CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Ontwerp Hanzeweg-Zuid I_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 27 september 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Herzien kaders i.v.m. voortgang verplaatsing Flying Bikes en Tour de Force17.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hanzeweg-Zuid I

(Juni 2023) Ontwerp bestemmingsplan Plannr. 1722

Hanzeweg-Zuid I

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

6 6 6

Hoofdstuk 3

8

PLANBESCHRIJVING

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

11 11 11 12 16 17 18

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water

22 22 22 27 30 31 31 32 33 33 33 35 36 37 37 40

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving

43 43 43 44 45 46 47

Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Kostenverhaal en zekerstelling

48 48

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen

49 49 49 50 50

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

2

Archeologisch bureau- en booronderzoek, Econsulanncy, maart 2021

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

Hanzeweg-Zuid I

Bijlage 2

Archeologie, selectiebesluit, april 2021

Bijlage 3

Archeologisch bureau onderzoek (nader gedeelte), Econsultancy, december 2022

Bijlage 4

Bodemonderzoek, Vink 2019

Bijlage 5

Quickscan natuurtoets Hanzeweg in Barneveld, Staring, oktober 2022

Bijlage 6

Aanvullend natuuronderzoek Hanzeweg in Barneveld, Staring, maart 2023

Bijlage 7

Verlichting BMX baan, Tast, februari 2023

Bijlage 8

Verlichting Mountainbike Track, Tast, februari 2023

Bijlage 9

AERIUS berekening aanlegfase, SPA, februari 2023

Bijlage 10

AERIUS berekening gebruiksfase, SPA, februari 2023

Bijlage 11

Onderzoek stikstofdepositie Flying Bikes Hanzeweg in Barneveld, SPA, februari 2023

Bijlage 12

Akoestisch onderzoek, SPA, september 2022

Bijlage 13

Onderzoek luchtkwaliteit, SPA, februari 2023

Bijlage 14

MER beoordelingsbesluit

Bijlage 15

aanmeldnotitie MER, SPA, mei 2022

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

3

Hanzeweg-Zuid I

4

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

Hanzeweg-Zuid I

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

De fietscrossclub Flying Bikes (BMX) in Kootwijkerbroek heeft de wens om te verplaatsen naar een alternatieve locatie. Enerzijds levert dit voordelen op voor de vereniging, anderzijds kan de locatie aan de Essenerweg in Kootwijkerbroek op een alternatieve wijze worden ingevuld om te voorzien in de woningbouwbehoefte. De keuze voor de nieuwe locatie is gelegen aan de Hanzeweg-Zuid in Barneveld. Dit betreft een locatie aan de zuidkant van bedrijventerrein Harselaar en den Esvelderbeek. Op deze locatie kan gezamelijk met wielervereniging Tour de Force (MTB/ Mountainbike) een fietscrossterrein worden aangelegd. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld.

Ligging locatie (aangeduid met ster)

Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

5

Hanzeweg-Zuid I

Hoofdstuk 2 2.1

BEST AANDE SIT UAT IE

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Hanzeweg-Zuid ten zuiden van bedrijventerrein Harselaar. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Esvelderbeek en het bedrijventerrein Harselaar-Zuid. Aan de oost- en zuidzijde vormen agrarische gronden de grens van het plangebied. De grens aan de westzijde wordt gevormd door de Hanzeweg -Zuid met daaraan grenzende agrarische gronden. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.

2.2

Geldende bestemmingen

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad.

Bestemmingsplan "Buitengebied 2012"

Daarnaast ligt een klein gedeelte in het bestemmingsplan Harselaar-Zuid Fase 1a. De gronden hebben hier de bestemming ''Verkeer'.

6

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

Hanzeweg-Zuid I

Bestemmingsplan "Harselaar-Zuid Fase 1a"

De bestemming 'Agrarisch' en ook 'Groen' in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012"laat de realisatie van een sportaccommodatie met bijbehorende ontsluiting niet toe (Harselaar-Zuid Fase 1a geeft geen belemmeringen)

Uitsnede uit de bestemmingsplannen Harselaar-Zuid Fase 1a en Buitengebied 2012

In het bestemmingsplan "Buitengebied 2012"zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. 2.2.1

Voorbereidingsbesluit

Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor onderhavig plan.

