C-1 A Verzoek Stichting NOWschool om opneming in het Plan voor scholen d.d. 1-2-21.pdf
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente Barneveld
Het bestuur van de stichting Stichting NOWSCHOOL, Berkenhof 41, 3612AZ Tienhoven, rechtspersoonlijkheid bezittende op grond van: 28-01-2021, 81739680 verzoekt u om opneming in het plan van scholen van de algemeen bijzondere basisschool NOWSCHOOL te vestigen aan Bloemendaal, in de gemeente Barneveld.
Gewenste datum van ingang van de bekostiging van de school op 01 augustus 2022 op grond van artikel 74 van de Wet op het primair onderwijs gaan bij dit verzoek de aldaar vereiste stukken.
Amsterdam 29-01-2021, het bestuur voornoemd, Juliette Schraauwers secretaris
Tijs Luitse voorzitter
GEMEENTE BARNEVELD
N IlS^IOO S
AFD.
-1 FEB 2021 z lisgobq
- blad 1 -
2020.000668.01 \vdG
Oprichting Stichting NOWSCHOOL
iothalaan 1 217 |1’ Hilversum
135 - 671 67 30
AKTE VAN OPRICHTING
vww.hvg-notarissen.nl
Stichting NOWSCHOOL
Heden, achtentwintig januari tweeduizend éénentwintig, verscheen voor mij,-------------------Mr Folkert Laurens Michiel van die Graaff, notaris gevestigd te Hilversum:--------------
de heer Tijs Johannes Simon LUITSE,
———---De verschenen personen verklaarden bij deze akte een stichting op te richten en daarvoor de volgende statuten vast te stellen:
——————-——
—------ ------ - --------
NAAM EN ZETEL------------------------------------------------------------------——
---------
Artikel 1.---------------------------------------------------------------------------------- ------ —------------ 1.
De stichting draagt de naam: Stichting NOWSCHOOL.-------------------------------------
2. Zij heeft haar zetel in Utrecht.------------ ———----- —------ ------------ ----------------DOEL--------------------------------------------------------------------------------------------------- --------Artikel 2.-------------- - -------------------------------------------------------------------------------- - ------- ■
De stichting heeft ten doel:--------------------------------------------------- - ---- —----- ------ ---------1.
De stichting heeft als doel het geven van primair en ander onderwijs op algemeen——
bijzondere grondslag en het daartoe in stand houden en oprichten van scholen voor- primair en ander onderwijs op algemeen bijzondere grondslag.---------------------------- —-
2.
De stichting gaat bij het geven of doen geven van onderwijs uit van de gelijkwaardigheid van alle levensbeschouwingen en maatschappelijke stromingen voor het onderwijs,-------
waarbij de normen- en waardenoverdracht erop is gericht dat de leerling in aanraking komt met een levensbeschouwing, daardoor gevormd wordt en van daaruit een eigen
identiteit kan ontwikkelen, een en ander met respect voor de levens- en-------------------maatschappijbeschouwing van anderen.----------------------------- —-------------------------3.
De stichting tracht haar doel te bereiken langs wettige weg en wel door:---- ----- -------a. het stichten en het beheren van scholen voor algemeen bijzonder onderwijs
b.
het samenwerken met stichtingen en/of publiekrechtelijke lichamen die een gelijk doel nastreven;----------- ———---- ------ —----- ------ - ---- ——-----
Horst & van de Graaff
- blad 2 -
2020.000668.01 \vdG Oprichting Stichting NOWSCHOOL
c.
4.
alle andere wettige middelen waarlangs het doel kan worden bereikt.----- -—
De stichting beoogt geen winst.------------------------------------------------------------- ----------
De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:—-------- ----- —— ------- ----
1.
De inzet en energie van enthousiaste ondersteunende personen of organisaties die een— bijdrage willen leveren, in welke vorm dan ook.----------------------------------------------------
2.
Een functionerende organisatie om dit alles tot uitvoering te brengen.——------------------
3.
Het creëren en vormgeven van handvatten en tools die ondersteuning bieden aan-------andere schoolmakers.--------------------------------------------------------------------------------- --
4.
