordt een beschrijving gegeven van het plangebied en de beoogde ingreep. Daarnaast komt ook de methode van het onderzoek aan bod. 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van Magriet Boon van Wijnboerderij Welgelegen voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. een ecologische quickscan uit aan de Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek. Het betreft een woonboerderij met stallen, een recreatiewoning, diverse schuren, dierenweides, weiland, diverse terreinen voor paarden (box, weiland, dresseerterrein e.d.) en een wijngaard. De omgeving is landelijk met weilanden, akkers en akkerranden met bomen. De eigenaar is voornemens drie recreatiewoningen te realiseren, een paddenpoel en een moestuin aan te leggen en de wijngaard te vergroten. In bijlage 1 zijn de huidige en beoogde situatie opgenomen. In het kader van een bestemmingsplanwijziging is toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdelen ‘soortenbescherming’ en ‘gebiedsbescherming’ noodzakelijk omdat effecten op beschermde soorten en natuurgebieden niet op voorhand zijn uitgesloten.
Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige inschatting wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Ook wordt het effect van de ingreep op nabijgelegen Natura 2000-gebieden of provinciaal beschermde natuurgebieden zoals Gelders Natuurnetwerk (GNN) beoordeeld. De quickscan betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur. Denk hierbij bijvoorbeeld aan migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal drie jaar. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep Het plangebied is gelegen aan de Garderbroekerweg 83 in Kootwijkerbroek (afbeelding 1.1). Het plangebied heeft de bestemming ‘agrarisch’. Zie bijlage 1 voor een kaart van de huidige situatie van het plangebied. De beoogde ingrepen zijn als volgt: •
Aanleg van drie natuurwoningen voor recreatie;
•
Aanleg van een natuurpluktuin;
•
Vergroten van de bestaande wijngaard en aanleg van een tweede wijngaard;
•
Aanleg van een paddenpoel;
•
Aanplant van diverse beplanting waaronder een boomgaard en bomenrij;
•
Aanleg van parkeerplaatsen (halfverharding).
Tijdens de uitvoering van voorliggende quickscan was nog geen concrete planning bekend. Alle werkzaamheden vallen onder het belang ‘ruimtelijke ontwikkeling en inrichting’. Er wordt geen gebruik gemaakt van een gedragscode.
5
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Afbeelding 1.1: Kaart met ligging plangebied (blauwe cirkel) ten opzichte van Barneveld en omgeving. Bron ondergrond: PDOK Viewer (app.pdok.nl/viewer).
Afbeelding 1.2: Luchtfoto van het onderzochte perceel (rood kader). Bron ondergrond: PDOK luchtfoto (app.pdok.nl/viewer).
6
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), websites et cetera), veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. Voor het bronnenonderzoek zijn de NDFF-waarnemingen binnen een straal van ongeveer 5 kilometer van het plangebied opgevraagd. Voor wat betreft vogels zijn alleen de vogels genoemd die een jaarrond beschermd nest hebben. De locatie is op 11 juli bezocht door D. van Laar, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie BV. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op (mogelijke) verblijfplaatsen van jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels, verblijfplaatsen van vleermuizen, sporen van zoogdieren en het daadwerkelijk voorkomen van beschermde soorten. Het locatiebezoek is onder zonnige omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 30 0C en zwakke wind, ZW 4 Bft. 1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. De Slijpkruik Ecologie B.V. is kandidaat van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en hanteert haar richtlijnen, soortinventarisatieprotocollen en/of richtlijnen uit kennisdocumenten van BIJ12.
Op regelmatige basis vindt toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen plaats met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers.
7
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
2
Soor tenbescher ming
De Wet natuurbescherming maakt onderscheidt tussen soorten- en gebiedsbescherming. Bij het onderdeel ‘soortenbescherming’ wordt de aanwezigheid van b eschermde soorten en de beoordeling van een mogelijk (in)direct effect door de voorgenomen activiteiten op deze soorten behandeld. Als er sprake is van een mogelijk negatief effect, dan zijn vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en mogelijk planaanpassing nodig. 2.1 Vogels 2.1.1 Vogels met jaarrond beschermde rust- en nestplaatsen Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing. Daarnaast gaat het om soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode in gebruik wordt genomen. Ook andere onderdelen van de leefomgeving die van belang zijn voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd. Denk hierbij aan jachtgebied van uilen en roofvogels of schuil- en slaapplekken van huismussen. In de omgeving van het plangebied zijn in de laatste vijf jaar waarnemingen bekend van vogels met jaarrond beschermde nesten.
