Concept Energiebeleidsprogramma (1)
Tekst van het document
inhoud
Energiebeleidsprogramma Concept
inhoud
Voorwoord De inhoud van dit onderdeel wordt toegevoegd in de definitieve versie.
2
concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Samenvatting De inhoud van dit onderdeel wordt toegevoegd in de definitieve versie.
3
concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Inhoudsopgave Voorwoord wethouder. ......................................................................................................................................... 2 Samenvatting........................................................................................................................................................... 3 Inhoudsopgave......................................................................................................................................................... 4 Begrippenlijst.......................................................................................................................................................... 5 1.
Inleiding. ............................................................................................................................................................. 7
2. Beleidscontext Rijk, provincie, regio en gemeente. ............................................................................. 12 3. Ons Energiebeleidskader. ........................................................................................................................... 20 4. Warmteprogramma....................................................................................................................................... 32 5. Energiebesparing............................................................................................................................................ 41 6. Netcongestie.................................................................................................................................................... 47 7.
Integraal aan de slag met energie en fysieke ontwikkelingen......................................................... 52
8. Grootschalige opwek en opslag. ............................................................................................................... 56 9. Uitvoering en monitoring............................................................................................................................ 60 Bijlagen............................................................................................................................................................. 63
Bijlage 1: Relevante Rijksplannen
Bijlage 2: Relevante Provinciale plannen en onderzoeken
Bijlage 3: Participatieplan
Bijlage 4: Participatieverslagen
4
concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Begrippenlijst Bestaanszekerheid De zekerheid van betaalbaar en passend wonen, voldoende en voorspelbaar inkomen en mogelijkheden om onverwachte uitgaven op te vangen. Biovergisting Biovergisting is een techniek waarbij organisch materiaal wordt omgezet in biogas. Dit biogas kan vervolgens worden opgewekt tot groen gas. Mestvergisting is een specifieke vorm van biovergisting waarbij mest de belangrijkste grondstof is. Binnen mestvergisting onderscheid je monovergisting (alleen mest) en co-vergisting (mest gecombineerd met andere organische materialen). Buurtrealisatieplan (BRP) Plan waarin de aanpak voor de netverzwaring (plaatsen van trafo-huisjes) in een bepaalde buurt wordt beschreven; zoals waar en hoe werkzaamheden worden uitgevoerd. Eigenaarschap Een collectief eigendom, waarbij de leden via een coöperatie of vereniging, zeggenschap hebben over het project en meeprofiteren van de revenuen. Leden kunnen zowel burgers, ondernemers, overheden en maatschappelijke organisaties zijn. Energiecoöperatie Een georganiseerde groep burgers die zich inzet voor het lokaal opwekken van hernieuwbare energie, energiebesparing, het verduurzamen van woningen of andere initiatieven die de energietransitie bevorderen.
5
concept Energiebeleidsprogramma
Energiegemeenschap Een juridische entiteit die voor haar leden, vennoten of aandeelhouders activiteiten verricht op de energiemarkt, die niet gericht is op het maken van winst en die als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen in het lokale gebied waar ze werkzaam is of aan haar leden, vennoten of aandeelhouders. Energiesysteem Het systeem van opwek, opslag en transport van energie (waaronder elektriciteit, warmte en moleculen, zoals gas). Fysieke ontwikkelingen Geheel van (bij)bouw in de gemeente, zoals woningen, laadpalen en bedrijven. Geothermie Een hernieuwbare energiebron, die gewonnen wordt uit dieper gelegen aardlagen. Grootschalige opwek Het opwekken van een grote hoeveelheid energie uit hernieuwbare bronnen (zoals zon, wind of warmte) op één locatie of in één project, bedoeld om veel meer energie te produceren dan een individueel huishouden of klein bedrijf nodig heeft. Middenspanningsatelier Het middenspanningsatelier is een structureel operationeel overleg tussen de gemeente Barneveld, netbeheerder Liander en de Woningstichting, gericht op het oplossen van knelpunten in het middenspanningsnet en de planning van netverzwaring in bestaande wijken.
Multi-Commodity Energy Hub (MCEH) Een energiesysteem dat opgebouwd wordt door het op een slimme manier koppelen van verschillende (duurzame) bronnen en de opslag van deze lokaal opgewekte energie en deze energie converteert en lokaal afzet. Door het gebruik van meerdere modaliteiten (warmte, gas en elektriciteit) draagt het de naam Multi-Commodity Energy Hub. Netbewuste bouw De bouw van woningen en woonwijken die zo min mogelijk vragen van het elektriciteitsnet door ontwerp en installatiekeuzes. Netbudget Hoeveelheid vermogen van het net dat er maximaal in een gebied gebruikt mag worden. Netcongestie De overbelasting van het elektriciteitsnet op piekmomenten door te veel elektriciteitsaanbod of -vraag. Netverzwaring Uitbreiding van de capaciteit van het elektriciteitsnet door gebruik van dikkere kabels en zwaardere transformatoren om de stijging van vraag en aanbod te verwerken. Small Modular Reactors (SMRs) Kernreactoren die kleiner zijn dan de reactoren die je nu in bestaande kerncentrales vindt.
inhoud
Stookseizoen Periode waarin het gas- en warmteverbruik het grootst is, en die doorgaans loopt van oktober tot en met april. Taskforce Netcongestie Een werkgroep binnen de gemeente die verschillende vraagstukken rondom netcongestie oppakken, waarbij meerdere teams en disciplines zijn betrokken. Trafo-huisjes Kleine gebouwtjes, ook wel transformatorhuisjes of elektriciteitshuisjes genoemd, die de schakel vormen tussen het middenspanningsnet en de laagspanning die huishoudens en bedrijven gebruiken. Transportvermogen De hoeveelheid elektriciteit dat over het net vervoerd kan worden. Verslimmen Oplossingen die opwek en verbruik zoveel mogelijk in balans brengen en het elektriciteitsnet ontlasten. Dit kan bijvoorbeeld door het verplaatsen van elektriciteitsverbruik naar momenten met veel opwek, zoals het aanzetten van de afwasmachine wanneer zonnepanelen veel stroom leveren. Ook het verschuiven van piekverbruik naar rustigere tijden of het afvlakken van pieken met behulp van opslag valt hieronder. Warmtenet Netwerk van leidingen onder de grond waar warm water doorheen stroomt. Met een warmtenet, ook bekend als stadsverwarming, kunnen woningen worden verwarmd zonder cv-ketel en aardgas.
6
concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
1
Inleiding
7
concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Inleiding Aanleiding De gemeente Barneveld presenteert het Energiebeleidsprogramma als het centrale beleidsinstrument onder de Omgevingsvisie voor het thema energie. Het is een doorwerking van de Omgevingsvisie binnen de opgave Gezond en Toekomstbestendig Barneveld. Het beleidsprogramma geeft kaders en richting aan de energietransitie binnen de gemeente voor de periode tot en met 2030. Het beleidskader (hoofdstuk 3) is vastgesteld door de gemeenteraad op 28 oktober 2025.
8
concept Energiebeleidsprogramma
De energiewereld verandert snel. Druk op het lokale elektriciteitsnet, recente energiecrises, verplichtingen vanuit het Rijk (zoals het vaststellen van een Warmteprogramma vóór eind 2027), lopende regionale ontwikkelingen en de ambities in onze Omgevingsvisie vragen om samenhangende en handelingsgerichte sturing. Daarom bundelt de gemeente bestaande energiebeleidsstukken in één integraal beleidsprogramma en ontwikkelt zij nieuwe uitgangspunten en maatregelen om adequaat te reageren op lokale uitdagingen en kansen in de lokale context.
Doel van het beleidsprogramma Het doel van dit beleidsprogramma is houvast te bieden voor de organisatie en omgeving rondom energie: besparen, opwek en infrastructuur tot en met 2030. Het vertaalt doelstellingen uit de Omgevingsvisie en bestaand beleid naar concrete normen, ontwikkelt leidende principes en een programma van eisen, bevat bestaande en nieuwe maatregelen en integreert het vanaf 2027 verplichte warmteprogramma. De thema’s energie en warmte hebben in de gemeente Barneveld een grote overlap waardoor het splitsen van de thema’s niet wenselijk is.
