Garderbroekerweg XXIX_Regels
Tekst van het document
Garderbroekerweg XXIX
(Maart 2024) bestemmingsplan Plannr. 1764
Garderbroekerweg XXIX
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 13
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Agrarisch Bedrijf - Landelijk Groen Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2
15 15 17 23 24 25
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels
27 27 27 27 28 29 30 30
Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
31 31 31
Bijlagen Bijlage 1
Nota Parkeernormen 2020
Bijlage 2
Lijst Kleinschalige bedrijfsactiviteiten
Bijlage 3
Staat van Bedrijfsactiviteiten
Bijlage 4
Landschappelijke inpassing
Bijlage 5 2023
Uitwerking Landschapselementen, Stichting Landschapsbeheer Gelderland, oktober
2
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
Garderbroekerweg XXIX
Regels
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
3
Garderbroekerweg XXIX
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1
plan
het bestemmingsplan 'Garderbroekerweg XXIX' met identificatienummer NL.IMRO.0203.1764-0002 van de gemeente Barneveld; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen; 1.3
aan huis verbonden beroep of kleinschalig bedrijf
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied alsmede een kleinschalig bedrijf niet bestaande uit detailhandelsactiviteiten of een seksinrichting, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.4
aanbouw
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7
aanduidingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde aanduiding; 1.8
afwijking
een afwijking zoals bedoeld in artikel 2.12, eerste lid onder a, onder 1° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.9
agrarische bedrijfsstoffen
dierlijke meststoffen die niet verpompbaar zijn, kuilvoer, bijvoedermiddelen die niet verpompbaar zijn, gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong en restmateriaal afkomstig van de teelt van gewassen, voor zover geen sprake is van inerte goederen; 1.10
agrarische nevenactiviteit
een kleinschalige bedrijfsmatige agrarische activiteit gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, welke niet is aan te merken als een volwaardig agrarisch bedrijf en daarmee ondergeschikt is aan de hoofdfunctie. Hieronder is eveneens begrepen een kleinschalige gebruiksgerichte paardenhouderij; 1.11
Algemene wet bestuursrecht
wet van 4 juni 1992, Stb. 315, houdende algemene regels van bestuursrecht, zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan;
4
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
Garderbroekerweg XXIX
1.12
archeologisch deskundige
een regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg; 1.13
archeologische waarde
de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis; 1.14
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.15
bed & breakfast
een kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte, kortdurende, toeristische verblijfsvoorziening, voor uitsluitend logies en ontbijt, die deel uitmaakt van het hoofdgebouw of is gevestigd in één van de bijgebouwen en wordt gerund door de hoofdbewoner van de betreffende woning. 1.16
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als onzelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 1.17
bedrijfsgebouw
een gebouw, niet zijnde een bedrijfswoning, op een terrein dat noodzakelijk is gelet op de bestemming; 1.18
bedrijfsmatige exploitatie
het door middel van een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon beheren of exploiteren van recreatiewoningen, waarbij voor recreatiewoningen geldt dat daar permanent wisselende recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden; 1.19
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein; 1.20
beeldkwaliteit
aspecten die van invloed zijn op de beleving van de ruimtelijke omgeving en objecten in de omgeving zoals structuur, identiteit en belevingswaarde; 1.21
bestaande
bestaand en legaal aanwezig of legaal realiseerbare bebouwing of gebruik op de dag van inwerkingtreding van dit plan; 1.22
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.23
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.24
Bevi-inrichting
een inrichting waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen van toepassing is of bedrijven zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan;
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
5
Garderbroekerweg XXIX
1.25
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.26
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.27
bijgebouw
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een niet voor bewoning bestemd vrijstaand of aangebouwd gebouw, dat een gebruikseenheid vormt met en dienstbaar is aan de bij omschrijving van de hoofdbestemming opgesomde functies, zoals een garage, huishoudelijke bergruimte of hobbyruimte. Onder een bijgebouw, behorende bij een woning, wordt ook verstaan de ruimte voor de in de vorige volzin bedoelde functies die integraal onderdeel uitmaken van het hoofdgebouw van de woning en daarom dan ook niet gezien kan worden als bijbehorend bouwwerk; 1.28
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.29
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.30
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.31
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.32
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.33
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.34
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, dat bedoeld is om ter plaatse te functioneren; 1.35
buitenopslag
het in de open lucht opslaan van goederen en materialen alsmede het stallen van machines, voertuigen, werktuigen en het plaatsen van showmodellen ten behoeve van de bedrijfsvoering op het perceel, inclusief handelsvoorraden; 1.36
camper
Een camper of kampeerauto is een motorvoertuig dat is ingericht om in te overnachten en te verblijven; 1.37
dagrecreatie
recreatieve activiteit zonder nachtverblijf;
6
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
Garderbroekerweg XXIX
1.38
dak
iedere bovenbeëindiging van een bouwwerk; 1.39
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.40
dienstverlening
het verlenen van economische diensten aan derden; 1.41
dove gevel
een bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een karakteristieke geluidswering – conform NEN 5077 – die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB, alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij wijze van uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte, zoals omschreven in artikel 1 van de Wet geluidhinder, zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.42
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct ligt bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw voor zover dit bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt; 1.43
extensief recreatief medegebruik
een vorm van recreatief medegebruik dat in hoofdzaak is gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen, en dat slechts beperkt beslag op de ruimte legt. Voor het extensieve recreatief medegebruik is geen specifieke inrichting van het gebied noodzakelijk, maar kan worden volstaan met de voorzieningen die reeds ten behoeve van de hoofdfunctie aanwezig zijn en ondergeschikte voorzieningen zoals bewegwijzeringsbordjes. Onder extensief recreatief medegebruik wordt in elk geval niet verstaan gebruik zoals paintball, boerengolf, een maïsdoolhof en gemotoriseerde sporten; 1.44
gebouw
elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.45
gebruiken
het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.46
gebruiksgerichte paardenhouderij
een paardenhouderij die is gericht op het africhten en trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden, het geven van instructie aan derden, het trainen van paarden en uitbrengen in de sport, verhuur van diensten met behulp van paarden en/of de in- en verkoop van paarden, niet zijnde een manege; 1.47
geluidsgevoelige functies
bewoning of andere geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.48
geluidsgevoelige gebouwen
gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidsgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.49
glastuinbouwbedrijf
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen in kassen;
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
7
Garderbroekerweg XXIX
1.50
grondgebonden veehouderijbedrijf
agrarisch bedrijf dat gericht is op het ontwikkelen van activiteiten waarbij de productie voor meer dan 50 procent afhankelijk is van het producerend vermogen van de grond waarover het bedrijf in de omgeving van de bedrijfsgebouwen kan beschikken; 1.51
grondgebonden veehouderijtak
onderdeel van een agrarisch bedrijf waarvoor het bedrijf beschikt over voldoende agrarische cultuurgrond in de omgeving van de bedrijfsgebouwen om de dieren binnen de veehouderijtak voor meer dan 50 procent zelf te kunnen voeren; 1.52
hobbymatig agrarisch gebruik
het telen van gewassen en/of het houden van dieren, anders dan in het kader van de uitoefening van een agrarisch bedrijf of een bedrijfsmatige agrarische nevenfunctie niet zijnde een volkstuin. Hieronder is eveneens begrepen een hobbymatige gebruiksgerichte paardenhouderij; 1.53
hogere waarde
een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.54
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, inclusief aan- en uitbouw dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.55
horeca
een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies worden verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van erotisch getinte vermaaksfuncties; 1.56
houtopstand
eén of meerdere bomen, hakhout, een houtwal en een houtsingel, beplanting van bosplantsoen, begroeiing van hagen, heesters en struiken. Hagen, heesters en struiken met een maximum hoogte van 2 m zijn niet aan te merken als houtopstand; 1.57
huishouden
persoon of groep personen die één woning woont, waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; 1.58
intensief recreatief medegebruik
een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.59
inzetbare sloopmeters
een oppervlakte aan sloopmeters die door de gemeente Barneveld en/of een andere gemeente die het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 heeft vastgesteld is bepaald, conform de regeling voor het omzetten van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters zoals genoemd in hoofdstuk 5 van dit functieveranderingsbeleid, dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 22 maart 2017, met inbegrip van nadien vastgestelde wijzigingen daarvan; gebouwen die niet daadwerkelijk worden gesloopt, maar die worden hergebruikt in het kader van de toepassing van het functieveranderingsbeleid, tellen mee bij het bepalen van de oppervlakte aan inzetbare sloopmeters; 1.60
kampeermiddel
een tent, kampeerwagen of toercaravan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele zijn bestemd dan wel kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
8
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
Garderbroekerweg XXIX
1.61
kernrandzone
een zone rondom bestaande woonkernen en bedrijventerreinen, alsmede ter plaatse van en rondom zoekgebieden voor uitbreiding daarvan, waarbij voor de kernrandzone specifieke regels zijn opgenomen voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven in die zone; 1.62
kleinschalig bedrijf
bedrijf zoals opgenomen in Bijlage Bijlage 2 Lijst kleinschalige bedrijfsactiviteiten van dit bestemmingsplan, of daar qua aard en omvang mee vergelijkbaar is, waarbij de werkzaamheden uitsluitend mogen worden uitgevoerd door de bewoners van de woning; 1.63
kwetsbaar object
een kwetsbaar object als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder sub l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.64
landschappelijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied, zoals beplanting, verkaveling, openheid en reliëf; 1.65
landschapselementen
elementen zoals bloem- of kruidenrijke vegetatie, poelen, houtwallen, bomenrijen, kleine bosjes, overhoeken met ruige vegetatie en slootkanten; 1.66
maaiveld
gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein dat een gebouw of bouwwerk omgeeft; 1.67
mantelzorg
langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en die de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.68
nadere eis
een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, sub d, van de Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.69
natuur en natuur(wetenschappe)lijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en/of biologische elementen, voorkomend in dat gebied; 1.70
nevenactiviteit
activiteit die ondermeer in ruimtelijk en bedrijfseconomisch opzicht ondergeschikt is aan de hoofdfunctie op een perceelen waarbij degene die de hoofdfunctie uitoefent ook een functionele en voor de bedrijfsvoering noodzakelijke rol uitvoert bij de nevenactiviteit; 1.71