Deze soorten worden opgedeeld in categorieën waarbij de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) van categorie 1-4-soorten onder alle omstandigheden beschermd zijn. Daarnaast zijn er de categorie 5-soorten waarvan de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) alleen onder bepaalde omstandigheden (bij zwaarwegende feiten en ecologische omstandigheden) beschermd zijn. In de omgeving van het plangebied zijn de volgende categorie 1-4 soorten waargenomen: buizerd, huismus, kerkuil, ooievaar, roek, sperwer, steenuil. Binnen het plangebied worden er geen werkzaamheden aan de bebouwing en bomen uitgevoerd. Tevens wordt er geen beplanting verwijderd op een rododendron na. Deze dient niet als nestgelegenheid voor categorie 1-4 soorten. Donkere, besloten ruimtes, die mogelijk geschikt en toegankelijk zijn voor kerkuil zijn niet in het plangebied waargenomen. Ook nesten/ horsten of nestkasten van buizerd, ooievaar, roek, sperwer en steenuil zijn niet in het plangebied waargenomen. Het is mogelijk dat het plangebied onderdeel is van foerageergebied van één of meerdere van bovenstaande soorten. Echter, het betreft met zekerheid geen essentieel onderdeel van functioneel leefgebied van deze soorten, omdat de oppervlakte van het terrein waar wijzigingen plaatsvinden beperkt is in relatie tot het omliggend gebied van hetzelfde biotoop (grasland/weide).
Hiermee zijn ruim voldoende alternatieven beschikbaar. Bovendien worden er geen soort-specifieke foerageermogelijkheden of andere onderdelen van functioneel leefgebied van categorie 1-4 soorten aangetast. Onderdelen van het plangebied waar wijzigingen plaatsvinden bevatten bijvoorbeeld geen terrein met los zand voor stofbaden voor o.a. huismus, geen drassig terrein of poelen waar een soort als ooievaar foerageert, en er worden geen groenstructuren verwijdert die een belangrijk onderdeel kunnen zijn van foerageergebied voor huismus, of andere vogels, zoals bessenstruiken. De rodondendron kan eventueel gebruikt worden als rust- of schuilplek van huismus, maar ook hiervoor geldt dat er ruim voldoende alternatieven beschikbaar zijn in de omgeving, in de vorm van andere dichte struiken, bomen en bosranden. Gezien de aanwezigheid van een pannendak op de bebouwing zijn nestmogelijkheden voor huismus binnen het plangebied niet uitgesloten. Huismussen zijn bij het veldbezoek niet waargenomen, maar dit hoeft aanwezigheid en/of gebruik van het plangebied door huismus niet uit te sluiten. Effect: Er zijn geen (potentiële) jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels aangetroffen in het plangebied. Voor potentiële nestmogelijkheden van huismus geldt dat de geplande werkzaamheden in het plangebied op voldoende afstand van de bebouwing plaatsvinden, waardoor de kans op
8
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
verstoring op voorhand verwaarloosbaar wordt geacht. Bovendien wordt het niet aannemelijk geacht dat de geplande werkzaamheden een significant grotere mate van verstoring met zich meebrengen dan de normale dagelijkse bedrijfs-werkzaamheden op het terrein. 2.1.2 Vogels categorie 5 (nest alleen jaarrond beschermd bij ecologisch zwaarwegende redenen) In het plangebied komen onder andere de volgende categorie 5-soorten in de omgeving voor: boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomkruiper, gekraagde roodstaart, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, koolmees, oeverzwaluw, pimpelmees, spreeuw en torenvalk. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten waargenomen waarvan nesten jaarrond beschermde zijn op de locatie van de werkzaamheden. Echter zijn er in de paardenstal en het aangrenzende gebouw meerdere nesten van de boerenzwaluw en huiszwaluw waargenomen. Effect: Er zijn (potentiële) jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels aangetroffen in het plangebied. Gezien er geen werkzaamheden aan de bebouwing uitgevoerd worden zullen de ontwikkelingen niet leiden tot negatieve effecten op al dan niet jaarrond beschermde nesten en bijhorende functionele leefomgeving. De geplande werkzaamheden vinden plaats op voldoende afstand van de aangetroffen nesten van boerenzwaluw en huiszwaluw, waardoor een extern effect ook niet aan de orde is.
