De Lanen-Oost_Toelichting_Bijlage 10 Archeologisch onderzoek (2021) (1)
Tekst van het document
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie (Fase 1 en Fase 2) Plangebied de Burgt te Barneveld, gemeente Barneveld
Opdrachtgever
Buro Ontwerp en Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Dhr. J. van Luttikhuizen 06 - 39 76 56 00 j.vanluttikhuizen@ontwerpenomgeving.nl Projectnummer 202726 Kenmerk CA/DIR/HAMA/202726
Eindredactie/kwaliteitscontrole Drs. E.E.A. van der Kuijl
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
Paraaf
Datum 17-11-2021
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Colofon
Opdrachtgever
Buro Ontwerp en Omgeving
Project
De Burgt Barneveld
Projectnummer
202726
Titel
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek (Fase 1 en Fase 2) Plangebied de Burgt te Barneveld, gemeente Barneveld
Datum en versie
17-11-2021, versie 4.1 (bureauonderzoek gehele plangebied: definitief, veldonderzoek fase 1: definitief, veldonderzoek fase 2: concept)
Auteurs
drs. E.E.A. van der Kuijl, C. Assië MA en R. de Graaf (dtp) en D. Woolschot MSc
Redactie
Drs. E.E.A. van der Kuijl – Hamaland Advies (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector)
Afbeelding voorzijde:
Luchtfoto met plangebied binnen het rode kader (maps.google.nl)
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
2 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Inhoud Samenvatting .......................................................................................................................................... 4 1.
2
3
4
5
Inleiding .......................................................................................................................................... 6 1.1
Inleiding en onderzoekskader ............................................................................................... 6
1.2
Doel en vraagstelling van het onderzoek .............................................................................. 7
1.3
Werkwijze .............................................................................................................................. 7
1.4
Beleidskaders ........................................................................................................................ 8
1.5
Administratieve gegevens ................................................................................................... 10
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel ..................................................................................... 11 2.1
Landschapsgenese ............................................................................................................. 11
2.2
Archeologische waarden ..................................................................................................... 19
2.3
Archeologisch verwachtingsmodel ...................................................................................... 21
Resultaten van het Booronderzoek Fase 1 ................................................................................... 23 3.1
Werkwijze Booronderzoek................................................................................................... 23
3.2
Resultaten ........................................................................................................................... 23
Resultaten van het Booronderzoek Fase 2 ................................................................................... 28 4.1
Werkwijze Booronderzoek................................................................................................... 28
4.2
Resultaten ........................................................................................................................... 28
Conclusie en Advies ..................................................................................................................... 32 5.1
Conclusie ............................................................................................................................ 32
5.2
Selectieadvies ..................................................................................................................... 32
5.3
Beoordeling ......................................................................................................................... 33
5.4
Voorbehoud......................................................................................................................... 33
Informatiebronnen................................................................................................................................. 34 Gebruikte literatuur ........................................................................................................................... 34 Geraadpleegde websites .................................................................................................................. 34
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
3 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Samenvatting In het kader van de herontwikkeling van het plangebied De Burgt aan de Lunterseweg te Barneveld, heeft Hamaland Advies in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd conform BRL SIKB 4002 (zie Afbeelding 1). Voor een deel van het plangebied (fase 1 en fase 2) is een verkennend booronderzoek conform de BRL SIKB 4003 uitgevoerd. De nieuwe ontwikkelingen betreffen de bouw van woningen en de aanleg van nutsvoorzieningen. Het plangebied heeft een omvang van ca 26 hectare. De verstoringsdiepte is nog niet bekend, maar zal vermoedelijk meer dan 80 cm- mv bedragen (vorstvrij funderen). Op de nieuwe beleidskaart van de gemeente Barneveld kent het plangebied vier verwachtingszones. Er is sprake van een lage archeologische verwachting (groen op de kaart), een middelhoge archeologische verwachting (geel op de kaart), voor een klein deel geldt een hoge archeologische verwachting (rood op de kaart) en binnen het plangebied bevindt zich een historisch erf (ter plaatse van het huis) (zie Afbeelding 2). Ter plaatse van het historische erf dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij plangebieden groter dan 100 m². Ook de laagste waarde (meer dan 10.000 m² en dieper dan 30 cmmv) wordt overschreden aangezien de omvang van het plangebied meer dan 26 hectare bedraagt.
Bureauonderzoek Op basis van de aardwetenschappelijke gegevens is er in het plangebied vermoedelijk sprake van verspoeld dekzand, een dalvormige laagte en twee dekzandkopjes. De ondergrond bestaat uit dekzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Hierin heeft zich grotendeels een beekeerdgrond ontwikkeld. In een kleiner deel van het plangebied kan er tevens sprake zijn van een laarpodzolgrond. Op historisch kaartmateriaal is waar te nemen dat er twee historische erven aanwezig zijn geweest binnen het plangebied, waarvan het erf Groot Butzelaar nog steeds bestaat. Ter plaatse van de historische bebouwing geldt een hoge archeologische verwachting. De twee vermoedelijk aanwezige dekzandkopjes krijgen tevens een hoge archeologische verwachting voor alle archeologische perioden. Een lage archeologische verwachting geldt ter plaatse van de dalvormige laagte en het verspoelde dekzand. Agrarische activiteiten in het plangebied kunnen ervoor gezorgd hebben dat de bodem tot in het archeologisch niveau verstoord is geraakt. Verkennend booronderzoek dient aan te tonen of er nog sprake is van intacte bodemprofielen. Booronderzoek fase 1 Op basis van het booronderzoek is gebleken dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand, behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. In het dekzand heeft zich voornamelijk een veldpodzol ontwikkeld.
In enkele boringen is sprake van een beekeerdgrond. In de overige boringen is sprake van hoge bruine enkeerdgronden. De verwachte laarpodzolgronden zijn niet aangetroffen. Binnen het plangebied is veelal sprake van verstoorde bodemprofielen. Het merendeel van de boringen bestaat uit een gemengde A/B-horizont als gevolg van diepploegen. In slechts negen van de drieënvijftig boringen is een intacte veldpodzol waargenomen. In vier boringen is als bijmenging sprake van grijze leem of zandige klei, welke in het veld geïnterpreteerd is als een voormalige beekafzetting (Laagpakket van Singraven). Het plangebied is deels gelegen in het beekdal van de Barneveldse beek. Booronderzoek fase 2 De natuurlijke ondergrond in het onderzochte deel van het plangebied (fase 2) bestaat uit een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De top hiervan is op minimaal 30 cm-mv en op maximaal 125 cm-mv waargenomen. In het dekzand heeft zich van oorsprong een veldpodzol ontwikkeld, waarvan de restanten in slechts 4 boringen nog waargenomen zijn in de vorm van een (zwak ontwikkelde) B-horizont. In enkele boringen is op het dekzand nog een (bijmenging van) zandige klei waargenomen, welke in het veld geïnterpreteerd is als een voormalige beekafzetting (Laagpakket van Singraven). Het plangebied is deels gelegen in het beekdal van de Barneveldse beek.