niet-grondgebonden veehouderijbedrijf
een veehouderijbedrijf waarvan de agrarische productie voor het grootste deel afkomstig is uit de niet-grondgebonden veehouderijtak(ken); 1.72
niet-grondgebonden veehouderijtak
onderdeel van een agrarisch bedrijf dat beschikt over onvoldoende cultuurgrond om de dieren op het eigen bedrijf in de omgeving van de bedrijfsgebouwen voor meer dan 50 procent van het benodigde voer te voorzien; 1.73
omschakeling
de overgang van een grondgebonden veehouderijtak naar een niet-grondgebonden veehouderijtak;
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
9
Garderbroekerweg XXIX
1.74
onderbouw
een voor mensen toegankelijke ruimte, gelegen onder de begane grondvloer en binnen de fundering van een gebouw; 1.75
ondergronds bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die onder het maaiveld is gelegen; 1.76
opslag
het opslaan en of stallen van goederen, materialen en voertuigen ten behoeve van de ter plaatste gevestigde bedrijfsactiviteit; 1.77
overkapping
een bouwwerk, niet zijnde een gebouw, bestaande uit tenminste een dak en maximaal één wand; 1.78
paardrijbak
een onoverdekte voorziening, uitsluitend bestaande uit een omheining, bedoeld voor het berijden, africhten en laten bewegen van paarden; 1.79
paddock
een onoverdekte voorziening waarvan de grond al dan niet is bewerkt, uitsluitend bestaande uit een omheining bedoeld om paarden naar eigen inzicht vrij te laten bewegen; 1.80
particuliere vakantie-verhuur
Het tijdelijk verhuren van een ruimte in een woning dan wel de volledige woning als logiesaccommodatie; 1.81
peil
voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein; 1.82
pension
het zakelijk aanbieden van nachtverblijf (logies) uitsluitend in de vorm van permanent wisselende verhuur van de nachtverblijfsmogelijkheden; 1.83
permanente bewoning
gebruik als woonadres als bedoeld in de Wet basisregistratie personen; 1.84
productiegerichte paardenhouderij
een grondgebonden agrarische bedrijf gericht op het fokken van paarden en/of pony's, het bieden van leefruimte aan opgroeiende paarden en/of pony's en/of het voortbrengen van producten doormiddel van het houden van paarden en/of pony's, zoals een paardenmelkerij of een daarmee gelijk te stellen bedrijfsvorm, eventueel in combinatie met daaraan ondergeschikte trainingsfaciliteiten ten behoeve van de ter plaatse opgefokte paarden; 1.85
recreatiebedrijf
een bedrijf dat een verblijfsrecreatieterrein op een zodanige wijze exploiteert en/of beheert, dat in of op de toeristische standplaatsen, stacaravans en/of recreatiewoningen recreatief verblijf plaatsvindt, waarbij onder een bedrijf wordt ook verstaan een stichting of een andere rechtspersoon; 1.86
recreatief verblijf
verblijf, inclusief nachtverblijf, voor uitsluitend recreatieve doeleinden door bij voorkeur wisselende huishoudens of daarmee gelijk te stellen groepen van personen, die hun hoofdverblijf elders hebben;
10
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
Garderbroekerweg XXIX
1.87
recreatiewoning
een gebouw, geen stacaravan zijnde, al dan niet met vaste fundering, dat is bestemd voor recreatief verblijf; 1.88
relatie
een op de verbeelding opgenomen aanduiding, die aangeeft welke bestemmingsvlakken en/of bouwvlakken met elkaar verbonden zijn en een eenheid vormen; 1.89
salderingsregistratie
Een door burgemeester en wethouders bijgehouden administratie waarin wordt vastgelegd hoeveel agrarische bouwvlakken uit het bestemmingsplan zijn verwijderd en hoeveel er zijn toegevoegd sinds de vaststelling van dat plan op 28 mei 2013. In deze administratie wordt tevens de oppervlakte vastgelegd van de agrarische bouwvlakken die zijn verwijderd en de oppervlakte aan agrarisch bouwvlak dat is toegevoegd sinds 28 mei 2013. Het saldo van de salderingsregistratie bestaat daarmee uit twee componenten, te weten: de component aantal bouwvlakken. Wanneer een agrarisch bouwvlak is verwijderd neemt de component aantal bouwvlakken toe met 1. Wanneer er een nieuw agrarisch bouwvlak in het plan wordt toegevoegd, dan neemt het saldo af met 2; de component oppervlakte bouwvlak. Wanneer er een agrarisch bouwvlak is verwijderd neemt de component oppervlakte bouwvlak toe met de oppervlakte van het verwijderde bouwvlak. Wanneer er een agrarisch bouwvlak is vergroot door middel van een wijzigingsbevoegdheid, dan neemt het saldo af met de oppervlakte van de vergroting van het bouwvlak. Wanneer een nieuw agrarisch bouwvlak wordt toegevoegd neemt het saldo af met de oppervlakte van het nieuwe bouwvlak; 1.90
seksinrichting
een terrein, gebouw, vaar- of voertuig waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichtingen worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.91
Staat van Bedrijfsactiviteiten
als bijlage(n) bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst(en) van bedrijven en instellingen; 1.92
standplaats
het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; 1.93
toeristische standplaats
een plaatsingsmogelijkheid voor een kampeermiddel; 1.94
uitbouw
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.95
uitvoeren
het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.96
uitwerking
een uitwerking als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 sub b van de Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan;
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
11
Garderbroekerweg XXIX
1.97
verbeelding
de bij het bestemmingsplan behorende kaart (analoog of digitaal) waarop onder meer de begrenzing van het plan, de in het bestemmingsplan voorkomende bestemmingen, aanduidingen en topografische en kadastrale gegevens zijn weergegeven; 1.98
verblijfsrecreatie
recreatief verblijf in een recreatiewoning, stacaravan, kampeermiddel of ander recreatieverblijf; 1.99
verblijfsrecreatieterrein
een op de verbeelding door bestemmingsgrenzen omsloten vlak met de bestemming Recreatie verblijfsrecreatie; 1.100
(vloer)oppervlakte
een situatie van bouwen en/of gebruik waarbij voor de begane grond moet worden gerekend met de oppervlakte van een bouwwerk en voor de eventuele verdiepingen met de vloeroppervlakte; 1.101
voorgevelrooilijn
de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de (bestaande) bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; 1.102
voorkeursgrenswaarde
