De Lanen-Oost_Toelichting_Bijlage 13 Archeologisch onderzoek (2022) (1)
Tekst van het document
In enkele boringen (126 en 153) is sprake van een A/C-horizont en ontbreekt een restant van de B-horizont. In een aantal boringen (92, 121, 106 en 124) is als bijmenging sprake van grijze leem of zandige klei, welke in het veld geïnterpreteerd is als een voormalige beekafzetting (Laagpakket van Singraven). Het plangebied is deels gelegen in het beekdal van de Barneveldse beek. Gezien de aanwezigheid van een beekdal mag ervan uitgegaan worden dat de aangetroffen laag naar alle waarschijnlijkheid een voormalige beekafzetting betreft en dat het geen bodemmateriaal betreft dat is aangevoerd van elders. In drie boringen (110, 144 en 150) is een zwartgrijze gevlekte, moerige, matig siltige zandvulling aangetroffen (A1-horizont). Deze laag is geïnterpreteerd als een slootvulling die in boring 10 tussen 6590 cm-mv aanwezig is en in boring 150 tussen 80-150 cm-mv. Op geen van de geraadpleegde historische kaarten is echter (op deze locatie) een sloot of greppel aangegeven. Mogelijk gaat het om voormalige ondiepe ontwateringsgreppels.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
25 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
De basis van het bodemprofiel bestaat uit dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Het betreft geel of grijs zwak siltig fijn verspoeld dekzand met grindjes (vlakte van ten dele verspoeld dekzand). De top van het dekzandpakket is op een minimale diepte van minimaal 35 cm-mv (boring 105) en maximale diepte van 125 cm-mv (boring 1) aangetroffen. Vrijwel alle laagovergangen zijn scherp, wat erop duidt dat er vrijwel geen intacte horizonten meer aanwezig zijn in het plangebied. In bijlage 5 is een verstoringsdieptekaart toegevoegd. In bijlage 6 is een kaart opgenomen met de verdeling van de intacte en de verstoorde bodems binnen het onderzochte deel van het plangebied (fase 1).
Onderzoeksvragen Op grond van de resultaten van het verkennend booronderzoek Fase 1 kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt beantwoord worden: -
Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied?
De natuurlijke ondergrond in het onderzochte deel van het plangebied (fase 1) bestaat uit een vlakte van ten dele verspoeld dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De top hiervan is op minimaal 35 cm-mv en op maximaal 125 cm-mv waargenomen. In het dekzand heeft zich voor het overgrote deel binnen het onderzochte deel van het plangebied een veldpodzol ontwikkeld. In enkele boringen ontbreekt (een restant van) een B-horizont (boring 91, 107, 96, 109, 142, 143). In een aantal boringen (92, 121, 106 en 124) is als bijmenging sprake van grijze leem of zandige klei (boring 126 en 153), welke in het veld geïnterpreteerd is als een voormalige beekafzetting (Laagpakket van Singraven). Het plangebied is deels gelegen in het beekdal van de Barneveldse beek. Gezien de aanwezigheid van een beekdal mag ervan uitgegaan worden dat de aangetroffen laag een voormalige beekafzetting betreft en dat het geen bodemmateriaal betreft dat is aangevoerd van elders. -
Wat is de intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied?
Als gevolg van ontginningen en landbewerking (ploegen, diepploegen en egaliseren) is de bodem in vrijwel alle boringen tot in de top van de natuurlijke C-horizont verstoord geraakt. In slechts negen boringen is sprake van een (deels) intact bodemprofiel. In deze boringen is nog sprake van een relatief zwak ontwikkelde B-horizont (boring 119, 8, 3, 2, 93, 133, 135, 155, 104). In de overige boringen was sprake van menglagen, waarbij de oorspronkelijke eerdlaag en de top van het dekzand door ploegen vermengd zijn geraakt. In een aantal boringen gaat de subrecente bouwvoor rechtstreeks over in dekzand. De minimale verstoringsdiepte bedraagt 30 cm-mv (boring 104) en de maximale verstoringsdiepte 125 cm-mv (boring 1). Ter plaatse van boring 1 aan de rand van de aanwezige woonwijk was een wadi aangelegd dat de diepe bodemverstoring ter plaatste van deze boring verklaard. -
Zijn, daar waar de bodem intact is, archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied, waaronder resten van het historisch erf Butzelaar? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan?
Binnen het plangebied zijn negen boringen aanwezig met een intact bodemprofiel. In deze boringen is sprake van een (deels) intacte B-horizont. Door de aanwezigheid van roestvlekken en veel oerbrokken in de inspoelingslaag kunnen deze bodems geïnterpreteerd worden als veldpodzolen. Veldpodzolgronden zijn veelal in de lager liggende delen van het landschap aanwezig, zoals bij afvoerloze laagten of op lage ruggen en zijn kenmerkend voor voormalige heidegebieden. Veelal bezitten deze gronden een hoge grondwaterstand. Door de hoge grondwaterstand betreffen het vaak natte gebieden die minder gunstig zijn voor permanente bewoning dan de hogere delen in het landschap zoals de dekzandkoppen en dekzandwelvingen. De archeologische potentie van een veldpodzolgrond is dan ook relatief laag. Dit wordt verder ondersteund door het ontbreken van archeologische vondsten en indicatoren in de gezette boringen. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een verkennend booronderzoek niet tot doel heeft om archeologische vindplaatsen op te sporen, maar primair dient om de mate van intactheid van de bodem te toetsen. Tevens valt nog op te merken dat door de ‘geïsoleerde’ ligging van de intacte bodemprofielen het onwaarschijnlijk is dat er nog een intacte archeologische vindplaats aanwezig is binnen het plangebied.
Een groot deel van de onderzoekslocatie kon niet worden onderzocht wegens het ontbreken van toestemming tot het betreden van de percelen (zie Afbeelding 13). Daaronder viel het perceel en het omringende terrein rondom het erf Groot Butzelaar. Ook het verdwenen erf van Klein Butzelaar is tijdens het huidige booronderzoek niet onderzocht. Op basis van het huidige onderzoek is het daarom niet mogelijk om uitspraken te doen over potentiële archeologische waarden die samenhangen met deze historische erven. De percelen rond het historische erf Groot en Klein Butzelaar zullen in fase 2 worden onderzocht. Binnen het plangebied zijn volgens de bodemkaarten tevens twee dekzandruggen gelegen.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
26 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
De archeologische potentie van dergelijke eenheden is hoog. Tijdens het huidige booronderzoek is de centraal gelegen dekzandrug niet onderzocht, waardoor uitspraken over de archeologische potentie pas na de 2e fase kunnen worden gedaan. De verwachtte dekzandwelving in het zuiden van het plangebied is tijdens het booronderzoek niet aangetroffen.
Afbeelding 13: voor het blauw gearceerde gebied was geen betredingstoestemming verleend tijdens het booronderzoek van fase 1.
-
Zijn er archeologische lagen aangetroffen (cultuur- en afvallagen c.q. ophogingslagen)? Zo ja, wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan?
Alleen in boring 110, 144 en 150 is sprake van een moerige laag die in boring 10 tussen 65-90 cm-mv en in boring 150 tussen 80-150 cm-mv aangetroffen is. Deze laag is geïnterpreteerd als slootvulling. In de vullingen van deze sloten (of greppels) zijn geen archeologische vondsten of indicatoren aangetroffen. De datering van de sloten is ook niet af te leiden van topografische kaarten, omdat de betreffende sloten (of greppels) niet op de kaarten afgebeeld zijn. -
In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen?
