De Lanen-Oost_Toelichting_Bijlage 19 Bodemonderzoek Nederwoudseweg 66-68 (2018) (1)
Tekst van het document
MILIEUHYGIENISCHE ONDERZOEKEN Nederwoudseweg 66-68 Barneveld
kenmerk PJ Milieu BV: 18006601A
MILIEUHYGIENISCHE ONDERZOEKEN Nederwoudseweg 68 Barneveld
kenmerk PJ Milieu BV: 18006601A
opdrachtgever:
Bouwbedrijf R. van de Mheen B.V. te Hoevelaken
datum rapport:
30 april 2018
kenmerk:
18006601A
status:
Definitief
uitgevoerd door:
PJ Milieu BV
projectleider en rapporteur:
H. Mark MSc | mark@pjmilieu.nl
autorisatie:
ir. H.J.R. van Dasselaar
PJ Milieu BV | Nijverheidsstraat 21 | 3861 RJ Nijkerk | 033-2458511 | info@pjmilieu.nl | www.pjmilieu.nl
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ........................................................................................................... 6
2
VOORONDERZOEK ................................................................................................ 7 2.1 Werkwijze ................................................................................................... 7 2.2 Resultaten vooronderzoek ............................................................................. 7 2.2.1 Onderzoekslocatie .............................................................................. 7 2.2.2 Omgeving.......................................................................................... 8 2.3 Hypothese en onderzoeksopzet ...................................................................... 9
3
VERKENNEND BODEMONDERZOEK WEILAND .......................................................... 11 3.1 Uitvoering veldonderzoek ............................................................................. 11 3.2 Resultaten veldonderzoek ............................................................................ 11 3.3 Laboratoriumonderzoek ............................................................................... 12 3.4 Analyseresultaten ....................................................................................... 13 3.5 Herbemonstering grondwater ....................................................................... 15 3.6 Deelconclusie verkennend bodemonderzoek weiland ....................................... 16
4
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ERF .................................................................. 17 4.1 Uitvoering veldonderzoek ............................................................................. 17 4.2 Resultaten veldonderzoek ............................................................................ 17 4.3 Laboratoriumonderzoek ............................................................................... 18 4.4 Analyseresultaten ....................................................................................... 19 4.5 Deelconclusie verkennend bodemonderzoek erf .............................................. 20
5
NADER BODEMONDERZOEK ZINK .......................................................................... 21 5.1 Onderzoeksopzet ........................................................................................ 21 5.1.1 Conceptueel model ............................................................................ 21 5.1.2 Opzet veld- en laboratoriumonderzoek ................................................. 21 5.2 Uitvoering veldonderzoek ............................................................................. 22 5.3 Resultaten veldonderzoek ............................................................................ 22 5.4 Laboratoriumonderzoek ............................................................................... 22 5.5 Bijgewerkt conceptueel model ...................................................................... 23
6
VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK DAMMEN .......................................... 24 6.1 Uitvoering veldonderzoek ............................................................................. 24 6.2 Resultaten veldonderzoek ............................................................................ 24 6.3 Laboratoriumonderzoek ............................................................................... 24 6.4 Analyseresultaten ....................................................................................... 25 6.5 Deelconclusie verkennende onderzoeken dammen .......................................... 26
7
VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK ERF .................................................. 27 7.1 Uitvoering veldonderzoek ............................................................................. 27 7.2 Resultaten veldonderzoek ............................................................................ 27 7.3 Laboratoriumonderzoek ............................................................................... 27 7.4 Analyseresultaten ....................................................................................... 28 7.5 Deelconclusie verkennend asbest in grondonderzoek erf .................................. 28
8
NADER ASBEST IN GRONDONDERZOEK DAM E, G en I ............................................. 29 8.1 Uitvoering veldonderzoek ............................................................................. 29 8.2 Resultaten veldonderzoek ............................................................................ 29 8.3 Laboratoriumonderzoek ............................................................................... 29 8.4 Verontreinigingssituaties .............................................................................. 30
9
ASFALTONDERZOEK ............................................................................................. 32 9.1 Veldwerkzaamheden ................................................................................... 32 9.2 Laboratoriumonderzoek ............................................................................... 32 9.3 Deelconclusie asfaltonderzoek ...................................................................... 33
10 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ......................................................................... 34 10.1 Conclusies ................................................................................................ 34 10.2 Aanbevelingen .......................................................................................... 35
BIJLAGEN 1 | Fotobijlage 2 | Boorprofielen met legenda en verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk 3 | Analysecertificaten 4 | Toetsing analyseresultaten 5 | Algemene achtergrondinformatie 6 | Toetsingskader 7 | Kadastrale kaart, topografisch overzicht en tekening
Milieuhygiënische onderzoeken
1
INLEIDING
In opdracht van Bouwbedrijf R. van de Mheen B.V. te Hoevelaken zijn door PJ Milieu BV in de periode februari – april 2018 diverse milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse van de Nederwoudseweg 68 te Barneveld. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is een voorgenomen onroerende zaak transactie (aankoop). De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd met het oog op het toekomstige gebruik (wonen). De aanleiding is ook de aanvraag van een omgevingsvergunning. Normering en verantwoording Voorafgaand aan het veld- en laboratoriumonderzoek is vooronderzoek uitgevoerd volgens de NEN 5725 1, aanleiding A 2. De aansluitend uitgevoerde onderzoeken zijn gebaseerd op de NEN 5740 3, CROW 210 4 en NEN 5707 5. Doelstelling Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie.
De doelstellingen voor het onderzoek zijn als volgt: - Verkennend bodemonderzoek: het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit; - Asfaltonderzoek: het bepalen van de constructieopbouw en totale dikte van de asfaltverhardingen en het bepalen van de teerhoudendheid per te onderscheiden laag; - Verkennend asbest in grondonderzoek: met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking van verontreiniging van de vaste bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Indeling rapport In de rapportage worden de wijze van uitvoering en de resultaten van het onderzoek besproken. Op de volgende pagina’s geven wij de resultaten van het vooronderzoek en de diverse deelonderzoeken weer. Het rapport sluit af met conclusies en aanbevelingen. Verantwoording Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen. Desondanks dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen, gaten, sleuven en analyses uitgevoerd worden. Het kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet aangetroffen is. Tenslotte wordt opgemerkt dat PJ Milieu BV geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de onderzochte locatie.