Het beleidsprogramma biedt strategische richting, zonder de uitvoering dicht te timmeren, en is transparant over waar we staan en waar we naartoe willen. Gezien de snelle ontwikkeling van de energietransitie, stelt dit beleidsprogramma de gemeente in staat om flexibel en toekomstgericht mee te bewegen.
Relatie met bestaand beleid en relevantie voor andere opgaven Energie is naast een beleidsveld op zichzelf een essentiële randvoorwaarde voor het realiseren van bredere maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, gebiedsontwikkeling en een toekomstbestendige leefomgeving. Dit beleidsprogramma ondersteunt de ambitie uit de Omgevingsvisie om een gezonde en toekomstbestendige gemeente te realiseren waar inwoners, ondernemers en bezoekers zich thuis voelen. Het Energiebeleidsprogramma hangt nauw samen met bestaand beleid en programmering binnen de gemeente Barneveld. Zo vloeit het beleidsprogramma voort uit de Omgevingsvisie en is het een belangrijk focuspunt van het Programma Duurzaamheid. Het is geen vervanging van het Programma Duurzaamheid, maar valt uitdrukkelijk binnen het thema Energie als activiteit en beleidsontwikkeling.
inhoud
Het Programma Duurzaamheid is de manier waarop de organisatie zich organiseert en werkt aan het behalen van meerdere duurzaamheidsdoelen. Het Energiebeleidsprogramma bevat ook verwijzingen naar een aantal bestaande beleidsstukken, zoals de Structuurvisie Wind, de Barneveldse Zonneladder en de notitie Lokaal Eigenaarschap. Thematisch heeft het beleidsprogramma veel raakvlakken met andere gemeentelijke beleidsterreinen, zoals vastgoed, wonen, economische zaken, sociaal domein en het Programma Bestaanszekerheid. Om deze reden is dit beleidsprogramma integraal opgesteld.
Rol van de gemeente De energietransitie raakt direct aan de fysieke leefomgeving en vereist maatregelen vanuit de gemeente. In lijn met de Omgevingsvisie en de uitgangspunten van de Omgevingswet, verandert de rol van de overheid: maatschappelijke opgaven worden steeds vaker gezamenlijk opgepakt, waarbij inwoners, ondernemers en organisaties initiatief nemen in hun leefomgeving. Afhankelijk van de aard van de maatregel en het type samenwerking neemt de gemeente één of meerdere van de volgende rollen op zich: reguleren, zelf doen, regisseren, stimuleren, faciliteren of loslaten.1
1 Omgevingsvisie Barneveld, pagina 28-29
9
concept Energiebeleidsprogramma
Scope van het beleidsprogramma Dit Energiebeleidsprogramma is een eerste stap om meer richting en regie te geven aan de energietransitie. Het Energiebeleidsprogramma bevat nog geen ruimtelijke kaders of gebiedsgerichte keuzes. Dit zal op een later moment moeten worden uitgewerkt. Daarbij wordt dan ook de juridische doorvertaling richting het omgevingsplan meegenomen en wordt de impact op de samenleving duidelijk. Warmte wordt in het Energiebeleidsprogramma niet los gezien van andere energievormen, maar als integraal onderdeel van het bredere energiebeleid. Maatregelen in de energietransitie - zoals isolatie, elektrificatie en duurzame opwekking - beïnvloeden zowel het energieverbruik als de warmtevraag. Door warmte binnen het Energiebeleidsprogramma op te nemen ontstaat beleidsmatige synergie: investeringen worden efficiënter, versnippering wordt voorkomen en mogelijke gebiedsgerichte oplossingen sluiten beter aan op lokale behoeften. Mobiliteit valt buiten de scope van dit beleidsprogramma. De vertaling van ambities naar mobiliteitsbeleid wordt niet uitgewerkt. Wel wordt de invloed van elektrisch laden op de energie-infrastructuur meegenomen, vanwege de directe relatie met energievraag en netbelasting. De gemeentelijke laadvisie is een vastgesteld beleidskader.
Hoewel mobiliteit niet binnen de scope valt van dit Energiebeleidsprogramma, heeft elektrisch laden directe impact op de energie infra-
structuur. De uitgangspunten uit de laadvisie worden daarom betrokken bij de uitwerking van slim laden, netbewuste ontwikkeling en het prioriteren van netcapaciteit. Veiligheid geldt als impliciete randvoorwaarde in dit beleid. De inzet op een toekomstbestendig energiesysteem draagt bij aan het voorkomen van stroomuitval en andere verstoringen. Incidenten zoals stroomuitval of de beveiliging van het elektriciteitsnet, vallen buiten de scope van dit beleidsprogramma. Deze thema’s worden elders opgepakt, bijvoorbeeld via de veiligheidsregio (paraatheid bij grootschalige uitval) en binnen de gemeentelijke bedrijfscontinuïteit. Het beleidsprogramma beperkt zich tot het thema energie, en de daarmee samenhangende CO2-uitstoot.
Participatie Tijdens de participatie rondom de Omgevingsvisie is het thema energie aan bod gekomen. Om tot het Energiebeleidskader (hoofdstuk 3) te komen zijn aanvullend verschillende maatschappelijke stakeholders geconsulteerd, namelijk bedrijven, energiecoaches en een expertgroep. Daarnaast zijn diverse collega’s van verschillende teams binnen de gemeente betrokken. Voor de verdere uitwerking van het Energiebeleidsprogramma zijn dezelfde stakeholders betrokken. Het beleidsprogramma wordt in zijn geheel ook ter inzage gelegd alvorens de definitieve versie wordt vastgesteld. Het participatieplan is te vinden in bijlage 3.
inhoud
Een blik op de toekomst De energietransitie
De energietransitie heeft zowel effect op ons dagelijks leven, onze economie als de wereldwijde verhoudingen. De gemeente kan de lokale weerbaarheid en flexibiliteit vergroten door de opwek van energie en het gebruik lokaal goed te organiseren. Ook kun je je inspannen om alle inwoners de mogelijkheid te geven mee te gaan in de ontwikkelingen. Dat doe je niet alleen, maar samen met ondernemers en inwoners.
Barneveld in 2040
Elektrische opwek & vraagbalans (2050) Elektrische opwek & vraagbalans (2050) 8080 6060 Vermogen [GW] Vermogen [GW]
Het gebruik van fossiele brandstoffen heeft ernstige gevolgen voor het klimaat. Wereldwijd loopt de gemiddelde temperatuur op en er is sprake van grotere weersextremen. Eén van de manieren om de CO2 uitstoot te verminderen is de overgang naar duurzame energiebronnen in combinatie met besparing van het energiegebruik. De impact van deze energietransitie is groot. Het verminderen van het gebruik van gas en olie vraagt om elektrificatie. Energie uit zon en wind is geen continue stroom. Dit betekent dat enerzijds de levering van energie niet altijd en overal hetzelfde is. Anderzijds is door de lokale opwek de onafhankelijkheid van het buitenland minder. Elektrificatie vraagt om kostbare en nog jaren durende uitbreiding van de energie infrastructuur en om opslag van energie.
Overschotten
4040
2020 00
-20 -20 -40 -40 -60 -60
Tekorten
-80 -80
1
Balans
8760
Balans
Figuur 1: Elektrische opwek- en vraagbalans in 2050: veel periodes met overschotten tot meer dan 60 Gigawatt (GW) en veel periodes van grote tekorten tot meer dan 40 GW. Bron: Netbeheer Nederland Scenario’s Editie 2025, Netbeheer Nederland, mei 2025.