Er zijn geen vervolgacties nodig ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nesten. 2.1.3 Overige broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn soorten zoals merel, vink en houtduif waargenomen, maar van deze soorten zijn geen nesten aangetroffen. Broedgevallen van deze, en andere algemene broedvogels, kunnen tijdens het broedseizoen worden aangetroffen binnen het plangebied. Voor de meeste groenstructuren, en ook de bebouwing, geldt echter dat deze op voldoende afstand zijn gesitueerd van de geplande werkzaamheden. Effect: De rododendron en twee bomen op de locatie van de geplande recreatiewoningen zijn geschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen de aanwezige nesten beschadigd/vernietigd of verstoord worden. Dit is in strijd met de Wet natuurbescherming en moet voorkomen worden, het is niet mogelijk hiervoor ontheffing te krijgen. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is.
In de periode half maart - half augustus kan in principe alleen gewerkt worden in mogelijk broedbiotoop als door een broedvogeldeskundige is vastgesteld dat er geen bezette nesten binnen invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. 2.2 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn strikt beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en de laatvlieger. 2.2.1 Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten wordt voornamelijk in gebouwen en holtes en scheuren in bomen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. Dat zijn vaak donkere, tochtvrije ruimte die toegankelijk zijn via een geschikte opening met vrije aanvliegroute.
9
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd aan de bomen en de aangrenzende bomen staan buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden of bevatten geen holtes of scheuren die geschikt kunnen zijn voor vleermuizen. Een effect op boombewonende vleermuizen kan daardoor worden uitgesloten. Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd aan de bebouwing. Invloed op mogelijk aanwezige gebouwbewonende vleermuizen kan daardoor ook worden uitgesloten. Effect: Negatieve effecten op mogelijke vleermuisverblijfplaatsen zijn uitgesloten. Het is niet bekend in hoeverre de bebouwing geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen, maar voor eventuele aanwezigheid hiervan geldt dat de geplande werkzaamheden plaatsvinden op voldoende afstand van de bebouwing, waardoor externe effecten op al dan niet aanwezige vleermuisverblijfplaatsen zijn uitgesloten. De geplande werkzaamheden vinden uitsluitend overdag plaats, waardoor er ook geen sprake is van lichtverstoring door extra (bouw-)verlichting. Vervolgonderzoek naar vleermuisverblijfplaatsen is niet vereist. 2.2.2 Foerageergebied en vliegroutes Het gehele perceel kan onderdeel zijn van foerageergebied van vleermuizen. De afwisseling van bosranden, bomen en meer open stukken maken het terrein hiervoor zeer geschikt dus het is aannemelijk dat het plangebied ook daadwerkelijk onderdeel is van foerageergebied.
De bomen langs de noordelijke erfgrens, de boomkwekerij en de rijbak zijn onderdeel van een lineaire landschappelijke structuur die door vleermuizen mogelijk als vliegroute gebruikt wordt. Effect: Het plangebied is mogelijk onderdeel van foerageergebied van vleermuizen. Van aantasting van essentieel foerageergebied is geen sprake. Alle bomen en groenstructuren op het perceel blijven behouden. Ook in de toekomstige situatie is een groot deel van het terrein nog steeds geschikt als foerageergebied. De beoogde ontwikkelingen leiden daarom niet tot aantasting van essentieel foerageergebied van vleermuizen. Wel dient lichtverstoring richting de bomen voorkomen te worden. Vanuit de zorgplicht geldt dit ook voor de andere bomen op het terrein, die immers onderdeel kunnen zijn van foerageergebied van vleermuizen. Lichtverstoring wordt voorkomen door uitsluitend overdag te werken, waardoor er geen noodzaak is tot extra (bouw-)verlichting. Er is daarom geen vervolgonderzoek of ontheffing nodig ten aanzien van foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. 2.3 Overige zoogdieren Met ‘overige zoogdieren’ worden hier alle zoogdieren bedoeld met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn o.a. knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marterachtigen. De volgende soorten komen in het plangebied voor: boommarter, das, damhert, eekhoorn en wezel.
