CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Essenerweg XIX_Bijlagen

Gemeenteraad 27 september 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Essenerweg XIX, Kootwijkerbroek23.885 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Afbeelding 1.1: Kaart met globale ligging projectlocatie in Kootwijkerbroek (rode cirkel), schaal 1:17700. Bron: Pdok BRT achtergrondkaart (app.pdok.nl/viewer).

Afbeelding 1.2: Luchtfoto met de geplande bouwkavel (rode kader) met daarin het deel van de schuur dat wordt verwijderd (rode stippellijn). Bron ondergrond: Pdok luchtfoto (app.pdok.nl/viewer).

5

Ecologische quickscan Essenerweg 75-77

22 december 2022

Woning

Bijgebouw

Bijgeb ouw

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Esse ne

rweg Afbeelding 1.3: Situatieschets bestaande bouw per 10-10-2020. Bron: Bouwkundig teken- en ontwerpbureau van Ee, 2020.

Constructies en definitieve maatvoering volgens tekeningen en berekeningen constructeur. Maten dienen in het werk opgenomen en gecontroleerd te worden.

Opdrachtgever

: Nieuwbo Kootwijke : Fam. Ja

Onderwerp

: SO - Situa

Revisie

Wijziging

:

Wijziging

Wijziging

:

Wijziging

:

: A3 : :

Bouwkundig Teken- en Ontwerpbureau van Ee E-mailadres : Info@btovanee.nl Adres : Wesselseweg 117A, 3774 RK Kootwijkerbroek

Bijgeb ouw

Woning 77

Formaat

: 1:500

Verkeersgebi ed

: 01

: 10-10-2020

Schaal

Versterke n aanzicht

Bladnummer

Datum

Open gebie d groene zone

Projectnummer : 9039

Functio nele zone

Bouwplan

Esse nerw eg

8.999

5.324

14.000

Woning 77

3.357

4.044

Woning 75

Bijgebouw

3.156

9.000

3.156

ssen Afbeelding 1.4: Situatieschets van de Etoekomstige er e situatie. g Ee, 2020. Bron: Bouwkundig teken- en ontwerpbureauwvan

Constructies en definitieve maatvoering volgens tekeningen en berekeningen constructeur. Maten dienen in het werk opgenomen en gecontroleerd te worden.

: Nieuwbouw won Kootwijkerbroek : Fam. Jansen/ D

Bouwplan Opdrachtgever Onderwerp

Projectnummer : 9039

Bladnummer

6

Ecologische quickscan Essenerweg 75-77

: 02

Datum

: 10-10-2020

Schaal

: 1:500

Wijziging Wijziging

: SO - Situatieschets

Formaat

: A3

Geteke

Revisie

:

Gecont

:

Wijziging

:

Wijzigin

:

Wijziging

:

Wijzigin

Bouwkundig Teken- en Ontwerpbureau van Ee E-mailadres : Info@btovanee.nl Adres : Wesselseweg 117A, 3774 RK Kootwijkerbroek

22 december 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2

Resultaten bescher mde f lora en fauna 2.1 Bron- en literatuuronderzoek Waarnemingen van de afgelopen 5 jaar in de directe omgeving (< 1km) van het plangebied vanuit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) zijn terug te vinden in bijlage A. 2.2 Broedvogels 2.2.1 Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing, soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt. Ook andere onderdelen van de leefomgeving van belang voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd, zoals bijvoorbeeld jachtgebied van uilen en roofvogels of schuil- en slaapplekken van huismussen. Bij het veldbezoek zijn geen vogels waargenomen waarvan nestplaatsen jaarrond beschermd zijn. Tevens zijn bij inspectie van de schuur en de omliggende groenstructuren geen nestplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Het dak was langs de gehele lengte voorzien van vogelschroot onder de golfplaten, waardoor aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen onder de dakbedekking op voorhand is uitgesloten.