Op basis van het bureauonderzoek werden beekeerdgronden en laarpodzolgronden binnen het plangebied verwacht. Met name de bodems met een laar- en holtpodzolprofiel hebben zeer gunstige landbouwkundige eigenschappen (vruchtbaar, iets siltig, goed bewerkbaar en gunstige grondwaterhuishouding). In enkele boringen is sprake van humeuze sterk siltige beekeerdgronden en het ontbreken van een B-horizont. Laarpodzolgronden daarentegen zijn niet aangetroffen binnen het onderzochte deel van het plangebied (fase 1). In plaats van laarpodzolgronden is in de boringen met een intact bodemprofiel sprake van een veldpodzolgrond. Dit is afwijkend van de verwachting uit het bureauonderzoek. Op basis van het bureauonderzoek werden vooral beekeerdgronden verwacht, maar het blijkt dat er binnen het onderzochte deel van het plangebied van oorsprong vooral veldpodzolen aanwezig zijn, welke vooral voor komen in de lagere delen van het landschap. Binnen het plangebied werden op basis van de bodemkaarten twee dekzandruggen verwacht. De dekzandrug die in het centrale deel van het plangebied gelegen is, ter plaatse van het erf Groot Butzelaar, kon door het ontbreken van toestemming van het betreden van de percelen niet worden onderzocht. Door het ontbreken van toestemming kon ook de locatie van het voormalige erf Klein
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
27 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Butzelaar niet worden onderzocht. Uitspraken over de archeologische potentie van deze twee erven is op basis van de huidige resultaten dan ook nog niet mogelijk. De dekzandwelving die verwacht werd in het zuiden van het plangebied is niet aangetroffen tijdens het booronderzoek. De hoogte van de top van het dekzand is hier vrijwel op gelijke hoogte aangetroffen als in de omliggende percelen. Vermoedelijk is de dekzandwelving geëgaliseerd als gevolg van het huidige landgebruik. Een deel van het plangebied is in gebruik als grasland en een deel is in gebruik voor het kweken van grasmatten (grasrollen). Hiervoor wordt de bodem na elke nieuwe ‘oogst’ opnieuw machinaal omgewerkt, geëgaliseerd en ingezaaid. De hoge archeologische verwachting voor het onderzochte deel van het plangebied kan op basis van de resultaten van het booronderzoek voor fase 1 bijgesteld worden naar laag, met als indicatie ‘verstoord’. -
Is er vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke methode is hiervoor het meest geschikt?
Nee, in het onderzochte deel van het plangebied (fase 1) wordt geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. In enkele boringen is weliswaar nog sprake van een intact bodemprofiel. Het betreft echter ‘geïsoleerde’ bodemprofielen die veelal omringd worden door verstoorde bodemprofielen. In het overgrote deel van het onderzochte gebied (fase 1) is sprake van diepe bodemverstoringen tot in de top van het dekzand als gevolg van diepploegen. Binnen het onderzochte deel van het plangebied worden derhalve geen intacte archeologische vindplaatsen meer verwacht.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
28 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
4
Resultaten van het Booronderzoek Fase 2
4.1
Werkwijze Booronderzoek Aan de hand van het bureauonderzoek kwam naar voren dat een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is om de mate van intactheid van de bodem en de bodemopbouw te toetsen. Het booronderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de KNA versie 4.1, specificatie VS03, het vooraf opgestelde Plan van Aanpak25 en de BRL SIKB 4003. In het totaal zijn op 8 november 2021 op de onderzoekslocatie door E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector), M. Nap en H. van der Weide (veldmedewerkers) 51 grondboringen gezet. Voorafgaand aan het onderzoek zijn de boorpunten door ir. S. Nijland van Civicon met RTK-GPS uitgezet en gemarkeerd met houten piketten. De boringen zijn in het beschikbare deel van het plangebied gezet – enkele delen van het nog te onderzoeken gebied waren niet toegankelijk. Indien alsnog betredingstoestemming wordt verleend voor de overige nog te onderzoeken percelen, dan zullen deze worden gerapporteerd als fase 3. De consequentie hiervan is dat door het bevoegd gezag alleen een selectiebesluit kan geven over de delen die tijdens fase 1 en fase 2 zijn onderzocht. Het selectiebesluit over de nog niet onderzochte delen van het plangebied kan pas na fase 3 plaats vinden. De boringen (ø 7 centimeter) zijn doorgezet tot minimaal 25 centimeter in de C-horizont.
Alle boringen zijn in het veld gezeefd over een metalen zeef met een maaswijdte van 4 mm om eventuele archeologisch indicatoren te kunnen traceren. Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989). Ten tijde van het onderzoek was een groot deel van het plangebied in gebruik voor het kweken van graszoden (grasrollen).
4.2
Resultaten Geologie en Bodem De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn apart bijgevoegd (zie bijlage 4). Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de boorpuntenkaart in bijlage 5. Voor de verspreiding van de aangetroffen bodem wordt verwezen naar bijlage 6. De RD-coördinaten van de boorpunten zijn opgenomen in bijlage 7 en foto’s van het plangebied zijn opgenomen in bijlage 8. In het plangebied is sprake van een grotendeels uniforme bodemopbouw, waarbij het gehele boorprofiel geroerd is (zie Tabel 7). In 8 boringen is nog een jonge eerdlaag waargenomen tussen de geroerde lagen en de C-horizont. In 4 boringen is onder de geroerde lagen in de top van de natuurlijke afzettingen een (zwak ontwikkelde) B-horizont aangetroffen. Tabel 7: Bodemopbouw bij een verstoord profiel (boring 8)
Diepte (cm – mv) 0-10 10-60 60-90
90-110
25
Samenstelling Gras Grijsbruin, iets gevlekt, matig siltig, fijn zand met iets puin Grijsbruin, venig, matig siltig, fijn zand met brokken donkerbruin veen Geel, zwak siltig, fijn zand met iets fijne grindjes
Interpretatie Ap1; bouwvoor A/C; menglaag
C; dekzand (Formatie Boxtel, Laagpakket Wierden)
van van
Assië & Van der Kuijl, 2020
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
29 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Binnen het plangebied komen onder de geroerde lagen drie soorten horizonten voor. In de meeste boringen ontbreken echter de A1- en de B-horizont. 1.
2.
3.
De eerdlaag (A1-horizont) is in boring 1, 3, 4, 14, 15, 47, 68 en 71 aangetroffen. Deze boringen staan verspreid door het onderzoeksgebied van Fase 2. De top is op minimaal 25 cm-mv (boring 4) en maximaal 70 cm-mv (boring 1) aanwezig. De eerdlaag bestaat uit iets zandige klei (beekafzetting) of iets humeus, sterk siltig, fijn zand. De (zwak ontwikkelde) B-horizont komt voor in boring 37, 81, 82 en 98. Met uitzondering van boring 37 staan deze boringen bij elkaar langs de zuidelijke grens van het plangebied, omgeven door boringen die volledig verstoord zijn. Boring 37 staat in het centrale deel van het plangebied. De top van de B-horizont is op minimaal 35 cm-mv (boring 81 en 82) en maximaal 50 cm-mv (boring 98) waargenomen. De top van de C-horizont bevindt zich op minimaal 30 cm-mv (boring 83) en maximaal 125 cmmv (boring 15). Deze afzettingen bestaan uit zwak tot matig siltig, fijn zand met iets grindjes, dat is geïnterpreteerd als (verspoeld) dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden).