Das De das is nationaal beschermd volgens artikel 3.10 van de Wnb. Tijdens het veldbezoek is het gehele perceel geïnspecteerd en hierbij zijn geen gebruikssporen van dassen aangetroffen. De dichtstbijzijnde bekende dassenburcht ligt op ongeveer 2 kilometer afstand ten oosten van het plangebied. Gezien deze relatief grote afstand wordt het niet aannemelijk geacht dat het plangebied onderdeel is van functioneel leefgebied van deze dassen. Andere bekende dassenburchten in de buurt liggen ten noorden van de Rijksweg A1, waardoor het is uitgesloten dat deze dassen gebruik maken van het plangebied. Kleine marterachtigen (boom- en steenmarter, bunzing, wezel, hermelijn) De boommarter komt tegenwoordig relatief algemeen voor in de omgeving van het plangebied. Boommarters leven voornamelijk in holtes maar het komt voor dat ze ook gebruik maken van schuren. Het is niet uitgesloten dat het plangebied onderdeel is van leefgebied van boommarters. Het plangebied is mogelijk geschikt als vaste rust- of voortplantingsplaats en het gehele terrein is geschikt als jachtgebied. Ook voor de andere kleine marterachtigen is het terrein geschikt als leefgebied. Aanwezigheid van marterachtigen is daarom niet op voorhand uitgesloten. De
10
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
werkzaamheden hebben echter geen wezenlijk effect op essentiële onderdelen van leefgebied van kleine marterachtigen, omdat op de locatie van de geplande recreatiewoningen geen takkenhopen, bomen met holtes of dicht struikgewas aanwezig is. Op locaties binnen het plangebied waar aanwezigheid van marterachtigen meer aannemelijk is, zoals in dicht struikgewas, vinden geen werkzaamheden plaats. Ook van aantasting van essentieel jachtgebied van kleine marterachtigen is geen sprake, omdat er ruim voldoende alternatieven in de buurt aanwezig zijn en het plangebied blijft in de toekomst in vergelijkbare mate beschikbaar als jachtgebied. Eekhoorn Eekhoorn komt voor in de omgeving en de bomen in het plangebied kunnen onderdeel zijn van leefgebied van deze soort. Damhert Hoewel damhert gebruik kan maken van het terrein is het plangebied geen onderdeel van leefgebied van deze soort. Bovendien is Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ gelegen op korte afstand, welke vele malen geschikter is als leefgebied. Overige grondgebonden zoogdieren Naast de hierboven genoemde beschermde soorten zijn diverse algemene, vrijgestelde soorten te verwachten, zoals huismuis, veldmuis en huisspitsmuis. Ook is het gehele plangebied geschikt voor egels.
Effect: Het plangebied is mogelijk onderdeel van leefgebied van de das, maar vormt hier geen essentieel onderdeel van, omdat geen gebruikssporen van das zijn waargenomen. De beoogde ontwikkelen leiden daarmee niet tot directe of indirecte aantasting van beschermd leefgebied van dassen. Er wordt geen effect verwacht door aanleg- en bouwwerkzaamheden of fysieke afname van geschikt leefgebied door realisatie van de recreatiewoningen. De aan- en afvoer van bouwen sloopmateriaal vind niet plaats in een straal van 50 m rondom de burcht en het mogelijke foerageergebied (grasland) blijft bestaan. Aanvullend soortgericht onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Het gehele perceel is mogelijk onderdeel van leefgebied van boommarter en wezel. Holen, takkenstapels en dicht struikgewas vormen mogelijke verblijfplaatsen en het terrein kan onderdeel zijn van jachtgebied. Er vinden echter geen werkzaamheden plaats aan, of in de buurt van, elementen die mogelijk onderdeel zijn van functioneel leefgebied van kleine marterachtigen. Om deze reden worden geen negatieve effecten van de werkzaamheden verwacht op het leefgebied van de boommarter en wezel en zijn er geen aanvullende maatregelen nodig. De overige soorten die te verwachten zijn binnen het plangebied, zijn vrijgesteld of niet beschermd of er zijn geen effecten te verwachten op deze soorten.