Ook nestplaatsen van bijvoorbeeld uilen of zwaluwen aan de binnenzijde van de schuur zijn uitgesloten door het ontbreken van geschikte toegangsopeningen. Dakranden sluiten namelijk rondom goed aan, deuren zijn doorgaans gesloten, en andere openingen zijn afwezig. Ook zijn geen sporen van roofvogels, zoals plukresten, braakballen of grote nesten/horsten binnen het plangebied of de directe omgeving aangetroffen. Een vogelnestkast is aan de schuur bevestigd, deze kan onder andere gebruikt worden door soorten als koolmees en pimpelmees, welke volgens de Vogelrichtlijn categorie 5 beschermd zijn. Dit houdt in dat nestplaatsen jaarrond beschermd zijn onder zwaarwegende ecologische redenen, bijvoorbeeld wanneer het een groot aantal nestplaatsen betreft. Voor de projectlocatie betreft het slechts twee tijdelijke nestkasten, die ook door andere soorten gebruikt worden. Een zwaarwegende ecologische reden is hiermee uitgesloten. Bovendien blijft de nestkast aan de boom daar hangen, en wordt de nestkast die nu aan de schuur hangt elders op het terrein opgehangen. Door het ontbreken van nestplaatsen of potentie hiervoor, zijn negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen uitgesloten. Nader onderzoek naar deze soortgroep is niet noodzakelijk.

2.2.2 Overige broedvogels In de zuidoostelijke zijkant van de dakrand is een nest aangetroffen, en aan de westkant van de schuur en aan een boom ten oosten van de schuur hangen een nestkastjes voor vogels (afbeelding 2.4). Ook is in een boom aan de oostkant van de schuur een nest aangetroffen. Deze kunnen in het broedseizoen door verschillende algemene broedvogels gebruikt worden, zoals mezen en merel. Daarnaast bieden de verschillende bomen en de beukenhagen in het plangebied veel mogelijkheden voor nestbouw, waardoor aanwezigheid van broedende vogels hierin tijdens het broedseizoen niet zijn uit te sluiten. Effect: Effecten op jaarrond beschermde nesten zijn uitgesloten. Vervolgonderzoek naar deze soortgroep is niet nodig. Tijdens het broedseizoen kunnen bezette nesten van algemene broedvogels

7

Ecologische quickscan Essenerweg 75-77

22 december 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

verstoord worden. Dergelijke nesten zijn altijd beschermd zolang deze gebruikt worden, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. Voer de werkzaamheden daarom uit buiten de broedperiode, of neem maatregelen om potentiële verstoring te voorkomen. Voor veel soorten is de broedperiode half maart - half augustus, maar eerdere of latere broedgevallen van met name duiven zijn niet uitgesloten. Leidend is de aanwezigheid van bezette nesten, ongeacht de periode. In de periode half maart - half augustus zijn werkzaamheden alleen verantwoord indien een broedvogelcheck uit te voeren door een ecologisch deskundige (volgens definitie van de RVO) aantoont dat er geen broedgevallen aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. 2.3 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd.

2.3.1 Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten worden uitsluitend of gedeeltelijk in gebouwen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. Daarnaast zijn er soorten die hoofdzakelijk in bomen verblijven. Holten, scheuren en ruimtes achter losse stukken bast vormen bijvoorbeeld geschikte verblijfplaatsen. Er zijn ook soorten die zowel in bomen als in gebouwen worden aangetroffen. De muren van de schuur sluiten strak aan op de dakrand, waardoor er geen toegangsmogelijkheden tot de schuur zijn voor vleermuizen. Ook andere openingen zijn niet waargenomen. Aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten kan derhalve worden uitgesloten. Tevens bevatten de bomen in de buurt van de schuur geen geschikte holtes, scheuren of losse stukken schors. Aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten binnen het plangebied is daarmee uitgesloten. Bovendien is kap van bomen geen onderdeel van de voorgenomen werkzaamheden. Effect: De te slopen schuur en de bomen in de omgeving van het plangebied hebben geen potentie als vleermuisverblijfplaats. Negatieve effecten op vaste jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen zijn daarmee uitgesloten. Vervolgonderzoek naar deze soortgroep is niet nodig.