Het geven van lezingen, workshops, evenementen en cursussen.---- —--- —■———— -
5.
En alles met alle daarbij behorende werkzaamheden en diensten, en alles in de ruimste—
zin des woords.--------------------------------------------- -——
-------- ----------------------— -
GELDMIDDELEN------------------------------------------------------------------------------------------Artikel------------------------------------------------------------------------ ---------------------------------
1.
2.
De geldmiddelen van de Stichting bestaat uit:—————----------- —------- -----------------
a.
het stichtingskapitaal;------------------------------------------------------ —----- —--------
b.
hetgeen de Stichting bij erfenis, legaat of schenking mocht verkrijgen;------------
c.
andere vrijwillige bijdragen, door wie of in welke vorm dan ook verstrekt;-------
d.
aan de Stichting toe te kennen subsidies;------------------------------------------------
e.
bekostiging van overheidswege;---------------------------------------------------------—
f.
vergoedingen voor door de Stichting bewezen diensten.-------- ———
——
Het beheer over de financiële middelen wordt gevoerd door de penningmeester - onder toezicht van de Bestuursknng.-------------------------------------------------------------------------
3.
De penningmeester stelt voor het einde van het boekjaar de begroting voor het
komende jaar op en biedt deze aan de Bestuurskring aan.------------------------------------—
4.
Binnen vier maanden na afloop van het boekjaar stelt:---------------------------—------------
a.
de penningmeester op de jaarrekening, bestaande uit balans en staat van baten en lasten met een toelichting;----------------------------------------------------- ------- -
b.
het bestuur het bestuursverslag op.-------------------------------------------- --------- -
en biedt deze stukken aan de Bestuurskring aan.---------------------------------------------------
De jaarrekening wordt door de Bestuurskring vastgesteld.------ - ----- ———----- ---------
5.
Eventuele exploitatieoverschotten dienen geheel ten goede te komen aan de doelstelling van de Stichting-—-— ----------- ——---- —————----- —------------- -----------------
BESTUUR: SAMENSTET.T JNG. WIJZE VAN BENOEMEN—----- ------- - ------- --------t
I
Artikel4.----------------------------------------------------------------------------------------------------------
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van— ten minste drie bestuurders.----------------------------------------------------------------------------
I
Horst & van de Graafe
- blad 3 -
2020.000668.01 \vdG
Oprichting Stichting NOWSCHOOL
2.
De bestuurders worden benoemd en geschorst door het bestuur. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een
secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen door één persoon worden vervuld.--------------------------------------------------------------------
3.
De bestuurders worden benoemd voor een periode van drie jaar. Zij treden af volgens— een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster aftredend-------------bestuurder is onmiddellijk en onbeperkt herbenoembaar. De in een tussentijdse----------
vacature benoemde bestuurder neemt op het rooster van aftreden de plaats in van----degene in wiens vacature hij werd benoemd.--------------------------------------------------------
4.
r'
Ingeval van één of meer vacatures in het bestuur behoudt het bestuur zijn-—-------- ——
bevoegdheden.------------------------------------------------------------------------—---------
5.
De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden.----------------------- — Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie
gemaakte kosten.-------------------------------------------------------------------------------------— DEFINITIES--------------------------------------------------------------------------------------------------Artikel 5.—————------ ------ —-------- —------- ----- -- ---------- —-------------- - ----------- -
1. Consentbeginsel--------------------------------------------------------------------------------------------Het consentbeginsel is de wijze van besluitvorming waarbij de argumentering van een te—— nemen besluit centraal staat, hetgeen tot uiting komt in het feit dat geen van de aanwezige—
personen overwegend bezwaar heeft tegen het nemen van dat besluit.—------- —----------------
2. Kringen--------------------------------------------------------------------------------------------------------a.
Kringen zijn groepen van personen, die binnen de Stichting functioneel bij elkaar horen.
b.
Elke kring heeft een eigen doelstelling en delegeert de drie taken uitvoeren, meten en---leiden aan eigen leden.------ -----------------------------------------------------------------------------
c.