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

7

Hanzeweg-Zuid I

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Sinds 2011 speelt de wens van de fietscrossclub om de huidige baan (fietscrossterrein gelegen aan de Essenerweg in Kootwijkerbroek) te verplaatsen. De vereniging heeft aangegeven dat de huidige baan niet meer voldoet aan de eisen van de Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie. De vereniging groeit bovendien, met als gevolg een toename van bezoekers en wedstrijden wat gepaard gaat met geluid- en stofoverlast bij omwonenden. De aanleg van een nieuwe fietscrossbaan op een nieuwe locatie moet de sportieve en recreatieve gebruiksmogelijkheden aanzienlijk verbeteren. Dit geeft de vereniging een solidere basis als sportclub en betere groeimogelijkheden. Tegelijk vormt de ligging van de huidige baan een hinderlijke blokkade voor een functioneel gebruik van de groene long en wordt een groene en aantrekkelijke centrumfunctie rond het Kulturhus gemist. In 2019 heeft de gemeente aan de Hanzeweg-Zuid grond gekocht om voor zowel Flying Bikes als wielervereniging Tour de Force (MTB/ Mountainbike) een professionele sportvoorziening te kunnen realiseren. Gezamenlijk gebruik van de locatie Hanzeweg-Zuid betekent in sportief-maatschappelijk opzicht een 'kruisbestuiving' die beide wielerverenigingen graag volledig willen benutten. De investeringen in grond, verkeersontsluiting en clubhuis zijn hoog.

Als twee sportverenigingen deze voorzieningen gecombineerd gebruiken, worden de investeringen en ook de beschikbare ruimte beter benut. Deze inspanning heeft geleid tot een plan waarin voor beide verenigingen voorzien wordt in een sportfaciliteit die voldoet aan de eisen van deze tijd. Dit zowel voor wat betreft trainings- en wedstrijdbanen (Inclusief startheuvels, jurygebouw en twee keer een parc fermé (overdekte wachtplek voor de sporters voorafgaand aan de start)), een mountainbike parcours rondom de locatie, als ook huisvesting in de vorm van kleedkamers, kantine, keuken, tribune etcetera. Ook wordt de reeds gerealiseerde pumptrack in het geheel ingepast.

Locatie gerealiseerde pumptrack

Onderstaande sfeerimpressies geven goed weer hoe aan de diverse onderdelen van het plan uitvoering wordt gegeven.

8

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

Hanzeweg-Zuid I Sf eerimpressie pumptrack

Sf eerimpressie BMX baan

Sf eerimpressie mountainbike parcours

Daarnaast wordt het plan voorzien van een goede ontsluiting in de vorm van een rotonde op de verlengde Hanzeweg, worden er voldoende parkeerplaatsen aangelegd en wordt het landschappelijk in het gebied ingepast. Onderstaand ontwerp geeft dit beeld weer.

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

9

Hanzeweg-Zuid I

Stedenbouwkundig Ontwerp (Poelman Reesink)

10

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

Hanzeweg-Zuid I

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerk ing Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten. Het plan draagt bij aan een gezonde economische regio en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan.

4.2.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

11

Hanzeweg-Zuid I

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2023 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.

4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Doorwerk ing in plangebied De sportaccommodatie is op een goed bereikbare locatie gekozen buiten de bebouwde kom van Kootwijkerbroek. Het draagt hierdoor bij aan het verbeteren van het woon en leefklimaat op de achtergebleven locatie. Daarnaast is er in het plan bijzondere aandacht voor het versterken van de Esvelderbeekzone (zie hiervoor ook 5.12 en de komende paragraaf over natuur in de Omgevingsverordening).

