Bloemendal IIb_Toelichting_Bijlage 9 Bodemonderzoek Bloemendaallaan 77 (2007)
Tekst van het document
F Milieutechnisch
Adviesburo
b.v.
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld
Opdrachtgever
: Gemeente Barneveld, Afdeling Milieu & Reiniging Contactpersoon : De heer H. Woudenberg : 25 juni 2007 Datum Projectnummer : M07.0127
Colofon Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. Valkseweg 62 3771 RG Barneveld tel. 0342 - 406 406 fax 0342 - 406 459 e-mail milieu@vink.nl
Titel : Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld Projectnummer : M07.0127 Werknummer : M07.0127
Auteur:
Autorisatie: ing. J. Wernsing
Barneveld, 25 juni 2007
rneveld, 25 juni 2007
Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v.
EN-170 NEN-EN-ISO 9001:2000
BrtMB-005 SIKB 1000
AO-041 SBC-Brl 5052
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
1
2
VOORONDERZOEK
2
2.1 2.2 2.3 2.4
Actuele situatie Historie Toekomstig gebruik Geohydrologische situatie
2 3 4 4
2.5
Hypothese
5
3
4
5
OPZET EN UITVOERING VAN HET VERKENNEND ONDERZOEK
6
3.1 3.2 3.3
6 7 8
Onderzoeksstrategie Veldwerkprogramma Laboratoriumonderzoek
INTERPRETATIE EN TOETSING ONDERZOEKSRESULTATEN
10
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
10 10 11 13 17
Bodemopbouw Zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten en toetsing deellocatie A Analyseresultaten en toetsing deellocatie B Analyseresultaten en toetsing deellocatie C
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
18
5.1 5.2 5.3 5.4
18 18 19 19
Conclusie deellocatie A: Erf Conclusie deellocatie B: Overig terrein Conclusie deellocatie C: Bovengrondse dieseltank Algemene conclusie
BIJLAGEN: TOETSINGSTOELICHTING ANALYSERESULTATEN KWALITEITSVERKLARING PROFIELBESCHRIJVING TOPOGRAFISCHE OMG EVINGS KAART EN KADASTRALE KAART TEKENING
A1 - A2 B1 - B20 C1 D1 - D28 1
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
1
INLEIDING
Door Gemeente Barneveld, Afdeling Milieu & Reiniging is op aan Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. opdracht verleend tot het instellen van een verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Barneveld, sectie B, nummers 4132, 5092, 5486, 5667 en 5668. De locatiecoördinaten zijn X = 168,1116 en Y = 462,690 [Bron: Dienst voor het kadaster en de openbare registers Nederland], Voor de ligging van de locatie wordt verwezen naar de omgevingskaart in de bijlagen. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de transactie van de percelen. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van representatieve indicatie inzake eventuele verontreiniging(en) van de grond en het ondiepe grondwater. Dit in zodanige concentraties, dat er belemmeringen kunnen ontstaan bij het gebruik van de bodem of dat er een potentiële bedreiging is voor de volksgezondheid en/of het milieu. De NEN 5740 (Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek, oktober 1999) dient ais basis voor het uit te voeren verkennend bodemonderzoek. Uitvoering van vooronderzoek conform de NVN 5725 (Bodem - Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek, oktober 1999) maakt onderdeel uit van het onderzoek.
In dit rapport zal achtereenvolgens worden ingegaan op het vooronderzoek, de verrichte werkzaamheden en de resultaten van het onderzoek. Ten slotte worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Dit verkennend bodemonderzoek is niet gericht op de kwaliteitsbepaling van eventueel af te voeren grond en vormt geen erkend bewijsmiddel in het kader van het Bouwstoffenbesluit. Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. beschikt over een gecertificeerd kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2000. Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. is geen eigenaar is van de onderzoekslocatie. Tussen Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. en de opdrachtgever bestaat geen relatie bestaat die strijdig is met de functiescheiding zoals omschreven in de BRL SIKB 2000. Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden en is tevens een momentopname. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na de uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door bouwrijp maken, aanvoer van grond van elders of door de verspreiding van een verontreiniging van elders via het grondwater. Toekomstige activiteiten mogen geen negatieve invloed uitoefenen op de bodemkwaliteit.