Gezien de aanwezigheid van een beekdal mag ervan uitgegaan worden dat de aangetroffen laag een voormalige beekafzetting betreft en dat het geen bodemmateriaal betreft dat is aangevoerd van elders. In 8 boringen is een eerdlaag waargenomen (A1-horizont). Aangenomen mag worden dat het hier niet gaat om een oude laag, maar om een (sub)recente horizont die is ontstaan als gevolg van het kweken van graszoden. Deze 8 boringen komen verspreid door het plangebied voor, en niet per definitie op de locatie van de (historische) erven. De overgang naar de onderliggende natuurlijke afzettingen is in alle gevallen scherp.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
4 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Selectieadvies fase 1 Hamaland Advies adviseert op basis van de onderzoeksresultaten van het verkennend booronderzoek tijdens Fase 1 geen vervolgonderzoek uit te voeren voor de huidige onderzochte delen van het plangebied. In het plangebied is slechts in negen van de drieënvijftig boringen tijdens fase 1 een intact bodemprofiel waargenomen. De overige boringen waren allen tot in de top van de C-horizont verstoord. De kans dat met de geplande ontwikkelingen behoudenswaardige archeologische waarden verloren gaan wordt gering geacht. Tijdens fase 1 zijn de percelen op en rond de twee historische erven nog niet onderzocht. Ook de dekzandrug in het centrale deel van het plangebied viel buiten de beboorde delen van fase 1. De archeologische potentie van de historische erven en de dekzandrug in het centrale deel van het plangebied dient tijdens fase 2 te worden vastgesteld (zie Afbeelding 13 voor een kaart waarop de nog niet onderzochte delen zijn aangegeven).
Beoordeling fase 1 Het bevoegd gezag, gemeente Barneveld en haar archeologisch adviseur, (mw. P. Kloosterman, Regioarcheoloog Barneveld, Scherpenzeel en Wageningen), hebben de resultaten van het bureauonderzoek voor het gehele plangebied op 29-4-2020 getoetst. De resultaten van het verkennend booronderzoek (alleen fase 1) zijn op 25-1-2021 getoetst door mw. C. van Eijk, Regioarcheoloog Barneveld, Scherpenzeel en Wageningen. De opmerkingen zijn in deze definitieve versie van het rapport verwerkt. Mevrouw van Eijk heeft voorgesteld om de onderzoeksresultaten van de nog te onderzoeken percelen (Fase 2) toe te voegen aan deze rapportage, waarna een besluit genomen wordt of vervolgonderzoek noodzakelijk is en zo ja, voor welke delen van het plangebied. Selectieadvies fase 2 Op basis van de resultaten van het veldonderzoek in Fase 2 adviseert Hamaland Advies om dit deel van het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen. De ondergrond is sterk verstoord als gevolg van het diepwoelen en kweken van graszoden. De kans dat met de toekomstige bodemingrepen archeologische waarden verloren gaan, wordt gering geacht. De archeologische potentie van het nog niet onderzochte deel van het plangebied (zie bijlage 5) moet in Fase 3 nog vastgesteld worden. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.
Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen. Deze aangifte dient te gebeuren bij de gemeente Barneveld en de Regioarcheoloog (mw. C. van Eijk).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
5 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
1.
Inleiding
1.1
Inleiding en onderzoekskader In het kader van de herontwikkeling van het plangebied De Burgt aan de Lunterseweg te Barneveld, heeft Hamaland Advies in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd conform BRL SIKB 4002 (zie Afbeelding 1). Voor een deel van het plangebied (fase 1 en fase 2) is een verkennend booronderzoek conform de BRL SIKB 4003 uitgevoerd. De nieuwe ontwikkelingen betreffen de bouw van woningen en de aanleg van nutsvoorzieningen. Het plangebied heeft een omvang van ca 26 hectare. De verstoringsdiepte is nog niet bekend, maar zal vermoedelijk meer dan 80 cm- mv bedragen (vorstvrij funderen). Op de nieuwe beleidskaart van de gemeente Barneveld kent het plangebied vier verwachtingszones. Er is sprake van een lage archeologische verwachting (groen op de kaart), een middelhoge archeologische verwachting (geel op de kaart), voor een klein deel geldt een hoge archeologische verwachting (rood op de kaart) en binnen het plangebied bevindt zich een historisch erf (ter plaatse van het huis) (zie Afbeelding 2). Ter plaatse van het historische erf dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij plangebieden groter dan 100 m². Ook de laagste waarde (meer dan 10.000 m² en dieper dan 30 cmmv) wordt overschreden aangezien de omvang van het plangebied meer dan 26 hectare bedraagt.
Het plangebied dient door de overschrijding van de vrijstellingsgrenzen voorafgaand aan de vergunningverlening in het kader van de Erfgoedwet te worden onderzocht. Het bevoegd gezag, gemeente Barneveld en haar archeologisch adviseur, (mw. P. Kloosterman, Regioarcheoloog Barneveld, Scherpenzeel en Wageningen), hebben de resultaten van het bureauonderzoek op 29-4-2020 getoetst. De resultaten van het verkennend booronderzoek (fase 1) zijn op 25-1-2021 getoetst door mw. C. van Eijk, Regioarcheoloog Barneveld, Scherpenzeel en Wageningen. De opmerkingen zijn in deze definitieve versie van het rapport verwerkt. De resultaten van het veldwerk van fase 2 moeten nog getoetst worden door het bevoegd gezag.
Afbeelding 1: Topografische kaart met de situering van het plangebied in het rode kader (PDOK)
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
6 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Afbeelding 2: Archeologische verwachtingskaart (gemeente Barneveld)
1.2
Doel en vraagstelling van het onderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. De volgende vragen zullen, indien mogelijk, beantwoord worden: • Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? • Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn? Het antwoord op deze vragen wordt verwerkt in een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied.
1.3
Werkwijze Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01); 2. Beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); 3. Beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); 4. Beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LSO4); 5. Het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5); 6. Het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06). Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd dat gespecificeerd is opgenomen in de literatuurlijst. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. De gegevens voor het bureauonderzoek zijn ontleend aan: • Archis3, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
7 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
• • • •
1.4
Bodemkaart van Nederland Geologische kaart Nederland Historisch kaartmateriaal Relevante rapporten en literatuur
Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.
Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO). Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing.
De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.”
Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Gelderland voor cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma1: • Erfgoedwaarden zijn inzichtelijk van natuur en landschap, buitenplaatsen en buitenplaatsrijke gebieden • Bescherming van erfgoedwaarden in natuur en landschap en buitenplaatsen is verankerd in plannen • Maatwerk in de (toepassing van) regelgeving zodat ontwikkeling mogelijk is • Investeren in de instandhouding en kwaliteit van het erfgoed van natuur en landschap en van buitenplaatsen (restauratie, functieverandering, duurzaamheidsbevordering). Ook kunst en cultuur hiervoor inzetten • Versterken van de programmatische samenwerking en afstemming met het netwerk, vergroting van het cultuurhistorisch besef en draagvlak.
1 http://www.gelderland.nl/
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
8 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
In de programmaperiode 2017-2020 gaat de provincie aan de slag met: − Klimaat en duurzaamheid met betrekking tot onderhoud van erfgoed in de provincie − Samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen zoals Universiteiten en Hogescholen over instandhoudingstechnologie (innovaties van materialen, methoden en technieken) is noodzakelijk om de onderhoudstermijn van erfgoed te verlengen en daardoor onderhoudskosten te besparen. − Archeologische en cultuurhistorische Waardenkaarten van gemeenten toegankelijk maken voor een breder publiek. − We actualiseren de Kennisagenda Archeologie van Gelderland en samen met gemeenten de Erfgoedwet op goede wijze implementeren. − Het actief omgaan met nieuwe opgaven zoals het (laten) verrichten van onderzoek naar het vraagstuk hoe beter om te kunnen gaan met leegstand van monumentaal vastgoed. − Inventarisaties groen, haalbaarheidsonderzoeken of strategische beheervisies, gemeentelijke visies − Bescherming erfgoedwaarden door inzet deskundigheid en maatwerk in de regelgeving. Voor de Limes voorbereiding van de aanwijzing als Werelderfgoed − Instandhouding en beleefbaar maken door afsprakenkaders met gemeenten, restauratie fysieke projecten, functieverandering en duurzaamheidsbevordering − Een netwerk van alle relevante partijen zorgt voor programmatische samenwerking.
− De uitvoering van projecten als de Vliegende startprojecten, Kennisagenda archeologie, Landgoederen en buitenplaatsen (zie Documenten), Landgoed Sevenaer.
Het plangebied ligt buiten deze genoemde gebieden, zodat de provincie geen sturing geeft in het beleid.
Gemeentelijk Beleid Met de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg in 2007 (per 2016 Erfgoedwet) is de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief gedelegeerd aan gemeenten. Gemeente Barneveld beschikt per 2016 over een eigen archeologiebeleid. De gemeente beschikt tevens over een beleidskaart. Vanuit de gemeente is mw. P. Kloosterman als Regioarcheoloog betrokken bij de archeologische toetsing.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
9 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
1.5
Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Opdrachtgever
Buro Ontwerp en Omgeving
Projectnaam
Plangebied de Burgt
Uitvoerder, Beheer en Plaats documentatie
Hamaland Advies (contactpersoon dhr. E. van der Kuijl), Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Bevoegd gezag
Gemeente Barneveld, toetser mw. P. Kloosterman
Provincie, Gemeente, Plaats
Gelderland, Barneveld, Barneveld
Adres en Toponiem
De Burgt, Barneveld
Kaartblad
32G
Plangebied x, y coördinaten2
Centrum-coördinaat
N
168.193/459.886
O
168.539/459.563
Z
168.273/459.561 168.287/459.258
Hoogte centrumcoördinaat 2
9.28 m+NAP
CMA/AMK Status en nr. 2
n.v.t
CIS code/Archis Onderzoekmeldingsnummer
4817932100
Oppervlakte plangebied 3
Circa 26 ha
Oppervlakte onderzoeksgebied 3
Circa 26 ha
Huidig grondgebruik 2
Weiland, landbouwgrond, bebouwing
Toekomstig grondgebruik 2
Bebouwing
Geomorfologie
Bodemtype 2 Grondwatertrap 2 Geologie4 Periode
W
168.029/459.503
M53: Vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss B53: Dekzandrug R23: Dalvormige laagte pZg23: Beekeerdgronden; lemig fijn zand cHn21: Laarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand III = H <40 L 80-120 VI = H 40-80 L >120 Fm. v. Boxtel met een dek van het Lp. v. Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek Fm. V. Boxtel met een dek van het Lp. v. Wierden; dekzand Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd
2
Archis3 Opgave opdrachtgever 4 Geologische kaart 3
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
10 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
2
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel
2.1
Landschapsgenese Geologie Het plangebied ligt in het Utrechts-Gelders zandgebied.5 De diepere ondergrond maakt deel uit van een groot preglaciaal bekken.6 Dit bekken is in eerste instantie gevormd door een voorloper van de Rijn, waarna het subglaciaal verder is geërodeerd door het landijs tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saaliën (ca. 250.000 - 130.000 jaar geleden). Het landijs stuwde de ondergrond op, waardoor stuwwalcomplexen gevormd werden. In de laatste ijstijd, het Weichselien (120.000-11.700 jaar geleden) bereikte het landijs Nederland niet. Het landschap veranderde in een open toendra-achtig landschap met geïsoleerde bosopstanden, dwergstruiken, heide en kruiden. Gedurende het Weichselien raakten de diverse dalsystemen voor een belangrijk deel opgevuld met smeltwaterafzettingen, veen en klei. Tussen 32.500 en 19.000 jaar geleden werd het steeds droger en kouder. Het sneeuwsmeltwater stroomde tijdens het voorjaar van de stuwwallen naar beneden over de ondiep ontdooide hellingen, waardoor (nu) droge dalen of erosiedalen ontstonden die later weer opgevuld raakten. Dit landschap bood goede bestaansmogelijkheden voor zowel jagers-verzamelaars als landbouwende samenlevingen. Kenmerkend voor Barneveld is de grote hoeveelheid bewoningssporen uit de Bronstijd en de IJzertijd.
In de gemeente Barneveld treffen we op de Bergsham, het Sol en langs de Houtbeek enkele tientallen grafheuvels aan uit de urnenveldperiode. 7 Vanaf Harselaar Zuid tot aan de A30 in Harselaar West-west zijn uit de IJzertijd resten van diverse nederzettingen gevonden. In Harselaar Zuid zijn de resten van een grafveld teruggevonden. In Harselaar West is een omgreppeld terrein gevonden van circa 10 x 8 meter, waarschijnlijk een cultusplaats (‘Viereckschanze’). De talrijke sporen uit de Bronstijd en IJzertijd duiden erop dat de regio in de Late Prehistorie relatief dicht bewoond is geweest. In de Middeleeuwen vond ontbossing plaats, waardoor opnieuw erosie langs de hellingen van de stuwwal plaats begon te vinden en nederzettingen zich meer en meer verplaatsten naar de gordeldekzandruggen rondom de stuwwal. In het plangebied komt de Formatie van Boxtel voor. Hierbij kan sprake zijn van het Laagpakket van Wierden; dekzand (Bx5) en/of Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6).8
Geomorfologie Binnen het plangebied komen drie geomorfologische eenheden voor. Het grootste deel van het plangebied is gekarteerd als een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (M53). Daarnaast zijn twee kleine dekzandruggen (B53) en in het zuidwesten een dalvormige laagte (R23) binnen het plangebied aanwezig (zie Afbeelding 3).