De energietransitie bevindt zicht in een dynamische fase, waarin de realiteit snel verandert. Waar voorheen de nadruk vooral lag op besparing en het stimuleren van duurzame energie, verschuift de aandacht steeds meer naar het realiseren van een robuust energiesysteem en een betrouwbare en veilige energievoorziening. Duurzame energie is inmiddels randvoorwaardelijk voor nieuwe ontwikkelingen binnen de gemeente.
Energiesysteem van de toekomst Nederland, en Barneveld, zit in transitie: er wordt rap overgestapt op duurzame bronnen van energie en er komt steeds meer duurzame energie bij door decentrale opwek. Het gros van die duurzame bronnen is in de vorm van elektriciteit, zowel aan de vraagkant als aan de opwekkant. Momenteel zit daardoor in grote delen van het land een deel van de ontwikkelingen op slot met netcongestie: het ‘oude systeem’ barst uit zijn voegen.
Deze veranderende context vraagt om een andere benadering van beleid en werken: wendbaar, toekomstgericht en afgestemd op de complexiteit van de transitie.
Doorgaan op de huidige manier van elektrificatie is niet slim: scenario’s van Netbeheer Nederland laten zien dat er een verdrie- en zelfs mogelijk verviervoudiging komt van de vraag naar elektriciteit. 2 Dit is vanuit
2 www.netbeheernederland.nl/sites/default/files/2025-05/netbeheer_nederland_scenarios_editie_2025_-_def_12-05.pdf
10 concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
meerdere perspectieven onhoudbaar, als we niet gaan verslimmen: het aantal uren van negatieve stroomprijzen neemt in rap tempo toe. Dat betekent dat we op sommige momenten veel meer energie produceren dan er wordt gebruikt. Tegelijkertijd, is er bijvoorbeeld tijdens dunkelflaute als de zon niet schijnt en de wind niet waait, een grote vraag naar energie die niet duurzaam kan worden ingevuld. Volgens de scenario’s van Netbeheer Nederland zullen er, als we doorgaan zonder te verslimmen, in 2050 grote gaten ontstaan tussen de overschotten en tekorten aan energie (zie figuur 1). Zonder structurele aanpassingen in ons energiesysteem en stuurbaarheid van ons gedrag, is de energietransitie dus praktisch, ruimtelijk en financieel vrijwel onmogelijk. Tegen deze achtergrond wordt in Barneveld momenteel de elektriciteitsinfrastructuur verzwaard, waarbij de systeemcapaciteit wordt verdubbeld. Wanneer er niet wordt verslimd, zal er kort na de verzwaring in 2035 mogelijk opnieuw netcongestie ontstaan gezien de autonome groei van de vraag van elektriciteit. Vanuit het Rijk en partners worden momenteel plannen gemaakt om netbewust gedrag te stimuleren.
Onderdeel van de plannen zijn onder andere een mogelijk variabel nettarief (dat mogelijk honderden euro’s per jaar duurder kan uitvallen voor niet-netbewuste huishoudens en bedrijven); bedrijven te dwingen om flexibiliteit beschikbaar te stellen aan de netbeheerder; en, de installatie van net-balancerende batterijen. Bovenstaande geeft aanleiding om ook in Barneveld onze visie op het energiesysteem van de toekomst aan te passen.
11 concept Energiebeleidsprogramma
Leeswijzer Na deze korte introductie bevat hoofdstuk 2 een overzicht van de bestaande beleidscontext rondom het thema energie op landelijk, provinciaal, regionaal niveau en gemeentelijk niveau. Vanuit deze context volgt in hoofdstuk 3 ons Energiebeleidskader, bestaande uit onze visie, normen, leidende principes en het programma van eisen voor nieuwe ontwikkelingen. Vanuit het beleidskader volgt er vervolgens een aantal thematische hoofdstukken waarbinnen onder andere (nieuwe) maatregelen worden gepresenteerd. Deze hoofdstukken gaan over warmte (het Warmteprogramma), energiebesparing, netcongestie, energieplanologie (integraal aan de slag met energie en fysieke ontwikkelingen) en grootschalige opwek en opslag. De inhoud van deze hoofdstukken vloeit voort uit het Energiebeleidskader. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op monitoring en bijsturing.
inhoud
2
Beleidscontext Rijk, provincie, regio en gemeente
12 concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Beleidscontext Rijk, provincie, regio en gemeente Dit Energiebeleidsprogramma sluit aan op het bredere klimaat- en energiebeleid zoals dat is vormgegeven op landelijk, regionaal en provinciaal niveau. Vanuit het Rijk zijn er wetten, akkoorden en plannen die richting geven aan de energietransitie, waaronder de Klimaatwet, het Klimaatakkoord en het Nationaal Plan Energiesysteem. Tegelijkertijd spelen provincies en RES-regio’s een belangrijke rol in de ruimtelijke en strategische afstemming van duurzame opwek, warmteoplossingen en netcapaciteit.
13 concept Energiebeleidsprogramma
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidskaders en wetgeving toegelicht die relevant zijn voor het Energiebeleidsprogramma. Ook wordt de bestaande beleidscontext binnen de gemeente Barneveld toegelicht.
Het Rijk Het Rijksbeleid met betrekking tot klimaat en energie is gebaseerd op de doelstellingen van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties in 2015 in Parijs, en de uitwerking daarvan in het klimaatakkoord en de klimaatwet. De centrale doelstelling hierbij is om in 2030 een 55% reductie van broeikasgassen te hebben gerealiseerd ten opzichte van 1990. De voortgang richting deze doelstelling wordt jaarlijks gemonitord via onder meer de Klimaaten Energieverkenning (KEV), het Dashboard Klimaatbeleid, de emissieregistratie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), en de Klimaat- en Energienota. De verschillende plannen van het Rijk en hun (geplande) verschijningsdatum staan in bijlage 1.
Klimaatdoelen
In het klimaatplan 2025-2035 stelt het kabinet dat op weg naar klimaatneutraliteit de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 55% moet zijn gedaald ten opzichte van 1990 en in 2040 met 90%.
Het kabinet wil dat het klimaatbeleid... • ... leidt tot rechtvaardige uitkomsten. Dat wil zeggen dat het kabinet inzet op een klimaatbeleid voor iedereen. Voor kopers en huurders. Voor lage, midden en hoge inkomens. Voor mkb en grootbedrijf. • ... economisch perspectief biedt. Het kabinet wil de koploperspositie van Nederland in een verduurzamende wereld versterken en uitbouwen, en ervoor zorgen dat het aantrekkelijk blijft om in ons land te investeren in verduurzaming, ook voor het mkb. • ... ruimte biedt aan maatschappelijk initiatief. Het betreft hier energiecoöperaties, maar ook sport en (gezondheids)zorg. • ... rekening houdt met de samenhang tussen de drie transities die gelijktijdig moeten plaatsvinden om klimaatneutraliteit te bereiken. Het betreft hier de energie-, grondstoffen-en voedseltransitie. Daarnaast formuleert het kabinet vier leidende principes: • Realisatie klimaatdoelen: het kabinet wil het land schoon doorgeven en de impact van klimaatverandering op huidige en toekomstige generaties die niet aan de klimaatverandering hebben bijgedragen beperken. • Gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid: brede betrokkenheid en actieve participatie van medeoverheden, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgers is essentieel.
inhoud
• Bijdrage en ondersteuning naar draagkracht: het kabinet erkent dat het voor sommige groepen erg moeilijk is om mee te komen in de transitie en zet daarom in op beleid waarbij sterkere schouders zwaardere lasten dragen. • De vervuiler betaalt: het kabinet zet in Europees verband in op beleid waarin ten minste de maatschappelijke prijs wordt betaald voor uitstoot. Het gaat hier om de energie-, grondstoffen- en voedseltransitie.