1 2
3 4
5
NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek NEN 5740, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2016 CROW 210, Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt, selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt. CROW-publicatie 210, juni 2015 NEN 5707, Bodem. Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, Delft 2015
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
6
Milieuhygiënische onderzoeken
2
VOORONDERZOEK
2.1
Werkwijze
Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de omgeving. De volgende bronnen zijn geraadpleegd: het Kadaster; de opdrachtgever; de omgevingsdienst (OD de Vallei); het Bodemloket, Topotijdreis.nl en andere websites; de Grondwaterkaart van Nederland, de Bodemkaart van Nederland en/of het DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de onderzoekslocatie en de omgeving geïnspecteerd. Voor de resultaten van het vooronderzoek wordt verwezen naar de foto op de voorpagina en de bijlagen 1 en 7. Onder bijlage 1 is een foto-overzicht opgenomen. Onder bijlage 7 zijn opgenomen: een kadastrale kaart; het topografisch overzicht; een situatietekening. In paragraaf 2.2 wordt het één en ander verwoord en geïnterpreteerd weergegeven. Daarnaast wordt relevante aanvullende informatie verstrekt. 2.2
Resultaten vooronderzoek
2.2.1 Onderzoekslocatie Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 1
Topografische en algemene gegevens locatie
Algemeen Adres onderzoekslocatie
Nederwoudseweg 68 Barneveld
Kadastrale aanduiding
Gemeente Barneveld, sectie E, perceel 3495, 5104 en 5375*
Artikel 55
Ten aanzien van deze percelen zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is
Oppervlakte percelen
74.875 m²
* betreft kadastrale indeling bij start onderzoek, enkele percelen zijn gesplitst
Huidig gebruik Op Nederwoudseweg 66-68 heeft de locatie een agrarische functie (boerderij). De toegangsweg is voorzien van een asfaltverharding welke hier en daar aangeheeld is. Op het erf liggen klinkers. Op het erf zijn een houtkloofmachine, een aggregaat, smeerput en een mogelijke ontluchtingsbuis van een tank gesitueerd. Rond het erf en in de weilanden zijn een tiental dammen aanwezig. De locatie maakt een slordige indruk. In bijlage 7 is een situatietekening opgenomen.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
7
Milieuhygiënische onderzoeken
Historisch gebruik Er zijn (verder) geen relevante gegevens bekend met betrekking tot voormalige/historische bodembedreigende activiteiten. Te denken valt daarbij aan (ondergrondse) brandstoftanks, calamiteiten, ophogingen of dempingen. Dergelijke activiteiten kunnen aanleiding geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. In de meest westelijke schuur heeft een asbestbrand gewoed, waarna een asbestsanering is uitgevoerd. Diverse daken zijn voorzien van asbesthoudende golfplaat. In de kippenren is een asbesthoudende grondkering (object) aanwezig. Voor de exacte hoeveelheden en situering wordt verwezen naar de asbestinventarisatie van ons bureau (kenmerk 18006602K, d.d. 27 februari 2018). Van de locatie is geen bodeminformatie (bijvoorbeeld een voorgaand bodemonderzoek of een bodemsanering) bekend. Toekomstig gebruik Men is voornemens ter plaatse van de onderzoekslocatie nieuwbouw van woningen te realiseren. 2.2.2 Omgeving Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en een ‘strook grond’ hieromheen tot een afstand van maximaal 25 meter. Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente. Het gebied wordt in hoofdzaak benut voor agrarische doeleinden. Ten westen van de Nederwoudseweg is er sprake van een nieuwbouwwijk.
Bodembedreigende activiteiten Van de directe omgeving zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten. Voorbeelden zijn (ondergrondse) brandstoftanks, een olie-benzine-afscheider of calamiteiten. Deze kunnen aanleiding geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Bodeminformatie Van perceel E 5374 (eigendom gemeente Barneveld) is een verkennend en nader bodemonderzoek (CSO, kenmerk 08J157.R01, d.d. 18 februari 2009) bekend. In de bovengrond is een geval van niet-ernstig verontreiniging met koper aangetoond. Voor het overige zijn enkele parameters licht verhoogd aangetoond. In de moestuin is een asbesthoudende grondkering aangetroffen. Er zijn twee mengmonsters geanalyseerd op asbest, in beide is asbest niet aantoonbaar. Bodemopbouw en geohydrologie De locatie is opgenomen in rapport GWK-37 en gelegen op kaartblad 32 oost. Regionaal bestaat de bodem tot circa 10 meter minus maaiveld (m-mv) uit zand, matig fijn. De regionale grondwaterstroming is westelijk gericht. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Achtergrondgehalten De gemeente Barneveld beschikt over een (regionale) bodemkwaliteitskaart. De uitkomsten van het onderzoek kunnen met de in deze kaart genoemde achtergrondgehalten vergeleken.
Over het algemeen vindt dit echter alleen plaats als in de grondmonsters matig of sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
8
Milieuhygiënische onderzoeken
2.3
Hypothese en onderzoeksopzet
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt verwacht dat op een deel van de locatie sprake zal zijn van aanwezigheid van bodemverontreiniging (verdachte locaties). Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740. De verkennede asbest in grondonderzoeken worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Het asfaltonderzoek wordt uitgevoerd conform de CROW 210. Het algemene doel van verkennend bodemonderzoek is: het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Formeel (volgens de NEN 5740) is de doelstelling in deze situatie als volgt: het bepalen van de aard van een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond en het freatische grondwater boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde wordt aangetroffen (erf). De doelstelling bij de grootschalige onverdachte locatie (weiland) is als volgt: het aantonen dat op de onderzoekslocatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehalten boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde.
De doelstelling voor de asbest in grondonderzoeken is met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking van verontreiniging van de vaste bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Het doel van het asfaltonderzoek is het bepalen van de constructieopbouw en totale dikte van de asfaltverhardingen en het bepalen van de teerhoudendheid per te onderscheiden laag In de onderstaande tabellen zijn de gehanteerde onderzoeksstrategie en het daarop gebaseerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden per onderzoek schematisch weergegeven. Tabel 2
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie A
A - erf Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE) Veldonderzoek
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Aantal gaten
Grond
Verzamelmonsters
22
4
-*
Asbest in grond * afhankelijk van hetgeen wordt aangetroffen
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
9
Milieuhygiënische onderzoeken
Tabel 3
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie B
B - erf Onderzoeksstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m
grondwater
peilbuis
Bovengrond
Grond Ondergrond
Grondwater
18
4*
2
4
2
2
* in een later stadium zijn enkele boringen ter plaatse van de aggregaat en smeerput toegevoegd aan de opzet
Tabel 4
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie C
C - weiland Onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-GR-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m
grondwater
peilbuis
Bovengrond
Grond Ondergrond
Grondwater
26
4
8*
4
4
8
* enkele peilbuizen worden gecombineerd met het erf
Tabel 5
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie D (per dam)
D - weiland Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een duidelijke verontreiningskern (VEP) Veldonderzoek Aantal gaten
1
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters Grond
Verzamelmonsters
1+1
-*
Asbest in grond / Standaardpakket bodem * afhankelijk van hetgeen wordt aangetroffen
Voor een asfaltverharding van circa 360 m² van voor 1994 zijn conform de CROW 210 2 asfaltboringen vereist.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
10
Milieuhygiënische onderzoeken
3
VERKENNEND BODEMONDERZOEK WEILAND
3.1
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerd persoon van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de protocollen 2001 6 en 2002 7. Op 5 en 8 februari 2018 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2.3. De verrichte boringen en de geplaatste peilbuizen zijn gecodeerd vanaf nr. 101. Het grondwater is bemonsterd op 12 februari 2018. Gelijktijdig zijn per peilbuis de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 7). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. 3.2
Resultaten veldonderzoek
In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 6 omschreven. Tabel 6
Globale bodemopbouw onderzoekslocatie
Traject (m-mv)
Lithologische beschrijving
0,0 – 0,5
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus
0,5 – 2,5
Zand, matig fijn, zwak siltig
m-mv
=
meter minus maaiveld
Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn bijmengingen aangetroffen. Voor een gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar tabel 7. Tabel 7
Zintuiglijke waarnemingen
Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarnemingen
105
0,0 – 1,0
Sporen baksteen
Op het maaiveld en in het omhoog gebrachte materiaal zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 8 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven.