Onderzoeksvragen Op grond van de resultaten van het verkennend booronderzoek Fase 2 kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt beantwoord worden: -
Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied?
De natuurlijke ondergrond in het onderzochte deel van het plangebied (fase 2) bestaat uit een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De top hiervan is op minimaal 30 cm-mv en op maximaal 125 cm-mv waargenomen. In het dekzand heeft zich van oorsprong een veldpodzol ontwikkeld, waarvan de restanten in slechts 4 boringen nog waargenomen zijn in de vorm van een (zwak ontwikkelde) B-horizont (zie ook hierboven). In enkele boringen is op het dekzand nog een (bijmenging van) zandige klei waargenomen, welke in het veld geïnterpreteerd is als een voormalige beekafzetting (Laagpakket van Singraven). Het plangebied is deels gelegen in het beekdal van de Barneveldse beek. Gezien de aanwezigheid van een beekdal mag ervan uitgegaan worden dat de aangetroffen laag een voormalige beekafzetting betreft en dat het geen bodemmateriaal betreft dat is aangevoerd van elders. In 8 boringen is een eerdlaag waargenomen (A1-horizont; zie ook hierboven). Aangenomen mag worden dat het hier niet gaat om een ‘oude’ laag, maar om een (sub)recente horizont die is ontstaan als gevolg van het kweken van graszoden. Deze 8 boringen komen verspreid door het plangebied voor, en niet per definitie op de locatie van de (historische) erven (zie ook hieronder). De overgang naar de onderliggende natuurlijke afzettingen is in alle gevallen scherp. -
Wat is de intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied?
Als gevolg van ontginningen en landbewerking (ploegen, diepploegen, egaliseren en het kweken van graszoden) is de bodem in vrijwel alle boringen tot in de top van de natuurlijke C-horizont verstoord geraakt. In slechts vier boringen is sprake van een (deels) intact bodemprofiel. In deze boringen is nog sprake van een (zwak ontwikkelde) B-horizont. In de overige boringen was sprake van menglagen, waarbij de oorspronkelijke eerdlaag en de top van het dekzand door ploegen vermengd zijn geraakt. In een aantal boringen gaat de subrecente bouwvoor rechtstreeks over in dekzand. De minimale verstoringsdiepte bedraagt 30 cm-mv (boring 83) en de maximale verstoringsdiepte 125 cm-mv (boring 15). -
Zijn, daar waar de bodem intact is, archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied, waaronder resten van het historisch erf Butzelaar? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan?
Binnen het plangebied van fase 2 zijn slechts vier boringen aanwezig met een intact bodemprofiel. In deze boringen is sprake van een (deels) intacte (zwak ontwikkelde) B-horizont. Door de aanwezigheid van roestvlekken en veel oerbrokken in de inspoelingslaag kunnen deze bodems geïnterpreteerd worden als veldpodzolen. Veldpodzolgronden zijn veelal in de lager liggende delen van het landschap aanwezig, zoals bij afvoerloze laagten of op lage ruggen en zijn kenmerkend voor voormalige heidegebieden. Veelal bezitten deze gronden een hoge grondwaterstand. Door de hoge grondwaterstand betreffen het vaak natte gebieden die minder gunstig zijn voor permanente bewoning dan de hogere delen in het landschap zoals de dekzandkoppen en dekzandwelvingen. De archeologische potentie van een veldpodzolgrond is dan ook relatief laag. Dit wordt verder ondersteund door het ontbreken van
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
30 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
archeologische vondsten en indicatoren in de gezette boringen. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een verkennend booronderzoek niet tot doel heeft om archeologische vindplaatsen op te sporen, maar primair dient om de mate van intactheid van de bodem te toetsen. Tevens valt nog op te merken dat door de ‘geïsoleerde’ ligging van de intacte bodemprofielen het onwaarschijnlijk is dat er nog een intacte archeologische vindplaats aanwezig is binnen het plangebied. Dit is in overeenstemming met de resultaten van Fase 1 van het booronderzoek. De boringen zijn gezet ter plaatse van het verdwenen erf Klein Butzelaar. Hiervan zijn tijdens het booronderzoek geen (funderings- of puin)resten van teruggevonden. De bodem ter plaatse van dit voormalige erf was volledig verstoord. Tevens zijn enkele boringen langs de grens van het erf Groot Butzelaar gezet, maar ook hiervan zijn in de ondergrond geen resten aangetroffen. Binnen het plangebied zijn volgens de bodemkaarten tevens twee dekzandruggen gelegen. De archeologische potentie van dergelijke eenheden is hoog. Tijdens het huidige booronderzoek is een deel van de centraal gelegen dekzandrug onderzocht, maar hier zijn geen aanwijzingen voor vindplaatsen aangetroffen, omdat ook hier de bodem volledig geroerd is. -
Zijn er archeologische lagen aangetroffen (cultuur- en afvallagen c.q. ophogingslagen)? Zo ja, wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan?
Tijdens Fase 2 van het booronderzoek zijn geen archeologische lagen aangetroffen. Deze vraag komt daarom te vervallen. -
In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen?
Op basis van het bureauonderzoek werden beekeerdgronden en laarpodzolgronden binnen het plangebied verwacht. Met name de bodems met een laar- en holtpodzolprofiel hebben zeer gunstige landbouwkundige eigenschappen (vruchtbaar, iets siltig, goed bewerkbaar en gunstige grondwaterhuishouding). In enkele boringen is sprake van humeuze sterk siltige beekeerdgronden en het ontbreken van een B-horizont. Laarpodzolgronden daarentegen zijn niet aangetroffen binnen het onderzochte deel van het plangebied (fase 2). In plaats van laarpodzolgronden is in de boringen met een intact bodemprofiel sprake van een veldpodzolgrond. Dit is afwijkend van de verwachting uit het bureauonderzoek. Op basis van het bureauonderzoek werden vooral beekeerdgronden verwacht, maar het blijkt dat er binnen het onderzochte deel van het plangebied van oorsprong vooral veldpodzolen aanwezig zijn, welke vooral voor komen in de lagere delen van het landschap. In enkele boringen zijn op het dekzand nog (restanten van) een beekeerd waargenomen. Binnen het plangebied werden op basis van de bodemkaarten twee dekzandruggen verwacht. Van de dekzandrug die in het centrale deel van het plangebied gelegen is, ter plaatse van het erf Groot Butzelaar, kon slechts het westelijk deel onderzocht worden tijdens Fase 2.
Een deel van het plangebied is in gebruik als grasland en een deel is in gebruik voor het kweken van grasmatten (grasrollen). Hiervoor wordt de bodem na elke nieuwe ‘oogst’ opnieuw machinaal omgewerkt, geëgaliseerd en ingezaaid. De hoge archeologische verwachting voor het onderzochte deel van het plangebied kan op basis van de resultaten van het booronderzoek voor fase 2 bijgesteld worden naar laag, met als indicatie ‘verstoord’. -
Is er vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke methode is hiervoor het meest geschikt?