de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.103
waterhuishoudkundige voorzieningen
werken en/of bouwwerken ten dienste van de waterhuishouding, zoals grondlichamen, beschoeiingen, drainage, gemalen, duikers, stuwen en sluizen; 1.104
werk
een constructie, geen bouwwerk zijnde; 1.105
Wet ruimtelijke ordening
Wet van 1 juli 2008 (Stb. 2006, 566) houdende vaststelling van nieuwe planregels omtrent de ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.106
wijnboerderij
een bedrijf gericht op het maken van wijn met daaraan gelieerde functies op het gebied van recreatie, cultuur, educatie, detailhandel in lokaal geproduceerde producten, en ambachtelijke functies die een sterke link hebben met de wijngaard en de wijnmakerij. 1.107
wijziging
een wijziging als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, sub a, van de Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.108
woning
een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden of ingeval van inwoning - van twee huishoudens, aanbouwen en uitbouwen daaronder begrepen, bijgebouwen en bedrijfsgebouwen daarvan uitgezonderd; 1.109
wooneenheid
een gebouw of een deel van een gebouw, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één huishouden (inclusief het bieden van mantelzorg);
12
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
Garderbroekerweg XXIX
1.110
zonnecollector
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de opvang van zonne-energie en het omzetten daarvan in warmte of elektriciteit.
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
Dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
Goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
Inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de bovenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
De bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, luchtbehandelingskasten en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
Oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6
Hoogte van een windturbine
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; 2.7
Oppervlakte van een overkapping
de loodrechte projectie van de overkapping op het maaiveld; 2.8
Vloeroppervlakte
boven de vloeren, tussen de binnenwerkse gevelvlakken en/of scheidingsmuren, waarbij de oppervlakte van delen van vloeren waarboven de netto-hoogte kleiner is dan 1,5 m en de oppervlakte van vloeren van onderbouwen buiten beschouwing blijft; 2.9
Maten
buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 m buiten beschouwing blijven; 2.10
Maatvoering
Alle maten zijn tenzij anders weergegeven: a. b. c. d.
voor lengten in meters (m); voor oppervlakten in vierkante meters (m²); voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³); voor verhoudingen in procenten (%);
2.11
Netto-hoogte
de loodrechte afstand tussen de bovenkant van een afgewerkte vloer of het aansluitende terrein en de onderkant van een daarboven aanwezig plafond, vloer of dak, waarbij incidentele constructiedelen buiten beschouwing blijven;
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
13
Garderbroekerweg XXIX
2.12
Verwijzing naar andere wettelijke regelingen
Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan; 2.13
De hoogte van een molen
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het gebouw, met uitzondering van de wieken.
14
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
Garderbroekerweg XXIX
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf; b. hobbymatig agrarisch gebruik; c. het weiden van paarden en/of pony's ten behoeve van een gebruiksgerichte paardenhouderij of een manege; met daaraan ondergeschikt: d. e. f. g. h.
extensief recreatief medegebruik; erfontsluitingswegen ook ten behoeve van andere bestemmingen; sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen; waterhuishoudkundige voorzieningen; kleinschalige landschapselementen;
met de daarbij behorende: i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; j. werken, geen bouwwerken zijnde; k. tuinen en erven; l. parkeervoorzieningen; m. groenvoorzieningen en landschapselementen; n. paden. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan met inachtneming van de in de tabel genoemde toelaatbare situering en maximum bouwhoogte:
Bouwwerk
situering
mestopslagvoorzieningen
buiten het bouwvlak, mits de afstand tot een woning van een derde tenminste 50 m bedraagt en de mestopslagvoorziening in zijn geheel ligt binnen een afstand van 50 m van het agrarisch bouwvlak of het bouwvlak voor 'agrarisch-paardenhouderij'
2
voeropslagvoorzieningen
buiten het bouwvlak, mits de afstand tot een woning van een derde tenminste 50 m bedraagt en de voeropslagvoorziening in zijn geheel ligt binnen een afstand van 50 m van het agrarisch bouwvlak of het bouwvlak voor 'agrarisch-paardenhouderij'
3
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
maximum bouwhoogte (m)
15
Garderbroekerweg XXIX
teeltondersteunende voorzieningen
buiten het bouwvlak
1,5
erf- en terreinafscheidingen
buiten het bouwvlak
2
3.3
Nadere eisen
1. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. een goede milieusituatie; d. de bescherming van ecologische waarden; e. de bereikbaarheid voor hulpdiensten; f. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden; g. de landschappelijke inpassing van de bebouwing; h. architectonische en/of cultuurhistorische waarde van andere bebouwing; i. een ongestoorde ligging van kabels en leidingen. 2. Bij het stellen van nadere eisen is de procedure zoals weergegeven in artikel 14.1 van toepassing. 3.4
Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.2.1 voor wat betreft de maximum bouwhoogte van teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak en toestaan dat teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak worden gebouwd met een hogere bouwhoogte, met inachtneming van het volgende: a. de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedraagt; b. de teeltondersteunende voorzieningen dienen aansluitend aan het bouwvlak te worden gerealiseerd; c. de noodzaak voor het bouwen van teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van meer dan 1,5 m dient te zijn aangetoond; d. de teeltondersteunende voorzieningen mogen niet worden gerealiseerd in ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische hoofdstructuur' e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - gedeeltelijke functieverandering' is toepassing van dit lid niet mogelijk.