6
7
Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
11
Milieuhygiënische onderzoeken
Tabel 8
Veldmetingen grondwater
Peilbuis
Datum monstername
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
102
12 februari 2018
0,52
6,91
400
3,68
103
12 februari 2018
0,14
6,99
390
4,19
104
12 februari 2018
0
7,11
480
2,84
105
12 februari 2018
0,59
6,86
550
9,16
106
12 februari 2018
0,45
7,08
450
8,49
107
12 februari 2018
0,54
6,93
420
4,71
108
12 februari 2018
0
7,11
490
6,11
De in tabel 8 genoemde waarden aan zuurgraad, geleidbaarheid en troebelheid kunnen als normaal beschouwd worden. Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 9 zijn de zintuiglijke waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven. Tabel 9 Peilbuis
Zintuiglijke waarnemingen grondwater Bijzonderheden
Goed-/slechtlopend
Belucht
102
Geen
Goedlopend
Nee
103
Geen
Goedlopend
Nee
104
Geen
Goedlopend
Nee
105
Geen
Goedlopend
Nee
106
Geen
Goedlopend
Nee
107
Geen
Goedlopend
Nee
108
Geen
Goedlopend
Nee
3.3
Laboratoriumonderzoek
De verzamelde monsters zijn ter analyse aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld. De resultaten van het veldonderzoek geven geen aanleiding meerdere (meng)monsters te onderzoeken of andere analyses uit te voeren dan conform de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2.3). In tabel 10 zijn de monsteromschrijvingen en de stoffen waarop de betreffende monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
12
Milieuhygiënische onderzoeken
Tabel 10
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)*
Geanalyseerde parameters
MM-1
1, 2, 3, 102 en 105
1,0 – 1,5
Standaardpakket bodem 8, lutum en organische stof
MM-101
102, 103, 104, 106, 107 en 108
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
103-2
103
0,5 – 0,8
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
Grond
105-1
105
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-103
101, 109, 111 t/m 113 en 115 t/m 120
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-104
117, 121, 123, 126, 127, 128, 130, 134, 135 en 136
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-105
102, 103, 104, 106, 107 en 108
0,5 – 1,3
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-107
114 en 120
0,5 – 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-108
124 en 126
0,5 – 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
102-1-1
102
1,5 – 2,5
Standaardpakket grondwater 9
103-1-1
103
1,3 – 2,3
Standaardpakket grondwater
104-1-1
104
1,2 – 2,2
Standaardpakket grondwater
105-1-1
105
1,5 – 2,5
Standaardpakket grondwater
106-1-1
106
1,5 – 2,5
Standaardpakket grondwater
107-1-1
107
1,5 – 2,5
Standaardpakket grondwater
108-1-1
108
1,2 – 2,2
Standaardpakket grondwater
MM
mengmonster het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven
Grondwater
*
3.4
= =
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond-/streef 10- en interventiewaarden en indicatief 11 volgens het Besluit 12 en de Regeling 13 bodemkwaliteit. Verder informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6. Het resultaat van de toetsing is in bijlage 4 numeriek weergegeven. In onderstaande tabellen is het resultaat van de toetsing verwoord 14 opgenomen voor respectievelijk de grond en het grondwater.
8
9
10
11
12 13
14
Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10) en PCB (7) Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC) Het betreffen de door de gemeente vastgestelde locatiespecifieke achtergrondwaarden (zie bodemkwaliteitskaart) en/of de landelijk vastgestelde generieke waarden (AW2000) Mogelijke klassen zijn: ‘Altijd toepasbaar’, ‘Klasse Wonen’, ‘Klasse Industrie’, ‘Niet toepasbaar’ en ‘Nooit toepasbaar’ Besluit van 22 november 2007 Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397. Tevens zijn navolgende wijzigingen van de Regeling van toepassing
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
13
Milieuhygiënische onderzoeken
Tabel 11
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
Monstercode
Boringen
Grondsoort*
Bijmengingen**
Resultaat toetsing***
Klasseindeling%
MM-101
102, 103, 104, 106, 107 en 108
Grond
-
-
Altijd toepasbaar
105-1
105
Grond
Baksteen
-
Altijd toepasbaar
MM-103
101, 109, 111 t/m 113 en 115 t/m 120
Grond
-
-
Altijd toepasbaar
MM-104
117, 121, 123, 126, 127, 128, 130, 134, 135 en 136
Grond
-
Licht: koper (0,15)
Altijd toepasbaar
MM-1
1, 2, 3, 102 en 105
Grond
-
-
Altijd toepasbaar
103-2
103
Grond
-
Licht: kwik (0,11)
Altijd toepasbaar
MM-105
102, 103, 104, 106, 107 en 108
Zand
-
Altijd toepasbaar
MM-107
114 en 120
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
MM-108
124 en 126
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
MM
= = = = = =
mengmonster indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit
•
niet verhoogd: het gehalte overschrijft de achtergrond-/streefwaarde niet; er is in principe sprake van een ‘schoon’ monster (NB: ook de als licht verhoogd gerapporteerde ‘parameters * factor 0,7’ kunnen als ‘niet verhoogd’ worden beschouwd, indien alle individuele parameters de detectiegrens AS3000 niet overschrijden) licht verhoogd: het gehalte overschrijdt de achtergrond-/streefwaarde, maar de tussenwaarde (het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde) wordt niet overschreden. De verontreiniging is naar verwachting dermate gering dat veelal geen nadere actie (onderzoek of sanering) noodzakelijk is matig verhoogd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde. Nader onderzoek kan worden aanbevolen om te bepalen of er inderdaad sprake is van relevante bodemverontreiniging sterk verhoogd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. Nader onderzoek naar de aard, mate, omvang en oorzaken van de verontreiniging is in de meeste gevallen noodzakelijk
Bovengrond
Ondergrond
*
** ***
-
%
•
• •
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
14
Milieuhygiënische onderzoeken
Tabel 12
Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing
Monstercode
Peilbuis
Resultaat toetsing*
102-1-1
102
Licht: barium (150), koper (19) en zink (75)
103-1-1
103
Sterk: nikkel (110) Licht: barium (200) en kobalt (28)
104-1-1
104
Sterk: nikkel (160) Licht: barium (120), kobalt (28) en zink (73)
105-1-1
105
Licht: barium (190) en nikkel (34)
106-1-1
106
Licht: barium (300) en zink (120)
107-1-1
107
Licht: barium (130) en koper (33)
108-1-1
108
Licht: barium (230)
= =
*
-
3.5
mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalten in µg/l geen verhoogde gehalten boven de streefwaarden
Herbemonstering grondwater
Besloten is tot een herbemonstering van het grondwater van de peilbuis 103 en 104 ten einde het sterk verhoogde gehalte nikkel te verifiëren. In tabel 13 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven. Tabel 13
