CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Buurtweg II_Toelichting_Bijlage 9 Vormvrije m.e.r.pdf

Gemeenteraad 14 december 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Buurtweg II (in Voorthuizen)4.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Buurtweg, Voorthuizen

September 2020

Status: definitief

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen

AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING ‘BUURTWEG, VOORTHUIZEN

Naam:

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen

Datum:

September 2020

Versie:

Definitief

Opsteller:

Ing. N. Broekhuis

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN ................................................... 5 HOOFDSTUK 3 BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN .............................................. 8 HOOFDSTUK 4 CONCLUSIE ................................................................................ 14

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Voorliggende notitie heeft betrekking op enkele onbebouwde percelen aan de Buurtweg te Voorthuizen. Initiatiefnemer is voornemens de percelen te herontwikkelen naar woningbouwlocatie, een en ander met bijbehorende infrastructurele-, groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen. Het plan voorziet in totaal in 28 woningen, in de vorm van 14 rijwoningen, 2 twee-onder-een kapwoningen en 12 vrijstaande woningen. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk. Vanuit het ruimtelijke spoor is vanwege de aard en omvang een toets aan het Besluit Milieueffectrapportage noodzakelijk. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Eerst wordt een nadere toelichting op het Besluit Milieueffectrapportage gegeven.

Besluit Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een plan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: • Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (kolom 3, plannen); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 3 (plannen). • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (kolom 4, besluiten); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Zoals uit de volgende hoofdstukken van deze notitie blijkt heeft de voorgenomen ontwikkeling geen dusdanige milieugevolgen die het opstellen van een passende beoordeling noodzakelijk maken. Van een directe m.e.r.plicht op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm is in voorliggend geval dan ook geen sprake. Het realiseren van woningen is niet als activiteit opgenomen in de C-lijst van het Besluit MER.

In de D-lijst is de volgende activiteit opgenomen: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het realiseren van woningen is als een stedelijk ontwikkelingsproject aan te merken, waardoor toetsing aan de drempelwaarden dient plaats te vinden. De drempelwaarden zijn ten aanzien van de hiervoor genoemde activiteit als volgt: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. In voorliggend geval is geen sprake van het realiseren van 2000 of meer woningen en wordt de oppervlakte van 100 hectare niet overschreden. Het projectgebied bedraagt namelijk slechts 1,4 hectare. Daarnaast gaat het niet om 2.000, maar slechts 28 woningen. Desalniettemin dient, gelet op de aard en omvang van het project, wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Voorliggende oplegnotitie voorziet hierin. Over deze notitie zal afzonderlijk een besluit worden genomen door het bevoegd gezag.

Inhoud en doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema’s noemt: • • •

De kenmerken van de activiteit; De plaats van de activiteit (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie); De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.

Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij het project is in eerste aanleg uitsluitend de gemeente Barneveld betrokken. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan is de gemeenteraad van Barneveld het bevoegd gezag. Daarnaast worden de provincie Gelderland, waterschap Vallei en Veluwe en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken en wordt het bestemmingsplan in het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) naar de betreffende partijen toegezonden. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voornemen beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voornemen. Hierin wordt tevens de conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen

HOOFDSTUK 2

KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN

Dit hoofdstuk gaat in op het projectgebied, de voorgenomen ontwikkeling en diverse overige aspecten waarmee rekening dient te worden gehouden.

Locatiekenmerken Het projectgebied is aan de Buurtweg, zowel in als aan de rand van de bebouwde kom van de kern Voorthuizen. Het perceel is kadastraal bekend als: gemeente Voorthuizen, sectie D, nummers 525, 1607, 3008, 3009, 3010, 3082 en 3099. In afbeelding 1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de directe omgeving en de kern Voorthuizen weergegeven.

Afbeelding 1: Ligging projectgebied (bron: PDOK)

Voorgenomen ontwikkeling Concreet bestaat het voornemen uit het realiseren van een woningbouwontwikkeling op gronden die momenteel onbebouwd en ingericht als grasland/volkstuin zijn. Het gaat om de realisatie van 28 nieuwe woningen. In afbeelding 2 is de gewenste situatie in het projectgebied weergegeven. Te zien is dat de woningen zijn onderverdeeld in 2 twee-onder-één-kapwoningen (aangegeven met de rode letters), 12 vrijstaande woningen (aangegeven met de zwarte cijfers) en 14 rijwoningen (aangegeven met de blauwe cijfers). Tevens wordt het projectgebied voorzien van de hierbij behorende parkeer-, verkeer- en groenvoorzieningen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen

Afbeelding 2: Indicatieve inrichting van het projectgebied (Bron: Joost Verlaan tuin- en landschapsarchitectuur)

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het bouw- en woonrijp maken is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zal elektriciteit en water nodig zijn. De woningen zullen gasloos gebouwd worden, conform de Wet Voortgang Energietransitie. De productie van afvalstoffen betreffen voor de beoogde woningen uitsluitend de huishoudelijke afvalstoffen. Deze worden zoveel mogelijk gescheiden om nuttige afvalstoffen op eenvoudige wijze te kunnen inzamelen en vervolgens verwerken/recyclen. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. Verontreiniging en hinder In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging, de omvang van de ontwikkeling en de geschatte tijdsduur, is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen.