Dit draagt bij aan de biodiversiteit in het gebied. 4.3.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Glastuinbouw Kaart 3: Regels Natuur - kaart 1 Kaart 9: Regels Water en Milieu Vanuit kaart 2 behorend bij de Omgevingsverordening volgen geen specifieke aanduidingen die relevant zijn 12

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

Hanzeweg-Zuid I voor het plan. Het plan voorzien namelijk niet in de oprichting van glastuinbouw Vanuit kaart 9 behorend bij de Omgevingsverordening volgen geen specifieke aanduidingen die relevant zijn voor het plan. Bij aangeduide intrekgebieden gelden regels voor de winning van fossiele energie niet mogelijk. Aangezien dit plan hierin niet voorziet is dit een loze regel. Kaart 3 betreft de ligging van natuur, zowel het Gelders natuurnetwerk als de Groene ontwikkelingszone

Kaartuitsnede GNN en GO

Het plangebied ligt binnen de Groene ontwikkelingszone. Een beschrijving hiervan wordt gegeven in Bijlage 5. Voor ingrepen in deze zone gelden instructieregels. In paragraaf 2.6.5 van de verordening is geregeld (in artikel 2.52) dat "Zowel bij nieuwvestiging als bij een grootschalige uitbreiding moet er, naast een goede landschappelijk inpassing, sprake zijn van een per saldo substantiële versterking van de kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone van de Groene ontwikkelingszone. Daarbij is zowel de invulling van het begrip "substantieel" van belang als de wijze waarop de afspraken worden vastgelegd. Bij deze kernkwaliteiten worden bedoeld: "bestaande en te ontwikkelen kwaliteiten voor het gebied in de Groene ontwikkelingszone zoals beschreven in de atlas Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone of in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone". Om te voldoen aan de instructieregels dient in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de resultaten van het onderzoek naar de te verwachten effecten van die activiteit of ontwikkeling op de oppervlakte, samenhang en kwaliteit van de Groene ontwikkelingszone te worden weergegeven.

Hierbij moet worden ingegaan op de in het gebied aanwezige actuele en potentiële natuurwaarden, in de bij of krachtens de Wet natuurbescherming aangewezen beschermde soorten en soorten van nationale Rode Lijsten, en ecologische samenhang. Voor zover de ontwikkeling of activiteit daar effect op kan hebben, wordt in de beschrijving van de onderzoeksresultaten betrokken de in het gebied aanwezige kwaliteit van water, bodem en lucht stilte, rust en duisternis; en landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische, bodemkundige waarden en het reliëf. Als de Groene ontwikkelingszone wordt versterkt op grond van artikel 2.52, eerste lid, onderdeel a, bevat het bestemmingsplan dat de activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt een versterkingsplan. Dit versterkingsplan dient dan in te gaan op de volgende punten: a. b. c. d.

hoe verzekerd is dat de versterking wordt uitgevoerd; hoe monitoring van en rapportage over de uitvoering van de versterking plaatsvinden; hoe de natuur wordt ingericht en beheerd gedurende de ontwikkeltijd; de locatie waar de nadelige gevolgen voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van de Groene ontwikkelingszone optreden; en e. de locatie waarop de versterking plaatsvindt. Tevens zal de borging moeten plaatsvinden in hetzelfde of gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. Doorwerk ing in plangebied Het gebied is in de atlas kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone gelegen in het deelgebied 81, 'Geldersevallei'. "Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

13

Hanzeweg-Zuid I

Uitsnede Atlas kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone

Voor dit deelgebied zijn de volgende Kernkwaliteiten vastgesteld voor het aspect natuur en landschap: Samenhang in bosjes, natuur, landschapselementen, schraallandjes en beken in een gordel langs de westrand van de Veluwe; intensief bewoond dekzand- en kampenlandschap Deels onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe Verbindingen langs de Barneveldse Beek en de Lunterse Beek voor o.a. das, amfibieën en reptielen, vissen Leefgebied das Waardevolle engen tussen de dorpen en steden en het bos: Lunterse Eng, Doesburger Buurt en Wageningse Eng Plaatselijk natte elementen en kwel Cultuurhistorische waarden van o.m. oude ontginningen en boerderijen Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir Plaatselijk nog rust, ruimte, duisternis Daarbij zijn er ontwikkelingsdoelen aangegeven die toegepast zijn bij de ontwikkeling in dit gebied.

natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling) Ontwikkeling ecologische verbinding Esvelder Beek - Barneveldse Beek: singels, graslanden, plasdrasbermen en moeraszones, aansluitend op het omringende landschap Ontwikkeling ecologische verbinding Lunterse Beek: singels, graslanden, poelen, plas-drasbermen en moeraszones, in het bijzonder langs de beken Vermindering barrièrewerking A30, N310, N304, N224, N781, N225, N800, N801, N802 en N805 Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden Ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën Ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen Ontwikkeling van het kleinschalig landschap langs de voet van de Veluwe; houtsingels, beken en (schrale) graslanden natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone Ontwikkeling ecologische verbinding Esvelder Beek - Barneveldse Beek: singels, graslanden, plasdrasbermen en moeraszones, aansluitend op het omringende landschap Ontwikkeling ecologische verbinding Lunterse Beek: singels, graslanden, poelen, plas-drasbermen en moeraszones, in het bijzonder langs de beken Vermindering barrièrewerking A1, A12 en A30, N310, N304, N224, N781, N225, N800, N801, N802 en N805 Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden Ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën Ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen Ontwikkeling van het kleinschalig landschap langs

de voet van de Veluwe; houtsingels, beken en 14

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

Hanzeweg-Zuid I (schrale) graslanden ecologische verbindingen met evz-model Barneveldse beek: kamsalamander Lunterse Beek: (Veluwe - Utrechtse Heuvelrug): das, kamsalamander Vanuit de kernkwaliteiten zijn voor de Esvelderbeekzone is model kamsalamander van betekenis. Het inrichtingsmodel is gebaseerd op zowel de water- als de ecologische doelstelling, waarbij specifieke aandacht is besteed aan dit model. Door Bureau Poelman Reesink (Bijlage 35) is ecologisch getoetst of het inrichtingsplan voldoet aan model kamsalamander. Geoordeeld is dat aan dit model wordt voldaan. De Esvelderbeekzone is weliswaar geen landschapszone van 250 meter breed (zoals dit in het model kamsalamander is aangegeven), maar slechts 40 tot 80 meter breed (op deze planlocatie betreft de huidige breedte ongeveern 70 meter). Deze zone is nagenoeg volledig is ingericht als stapsteen en kan daarmee goed functioneren als ecologische verbindingszone voor amfibieën. Met de inrichting van de Esvelderbeekzone ten tijde van de realisatie van bedrijventerrein Harselaar-Zuid Fase 1a wordt bijgedragen aan de realisering van de provinciale natuurdoelen. De Esvelderbeekzone 1a kan op zichzelf al functioneren als stapsteen. De beek is in de huidige situatie ter hoogte van Harselaar Zuid al geschikt als corridor voor winde.

Verder functioneert de Esvelderbeekzone tezamen met het zuidelijk gelegen landschap als landschapszone voor kamsalamander. Er is een inrichtingsplan gemaakt welke zorgt voor substantiële versterking van de kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone. Onderdeel is de toevoeging van poelen en groen aan de noordzijde van het plangebied. Zie hieronder een uitsnede welke tevens in Bijlage 2 bij de regels geborgd is.

Toev oeging natuur aan de noordzijde v an het plangebied richting de beek

De ontwikkelingen rond het perceel van het bikepark bieden tevens kansen om de biodiversiteit van de GO en GNN te vergroten. Door het toevoegen van enkele geïsoleerde waterpoelen langs het beektraject kunnen aantrekkelijke verblijflocaties worden gevormd voor bijvoorbeeld de kamsalamander. De kamsalamander trekt in het voorjaar (februari-maart) naar voortplantingswateren waar deze eieren legt. Na 2-3 weken komen de eieren uit. In het water voedt de kamsalamander zich aan een breed scala van macrofauna, op land met name aan regenwormen, slakken en insecten. Idealiter paart de kamsalamander in poelen geïsoleerde waterpoelen van 400 tot 1000m2 met een natuurlijk waterpeil. In dit project is een poel van 400m2 niet te realiseren, daarom worden er meerdere kleine poelen in de natuurzone langs de beek gerealiseerd. De beekzone dient als een buffer tussen de ontwikkeling van de sportlocatie en de Esvelderbeek. De beekzone ligt, voorzien van deze goede scheiding van groen, buiten het bikepark en wordt minimaal betreden waardoor deze als rustgebied voor fauna kan worden beschouwd. Borging vindt plaats door middel van ondoordringbaar groen waardoor er geen verstoring plaats vindt van gebruikers van de sportaccommodatie in natuurgebied dat dient als biotoop voor reptielen en amfibieën in het gebied.