1
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
2
VOORONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vooronderzoek. Hierbij wordt aan de hand van een inventarisatie van actuele en historische locatiegegevens, het toekomstig locatiegebruik en de geohydrologische situatie een hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie opgesteld. Bij het vooronderzoek is de NVN 5725 (Bodem - Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek, oktober 1999) als richtlijn gebruikt. Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen binnen een straal van circa 50 meter. Dit vooronderzoek is uitgevoerd op ‘Basisniveau’. De gebruikte informatiebronnen betreffen: relevante bouwvergunningen, beschikbare milieuvergunningen, gemeentelijk tankbestand, gemeentelijk bodeminformatiesysteem, kadaster, visuele terreininspectie, luchtfoto’s, huidige gebruiker onderzoekslocatie en opdrachtgever. Het archiefonderzoek bij de gemeente Barneveld heeft plaatsgevonden op 26 april 2007. 2.1
Actuele situatie
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 156.000 m2 (15,6 ha), waarvan circa 1.350 m2 bebouwd is. De percelen hebben geen aantekening inzake artikel 55 Wet bodembescherming. Dit betekent dat geen van de percelen deel uitmaken van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarop door gedeputeerde staten is beschikt. [Bron: Dienst voor het kadaster en de openbare registers Nederland], Op de onderzoekslocatie is een veehouderij gevestigd. Enkele percelen zijn door de eigenaar verhuurd aan een andere boer en in gebruik als bouwland. De bebouwing op de onderzoekslocatie bestaat uit een woonhuis en een veeschuur. Het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is in gebruik als tuin, erf met het aanliggende weiland en al het overige deel als bouwland. Het erf aan de voorzijde van het huis en aan de achterzijde van de schuur is verhard met straatklinkers. Ten zuiden van de veeschuur ligt een pad van betonplaten tot aan de grens van het perceel. De perceelafscheidingen bestaan uit sloten en/of hekken met op enkele plaatsen struweel of bomen. Op 1 mei 2007 heeft een visuele terreininspectie plaatsgevonden. Tijdens de visuele terreininspectie is een bovengrondse olietank voor rode diesel opgemerkt.
Tijdens de inspectie zijn geen overige mogelijk bodembelastende omstandigheden of activiteiten waargenomen op de onderzoekslocatie. Het terrein is niet opgehoogd, uitgezonderd gebruik van klapzand onder verhardingen. De exacte locatie van kabels en leidingen is niet bekend. De onderzoekslocatie bevindt zich aan de noordgrens van de bebouwde kom van Barneveld. Ten zuiden en zuidoosten van de onderzoekslocatie liggen enkele sportvelden. De voormalige stortlocatie is
2
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
in gebruik als bouwland. Dit perceel is kadastraal bekend als gemeente Barneveld, sectie B nummer 4092. Op en rondom de onderzoekslocatie vinden, met uitzondering van de bovengrondse dieseltank, voor zover bekend geen activiteiten plaats die de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk nadelig beïnvloeden. 2.2
Historie
Vroeger behoorde de onderzoekslocatie tot het buitengebied van Barneveld. Het huidige erf is voorheen in gebruik geweest als weiland. De schuur op de onderzoekslocatie is in 1984 gebouwd. In 1994 is het huis gerealiseerd. Voor de betreffende percelen zijn geen Hinderwetvergunningen en/of vergunningen in het kader van de Wet milieubeheer opgenomen in het gemeentelijk archief. In het gemeentelijk tankbestand zijn geen tanks voor deze percelen opgenomen. Uit het bodeminformatiesysteem van de gemeente Barneveld blijkt dat op de onderzoekslocatie nog geen bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie geen calamiteiten plaatsgevonden. Op de onderzoekslocatie zijn voor zover bekend geen brandstoffen, chemicaliën of afval opgeslagen en/of verbrand geweest. Over de aanwezigheid van oude riolen of gedempte sloten is bij de gemeente Barneveld niets bekend. Op basis van de historische informatie wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzoekslocatie in het verleden geen mogelijk bodembedreigende omstandigheden hebben plaatsgevonden. Tot 1975 bestond de directe omgeving van de onderzoekslocatie vroeger uitsluitend uit boerderijen, weiland en bouwland. In de gelichte bouwvergunningen zijn ten noordwesten van de onderzoekslocatie 2 ondergrondse opslagtanks voor olie aangetroffen op het perceel aan de Nijkerkerweg nr.