5
Archis3 Berendsen, 2008 7 P. Schut; https://mijngelderland.nl/inhoud/canons/barneveld/eerste-landbouwers-op-de-veluwe 8 http://grondwatertools.nl/ 6
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
11 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Dekzandrug
Verspoeld dekzand
Dalvormige laagte
Afbeelding 3: Geomorfologische kaart met het plangebied binnen het rode kader (Archis3)
Bodem Op de bodemkaart9 is het overgrote deel van het plangebied gekarteerd als een beekeerdgrond (pZg23) en een kleiner deel in het noorden en zuiden van het plangebied heeft een laarpodzolgrond (cHn21, zie Afbeelding 4). Beekeerdgronden zijn zand-eerdgronden die meestal voorkomen in beekdalen. De bodem bestaat uit een voedselrijke humuslaag die overgaat in een voedselarme laag van dekzand. Beekeerdgrond komt voor in gebieden met een fluctuerende grondwaterstand, waardoor oxidatie optreedt. Laarpodzolgronden zijn gewone hydropodzolgronden. In deze suborde worden hydromorfe kenmerken hoog in het profiel waargenomen, wat erop wijst dat ze in het verleden permanent of periodiek met water verzadigd waren. Het zijn podzolen met een 30 - 50 cm dikke, deels door de plaggenbemesting opgebrachte donkere bovengrond (A-horizont). De B-horizont is een zogenaamde humuspodzol-B waarin de zandkorrels huidjes van ingespoelde humus hebben. Laarpodzolen komen vrij veel voor in de Pleistocene zandgebieden van Nederland. Ze worden veelal aangetroffen in oude ontginningen waar door eeuwenlange plaggenbemesting een matig dikke donkere A-horizont is ontstaan. De naam laarpodzolgronden is ontleend aan het toponiem laar, dat staat voor een vaak wat lager gelegen open plek in het bos.10
9
Archis3 Bakker & Schelling, 1989
10
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
12 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Beekeerdgrond
Laarpodzolgrond
Afbeelding 4: Bodemkaart met het plangebied binnen het rode kader (Archis3)
Grondwater In het plangebied is sprake van grondwatertrap III en VI.11 Bij grondwatertrap III ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand (winter) hoger dan 40 cm- mv en een gemiddeld laagste grondwaterstand (zomer) ligt tussen de 80-120 cm- mv. Bij grondwatertrap VI ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand (winter) tussen de 40 en 80 centimeter onder het maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand (zomer) ligt dieper dan 120 centimeter onder maaiveld.
Hoogte Op het Actueel Hoogtebestand Nederland12 (zie Afbeelding 5) is waar te nemen dat het plangebied een relatief uniforme maaiveldhoogte heeft. In het oosten is het plangebied iets hoger gelegen met 9,88 m+NAP. De maaiveldhoogte loopt naar het westen toe af naar 9,23 m+NAP. De twee dekzandruggen die op de geomorfologische kaart staan gekarteerd zijn op het AHN-beeld tevens waar te nemen (ter plaatse van de zwarte pijlen). De twee dekzandruggen hebben respectievelijk een hoogte van 9,48 m+NAP en 9,71 m+NAP. Op de AHN is duidelijk zichtbaar dat in zich het oosten naast het plangebied een hoge en grote dekzandrug bevindt, waar Barneveld op gesitueerd is. In het oosten naast het plangebied loopt de maaiveldhoogte sterk af.
11 12
http://maps.bodemdata.nl/bodemdatanl/index.jsp Archis3
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
13 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
→
Afbeelding 5: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland met het plangebied in het rode kader (AHN3)
Milieu- en geotechnische gegevens In het bodemloket13 zijn vier meldingen opgenomen (gemeentelijk BIS AA020302538, AA020302848, AA020300534 en AA020301881) (zie Afbeelding 6). Ter plaatste van gemeentelijke BIS AA020302538 (Watertuin 336 3772VG Barneveld) heeft in 2008 een verkennend onderzoek NEN 5740 plaatsgevonden. De status van het onderzoek is onbekend bij het bodemloket. Ter plaatse van gemeentelijke BIS AA020302848 (Nederwoudseweg 66 3772TE Barneveld) heeft in 2009 een verkennend onderzoek NEN 5740 plaatsgevonden, ook hiervan is de status onbekend. Ter plaatse van gemeentelijke BIS AA020301881 (Burgemeester Aschofflaan 1 3772MV Barneveld) heeft een onderzoek plaatsgevonden naar asbest (NEN 5707). In het bodemloket staat genoteerd dat de resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek aan geven dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming. Ter plaatse van gemeentelijke BIS AA020300534 (Nederwoudseweg 43 Barneveld) een brandstoftank (ondergronds) aanwezig is. Op basis van de informatie uit het Historisch BodemBestand is op deze locatie in het kader van de bodemsaneringsoperatie geen vervolgonderzoek noodzakelijk.
Op deze locaties is pas op termijn, of eerder bij locatieontwikkeling, een vervolgonderzoek noodzakelijk om de aard en ernst van de mogelijke verontreiniging vast te stellen. In het Dinoloket14 (zie Afbeelding 6) staan in het plangebied twee boringen geregistreerd (B32G0051 en B32G0918). Boring B32G0051 is tot 31,0 m-mv doorgezet. Tot 20 m-mv is sprake van fijn zand, behorend tot de Formatie van Boxtel. Daaronder is de Eem Formatie aanwezig, bestaande uit een laag leem en een schelpenlaag tot 25 m-mv. Tot het einde van de boring op 31 m-mv is de Formatie van Drenthe, Laagpakket van Schaarsbergen aanwezig, bestaande uit grind. Boring B32G0918 is doorgezet tot 4,0 m-mv. tot 0,4 m-mv is matig humeus, matig fijn zand aanwezig. Het betreft een pakket dekzand, behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Tot het
13 14
www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
14 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
einde van de boring op 4,0 m-mv is matig fijn zand met grindjes aanwezig, behorend tot de Formatie van Boxtel.