Er wordt een goed functionerende ecologische verbindingszone voor kamsalamander gerealiseerd welke voldoet aan de ontwikkelingsdoelen die voor dit model gelden voor het ontwikkelen van biotopen van "Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

15

Hanzeweg-Zuid I reptielen en amfibieën. De inrichting zal door middel van een voorwaardelijke verplichting worden geborgd in het bestemmingsplan. Klimaatadaptatie Artikel 2.65b van de provinciale verordening gaat over klimaatadaptatie. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.

waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.

Doorwerk ing in plangebied Het plan is voorzien van een inrichting die rekening houdt met de genoemde aspecten. Waterveiligheid is op deze locatie niet relevant. Wateroverlast wordt tegengegaan door een goede waterafvoer en berging. Berging voorkomt daarnaast droogte en in het plan wordt waar mogelijk groen en groene verharding gebruikt om hitte te voorkomen. Het plan is in overeenstemming met de verordening betreffende klimaatadaptatie.

4.4

Regio

4.4.1

Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe

Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.

Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veiligstellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120. 16

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

Hanzeweg-Zuid I

In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerk ing in plangebied Het RAP geeft hogere abstractere ambities weer die binnen ontwikkelingen integraal toegepast kunnen worden. Het plan is niet in strijd met de in het RAP aangegeven thema's en ambities.

4.5

Waterschap

4.5.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.5.2

BOP 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). "Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

17

Hanzeweg-Zuid I

4.6

Gemeente

4.6.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten.

Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen.

Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doe mogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.

18

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

Hanzeweg-Zuid I

Uitsnede Structuurv isie Buitengebied Barnev eld met ster op planlocatie

Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

19

Hanzeweg-Zuid I

Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het deelgebied 'Agrarisch bedrijvenlandschap'.

4.6.1.1

Agrarisch bedrijvenlandschap

Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor de toekomstgerichte bedrijven die in staat zijn om te groeien en daarin te investeren. Karakteristiek Het deelgebied wordt gekarakteriseerd door afwisselend kleinschalig landschap met diverse cultuurhistorische landschapstypes (kampenlandschap, heideontginningslandschap et cetera). Deze verschillende landschapstypen zijn op veel plekken niet langer direct herkenbaar. De agrarische bedrijven zijn op de voorgrond aanwezig in dit gebied. Sommige delen van het gebied zijn dichter dan andere delen door kleinschalige landschapselementen als houtsingels en door erfbeplanting. Daarbij vormen lanen en beken belangrijke landschappelijke elementen. De lanen zijn echter niet altijd consequent doorgezet en daardoor worden routes niet geaccentueerd. De beken vallen in de kleinschaligheid van het landschap nauwelijks op. In het groeiseizoen draagt de maïsteelt bij aan het kleinschalige karakter van het gebied. Gebruik Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor bedrijven die in staat zijn om te investeren.

Andere bedrijven zullen stoppen met hun agrarische activiteiten. In het kader van het functieveranderingsbeleid worden, in gevallen van vrijkomende en leegstaande agrarische bebouwing, planologische mogelijkheden geboden voor functiewijziging naar niet-agrarische bedrijvigheid. Vanwege het primaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw, wordt in het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) in beginsel geen medewerking verleend aan verzoeken om functiewijziging naar wonen. Voor al aanwezige niet-agrarische bedrijven is het uitgangspunt dat eventuele uitbreiding alleen onder strenge voorwaarden wordt toegestaan. Hervestiging op een bestaand of nieuw bedrijventerreinen in de gemeente Barneveld is wenselijk. Behoudens de hiervoor genoemde mogelijkheden van functieverandering van stoppende agrarische bedrijven, worden in dit agrarische productiegebied geen nieuwe woningen of niet-agrarische bedrijven toegelaten. Deze functies horen thuis in de kernen. Het streefbeeld voor dit landschap is gericht op vernieuwing. Bestaande waardevolle natuur- en landschappelijke waarden worden beschermd en zijn nevengeschikt aan de hoofdfunctie landbouw. Doorwerk ing in plangebied De Structuruvisie geeft geen handvatten voor de realisatie van sportvoorzieningen. Wel past een voorziening als deze in de lijn die geschetst wordt in de structuurvisie.