Nee, in het onderzochte deel van het plangebied (fase 2) wordt geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. In enkele boringen (4 van de 51 boringen) is weliswaar nog sprake van een intact bodemprofiel. Het betreft echter ‘geïsoleerde’ bodemprofielen die veelal omringd worden door verstoorde bodemprofielen. In het overgrote deel van het onderzochte gebied (fase 2) is sprake van diepe bodemverstoringen tot in de top van het dekzand als gevolg van diepploegen en het kweken van graszoden. Binnen het onderzochte deel van het plangebied van Fase 2 worden derhalve geen intacte archeologische vindplaatsen meer verwacht.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
31 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Afbeelding 14: Boring 98 met gescheiden door de blauwe lijnen v.l.n.r. de geroerde bovengrond, de zwak ontwikkelde oranje B-horizont en het lichtgrijze dekzand met roestvlekken
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
32 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
5
Resultaten van het Booronderzoek Fase 3
5.1
Werkwijze Booronderzoek Aan de hand van het bureauonderzoek kwam naar voren dat een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is om de mate van intactheid van de bodem en de bodemopbouw te toetsen. Het booronderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de KNA versie 4.1, specificatie VS03, het vooraf opgestelde Plan van Aanpak26 en de BRL SIKB 4003. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in het resterende deel van het plangebied rond het erf Groot Butzelaar (Nederwoutseweg 66), waar in de eerdere twee fases nog geen betredingstoestemming voor was verkregen. In het totaal zijn op 12 december 2022 op de onderzoekslocatie door E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector) en R. Barth (junior archeoloog) 57 grondboringen gezet. Voorafgaand aan het onderzoek zijn de boorpunten door ir. S. Nijland van Civicon met RTK-GPS uitgezet en gemarkeerd met houten piketten. De boringen zijn gezet in de laatste nog te onderzoeken percelen in het noorden en oosten van het plangebied (fase 3). De boringen (ø 7 centimeter) zijn doorgezet tot minimaal 25 centimeter in de C-horizont. Alle boringen zijn in het veld gezeefd over een metalen zeef met een maaswijdte van 4 mm om eventuele archeologisch indicatoren te kunnen traceren. Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989).
5.2
Resultaten Geologie en Bodem De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn apart bijgevoegd (zie bijlage 4). Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de boorpuntenkaart in bijlage 5. Voor de verspreiding van de aangetroffen bodem wordt verwezen naar bijlage 6. De RD-coördinaten van de boorpunten zijn opgenomen in bijlage 7 en foto’s van het plangebied zijn opgenomen in bijlage 8. In het onderzoeksgebied is sprake van een grotendeels uniforme bodemopbouw. In alle boringen is de bodemopbouw verstoord tot in de C-horizont (zie Tabel 8). In de meeste boringen bestaat de bodemopbouw uit de bouwvoor, die scherp overgaat in een menglaag tussen de bouwvoor en C-horizont (A/C-horizont) dan wel direct in de C-horizont. In de meeste boringen zijn onderin de bouwvoor, in de menglaag dan wel in de top van de C-horizont oerbrokjes en/of roestvlekken waargenomen. De natuurlijke ondergrond bestaat over het algemeen uit matig fijn, matig siltig dekzand. In enkele boringen is sprake van zwak zandige leem. De top van de C-horizont ligt in het onderzoeksgebied tussen 25 en 125 cm-mv. In drie boringen (61, 88 en 140) zijn vermoedelijk slootvullingen aangeboord. Op de kadastrale kaart van 1811-1832 lijkt boring 140 direct in een kavelsloot te liggen (zie Afbeelding 15). Boringen 61 en 88 liggen niet direct in, maar wel in de buurt van sloten.
De aangetroffen slootvullingen reiken tot dieptes tussen 85 en 125 cm-mv en gaan scherp over in de C-horizont. Er zijn tijdens het booronderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het niet het doel is van een verkennend booronderzoek om vindplaatsen te karteren aan de hand van archeologische indicatoren. Tabel 8: Bodemopbouw bij een verstoord profiel (boring 131)
Diepte (cm – mv) 0-45 45-70
70-85
26
Samenstelling Donkergrijs-bruin, matig fijn, matig siltig zand Lichtgrijs, donkergrijs gevlekt, matig fijn, matig siltig zand met oerbrokjes Lichtgrijs, zwak zandig leem
Interpretatie Ap1; bouwvoor A/C; menglaag
C1; leemlaag (Formatie van Boxtel)
Assië & Van der Kuijl, 2020
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
33 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
85-110
Grijs, matig fijn, matig siltig zand
C2; verspoeld dekzand (Formatie van Boxtel)
Afbeelding 15: Ligging van de boorpunten van fase 3 geprojecteerd op de kadastrale kaart van 1811-1832 (https://hisgis.nl/projecten/gelderland/).
Op grond van de resultaten van het verkennend booronderzoek Fase 3 kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt beantwoord worden: -
Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied?
In het onderzoeksgebied van fase 3 is sprake van een grotendeels uniforme bodemopbouw, bestaande uit de bouwvoor, die scherp overgaat in de natuurlijke ondergrond (C-horizont) of in een menglaag tussen de bouwvoor en de natuurlijke ondergrond. C-horizont bestaat uit verspoeld dekzand en löss (Formatie van Boxtel) en is aangetroffen op dieptes tussen 25 en 125 cm-mv. In de meeste boringen zijn onderin de bouwvoor, in de menglaag dan wel in de top van de C-horizont oerbrokjes en/of roestvlekken waargenomen. Er zijn in het onderzoeksgebied geen (restanten van) podzolbodems aangetroffen. In boringen 61, 88 en 140 zijn onder de bouwvoor slootvullingen aangeboord. Op de kadastrale kaart van 1811-1832 ligt boring 140 min of meer ter hoogte van een kavelsloot. Boringen 61 en 88 liggen op deze kaart niet direct in, maar wel in de buurt van kavelsloten. -
Wat is de intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied?
Als gevolg van ontginningen en landbewerking (ploegen, diepploegen en egaliseren) is de bodem in vrijwel alle boringen verstoord tot in de top van de C-horizont verstoord geraakt. In de meeste boringen gaat de bouwvoor scherp over in de C-horizont of is sprake van een menglaag tussen de bouwvoor en de C-horizont. Er zijn geen (restanten van) podzolbodems aangetroffen. -
Zijn, daar waar de bodem intact is, archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied, waaronder resten van het historisch erf Butzelaar? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan?
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
34 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Binnen het onderzoeksgebied van fase 3 zijn geen intacte bodems of archeologische indicatoren aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.
-
Zijn er archeologische lagen aangetroffen (cultuur- en afvallagen c.q. ophogingslagen)? Zo ja, wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan?
Tijdens het veldonderzoek van fase 3 zijn geen archeologische lagen aangetroffen -
In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen?