B32G0051
B32G0918
Afbeelding 6: Bodemgegevens uit het Dinoloket. Het plangebied is gesitueerd binnen het rode kader (Dinoloket)
Historische ontwikkeling Barneveld en plangebied Barneveld maakt onderdeel uit van het kampenlandschap dat op het Pleistocene deel van Nederland tot ontstaan is gekomen. Het kampenlandschap in het zuiden van Barneveld was kleinschalig met vele kleine en grote kampen en essen, dat werd doorsneden door verschillende kleine beken, zoals de Flierbeek en de Barneveldse Beek. Het kampenlandschap bestond uit een onregelmatige blokverkaveling met daartussen een onregelmatig wegenpatroon. Binnen het plangebied waren de Nederwoudseweg en de Lunterseweg oude structuren en verbindingswegen tussen Barneveld en respectievelijk buurtschap Nederwoud en Lunteren. Kenmerkend voor de boerenbedrijven was de gemengde bedrijfsvoering van akkerbouw en veeteelt. Ieder kamp bestond uit een boerenerf met akkers en weidegronden. Binnen het plangebied hebben twee historische erven gestaan namelijk Klein en Groot Butzelaar, waarvan het erf Groot Butzelaar nog steeds binnen het plangebied aanwezig is (zie Afbeelding 7). Het erf wordt voor het eerst vermeld in 142615 en bestaat uit een boerderij, grote veeschuren, een bomenlaan en uit erfbeplanting.16 Het plangebied is op de historische kaarten als volgt aangegeven: Op de kadastrale kaart uit 1811-1832 is waar te nemen dat het plangebied bestaat uit verscheidene percelen.
De percelen bestaan grotendeels uit bouwland, maar ook een boomgaard en hakhoutpercelen zijn binnen het plangebied aanwezig. Tevens staan de reeds eerdergenoemde historische erven Groot en Klein Butzelaar weergegeven op de kadastrale kaart (zie Afbeelding 7). In het jaar 1893 is veel van het bouwland in gebruik genomen als weiland. De boerderij Klein Butzelaar is op deze kaart niet meer waarneembaar, maar deze boerderij en eventuele resten van voorgangers kunnen nog in de bodem aanwezig zijn (zie Afbeelding 8). In 1909 is er binnen het plangebied in de noordoosthoek bebouwing aanwezig. Ook lijkt de boerderij Groot Butzelaar te zijn uitgebreid/verbouwd. Daarnaast zijn boomlanen zichtbaar die verscheidene percelen omringen (zie Afbeelding 9). 15 16
civ.recht.arch. (ORA), boek 835, fol. 77: “Buttseler” Veller, 2011
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
15 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
-
-
-
Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed17 ligt het plangebied in een niet nader gedefinieerde zone waar resten van kleinere objecten en structuren worden verwacht. In 1953 is sprake geweest van herverkaveling. De bomenlanen zijn gerooid en de percelen zijn opnieuw ingedeeld. Rondom het plangebied zijn meerdere gebouwen aanwezig (zie Afbeelding 10). Het erf Groot Butzelaar is in 1962 verder uitgebouwd. Op het erf zijn meerdere bijgebouwen waarneembaar. In het zuidwesten van het plangebied is nu tevens bebouwing aanwezig (zie Afbeelding 11). De huidige situatie is voor het eerst waarneembaar op de kaart uit 1995.
Groot Butzelaar
Klein Butzelaar
Afbeelding 7: Plangebied op het minuutplan van 1811-1832, met de locatie van het plangebied binnen het rode kader (http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl)
17
http://www.ikme.nl
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
16 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Afbeelding 8: Uitsnede van de kaart van 1893 met het plangebied binnen het rode kader (topotijdreis)
Afbeelding 9: Uitsnede van de kaart van 1909 met het plangebied binnen het rode kader (topotijdreis)
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
17 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Afbeelding 10: Uitsnede van de kaart van 1953 met het plangebied binnen het rode kader (topotijdreis)
Afbeelding 11: Uitsnede van de kaart van 1962 met het plangebied binnen het rode kader (topotijdreis)
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
18 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
2.2
Archeologische waarden
In het plangebied is nog geen archeologisch onderzoek uitgevoerd (zie Afbeelding 12). Direct aangrenzend aan het plangebied hebben wel drie archeologische onderzoeken plaats gevonden. Direct in het noordoosten aan het plangebied grenzend is door RAAP een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (4709149100; Woudse Werven I, Nederwoudseweg). Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat er sprake is van verspoeld dekzand of beekafzettingen. De bodem in het plangebied bestaat uit een bouwvoor (deels opgebrachte/verstoorde grond) die veelal abrupt overgaand in de Chorizont. In de top zijn veel ijzerconcreties aanwezig. Een esdek ontbreekt. Ten tijde van het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Geconcludeerd werd dan ook dat er ter plaatse van het onderzochte terrein geen archeologische vindplaatsen worden verwacht. Vervolgonderzoek werd niet noodzakelijk geacht.18 Direct in het zuidoosten aan het plangebied grenzend is door RAAP een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd (2312844100: Edelweiss). Uit het bureauonderzoek kwam de verwachting naar voren van de aanwezigheid van dekzandruggen-en koppen, wat zou zijn afgedekt met een esdek. Tijdens het booronderzoek werden noch de dekzandruggen noch een esdek aangetroffen.
Daarentegen is verspoeld dekzand aangetroffen met daarboven een rommelige, gevlekte laag die bestond uit deels recent verstoord, deels opgehoogd materiaal. Zowel het opgehoogde materiaal als de verstoringen kunnen vermoedelijke toegeschreven worden aan de binnen het plangebied aanwezige bebouwing. De top van het verspoelde dekzand bevond zich op circa 50-90 cm- mv, maar was grotendeels door de bovenliggende laag verstoord. In het zuidelijk deel van het landschap zijn wel nog de restanten van een voormalige beek gevonden. Door de aanwezigheid van een vlakte met verspoeld dekzand in combinatie met de vastgestelde verstoring is het onwaarschijnlijk dat archeologische waarden intact aanwezig zullen zijn. Geadviseerd werd om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren.19 Direct in het zuiden aan het plangebied grenzend is door Econsultancy een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (2415041100: N802 Scherpenzeelseweg tussen km 9.3 en 10.6 te Barneveld). Tijdens het onderzoek is sprake van drie onderzochte deelgebieden, waarvan het centrale en oostelijk deelgebied grenst aan het huidige plangebied. Tijdens het booronderzoek is ter plaatse van het centrale deelgebied sprake van geringe bodemverstoring van ongeveer 30 cm- mv. De bouwvoor gaat scherp over in de C-horizont, bestaande uit dekzand. Restanten van de oorspronkelijke bodemopbouw zijn niet aangetroffen.