Door de gekozen inrichting loopt het landschap van bedrijven geleidelijk over in agrarisch gebied. Er is sprake van ondersteuning van de vernieuwing en verbetering van de ruimtelijke structuur in het buitengebied. Door de inrichting van het gebied omsloten door houtsingels en bossages, past het binnen de filosofie van het gebied en is er geen strijdigheid met de structuurvisie.

4.6.2

Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!'

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In 20

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

Hanzeweg-Zuid I bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.6.3

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen.

Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Doorwerk ing in plangebied In het plan wordt waar mogelijk gekozen voor duurzame en/of energie besparende maatregelen.

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

21

Hanzeweg-Zuid I

Hoofdstuk 5

RANDVOORWAARDEN

5.1

Bodem

5.1.1

Bodemkwaliteit

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Op basis daarvan zijn er geen risico's te verwachten voor de beoogde bestemming en het gebruik. Overigens is in het kader van de aankoop van de gronden een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat de hypothese '(grootschalig) onverdacht’ dient te worden geaccepteerd. De aangetoonde lichte verhoging(en) zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. Conclusie Het aspect bodem is geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. In het bestemmingsplan komen uiteenlopende dubbelbestemmingen voor om ruimtelijke kwaliteiten te borgen. 5.2.1 5.2.1.1

Archeologie Archeologische verwachting

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied verschillende archeologische verwachtingen gelden; te weten een hoge verwachting en een lage verwachting. Resultaat archeologisch bureau- en booronderzoek Binnen het plangebied is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. (Zie hiervoor Bijlage 1). Uit het bureau onderzoek bleek dat het plangebied een hoge archeologische verwachting had voor nagenoeg elke archeologische periode. Er werd geadviseerd een verkennend en karterend booronderzoek uit te laten voeren. Doel van het booronderzoek was het vaststellen van de landschappelijk situatie (aanwezigheid 22

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

Hanzeweg-Zuid I dekzandrug), de dikte van de bouwvoor en eventuele andere niet-relevante lagen en of er sprake was van verstoringen. Daarnaast zou mogelijk de omvang en datering van de eventuele vindplaats(en) kunnen worden vastgesteld. In november 2020 is dit booronderzoek uitgevoerd door Econsultancy (zie rapportage Bijlage 1). Het booronderzoek heeft duidelijk gemaakt dat er sprake is van een archeologisch niveau vanaf 60 cm -mv binnen het roze/gele gebied op de dekzandrug in figuur 1 (Zie rapportage Bijlage 1 en selectiebesluit Bijlage 2). Om te voorkomen dat archeologische waarden per ongeluk weggegraven worden is een bufferzone van 15 cm boven de archeologische laag vastgesteld. Dit houdt in dat er niet dieper ontgraven mag worden dan 45 cm -mv (12,75 m +NAP), zodat de resten in de bodem veilig behouden blijven en er zo min mogelijk archeologisch vervolgonderzoek (max. 5%) nodig is. Vervolgens zijn in januari 2021 de resultaten van dit onderzoek afgezet tegen de voorgenomen plannen van de aanleg van de fietscrossbaan. Per ingreep in het plangebied is in het selectiebesluit aangegeven wat toegestaan is. Het selectiebesluit is toegevoegd als bijlage 2 aan de toelichting bij dit plan. Het ontwerp van de fietscrossbaan is vervolgens zoveel als mogelijk aangepast om de archeologisch waardevolle zone niet te verstoren.

Uitgangspunt is hierbij dat voor de inrichting van het plangebied zo min mogelijk bodemingrepen plaatsvinden, waarbij archeologische resten worden verstoord. Dit betekent ook dat archeologisch vervolgonderzoek zo veel mogelijk wordt voorkomen. Vanaf de onderkant van de flanken van de dekzandrug richting de grenzen van het plangebied (lichtblauwe zone) is de bodemopbouw in veel gevallen verstoord of bestaat uit verspoeld dekzand, dat te nat is voor bewoning. Hier worden geen archeologische resten verwacht op basis van dit onderzoek en de dubbelbestemming vervalt hier.