Bronnen voor en inzet van elektriciteit over de tijd
Bronnen voor en inzet van elektriciteit over dedetijd Bronnen voor en inzet van elektriciteit over tijd Bronnen Bronnenvoor vooren Bronnen eninzet inzetvan van voor elektriciteit elektriciteit en inzet van over over elektriciteit de detijd tijd over de tijd
Duurzame opwek
Het Rijksbeleid op het gebied van energie staat beschreven in het Nationaal Plan Energiesysteem. Het Rijk verwacht dat 70% van de elektriciteit wordt opgewekt door energie uit zon en wind in 2030. In een latere fase zal kernenergie een bijdrage aan de energieproductie en de balans in het netwerk moeten leveren. Het Rijk formuleert een aantal uitgangspunten voor de opwek: • In 2050 vormt CO₂-vrije elektriciteit onze grootste bron van energie. • Inzet op netto nul uitstoot van elektriciteitssysteem in 2035. • Heldere kaders en randvoorwaarden om de ontwikkeling van flexibiliteit en voldoende diversiteit mogelijk te maken. • Forse, tijdige uitbreiding en efficiënt gebruik elektriciteitsinfrastructuur. • Strategische verbondenheid binnen Europa. De energiemix zal zich, naar de visie van het Rijk, ontwikkelen overeenkomstig figuur 2. Windenergie zal met name op zee versneld worden ontwikkeld. In de routekaart Wind op Zee staan de windenergiegebieden met de windparken waarvoor
14 concept Energiebeleidsprogramma
Bronnen voor elektriciteit Wind op zee Wind op land Zon PV Bronnen Bronnen voor voor elektriciteit elektriciteit
Inzet als eindgebruik
Bronnen voor elektriciteit
Kernenergie Wind op zee
Waterstof
Wind op land
Inzet in andere ketens en verliezen
Inzet als eindgebruik
Gebouwde omgeving
Kernenergie
Industrie
Waterstof
Inzet in andere ketens en verliezen
Inzet voor waterstof, koolstofGebouwde omgeving Inzet voor waterstof, koolstofdragers en warmtelevering Industrie
dragers en warmtelevering
Verliezen in keten Verliezen in keten
Koolstof Transport (nationaal) Bronnen Inzet Inzet voor alsals elektriciteit eindgebruik eindgebruik Inzet Inzet Inzet als in andere in eindgebruik andere ketens ketens en en verliezen verliezen Inzet in andere ketens en verliezen Zon PV Koolstof Transport (nationaal)
Omzettingsverlies Omzettingsverlies Inzet in andere en verliezen Bronnen voor als eindgebruik Transport (internationaal) Wind zee elektriciteit Kernenergie Wind op Gebouwde zee Inzet omgeving Kernenergie Gebouwde Inzet Inzet voor voor omgeving waterstof, waterstof, koolstofkoolstofWind opop zee Kernenergie Gebouwde omgeving Inzet ketens voor waterstof, koolstofTransport (internationaal) (niet goed zichtbaar) dragers dragers en en warmtelevering warmtelevering dragers en warmtelevering (niet goed zichtbaar) Wind Wind opop land land Waterstof Wind op Industrie Industrie land Waterstof Industrie Wind op zee Waterstof Kernenergie Gebouwde omgeving Inzet voor waterstof, koolstofVerliezen Verliezen in keten in keten in keten Landbouw Landbouw dragers Verliezen en warmtelevering Zon Zon PVPV Koolstof Koolstof Zon PVTransport Transport (nationaal) (nationaal) Koolstof Transport (nationaal)
Wind op land Zon PV
Waterstof
Industrie
Omzettingsverlies Omzettingsverlies Omzettingsverlies Verliezen in keten Transport Transport (internationaal) (internationaal) Transport (internationaal) (niet goed goed zichtbaar) zichtbaar) (niet goed zichtbaar) Koolstof (niet Transport (nationaal) Landbouw Landbouw
Landbouw
Transport (internationaal) (niet goed zichtbaar)
Omzettingsverlies
Figuur 2: Bronnen voor de inzet van elektriciteit in de jaren 2019 tot en met 2050. Bron: Nationaal plan Landbouw energiesysteem, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, december 2023.
inhoud
het Rijk tot en met 2027 een vergunning wil uitgeven. De laatste windparken in deze routekaart zijn vanaf 2032 actief. Dan staat er volgens het Rijk in totaal een vermogen van 21 gigawatt (GW). Voor wind op land werkt het Rijk aan milieunormen voor onder andere geluid en slagschaduw. Wind is onderdeel van de ambitie om via de Regionale Energiestrategieën 35 Terawattuur (TWh) duurzame energie via wind en zon jaarlijks op te wekken in 2030. Om de productie van waterstof en toepassing in de industrie te stimuleren stelde het kabinet Schoof €2,1 miljard beschikbaar. Daarnaast wordt de raffinageroute voor groene waterstof aangepast zodat het aantrekkelijker wordt om groene waterstof te gebruiken bij de productie van brandstoffen. In een sterk variabele energieproductie is opslag een belangrijke voorwaarde voor stabiliteit in het netwerk. Het Rijk heeft ook voor opslag een routekaart ontwikkeld voor elektriciteit, moleculen en warmte. Daarbij ligt een sterke nadruk op ontwikkeling van kennis en innovatie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen korte-termijnopslag en seizoensopslag. Gemeenten hebben voor de realisatie een belangrijke rol bij de planvorming en vergunningverlening.
Het is daarom volgens de routekaart raadzaam om voor te sorteren met een aantal acties: • Agendeer binnen je gemeentelijke organisatie het belang van batterijen als randvoorwaarde voor regionale plannen voor baterijen net als
15 concept Energiebeleidsprogramma
voor transformatorstations of kabels. • Zorg voor besef dat het cruciaal is voor de ambities van de regio. Het vrijhouden van geschikte plekken scheelt in doorlooptijd en voorkomt weerstand. Houd al bij het maken van ruimtelijke plannen rekening met de hiervoor benodigde ruimte, bijvoorbeeld bij de inrichting van een bedrijventerrein. • Zorg dat er bij het verwerken van aanvragen voor vergunningen voor baterijen een beleidsmedewerker betrokken is die bekend is met de netsituatie. Regelmatig overleg met de regionale netbeheerder zorgt voor actuele kennis hiervan. • Korte-termijn opslag van warmte is van invloed op de elektriciteitsvoorziening, omdat een belangrijk deel van de elektriciteit voor warmte (en koude) gebruikt wordt. Elektrificatie zal een belangrijke rol spelen in gebieden waar individuele, duurzame oplossingen worden toegepast, maar ook in gebieden waar de elektrificatie van de industrie grootschalig zal worden uitgerold. Hierdoor zal het mitigeren van netcongestie op alle spanningsniveaus belangrijker worden. De variatie in beschikbare duurzame elektriciteit en de netcongestie kan in deze gebieden opgevangen worden door het optimaliseren van de inzet van power-to-heat en lokale opslag van warmte. Verder kan de opslag van warmte in veel gevallen een betaalbaarder techniek zijn dan elektriciteitsopslag.
• Het wordt aanbevolen conversies van elektriciteit naar warmte en vice versa mee te nemen in afwegingen voor lokaal energiebeleid.
Energiewet
Per 1 januari 2026 treedt de nieuwe Energiewet in werking. Deze wet is een samenvoeging van de Gaswet en de Elektriciteitswet, en is tegelijkertijd geüpdatet om beter aan te sluiten bij de actuele ontwikkelingen in de energietransitie. De wet beoogt de veranderende elektriciteits- en gasmarkt en het energiesysteem te ondersteunen. Daarnaast zorgt de wet voor geharmoniseerde regelgeving voor gas en elektriciteit. De Energiewet beoogt Nederlandse energieconsumenten beter te beschermen, het elektriciteitsnet flexibeler te kunnen gebruiken en veilige gegevensuitwisseling tussen netbeheerders, energiemaatschappijen en afnemers beter te organiseren. De wet legt het fundament voor belangrijke veranderingen in het energiesysteem van Nederland die helpen om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan en minder afhankelijk te worden van de import van fossiele brandstoffen. De nieuwe wet creëert ook mogelijkheden voor mensen en bedrijven om zelf actief te worden op de energiemarkt, bijvoorbeeld via energiegemeenschappen die de door leden geproduceerde elektriciteit verkopen en leveren. Energiegemeenschappen De Energiewet introduceert het begrip energiegemeenschappen. Een energiegemeenschap is een juridische entiteit die ten behoeve van haar leden, vennoten of
inhoud
aandeelhouders activiteiten op de energiemarkt verricht met als hoofddoel: het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden, vennoten of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is, en niet is gericht op het maken van winst.