126 (vrijwel direct aan de Nijkerkerweg). In 1981 is een Hinderwetvergunning afgegeven voor uitbreiding en wijziging van de veehouderij aan de Nijkerkerweg 126. In 1984 is een Hinderwetvergunning afgegeven voor de veehouderij aan de Bloemendaallaan 84. In 2001 is een vergunning Wet milieubeheer afgegeven voor de veehouderij aan de Nijkerkerweg 126. Voor de overige percelen in de directe omgeving zijn geen vergunningen in het kader van de Hinderwet of de Wet milieubeheer afgegeven. Uit het archief VOS-locaties blijkt dat op het aanliggende perceel aan de zuidwestzijde van de onderzoekslocatie een voormalige stortplaats ligt. Uit het VOS-rapport blijkt dat hier van 1940 tot 1950 huishoudelijk en bedrijfsafval is gestort. Het stortmateriaal bevindt zich tussen 0,7 en 1,8 m-mv. De afdeklaag is mogelijk verontreinigd, gezien de aanwezige bijmengingen, en verschilt nogal in dikte. Het grondwater en omringende oppervlaktewater zijn eveneens mogelijk verontreinigd. Met betrekking tot
3
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
de stortplaats zijn geen vergunningen, notities of klachten bekend. Gezien de grondwaterstroming wordt geen sterke invloed op de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie verwacht. In 1997 is circa 50 meter ten oosten van de onderzoekslocatie door BMM een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Bloemendaallaan 80-82. Hierbij zijn lichte verhogingen aan minerale olie in de grond aangetroffen. Tevens zijn lichte verhogingen aan chroom, nikkel en arseen in het grondwater aangetroffen. [Verkennend bodemonderzoek a/d Bloemendaallaan 80-82', BMM, 51142.10, Barneveld, 25-06-1997], In 1997 is circa 30 meter ten oosten van de onderzoekslocatie door BOOT een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Bloemendaallaan 81. Hierbij zijn lichte verhogingen aan cadmium, chroom, zink, tolueen en xylenen in het grondwater aangetroffen, ['verkennend bodemonderzoek a/d Bloemendaallaan 81', BOOT, 973039, 04-04-1997], Afgezien van de opslagtanks en de voormalige stort hebben in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen mogelijk bodembelastende activiteiten of omstandigheden plaatsgevonden die een sterke invloed kunnen hebben gehad op de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. 2.3
Toekomstig gebruik
Het voornemen bestaat om over enkele jaren met een bestemmingsplanwijziging de bestemming van de onderzoekslocatie te veranderen in een nieuwe woonwijk in Barneveld. Dit geldt mede voor de directe omgeving van de onderzoekslocatie. 2.4
Geohydrologische situatie
De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Binnen een straal van 1.000 meter bevinden zich voor zover bekend geen kwetsbare objecten met betrekking tot de grondwaterkwaliteit. Het geohydrologisch profiel ter plaatse is geïnventariseerd [TNO Grondwaterkaart Amersfoort-oost, 32oost, kaartblad 32E] en in het navolgende samengevat: De onderzoekslocatie ligt globaal op 8,5 meter +NAP. Het eerste watervoerende pakket reikt tot aan het maaiveld en behoort tot de formatie van Twente. Deze formatie is opgebouwd uit zanden, welke overwegend matig grof tot matig fijn zijn. De dikte van het eerste watervoerende pakket is circa 25 meter. De transmissiviteit van het eerste watervoerende pakket is 500 tot 2.000 m2 per dag. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 7,5 meter +NAP. De eerste scheidende laag is opgebouwd uit kleiige afzettingen van mariene oorsprong behorende tot de Eemformatie. De eerste scheidende laag heeft een dikte van circa 16 meter. Over de verticale hydraulische weerstand van deze laag zijn weinig gegevens bekend; wellicht loopt deze op tot enkele duizenden dagen.
4
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
In het algemeen kan gesteld worden, dat het grondwater van de hooggelegen gestuwde gebieden naar de as van de Gelderse-Vallei stroomt en dat over een belangrijk deel van dat traject voeding door infiltrerende neerslag plaatsvindt. De algemene grondwaterstroming is westelijk gericht. 2.5
Hypothese
Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. De hypothese is in het navolgende per deellocatie omschreven. Deellocatie A: Erf Deellocatie A omvat het erf en overige deel van het bebouwde perceel. De oppervlakte van deellocatie A bedraagt circa 2,6 ha. Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen, dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van het overig terrein niet of slechts in lichte mate aangetast is. De hypothese voor deellocatie A luidt dan ook 'onverdachte locatie'. Deellocatie B: Overig terrein Deellocatie B omvat het overig terrein van de onderzoekslocatie. De oppervlakte van deellocatie B bedraagt circa 13,0 hectare. Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen, dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van het overig terrein niet of slechts in lichte mate aangetast is. Gezien de oppervlakte (groter dan 1 hectare) en het gelijksoortig en extensief gebruik van het overig terrein luidt de hypothese voor deellocatie B 'grootschalig onverdachte locatie'. Deellocatie C: Bovengrondse dieseltank Deellocatie C betreft de bodem ter plaatse van de bovengrondse dieseltank in een lekbak. Op dit deel van de locatie is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem mogelijk aangetast met minerale olie als gevolg van de opslag en het afvullen/tanken van rode diesel.