Aangaande deze soorten zal zorgvuldig handelen met inachtneming van de zorgplicht voldoende zijn. 2.4 Vissen Binnen of langs het plangebied is langs de erfgrens een sloot aanwezig. Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd die invloed hebben op de sloot. Effecten op (beschermde vissen) zijn daarom uitgesloten. Effect: Effecten op (al dan niet beschermde) vissen zijn uitgesloten. 2.5 Amfibieën Er ligt een sloot langs de erfgrens. Echter zijn er geen waarnemingen bekend van beschermde amfibieën en worden er geen werkzaamheden uitgevoerd die invloed hebben op de sloot. Effect: Vervolgonderzoek naar amfibieën is niet nodig. Wel is de zorgplicht van toepassing voor de
11
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
algemene amfibieën die buiten de voortplantingsperiode op het terrein kunnen voorkomen. 2.6 Reptielen In de omgeving van Kootwijkerbroek komen diverse soorten reptielen voor. De hazelworm en de levendbarende hagedis zijn daarvan de enige soorten die enigszins in de omgeving van de Garderbroekerweg kunnen worden aangetroffen. De soort komt op relatief grote afstand van het plangebied voor. Het plangebied is ook niet verbonden met geschikt leefgebied voor de hazelworm en levendbarende hagedis. Daarmee is aanwezigheid van reptielen binnen het plangebied uitgesloten. Bovendien bestaat het plangebied hoofdzakelijk uit grasland (gazon) en dit is geen wezenlijk onderdeel van leefgebied van reptielen Effect: Aanwezigheid van reptielen is uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikt habitat en het ontbreken van landschappelijke binding met geschikte leefgebieden in de omgeving van Kootwijkerbroek. Er zijn daarom geen vervolgacties nodig ten aanzien van reptielen. 2.7 Vaatplanten Vanuit de omgeving zijn er geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend. Tijdens het veldbezoek zijn er geen beschermde vaatplanten waargenomen. Op basis van gebiedskenmerken en het ontbreken van waarnemingen is aanwezigheid van beschermde plantensoorten uitgesloten. Het grasland op binnen het projectgebied is niet schraal genoeg voor kenmerkende beschermde soorten en wordt tevens begraast door vee.
Invasieve exoten zoals Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw zijn ook niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Effect: Binnen het plangebied zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen. Geschikte omstandigheden voor bijzondere vegetatie ontbreken. Aanwezigheid en effecten op beschermde planten zijn uitgesloten, nader onderzoek is niet nodig. Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat invasieve exoten binnen het plangebied voorkomen is het belangrijk om alert te zijn op eventuele aanwezigheid zodat indien nodig maatregelen genomen kunnen worden om verspreiding te voorkomen. 2.8 Overige soortgroepen Er zijn geen waarnemingen van overige soortgroepen bekend binnen het projectgebied. Deze zijn tevens niet aangetroffen tijdens het terreinbezoek. Effect: Gezien het ontbreken van waarnemingen uit beschermde overige soortgroepen en het ontbreken van geschikte omstandigheden voor dergelijke soorten is een negatief effect op beschermde soorten uit overige soortgroepen uitgesloten. Vervolgonderzoek naar soorten uit overige soortgroepen is dan ook niet nodig. 2.9 Algemeen Het is onvermijdelijk dat de aanleg van 3 natuurwoningen in het plangebied zal leiden tot een toename aan recreanten.
Omdat het plangebied geen essentieel onderdeel is van leefgebied van beschermde flora en fauna (zoals in voorgaande paragrafen beschreven) en er geen nesten of verblijfplaatsen van beschermde soorten zijn aangetroffen, zal deze extra bedrijvigheid niet leiden tot verstoring van al dan niet aanwezige beschermde soorten. Bovendien leidt aanwezigheid van additionele recreanten niet tot een significante toename aan verstoring in relatie tot de normale dagelijkse bedrijvigheid (o.a. personeel van de wijnboerderij). Daarnaast geldt voor gebouwbewonende soorten zoals huismus en vleermuizen dat aanwezigheid van recreanten in principe niet leidt tot verstoring, omdat dergelijke soorten juist op zoek gaan naar bebouwing voor hun verblijfplaatsen, ongeacht bewoning. Ook is het mogelijk dat de aanleg van 3 natuurwoningen
12
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
in het plangebied juist een bijdrage levert aan mogelijkheden voor gebouwbewonende soorten als deze worden voorzien van een pannendak, toegankelijke spouw, (inbouw)nestkasten of andere mogelijkheden. • Ten aanzien van alle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. • Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van Economische Zaken (EZ)) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.
13
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Afbeelding 2.1: Een rododendron op de locatie van Afbeelding 2.2: Locatie voor recreatiewoningen. de geplande recreatiewoningen. Indien mogelijk wordt deze elders herplant.
Afbeelding 2.3: Locatie voor de aan te leggen Afbeelding 2.4: Beoogde locatie paddenpoel natuurpluktuin en paddenpoel (achter schapenweide) en de uit te breiden bestaande wijngaard.
Afbeelding 2.5: Te behouden rijbak met rand van Afbeelding 2.6: Noordelijke gedeelte projectgebied; vegetatie. grasland voor vee.
