De Lanen-Oost_Toelichting_Bijlage 26 Nader ecologisch onderzoek (2020) (1)
Tekst van het document
•
Compensatie dient plaats te vinden en dient te functioneren voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden (volgens Aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Floraen faunawet, DR-2009)
•
Er wordt naar gestreefd dat de steenuilen die uit het plangebied verdreven worden, zich zoveel mogelijk langs natuurlijke weg zullen verplaatsen naar het compensatiegebied. Werkzaamheden worden daarom gefaseerd uitgevoerd. Op deze wijze worden niet alle
•
verblijfplaatsen in één keer aangetast, maar gaat dit geleidelijker Compensatie vindt zoveel mogelijk plaats in het gebied ten zuiden van het plangebied, omwille van drie redenen. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is de aanname dat de steenuilen zich naar het zuiden zullen verplaatsen − Het gebied ten zuiden van het plangebied komt qua landschapskenmerken zeer overeen met het huidige leefgebied van de steenuilen in het plangebied. Bovendien zijn in het zuidelijk gebied al enkele steenuilterritoria aanwezig, wat geschikte leefomstandigheden impliceert. Echter, dit gebied ten zuiden van het plangebied wordt nog niet maximaal wordt benut: er zijn nog enkele ‘gaten’ tussen aanwezige steenuilterritoria (zie figuur 4.1). Compensatiemaatregelen voor de steenuil dienen dan ook te bestaan door nieuwe nestgelegenheid te creëren in deze gaten, zodat het gebied geoptimaliseerd wordt en de steenuilen kunnen ‘inbreiden’. Bovendien zal door handhaving van het kleinschalige landschap met uitkijkposten en kort grasland de functionaliteit van het leefgebied
Compensatieplan Steenuil, Barneveld
19\22
Kenmerk R001-4561938BXH-kmi-V04-NL
−
behouden blijven. Op deze manier wordt een gunstige staat van instandhouding van de steenuilenpopulatie gegarandeerd. Aangezien steenuilen territoriaal zijn en een kleine dispersieafstand hebben (250-500 m) en dus zullen uitwijken naar geschikt leefgebied in de nabije omgeving, wordt verwacht dat uit het plangebied verdreven vogels zich verspreiden naar het zuidelijk gebied dat aan het plangebied grenst
−
• •
De zuidwaartse verspreiding wordt verder gestimuleerd door de ligging van de snelweg A30 ten westen van Barneveld. Deze vormt een barrière voor verspreiding van steenuilen vanuit het plangebied naar het westen
In het gebied ten zuiden van het plangebied worden 9 nieuwe nestkasten geplaatst In het gebied ten westen van de snelweg A30 worden 12 nieuwe nestkasten geplaatst. Uit inventarisatie blijkt dat ten westen van de snelweg ook al enkele territoria aanwezig zijn (zie figuur 4.1), en bovendien dat dit gebied ook zeer geschikt leefgebied lijkt voor steenuilen, met kleinschaligheid, openheid, aanwezigheid van heggen en foerageermogelijkheden. Helaas vormt de snelweg een mogelijke barrière voor steenuilen uit het plangebied om dit gebied te
•
bereiken, maar voor de al aanwezige steenuilen ten westen worden op deze manier meer nestgelegenheden gecreëerd In het gebied rond de Vellerseweg, ten oosten van het spoor, worden nog eens 4 nieuwe
•
nestkasten geplaatst volgens het zelfde inbreidingsprincipe als de bovenstaande twee zoekgebieden Het totaal te plaatsen nestkasten komt hiermee op 25. Zodoende wordt ruim voldaan aan de
•
1 op 3 compensatiemaatregel Toekomstige monitoring van ingebruikname en gebruik van nestkasten en onderhoud van de nestkasten zal periodiek uitgevoerd worden door de Steenuilenwerkgroep te Barneveld
6.2 6.2.1
Praktische uitwerking van de compensatie Inleiding
Door Tauw is een inventarisatie uitgevoerd naar geschikte locaties voor compensatie voor de Steenuil in verband met uitbreiding van de gemeente Barneveld. Deze inventarisatie heeft geleid tot drie zoekgebieden, waarbinnen bewoners zijn benaderd door middel van een brief. Deze zoekgebieden zijn ook weergegeven in figuur 4.1. Vervolgens zijn de bewoners telefonisch benaderd met de vraag of zij wilden meewerken aan het steenuilcompensatie-project van de gemeente Barneveld. Indien bewoners mee wilden werken aan het project, is een afspraak gepland om het terrein te bekijken. In februari en maart 2009 zijn door een medewerker van de gemeente Barneveld (E. Morren) en een ecoloog van Tauw (H. Bouman) de betreffende bewoners binnen de zoekgebieden ten zuiden van het plangebied en ten westen van de A30 bezocht. In maart en september 2010 zijn de bewoners binnen het zoekgebied ten oosten van het spoor door ecologen van Tauw (H. Bouman en J. Lidster) bezocht. Tijdens de bezoeken is beoordeeld of het terrein geschikt is en wat de mogelijkheden zijn voor compensatie.