De hypothese voor deellocatie C luidt dan ook ‘verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern’. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen die gelden bij de hypotheses op de verschillende deellocaties.
5
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
3
OPZET EN UITVOERING VAN HET VERKENNEND ONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de onderzoeksstrategie, het veldwerkprogramma en het laboratoriumonderzoek. 3.1
Onderzoeksstrategie
Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie is de NEN 5740 (Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek) als richtlijn gehanteerd. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. De onderzoeksstrategie is in het navolgende per deellocatie omschreven. Deellocatie A: Erf De hypothese voor deellocatie A luidt 'onverdachte locatie'. Deellocatie A heeft een oppervlakte van circa 2,6 ha. Het onderzoek is uitgevoerd volgens onderzoeksstrategie ONV uit bijlage B.1 van de NEN 5740 ('Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie'). Er heeft systematische monstername plaatsgevonden. Het chemisch onderzoek heeft zich gericht op de aanwezigheid van een groep 'kansrijke' verontreinigende stoffen. Deellocatie B: Overig terrein De hypothese voor deellocatie B luidt 'grootschalig onverdachte locatie'. Deellocatie B heeft een oppervlakte van circa 13,0 hectare. Het onderzoek is uitgevoerd volgens onderzoeksstrategie ONV-GR uit bijlage B.2 van de NEN 5740 ('Onderzoeksstrategie voor een grootschalig onverdachte locatie'). Er heeft systematische monstername plaatsgevonden. Het chemisch onderzoek heeft zich gericht op de aanwezigheid van een groep 'kansrijke' verontreinigende stoffen.
Deellocatie C: Bovengrondse dieseltank De hypothese voor deellocatie C luidt ‘verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern’. Deellocatie C heeft een oppervlakte van 5,0 m2 Het onderzoek is uitgevoerd volgens onderzoeksstrategie VER uit bijlage B.3 van de NEN 5740 ('Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern'). Er heeft gerichte monstername plaatsgevonden om een eventuele verontreinigingskern aan te kunnen tonen. Als verdachte bodemlaag wordt het bodemtraject tot 1,0 meter onder de klinkerverharding aangemerkt. Het chemisch onderzoek heeft zich gericht op het voorkomen van minerale olie (rode diesel) in de vaste bodem en in het grondwater.
6
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
3.2
Veldwerkprogramma
De boringen en bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd overeenkomstig de VKB-protocollen 2001 en 2002. Het veldwerk is uitgevoerd door Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. op 1 mei 2007 en heeft bestaan uit de volgende werkzaamheden: Deellocatie A: Erf Systematisch verdeeld over de locatie zijn in totaal 35 boringen verricht tot een diepte van 0,5 m-mv. Van de grond, die uit deze boringen vrijgekomen is, zijn 41 monsters gemaakt. Van de 35 boringen in de bovenlaag zijn 11 boringen doorgezet tot een diepte van maximaal 2,0 m-mv. Van de grond die uit deze boringen vrijgekomen is, zijn 29 monsters gemaakt. Er zijn 4 peilbuizen geplaatst voor de bemonstering van het ondiepe grondwater. De peilbuizen zijn bemonsterd na een voor zandige gronden te hanteren minimale rusttijd van één week. Deellocatie B: Overig terrein Systematisch verdeeld over de locatie zijn in totaal 70 boringen verricht tot een diepte van 0,5 m-mv. Van de grond, die uit deze boringen vrijgekomen is, zijn 70 monsters gemaakt. Van de 70 boringen in de bovenlaag zijn 21 boringen doorgezet tot een diepte van maximaal 2,0 m-mv. Van de grond die uit deze boringen vrijgekomen is, zijn 55 monsters gemaakt. Er zijn 14 peilbuizen geplaatst voor de bemonstering van het ondiepe grondwater. De peilbuizen zijn bemonsterd na een voor zandige gronden te hanteren minimale rusttijd van één week.
Deellocatie C: Bovengrondse dieseltank Ter plaatse van de bovengrondse olietank zijn 3 boringen verricht tot een diepte van 2,0 m-mv. Monstername van de vaste bodem heeft plaatsgevonden op basis van zintuiglijke waarnemingen. Het bodemtraject van 0,0 tot 1,0 m-mv is als verdachte bodemlaag aangemerkt. Stroomafwaarts van de bovengrondse tank is een peilbuis geplaatst. De peilbuis heeft een met de grondwaterspiegel snijdende filterstelling om een eventuele drijflaag van puur product aan te kunnen tonen. De peilbuis is voorzien van een filterlengte van 2 meter. Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, verdachte geuren en kleuren en eventuele bodemvreemde bestanddelen zoals puin, afval of asbestverdachte materialen. De waarnemingen zijn in het veld in profielbeschrijvingen vastgelegd. In het veld zijn geen mengmonsters samengesteld. Alle grond- en grondwatermonsters zijn individueel verpakt in geschikte monsterverpakkingen en zijn volgens de geldende richtlijnen geconserveerd.