In de gebruiksfase kan ten gevolge van de activiteiten sprake zijn enig hinder, waaronder het drukker worden van de ontsluitingswegen. Van onacceptabele negatieve effecten op het milieu en de omgeving is echter geen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen sprake. Woningen worden namelijk niet gezien als milieubelastende functies. Zoals in hoofdstuk 3 wordt geconstateerd is er geen sprake van een onevenredige aantasting van beschermende natuurgebieden en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse. Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkelingen zorgen niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen extra gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. Van verkeersonveiligheid ter plaatse van de ontsluiting van de toegangsweg op de Buurtweg zal eveneens geen sprake zijn, gelet op de overzichtelijkheid ter plaatse en de beperkte toekomstige maximum snelheid (30 km/uur).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen

HOOFDSTUK 3

BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk negatieve milieueffecten van het voornemen relevant. Zoals in het vorige hoofdstuk is aangegeven, gaat het om een woningbouwontwikkeling met 28 woningen. Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water, ecologie, stikstof en archeologie. In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten zijn door diverse externe bureaus onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoeken zijn samengevat in onderstaande alinea’s.

Verkeer Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet rekening worden gehouden met de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de CROW-publicatie Toekomstbestendig parkeren (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •

Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Barneveld (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom.

In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie

Koop, huis, tussen/hoek Koop, huis, 2^1 Koop, huis, vrijstaand Huur, huis, sociaal Huur, huis, vrije sector Totaal

Verkeersbewegingen per woning per weekdag (gemiddeld) 7,4 7,8 8,2 5,6 7,4

Aantal woningen

Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld)

9 2 12 3 2

66,6 15,6 98,4 16,8 14,8 212,2

In totaal brengt het plan een verkeersgeneratie van afgerond 213 verkeersbewegingen per weekdagetmaal met zich mee. Het projectgebied wordt via de Buurtweg ontsloten. De Buurtweg kan deze beperkte toename van verkeersbewegingen veilig en eenvoudig afwikkelen. Derhalve levert extra in- en uitritten op de Buurtweg vanuit verkeerskundig oogpunt geen belemmeringen op. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de verkeerssituatie wordt ingeschaald op neutraal. Geluid Woningen zijn niet opgenomen in de VNG-uitgave, omdat woningen in beginsel niet aan te merken zijn als milieubelastende objecten. Echter zal wel sprake zijn van enig geluid als gevolg van de woonfuncties (leefgeluiden), hiervoor gelden echter geen normen. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de geluidsituatie wordt ingeschaald op neutraal.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen Luchtkwaliteit Het plan heeft zoals geconstateerd bij het onderdeel verkeer ten opzichte van de huidige situatie extra verkeersbewegingen tot gevolg. Via een NIBM-tool berekening is onderzocht of de ontwikkeling wel of niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Wat betreft de voertuigbewegingen is aangesloten op hetgeen opgenomen bij het aspect ‘verkeer’. Het aandeel vrachtverkeer is op 0% gezet, aangezien het voornemen uitsluitend de functie ‘wonen’ betreft. Het aandeel van vrachtverkeer in de aanlegfase is buiten beschouwing gelaten, omdat dit tijdelijk van aard is. De berekening laat het volgende beeld zien.

Uit de berekening blijkt dat voorliggend plan 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Vervolgonderzoek naar effecten op de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van luchtkwaliteit wordt ingeschaald op neutraal.

Water Algemeen Het projectgebied is gelegen in binnenstedelijk gebied. Het projectgebied bevindt zich niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied of een waterwingebied. Wel is het projectgebied gelegen in een intrekgebied. Grondwater Bij het bouwplan zal rekening worden gehouden met voldoende ontwateringsdiepte zodat de kans op grondwateroverlast kleiner wordt. Oppervlaktewater Naar aanleiding van dit plan zal geen extra oppervlaktewater gecreëerd worden. Er kan gesteld worden dat het plan geen nadelige gevolgen veroorzaakt voor het oppervlaktewatersysteem in de omgeving. Afvalwater Het afvalwater wordt afgevoerd naar de RWZI door middel van gebruik van de gemeentelijke riolering. Hemelwater Binnen het projectgebied zal het hemelwater en vuilwater (droogweerafvoer) gescheiden worden afgevoerd. De gemeente hanteert bij een nieuw uitleggebied woningbouw voor hemelwater een bergingseis van 30 mm. Hemelwater afkomstig van het verharde oppervlak wordt geïnfiltreerd en geborgen in de voorzieningen (wadi’s). Hierdoor vind geen afwenteling plaats op het omliggende watersysteem. Indien er zich extreme situaties voordoen (extreme regenval) zal overstort van water plaatsvinden naar een aangrenzende watergang. Tot slot voorziet de planontwikkeling voorziet niet in een extra belasting van de waterkwaliteit. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van water wordt ingeschaald op neutraal.