Veldmetingen grondwater
Peilbuis
Datum monstername
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
103
16 april 2018
1,27
7,08
600
4,22
104
16 april 2018
0,68
7,16
730
8,54
De in tabel 14 genoemde waarden aan zuurgraad, geleidbaarheid en troebelheid kunnen als normaal beschouwd worden. De analyseresultaten inclusief toetsing zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 14
*
-
Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing
Monstercode
Peilbuis
Resultaat toetsing*
103-1-2
103
Sterk: nikkel (88)
104-1-2
104
Sterk: nikkel (88)
= =
mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalten in µg/l geen verhoogde gehalten boven de streefwaarden
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
15
Milieuhygiënische onderzoeken
3.6
Deelconclusie verkennend bodemonderzoek weiland
Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' ten aanzien van het weiland geen stand houdt. In de grond zijn enkele licht verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater is, naast diverse licht verhoogde gehalten, tweemaal een sterk verhoogd gehalte nikkel aangetoond. Dergelijke verhoogde gehalten metalen in het grondwater komen in de Gelderse Vallei regelmatig voor. Deze verhoogde achtergrondgehalten leiden niet tot risico’s omdat contactmogelijkheden met het grondwater niet aanwezig zijn.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
16
Milieuhygiënische onderzoeken
4
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ERF
4.1
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerd persoon van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de protocollen 2001 en 2002. Op 5 & 8 februari, 26 maart en 16 april 2018 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2.3. De verrichte boringen en de geplaatste peilbuizen (in combinatie met de gaten van het asbestonderzoek) zijn gecodeerd vanaf nr. 1 en vanaf nr. 450. De boringen bij de aggregaat zijn gecodeerd vanaf nr. 421. De boringen bij de smeerput zijn gecodeerd vanaf nr. 801. Het grondwater is bemonsterd op 12 februari 2018. Gelijktijdig zijn per peilbuis de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 7). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. 4.2
Resultaten veldonderzoek
In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 15 omschreven. Tabel 15
Globale bodemopbouw onderzoekslocatie
Traject (m-mv)
Lithologische beschrijving
0,0 – 0,5
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus
0,5 – 2,5
Zand, matig fijn, zwak siltig
m-mv
=
meter minus maaiveld
Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn bijmengingen aangetroffen. Voor een gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar tabel 16. Tabel 16
Zintuiglijke waarnemingen
Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarnemingen
4
0,0 – 0,15
Zwak koolhoudend
7
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
9
0,0 – 0,5
Sporen baksteen, sporen beton
10
0,0 – 0,5
Sporen baksteen, sporen plastic
451
0,08 – 0,5
Sporen beton
452
0,2 – 0,5
Sporen baksteen
453
0,08 – 0,5
Sporen baksteen, zwak betonhoudend, sporen asbest
Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 17 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
17
Milieuhygiënische onderzoeken
Tabel 17
Veldmetingen grondwater
Peilbuis
Datum monstername
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
1
12 februari 2018
1,40
6,95
340
5,44
2
12 februari 2018
0,41
6,89
510
5,07
3
12 februari 2018
0,49
6,90
460
3,41
De in tabel 17 genoemde waarden aan zuurgraad, geleidbaarheid en troebelheid kunnen als normaal beschouwd worden. Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 18 zijn de zintuiglijke waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven. Tabel 18 Peilbuis
Zintuiglijke waarnemingen grondwater Bijzonderheden
Goed-/slechtlopend
Belucht
1
Geen
Goedlopend
Nee
2
Geen
Goedlopend
Nee
3
Geen
Goedlopend
Nee
4.3
Laboratoriumonderzoek
De verzamelde monsters zijn ter analyse aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld. De resultaten van het veldonderzoek geven geen aanleiding meerdere (meng)monsters te onderzoeken of andere analyses uit te voeren dan conform de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2.3). In tabel 19 zijn de monsteromschrijvingen en de stoffen waarop de betreffende monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
18
Milieuhygiënische onderzoeken
Tabel 19
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)*
Geanalyseerde parameters
4-1
4
0,0 – 0,15
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-2
7, 9 en 10
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-3
5, 6, 8, 11 en 12
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
Grond
MM-4
13 t/m 16
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-11
8 en 13
0,5 – 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-451
451, 452, 454, 455 en 456
0,08 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
2-1
2
0,0 – 0,5
Minerale olie, lutum en organische stof
803-2
803
0,5 – 0,80
Minerale olie, lutum en organische stof
1-1-1
1
2,0 – 3,0
Standaardpakket grondwater
2-1-1
2
1,5 – 2,5
Standaardpakket grondwater
3-1-1
3
1,5 – 2,5
Standaardpakket grondwater
Grondwater
MM *
4.4
= =
mengmonster het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond-/streef- en interventiewaarden en indicatief volgens het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Verder informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6. Het resultaat van de toetsing is in bijlage 4 numeriek weergegeven. In onderstaande tabellen is het resultaat van de toetsing verwoord opgenomen voor respectievelijk de grond en het grondwater.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
19
Milieuhygiënische onderzoeken
Tabel 20
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
Monstercode
Boringen
Grondsoort*
Bijmengingen**
Resultaat toetsing***
Klasseindeling%
4-1
4
Grond
Kolen
Sterk: zink (530) Licht: cadmium (0,71), kobalt (7,7), kwik (3,2), lood (82) en PAK (32)
Nooit toepasbaar
MM-2
7, 9 en 10
Grond
Baksteen, beton
Licht: minerale olie (76) en PAK (2,4)
Industrie
MM-3
5, 6, 8, 11 en Grond 12
-
-
Altijd toepasbaar
MM-4
13 t/m 16
Grond
-
-
Altijd toepasbaar
2-1
2
Grond
-
-
&
MM-11
8 en 13
Grond
-
-
Altijd toepasbaar
MM-451
451, 452, 454, 455 en 456
Grond
Baksteen, beton
-
Altijd toepasbaar
803-2
803
Grond
-
-
&
Bovengrond
Ondergrond
MM *
** ***
-
%
&
= = = = = = =
Tabel 21
mengmonster indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit onvoldoende parameters geanalyseerd voor een beoordeling
Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing
Monstercode
Peilbuis
Resultaat toetsing*
1-1-1
1
Licht: barium (140)
2-1-1
2