Warmtetransitie
De warmtetransitie krijgt juridisch en beleidsmatig vorm via twee nieuwe wetten: de Wet collectieve warmte (Wcw) en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). De Wcw versterkt de publieke regie op warmtenetten door gemeenten de bevoegdheid te geven om warmtekavels aan te wijzen en warmtebedrijven te selecteren, waarbij publieke partijen minimaal 50% eigendom moeten hebben. De Wgiw biedt gemeenten juridische instrumenten om gebieden aan te wijzen die van het aardgas af gaan, en verankert het warmteprogramma in het omgevingsplan.
ACM-prioriteringskader
Vanaf 1 januari 2026 gaat het nieuwe prioriteringskader van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in voor grootverbruikers. Voor kleinverbruikers is dit naar verwachting op 1 juli 2026. Dit kader heeft als doel om in netcongestiegebieden prioriteit te geven aan de aansluiting van maatschappelijke urgente ontwikkelingen (bijvoorbeeld veiligheidsdiensten, gezondheidzorg, woningbouw en scholen). Deze methode is bedoeld om beter aan te sluiten op de uitdagingen van de energietransitie en de
16 concept Energiebeleidsprogramma
veranderende energiemarkt. Het kader wijkt af van het traditionele ‘first come, first served’ (FCFS)-principe en maakt het mogelijk om maatschappelijke belangen zwaarder te laten wegen bij netaansluitingen. Het prioriteringskader maakt onderscheid tussen vier categorieën, waarbij nummer 1 de hoogste prioriteit heeft. 1. Congestieverzachters. Projecten die het net ontlasten of ruimte creëren voor andere aansluitingen, zoals warmtenetten met opslag, slimme sturing of flexibele inzet. 2. Veiligheidsfuncties. Essentiële voorzieningen zoals defensie, politie, ziekenhuizen en noodinfrastructuur krijgen voorrang vanwege hun kritieke rol in de samenleving. 3. Basisbehoeften. Projecten die voorzien in fundamentele maatschappelijke behoeften zoals woningbouw, drinkwater, onderwijs en collectieve woonvormen. 4. C ategorie 4 is overig en heeft de laagste prioriteit. Hieronder vallen o.a. bedrijven, laadinfrastructuur, sport, cultuur en recreatie.
Lokaal eigenaarschap
In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat bij de ontwikkeling van duurzame energieprojecten op land wordt gestreefd naar 50% lokaal eigendom. Dit betekent dat inwoners, coöperaties en lokale bedrijven actief kunnen deelnemen en medeeigenaar kunnen worden van bijvoorbeeld wind- of zonneparken. Lokaal eigenaarschap
draagt bij aan maatschappelijke acceptatie, eerlijkere verdeling van lusten en lasten, en betrokkenheid bij de energietransitie. Ook binnen de warmtetransitie krijgt lokaal eigenaarschap steeds meer betekenis. In de Wet collectieve warmte (Wcw) en de aankomende Energiewet wordt ruimte geboden voor warmtegemeenschappen: lokale, nietcommerciële initiatieven waarin inwoners of lokale partijen mede-eigenaar zijn van de warmtevoorziening in hun wijk. Gemeenten kunnen lokaal eigenaarschap stimuleren via participatieprocessen, selectiecriteria bij warmtebedrijven en het juridisch verankeren van zeggenschap in hun warmteprogramma. De ambitie rondom lokaal eigenaarschap kan worden meegenomen in het beleid en in maatschappelijke tenders, maar is niet afdwingbaar via een omgevingsverordening.
Omgevingswet
De Omgevingswet vormt het juridische fundament voor de lokale uitwerking van klimaat- en energiebeleid. Via de omgevingsvisie, beleidsprogramma’s en het omgevingsplan kunnen gemeenten duurzaamheidsambities, de energietransitie en de warmtetransitie ruimtelijk en programmatisch verankeren. Dit Energiebeleidsprogramma is een directe uitwerking van onze omgevingsvisie en sluit aan bij de integrale benadering die de Omgevingswet voorschrijft.
inhoud
Provincie Gelderland De provincie werkt aan het actualiseren van haar beleid op het gebied van energie. Dat betreft de klimaatdoelen, opwekdoelen van de zeven Regionale Energiestrategieën in de provincie, besparingsdoelen en beleid ten aanzien van de netcongestie: het energiesysteem van de toekomst. De verschillende plannen van de Provincie en hun (geplande) verschijningsdatum staan in bijlage 2.
Klimaatdoelen
De provincie sluit zich aan bij de klimaatdoelen zoals die zijn geformuleerd door het Rijk: 55% CO₂ uitstootreductie in 2030 ten opzichte van 1990. De uitstootreductie wordt vooral verwacht van de gebouwde omgeving, mobiliteit en industrie.
Duurzame opwek, netcongestie en warmtetransitie
Ten aanzien van de opwek van duurzame energie brengt de provincie haar beleid in lijn met de Regionale Energiestrategieën uit de zeven Gelderse Regio’s. Tot voor kort gingen die Regionale Energiestrategieën vooral over grootschalige opwek met wind en zon. Voor de aanpassing van het provinciale beleid en de omgevingsverordening aan de RESdoelstellingen is een milieueffectrapportage (MER) nodig die in 2024 is uitgevoerd. In juli 2025 is deze MER (‘PlanMER wind, zon en warmte') vastgesteld. Het realisatiegebied voor windenergie Harselaar komt in deze rapportage als kansrijk naar voren.
17 concept Energiebeleidsprogramma
Ter bescherming van de Wespendief is op basis van het Gelders Milieuonderzoek Windenergie Veluwe de provinciale beleidslijn voor windenergie en de omgevingsverordening herzien. Deze herziening heeft gevolgen voor Barneveld omdat de verordening het opwekken van windenergie niet toestaat op de Veluwe en een kilometer daaromheen. In de zone van 1 tot 8 km rondom de Veluwe is beperkt windenergie mogelijk: • Wanneer windturbines de maanden mei tot en met augustus stilstaan zijn ze toegestaan in de 1-8 km zone. • De provincie komt met een voorstel voor een beperkt aantal windturbines in de 1-8 km zone die in de maanden juli en augustus stil moeten staan. • Boerderijmolens zijn niet toegestaan op de Veluwe en 1 km daaromheen en mogen in de 1-8 km zone niet hoger zijn dan 25 meter tiphoogte. Buiten de zones zijn in de gemeente Barneveld erfmolens met een ashoogte van 35 meter toegestaan. Het realisatiegebied Harselaar ligt in de 1-8 km zone en het is wachten op provinciale toestemming om initiatieven met betrekking tot wind op Harselaar te mogen realiseren. Het onderzoek van de provincie om een afstandsnorm van tweemaal de tiphoogte in te stellen voor de hele provincie zal naar verwachting geen invloed hebben op het realisatiegebied Harselaar. In de provinciale omgevingsverordening zijn in juni 2024 de regels uit de landelijke zonneladder overgenomen. Hierdoor is zon
op landbouwgrond niet gewenst tenzij het agrarisch gebruik als hoofdactiviteit kan blijven plaatsvinden (Artikel 5.90, voorkeursvolgorde aanleglocaties voor zonne-energie). De landelijke zonneladder verschilt daarin niet van de herziene Barneveldse Zonneladder. Ook andere criteria als landschappelijke inpassing en lokaal eigendom verschillen niet van de Barneveldse versie. Voor de warmtetransitie ligt de regie bij de gemeenten. De provincie is vooral ondersteunend met de oprichting van een expertteam. Daarnaast kan het Gelders warmte infrabedrijf (GWIB) de aanleg van warmtenetten in bestaande woonwijken versnellen. Het GWIB ondersteunt Gelderse gemeenten bij het ontwikkelen, leggen en onderhouden van warmteleidingen. Samen met (lokale) warmteleveranciers kunnen we de gebouwde omgeving van duurzame warmte voorzien. Tot slot biedt de provincie het ontwikkelprogramma geothermie Gelderland aan. Hiermee wil ze de knelpunten en oplossingen rondom geothermie verkennen en kennis en ervaring uitwisselen. De provincie zoekt naar mogelijkheden om met ‘kleine’ kerncentrales bij te dragen aan het energiesysteem van de toekomst. Daartoe is in 2025 een onderzoeksrapport verschenen waaruit blijkt dat Barneveld geen geschikte locatie heeft voor zo’n Small Modular Reactor (SMR). De geschikte locaties liggen vooral langs de rivieren.