3.5
Specifieke gebruiksregels
3.5.1
Gebruik overeenkomstig de bestemming
Als gebruik overeenkomstig de bestemming wordt aangemerkt: 1. het gebruik van grond als tuin bij overige bestemmingen, met dien verstande dat: de tuin gebruikt wordt door bewoners van een bedrijfswoning die ligt in een bestemmingsvlak aansluitend aan de agrarische bestemming; 2. de tuin in zijn geheel ligt binnen een afstand van 30 meter van de grens van het bestemmingsvlak met die andere bestemming;
3.5.2
Gebruik strijdig met de bestemming
Als gebruik strijdig met de bestemming wordt aangemerkt: a. het verharden van onverharde paden;
16
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
Garderbroekerweg XXIX
Artikel 4 4.1
Bedrijf - Landelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor Bedrijf - Landelijk aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de vermeld in onderstaande tabel voor het specifieke, met die aanduiding corresponderende bedrijf: aanduiding bedrijf (sb-143)
maximum milieucategorie
specifieke vorm van bedrijf - wijnboerderij
2
b. ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch' ook voor bedrijfsmatige agrarische nevenactiviteiten door de bewoner van de bedrijfswoning, met dien verstande dat intensieve veehouderij uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'; c. het gebruik als omschreven in artikel 4.5.1; met de daarbij behorende: d. gebouwen; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - verblijfsaccommodatie' ook voor recreatieve verblijfsaccommodatie; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - wisselende verhuur' uitsluitend gebruik in de vorm van permanent wisselende recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden is toegestaan; g. bedrijfswoning(en) met bijbehorende bijgebouwen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; i. werken, geen bouwwerken zijnde; j. tuinen en erven; k. parkeervoorzieningen; l. groenvoorzieningen; m. paden; n. waterhuishoudkundige voorzieningen; met daaraan ondergeschikt: o. een bed & breakfast; p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - wijnboerderij' horeca-activiteiten; q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - wijnboerderij' detailhandel. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; b. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, uitgezonderd bijgebouwen bij de bedrijfswoning; 4.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 4 m b. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 10 m; c. onderbouwen zijn toegestaan met een totale oppervlakte van niet meer dan 500 m2, mits de onderzijde van de begane grondvloer niet hoger ligt dan het maaiveld; "Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
17
Garderbroekerweg XXIX d. de totale bebouwde oppervlakte van de bedrijfsgebouwen voor een 'Bedrijf - Landelijk' mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan de in onderstaande lijst aangegeven oppervlakte waarbij de bebouwing ten behoeve van recreatie en agrarische doelen niet wordt meegerekend. Straat
Huisnummer
Oppervlakte (m2)
Garderbroekerweg
83
180
met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie verblijfsaccommodatie' het aantal recreatiewoningen niet meer mag bedragen dan 5. 4.2.3
Bedrijfswoning
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. per bouwvlak is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan; b. bij vervangende nieuwbouw dient een bedrijfswoning te worden gebouwd ter plaatse van de bestaande woning; c. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 3,5 m; d. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m; e. een inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3; f. onder een bedrijfswoning is een onderbouw toegestaan, waarbij geldt dat de ruimte tussen de onderzijde van de begane grondvloer en maaiveld meetelt voor de inhoud van de bedrijfswoning. 4.2.4
Bijgebouwen bij bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijgebouwen bij een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; c. de totale oppervlakte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 80 m², uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)', want daar geldt de maximum oppervlakte zoals op de verbeelding is weergegeven; d. onder bijgebouwen zijn onderbouwen toegestaan, met dien verstande dat de oppervlakte aan onderbouwen niet meer mag bedragen dan 80m2 4.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
4.3
de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 10 m; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 3 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m; de oppervlakte van overkappingen telt mee bij de berekening van de totale bebouwde oppervlakte als bedoeld in artikel 4.2.2. Nadere eisen
1. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. een goede milieusituatie; d. de bereikbaarheid voor hulpdiensten; e. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden; f. de landschappelijke inpassing van de bebouwing; g. architectonische en/of cultuurhistorische waarde van andere bebouwing; h. een ongestoorde ligging van kabels en leidingen.