Licht: barium (100)
3-1-1
3
Licht: barium (190)
*
-
4.5
= =
mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalten in µg/l geen verhoogde gehalten boven de streefwaarden
Deelconclusie verkennend bodemonderzoek erf
Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdachte locatie’ stand houdt. Naast diverse licht verhoogde gehalten is in de bovengrond van boring 4 een sterk verhoogd gehalte zink aangetoond. Ter plaatse van boring 4 is nader bodemonderzoek naar de mate en omvang van de verontreiniging met zink noodzakelijk.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
20
Milieuhygiënische onderzoeken
5
NADER BODEMONDERZOEK ZINK
5.1
Onderzoeksopzet
5.1.1 Conceptueel model Op basis van de informatie uit het vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek is vooraf een inschatting gemaakt van de verontreinigingssituatie en zijn onderzoeksvragen geformuleerd, het zogenaamde ‘conceptueel model’. Wat is de aard, mate, omvang en ligging van de verontreiniging? De aard (zink) is in principe in voldoende mate bekend. De mate, omvang en ligging zijn niet volledig bekend en dienen nader te worden onderzocht. Wat is de oorzaak van de verontreiniging? De oorzaak wordt gezocht in de bijmengingen met kolen in boring 4. Wat is het tijdstip van ontstaan van verontreiniging? Gezien de ouderdom van de locatie is het aannemelijk dat de verontreiniging ontstaan is voor 1987. Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging? Er is sprake van een verontreiniging ontstaan voor 1987. Het nader onderzoek met uitsluitsel geven of er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Is de sanering spoedeisend? Vermoedelijk is de sanering niet spoedeisend omdat niet verwacht wordt dat er meer dan 25 m³ sterk verontreinigd is. 5.1.2 Opzet veld- en laboratoriumonderzoek In deze paragraaf wordt de voorgenomen onderzoeksstrategie beschreven. De strategie/opzet is gebaseerd op het hiervoor genoemde conceptuele model. Onderzoekstechniek De NTA 5755 schrijft geen specifieke onderzoekstechnieken voor.
Gezien de ligging in de bovengrond zijn handmatige boringen een geschikte onderzoektechniek. Veldwerk De contouren van de interventiewaarde in de vaste bodem moeten voldoende gedetailleerd vastgelegd worden ten behoeve van het omvangcriterium voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging (25 m³ voor grond), voor eventuele kadastrale registratie en voor het bepalen van de kosten van een eventuele sanering Ter plaatse van de boring 4 wordt een boring verricht voor verticale afperking. Rondom worden op circa 5 meter afstand 4 boringen verricht voor horizontale afperking. Laboratoriumonderzoek Voor inkadering wordt gebruik gemaakt van analyses (zink, lutum en organische stof).
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
21
Milieuhygiënische onderzoeken
5.2
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerde persoon van PJ Milieu BV (bijlage 1, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en protocol 2001. Op 26 maart 2018 is het veldwerk uitgevoerd. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening in bijlage 7. 5.3
Resultaten veldonderzoek
In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Voor een gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2. In de boringen voor horizontale afperking zijn geen kolen waargenomen. 5.4
Laboratoriumonderzoek
De verzamelde monsters zijn ter analyse aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond- en interventiewaarden. Het resultaat van de toetsingen is in bijlage 4 numeriek weergegeven. In onderstaande tabel is het resultaat van de toetsing verwoord opgenomen voor de grond. Tabel 22
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
Monstercode (en traject)
Boring
Grondsoort
Bijmengingen
Resultaat toetsing
401-2 (0,3 – 0,5)
401
Zand
-
-
402-1 (0,0 – 0,5)
402
Grond
-
-
403-1 (0,0 – 0,5)
403
Grond
-
-
404-1 (0,0 – 0,5)
404
Grond
-
-
405-1 (0,0 – 0,5)
405
Grond
-
-
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
22
Milieuhygiënische onderzoeken
5.5
Bijgewerkt conceptueel model
Wat is de aard, mate, omvang en ligging van de verontreiniging? De verontreiniging bestaat uit zink en bevindt zich in de vaste bodem. Het hoogst aangetoonde gehalte voor zink is 530 mg/kg d.s. In het traject 0,0 – 0,5 m-mv is de vaste bodem over een oppervlakte van circa 15 m² verontreinigd boven de interventiewaarde. De omvang van de sterke verontreiniging bedraagt hiermee circa 8 m³. Wat is de oorzaak van de verontreiniging? De oorzaak wordt gezocht in de bijmengingen met kolen in boring 4. Wat is het tijdstip van ontstaan van verontreiniging? Gezien de ouderdom van de locatie is het aannemelijk dat de verontreiniging ontstaan is voor 1987. Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging? De omvang van de verontreiniging boven de interventiewaarde is kleiner dan 25 m³, hiermee is er geen sprake van een geval van ernstige verontreiniging. Is de sanering spoedeisend? Gevallen van niet-ernstige bodemverontreinigingen zijn niet saneringsplichtig. Uit het bijgewerkte conceptuele model volgen geen nieuwe onderzoeksvragen.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
23
Milieuhygiënische onderzoeken
6 VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK DAMMEN 6.1
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is op 8 februari 2018 uitgevoerd door één of meerdere gecertificeerde personen van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en protocollen 2001 en 2018. Er zijn 10 gaten machinaal gegraven (afmetingen op profielen). De situering van de gaten is aangegeven op de tekening in bijlage 7. Ten behoeve van het asbest in grondonderzoek zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • het uitgegraven materiaal is, ter monstervoorbehandeling, visueel geïnspecteerd; • van het ontgraven materiaal zijn na voorbehandeling 10 mengmonsters samengesteld; • van de ongeroerde ondergrond zijn geen monsters samengesteld; • de zintuiglijke waarnemingen zijn vastgelegd. 6.2
Resultaten veldonderzoek
De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven op de (boor)profielen in bijlage 2. In gat F, G en I is asbestverdacht materiaal waargenomen. 6.3
Laboratoriumonderzoek
De (meng)monsters zijn conform de NEN 5898 onderzocht op het gehalte asbest bij het RvAgeaccrediteerde laboratorium Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam. In tabel 23 zijn de monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters schematisch weergegeven. Tabel 23
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Gaten
Traject
Geanalyseerde parameters
M-A / A-2
A
0,0 – 0,5
Asbest in grond en standaardpakket grond
M-B / B-2
B
0,0 – 0,5
Asbest in grond en standaardpakket grond