Elke kring onderhoudt zijn eigen kwaliteiten en vaardigheden door middel van integrale scholing.
d.
..........
—--------------------------------------------------------------------------
Kringen mogen in interne en externe communicatie als cirkels worden aangeduid.-------
3. Kringstatuut---------------------------------------- —------- —---------—-----------------------------Het kringstatuut bevat slechts door de Bestuurskring te wijzigen, voor alle kringen gelijke---bepalingen ten aanzien van de doelstelling, de samenstelling, de plaats in de organisatie en de
werkwijze van de respectieve kringen.------------------------------------------------------------------—■
4. Kringregelement------------------- ---------------------------------------------------------- ----- - --------Het kringreglement bevat door de respectieve kring zelf op te stellen en te wijzigen------------
bepalingen ten aanzien van de door hen uit te oefenen taken, bevoegdheden en------------ — verantwoordelijkheden.-—------- —
5. Sociaal accountant------- ------ —
..........
——————------------ ----------------
...................................................................................
Horst & van de Graafe
- blad 4 -
2020.000668.01 \vdG Oprichting Stichting NOWSCHOOL
Een sociaal accountant is, in analogie met de financieel accountant, een externe deskundige— die het sociocratisch functioneren toetst.------------------- ---------------------------------------------ORGANISATIEMODEL-----------------------------------------------------------------------------------
Artikel 6.------------------------------------------------------------------------------------------------- -------De Stichting zal worden ingericht geïnspireerd op het sociocratische kringorganisatie————
methode. Dat wil zeggen:------------------------------------------------------------------------------------a.
De besluitvorming wordt geregeerd door het consentbeginsel, hetgeen wil zeggen dat— een beleidsbesluit kan worden genomen als niemand van de kringleden daar een----------
overwegend beargumenteerd bezwaar tegen heeft.---------------------------------- ------------b.
De organisatie wordt opgebouwd uit kringen.------------------------------------------------------
c.
De kringen worden gevormd door:-------------------------------------------------------------------
stafleden of begeleiders;------------------------------------------------------------- ——— ingeschreven leerlingen;------------------------------- —----------- -----------------------
ouders of verzorgers van ingeschreven leerlingen;------------------------------------externe leden zoals bedoeld in artikel 13.------------- - ———----------------
d.
Een kring zal worden gekoppeld met de naasthogere kring, zodanig dat ten minste twee
personen, namelijk de leidinggevende functionaris en - ten minste een - door de kring-— gekozen afgevaardigde - zitting hebben in de naasthogere kring.——-------------------—
e. Het kiezen van personen gebeurt na overleg en met consent in de betrekking kring.-----STRUCTUUR-------------------------------------------------- ——---------------------------------------Artikel 7.—
1.
In de organisatie worden in ieder geval de volgende kringen gevormd:—-——— de Bestuurskring;---------------------------------------------------- ——-----------------de Schoolkring;----------------------------------------------------------------------
__
de Kemkring;----------------------------------------------————---------------------
overige kringen.----------------------------------------------------------------------—-—
2.
Indien de organisatie dit verlangt, is de Bestuurskring bevoegd tot het instellen van een-
nieuwe kring of het weer opheffen van kringen, met uitzondering van het opheffen vande Bestuurskring en de Schoolkring.—
3.
....... ____
Een kring is gemachtigd tot het instellen van een hulpkring ter voorbereiding van de----
besluitvorming in deze kring.— 4.
................. .......
——————----------- ---- - -
Een hulpkring kan samengesteld worden uit personen uit de eigen kring en/of anderekringen en/of uit personen die bij voorkeur deel uitmaken van de - door middel van de-
exteme deskundigen - aan de Stichting gekoppelde maatschappelijke sectoren.-----------KRINGSTATUUT------------------------------------------------------------------------------------------- !
Artikel 8.-————-------------------------------------------------------------------------------------------
Horst & van de Graafe
- blad 5 -
2020.000668.01 \vdG
Oprichting Stichting NOWSCHOOL
5
-
1.