14
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
3
Ge b i e d sb e sc h e r m ing en h o uto p sta nden
Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van beschermde natuurgebieden en een verkennende beoordeling van een mogelijk effect door de voorgenomen activiteiten op deze gebieden behandeld. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde gebieden waaronder het Natuurnetwerk Nederland en weidevogelgebieden. Als er sprake is van een mogelijk negatief effect, dan zijn vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en mogelijk planaanpassing nodig. 3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN), Groene Ontwikkelingszone (GO) en andere provinciaal beschermde natuurgebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het GNN, GO en andere provinciaal beschermde natuurgebieden (afbeelding 3.1). Gezien de aard en schaal van de ontwikkelingen zijn geen externe effecten te verwachten en is het dus niet nodig om aan effecten door externe werking te toetsen. 3.2 Natura 2000-gebieden De kortste afstand tot Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ bedraagt ongeveer 3,8 kilometer in oostelijke richting (afbeelding 3.1). Het perceel heeft geen landschappelijke binding met dit Natura 2000gebied. De dichtsbijzijnde stikstofgevoelige delen liggen op ruim 3,8 meter in oostelijke richting. Andere Natura 2000-gebieden liggen op nog grotere afstand van het plangebied. Gezien
Afbeelding 3.1: Ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000 (groen gebied) Bron ondergrond: Aerius Calculator 2023.
15
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
de voorgenomen activiteiten, toekomstige inrichting en de ligging op 3,8 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn directe negatieve effecten (geluid, licht, trillingen etc.) door de gewenste ontwikkelingen en het toekomstige gebruik van het projectgebied op aangewezen soorten van nabijgelegen Natura 2000-gebieden uitgesloten, met mogelijke uitzondering van effecten door stikstof. Negatieve effecten door een toename van stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase en toekomstige gebruiksfase zijn niet op voorhand uitgesloten. Voer een berekening uit in Aerius Calculator om te bepalen of er sprake is van een vergunningplicht ten aanzien van stikstof. De beoordeling van het aspect stikstof is geen onderdeel van voorliggende quickscan.
16
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
3.3 Toets houtopstanden Alle bospercelen groter dan 10 are (1.000 m2) buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming vallen onder de Wet natuurbescherming. Voor het kappen van bomen die onderdeel zijn van een dergelijke houtopstand moet bij de provincie Gelderland een kapmelding worden gedaan. Hoewel het plangebied buiten de begrenzing van de bebouwde kom ligt is de toest houtopstanden niet van toepassing. Er worden geen werkzaamheden aan bomen uitgevoerd.
17
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
4
Conclusies en aanbevelingen
Vanuit de resultaten van de onderdelen ‘soortenbescherming’ en ‘gebiedsbescherming’ worden conclusies getrokken. Aan de hand van deze conclusies worden aanbevelingen gedaan. Dit kan wijziging van de plannen en/of nader(e) onderzoek(en) inhouden. 4.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming
Aanwezig
Effect
Overtreding
Nader onderzoek
Vervolgacties
Vogels - jaarrond beschermde nesten
Nee
Geen
Nee
Nee
Geen
Vogels - algemene broedvogels
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Werken buiten broedseizoen of preventieve maatregelen
Vleermuizen - verblijfplaatsen
Mogelijk
Geen
Nee
Nee
Geen
Vleermuizen - foerageergebied
Ja
Geen
Nee
Nee
Voorkom lichtverstoring door uitstraling verlichting richting bomen te voorkomen
Vleermuizen - vliegroutes
Ja
Geen
Nee
Nee
Voorkom lichtverstoring door uitstraling verlichting richting bomen te voorkomen
Overige zoogdieren - beschermd
Mogelijk
Geen
Nee
Nee
Geen
Overige zoogdieren - vrijgesteld
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Nee
Zorgplicht
Vissen
Mogelijk
Geen
Nee
Nee
Geen
Amfibieën - beschermde soorten
Mogelijk
Geen
Nee
Nee
Geen
Amfibieën - vrijgestelde soorten
Mogelijk
Geen
Nee
Nee
Zorgplicht
Reptielen
Nee
Geen
Nee
Nee
Geen
Flora - beschermde soorten
Nee
Geen
Nee
Nee
Geen
Overige beschermde soorten
Nee
Geen
Nee
Nee
Geen
Gebiedsbescherming
Aanwezig
Effect
Vergunning nodig
Nader onderzoek
Vervolgacties
Natuurnetwerk Nederland
Nee
Nee
Nee
Nee
Geen
Natura 2000 m.u.v. stikstof
Nee
Nee
Nee
Nee
Geen
Natura 2000 - stikstof
n.v.t.