Vanwege het voorkomen van roestvlekken direct onder de bouwvoor is het meest waarschijnlijk dat het oorspronkelijke bodemprofiel een beekeerdgrond is geweest. In het oostelijk deelgebied is de vastgestelde bodemverstoring significanter en ligt rond de 70 cm- mv. In het oostelijk deel van dit lijnelement zijn wel in verstoorde context restanten van de oorspronkelijke podzolbodem waargenomen. Bij enkele boringen lijkt nog een restant van de overgangsBC-horizont intact te zijn, hoewel nergens een geheel intact bodemprofiel is aangetroffen als referentie. De humeuze bovenlaag in het uiterst oostelijke deel duidt op een plaggendek, waardoor sprake was van een hoge enkeerdgrond. In het westelijk deel van het lijnelement lijkt eerder sprake te zijn geweest van een beek- of gooreerdgrond. De waargenomen verstoring komt hoogstwaarschijnlijk door de aanwezige provinciale weg (N802). Door de verstoringsdiepte en het ontbreken van archeologische relevante waarden werd geadviseerd geen vervolgonderzoek uit te laten voeren.20 Ongeveer 55 meter noordelijk van het plangebied is door RAAP een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (2312860100: Eilandenboog / Nederwoudseweg). Ook tijdens dit onderzoek zijn geen dekzandruggen vastgesteld, maar is weer sprake van een vlakte van ten dele verspoeld dekzand, welke mogelijk als een beekeerdgrond geïnterpreteerd kan worden.
De bodem is bovendien op meerdere plaatsen tot in de C-horizont verstoord. Het plangebied heeft op grond hiervan een lage verwachting voor de aanwezigheid van (intacte) archeologische resten. Geadviseerd werd om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren.21 Ongeveer 27 meter zuidelijk van het plangebied is door Synthegra BV een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (4630943100: Scherpenzeelseweg 9). Door de recente datum van dit uitgevoerde onderzoek (2018) is er nog geen rapportage beschikbaar. Wel zijn de eerste bevindingen van dit onderzoek opgenomen in Archis. Ten tijde van het booronderzoek zijn 5 boringen gezet. Tijdens het booronderzoek zijn relatief intacte bodems aangetroffen, vermoedelijk is er sprake van veld-of een laarpodzol. De oorspronkelijke Ah-horizont ontbreekt grotendeels door omwerking en is misschien vermengd geraakt 18
Porreij-Lyklema, 2019 Brouwer, 2011 20 Ten Broeke, 2013 21 Brouwer, 2011 19
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
19 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
met oudtijds opgebrachte grond in vermoedelijk de vorm van plaggen. De Bs-horizont is nog wel aanwezig. Ingegraven sporen zullen behouden zijn. Op de plaats van de bebouwing zullen naar verwachting alleen plaatselijke diepe verstoringen aanwezig zijn. Archeologische resten van de Nieuwe tijd C kunnen voorkomen direct onder de antropogeen geroerde of opgebrachte en circa 0,3-0,5 m dikke bovenste bodemlaag. Jongere resten vanaf de jaren 30 van de 20e eeuw die samenhangen met de bouw en het gebruik van de boerderij, stallen en schuren komen ook ondieper voor. Een advies is nog niet geformuleerd tijdens de eerste bevindingen.22 Ongeveer 87 meter oostelijk van het plangebied gelegen is door ADC ArcheoProjecten een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (2062724100: Veller/Lunterseweg). Door ADC is op twee locaties een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Locatie 1 (2062716100 Barneveld Zuid-Oost IVO2, Locatie 1 en 2) is het dichts bij het huidige plangebied gelegen. Op locatie 1 zijn 28 boringen gezet tot 25 cm in de C-horizont of tot een diepte van maximaal 1,20 m-mv. In de boringen 12 en 36 (in het noordwesten van locatie 1) zijn kleine aardewerkscherven aangetroffen, welke tussen 1500-1900 na Chr gedateerd zijn. Deze archeologische indicatoren komen uit de oude akkerlaag die ter plaatse onder de bouwvoor is vastgesteld.
Deze laag is intact en dekt het onderliggende zand goed af. Het is mogelijk dat zich hier Middeleeuwse of andere bewoningssporen in de ondergrond bevinden. Er is derhalve geadviseerd om de bouwwerkzaamheden op locatie 1 archeologisch te begeleiden. 23 Deze begeleiding is in 2008 uitgevoerd (2162208100: Nieuwe gereformeerde kerk). Het ging om een AB-protocol IVOProefsleuven. Uit de archeologische begeleiding is gebleken dat de kans op het aantreffen van archeologische sporen nihil is. Na overleg met de opdrachtgever is verdere begeleiding van het toenmalige plangebied dan ook gestaakt.
Afbeelding 12: Uitsnede uit de kaart met vondst- en onderzoeksmeldingen met het plangebied in het rode kader (Archis3)
22 23
https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl/Archis3/Zaakdocumenten/463/4630943/afm/Veldwerk_4630943100.pdf Smit, 2005
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
20 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
2.3
Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald.
Onderzoeksvragen De onderzoeksvragen kunnen op basis van de in het bureauonderzoek verkregen informatie als volgt worden beantwoord: •
Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied?
Op basis van de aardwetenschappelijke gegevens is er in het plangebied vermoedelijk overwegend sprake van verspoeld dekzand. In het zuidwesten van het plangebied is vermoedelijk een dalvormige laagte aanwezig. Binnen het plangebied kunnen tevens twee dekzandkopjes aanwezig zijn, waarvan de aanwezigheid wordt ondersteund door de hogere ligging op het AHN. Binnen het plangebied wordt voornamelijk een beekeerdgrond verwacht. De aanwezigheid van dit bodemtype wordt ondersteund door de resultaten van een ander archeologisch booronderzoek dat direct naast het plangebied heeft plaatsgevonden. De bodem was daar veelal niet tot diep verstoord, hoewel de bouwvoor wel direct scherp overgaat in de C-horizont (2415041100: N802 Scherpenzeelseweg tussen km 9.3 en 10.6 te Barneveld). In het zuidoosten van het plangebied kan sprake zijn van een andere situatie. Op de bodemkaart wordt daar een laarpodzol verwacht. Tijdens een archeologisch booronderzoek, welke enkele meters naast het plangebied heeft plaatsgevonden, blijkt dat daar inderdaad een podzol aanwezig is die grotendeels intact is (4630943100: Scherpenzeelseweg 9). Het is aannemelijk dat deze situatie zich verder uitstrekt tot binnen het plangebied. Agrarische activiteiten in het plangebied kunnen ervoor gezorgd hebben dat de bodem tot in het archeologisch niveau verstoord is geraakt.
Op basis van booronderzoek direct aangrenzend aan het plangebied wordt er geen beschermende eerdlaag binnen het plangebied verwacht. Op basis van het bureauonderzoek kan de diepte van potentiele bodemverstoring echter niet worden vastgesteld. •
Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn?