De Bestuurskring heeft de bevoegdheid het kringstatuut vast te stellen en te wijzigen.—
2. Het kringstatuut mag niet in strijd zijn met de wet en de stichtingsstatuten.-————----KRINGRECtFJ .EMENT.................................................................................... ..........................
Artikel9.—...... ---......................... ——...........
1.
—.............-— ------------------
Elke kring is bevoegd zijn werkwijze en overige voorwaarden in een eigen
——
kringregelement te regelen. Dat reglement mag niet in strijd zijn met deze statuten en— het kringstatuut.————-------------------------------------------------------------------------------2.
Bij eventueel strijdigheid tussen kringstatuut en kringregelement prevaleert het---------
kringstatuut.--——-----------------------------------------------------------------------------------------BESLUITVORMING---------------------------------------------------------------------------------------Artikel 10.——----—------------------------------------------------------------------------------------------
1.
De besluitvorming wordt geregeerd door het beginsel van geen overwegend-----------
bezwaar, "het consentbeginsel". Dit betekent dat er consent dient te bestaan over de genomen besluiten en eventueel over afspraken waarbij de besluitvorming op een—
andere wijze wordt geregeld.----------------------------------------------- ——-------
2.
Een besluit is genomen wanneer alle (als bedoeld in lid 6 van dit artikel) kringleden- -
daaraan consent hebben verleend. Dat wil zeggen, tegen het te nemen besluit geen—
overwegend beargumenteerd bezwaar hebben.-------------------------------------------------
3.
Voor het bereiken van een zo goed mogelijke besluitvorming moet alle relevante----informatie voor de betrokken deelnemers beschikbaar kunnen zijn.—-----------------
4.
Indien tegen een besluit bezwaren worden aangevoerd, dienen deze te allen tijde metargumenten te worden onderbouwd. Het onbeargumenteerd onthouden van consent
is strijdig met de strekking van het organisatiemodel.-----------------------------------— 5.
Behoudens het bepaalde in artikel 12 lid 7 (eerste volzin) geschiedt het nemen van— besluiten in een voltallige vergadering. Hiervan kan slechts door de Bestuurskring—
met consent worden afgeweken. De Bestuurskring bepaalt wat wordt verstaan onder voltalligheid.----------------------------------------------------------------------------- ---- --------
6.
Indien een kringlid niet aanwezig kan zijn, kan via een schriftelijke machtiging—— (waaronder begrepen email) de consent verantwoordelijkheid/stemrecht aan een-----
mede-kringlid worden overgedragen.------------------------------------------------- -----------
7.
Het veranderen of ongedaan maken van een (gedelegeerd) besluit kan, in dien----------
daarover in de betrokken kringvergadering consent bestaat.— 8.
—----- —
—
Kringen kunnen zelfstandig beslissen binnen het domein dat in de naasthogere kring wordt afgesproken.------------------------------------------------------------------------------- -—
9.
De functionarissen kunnen, binnen hun door de respectieve kringen in————-----overeenstemming met de regels van de respectieve kringreglementen vastgestelde----
Horst & van de Graaff
- blad 6 -
2020.000668.01 \vdG Oprichting Stichting NOWSCHOOL
functie- en taakomschrijvingen, zelfstandig beslissingen nemen.—- -----------------------
10.
Komt in een kringvergadering geen besluit tot stand over een onderwerp waarover -
een besluit geboden blijft, dan wordt tenminste twee maal vierentwintig uur later een nieuwe kringvergadering uitgeschreven, waar hetzelfde onderwerp op de agenda------
staat. De Bestuurskring kan bij afzonderlijk reglement nadere regels vaststellen óver
hel oproepen van vergaderingen en besluitvorming.-----------------------------------------
11.
Ter voorbereiding van de besluitvorming in deze tweede vergadering kan een--------hulpkring worden geformeerd, die ter zake van het geboden besluit voorstellen—
formuleert, op basis waarvan de besluitvorming kan plaatsvinden.------ ——— -----12.
Komt ook in een tweede kringvergadering geen besluit tot stand, dan wordt de zaak
naar de naasthogere kring verwezen.-------------------- ----- ------------------------- ------- -- 13.