Op basis van het bureauonderzoek werd in het onderzoeksgebied van fase 3 grotendeels een vlakte van verspoelde dekzanden en löss verwacht. Daarnaast zou langs de zuidelijke rand en in het centrale deel van het onderzoeksgebied sprake zijn van dekzandruggen. In de top van de natuurlijke ondergrond werden beekeerdgronden en plaatselijk laarpodzolgronden verwacht. Uit de resultaten van het booronderzoek fase 3 blijkt dat de bodemopbouw in het hele onderzoeksgebied verstoord is tot in de C-horizont. De natuurlijke ondergrond bestaat uit verspoelde dekzanden en löss. De twee dekzandruggen die op basis van het bureauonderzoek verwacht werden, zijn in het onderzoeksgebied niet aangetroffen. Ook zijn geen (restanten van) podzolbodems waargenomen. De archeologische verwachting voor het onderzoeksgebied van fase 3 kan worden bijgesteld naar laag, met als indicatie ‘verstoord’. -
Is er vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke methode is hiervoor het meest geschikt?
De kans dat bij de beoogde bodemingrepen archeologische waarden verloren gaan, wordt op basis van het ontbreken van intacte bodems en archeologische indicatoren laag ingeschat. Hamaland Advies adviseert dit deel van het plangebied vrij te geven.
Afbeelding 16: boring 60 met van links naar rechts de subrecente bouwvoor (Ap1), de subrecente ophoging (Ap2) en het lichtgrijze dekzand (C).
Ap1
A/C
C1
C2
Afbeelding 17: boring 131 met van links naar rechts de bouwvoor (Ap1), menglaag (A/C), leemlaag (C1) en het verspoelde dekzand (C2).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
35 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
6
Conclusie en Advies
6.1
Conclusie Bureauonderzoek gehele plangebied Op basis van de aardwetenschappelijke gegevens is er in het plangebied vermoedelijk sprake van verspoeld dekzand, een dalvormige laagte en twee dekzandkopjes. De ondergrond bestaat uit dekzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Hierin heeft zich grotendeels een beekeerdgrond ontwikkeld. In een kleiner deel van het plangebied kan er tevens sprake zijn van een laarpodzolgrond. Op historisch kaartmateriaal is waar te nemen dat er twee historische erven aanwezig zijn geweest binnen het plangebied, waarvan het erf Groot Butzelaar nog steeds bestaat. Ter plaatse van de historische bebouwing geldt een hoge archeologische verwachting. De twee vermoedelijk aanwezige dekzandkopjes krijgen tevens een hoge archeologische verwachting voor alle archeologische perioden. Een lage archeologische verwachting geldt ter plaatse van de dalvormige laagte en het verspoelde dekzand. Agrarische activiteiten in het plangebied kunnen ervoor gezorgd hebben dat de bodem tot in het archeologisch niveau verstoord is geraakt. Verkennend booronderzoek dient aan te tonen of er nog sprake is van intacte bodemprofielen. Booronderzoek Fase 1 Op basis van de resultaten van het booronderzoek voor Fase 1 is gebleken dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand, behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden.
In het dekzand heeft zich voornamelijk een veldpodzol ontwikkeld. In enkele boringen is sprake van een beekeerdgrond. In de overige boringen is sprake van hoge bruine enkeerdgronden. De verwachte laarpodzolgronden zijn niet aangetroffen. Binnen het plangebied is veelal sprake van verstoorde bodemprofielen. Het merendeel van de boringen bestaat uit een gemengde A/B-horizont als gevolg van diepploegen. In slechts negen van de drieënvijftig boringen is een intacte veldpodzol waargenomen. In vier boringen is als bijmening sprake van grijze leem of zandige klei, welke in het veld geïnterpreteerd is als een voormalige beekafzetting (Laagpakket van Singraven). Het plangebied is deels gelegen in het beekdal van de Barneveldse beek. Booronderzoek Fase 2 De natuurlijke ondergrond in het onderzochte deel van het plangebied (fase 2) bestaat uit een vlakte van ten dele verspoeld dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De top hiervan is op minimaal 30 cm-mv en op maximaal 125 cm-mv waargenomen. In het dekzand heeft zich van oorsprong een veldpodzol ontwikkeld, waarvan de restanten in slechts 4 boringen nog waargenomen zijn in de vorm van een (zwak ontwikkelde) B-horizont. In enkele boringen is op het dekzand nog een (bijmenging van) zandige klei waargenomen, welke in het veld geïnterpreteerd is als een voormalige beekafzetting (Laagpakket van Singraven).
Het plangebied is deels gelegen in het beekdal van de Barneveldse beek. Gezien de aanwezigheid van een beekdal mag ervan uitgegaan worden dat de aangetroffen laag een voormalige beekafzetting betreft en dat het geen bodemmateriaal betreft dat is aangevoerd van elders. In 8 boringen is een eerdlaag waargenomen (A1-horizont). Aangenomen mag worden dat het hier niet gaat om een ‘oude’ laag, maar om een (sub)recente horizont die is ontstaan als gevolg van het kweken van graszoden. Deze 8 boringen komen verspreid door het plangebied voor, en niet per definitie op de locatie van de (historische) erven. De overgang naar de onderliggende natuurlijke afzettingen is in alle gevallen scherp. Booronderzoek Fase 3 Uit de resultaten van het booronderzoek fase 3 is gebleken dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit verspoeld dekzand en löss. De bodemopbouw is in het hele onderzoeksgebied van fase 3 verstoord tot in de C-horizont als gevolg van (diep)ploegen en/of egalisatie. De twee dekzandruggen die op basis van het bureauonderzoek verwacht werden, zijn in het onderzoeksgebied niet aangetroffen. Ook zijn geen (restanten van) podzolbodems waargenomen. De archeologische verwachting voor het onderzoeksgebied van fase 3 kan op basis van de verstoorde bodem worden bijgesteld naar laag, met als indicatie ‘verstoord’.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
36 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
6.2
Selectieadvies Fase 1 Hamaland Advies adviseert op basis van de onderzoeksresultaten van het verkennend booronderzoek tijdens Fase 1 geen vervolgonderzoek uit te voeren voor de huidige onderzochte delen van het plangebied. In het plangebied is slechts in negen van de drieënvijftig boringen tijdens fase 1 een intact bodemprofiel waargenomen. De overige boringen waren allen tot in de top van de C-horizont verstoord. De kans dat met de geplande ontwikkelingen behoudenswaardige archeologische waarden verloren gaan wordt gering geacht. Tijdens fase 1 zijn de percelen op - en rond de twee historische erven nog niet onderzocht. Ook de dekzandrug in het centrale deel van het plangebied viel buiten de beboorde delen van fase 1. De archeologische potentie van de historische erven en de dekzandrug in het centrale deel van het plangebied dient tijdens fase 2 te worden vastgesteld (zie Afbeelding 13 voor een overzicht van de onderzochte percelen uit fase 1 en de nog te onderzoeken percelen van fase 2). Fase 2 Op basis van de resultaten van het veldonderzoek in Fase 2 adviseert Hamaland Advies om dit deel van het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen. De ondergrond is sterk verstoord als gevolg van het diepwoelen en kweken van graszoden. De kans dat met de toekomstige bodemingrepen archeologische waarden verloren gaan, wordt gering geacht.
De archeologische potentie van het nog niet onderzochte deel van het plangebied (zie bijlage 5) moet in Fase 3 nog vastgesteld worden. Fase 3 Uit de resultaten van het veldonderzoek in fase 3 is gebleken dat de ondergrond in het hele onderzoeksgebied is verstoord tot in de C-horizont. Er zijn geen intacte (podzol)bodems aangetroffen. De kans dat bij de beoogde bodemingrepen archeologische waarden verloren gaan wordt laag ingeschat. Hamaland Advies adviseert ook dit deel van het plangebied vrij te geven.