18
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
Garderbroekerweg XXIX
2. Bij het stellen van nadere eisen is de procedure zoals weergegeven in artikel 14.1 van toepassing. 4.4
Afwijken van de bouwregels
1. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.2 voor wat betreft de maximum goothoogte en toestaan dat de goothoogte van een bedrijfsgebouw niet meer dan 6 m bedraagt, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; b. de verhoging bedrijfstechnisch noodzakelijk is; c. het aantal bouwlagen niet toeneemt. 2. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.2 voor wat betreft de maximum bouwhoogte en toestaan dat de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw niet meer dan 12 m bedraagt, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; b. de verhoging bedrijfstechnisch noodzakelijk is; c. het aantal bouwlagen niet toeneemt. 3. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.3 voor wat betreft de plaats van de bedrijfswoning en vervangende nieuwbouw van de bedrijfswoning op een andere plaats toestaan, mits: a. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie. 4.
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.3 voor wat betreft de maximum goothoogte van een bedrijfswoning en toestaan dat de goothoogte van een bedrijfswoning niet meer dan 6 m bedraagt, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit. 5. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.3 voor wat betreft de maximum inhoud van de bedrijfswoning en toestaan dat een bedrijfswoning wordt gebouwd met een grotere inhoud, mits: a. de inhoud niet meer bedraagt dan 1.000 m3; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit en mits de architectonische en/of cultuurhistorische waarden van de bebouwing niet in onevenredige mate worden geschaad; c. sprake is van vermindering (door sloop) van gebouwen volgens onderstaande tabel: Inhoud woning
Sloopeis
Tot 1.000 m3
1,5 m2 inzetbare sloopmeters voor iedere 1 m3 vergroting
met dien verstande dat: uitsluitend indien de sloopmogelijkheden op het betreffende perceel volledig zijn benut, mag ook de sloopoppervlakte van meerdere locaties worden meegerekend om aan de vereiste sloopoppervlakte te komen; monumentale gebouwen niet mogen worden gesloopt en niet mee tellen in de bepaling van de sloopoppervlakte; de inzetbare sloopmeters afkomstig moeten zijn uit het buitengebied van de gemeente Barneveld, dan wel uit het buitengebied van een andere gemeente die het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 heeft vastgesteld; "Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
19
Garderbroekerweg XXIX verzekerd is dat herbouw van de gesloopte gebouwen niet mogelijk is. 6. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.5 voor wat betreft de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken en toestaan dat binnen het bouwvlak silo's worden gebouwd met een bouwhoogte van niet meer dan 20 m. 7. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.5 voor wat betreft de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken en toestaan dat binnen het bouwvlak een windturbine wordt gebouwd met een hogere bouwhoogte, mits: a. de ashoogte niet meer dan 20 m bedraagt; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; c. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie. 8. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.3 oor wat betreft het toestaan dat binnen de inhoud van een bedrijfswoning een tweede zelfstandige wooneenheid wordt gerealiseerd, mits: a.
de tweede wooneenheid rechtstreeks ten dienste staat van een situatie waarin mantelzorg verleend wordt binnen de bedrijfswoning of kleine woning dan wel dat er sprake is van een zodanige relatie tussen de bewoners van de beide wooneenheden en van zodanige omstandigheden, dat in redelijkheid aannemelijk is dat men om reden van het mogelijk in de toekomst kunnen verlenen van mantelzorg in dezelfde woning wil wonen; b. schriftelijke verklaringen worden overgelegd van de (hoofd)bewoners van beide wooneenheden waaruit blijkt dat er sprake is, of zo nodig zal zijn, van mantelzorg; c. maximaal 35% van de totale (vloer)oppervlakte van de bedrijfswoning of kleine woning, tot ten hoogste 65 m2, wordt benut voor de tweede wooneenheid; d. de woning waarin de tweede wooneenheid wordt gerealiseerd in visueel opzicht de uitstraling van één woning behoudt; e. de bedrijfswoning waarin de tweede wooneenheid wordt gerealiseerd een minimale toegelaten inhoud heeft van meer dan 350 m3; f.
er sprake is van sloop van gebouwen, met een oppervlakte van ten minste 300 m2 inzetbare sloopmeters, met dien verstande dat: uitsluitend indien de sloopmogelijkheden op het betreffende perceel volledig zijn benut, mag ook de sloopoppervlakte van meerdere locaties worden meegerekend om aan de vereiste sloopoppervlakte te komen; monumentale gebouwen niet mogen worden gesloopt en niet mee tellen in de bepaling van de sloopoppervlakte; de inzetbare sloopmeters afkomstig moeten zijn uit het buitengebied van de gemeente Barneveld, dan wel uit het buitengebied van een andere gemeente die het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 heeft vastgesteld; verzekerd is dat herbouw van de gesloopte gebouwen niet mogelijk is. 9. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 9.1 en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor is of wordt afgeweken van het plan met toepassing van artikel 4.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 4.6 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de in artikel 4.2 vermelde bouwregels, voor zover van toepassing. 10. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.5 voor wat betreft de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van een overige bouwwerk geen gebouw zijnde, niet meer dan 10 m bedraagt, mits: a.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; b. de verhoging bedrijfstechnisch noodzakelijk is.