Mogelijk
Mogelijk
Ja
Stikstofberekening
Houtopstanden
Aanwezig
Effect
Vergunning nodig
Meldingsplicht
Vergunning nodig?
Beschermde houtopstand Wnb
Ja
Geen
Nee
N.v.t.
N.v.t.
18
Wnb
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
4.2
Conclusies en aanbevelingen
4.2.1 Soortenbescherming Vogels •
De beoogde ontwikkelingen leiden niet tot negatieve effecten op jaarrond beschermde vogelnesten. Er zijn geen vervolgstappen nodig ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nesten.
•
Tijdens het broedseizoen kunnen nesten van algemene broedvogels in en rondom het plangebied verstoord, beschadigd of vernield worden. Bezette nesten mogen nooit verstoord of vernield worden ongeacht de periode, het is niet mogelijk hiervoor ontheffing te krijgen. Het verwijderen van de rododendron dient daarom buiten het broedseizoen plaats te vinden. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Eerdere of latere broedgevallen zijn niet uitgesloten, met name van duiven. In de periode half maart - half augustus kunnen deze werkzaamheden alleen worden uitgevoerd nadat een broedvogelcheck door een erkend broedvogeldeskundige heeft uitgewezen dat er geen bezette nesten binnen invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn.
Vleermuizen • Binnen het projectgebied worden geen werkzaamheden uitgevoerd die negatieve effecten hebben op (verblijfplaatsen van) boom- en gebouwbewonende vleermuizen. Nader onderzoek is niet nodig. Wel dienen de werkzaamheden overdag te worden uitgevoerd en moet uitstraling van verlichting richting de bomen voorkomen worden. • Het plangebied is mogelijk onderdeel van foerageergebied van vleermuizen. Van essentieel foerageergebied is geen sprake aangezien er volop alternatieven in de omgeving zijn en het terrein geschikt blijft als foerageergebied. De mogelijke vliegroutes langs de bomenrijen om het projectgebied blijven behouden. Nader onderzoek naar foerageergebied of vliegroutes van vleermuizen is daarom niet nodig. Wel dienen de werkzaamheden overdag te worden uitgevoerd en moet uitstraling van verlichting richting de bomen voorkomen worden. Overige zoogdieren • In de omgeving van het perceel komen dassen voor. Gezien het ontbreken van gebruikssporen van het plangebied door dassen is het uitgesloten dat de ontwikkelingen leiden tot aantasting van de functionele leefomgeving van dassen. Aanvullend onderzoek om te kunnen bepalen welke onderdelen en in welke mate leefgebied wordt aangetast is daarmee niet nodig. • Het gehele perceel is mogelijk onderdeel van leefgebied van boommarter en wezel.
Holen, takkenstapels en dicht struikgewas vormen mogelijke verblijfplaatsen en het terrein kan onderdeel zijn van jachtgebied. Gezien geen werkzaamheden worden uitgevoerd aan of rond dergelijke structuren wordt geen negatief effect op het leefgebied van deze soorten verwacht en is er geen aanvullend onderzoek nodig. • Aanwezigheid van andere beschermde grondgebonden zoogdieren is uitgesloten. Wel kunnen enkele algemene soorten voorkomen in het plangebied, voor deze soorten is de zorgplicht van toepassing. Zorg er bij de werkzaamheden voor dat eventueel aanwezige dieren de kans krijgen om te vluchten door gecontroleerd en zoveel mogelijk in één richting te werken. Amfibieën • Effecten op beschermde amfibieën zijn uitgesloten. Wel is de zorgplicht van toepassing voor de algemene amfibieën die op het terrein kunnen voorkomen. Houdt hier rekening mee
19
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
door tijdens de sloop- en aanlegfase aanwezige dieren de kans te geven om te vluchten naar terreindelen waar geen ingrepen plaatsvinden. Overige soortgroepen • Voor overige soortgroepen (vissen, reptielen, ongewervelden en flora) heeft het plangebied geen essentiële functie en zullen de werkzaamheden geen negatief effect hebben. Houd wel rekening met de algemene zorgplicht die geldt voor alle dieren, beschermd of niet. Ten aanzien van zorgplicht en calamiteiten • Ten aanzien van álle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘Algemene zorgplicht’, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit geldt met namen voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Deze provinciale vrijstelling houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden. • Als er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dan dient het werk tijdelijk te worden stilgelegd en contact te worden opgenomen met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van Economische Zaken (EZ)) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.