2.3.2 Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen door aanwezigheid van diverse soorten opgaand groen. Het is aannemelijk dat vleermuizen hier daadwerkelijk foerageren. Vergelijkbare foerageermogelijkheden zijn in de omgeving aanwezig in de vorm van bomenrijen en tuinen, dus van essentieel foerageergebied is geen sprake. De functie als foerageergebied van vleermuizen is in de toekomst vrijwel ongewijzigd, omdat enkel wat struiken, tuinplanten en een deel beukenhaag zal worden verwijderd, maar van dergelijk groen zullen genoeg exemplaren blijven staan. Bovendien zullen nieuwe exemplaren in de toekomstige tuin worden teruggeplant. Binnen het plangebied zijn geen lijnvormige landschapsstructuren aanwezig die mogelijk als vliegroute voor vleermuizen zouden kunnen dienen. Er zijn daarom geen negatieve effecten te verwachten op vliegroutes van vleermuizen. Effect: Effecten op essentieel foerageergebied en vliegroutes zijn uitgesloten gezien het grote aanbod van opgaand groen in de omgeving van het plangebied en aangezien het plangebied deze functie in de toekomst blijft vervullen. Vervolgonderzoek naar foerageergebied en vliegroutes van

8

Ecologische quickscan Essenerweg 75-77

22 december 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

vleermuizen is niet nodig. Mogelijk foerageren vleermuizen boven en rond het plangebied. Beperk lichtverstoring van foeragerende en passerende vleermuizen zoveel als redelijkerwijs mogelijk is. Vanuit de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, dient onnodige lichtverstoring van foerageergebied in de actieve periode voorkomen te worden. Als er in de periode half maart t/m oktober tussen zonsondergang en zonsopkomst verlichting wordt toegepast dan zijn maatregelen nodig om lichtverstoring te voorkomen. Voorkom uitstraling van kunstlicht richting omliggende bomen. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik ‘batlampen’ en plaats niet meer verlichting dan nodig. 2.4 Grondgebonden zoogdieren Onder “grondgebonden zoogdieren” worden hier bedoeld alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn bijvoorbeeld knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marters. In de omgeving komen de grondgebonden zoogdieren egel en haas voor (zie bijlage A voor tabel met waarnemingen). De rododendrons en beukenhagen zijn qua structuur relatief dicht, maar bij inspectie bleken deze vrij van bladophoping of andere schuilmogelijkheden, waardoor aanwezigheid van overwinteringsplaatsen van egels zijn uitgesloten. Echter, egels slapen in de zomer vaak op de kale grond onder dicht struikgewas (Zoogdiervereniging, 2022).

Aanwezigheid van egels binnen het plangebied tijdens de zomer zijn daarmee niet uitgesloten. Indien groenstructuren in de zomer worden verwijderd moeten vanuit de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, werkzaamheden op een rustige manier en in één richting verricht worden, zodat eventueel aanwezige dieren de kans krijgen om te vluchten. Het gazon is eventueel geschikt als foerageergebied voor hazen, maar het belang van de tuin als leefgebied voor hazen is zeer beperkt. Beter geschikte alternatieven zijn veelvuldig in de directe omgeving aanwezig in de vorm van akkers en weilanden. De schuur is in goede staat en rondom goed afgesloten. Als zodanig ontbreken toegansgmogelijkheden voor marterachtigen. Sporen van marterachtigen, zoals prooiresten, krabsporen of uitwerpselen zijn niet aangetroffen. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van marterachtigen binnen het plangebied is derhalve uitgesloten. Mogelijk wordt de omgeving gebruikt als jachtgebied van marterachtigen, maar voor deze soorten zijn voldoende alternatieven beschikbaar in de omgeving, van essentieel foerageergebied is dus geen sprake. Stapels takken die als rust- of voortplantingsplaats voor marterachtigen kunnen dienen zijn niet aangetroffen.