Indien in de Bestuurskring de procedure(s) van de leden 10 en 11 geen besluit--------opleveren, kan besloten worden met de meerderheid van tweederde van de stemmen
van alle leden van de Bestuurskring.------- ------ -----------------------------------------------
14.
Het functioneren van de besluitvorming binnen een kring volgens de regels van het kringstatuut moet altijd kunnen worden gecontroleerd door de naasthogere kring.---Wanneer de besluitvorming in een kring niet functioneert volgens de regels van het-
kringstatuut, kan de naasthogere kring de besluitvorming van de betrokken kring----tijdelijk ovememen.——--------------- -------------------------------------------------------------15.
De betrokken kring krijgt zijn besluitvormende bevoegdheden terug, wanneer de naasthogere kring, eventueel op advies van de sociaal accountant, heeft—--------- -----
geconstateerd dat de besluitvorming daar volgens de sociocratische regels--------------functioneert-------------------------------------------------------------------—----------------------ARBITRAGE-------------------------------- ------------------------------------------------------------------
Artikel 11. 1.
—--------- —--------------------------------------------------------------------- ------- ---
Wanneer één of meer deelnemers van mening zijn, dat niet wordt gehandeld volgens----
de sociocratische regels, zoals vastgelegd in onderhavige statuut, kan of kunnen zij
beroep aantekenen bij een arbitrage commissie.--------- ——------- -------------------------
2.
De samenstelling van de arbitrage commissie is als volgt:---------------------------------------a.
één lid aan te wijzen door degene(n) die beroep aantekent(en);---------------------
b.
één lid aan te wijzen door de in het geding zijnde deelnemer(s) of kring;---------
c.
één lid aan te wijzen door het Sociocratisch Centrum, gevestigd te Rotterdam, -
respectievelijk, indien zulks onmogelijk blijkt, door een daarmee vergelijkbare
instelling, aan te wijzen door beide voomoemde leden;-------- —------------------3.
De arbitrage commissie is uitsluitend bevoegd te oordelen ter zake van de naleving van de sociocratische regels.---------------------------------------------------------------------------------
Horst & van de Graaft
- blad 7 -
2020.000668.01 \vdG Oprichting Stichting NOWSCHOOL
4.
De arbitrage commissie doet een bindende uitspraak.--------------------------------------------
5.
Elk geschil dat als zodanig door slechts één der partijen wordt aangemerkt, wordt doorde arbitrage commissie in behandeling genomen.----------------------------------------------
VERKIEZEN. BENOEMEN. SCHORSEN EN ONTSLAAN--------------------------- -------Artikel 12.----------------------------------------------------------------------- ———--------------------- —
1.
De Bestuurskring stelt de procedure(s) tot benoemen, schorsen en ontslag van personen die werkzaam zijn voor de Stichting vast. Een en ander met inachtneming van wat-------
daaromtrent is bepaald in de wet, de Stichtingsstatuten en in de collectieve en------------individuele arbeidsovereenkomsten van de deelnemers.—----------------------------------------
2.
Indien in een kring een benoemings - of ontslagbesluit dient te worden genomen, wordt
dit besluit genomen zonder dat de betrokken persoon daaraan deelneemt. Het aldus-----ontbreken van consent door de betrokken persoon tast het besluit niet aan.---------------3.
Besluiten inzake ontslag worden genomen zoals in lid 1 omschreven met dien verstande
dat betrokkenen voorafgaande aan het besluit in de gelegenheid wordt gesteld-------------
daaromtrent in de betreffende kring een mening te geven. Indien van deze gelegenheidgeen gebruik wordt gemaakt, kan desondanks rechtsgeldig worden besloten.---------------
4.
De externe leden van de Bestuurskring worden benoemd door de Bestuurskring voor een periode van minimaal twee jaar. Besluiten over schorsing en ontslag van de--------— Bestuurskringleden worden genomen door de Bestuurskring; het betreffende externe—
Bestuurskringlid is niet bevoegd aan de besluitvorming daaromtrent in de Bestuurskring
deel te nemen.---------------------------------------------------------------------------------------------
5.