M-C / C-1
C
0,0 – 0,5
Asbest in grond en standaardpakket grond
M-D/ D-2
D
0,0 – 0,5
Asbest in grond en standaardpakket grond
M-E / E-2
E
0,0 – 0,5
Asbest in grond en standaardpakket grond
M-F/ F-2
F
0,0 – 0,5
Asbest in grond en standaardpakket grond
M-G-1 / G-3
G
0,0 – 0,5
Asbest in grond en standaardpakket grond
M-G-2 / G-5
G
0,6 – 0,8
Asbest in grond en standaardpakket grond
M-H / H-2
H
0,0 – 0,5
Asbest in grond en standaardpakket grond
M-I / I-3
I
0,0 – 0,5
Asbest in grond en standaardpakket grond
M-J / J-1
J
0,0 – 0,5
Asbest in grond en standaardpakket grond
VM-F
F
0,0 – 0,5
Materiaalverzamelmonster
VM-G
G
0,0 – 0,5
Materiaalverzamelmonster
VM-I
I
0,0 – 0,5
Materiaalverzamelmonster
MM VM
= =
mengmonster materiaalverzamelmonster
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
24
Milieuhygiënische onderzoeken
6.4
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. Asbest Het materiaal in de gaten F, G en I is daadwerkelijk asbesthoudend. In monster M-B is asbest aangetoond in een gehalte van 18 mg/kg d.s. In monster M-H is asbest aangetoond in een gehalte van 0,9 mg/kg d.s. In de fractie < 0,5 mm zijn indicatief geen asbestverdachte vezels waargenomen. In monster M-E is asbest aangetoond in een gehalte van 87 mg/kg d.s. In monster M-G-1 is asbest aangetoond in een gehalte van 430 mg/kg d.s. In de fractie < 0,5 mm zijn indicatief asbestverdachte vezels waargenomen. In de (meng)monsters M-A, M-C, M-D, M-F, M-G-2, M-I, M-J is asbest niet aantoonbaar. In de fractie < 0,5 mm zijn indicatief geen asbestverdachte vezels waargenomen. In bijlage 4 is een berekening (conform NEN 5707) van het gehalte asbest in de gaten F, G en I opgenomen. De berekende gehalten bedragen respectievelijk 8,9, 550 en 110 mg/kg d.s. Aanvullend is van de monsters M-E en M-G-1 de fijnste fractie (<0,5 mm) geanalyseerd op asbest. In beide monsters is in deze fractie asbest niet aantoonbaar. Algemene bodemkwaliteit In onderstaande tabel is het resultaat van de toetsing verwoord opgenomen voor de grond. Tabel 24
Monstercode
Gaten
Grondsoort*
Bijmengingen**
Resultaat toetsing***
Klasseindeling%
A-2
A
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
B-2
B
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
C-1
C
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
D-2
D
Grond
Baksteen
-
Altijd toepasbaar
E-2
E
Grond
Baksteen, beton
Licht: minerale olie (130) en PAK (2,2)
Niet toepasbaar
F-2
F
Grond
Baksteen, beton, asbest
-
Altijd toepasbaar
G-3
G
Grond
Baksteen, beton, asbest
-
Altijd toepasbaar
G-5
G
Grond
-
Licht: PAK (2,0)
Altijd toepasbaar
H-2
H
Grond
Baksteen, beton
-
Altijd toepasbaar
I-3
I
Grond
Baksteen, beton, asbest
-
Altijd toepasbaar
J-1
J
Grond
-
Licht: zink (100)
Industrie
* ** ***
-
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
%
= = = = =
indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
25
Milieuhygiënische onderzoeken
6.5
Deelconclusie verkennende onderzoeken dammen
In geen van de dammen zijn gehalten boven de tussenwaarde aangetoond. In de dammen E, G en I is asbest aangetoond boven de grenswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.). Ter plaatse van deze dammen is nader asbest in grondonderzoek noodzakelijk. In de dammen A, B, C, D, F, H en J is asbest niet aangetoond boven de grenswaarde voor nader onderzoek.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
26
Milieuhygiënische onderzoeken
7
VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK ERF
7.1
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is op 8 februari, 26 maart en 16 april 2018 uitgevoerd door één of meerdere gecertificeerde personen van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en het protocol 2018 15. De gaten zijn handmatig gegraven tijdens het verkennend bodemonderzoek (afmetingen 30 bij 30 cm). De situering van de gaten is aangegeven op de tekening in bijlage 7. Ten behoeve van het asbest in grondonderzoek zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • het uitgegraven materiaal is, ter monstervoorbehandeling, visueel geïnspecteerd; • van het ontgraven materiaal zijn na voorbehandeling diverse (meng)monsters samengesteld; • van de ongeroerde ondergrond zijn geen monsters samengesteld; • de zintuiglijke waarnemingen zijn vastgelegd. 7.2
Resultaten veldonderzoek
De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven op de (boor)profielen in bijlage 2. In gat 453 is asbestverdacht materiaal waargenomen. 7.3
Laboratoriumonderzoek
De (meng)monsters zijn conform de NEN 5898 onderzocht op het gehalte asbest bij het RvAgeaccrediteerde laboratorium Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam. In tabel 25 zijn de monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters schematisch weergegeven. Tabel 25
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Gaten
Traject
Geanalyseerde parameters
M-453
453
0,08 – 0,5
Asbest in grond
MM-450
450 t/m 456 behoudens 453
0,08 – 0,8
Asbest in grond
MM-A
4 t/m 9
0,0 – 0,5
Asbest in grond
MM-B
10 t/m 16
0,0 – 0,5
Asbest in grond
MM-601
601 t/m 603
0,0 – 0,1
Asbest in grond en SEM
MM-701
701 t/m 703
0,0 – 0,1
Asbest in grond en SEM
VM-453
453
0,08 – 0,5
Materiaalverzamelmonster
MM VM
= =
mengmonster materiaalverzamelmonster
15
Locatie-inspectie en monstername van asbest in bodem
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
27
Milieuhygiënische onderzoeken
7.4
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. In bijlage 4 is voor gat 453 een berekening van het gehalte asbest opgenomen. In onderstaande tabel zijn de berekende/aangetoonde gehalten weergegeven. Tabel 26
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
Gaten
Grove fractie Asbestsoort
Percentage
Gecorrigeerd gehalte fijne fractie
4 t/m 9
-
-
2,4
2,4
<G
10 t/m 16
-
-
<d
<d
<G
450 t/m 456 behoudens 453
-
-
58
58
>G
Chrysotiel Crocidoliet
10 – 15 2-5
0,1
120
>G
601 t/m 603
-
-
220
220
>G
701 t/m 703
-
-
66
66
>G
453
<G >G
Totaal gehalte asbest
Oordeel
lager dan grenswaarde nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) overschrijding van grenswaarde nader onderzoek
In de fractie < 0,5 mm is in de mengmonsters MM-601 en MM-701 een gehalte aangetoond van respectievelijk 36 en 2,1 mg/kg d.s. Het gehalte respirabele verzels in MM-601 overschrijdt de grenswaarde voor humane risico’s buiten (10 mg/kg d.s.). 7.5
Deelconclusie verkennend asbest in grondonderzoek erf
De hypothese ‘verdachte locatie’ voor het asbest in grondonderzoek houdt stand. Er is asbest aangetroffen en aangetoond. Ter plaatse van het erf is nader asbest in grondonderzoek noodzakelijk het betreft het klinkerverharde deel van het erf (gaten 450 t/m 456) en de spoelzones (gaten 601 t/m 603 en 701 t/m 703).