Holen van konijn of vos, legers van hazen, nesten van eekhoorn, burchten van das of andere sporen van grondgebonden zoogdieren zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De relatieve kleinschaligheid van de werkzaamheden (het verwijderen van een deel van de schuur en nieuwbouw van een woning) maakt dat negatieve effecten op deze soorten zijn uitgesloten. Daarnaast is het aannemelijk dat algemene zoogdieren (zoals veldmuis, spitsmuis en egel) gebruik maken van het plangebied, met name de beukenhagen en rododendrons. Voor deze soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, dus moet alleen rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, die voor alle dieren en planten geldt. Effect: Negatieve effecten op beschermde, niet-vrijgestelde, soorten zijn uitgesloten binnen het plangebied. Het uitvoeren van nader onderzoek naar overige zoogdieren is niet nodig. Er worden uitsluitend kleine, vrijgestelde, zoogdiersoorten verwacht. Omdat voor de te verwachten soorten een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt moet alleen rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, die voor alle dieren en planten geldt.

9

Ecologische quickscan Essenerweg 75-77

22 december 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2.5 Overige soortgroepen Vanuit de omgeving zijn geen waarnemingen bekend van beschermde amfibieën, reptielen, vissen, ongewervelden, vaatplanten of paddestoelen. Bij het veldbezoek zijn ook geen exemplaren , sporen of mogelijkheden voor dergelijke soorten aangetroffen. Permanent oppervlaktewater is afwezig, waardoor aanwezigheid van vissen en voortplantings- of overwinteringsmogelijkheden voor amfibieën zijn uitgesloten. Geschikt habitat voor reptielen, zoals los zand voor voortplanting, ontbreekt eveneens. Mogelijk wordt het plangebied gebruikt door enkele algemene soorten, bijvoorbeeld amfibieën die relatief ver van voortplantingswater voor kunnen komen zoals bruine kikker en gewone pad, maar ook voor deze soorten is de functie van het plangebied als leefgebied zeer beperkt. Bovendien geldt voor dergelijke soorten een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, dus moet alleen rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, die voor alle dieren en planten geldt. Invasieve exoten zijn niet aangetroffen binnen het plangebied of de directe omgeving. Effect: Negatieve effecten op beschermde soorten uit overige soortgroepen zijn uitgesloten binnen het plangebied. Het uitvoeren van nader onderzoek naar overige soortgroepen is niet nodig.

2.6 Algemeen • Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. • Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

10

Ecologische quickscan Essenerweg 75-77

22 december 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afb. 2.1: Schuur gezien vanaf het zuidwesten. Men Afb. 2.2: De kopse kant van de schuur gezien is voornemens om het deel tot aan de schuifdeur te vanaf het zuidwesten. Men is voornemens dit deel verwijderen om plaats te maken voor een woning. te verwijderen. Er is een nest van een algemene broedvogel aangetroffen in de rechter dakrand.

Afb. 2.3: De dakrand sluit rondom goed aan Afb. 2.4: Twee nestkasten zijn bevestigd aan het te en de bekleding is in dermate goede staat dat verwijderen deel van de schuur, een voor vogels toegangsopeningen voor beschermde soorten (rechts) en een voor insecten (links). ontbreken.

Afb. 2.5: Parkeerplaats ten zuiden van de schuur, Afb. 2.6: Tussen de beukenhagen en onder welke zal worden verwijderd. De naastgelegen rodondendrons is gelegenheid voor egels om te rusten in de zomer. De strooisellaag is overal te dun bosschages worden eveneens verwijderd. om te dienen als overwinteringsplaats.