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

23

Hanzeweg-Zuid I

Archeologische v erwachting (uit archeologisch bureau- en booronderzoek Econsultancy )

Onderzoek op ontsluiting/rotonde Het hiervoor genoemde onderzoek dekt niet het gehele plangebied. De ontsluitingsweg en rotonde zijn in dit archeologisch onderzoek niet meegenomen, omdat deze in het verleden geen onderdeel uitmaakten van dit plangebied (zie de afbeelding hieronder)

24

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

Hanzeweg-Zuid I

Gebied v oor onderzoek ter plaatse v an ontsluiting/rotonde

Om deze reden is er een aanvullend archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor dit deel van het plangebied (Zie Bijlage 3). Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor dit deel van het plangebied is. Op basis van het bureauonderzoek is geconcludeerd dat dit deel van het plangebied een lage verwachting heeft voor alle archeologische perioden met uitzondering van de Nieuwe Tijd. In het zuidoosten van het plangebied geldt een hoge verwachting voor het aantreffen van resten van een schaapskooi uit de Nieuwe tijd. Het overige deel van het plangebied heeft een lage verwachting. Indien er in het zuidoostelijk deel graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm -mv uitgevoerd worden, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Omdat archeologische resten voornamelijk in de vorm van grondsporen worden verwacht (de restanten van een schaapskooi), is een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Het bevoegd gezag heeft hiermee ingestemd. Dit onderzoek wordt z.s.m. uitgevoerd. Indien nodig wordt er een doorstart naar een opgraving gemaakt, zodat het zuidoostelijk deel daarna ook kan worden vrijgegeven. Het onderzoek is naar verwachting voor maart 2023 afgerond; voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

Binnen het overige deel van het plangebied, waar een lage verwachting geldt voor alle perioden, is (net als in de eerdergenoemde lichtblauwe zone) geen vervolgonderzoek geadviseerd. De dubbelbestemming vervalt hier. Het bevoegd gezag heeft dit advies overgenomen.

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

25

Hanzeweg-Zuid I

Adv ieskaart uit archeologisch bureauonderzoek

Het programma van eisen is medio januari goedgekeurd waarna het onderzoek wordt uitgevoerd. Naar verwachting kan na dit onderzoek de geplande uitvoering plaatsvinden. Conclusie Het aspect archeologie is geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.2.2

Historische stedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart we geen bijzondere waarde(n). Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. Monumenten komen in, en in de nabijheid van het plangebied niet voor. Conclusie Historische stedenbouwkundige waarden zijn geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.2.3

Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied dat wordt aangeduid met een middenwaarde waardering (7).

26

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

Hanzeweg-Zuid I

Uitsnede uit 'Historische landschappen Barnev eld' (ster op planlocatie)

Zeer hoog gewaardeerde landschappen krijgen een dubbelbestemming in het bestemmingsplan; hoog gewaardeerde landschappen krijgen een dubbelbestemming in het bestemmingsplan, mits ze aan zeer hoog gewaardeerde landschappen grenzen. Het is de bedoeling dat de waarden worden gehandhaafd danwel versterkt. Conclusie De cultuurhistorische waarde is vanwege het feit dat er sprake is van een middenwaardering geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.3

Ecologie

De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang.

5.3.1 5.3.1.1

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming

Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd.

Stikstof Het plangebied ligt niet in (de nabijheid van) een Natura 2000-gebied

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

27

Hanzeweg-Zuid I

Planlocatie (ster) ten opzichte v an ligging Natura 2000 gebied (Veluwe)

Voor zowel de bouwfase (tijdens de bouw, sloop en aanleg) als voor de gebruiksfase zijn de stikstofemissies beoordeeld. Er zijn voor de locatie AERIUS-berekeningen uitgevoerd van de aangevraagde situatie. Deze zijn toegevoegd als Bijlage 9 en Bijlage 10 van de toelichting. De resultaten van de stikstofberekeningen zijn verwoord in het onderzoek. Dit is als Bijlage 11 aan de toelichting toegevoegd. Conclusie van het rapport /de uitgevoerde berekeningen is dat er geen effect is, met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, in de gebruiksfase en de aanlegfase. Uit de AERIUS-berekening volgt dat er geen natuurgebieden zijn met rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Er gelden geen aanvullende verplichtingen in het kader van de Wetnatuurbescherming. Conclusie Het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.