20\22
Compensatieplan Steenuil, Barneveld
Kenmerk R001-4561938BXH-kmi-V04-NL
De meeste bewoners hebben aangegeven in te stemmen met het plaatsen van een steenuilkast, mits het de bedrijfsvoering niet hindert. 6.2.2
Locaties voor het plaatsen van een steenuilkast
Op basis van het aanwezige biotoop en reeds aanwezige nestlocaties/verblijfplaatsen van steenuilen en bosuilen (in verband met concurrentie), zijn geschikte locaties aangewezen voor het plaatsen van een nestkast voor steenuilen. Hiervoor zijn afspraken gemaakt met de bewoners van de betreffende percelen. Er zullen 25 nestkasten geplaatst worden op 22 adressen. De locaties zijn terug te vinden in bijlage 1. Deze locaties bevinden zich in een landschap dat wordt gekenmerkt door kleinschaligheid en door aanwezigheid van heggetjes, schuren, paaltjes, moestuinen, composthopen en grasland. Daarom worden deze locaties geschikt geacht voor nieuwe steenuilterritoria. De definitieve afspraken tussen de gemeente Barneveld en de bewoners worden in een contract vastgelegd in 2010 en door beide partijen ondertekend. De eerste fase van compenserende maatregelen voor Veller II en De Burgt heeft plaatsgevonden op 5 februari en 5 maart 2010. Er zijn in totaal al 19 nieuwe nestkasten geplaatst; acht in het gebied ten zuiden van Veller II en 11 in het gebied ten westen van de snelweg A30. De overige te plaatsen nestkasten zullen in het najaar van 2010 opgehangen worden. Alle nestkasten worden geplaatst door deskundige nestkastbouwers, in samenwerking met Tauw.
6.3
Monitoring nieuwe nestkasten
Om aan te tonen dat het compensatieplan werkt, moeten de nieuwe nestkasten gemonitord worden. Pas als aantoonbaar een nieuw broedpaar is gevormd bij een nieuwe nestkast, kan worden gesproken van een gecompenseerd territorium. Bij één gecompenseerd territorium mag een bestaand territorium (buiten het broedseizoen) ongeschikt gemaakt. Steenuilen vormen in het vroege voorjaar broedparen. De mannetjes laten daarbij de typerende paar- of territoriumroep horen [Beersma et al., 2008]. Vanaf september gaan jonge uilen op zoek naar nieuwe territoria, daarbij gaan de oudere mannetjes en de jonge mannetjes vaak ook roepen om de territoria te verdedigen [Beersma et al, 2008]. Het inventariseren van roepende mannetjes geeft een indicatie van aanwezige territoria. Vervolgens moet tijdens het broedseizoen worden gecontroleerd of er ook daadwerkelijk gebroed is. Op dat moment kan gesproken worden van een broedpaar in een territorium.