11

Ecologische quickscan Essenerweg 75-77

22 december 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

3

Gebiedsbescher ming

De Wet natuurbescherming maakt onderscheidt tussen soort- en gebieds­ bescherming. Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van b ­ eschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde gebieden en de beoordeling of er van het voornemen een (in)direct effect uitgaat behandeld. Is er sprake van een mogelijk negatief effect, dan is planaanpassing en/of nader onderzoek nodig.

3.1 Natura 2000-gebied De planlocatie ligt op ongeveer 2,9 kilometer afstand ten westen en ongeveer 4,0 km ten noorden van Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (afbeelding 3.1). Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 16 kilometer afstand. Gezien de afstand tot Natura 2000-gebieden en de aard en schaal van de ontwikkelingen (gedeeltelijke sloop en nieuwbouw) is het uitgesloten dat de voorgenomen activiteiten van invloed zijn op aangewezen doelsoorten en habitattypen van Natura 2000-gebieden, met mogelijke uitzondering van effecten door stikstof. Sinds 2 november 2022 is de bouwvrijstelling van de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering komen te vervallen. Activiteiten met tijdelijke emissies dienen getoetst te worden op lokale effecten. De ontwikkelingen leiden mogelijk tot een tijdelijke toename van stikstofemissie in de sloop- en bouwfase door inzet van machines en aan- en afvoer van materialen. Binnen huidige inrichting van de kavel is geen sprake van bewoning, waar in de toekomstige gebruiksfase wel sprake van is. De uitstoot van stikstof vanuit het plangebied zal met bewoning hoger zijn, onder andere door in gebruikneming van een verwarmingssysteem op gas. Ook een toename in verkeersbewegingen, en de daarmee gepaarde stikstofuitstoot, wordt in de toekomstige gebruiksfase verwacht. Voor de sloop- en aanlegfase, en de toekomstige gebruisfase is een stikstofberekening nodig.

Effect: Gezien de aard van de ontwikkelingen binnen het plangebied en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn negatieve effecten op aangewezen doelsoorten en habitattypen uitgesloten, met mogelijke uitzondering van stikstof. Voer een stikstofberekening uit in AERIUS-calculator om te bepalen of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en daarmee mogelijk vergunningplicht ten aanzien van het aspect stikstof. De stikstofberekening is geen onderdeel van voorliggend onderzoek. 3.2 Gelders Natuurnetwerk Nederland (GNN), Groene Ontwikkelingszone (GO) De onderzoekslocatie ligt buiten het GNN, GO, en andere provinciaal beschermde gebieden (afbeelding 3.2). Er geldt geen externe werking. Effecten op provinciaal beschermde gebieden zijn uitgesloten. Effect: De ontwikkelingen leiden niet tot externe negatieve effecten op de kernkwaliteiten en doelstellingen van het van het GNN, GO en andere provinciaal beschermde gebieden. Het uitvoeren van een ‘nee, tenzij’-toets of andere vervolgstappen ten aanzien van provinciaal beschermde gebieden is niet aan de orde.

12

Ecologische quickscan Essenerweg 75-77

22 december 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2,9 km

4,0 km

Afb. 3.1: Ligging projectlocatie (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebied. Bron: webkaart Natura 2000 (https://geocontent.rvo.nl/Natura2000/Overzichtskaart/).

Afb. 3.2: Ligging projectlocatie (rode cirkel) ten opzichte van beschermde natuurgebieden. Lichtgroen = groene ontwikkelingszone, donkergroen = GNN, groen gearceerd = Natura 2000. Bron: webkaart provincie Gelderland.