In 2025 verscheen het tweede provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK). Landelijk is afgesproken
inhoud
dat het pMIEK-proces iedere twee jaar herhaald wordt. Daarin zijn prioriteiten gesteld voor de aanpak van nieuwe projecten ter versterking van de energie infrastructuur. Barneveld komt in de pMIEK niet voor omdat de versterking van onderstation Harselaar al gepland is ten tijde van het verschijnen van het pMIEK.
Regio Foodvalley Barneveld werkt op het thema energie samen met partners in de Regionale Energiestrategie (RES). In het geval van Barneveld gaat het over de Regio Foodvalley, bestaande uit de 8 gemeenten uit de regio, de provincies Gelderland en Utrecht, Waterschap Vallei en Veluwe, netwerkbeheerders Liander en Stedin en de woningcorporaties. In 2021 is de RES 1.0 vastgesteld met een doel van 0,75 TWh opwek van energie uit zon en wind en een ambitie van 1 TWh. In juni 2022 is er door het Nationaal Programma RES een nieuw afwegingskader gepubliceerd waarin breder naar het energiesysteem wordt gekeken dan alleen naar de opwek van duurzame energie met zon en wind. Mede op basis van dit afwegingskader werkt de RES Foodvalley aan een energieperspectief dat uiteindelijk moet leiden tot een visie op het energiesysteem van de toekomst voor de Foodvalley. Op 1 juli 2025 is de voortgangsrapportage RES Foodvalley 2025 aangeleverd bij het Nationaal Programma RES. De Foodvalley heeft 32% van de doelstellingen aan zon- en windenergie op land gerealiseerd en er zit nog voor 8% aan projecten in de pijplijn. Daarmee blijft er een
18 concept Energiebeleidsprogramma
restopgave te realiseren van 60%. De invulling, concretisering en het tempo van de uitvoering verschilt per gemeente. De uitvoering loopt vooral aan tegen beperkingen als gevolg van de netcongestie, veranderend Rijksoverheidsbeleid ten aanzien van saldering, gewijzigde marktomstandigheden als gevolg van de toename van het aanbod zonne-energie en windenergie en bescherming van soorten als de Wespendief. Dit vraagt om een nieuwe aanpak die meer gericht is op het hele energiesysteem en niet alleen kijkt naar opwek door wind en zon. In dat kader wordt gewerkt aan een nieuw energieperspectief voor de Foodvalley. De ontwikkeling van het Energieperspectief vindt gelijktijdig plaats met het Energiebeleidsprogramma van de gemeente Barneveld.
Gemeentelijk beleid Met betrekking tot energie en warmte zijn er meerdere beleidsstukken vastgesteld binnen de gemeente Barneveld, namelijk: de Energievisie 2015-2020, de Warmtevisie 2021, de Barneveldse Zonneladder, Structuurvisie Wind 2021 en de Notitie Lokaal Eigenaarschap. De Energievisie en Warmtevisie komen te vervallen met dit beleidsprogramma. De overige beleidsstukken blijven van kracht.
Oude Energievisie
In 2015 verscheen de eerste Energievisie van de gemeente Barneveld getiteld ‘Investeren in Barneveldse bronnen’. De kaders van deze visie zijn in 2015 door de raad vastgesteld.
In 2021 is ook gestart met de Regionale energiestrategie Regio Foodvalley, waarin regionale afspraken zijn gemaakt over opwek en besparing. Barneveld heeft haar gemeentelijke doelstellingen als bijdrage aan de regionale energiestrategie ingebracht: 650.000 zonnepanelen en 12 megawatt (MW) windenergie in 2030. Deze doelstellingen zijn gebaseerd op de Barneveldse Zonneladder en de Structuurvisie Wind. In de Energievisie zijn de volgende doelstellingen vastgelegd: • 2% energiebesparing per jaar • 20% duurzame energieopwekking in 2020 De doelstellingen van de Energievisie waren gericht op 2020. Met de monitor van het Programma Duurzaamheid zijn de doelstellingen rondom energiebesparing doorberekend naar 2030 en gesplitst in energieverbruik door woningen en energieverbruik door bedrijven en instellingen. Uit de monitor blijkt dat we goed op weg zijn in het behalen van dit doel. Zie figuur 3. Ook de duurzame opwek is opgenomen in de monitor van het Programma Duurzaamheid. De doelstellingen voor duurzame opwek zijn doorgerekend naar 2030. Sinds 2015 zijn er goede stappen gezet. Er wordt uitgebreid bij stilgestaan bij de huidige status met betrekking tot de doelstellingen in hoofdstuk 8 (grootschalige opwek en opslag).
inhoud
Dashboard Hoe staan we er voor ten opzichte van onze doelen? Niet op koers
Op koers
Doel gehaald
Verminderen van het energieverbruik door woningen Energieverbruik van woningen in terajoule. Data uit 2023.
Oude Warmtevisie
Eind 2021 verscheen de Barneveldse Warmtevisie. Daarin is een pad geschetst waarlangs Barneveld stap voor stap aardgasvrij kan worden. Het gasgebruik bij woningen in de gemeente is tussen 2020 en 2023 afgenomen met 26,8%. Terwijl het aantal woningen in die periode met 3,4% is toegenomen. Bij bedrijven is de afname 13,1%. In de Barneveldse Warmtevisie zijn vier hoofdlijnen geschetst, die verder worden toegelicht in het Warmteprogramma (hoofdstuk 4). In dit hoofdstuk wordt er geëvalueerd per hoofdlijn. Ook wordt het vervolg per hoofdlijn beschreven.
De Barneveldse Zonneladder 1026 TJ
doel 1142 TJ in 2030
Verminderen van energieverbruik door bedrijven en instellingen Energieverbruik in terajoule. Data uit 2023.
780 TJ
doel 965 TJ in 2030
Figuur 3 Reductie van het energieverbuik van wonen en van bedrijven en instellingen ten opzichte van 2015. Bron: Regionale klimaatmonitor, Rijksoverheid, geraadpleegd november 2024
19 concept Energiebeleidsprogramma
In 2019 is de Barneveldse Zonneladder vastgesteld. In 2021 is deze aangevuld. Het doel is om in 2030 in onze gemeente 475.000 zonnepanelen op daken en 175.000 panelen op land en hebben liggen. Voor de aanleg van zonnevelden zijn met de Barneveldse Zonneladder voorwaarden opgesteld waaraan plannen moeten voldoen. Speerpunten daarbij zijn: · meervoudig ruimtegebruik; · inpassing in het landschap; · participatie van omwonenden; · het versterken van de ecologie. De beleidsvoornemens van de Barneveldse Zonneladder zijn overgenomen in de Omgevingsvisie van de gemeente en in de Regionale Energiestrategie Foodvalley. De huidige stand van zaken en de maatregelen rondom dit onderwerp zijn te lezen in hoofdstuk 8 (grootschalige opwek en opslag).