De Bestuurskring van de Stichting beslist over in dienst nemen of op andere wijze------aanstellen van mensen die werkzaamheden verrichten voor de Stichting en is te allen----
tijde bevoegd (met inachtneming van de wettelijke en statutaire bepalingen) deze te-----schorsen of te ontslaan. De betreffende persoon kan niet deelnemen aan de----------------
besluitvorming hierover.--------------------------------------------------------------------------------
6.
Indien een persoon die werkzaam is voor de Stichting geschorst is en de Bestuurskring-
niet binnen drie maanden heeft besloten tot ontslag van die persoon, eindigt de-------- —
schorsing.
7.
------------------------------------------------------------------------------------------
De geschorste persoon kan zich in de Bestuurskring verantwoorden en zich laten--------
bijstaan door een raadsman of -vrouw.--------------------------------------------------------------8.
De functionele leider van een kring - met uitzondering van de functionele leider van de
Bestuurskring - wordt gekozen door de naasthogere kring.---------------------------- ----- — 9.
Een kring kiest één of meer van zijn leden om samen met de functionele leider van die— kring op te treden als vertegenwoordigers/afgevaardigden in de naasthogere kring.-------
10. Afgevaardigden bepalen en bewaken tezamen met de overige leden van de naasthogere-
Horst & van de Graaff
- blad 8 -
2020.000668.01 \vdG Oprichting Stichting NOWSCHOOL
kring het beleid in die naasthogere kring, in relatie met het functioneren van de eigen—
kring.--------------------------------------------------------------------------------------------------------
11. Leden van een kring kunnen bezwaren aantekenen over het functioneren van de---------afgevaardigde in die kring bij de betrokken naast lagere kring. Indien dat overleg geen—
consent oplevert, kan in laatste instantie het consent ten aanzien van deze afgevaardigde
in eerstgenoemde kring ingetrokken worden, waardoor die afgevaardigde de kwaliteit—
van afgevaardigde verliest.--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- ------------------
Artikel 13.-------------------------------------------------------------------------------------------------------1.
Het hoogste orgaan binnen de Stichting is het bestuur, genaamd: de Bes tuur s kring. De— Bestuurskring bepaalt en bewaakt op hoofdlijnen het beleid van de Stichting ter---------realisatie van de statutaire doelstelling en ziet toe op en is verantwoordelijk voor een——
juiste toepassing van het in deze statuten en in de kringstatuten neergelegde---------- -----
organisatiemodel. Het aantal leden wordt - met inachtneming van het in de vorige zin— en het in lid 3 van dit artikel bepaalde - door de Bestuurskring met algemene stemmen-
vastgesteld.----------------------------------------------------------------------------—— ----------
2.
De Bestuurskring verdeelt de werkzaamheden in onderling overleg.--------------------------
3.
De Bestuurskring bestaat uit tenminste drie leden en maximaal acht leden
4.
De Bestuurskringleden worden benoemd voor een periode van zesendertig maanden.—
—-----
Zij treden af volgens een door de Bestuurskring op te maken rooster. Een volgens het rooster aftredend Bestuurskringlid is onmiddellijk en onbeperkt herbenoembaar. Het in een tussentijdse vacature benoemde Bestuurskringlid neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.
5.
—--------
De Bestuurskringleden die niet afkomstig zijn uit de kringen, genoemd in lid 3, worden benoemd, geschorst en ontslagen door de Bestuurskring. De Bestuurskringleden die----
afkomstig zijn uit de kringen worden door die kringen benoemd, geschorst en——-----
ontslagen.------- -------------------------------------------------------------------------------------------
6.
Indien het ledental van de Bestuurskring beneden drie is gedaald, dan vormen de---------
overblijvende leden of vormt het enig overblijvende lid van de Bestuurskring een wettig bestuur.————————-------------------------------------------------------------------------------
7.
Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in de Bestuurskring, zullen de--------------overblijvende Bestuurskring, met inachtneming van de regels omtrent besluitvorming—
als in deze statuten omschreven, binnen drie maanden na het ontstaan van de—---------
vacature(s), door benoeming van nieuwe kringleden voorzien in het statutair vereiste-—
minimum aantal leden in de Bestuurskring.---------------------------------------------------------
9.