20
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
Garderbroekerweg XXIX
4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1
Gebruik overeenkomstig de bestemming
Als gebruik overeenkomstig de bestemming wordt aangemerkt: a. gebruik van ruimten binnen de bedrijfswoning ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroe en/of, kleinschalig bedrijf, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 35% van de (vloer)oppervlakte van de 'bedrijfswoning', tot ten hoogste 60 m2 bij een bedrijfswoning, mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep en/of het kleinschalige bedrijf; 2. degene die de onder a genoemde activiteiten in de 'bedrijfswoning' uitvoert, dient tevens de bewoner van deze woning te zijn; 3. vergunningplichtige of meldingsplichtige activiteiten ingevolge de Wet milieubeheer zijn niet toegestaan. b. In de bedrijfswoning is ook een bed & breakfast toegelaten met dien verstande dat daarvoor niet meer dan twee kamers in de woning mogen worden gebruikt met maximaal twee bedden per kamer en dat het parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden. c. het gebruik van grond als paardrijbak, mits: 1. de paardrijbak wordt gebruikt ten dienste van bewoners van de bedrijfswoning; 2. de paardrijbak ligt binnen het bestemmingsvlak of aansluitend aan het bestemmingsvlak; 3. de paardrijbak ligt achter de voorgevelrooilijn; 4. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 800 m2; 5. de afstand tot een woning van een derde niet minder dan 50 m bedraagt.
d. het gebruik van grond voor het plaatsen van zonnecollectoren, mits: 1. de zonnecollectoren geplaatst worden achter de voorgevelrooilijn 2. de totale oppervlakte die gebruikt wordt voor het plaatsen van zonnecollectoren maximaal 150 m2 bedraagt; 3. de geschatte opbrengst in kilowattuur mag niet meer zijn dan ten hoogste het geschatte eigen verbruik van de woning met bijbehorende bijgebouwen; 4. de aanwezige daken van woning(en) en (bedrijfs)gebouwen onvoldoende geschikt zijn door draagconstructie, vorm, monumentale waarde, afmeting of oriëntatie om de zonnecollectoren op te bevestigen; 5. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit. 4.5.2
Gebruik strijdig met de bestemming
Als gebruik strijdig met de bestemming wordt aangemerkt: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor buitenopslag;
4.6
Afwijken van de gebruiksregels
1. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.1 aanhef en onder a en toestaan dat tevens landelijke bedrijven worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving lager dan wel gelijk te stellen zijn met de ter plaatse toegestane bedrijven, mits: a. de belangen van eigenaren/gebruikers van de nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie; c. het te vestigen landelijke bedrijf moet binnen dezelfde of een lagere milieucategorie vallen, met dien verstande dat uitsluitend bedrijven zijn toegestaan die genoemd worden in Bijlage 3, mits het geen Wgh-inrichtingen of Bevi-inrichtingen betreft; "Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
21
Garderbroekerweg XXIX d. er mag geen afbreuk worden gedaan aan de ecologische en landschappelijke waarden; e. er aangetoond wordt dat er geen sprake zal zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking en dat het parkeren binnen het bestemmingsvlak plaatsvindt. 2. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.5.1 ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep en/of kleinschalig bedrijf in een bijgebouw, mits: a. maximaal 25% van de totale (vloer)oppervlakte van de 'bedrijfswoning' en de bijgebouwen wordt gebruikt voor het aan huis verbonden beroep en/of kleinschalig bedrijf; b. de totale gezamenlijke (vloer)oppervlakte die wordt aangewend voor het aan huis verbonden beroep en/of kleinschalig bedrijf niet meer bedraagt dan 60 m2 bij een bedrijfswoning en 35 m2 bij een 'kleine woning'; c. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie. 3. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.5.1 en het gebruik van de bijgebouwen bij de woning ten behoeve van een bed & breakfast toestaan, mits: a. dit niet meer dan twee kamers betreft met maximaal twee bedden per kamer; b. er in die bijgebouwen geen keuken aanwezig is; c.
de oppervlakte van de ruimte in gebruik voor bed & breakfast niet meer bedraagt dan 60 m2; d. het parkeren plaatsvindt op eigen terrein. 4. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.5.1 ten behoeve van het gebruik van grond als paardrijbak waarbij de paardrijbak ligt voor de voorgevelrooilijn, mits: a. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige landschapswaarden, tenzij hieraan door het nemen van maatregelen voldoende tegemoet kan worden gekomen. 5. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.1 en de stalling van caravans, campers en boten van derden toestaan, mits deze plaatsvindt in bestaande gebouwen. 4.7
Wijzigingsbevoegdheid
4.7.1
Bebouwde oppervlakte vergroten
Burgemeester en wethouders kunnen de maximaal toegestane bebouwde oppervlakte zoals opgenomen in artikel 4.2.2 lid d wijzigen, de bestemming wijzigen in 'Groen' en voorwaardelijke verplichting(en) in de regels opnemen, met inachtneming van het volgende: De totale oppervlakte in het totaal maximaal 1.000 m2 bedraagt per bestemmingsvlak; het terrein dient te worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing; er mag geen sprake zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; e. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie; f. er mag geen significante aantasting plaatsvinden van ecologische waarden; g. er dient sprake te zijn van sloop (en hergebruik) van gebouwen, waarbij per toe te voegen m2 (vloer)oppervlakte boven de oppervlakte die op grond van artikel 4.2.2 lid d., reeds is toegestaan, voor zover deze toevoeging zich bevindt binnen de bandbreedte van 0 tot en met 1.000 m2, er 2 m2 inzetbare sloopmeters nodig zijn; a. b. c. d.
met dien verstande dat: uitsluitend indien de sloopmogelijkheden op het betreffende perceel volledig zijn benut, mag ook de sloopoppervlakte van meerdere locaties worden meegerekend om aan de vereiste sloopoppervlakte te komen; 22
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
Garderbroekerweg XXIX monumentale gebouwen niet mogen worden gesloopt en niet mee tellen in de bepaling van de sloopoppervlakte; de inzetbare sloopmeters afkomstig moeten zijn uit het buitengebied van de gemeente Barneveld, dan wel uit het buitengebied van een andere gemeente die het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 heeft vastgesteld; verzekerd is dat herbouw van de gesloopte gebouwen niet mogelijk is.