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
28
Milieuhygiënische onderzoeken
8 I
NADER ASBEST IN GRONDONDERZOEK DAM E, G EN
Om de aard, mate en omvang van de verontreinigde dammen vast te stellen worden de volgende werkzaamheden verricht: E: twee sleuven van 2 meter om vast te stellen of er daadwerkelijk asbest boven de interventiewaarde aanwezig; G: 3 sleuven om de omvang van de verontreiniging af te perken; I: 2 sleuven om de omvang van de verontreiniging af te perken. 8.1
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd door een gecertificeerd persoon van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en het protocol 2018. Op 26 maart 2018 is het veldwerk uitgevoerd. De sleuven (breedte 35 cm) zijn machinaal gegraven met behulp van een mini-graver voorzien van overdruk en P1 & P3 filter. De situering van de sleuven is aangegeven op de tekening in bijlage 7. Voor de exacte afmetingen van de sleuven wordt verwezen naar de dwarsprofielen in bijlage 2. Ten behoeve van het asbest in grondonderzoek zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • het uitgegraven materiaal is, ter monstervoorbehandeling, visueel geïnspecteerd; • de zintuiglijke waarnemingen zijn vastgelegd. Op 16 april is bij dam G een extra gat gegraven om te verifiëren dat het aangetoonde asbest in mengmonster MM-301 daadwerkelijk van dam E afkomstig is. 8.2
Resultaten veldonderzoek
In bijlage 2 zijn de profielen van het onderzoek opgenomen. In de sleuven 301, 302 en 305 is asbestverdacht materiaal waargenomen. Er is sprake van grond (<50% bijmengingen). 8.3
Laboratoriumonderzoek
De (meng)monsters zijn conform de NEN 5898 onderzocht op het gehalte asbest bij het RvAgeaccrediteerde laboratorium Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam. In tabel 27 zijn de monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters schematisch weergegeven.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
29
Milieuhygiënische onderzoeken
Tabel 27
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Sleuven
Traject
Geanalyseerde parameters
MM-301
301 t/m 303
0,0 – 0,4
Asbest in grond en SEM
M-305
305
0,0 – 0,5
Asbest in grond
MM-304
304, 306 en 307
0,0 – 0,7
Asbest in grond
M-308
308
0,0 – 0,5
Asbest in grond
VM-305
305
0,0 – 0,5
Materiaalverzamelmonster
MM VM
= =
mengmonster materiaalverzamelmonster
Het materiaal in sleuf 305 is daadwerkelijk asbesthoudend. In monster M-305 is asbest aangetoond in een gehalte van 1,5 mg/kg d.s. In de fractie < 0,5 mm zijn indicatief geen asbestverdachte vezels waargenomen. In monster MM-301 is asbest aangetoond in een gehalte van 300 mg/kg d.s. In de fractie < 0,5 mm zijn indicatief asbestverdachte vezels waargenomen. In de analyse van de fractie < 0,5 mm is asbest niet aantoonbaar. In het mengmonsters MM-304 is asbest niet aantoonbaar. In het monster M-308 is asbest niet aantoonbaar. In de fractie < 0,5 mm zijn indicatief geen asbestverdachte vezels waargenomen. In bijlage 4 is een berekening (conform NEN 5707) van het gehalte asbest in sleuf 305 opgenomen. De berekende gehalten bedraagt 16 mg/kg d.s. Het gehalte overschrijdt de interventiewaarde niet.
8.4
Verontreinigingssituaties
Dam E De vaste bodem is over een oppervlakte van minimaal 35 m² verontreinigd met asbest (maximaal gehalte 300 mg/kg d.s.) in het traject 0,0 tot 0,5 m-mv. De omvang van de verontreiniging bedraagt hiermee minimaal 18 m³. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging. De verontreiniging bevindt zich niet onder aaneengesloten bebouwing, verharding of nietbewerkte aaneengesloten begroeiing. De gehalten hechtgebonden asbest, niethechtgebonden asbest en respirabele vezels overschrijden niet de grenswaarden voor humane risico’s van respectievelijk 1.000, 100 en 10 mg/kg d.s. Dam G De vaste bodem is over een oppervlakte van circa 25 m² verontreinigd met asbest (maximaal gehalte 550 mg/kg d.s.) in het traject 0,0 tot 0,6 m-mv. De omvang van de verontreiniging bedraagt hiermee circa 15 m³. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging. De verontreiniging bevindt zich niet onder aaneengesloten bebouwing, verharding of nietbewerkte aaneengesloten begroeiing. De gehalten hechtgebonden asbest en niethechtgebonden asbest overschrijden niet de grenswaarden voor humane risico’s van respectievelijk 1.000 en 100 mg/kg d.s.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
30
Milieuhygiënische onderzoeken
Dam I De vaste bodem is over een oppervlakte van circa 25 m² verontreinigd met asbest (maximaal gehalte 110 mg/kg d.s.) in het traject 0,0 tot 0,5 m-mv. De omvang van de verontreiniging bedraagt hiermee circa 13 m³. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging. De verontreiniging bevindt zich niet onder aaneengesloten bebouwing, verharding of nietbewerkte aaneengesloten begroeiing. De gehalten hechtgebonden asbest en niethechtgebonden asbest overschrijden niet de grenswaarden voor humane risico’s van respectievelijk 1.000 en 100 mg/kg d.s.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
31
Milieuhygiënische onderzoeken
9
ASFALTONDERZOEK
9.1
Veldwerkzaamheden
Op 16 april 2018 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2.3. De situering van de boorpunten is aangegeven op tekening 2 in bijlage 7. Zintuiglijke waarnemingen Het asfalt heeft een dikte van circa 5 centimeter. Onder het asfalt is een fundatielaag aangetroffen. Deze fundatielaag heeft een dikte van circa 15 centimeter bestaat uit asfalt, baksteen en grond. 9.2
Laboratoriumonderzoek
Alle asfaltkernen zijn onderzocht middels constructieopbouw en PAK-marker. De analysecertificaten zijn in de bijlage 3 opgenomen. In tabel 28 zijn de resultaten schematisch weergegeven. Tabel 28
Overzicht asfaltypen, teerhoudendheid en vervolg 1ste onderzoeksfase
Nr.