Het lidmaatschap van de Bestuurskring eindigt door:-------------------------------—
Horst & van de Graaft
- blad 9 -
2020.000668.01 \vdG Oprichting Stichting NOWSCHOOL 2.
a.
opzegging;-------------------------------------------------- ---------------------------------
b.
overlijden;------------------------------------------------------------------------------------
c.
faillissement, aanvrage van surséance van betaling of ondercuratelestelling en in alle overige gevallen waarbij men het vrije beheer over eigen vermogen----verliest;----------------------------------------------------------------------------------------
d.
ontslag door de rechtbank;—--------------- --------------- —--------- - - - ----------
e.
voor de in dit artikel in lid 3 sub a genoemde lid door ontslag als algemeenleidinggevende;-------------------------------------------------- ---------- —----------
f.
voor de in dit artikel in lid 3 sub b genoemde leden door het verlies van hun
rol als gekozen afgevaardigde.-----------------------------------------------------------
10. De Bestuurskring is bevoegd tot het kopen, vervreemden of bezwaren van-------registergoederen.-----------------------------------------------------------------------------------11. De Bestuurskring vergadert tenminste zes maal per jaar.--------------------- ------------12. Indien een der leden van de Bestuurskring een vergadering van de Bestuurskring wenst, dan kan dit lid de vergadering bijeenroepen.-------------- — __— _
10. De Bestuurskring kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits het contact---hierover schriftelijk, per e-mail geschiedt, alle Bestuurskringleden in het te nemen—
besluit gekend zijn en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming------verzet.—----- -------------------------------------------------------------------------------—--------
11. Jaarlijks wordt tenminste één vergadering gehouden van de Bestuurskring, waarin— rekening en verantwoording wordt afgelegd, alsmede het verslag van het afgelopen -
jaar en de begroting voor het volgende jaar worden vastgesteld.— EXTERNE LEDEN
..................
—
—-------- -----------—---------
Artikel 14.------------- —----------------------------------------------------------------------------------------
1.
De externe leden zullen bij voorkeur afkomstig zijn uit die verschillende sectoren van de
samenleving waarmee de Stichting raakvlakken heeft en waar de Stichting haar belangen-
gewaarborgd weet In ieder geval dient te worden gedacht aan:--------------------——— een financieel/economisch deskundige,-------------— ---------——------------—— een sociaal deskundige,----------------------------------------------------------------------
een juridisch deskundige,----------------------------------------------------- - -----------een ecologisch/systemisch deskundige,————
.
-
een sociocratische deskundige,——---------------------------------------------- ------
een deskundige die kennis en betrokkenheid heeft met de doelstelling van de—
Stichting......... ........ ——-------------------------------------------------------------------
Horst & van de Graaft
- blad 10 -
2020.000668.01 \vdG
Oprichting Stichting NOWSCHOOL
2.
De taak van de externe leden van de Bestuurskring is het mede bepalen en bewaken van het beleid in het kader van de statutaire doelstelling van de Stichting en het verzorgenvan de koppeling met de verschillende maatschappelijke sectoren.——---- —-—-------
3.
Evenals de Bestuurskring kunnen ook de andere kringen externe leden benoemen, als--—
dit bij draagt tot het bereiken van de kringdoelstellingen.————— ....................... VERTEGENWOORDIGING----------------------------------------------------------------------------Artikel 15.-------------------------------------------------------------------------------------------------------1.
De Bestuurskring vertegenwoordigt de Stichting in en buiten rechte.------------- ------- —
2.
Daarnaast zijn twee tezamen handelende Bestuurskringleden bevoegd de Stichting te — vertegenwoordigen, echter slechts krachtens een duidelijk omschreven mandaat---------verleend door de Bestuurskring.---------------------------------------------------------- - ——
BOEKJAAR------------- --------------------------------------------------------------------------------------Artikel 16.--------------------- -------------- —---- ---- ——— ---------------------- —------------- ----- -— Het boekjaar van de Stichting is loopt van één september tot en met eenendertig augustus— daaropvolgend. Het eerste boekjaar eindigt op éénendertig augustus tweeduizend-—- -------
tweeëntwintig.-------------------------------------------------------------------------------------- —--------
STATUTENWIJZIGING EN ONTBINDING------------------------------------------------------Artikel 17.------------------------------------------------------------------------------------------ - —------ -1.