6.3
Beoordeling Fase 1 Het bevoegd gezag, gemeente Barneveld en haar archeologisch adviseur, (mw. P. Kloosterman, Regioarcheoloog Barneveld, Scherpenzeel en Wageningen), hebben de resultaten van het bureauonderzoek voor het gehele plangebied op 29-4-2020 getoetst. De resultaten van het verkennend booronderzoek (alleen fase 1) zijn op 25-1-2021 getoetst door mw. C. van Eijk, Regioarcheoloog Barneveld, Scherpenzeel en Wageningen. De opmerkingen zijn in deze definitieve versie van het rapport verwerkt. Fase 2 en Fase 3 Mevrouw van Eijk heeft voorgesteld om de onderzoeksresultaten van de nog te onderzoeken percelen (Fase 2) toe te voegen aan deze rapportage, waarna een besluit genomen wordt of vervolgonderzoek noodzakelijk is en zo ja, voor welke delen van het plangebied. Omdat tijdens de uitvoering van de boringen in Fase 2 geen toestemming werd verkregen voor onderzoek op de percelen rond het erf Groot Butzelaar (Nederwoutseweg 66), zijn de resterende nog niet onderzochte percelen gerapporteerd als ‘Fase 3’. De resultaten van de booronderzoeken van Fase 2 en Fase 3 zullen nog getoetst worden door het bevoegd gezag, waarna het bevoegd gezag een besluit zal nemen of vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht.
6.4
Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
37 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen. Deze aangifte dient te gebeuren bij de gemeente Barneveld en de gemeentelijk archeoloog (mw. drs. C. van Eijk).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
38 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Informatiebronnen Gebruikte literatuur Assië, C., & E.E.A., 2020. Plan van Aanpak verkennend booronderzoek. Plangebied De Burgt te Barneveld, Zelhem. Projectcode 202726. Bakker, H. de & J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland; de hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land, inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen (Fysische geografie van Nederland). Brouwer, R.M., 2011. Plangebied Edelweiss te Barneveld, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase), Weesp. Brouwer, R.M., 2011. Plangebied Burgthoven, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase), Weesp. Porreij-Lyklema, T.E., 2019. Plangebied Woudse Werven I, Nederwoudseweg te Barneveld, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek), Weesp. Ten Broeke, E.M, 2013. Archeologisch karterend booronderzoek N802 Scherpenzeelseweg tussen km 9.3 en 10.6 te Barneveld in de gemeente Barneveld, Doetinchem. Smit, L., 2005. Barneveld Zuid-Oost IVO-2 Locatie 1 en 2 Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen, Amersfoort. Veller, 2013. De Burgt - Veller e.o, Nr. 1014, onbekend.
Geraadpleegde websites https://zoeken.cultureelerfgoed.nl; Archis3 voor informatie over meldingen, Bonneblad ca. 1900, geomorfologie, bodem en grondwater, luchtfoto, hoogtekaart, kadaster, bodemgebruik, archeoregio, rd-coördinaten https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/ voor doen van melding http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl en https://hisgis.nl/projecten/gelderland/ voor kadastrale minuutplannen 18111832 www.topotijdreis.nl; voor informatie historische kaarten vanaf 1845 http://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens voor informatie over boringen in de omgeving http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/bestemmingsplannen voor bestemmingsplaninformatie www.dans.easy.nl voor rapporten http://www.ikme.nl voor informatie over de Tweede Wereldoorlog
https://www.historieleusden.nl/hkl-boerderij-butselaar.html
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
39 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
BIJLAGEN
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
40 van 80
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Bijlage 1: Plangebied binnen het rode kader, bouwvelden weergegeven binnen de gele kaders (bron: opdrachtgever) en Overzichtskaart met de fasering van het archeologisch veldonderzoek
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Bijlage 2: Overzicht van archeologische en geologische perioden
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Bijlage 3: Redengevende beschrijving van de gemeentelijke monumenten van erf Butzelaar
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Inventarisatienummer
:
000
Naam object
:
Groot Butzelaar
Adres
:
Nederwoudseweg 68-70
Postcode
:
3772 TE
Kadastrale aanduiding
:
Barneveld E 3426, 3427, 3493
Oorspronkelijke functie
:
boerderij
Huidige functie
:
woonhuis
Inventarisatiedatum Bouwjaar/periode
: :
Bouwstijl Architect
16-07-2008
19de eeuw :
traditioneel
:
Typering Boerderijcomplex bestaande uit het voorhuis van een verder gesloopte T-boerderij en drie veeschuren op een oud erf in het voormalige buitengebied ten zuiden van de bebouwde kom van Barneveld. Ligging/stedenbouwkundige context Het erf is een onderdeel van het kleinschalige kampenlandschap ten zuiden van Barneveld, een gebied met vele kleine en grote kampen en essen, dat werd doorsneden door verschillende kleine beken, waaronder de Flierbeek. De Nederwoudseweg is binnen dit gebied een oude structuur en van oudsher een oude verbindingsweg tussen Barneveld en de buurtschap Nederwoud. Boerderij Groot Butzelaar ligt oostelijk van de Nederwoudseweg, op een groot erf, dat inmiddels is opgesplitst in verschillende woningen met bijgebouwen. Oorspronkelijk viel Groot Butzelaar net binnen de gemeente Ede (en voordien Lunteren) en liep de gemeentegrens ten noorden van het erf. Bij een gemeentelijke grenscorrectie rond 1990 kwam het complex binnen de gemeente Barneveld te liggen. Het gebied ten westen van de Nederwoudseweg is inmiddels omgevormd tot een woonwijk. Historie Groot Butzelaar (ook wel Butselaar of Butseler) behoort getuige de naamgeving, eindigend op –laar of –ler tot de oudere erven in de gemeente Barneveld. De stichting gaat zelfs terug tot de middeleeuwen. In oorsprong was het een leengoed van het Huis Scherpenzeel. Voor 1582 hoorde het toe aan Goirt van Butseler.