Structuurvisie Wind
In 2021 is de Structuurvisie Wind vastgesteld. In de structuurvisie staat de meest kansrijke plek voor windturbines en de voorwaarden voor een windproject. De doelstelling van de gemeente is om minimaal 0,038 TWh aan windenergie op te wekken. De uitgangspunten en doelen van de Structuurvisie Wind zijn nog steeds van kracht. De Omgevingsvisie verwijst actief naar de Structuurvisie Wind. De huidige stand van zaken en de maatregelen rondom dit onderwerp zijn te lezen in hoofdstuk 8 (grootschalige opwek en opslag).
Notitie Lokaal Eigenaarschap
De Notitie Lokaal Eigenaarschap in Barneveld is een beleidsdocument dat het streven naar minimaal 51% lokaal eigenaarschap bij duurzame energieprojecten, zoals windmolens en zonneparken, vastlegt. De huidige stand van zaken en de maatregelen rondom dit onderwerp zijn te lezen in hoofdstuk 8 (grootschalige opwek en opslag).
inhoud
3
Ons Energiebeleidskader
20 concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Ons Energiebeleidskader Onze visie Wij – inwoners, ondernemers en de gemeente – bouwen samen aan het energiesysteem van de toekomst. Een systeem dat decentraal is ingericht, waarin we minder energie verbruiken, slimmer omgaan met wat we nodig hebben, en (waar mogelijk) inzetten op lokale, duurzame bronnen, opslag en innovatie. We streven naar meer zelfvoorziening in energie en doen dat juist door samen te werken. Want de energietransitie is een gezamenlijke opgave: iedereen kan een bijdrage leveren en heeft een rol.
21 concept Energiebeleidsprogramma
Samen streven we ernaar dat we in de gemeente Barneveld op elk moment van de dag kunnen beschikken over voldoende, betaalbare duurzame energie om te voorzien in onze energiebehoefte en zo onze ambities te kunnen realiseren. De basis van onze aanpak is de trias energetica, een beproefde strategie voor duurzaam energiegebruik. Deze vormt het fundament onder onze ambitie om het energiesysteem van de toekomst in Barneveld vorm te geven. De drie pijlers zijn helder: • We verminderen het energieverbruik door meer inzicht in het verbruik, verspilling tegen te gaan en te kiezen voor efficiënte technologieën. • We vergroten het gebruik van hernieuwbare, zo schoon mogelijke, energiebronnen. • We faseren het gebruik van fossiele bronnen uit, omdat de verbranding van deze bronnen de grootste bron is van broeikasgasuitstoot. Zo werken we stap voor stap aan een toekomstbestendig energiesysteem: duurzaam en gedragen door ons allemaal.
inhoud
Normen Internationaal en nationaal zijn er afspraken gemaakt om klimaatverandering tegen te gaan door de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2 (koolstofdioxide), te verminderen. De landelijke doelstelling is om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Ook de gemeente Barneveld is aan deze doelstelling gebonden en hanteert deze.
22 concept Energiebeleidsprogramma
Klimaatneutraliteit
Klimaatneutraal wil zeggen dat de opname gelijk is aan de afgifte van het totaal aan broeikasgassen. Naast CO2 zijn CH4 (methaan) en N2O (lachgas) de belangrijkste broeikasgassen. Dit vraagt dus om beleid gericht op de afname van de uitstoot van het totaal aan broeikasgassen en vergroting van de opnamecapaciteit. De doelstelling om klimaatneutraal te zijn in 2050 betekent dat de CO2-uitstoot (en andere broeikasgassen, omgerekend naar CO2-equivalenten), moet zijn verminderd met 55% in 2030 en met 100% in 2050 ten opzichte van de uitstoot in 1990. Wanneer we in dit stuk spreken over CO2(-uitstoot), doelen we op CO₂-equivalenten.
Energietransitie
De energietransitie speelt een cruciale rol in de transitie naar klimaatneutraliteit, aangezien de energieproductie en -consumptie wereldwijd verantwoordelijk is voor een significant deel van de totale uitstoot van broeikasgassen. Binnen de gemeente Barneveld kunnen we een bijdrage leveren aan de energietransitie door toe te werken naar een nieuw energiesysteem – het energiesysteem van de toekomst – door onze energievoorziening en energieverbruik te verduurzamen. Dit doen we niet alleen door het bevorderen van hernieuwbare energiebronnen, maar vooral ook door energie-efficiëntie te verbeteren, en bewustwording rondom energiebesparing te vergroten bij zowel inwoners als bedrijven.
inhoud
Onze normen In dit beleidskader zijn normen onze kwantitatieve doelstellingen die fungeren als richtlijnen voor het beoogde energiesysteem van de toekomst in de gemeente Barneveld. Ze definiëren waar de gemeente wanneer wil zijn op het gebied van de energietransitie, bijvoorbeeld met betrekking tot energiebesparing, duurzame opwekking, reductie van broeikasgasuitstoot, en verduurzaming van gebouwen en infrastructuur op een bepaald moment in de toekomst. De monitoring van deze normen wordt uitgewerkt in hoofdstuk 9.
23 concept Energiebeleidsprogramma
Leidende principes Leidende principes zijn fundamentele keuzes of uitgangspunten die richting geven aan de manier waarop we de verduurzaming van bestaande gebouwde omgeving als ook nieuwe ontwikkelingen vormgeven. Ze bepalen de prioriteiten, waarden en strategieën die de uitvoering sturen. Onze leidende principes zijn onderling verbonden en versterken elkaar in hun werking. Deze leidende principes vloeien voort uit die van het Rijk en de provincie, als ook onze omgevingsvisie. Ontwikkelingen en inzichten met betrekking tot de energietransitie gaan razendsnel, dit vraagt van de gemeente om ook de eigen werkwijze te blijven evalueren en aanpassen. Zo blijven we zo effectief mogelijk bijdragen aan onze leidende principes.
Programma van eisen Om te voldoen aan landelijke eisen en onze eigen normen en leidende principes, houden we ook rekening met de manier waarop nieuwe ontwikkelingen vorm krijgen binnen de gemeente. Het programma van eisen is een set van technische, ruimtelijke en beleidsmatige voorwaarden en uitgangspunten die gelden voor nieuwe ontwikkelingen (renovaties aan de openbare ruimte of een nieuwbouwontwikkeling).
inhoud
Onze normen op weg naar het energiesysteem van de toekomst We reduceren de uitstoot van CO2 binnen de gemeente Barneveld
In lijn met de internationale en nationale afspraken streven we er binnen de gemeente Barneveld naar om onze CO2-uitstoot terug te brengen met 55% in 2030 en 100% in 2050 t.o.v. 1990. Binnen dit beleidsprogramma focussen we op het terugbrengen van CO2-uitstoot binnen de invloedssfeer van de gemeente. De directe invloed van de gemeente Barneveld op de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen is beperkt. Die invloed ligt bij de uitstoot van de publieke dienstverlening en voor een deel in de gebouwde omgeving. • Binnen de eigen gemeentelijke organisatie willen we onze CO2-uitstoot verminderen met 55% in 2030 ten opzichte van 2015. • Binnen de publieke dienstverlening en in de gebouwde omgeving willen we onze CO2-uitstoot verminderen met 55% in 2030 ten opzichte van 1990.
We besparen jaarlijks 2% energie
Binnen de gemeente streven we ernaar om jaarlijks 2% van het energieverbruik te verminderen van commerciële en publieke dienstverlening (bedrijven en instellingen) en van de gebouwde omgeving (wonen).
24 concept Energiebeleidsprogramma
We verhogen de opwekking van lokale hernieuwbare energie, zoals zonne-energie en windenergie
Zoals eerder vastgesteld binnen de gemeente, verhogen we de opwekking van hernieuwbare energie, zodat het aandeel van hernieuwbare energie verhoogt in relatie tot de totaal gebruikte energie. Hierbij houden we vast aan de doelstellingen die al zijn vastgelegd in de Structuurvisie Wind en in de Barneveldse Zonneladder. Deze doelstellingen houden in dat we met betrekking tot wind- en zonne-energie streven naar het opwekken van 12 megawatt windenergie (op Harselaar) en het plaatsen van 650.000 zonnepanelen – waarvan 475.000 op dak en 175.000 op land – in 2030. Met deze doelen draagt de gemeente Barneveld ook bij aan het behalen van de doelen van de Regionale Energiestrategie (zoals vastgesteld in 2021).