13

Ecologische quickscan Essenerweg 75-77

22 december 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

4

Conclusies en aanbevelingen 4.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Vogels - jaarrond beschermde nesten nee geen geen Vogels - algemene broedvogels ja mogelijk zie 3.2.1 Vleermuizen - verblijfplaatsen nee geen geen Vleermuizen - vliegroutes nee geen geen Vleermuizen - essentieel foerageergebied nee geen geen Vleermuizen - lichtverstoring mogelijk mogelijk zorgplicht Overige zoogdieren vrijgesteld mogelijk zorgplicht Reptielen nee geen geen Amfibieën vrijgesteld mogelijk zorgplicht Vissen nee geen geen Ongewervelden nee geen geen Vaatplanten nee geen geen Paddestoelen nee geen geen

4.2 Conclusies en aanbevelingen 4.2.1 Vogels • Negatieve effecten op vogelsoorten met jaarrond beschermde rust- of nestplaatsen zijn uitgesloten. • Tijdens het broedseizoen kunnen bezette nesten van algemene broedvogels in de dakrand, bomen en ander opgaand groen in de omgeving van het plangebied voorkomen. Dergelijke nesten zijn altijd beschermd zolang deze gebruikt worden, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. Voer de werkzaamheden daarom uit buiten de broedperiode of neem maatregelen om verstoring te voorkomen. Voor veel soorten is dat de periode half maart - half augustus, maar eerdere of latere broedgevallen van met name duiven zijn niet uitgesloten. Leidend is de aanwezigheid van bezette nesten, ongeacht de periode. In de periode half maart - half augustus zijn werkzaamheden alleen verantwoord indien een broedvogelcheck uit te voeren door een ecologisch deskundige (volgens definitie van de RVO) aantoont dat er geen broedgevallen aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. 4.2.2 Vleermuizen • De werkzaamheden leiden niet tot negatieve effecten op verblijfplaatsen, vliegroutes of belangrijk foerageergebied van vleermuizen. • Effecten van lichtverstoring op foeragerende en passerende vleermuizen zijn niet aan de orde mits toekomstige werkzaamheden overdag worden uitgevoerd.

Wanneer toch gebruik gemaakt wordt van bouwverlichting moet uitstraling van kunstlicht richting boomkronen voorkomen worden. Andere manieren om lichtverstoring te beperken zijn bijvoorbeeld het toepassen van armaturen die uitstraling naar boven voorkomen, het beperken van de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter en/of het toepassen van verlichting met vleermuisvriendelijke frequenties (amberkleurige ‘batlampen’).

14

Ecologische quickscan Essenerweg 75-77

22 december 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

4.2.3 Zoogdieren • Nader onderzoek naar beschermde zoogdieren is niet aan de orde, omdat uitgesloten kan worden dat beschermde zoogdieren aanwezig zijn in het plangebied. • Mogelijk maken algemene zoogdieren zoals muizen gebruik van het plangebied. Voor dergelijke soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarom moet alleen rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, die voor alle dieren en planten geldt. 4.2.4 Overige soortgroepen • Nader onderzoek naar beschermde soorten uit overige soortgroepen is niet aan de orde, omdat uitgesloten kan worden dat deze aanwezig zijn in het plangebied. Daarmee is overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van overige soortgroepen uitgesloten. • Er werden bij het veldbezoek geen invasieve exoten aangetroffen in de omgeving van de te slopen schuur. 4.2.5 t.a.v. zorgplicht en calamiteiten • Ten aanzien van álle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘Algemene zorgplicht’, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Met name geldt dit voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden.

• Worden er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk stil en neem contact op een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

15

Ecologische quickscan Essenerweg 75-77

22 december 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

5

Literatuurlijst

NDFF (2022). Nationale Databank Flora en Fauna uitvoerportaal. Zoekopdracht met waarnemingen van de afgelopen 5 jaar binnen de omgeving van het plangebied (<1km). Geraadpleegd op 16 december 2022, van https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/ Zoogdiervereniging (2022). Egel; Ecologie; Territorium en verblijfplaats. Geraadpleegd op 20 december 2022, van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/egel

16

Ecologische quickscan Essenerweg 75-77

22 december 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=d0f7a778-c808-466d-8a80-446dd22bf483