Asfaltype 16*
PAKmarker**
Oppervlakte /dikte / hoeveelheid***
Homogeen
Vervolg
501
DAB 0/8
N
360 / 0,02 / 18
Ja
1 mengmonster analyseren
502
DAB 0/8
N
AV * ** *** #
= asfaltvak = DAB = dichtasfaltbeton = wel of geen positieve PAK-marker = in respectievelijk m², m en ton = geen constructieopbouw en PAK-markeronderzoek uitgevoerd aangezien deze kern is zoekgeraakt. De opbouw is vermoedelijk gelijk aan boring 6 = geen constructieopbouw en PAK-markeronderzoek uitgevoerd (zie onder) = geen asfalt aanwezig binnen wegvak J
& -
Naar aanleiding van het PAK-marker-onderzoek is 1 mengmonster samengesteld van de potentieel teervrije vakken. De analysecertificaten zijn in bijlage 3 bijgevoegd. In tabel 29 is de samenstelling van de mengmonsters weergegeven. Tabel 29
Mengmonstersamenstellingen
Monstercode
Boringen en lagen*
Asfalttype
Gehalte PAK (mg/kg d.s.)
MM-501
501-1 en 502-1
DAB 0/8
<15,0
*
= betreft de laagnummering zoals op het analysecertificaat van de constructieopbouw weergegeven
In het mengmonster is PAK niet aangetoond boven de maximale samenstellingswaarde (75 mg/kg d.s.).
16
Bij het Asfalt Kennis Centrum is een asfaltnavigator (‘legenda’) beschikbaar.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
32
Milieuhygiënische onderzoeken
In tabel 30 zijn de onderzoeksresultaten samengevat. Tabel 30
Samenvatting onderzoeksresultaten
Locatie
Oppervlakte /dikte / hoeveelheid*
Eindoordeel
Toegangsweg buiten reparatievakken
360 / 0,02 / 18
Teervrij
*
9.3
= in respectievelijk m², m en ton
Deelconclusie asfaltonderzoek
Het asfalt van de toegangsweg buiten de reparatievakken (circa 18 ton) kan als teervrij worden afgevoerd.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
33
Milieuhygiënische onderzoeken
10 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In de periode februari – april 2018 zijn door PJ Milieu BV diverse milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd ten behoeve van de aankoop van de Nederwoudseweg 68 te Barneveld. 10.1 Conclusies Onderstaand zijn de conclusies per deellocatie / deelonderzoek verwoord weergegeven. Verkennend bodemonderzoek weiland Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' ten aanzien van het weiland geen stand houdt. In de grond zijn enkele licht verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater is, naast diverse licht verhoogde gehalten, tweemaal een sterk verhoogd gehalte nikkel aangetoond. Dergelijke verhoogde gehalten metalen in het grondwater komen in de Gelderse Vallei regelmatig voor. Deze verhoogde achtergrondgehalten leiden niet tot risico’s omdat contactmogelijkheden met het grondwater niet aanwezig zijn. Verkennend bodemonderzoek erf Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdachte locatie’ stand houdt. Naast diverse licht verhoogde gehalten is in de bovengrond van boring 4 een sterk verhoogd gehalte zink aangetoond. Ter plaatse van boring 4 is nader bodemonderzoek naar de mate en omvang van de verontreiniging met zink noodzakelijk. Nader bodemonderzoek zink Ter plaatse van boring 4 is de bodem in het traject 0,0 – 0,5 m-mv over een oppervlakte van circa 15 m² verontreinigd boven de interventiewaarde.
De omvang van de sterke verontreiniging bedraagt hiermee circa 8 m³. Het geval van niet-ernstige verontreiniging is niet saneringsplichtig in het kader van de Wet Bodembescherming. Verkennend asbest in grondonderzoek dammen In geen van de dammen zijn gehalten boven de tussenwaarde aangetoond. In de dammen E, G en I is asbest aangetoond boven de grenswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.). Ter plaatse van deze dammen is nader asbest in grondonderzoek noodzakelijk. In de dammen A, B, C, D, F, H en J is asbest niet aangetoond boven de grenswaarde voor nader onderzoek. Verkennend asbest in grondonderzoek erf De hypothese ‘verdachte locatie’ voor het asbest in grondonderzoek houdt stand. Er is asbest aangetroffen en aangetoond. Nader asbest in grondonderzoek dammen E, G en I In de dammen E, G en I is er sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest. De omvang van de verontreiniging bedraagt respectievelijk minimaal 18 en circa 15 en 13 m³. Er is geen sprake van humane risico’s zodat een spoedige sanering niet vereist is.
18006601A | Nederwoudseweg 68 Barneveld
34
Milieuhygiënische onderzoeken
Asfaltonderzoek Het asfalt van de toegangsweg buiten de reparatievakken (circa 18 ton) kan als teervrij worden afgevoerd. 10.2 Aanbevelingen Ter plaatse van MM-601 (spoelzones westelijke schuur) is er sprake van onaanvaardbare risico’s buiten voor de mens ten gevolge van respirabele asbestvezels in de vaste bodem. Totdat bewezen is dat er geen sprake is van onaanvaardbare risico’s binnen of de locatie middels verwijdering van de verontreiniging is gesaneerd, dient een tijdelijke maatregel (bv. afdekken met worteldoek en tegels) te worden genomen om de risico’s weg te nemen. Ter plaatse van het erf is nader asbest in grondonderzoek noodzakelijk het betreft het klinkerverharde deel van het erf (gaten 450 t/m 456) en de spoelzones (gaten 601 t/m 603 en 701 t/m 703). Ter plaatse van dam E is het zinvol om voorafgaande aan de sanering de omvang van de verontreiniging met asbest nauwkeuringer vast te stellen. Het funderingsmateriaal onder de asfaltverharde toegangsweg is asbestverdacht. De funderingslaag dient te worden onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Bij contactmogelijkheden / werkzaamheden waarbij grondwater wordt gebruikt dient rekening te worden gehouden met de sterk verhoogde gehalten nikkel. Bij normaal gebruik zijn er geen risico’s aanwezig ten gevolge van het gehalte nikkel.
Zodra tot sanering wordt overgegaan dient vooraf een saneringsplan of BUS melding te worden opgesteld, ingediend bij en goedgekeurd door het bevoegd gezag. Het onderzoek is onder Kwalibo (een onderdeel van het Besluit bodemkwaliteit) uitgevoerd. Het betreft echter geen partijkeuring. Bij afvoer van grond of verhardingsmaterialen van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten. Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van de af te voeren partij verlangd worden.