6.4
Alternatieve compensatiemaatregelen
De compensatiegebieden zijn uitgekozen op basis van geschiktheid voor steenuilen. De kans dat nieuwe nestkasten in gebruik worden genomen is daarom aanzienlijk. Indien mocht blijken dat desondanks niet alle zeven of acht te compenseren territoria vervangen worden door de nieuwe nestkasten, moet worden gezocht naar alternatieve oplossingen. Hierbij valt te denken aan het verbeteren van de leefomgeving van bestaande of potentiële territoria van steenuilen, door bijvoorbeeld de aanleg van meidoornhagen, uitkijkposten en hoogstamboomgaarden en het behoud van overhoekjes, composthopen en (dode) bomen met holtes.
Compensatieplan Steenuil, Barneveld
21\22
Kenmerk R001-4561938BXH-kmi-V04-NL
Hierdoor wordt de kans groter dat nieuwe nestkasten in gebruik worden genomen of dat er meerdere territoria in een gebied inpasbaar zijn. Zoals ook vermeld in de voorgaande paragraaf moet eerst een nieuw territorium aantoonbaar in gebruik zijn genomen voordat bestaande territoria mogen worden verstoord door (voorbereidende) bouwwerkzaamheden. Als dit niet of niet op tijd kan worden aangetoond voor alle te compenseren territoria, moeten de genoemde alternatieve compensatiemaatregelen verder worden uitgewerkt.
6.5 •
Aanbevelingen Het is belangrijk dat er een gunstige staat van instandhouding wordt gegarandeerd voor alle vogels die, net als steenuilen, ‘jaarrond’ afhankelijk zijn van nestgelegenheid. Te denken valt hierbij aan bijvoorbeeld roofvogels en spechten. In het plangebied zijn echter geen territoria van andere jaarrond beschermde vogelsoorten (categorie 1 tot en met 5) aangetroffen
•
Andere beschermde fauna: wellicht is het in de toekomst noodzakelijk dat mitigerende en compenserende maatregelen worden genomen voor vleermuizen of andere beschermde fauna (bijvoorbeeld steenmarters). Van belang is dat de functionaliteit van het leefgebied niet ‘tijdelijk’ achteruit mag gaan, dus het aantal verblijfplaatsen moet gelijk blijven. Voor het doen van juiste uitspraken over de huidige en toekomstige functionaliteit van het leefgebied van vleermuizen is eerst nader onderzoek nodig. Uit de resultaten van het nader onderzoek komt naar voren dat in de woonhuizen aan de Oud Vellerseweg nummer 7 en 14 vleermuizen zijn aangetroffen (R001-4509743OUM-V01). Het betreft een kleine verblijfplaats die voorafgaand aan de sloop gemitigeerd wordt
22\22
Compensatieplan Steenuil, Barneveld
Kenmerk R001-4561938BXH-kmi-V04-NL
7 Bronnen 7.1
Literatuur
[Beersma P., Beersma W. & Burg A. van den, 2008] Steenuilen, Roodbont uitgeverij, Zutphen [Dijk, A.J. van, 2004] Handleiding Broedvogel Monitoring Project (Broedvogelinventarisatie in proefvlakken). SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen [Hustings F. & Vergeer J.W., 2002] Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000, Verspreiding aantallen en verandering, Koninklijke Nederlandse Natuur Vereniging Uitgeverij, Utrecht [SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002] Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. ISBN: 90-5011-161-0 [Osieck, E.R. & F. Hustings, 1994] Rode lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland. Vogelbescherming Nederland, Zeist
7.2
Internet
www.barneveld.nl www.sovon.nl www.steenuil.nl
Compensatieplan Steenuil, Barneveld
23\22
Bijlage
1
Locaties voor steenuilkasten
In onderstaande figuur zijn de locaties van de nieuwe steenuilkasten indicatief weergegeven. Om privacyredenen en voor de bescherming van de steenuil zijn de exacte locaties van de nestkasten en de adresgegevens hier niet weergegeven. Deze gegevens zijn opvraagbaar bij gemeente Barneveld.
Bijlage
2
Overzicht steenuil territoria, nieuwe kasten en EHS