Ecologie Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Natuurbeschermingswet en het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. In voorliggend geval is een quickscan natuurwaarden uitgevoerd1 naar zowel gebieds- als soortbescherming. Het projectgebied is in de periode juni - september 2020 meermaals bezocht en onderzocht op de aanwezigheid van beschermde dieren en -functies, zoals foerageergebied, vliegroute en vaste rust- en voortplantingsplaatsen. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Gebiedsbescherming Volgens het wettelijk kader ten aanzien van gebiedsbescherming zoals vastgelegd in de Wet natuurbescherming zal Nederland aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Hiernaast is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de kern van het Nederlands natuurbeleid.

Het NNN is in provinciale structuurvisie van Gelderland uitgewerkt, waar gesproken wordt over Geldersnatuurnetwerk (GNN) of groene ontwikkelingszones (GO). In of in de directe nabijheid van het GNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. In onderstaande afbeeldingen is de ligging van het projectgebied ten opzichte van Natura 2000-gebied en GNN gebied weergegeven.

Afbeelding 3: Ligging van het projectgebied ten opzichte van Natura 2000 (Bron: Natuurbank Overijssel)

1

Quickscan natuurwaardenonderzoek. Buurtweg Voorthuizen (projectnummer 2761, versie 1.0, datum 17-09-2020)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen

Afbeelding 4: Ligging van het projectgebied ten opzichte van GNN (Bron: Natuurbank Overijssel)

Het projectgebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied of het NNN. Gronden die tot Natura 2000 of GNN behoren liggen respectievelijk op circa 4,52 en 1,28 kilometer afstand van het projectgebied. Het projectgebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, en de ligging nabij het Natura 2000-gebied Veluwe, kan een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Veluwe niet op voorhand uitgesloten worden. Omdat een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000, als gevolg van stikstofemissie, niet uitgesloten kunnen worden, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden met behulp van het programma Aerius Calculator. Om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te beoordelen zijn er stikstofberekeningen uitgevoerd met behulp van de AERIUS-calculator2. Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.

Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Soortbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het projectgebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Mogelijk benutten vleermuizen, amfibieën, vogels en grondgebonden zoogdiersoorten het

2

AERIUS Berekening 28 woningen Buurtweg, Voorthuizen, datum juli 2020

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen projectgebied als foerageergebied en bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een vaste rust en voortplantingsplaats, nestelen er vogels en bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het projectgebied en amfibieën bezetten geen voortplantingsplaats in het projectgebied. Van de in het projectgebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. De functie van het projectgebied als foerageergebied voor vogels, wordt niet aangetast. Voor de beschermde grondbonden zoogdieren en amfibieën, die een (winter)rust- en/of voortplantingslocatie in het projectgebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’. Grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. Wel geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties.

Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Door het bebouwen en verharden van een deel van het projectgebied, wordt de functie van het projectgebied als foerageergebied, voor de in het projectgebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en amfibieën niet aangetast. Mits geen beschermde dieren gedood worden en geen bezette vogelnesten beschadigd of vernield worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden, mogen ze weggevangen of verjaagd worden (zie tabel voor toepasbare vangmiddelen). Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing verkregen te worden of dient gewerkt te worden volgens een Gedragscode. Conclusie Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op het aspect ecologie wordt ingeschaald op neutraal.

Archeologie Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is ter plaatse van het projectgebied een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd3. Dat onderzoek heeft geleid tot een vervolgonderzoek in de vorm van karterende boringen in kansrijke delen van het projectgebied (september 2020). Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting op resten uit de periode Neolithicum tot en met de IJzertijd. Of daadwerkelijk archeologische resten kunnen worden verwacht hangt sterk af van de onderliggende dekzandmorfologie. Het verwachtingsmodel is getoetst en aangevuld door middel van verkennend booronderzoek. Het verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het projectgebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het projectgebied in kaart te brengen. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in vrijwel alle boringen sprake is van een AC-profiel. De onderliggende C-horizont vertoont vaak (sterke) roestvorming, wat duidt op natte omstandigheden. In het westelijke en zuidwestelijke deel van het projectgebied duikt het dekzand op. In enkele boringen zijn hier sporen van bodemvorming gezien.