We streven ernaar om aardgasvrij te zijn in 2050
Op landelijk niveau is het doel om in 2050 van het aardgas af te zijn. In de praktijk brengt dit vele uitdagingen met zich mee, waaronder voldoende netcapaciteit. Er is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van grootschalige warmtenetten binnen de gemeente, waaruit
blijkt dat het nu niet haalbaar lijkt te zijn om hiermee te werken in de gemeente. We zien kansen in de ontwikkeling van energiehubs, waterstof voor industrie en logistiek en het benutten van het bestaande aardgasnetwerk voor duurzame alternatieven. We blijven de ontwikkelingen op het gebied van collectieve warmtevoorzieningen volgen en zijn alert op kansen. Het doel is om het elektriciteitsnetwerk op orde te maken, en met tussentijdse maatregelen zoveel mogelijk aardgasvrij-ready te zijn voor 2050, zodat wanneer het elektriciteitsnetwerk op orde is of uiterlijk in 2050 de stap naar aardgasvrij gemaakt kan worden.
inhoud
Leidende principes Samen aan de slag
Het bouwen aan het energiesysteem van de toekomst doen we samen – inwoners, bedrijven, organisaties zoals woningcorporaties en overheden zoals de gemeente. We werken vanuit een gezamenlijk gedragen visie en op basis van vertrouwen, waarbij ieders stem telt, ook die van de volgende generatie. Ook het milieu krijgt een stem, onder andere via de verplichte milieueffectrapportage (MER), zodat we de impact op onze leefomgeving transparant meewegen in de besluitvorming. Bottom-up initiatieven, zoals particuliere energieprojecten, smart energy hubs, energiegemeenschappen en coöperaties, zijn essentieel in deze transitie. Ze versterken lokaal eigenaarschap, vergroten betrokkenheid en zorgen voor duurzame oplossingen die passen bij de specifieke behoeften van onze gemeenschap. Door in te zetten op lokaal eigendom van energiebronnen en infrastructuur komen de voordelen bij de gemeenschap terecht. Deze beweging laat zien hoe ‘zelf, samen, gemeente’ in de praktijk vorm krijgt: inwoners nemen initiatief, gemeenschappen bundelen krachten en de gemeente ondersteunt, faciliteert en neemt waar nodig de regie. Door gezamenlijk te werken, creëren we een breed draagvlak en stimuleren we innovatie die op grotere schaal toegepast kan worden. Regionale, nationale én mogelijk internationale samenwerking versterkt onze slagkracht. Zo dragen we samen bij aan een eerlijke en duurzame energietoekomst.
25 concept Energiebeleidsprogramma
We zetten in op het vergroten van zelfvoorziening in energie
Binnen de gemeente Barneveld streven we naar het vergroten van zelfvoorziening in energie, waarbij huishoudens, bedrijven en/of collectieven zo veel mogelijk – waar mogelijk in samenwerking – in hun eigen energievraag kunnen voorzien. Energiegemeenschappen vormen een belangrijk onderdeel van de Energiewet die 1 januari 2026 in werking treedt. Lokale initiatieven en bedrijven kunnen van de nieuwe mogelijkheden om energie te delen gebruik maken. Met slimme achter-de-meter-oplossingen, eigen opwek en opslag en/of buffering optimaliseren we het gebruik van duurzame energie, verminderen we de afhankelijkheid van het net en verhogen we de efficiëntie. Samenwerking met de netbeheerder blijft van belang, met name in situaties waarin centrale coördinatie noodzakelijk is.
Efficiënt energieverbruik
We hanteren de trias energetica als uitgangspunt voor onze strategie: we beperken energiegebruik waar mogelijk. Niet alleen voor verwarmen maar ook voor koeling. Inzicht creëren in energieverbruik door te meten, en daarop gebaseerde energiebesparing, is de eerste en meest effectieve stap richting een duurzaam energiesysteem. Daarbij erkennen we dat enkel technische maatregelen niet volstaan. Het stimuleren
van bewust gedrag en het ondersteunen van gebruikers bij het maken van duurzame keuzes vormen een essentieel onderdeel van onze aanpak.
Mix van (groene) energiebronnen
We kiezen voor een slimme mix van energiebronnen die aansluit bij de lokale omstandigheden. Binnen deze mix blijft gas voorlopig een noodzakelijke schakel om de energietransitie mogelijk te maken. Waar mogelijk kiezen we voor groen gas als een duurzame tussenoplossing. Door samen te werken, biovergisting en andere innovatieve technieken te benutten, kunnen we fossiele afhankelijkheid geleidelijk afbouwen zonder concessies te doen aan leveringszekerheid. Eventuele nadelige effecten van duurzame energiebronnen, op het milieu en de volksgezondheid, zullen we altijd zo veel mogelijk minimaliseren.
Een decentraal energiesysteem met opslag
We bouwen aan een robuust, veilig en decentraal energiesysteem, waarin lokaal opgewekte energie – bijvoorbeeld op wijkniveau of gebouwniveau – zoveel mogelijk lokaal wordt gebruikt. Uiteindelijk willen we opwek en gebruik zo veel mogelijk lokaal in balans brengen en zo dicht mogelijk bij elkaar plaatsen om het energienetwerk zo min mogelijk te belasten.
inhoud
Om het energienet stabiel en betrouwbaar te houden, stemmen we de opwek en het gebruik van energie zoveel mogelijk op elkaar af. Idealiter vallen deze samen, of wordt overtollige energie tijdelijk opgeslagen. Zo voorkomen we grote verschillen tussen vraag en aanbod, zoals op een zonnige middag met veel zonne-opwek en weinig verbruik, of op een koude winteravond met piekgebruik. Door deze pieken te verminderen of slim te sturen, beperken we de belasting van het stroomnet. Wat niet direct wordt gebruikt aan energie en warmte, slaan we lokaal op. Opslagmogelijkheden dragen bij aan het ontlasten van het net en vergroten de efficiëntie. Ook het inzetten van waterstof als energiedrager biedt kansen, met name voor sectoren zoals industrie en logistiek. Door vraag, aanbod en opslag lokaal te organiseren, versterken we de betrouwbaarheid van het energiesysteem.
Innovatie staat centraal
Innovatie speelt een belangrijke rol in de energietransitie. Lokale bedrijven en organisaties ontwikkelen vernieuwende oplossingen en lokale energiesystemen, zoals energiehubs, binnen de gemeente Barneveld die bijdragen aan ons energiesysteem van de toekomst. Daarbij zijn meten, monitoren en aansturen (digitalisering) van het energiesysteem belangrijke onderdelen van innovatie. De gemeente volgt de technologische innovaties nauwlettend. We blijven op de hoogte van ontwikkelingen binnen bijvoorbeeld batterijtechnologie, grootschalige opslag en
26 concept Energiebeleidsprogramma
andere relevante innovaties. We beoordelen continu welke vooruitgangen relevant zijn voor praktische toepassing in het vormgeven van ons energiesysteem van de toekomst.
van de energietransitie eerlijk verdeeld worden, zodat niemand wordt uitgesloten en er een goede balans bestaat tussen individuele en maatschappelijke kosten.
Energiesysteem is randvoorwaardelijk bij gemeentelijke ontwikkelopgaven
Dit betekent dat we niet alleen naar de technische en economische haalbaarheid kijken, maar ook naar sociale en ecologische rechtvaardigheid. Iedereen, ongeacht achtergrond of inkomen, moet gelijke toegang hebben tot schone energie en de mogelijkheid om zowel bij te dragen aan als te profiteren van de energietransitie.