5.3.1.2

Soortenbescherming

Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming beschermt bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is een natuurtoets uitgevoerd. Dit betrof een literatuuronderzoek en ondersteunend veldonderzoek. Hiermee is inzichtelijk gemaakt of er beschermde flora en fauna voorkomen in het gebied. Dit wordt beschreven in het rapport dat als Bijlage 5 is toegevoegd. Aan de hand van dit rapport wordt geconcludeerd dat nader onderzoek noodzakelijk is voor de buizerd en sperwer, kleine marterachtigen en naar de verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen en foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen. Voor overige soorten wordt geconcludeerd dat deze

28

"Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

Hanzeweg-Zuid I geen belemmering geven voor de uit te voeren werkzaamheden. Het nader onderzoek is uitgevoerd (zie hiervoor Bijlage 6). Ruimtelijke plannen kunnen conflicterend zijn met de Wet natuurbescherming, wanneer er sprake is van negatieve effecten op beschermde soorten. Hierbij is tevens de verlichting van belang. De verlichtingsplannen zijn toegevoegd als Bijlage 8 en Bijlage 7 Het doel van het natuuronderzoek is om te inventariseren of er door de geplande ruimtelijke ontwikkelingen sprake is van aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen, nestlocaties en functioneel leefgebied van genoemde soorten. Voor overige beschermde soorten is tijdens de quickscan natuurtoets aangetoond dat negatieve effecten op deze soorten op voorhand uit te sluiten zijn, indien verstoring van broedvogels wordt voorkomen. Aan de hand van de verkregen resultaten waarvoor verwezen wordt naar het onderzoek, en datgene wat gesteld wordt in de Wet natuurbescherming kunnen de volgende conclusies getrokken worden: Voor de aangetroffen beschermde soorten gewone dwergvleermuis, laatvlieger, bunzing en hermelijn/wezel is het aanvragen van een ontheffing ten aanzien van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Er moet een mitigatie- en compensatieplan opgesteld worden voor deze soorten. Daarnaast moet tijdens aanlegfase rekening worden gehouden met broedvogels.

Algemene zorgplicht Voor de uitvoering van werkzaamheden geldt de algemene zorgplicht. Alle broedende vogels, hun broedplaatsen én de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd tijdens de broedperiode. Het verwijderen van bomen en struiken dient gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit en dient buiten het vogelbroedseizoen plaats te vinden. Verstorende werkzaamheden dienen niet tijdens de broedperiode (grofweg maart - augustus) uitgevoerd te worden, tenzij geconstateerd is dat er geen vogelbroedgeval aanwezig is. Eenieder is verplicht om voldoende zorg in acht te nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

5.3.1.3

Houtopstanden

De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bossen en beplantingen in Nederland te behouden. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die twintig (of meer) bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Aangezien hier sprake is van een houtopstand zoals hiervoor beschreven is er een kapmelding bij de provincie Gelderland voor beschermde houtopstanden noodzakelijk.

Conclusie Wet natuurbescherming Geconcludeerd kan worden dat de Wet natuurbescherming uitvoering van het onderhavige plan niet in de weg staat.

5.3.2

Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones

Het plangebied ligt niet binnen de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de opvolger van de EHS. Met het bestuursakkoord Natuur is de realisatie en het beheer van het NNN de verantwoordelijkheid van de provincies geworden. In de periode tot 2027 willen Rijk en provincies een forse extra stap zetten op weg naar realisatie van de doelen van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Hierbij moet maximale synergie worden bereikt tussen natuur- en watermaatregelen. De provincies geven elk in hun eigen provincie uitwerking aan het natuurbeleid op basis van het Natuurpact. Voor de EHS zijn in de Omgevingsvisie twee nieuwe natuurcategorieën in de plaats gekomen: het Gelders "Hanzeweg-Zuid I" (ontwerp)

29

Hanzeweg-Zuid I Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO.) Het plangebied ligt in het GO. Voor de toetsing wordt verwezen naar 4.3.1.2. Conclusie Het natuurnetwerk geeft geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

Doel Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Eerst wordt het wettelijk kader op nationaal niveau beschreven, daarna het gemeentelijk beleid en vervolgens overige wet- en regelgeving die voor het plangebied relevant is. Tot slot wordt zonodig het groepsrisico verantwoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=8686303c-59fa-4fe4-93c7-07a77f78038c