In 1649 ontstond door vererving en deling “Klein Butselaar”. Het goed is dan in het bezit van de familie Oetgen. Later kwam het aan de familie van Donselaar (tot 1736) en de families Santbergen en Van Eldik. Van Eldik liet de boerderij in 1823 veilen, waardoor het in handen kwam van de landbouwer Jan Hooijer uit Lunteren. Er is dan ook nog steeds sprake van een Groot en een Klein Butzelaar. Klein Butzelaar bevond zich direct ten zuidwesten van het oude erf. Deze situatie is nog goed te zien op de kadastrale kaart van circa 1830. Groot Butzelaar omvatte destijds naast de boerderij een flink aantal grote percelen bouwland, hakhout en boomgaard en was in handen van Jan Hooijer. Op de kadastrale kaart is de boerderij dan nog ingetekend als een eenvoudig rechthoekig blok, zonder twijfel het volume van een oude hallehuisboerderij. Rond het midden van de 19de eeuw werd hieraan aan de noordoostzijde een groot dwarsgeplaatst voorhuis toegevoegd, waardoor de opzet van een T-boerderij ontstond. Naast de boerderij (ten noordwesten) realiseerde men een grote veeschuur. In het eerste kwart van de 20ste eeuw werd de oude deel (de vroegere hallehuisboerderij) afgebroken en vervangen door een nieuwe vrijstaande veeschuur, die dwars op het gehandhaafde voorhuis werd
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
geprojecteerd. Ten westen van de oude schuur werd nog een schuur gebouwd. De nieuwe schuren kregen een opmerkelijke opzet vormgeving, met ver overstekende kappen, houten topgevels en een van de reguliere boerderijbouw in deze streken afwijkende indeling, alsof ze onderdeel moesten zijn van een soort modelboerderij. Het is niet helemaal duidelijk wanneer deze schuren zijn gebouwd. Het is niet ondenkbaar dat ze onder de nieuwe eigenaar van de boerderij, de uit de Oost afkomstige handelaar A.J. Bos, waren gerealiseerd. Deze was in 1921 in het bezit gekomen van het nabijgelegen landgoed De Biezen, met de bedoeling zich te storten op het boerenbedrijf. In korte tijd vergrootte hij het landgoed, mede door de aankoop van Groot Butzelaar, van 40 naar 70 hectare. Bos ging rond 1927 failliet en verkocht het erf aan een veehouder, wiens nazaten het erf nog steeds in bezit hebben. Mogelijk is Bos dus verantwoordelijk geweest voor de vernieuwing en uitbreiding van Groot Butzelaar, maar de vormgeving van de schuren kan ook op een eerdere ontstaanstijd, rond 1910 duiden. Het erf is in de tweede helft van de 20 ste eeuw nog met diverse gebouwen uitgebreid. De bedrijfsgebouwen concentreren zich vooral aan zuidzijde. Het gehandhaafde voorhuis is in het recente verleden gemoderniseerd en naar het noorden toe uitgebreid met een semi-vrijstaande woning.
De oude schuren bleven in vrijgave staat bewaard, uitgezonderd de 19de-eeuwse veeschuur, die zowel extern als intern wijzigingen onderging. Omschrijving Voorhuis voormalige T-boerderij Hoofdvorm, plattegrond en dak Het betreft het dwars geplaatste voorhuis van de vroegere T-vormig opgezette boerderij. Dit voorhuis was haaks op de oude hallehuisboerderij geplaatst. Het hallehuis is bij de bouw van de nieuwe veeschuur geheel gesloopt en vervangen door een zeer ondiep achterhuis, dat haaks op het voorhuis aansluit. Op de noordwestzijde van het voorhuis sluit een laag bouwdeel aan, dat de verbinding vormt naar een halfvrijstaand woonhuis met zadeldak, dat van vrij recente datum is. Dit woonhuisgedeelte met tussenlid valt verder buiten het bestek van deze beschrijving. Het oude voorhuis heeft een rechthoekige plattegrond, anderhalve bouwlaag en een schilddak met de nokrichting evenwijdig aan de voorgevel. Dit dak heeft rondom een flink overstek met decoratief gezaagde houten druiplijst en een rietdekking met gebakken nokvorsten. Gevels De gevels zijn gemetseld in handvormsteen in kruisverband met bakstenen plint. In de gevels diverse eenvoudiger smeedijzeren ankers. De linker zijgevel is voor een deel gepleisterd.
De voorgevel is vijf vensterassen breed en heeft op de begane grond vier vensters met kozijnen met luiksponning, houten opgeklampte luiken, gepleisterde lekdorpels en volledig vernieuwde ramen. De tweede as van rechts bevat de vroegere hoofdingang, thans met een volledig nieuwe raaminvulling met een bovenlicht. In de zolderverdieping bevinden zich vijf zoldervensters met strek, houten kozijn en nieuwe raaminvulling. De beide buitenste vensters zijn een vrij recente toevoeging. De rechter zijgevel bevat twee niet oorspronkelijke vensters. De linker zijgevel heeft op de begane grond links een tuindeur ter plekke van een verdwenen venster, waarvan alleen de strek resteert. Op de verdieping is er een niet oorspronkelijk venster. De achtergevel heeft geheel links beneden een kozijn met deur en nevenlicht van vrij recente datum en op de verdieping een oud kozijn met luikduimen en enkelruits raam. De achterbouw heeft geen historische details. Dit bouwdeel heeft bakstenen gevels en een hoge gepleisterde plint. Interieur Het voorhuis heeft een 19de-eeuwse kelder (kaaskelder) met troggewelven op ijzeren balken en een aantal originele pekelbakken. De kelder is toegankelijk via een dubbel houten luik. In het voorhuis is de 19de-eeuwse indeling nog herkenbaar. In het pand bleven de oude balklagen intact. Schuur 1 Hoofdvorm, plattegrond en dak
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Grote veeschuur in de vorm van een hallehuis met middenlangsdeel. De schuur heeft een rechthoekige plattegrond, één bouwlaag en een fors zadeldak met flinke overstekken boven de kopgevels. Deze bezitten een uitkragende, met houten delen beklede top (voorschot), waarover het hoofddak trapsgewijs is doorgetrokken. Het dak bezit bij de overstekken houten windveren en is gedekt met gesmoorde tuilesdu-Nord. Goten ontbreken. Gevels De gevels zijn gemetseld in machinale rode baksteen in kruisverband en voorzien van een lage gepleisterde plint, afsluitend met een halfsteens rollaag. De gevelopeningen in de bakstenen muurdelen zijn alle getoogd met gemetselde halfsteens segmentbogen. De getoogde vensters hebben gietijzeren ramen en bakstenen lekdorpels. De zuidoostelijke kopgevel bevat in het midden een brede dubbele houten opgeklampte deeldeur onder een segmentboog. Aan weerszijden bevinden zich grote stalvensters met 9-ruits ramen, waarvan de 3-ruits bovenlichtjes klapraampjes zijn. Uiterst links en rechts heeft de gevel enkelvoudige houten opgeklampte staldeurtjes. Het forse houten voorschot heeft een dubbel houten opgeklampt zolderluik en aan weerszijden een breed liggend venster met 12-ruits raam. De noordwestelijke kopgevel bevat twee houten opgeklampte staldeuren, elk met aan weerszijden een groot getoogd venster met 9-ruits ijzeren raam.
In het houten voorschot een zelfde luik met vensters als in de zuidoostelijke kopgevel. In de beide langsgevels bevinden zich grote getoogde stalvensters met 9-ruits ijzeren ramen met decoratieve roedenverdeling en enkele getoogde houten opgeklampte staldeuren. De inwendige constructie bestaat uit grenen dekbalkgebinten op stijlen met schoren. De binnenwanden zijn deels gepleisterd. In de schuur een vertrek met oude bakstenen pomp met houten opbouw. Schuur 2 Hoofdvorm, plattegrond en dak Dit is de 19de-eeuwse bijschuur van de toenmalige T-boerderij. Deze schuur heeft de opzet van een hallhuis met middenlangsdeel, een rechthoekige plattegrond, één bouwlaag en een zadeldak met wolfeinden boven de kopgevels. Het dak is gedekt met gesmoorde tuiles-du-Nord en kruispannen en heeft bij de kopgevels overstekken met houten windveren. Goten ontbreken bij de zijgevels. Gevels De gevels zijn gemetseld in machinale baksteen in kruisverband. In de beide kopgevels bevonden zich brede deeldeuropeningen met gemetselde korfbogen. Beide openingen zijn grotendeels dichtgezet. In de noordgevel bevinden zich hier thans twee recente ingangen (met houten deur en roldeur), die niet beschermenswaardig zijn. Voorts bevat deze gevel een klein getoogd stalvenster met 4-ruits raam en een groter getoogd stalvenster met bakstenen lekdorpel en een 9-ruits ijzeren raam met decoratieve roedenverdeling.