4.2.2 Gebiedsbescherming • Bomenkap is geen onderdeel van de geplande werkzaamheden. Een toets houtopstanden is daarmee niet aan de orde. • Het plangebied ligt buiten de begrenzing van GNN, GO of andere provinciaal beschermde natuurgebieden. Gezien de aard en schaal van de ontwikkelingen zijn geen externe effecten te verwachten en is het dus niet nodig om aan effecten door externe werking te toetsen. • De ontwikkelingen voortvloeiend uit het voornemen leiden gezien de aard en schaal van het project en in combinatie met de afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebieden niet tot effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van beschermde natuurgebieden. Een mogelijke uitzondering hierop zijn effecten door een toename in stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase en toekomstige gebruiksfase. Voer een berekening uit met behulp van Aerius Calculator om te bepalen of er sprake is van vergunningplicht ten aanzien van het aspect stikstof.
20
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Bijlage 1 Huidige en beoogde situatie
21
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
22
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Bijlage 2 Samenvatting wettelijk kader Bij een ecologische quickscan wordt de ingreep door ons getoetst aan de huidige natuurwetgeving de Wet natuurbescherming. In deze bijlage vindt u een korte samenvatting van deze wetgeving. 1. Wet natuurbescherming in het kort De Wet natuurbescherming (Wnb) is de huidige wetgeving in de Nederlandse wet die bescherming van natuurgebieden reguleert. De wet is in 2017 ingevoerd als samenvoeging van de daarvoor geldende natuurwetten: de Flora- en Faunawet voor dier- en plantensoorten, de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden en landschappen, en de Boswet voor bos- en houtopstanden. Deze wetten zijn samengevoegd om de wetgeving omtrent natuurbescherming duidelijker en overzichtelijker te maken. De nieuwe Wet natuurbescherming regelt zowel de bescherming van natuurgebieden als dat van individuele soorten en bijbehorende habitats. 1.1 Algemene Zorgplicht Onder de algemene bepalingen (hoofdstuk 1) van de Wnb wordt de algemene zorgplicht uitgewerkt. In deze zorgplicht is bepaald dat iedereen zorg draagt voor natuurgebieden, planten, en dieren.
Artikel 1.11 lid 2 van de Wnb luidt als volgt: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. b. c.
dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
1.2 Soortenbescherming De soortenbescherming bestaat uit drie beschermingsregimes met ieder hun eigen beschermde soortenlijsten en verbodsbepalingen: • • •
De Vogelrichtlijnsoorten (VR) (Art. 3.1-3.4) De Habitatrichtlijnsoorten (HR) (Art. 3.5-3.9) Overige soorten (Art 3.10-3.11)
Per beschermingsregime is vastgesteld aan welke voorwaarden voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling verleend te krijgen door het bevoegd gezag (de provincie). Een tabel met een samenvatting van de geldende verbodsbepalingen is op de volgende pagina opgenomen (tabel 1.1). De beschermde soorten uit de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn vastgesteld door de EU. Voor de soorten uit de derde categorie geldt dat provincies de vrijheid hebben om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid.
23
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Tabel 1.1: Samenvatting verbodsbepalingen soortenbescherming Wet natuurbescherming Paragraaf
Artikel Lid Verbodsbepaling
§ 3.1: Beschermingsregime Vogelrichtlijn
3.1
§ 3.2: Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn
§ 3.3: Beschermingsregime andere soorten
3.5
3.10
1
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.
2*
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
3
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.
4
Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
5
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
1
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
2
Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren
3
Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
4
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
5
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
1
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
* Het wegnemen van nesten is toegestaan MITS het buiten het broedseizoen en niet behorend tot een soort met een jaarrond beschermd nest.
24
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
1.3 Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van de door de EU aangewezen beschermde gebieden genaamd Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden zijn opgedeeld in Vogelrichtlijn-gebieden en Habitatrichtlijn-gebieden. Alle activiteiten die een mogelijk negatief effect kunnen hebben op Natura 2000-gebieden zijn verboden, mits een vergunning is uitgegeven na het uitvoeren van een Habitattoets. Uit deze Habitattoets moet zijn gebleken dat door de geplande activiteiten geen natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast. Daarnaast moet hieruit zijn gebleken dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie. Bovendien verordent de wet de provincies om natuur aan te wijzen met bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarde onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, in de wet Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genaamd). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen.
In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het ‘nee, tenzij’-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd.
25
Ecologische quickscan Garderbroekerweg 83 te Kootwijkerbroek
2 oktober 2023