Ja. In de directe omgeving zijn archeologische resten aangetroffen die dateren vanaf de Middeleeuwen tot de Nieuwe tijd. Potentiele archeologische waarden worden vooral ter plaatse van de twee dekzandkopjes en de historische erven verwacht. Op basis van het bureauonderzoek mag aangenomen worden dat er in het plangebied geen sprake is van een beschermende eerdlaag. Eventueel aanwezige archeologische waarden zullen hierdoor direct onder de bouwvoor aanwezig zijn, waardoor deze resten kwetsbaar zijn voor bodemverstorende activiteiten zoals landbouw. Potentieel archeologische resten kunnen door het agrarische gebruik van het plangebied reeds verstoord zijn. De ernst van de potentiele bodemverstoring valt echter niet op basis van een bureaustudie vast te stellen. Op basis van cartografisch onderzoek is aangetoond dat het plangebied al op de kadastrale kaart van 1811-1832 bebouwd was, maar dat dit mogelijk al eerder het geval was. Het betreft de erven Klein en Groot Butzelaar, waarvan Groot Butzelaar nog steeds aanwezig is. Klein Butzelaar is op de kaart uit 1893 verdwenen. Resten van deze boerderij (en eventuele voorgangers) kunnen potentieel nog in de ondergrond aanwezig zijn. Het overige deel van het plangebied heeft op basis van het historische kaartmateriaal altijd een agrarische functie gehad.
De gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is opgenomen in Tabel 2. Indien er archeologische vindplaatsen aanwezig zijn in het plangebied, dan komen deze voor direct onder de huidige bouwvoor en in de top van de C-horizont.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
21 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Tabel 2: Archeologische verwachting plangebied Periode
Verwachting
Verwachte vindplaatstypen
Verwachte grondlaag (diepte)
Tweede Wereldoorlog
Laag
In de bouwvoor
Late Middeleeuwen Nieuwe Tijd
Hoog
Kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen Restanten van voorgangers van erf Groot Butzelaar, waterputten, afvaldumps, haardkuilen, percelleringen
Romeinse Tijd - Vroege Middeleeuwen
Hoog Nederzettingsterreinen, grafvelden, dumps, meilers
Mesolithicum-NeolithicumBronstijd-IJzertijd
onder
de
Ter plaatse van de dekzandwelving: onder de bouwvoor
Laag
Ter plaatse van het verspoeld dekzand en de dalvormige laagte: onder de bouwvoor
Hoog
Ter plaatse van de dekzandwelving: in de top van de C-horizont
Laag
Laat-Paleolithicum
In of direct bouwvoor
Nederzettingsterreinen, jachtkampen, (vlak)graven, haardplaatsen/haardkuilen
Hoog
Laag
Ter plaatse van het verspoeld dekzand en de dalvormige laagte: in de top van de C-horizont Ter plaatse van de dekzandwelving: in de top van de C-horizont
Jachtkampen, losse vuursteenstrooiingen, haardplaatsen
Ter plaatse van het verspoeld dekzand en de dalvormige laagte: in de top van de C-horizont
Onverbrande organische resten en bot zullen door de wisselend droge-natte en zuurstofrijke bodemomstandigheden matig tot slecht zijn geconserveerd. Andere typen indicatoren zoals aardewerk en houtskool zijn waarschijnlijk goed geconserveerd. •
Is er nader onderzoek door middel van boringen nodig?
Ja. Op basis van het bureauonderzoek is gebleken dat er in het plangebied archeologische resten vanaf de Middeleeuwen aanwezig kunnen zijn. Resten van bewoning uit eerdere perioden vallen tevens niet uit te sluiten. De kans bestaat echter dat de bodem in het plangebied geroerd is als gevolg van agrarische activiteiten die er in het verleden hebben plaatsgevonden. Of de oorspronkelijke bodemopbouw intact is en of er mogelijk archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn, dient te worden onderzocht met behulp van een inventariserend archeologisch booronderzoek, verkennende fase.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
22 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
3
Resultaten van het Booronderzoek Fase 1
3.1
Werkwijze Booronderzoek Aan de hand van het bureauonderzoek kwam naar voren dat een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is om de mate van intactheid van de bodem en de bodemopbouw te toetsen. Het booronderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de KNA versie 4.1, specificatie VS03, het vooraf opgestelde Plan van Aanpak24 en de BRL SIKB 4003. In het totaal zijn op 10 juni 2020 op de onderzoekslocatie door E. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector), C. Assië (junior KNA archeoloog) en R. de Graaf (veldmedewerker) 53 grondboringen gezet. Dit is in afwijking van de geplande 156 boringen. Voorafgaand aan het onderzoek zijn de boorpunten door ir. S. Nijland van Civicon met RTK-GPS uitgezet en gemarkeerd met houten piketten. Bij aankomt op de onderzoekslocatie bleek een aanzienlijk deel van de uitgezette piketpalen door de vruchtgebruikers van de percelen zonder overleg verwijderd te zijn. Een deel van het plangebied was een dag voor aanvang van het veldwerk ingezaaid met graszaad. Tijdens de geplande veldwerkdag bleek het uiteindelijk niet mogelijk om toegang tot deze percelen te verkrijgen. Ter plaatse heeft telefonisch contact plaatsgevonden met de opdrachtgever, waarna in overleg met de opdrachtgever besloten is dat dit deel later onderzocht dient te worden. De resultaten van de eerste boorcampagne zijn gerapporteerd als fase 1.
Indien alsnog betredingstoestemming wordt verleend voor de overige nog te onderzoeken percelen, dan zullen deze worden gerapporteerd als fase 2. De consequentie hiervan is dat door het bevoegd gezag alleen een selectiebesluit kan geven over de delen die tijdens fase 1 zijn onderzocht. Het selectiebesluit over de nog onbeboorde delen van het plangebied kan pas na fase 2 plaats vinden (zie Afbeelding 13). De boringen (ø 7 centimeter) zijn doorgezet tot minimaal 25 centimeter in de C-horizont. Alle boringen zijn in het veld gezeefd over een metalen zeef met een maaswijdte van 4 mm om eventuele archeologisch indicatoren te kunnen traceren. Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989).