Artikel 5 5.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. opgaande beplanting; met daaraan ondergeschikt: b. waterhuishoudkundige voorzieningen; c. parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende: d. e. f. g.
andere groenvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde; werken, geen bouwwerken zijnde; paden.
5.2
Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 9 m; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. 5.3
Nadere eisen
1. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. een goede milieusituatie; d. de bereikbaarheid voor hulpdiensten; e. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden; f. de landschappelijke inpassing van de bebouwing; g. architectonische en/of cultuurhistorische waarde van andere bebouwing; h. een ongestoorde ligging van kabels en leidingen. 2. Bij het stellen van nadere eisen is de procedure zoals weergegeven in artikel 14.1 van toepassing. 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Gebruik strijdig met de bestemming
Als gebruik strijdig met de bestemming wordt aangemerkt het verharden van onverharde paden.
5.5
Afwijken van de gebruiksregels
1. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 5.1 ten behoeve van het aanleggen van in- en uitritten om aangrenzende gebouwen en terreinen te kunnen bereiken en "Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
23
Garderbroekerweg XXIX verlaten. De breedte van een in- en uitrit mag niet meer bedragen dan 4 m. 2. Het afwijken kan slechts, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de bereikbaarheid voor hulpdiensten; d. de gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden. 5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het vergraven, egaliseren en ophogen van gronden; b. het kappen en/of rooien van bomen en houtgewas c. het verbreden en verharden van paden, het aanleggen van wegen en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; d. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; e. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief en/of educatief medegebruik; f. werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tengevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten. 2. Het in artikel 5.6, eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b.
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. 3. De werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, zijn in strijd met het bestemmingsplan indien door de uitvoering daarvan, dan wel door de direct of indirect te verwachten gevolgen, onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarde, bedoeld in artikel 5.1, en hieraan door het stellen van voorwaarden onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(-en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden van de gronden. 6.2
Bouwregels
1. Op of in deze gronden mogen, in afwijking van hetgeen in overige bestemmingen is bepaald, geen bouwwerken worden gebouwd voor zover de oppervlakte van het (ondergrondse) bouwwerk meer dan 10.000 m2 en de ondergrondse bouwdiepte meer dan 0,3 m bedraagt. 2. Als artikel 6.2, eerste lid van toepassing is, dan mag desondanks worden gebouwd ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming (en) - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - indien de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld met een archeologisch onderzoeksrapport en/of advies van een archeologisch deskundige. In dat geval kan aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de voorwaarde worden verbonden dat technische maatregelen worden getroffen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 3. Indien uit de hiervoor bedoelde onderzoeksrapportage en/of advies blijkt dat de archeologische 24
"Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
Garderbroekerweg XXIX waarden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag toch een omgevingsvergunning verlenen op voorwaarde dat: opgravingen worden verricht en daarvan binnen twee jaar na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning voor het bouwen rapportage wordt gedaan; en/of een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, begeleidt. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Het is binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren over een oppervlakte van meer dan 10.000 m2: a. grondbewerkingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen en kolken; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld. 2.
De vergunning kan worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden, hetgeen kan blijken uit een archeologische rapportage en/of advies van een archeologische deskundige. 3. Het in artikel 6.3 lid 1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. behoren bij het normale onderhoud, gebruik en beheer, dan wel archeologisch onderzoek betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. ten dienste van archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd. 6.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat deze bestemming komt te vervallen, indien als gevolg van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn of indien het rijksmonument is geschrapt uit het register op grond van de Erfgoedwet.
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(-en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden van de gronden. 7.2
Bouwregels
1. Op of in deze gronden mogen, in afwijking van hetgeen in overige bestemmingen is bepaald, geen bouwwerken worden gebouwd voor zover de oppervlakte van het (ondergrondse) bouwwerk meer dan 2.000 m2 en de ondergrondse bouwdiepte meer dan 0,3 m bedraagt. 2. Als artikel 7.2, eerste lid van toepassing is, dan mag desondanks worden gebouwd ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming (en) - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - indien de archeologische waarden van het terrein naar het "Garderbroekerweg XXIX" (vastgesteld)
25
Garderbroekerweg XXIX oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld met een archeologisch onderzoeksrapport en/of advies van een archeologisch deskundige. In dat geval kan aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de voorwaarde worden verbonden dat technische maatregelen worden getroffen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 3. Indien uit de hiervoor bedoelde onderzoeksrapportage en/of advies blijkt dat de archeologische waarden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag toch een omgevingsvergunning verlenen op voorwaarde dat: opgravingen worden verricht en daarvan binnen twee jaar na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning voor het bouwen rapportage wordt gedaan; en/of een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, begeleidt. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Het is binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren over een oppervlakte van meer dan 2.000 m2: a.