Hier kunnen archeologische resten uit de periode Neolithicum - IJzertijd

3

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase. Buurtweg 10, Voorthuizen gemeente Barneveld (GD). September 2020, versie 1.2.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen worden verwacht. Op de locatie van een (sinds circa 1870 gesloopte) woning kunnen resten uit de Nieuwe Tijd worden verwacht. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is een doorstart gemaakt naar een karterend booronderzoek in twee deelgebieden. Uit dit onderzoek blijkt dat er binnen deze deelgebieden sprake is van twee vindplaatsen waarvoor vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven wordt geadviseerd. Voor het resterende deel van het projectgebied wordt vrijgave geadviseerd. Conclusie De te realiseren ruimtelijke ontwikkeling zal mogelijk een effect hebben op de archeologische waarden die te verwachten zijn in een deel van het gebied. In het bestemmingsplan dienen de betreffende gebieden met een archeologische (verwachtings)waarde beschermd te worden met een archeologische dubbelbestemming in het bestemmingsplan. Daarmee kan het noodzakelijke vervolgonderzoek worden geborgd om eventuele vindplaatsen ex situ te behouden.

Tijdelijke hinder Met een ruimtelijke ontwikkeling kan ook tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden gepaard gaan. In voorliggend geval zal gedurende de bouw van de nieuwe woningen enig hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging is er geen noodzaak om verkeer tijdelijke om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Verder is via de AERIUS-berekening de stikstofdepositie in de aanlegfase onderzocht. Uit de berekening van de aanlegfase volgt geen depositiewaarde hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen.

Cumulatie Cumulatie van effecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hierboven beschreven effecten en in dezelfde periode worden uitgevoerd. In voorliggend geval zijn in de directe omgeving geen ruimtelijke ontwikkelingen gaande die belangrijke milieueffecten met zich meebrengen. Cumulatie is daarom niet aan de orde.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen

HOOFDSTUK 4

CONCLUSIE

Dit hoofdstuk dient als samenvatting van de conclusies van de hoofdstukken 2 en 3. In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen activiteit aan onderstaande criteria getoetst en een eindafweging gemaakt. 1. De kenmerken van de activiteit; 2. De plaats van de activiteit; 3. De samenhang met andere activiteiten (cumulatie); 4. De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. Kenmerken van de activiteit Het voornemen het realiseren van 28 woningen, een en ander met bijbehorende voorzieningen. Bij de kenmerken van de activiteit dient in het bijzonder in overweging te worden genoemd: • De omvang van het project; • hinder. Omvang De ontwikkeling is relatief gering van omvang. Het voornemen past in de stedelijke structuur van Voorthuizen. Geconcludeerd wordt dat dit project ver beneden de drempelwaarden van de m.e.r.-beoordelingsplicht blijft. Hinder Tijdens de uitvoering van het voornemen kunnen omwonenden en flora en fauna hinder ondervinden. Geconstateerd is dat de hinder voor omwonenden beperkt en slechts tijdelijk is. Voor flora en fauna geldt dat er geen beschermde soorten te verwachten zijn. Voor overige soorten geldt dat de zorgplicht zoals opgenomen in de Wnb van toepassing is. Plaats van de activiteit Het projectgebied is geheel binnen grondgebied van de gemeente Barneveld.

De voorgenomen activiteit is niet gelegen in beschermd gebied in het kader van waterhuishouding of natuur, met uitzondering van de ligging in een intrekgebied. Daarnaast is het projectgebied gelegen in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Bestaande groenstructuren en watergangen aan de randen van het projectgebied blijven behouden. Samenhang met andere activiteiten ter plaatse Er vinden in de directe omgeving van het projectgebied geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats waarmee rekening dient te worden gehouden. Kenmerken van de belangrijke nadelige milieugevolgen Voor de beoordeling van eventuele belangrijke nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit moet, daar waar opportuun, rekenschap worden gegeven aan de volgende zaken: • Het bereik van het effect (geografische zone en de grootte van de getroffen bevolking); • Het grensoverschrijdende karakter van het effect; • De waarschijnlijkheid van het effect; • De duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect. Uit hoofdstuk 3 is gebleken dat de ontwikkeling op de relevante milieuaspecten verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water en ecologie (waaronder stikstof) geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich meebrengt. Voor het aspect archeologie geldt dat vervolgonderzoek noodzakelijk is zodat eventuele vindplaatsen ex situ behouden kunnen worden.

In geval van het aspect water worden compenserende maatregelen (wadi’s) getroffen om de toename van verhard oppervlak te compenseren.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Buurtweg, Voorthuizen De ontwikkeling gaat wel gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden, maar deze zullen na afronding volledig vervallen.

Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een MER noodzakelijk maakt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=205d546d-39dc-4720-b04d-611446af7bec