3.2
Resultaten Geologie en Bodem Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de boorpuntenkaart in bijlage 6. De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn apart bijgevoegd (zie bijlage 4). In het plangebied is zowel sprake van (deels) intacte bodemprofielen alsook van bodemprofielen die verstoord zijn tot in de Chorizont (zie Tabel 6). In het merendeel van de boringen is sprake van een geroerde A/B- horizont (of A/B/C-horizont) als gevolg van diepploegen (zie Tabel 3). In negen boringen is nog sprake van een intacte veldpodzol (zie Tabel 4). In enkele boringen ontbreekt de B-horizont en is sprake van een A/Chorizont, waarbij de eerdlaag door ploegen vermengd is met de top van het dekzand (zie Tabel 5). Tabel 3: Bodemopbouw bij een A/B-horizont (boring 40)
Diepte (cm – mv) 0-10 10-35 35-40
40-70
24
Samenstelling Gras Bruin, matig fijn zwak siltig zand Donderbruinrood gevlekt, matig fijn zwak siltig zand met oerbrokken Geel, fijn zwak siltig zand met grindjes
Interpretatie Ap1; bouwvoor A/B; menglaag
C; dekzand (Formatie Boxtel, Laagpakket Wierden)
van van
Assië & Van der Kuijl, 2020
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
23 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
Tabel 4: Bodemopbouw bij een intact bodemprofiel (boring 155)
Diepte (cm – mv) 0-10 10-45 45-55 55-80
Samenstelling Gras Bruin, matig fijn zwak siltig zand Oranje, fijn zwak siltig zand met oerbrokken Geel, fijn zwak siltig zand met grindjes
Interpretatie Ap1; bouwvoor B; inspoelingshorizont C; dekzand (Formatie Boxtel, Laagpakket Wierden)
van van
Tabel 5: Bodemopbouw bij een A/C-horizont (boring 126)
Diepte (cm – mv) 0-10 10-30 30-60
Samenstelling Gras Bruin, matig fijn zwak siltig zand roodgrijs, gevlekt, kleiig zand
Interpretatie
60-95
Bruingrijs, gevlekt, sterk siltig fijn zand Geel, fijn zwak siltig zand met grindjes
A/C: menglaag
95-125
Ap1; ophooglaag Ap2: ophooglaag
C; dekzand (Formatie Boxtel, Laagpakket Wierden)
van van
Tabel 6: Bodemopbouw bij een volledig verstoord bodemprofiel (boring 132)
Diepte (cm – mv) 0-10 10-50 95-125
Samenstelling Gras Bruin, matig fijn siltig zand Geel, fijn zwak siltig zand met grindjes
Interpretatie Ap1; ophooglaag C; dekzand (Formatie Boxtel, Laagpakket Wierden)
van van
Een intacte veldpodzol of deels intacte B-horizont is in boring 119, 8, 3, 2, 93, 133, 135, 155, 104 aangetroffen. Onder de subrecente bouwvoor (Ap-horizont), veelal bestaande uit bruin, zwak siltig fijn zand, is een intacte B-horizont aanwezig. De B-horizont bestaat uit rood of oranje, zwak siltig, fijn zand met roestvlekken. De roestvlekken in deze laag duiden erop dat in het verleden sprake is geweest van fluctuerende grondwaterstanden. Dergelijke gronden zijn kenmerkend voor voormalige heidevelden. In boring 4c, 77, 122, 40, 78, 94, 13, 124, 95, 125, 111, 152, 147, 92, 107, 121 zijn onder de antropogene horizonten (Ap-horizonten) menglagen aangetroffen, waarbij de eerdlaag en de veldpodzol door diepploegen met elkaar vermengd zijn geraakt (A/B-horizont). De menglaag duidt erop dat er voor het ontstaan van de diepe bodemverstoringen ook hier sprake was van een intacte veldpodzol. Hetzelfde geldt voor boring 91, 107, 96, 109, 142, 143. In deze boringen is een A/B/C-horizont aangetroffen. Dat alle drie de horizonten met elkaar gemengd zijn geraakt duidt erop dat er sprake is geweest van het diepploegen van de bodem. Meestal wordt dit gedaan om de afwatering van de percelen te bevorderen, waardoor de gronden over langere perioden in het natte voor- en najaar te betreden zijn met landbouwmachines.
In enkele boringen (126 en 153) is sprake van een A/C-horizont en ontbreekt een restant van de B-horizont. In een aantal boringen (92, 121, 106 en 124) is als bijmenging sprake van grijze leem of zandige klei, welke in het veld geïnterpreteerd is als een voormalige beekafzetting (Laagpakket van Singraven). Het plangebied is deels gelegen in het beekdal van de Barneveldse beek. Gezien de aanwezigheid van een beekdal mag ervan uitgegaan worden dat de aangetroffen laag naar alle waarschijnlijkheid een voormalige beekafzetting betreft en dat het geen bodemmateriaal betreft dat is aangevoerd van elders. In drie boringen (110, 144 en 150) is een zwartgrijze gevlekte, moerige, matig siltige zandvulling aangetroffen (A1-horizont). Deze laag is geïnterpreteerd als een slootvulling die in boring 10 tussen 6590 cm-mv aanwezig is en in boring 150 tussen 80-150 cm-mv. Op geen van de geraadpleegde historische kaarten is echter (op deze locatie) een sloot of greppel aangegeven. Mogelijk gaat het om voormalige ondiepe ontwateringsgreppels.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933
24 van 61
Project : BO en IVO (fase 1 en fase 2) Archeologie Plangebied de Burgt te Barneveld Kenmerk : CA/DIR/HAMA/202726
De basis van het bodemprofiel bestaat uit dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Het betreft geel of grijs zwak siltig fijn verspoeld dekzand met grindjes (vlakte van ten dele verspoeld dekzand). De top van het dekzandpakket is op een minimale diepte van minimaal 35 cm-mv (boring 105) en maximale diepte van 125 cm-mv (boring 1) aangetroffen. Vrijwel alle laagovergangen zijn scherp, wat erop duidt dat er vrijwel geen intacte horizonten meer aanwezig zijn in het plangebied. In bijlage 5 is een verstoringsdieptekaart toegevoegd. In bijlage 6 is een kaart opgenomen met de verdeling van de intacte en de verstoorde bodems binnen het onderzochte deel van het plangebied (fase 1).
Onderzoeksvragen Op grond van de resultaten van het verkennend booronderzoek Fase 1 kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt beantwoord worden: -
Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied?
De natuurlijke ondergrond in het onderzochte deel van het plangebied (fase 1) bestaat uit een vlakte van ten dele verspoeld dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De top hiervan is op minimaal 35 cm-mv en op maximaal 125 cm-mv waargenomen. In het dekzand heeft zich voor het overgrote deel binnen het onderzochte deel van het plangebied een veldpodzol ontwikkeld. In enkele boringen ontbreekt (een restant van) een B-horizont (boring 91, 107, 96, 109, 142, 143). In een aantal boringen (92, 121, 106 en 124) is als bijmenging sprake van grijze leem of zandige klei (boring 126 en 153), welke in het veld geïnterpreteerd is als een voormalige beekafzetting (Laagpakket van Singraven). Het plangebied is deels gelegen in het beekdal van de Barneveldse beek. Gezien de aanwezigheid van een beekdal mag ervan uitgegaan worden dat de aangetroffen laag een voormalige beekafzetting betreft en dat het geen bodemmateriaal betreft dat is aangevoerd van elders. -