De Bestuurskring is bevoegd de statuten van de Stichting te wijzigen of te besluiten tot—
ontbinding van de Stichting.---------------------------------------------------------——------- -----
2.
Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat zij in een notariële akte is—-—------
neergelegd. 3.
........... ................. . ... ————
Bij besluit tot ontbinding wijst de Bestuurskring tevens de vereffenaars aan. Gedurendede liquidatie zijn deze statuten zoveel mogelijk van toepassing.----- ————————
4.
Een eventueel batig liquidatiesaldo dient te worden besteed ten behoeve van een—- algemeen nut beogende instelling als bedoeld in artikel 5b Algemene Wet inzake—-------
rijksbelastingen, welke instelling een gelijksoortige doelstelling als de Stichting dient tehebben.—------------------------------------------------------------------------------------ ------------Slotbepalingen---- -------------------------------------------------------------------------------------------Artikel 18---- - -------------- -------------------------------------------------------------------------------------
1.
In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het—
—
bestuursrking.—---------------------- ---------- -——----- ------------------------------ -----------
2.
Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan elk via de gangbare—------------------communicatiekanalen overgebracht bericht, waarvan uit geschrift blijkt.-------- —
Slotverklaring--------------------------- —-------- ———
.............
------------------ --------
Ten slotte verklaarden de verschenen personen dat bij deze oprichting:———
Horst & van de Graaee
— .......
-blad 11 -
2020.000668.01 \vdG
Oprichting Stichting NOWSCHOOL
a.
het bestuur bestaat uit drie (3) bestuurders;—— ---------------------------- —----- —------ -----
b.
voor de eerste maal zijn bestuurders, in de voor hun naam vermelde functie:—--- —— voorzitter:----------------------------------------------------------------------------------- -------------de heer Tijs Johannes Simon LUITSE,
----------------------- ----
secretaris:--------------------------------------------------------------------- -—------------- ------------mevrouw Juliette Rosanne SCHRAAUWERS,
-------------
penningmeester:----------------------------------------------------------------------------————— mevrouw Jennifer Inge Lisette STROO,
--------------
mevrouw Denise BAAKMAN,
------- —------------- —---------welke personen, met uitzondering van de Oprichter, middels een schriftelijke verklaringhebben bevestigd (i) deze benoeming te aanvaarden en (ii) kennis te hebben genomen
van deze statuten, waarvan blijkt uit twee (2) emailberichten, welke aan mij, notaris,-----
genoegzaam bekend zijn.------------------------------------------- ———-------------- —----------Slot-------------------------------------------------------------------- :------------------- —-- -----— De verschenen persoon is mij, notaris, bekend en de identiteit is door mij, notaris,————
vastgesteld aan de hand van een geldig legitimatiebewijs.—------ --------- ------ ------ —-----------Voor het verlijden van de akte is door mij, notaris aan de verschenen persoon mededeling—
gedaan van de zakelijke inhoud van de akte en heb ik daarop een toelichting gegeven. Ik heb de verschenen persoon daarbij gewezen op de gevolgen die voor deze persoon uit deze aktevoortvloeien.---------------------------------------------------------------------------------------------------i
De verschenen persoon verklaarde van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en
daarmee in te stemmen.---------------------------------------------------------------------------------------
Horst & van de Graaff
- blad 12 -
2020.000668.01 \vdG
'§
Oprichting Stichting NOWSCHOOL ■ gtfXZXEC ïï
kV Deze akte is verleden te Hilversum op de dag die in het hoofd van de akte is vermeld.-------
Onmiddellijk na beperkte voorlezing is de akte ondertekend door de verschenen persoon en— -
mij, no taris.--------------------------- — _—
.
(Volgt ondertekening door comparant en notaris) UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT
Horst & van de Graaj-e