In de top van de gevel een getoogd houten opgeklampt zolderluik. De zuidelijke kopgevel gaat grotendeels schuil achter een niet oorspronkelijke aanbouw, een tussenlid, dat deze schuur koppelt aan de derde schuur op het erf. In de top van deze gevel een houten opgeklampt zolderluik. Beide zijgevels bevatten getoogde houten opgeklampte staldeurtjes onder halfsteens segmentbogen en niet oorspronkelijke rechthoekige betonnen stalvenstertjes. De veeschuur heeft ankerbalkgebinten. Deze zijn deels verwijderd bij de bouw van een nieuwe tussenmuur en voorzien ijzeren ondersteuningen. Schuur 3 Hoofdvorm, plattegrond en dak Veeschuur in de vorm van een tweebeukig hallehuis. De schuur heeft een rechthoekige plattegrond, één bouwlaag en een fors zadeldak met flinke overstekken boven de kopgevels. Deze bezitten een uitkragende, met houten delen beklede top (voorschot), waarover het hoofddak trapsgewijs is doorgetrokken. Het dak bezit bij de overstekken houten windveren en is gedekt met gesmoorde tuilesdu-Nord. Goten ontbreken.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Gevels De gevels zijn gemetseld in machinale rode baksteen in kruisverband en bij de zijgevels voorzien van een hoge gepleisterde plint, afsluitend met een halfsteens rollaag. Bij de zuidoostelijke kopgevel is er een veel lagere gepleisterde plint aanwezig, bij de noordwestelijke kopgevel ontbreekt deze geheel. De onder het dakoverstek aansluitende geveldelen van de kopgevels zijn bekleed met verticale houten delen. De gevelopeningen is de bakstenen muurdelen zijn alle getoogd met gemetselde halfsteens segmentbogen. De getoogde vensters hebben gietijzeren ramen met decoratieve roedenverdeling en bakstenen lekdorpels De zuidoostelijke kopgevel bevat drie getoogde houten opgeklampte staldeuren, afgewisseld door in totaal twee stalvensters. In het houten gevel onder de overkragende top bevindt zich een gevelopening met dubbel houten luik, in het overkragende voorschot is er een liggend venster met 14-ruits raam. De noordwestelijke kopgevel bevat beneden twee getoogde houten opgeklampte staldeuren, elk met aan weerszijden een getoogd stalvenster met 9-ruits ijzeren raam. In het houten gevel onder de overkragende top bevindt zich een gevelopening met 9-ruits raam en dubbel houten luik, in het overkragende voorschot is er een liggend venster met veelruits raam.
In de beide langsgevels bevinden zich kleine getoogde stalvensters met 9-ruits ijzeren ramen met decoratieve roedenverdeling en enkele getoogde houten opgeklampte staldeuren. Op de noordoostelijke zijgevel sluit een latere aanbouw met lessenaarsdak en plat dak aan. Het interieur is niet bezocht. Erf Het erf heeft door de clustering van diverse grote gebouwen het karakter van een kleine nederzetting. Afgezien van de in deze beschrijving genoemde veeschuren resteren geen andere historische bijgebouwen meer. Zo zijn de vroeger op het oostelijke deel van het erf aanwezige hooibergen verdwenen. Een vroegere stal ten zuidwesten van schuur 1 is verbouwd tot woning. Wel resteren op het erf diverse markante groenelementen, zoals een groep eiken op het noordelijke deel, ten noordwesten van het voorhuis; voorts een aantal paardenkastanjes rondom schuur 3 en de oude laanbeplanting (eik) langs het toegangslaantje vanaf de Nederwoudseweg. Bronnen/literatuur Website: http://barneveld.digicity.nl/Stad-Streek/Beeldbank Mededelingen eigenaar. Website: watwaswaar.nl, Barneveld/Lunteren G.A. Ossenkoppele e.a., Basismateriaal Veldnamenatlas van de gemeente Ede, Ede 1997 M. van Luttikhuizen, “De Biezen”, in Barneveldse Krant, 7 oktober 1989 MOTIVERING VOOR PLAATSING OP DE GEMEENTELIJKE MONUMENTENLIJST 1.
Architectonische betekenis / kunstwaarden In deze contreien opmerkelijk groot boerderijcomplex, bestaande uit het gewijzigde restant van een grote T-boerderij, een 19de-eeuwse schuur en twee vroeg 20ste-eeuwse schuren. Het midden 19de-eeuwse voorhuis en de veeschuur hebben vooral bouwhistorische waarde als oudste onderdelen van het complex, maar de architectuurhistorische betekenis beperkt zich door de vele wijzigingen vooral tot de markante historische hoofd- en kapvormen, het materiaalgebruik voor gevels en daken en enkele bouwkundige details. De beide vroeg 20ste-eeuwse schuren zijn van belang vanwege het zeer uitzonderlijke (in de gemeente Barneveld zeldzame) bouwtype, de kwaliteit van het ontwerp, de bijzondere detaillering, materiaalgebruik en constructies. 2. Oudheidkundige (historische) waarden
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project : BO en IVO (fase 1, 2 en 3) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Groot Butzelaar is een voorbeeld van een historisch gegroeid boerderijcomplex, waarvan de oorsprong terugreikt tot de middeleeuwen. In de 19de en vroege 20ste eeuw behoorde het erf zich tot de grotere boerderijen in dit deel van de gemeente (destijds nog Lunteren). Bijzonder is de grootschalige herontwikkeling die het erf begin 20 ste eeuw doormaakte met de bouw van twee grote nieuwe veeschuren, waarschijnlijk vanuit het nabijgelegen landgoed De Biezen. Het huidige complex bestaande uit het woongedeelte van de deels gesloopte hoofdboerderij, drie historische schuren en relicten van de oude erfbeplanting geven tezamen nog een uitstekende indruk van het vroegere boerenbedrijf. 3. Stedenbouwkundige / ensemble waarde Het erf is door de aanwezigheid van de boerderij, de grote veeschuren, de bomenlaan en de erfbeplanting een markant en vrij gaaf historisch ensemble, met een grote beeldwaarde voor zijn omgeving, een beeldbepalend element voor de Nederwoudseweg en de restanten van het agrarische landschap aan de zuidrand van Barneveld.
Het erf NEDERWOUDSEWEG 68-70, bestaande uit het 19de-eeuwse voorhuis van een overigens gesloopte T-boerderij en drie grote veeschuren, een laantje met eikenbomen en de erfbeplanting, voldoet aan de monumentencriteria, zoals opgenomen in de “Monumentenverordening 2003” (vastgesteld door de gemeenteraad 16-12-2003, nr.03-132), artikel 5, lid 2 , a, b, en c. Het complex is derhalve beschermenswaardig als gemeentelijk monument in de gemeente Barneveld. Het voorhuis is alleen beschermenswaardig wat betreft de hoofd- en kapvorm, de metselwerken, de dakbedekking en de gevelindeling van de voorgevel.