7
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
3.3
Laboratoriumonderzoek
De monsters zijn met gekoeld monstertransport voor analyse aangeboden aan het door het RvA geaccrediteerde milieulaboratorium ALcontrol Laboratories te Hoogvliet. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de samengestelde (meng)monsters en uitgevoerde analyses. Tabel 1: (Meng)monsters en uitgevoerde analyses Nr.1
Matrix
Boring(en)/peilbuis
Diepte (m-mv)
Analyse(s)
Deellocatie A: Erf 1 mengmonster bovenlaag 2 mengmonster bovenlaag 3 mengmonster bovenlaag
grond grond grond
0,0 - 0,5 0,0-0,5 0,0 - 0,5
NEN-pakket grond2 NEN-pakket grond NEN-pakket grond
4
mengmonster bovenlaag
grond
0,0 - 0,5
NEN-pakket grond, organische stof, lutum
5
mengmonster bovenlaag
grond
0,0 - 0,5
NEN-pakket grond
6 7 8 9 10 11 12 13
mengmonster onderlaag mengmonster onderlaag mengmonster onderlaag mengmonster onderlaag peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis
grond grond grond grond grondwater grondwater grondwater grondwater
A1 t/m A4, A8 t/m A10 A5 t/m A7, A11 t/m A13 A14, A15, A21, A22, A28 & A29 A16, A17, A23, A24, A31 & A32 A18 t/m A20, A25 t/m A27, A33 t/m A35 A1, A14 & A29 A6, A20 & A35 AIO, A16.A18 & A24 A6,A10, A20.A24&A33 Pb100 Pb101 Pb102 Pb 103
0,5-2,0 0,5- 1,5 0,5- 1,5 1,0-2,0 1,3-2,3 1,5-2,5 1,3-2,3 1,5-2,5
NEN-pakket grond NEN-pakket grond, organische stof, lutum NEN-pakket grond NEN-pakket grond, organische stof, lutum NEN-pakket grondwater3 NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater
B1 t/mB6, B10&B11 B7, B8, B12 t/m B16 B17 t/m B20, B23 t/m B25, B30 t/m B32 B21, B22, B27 t/m B29, B33 t/m B36 B37 t/m B45 B46 t/m B49, B54 t/m B58 B50 t/m B53, B59 t/m B64 B65 t/m B70 B1,B5, B8&B12 BI 5, B18, B20, B30 & B33 B40, B53 & B56 B59, B62 & B64 B28, B65 & B70 BI, B5, B15, B33&B65 B43, B49 & B64 Pb200 Pb201 Pb202 Pb203 Pb204 Pb205 Pb206 Pb207 Pb208 Pb209 Pb210 Pb211 Pb212 Pb213
0,0-0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5
NEN-pakket grond NEN-pakket grond NEN-pakket grond, organische stof, lutum
0,0 - 0,5
NEN-pakket grond
0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,5-1,5 0,5 - 1,5 0,5 - 2,0 0,5 - 2,0 0,5 - 2,0 0,5 - 2,0 0,5 - 1,5 1,5-2,5 1,5-2,5 1,2-2,2 1,5-2,5 1,2-2,2 1,2-2,2 1,2-2,2 1,2-2,2 1,3-2,3 1,2-2,2 1,2-2,2 1,2-2,2 1,2-2,2 1,5-2,5
NEN-pakket grond NEN-pakket grond NEN-pakket grond NEN-pakket grond NEN-pakket grond NEN-pakket grond NEN-pakket grond NEN-pakket grond NEN-pakket grond NEN-pakket grond, organische stof, lutum NEN-pakket grond NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater NEN-pakket grondwater
C1 t/m C3 PbC01
0,07- 1,0 0,5-2,5
minerale olie minerale olie en vluchtige aromaten4
Omschrijving
Deellocatie B: Overig terrein 14 mengmonster bovenlaag 15 mengmonster bovenlaag 16 mengmonster bovenlaag
grond grond grond
17
mengmonster bovenlaag
grond
18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42
mengmonster bovenlaag mengmonster bovenlaag mengmonster bovenlaag mengmonster bovenlaag mengmonster onderlaag mengmonster onderlaag mengmonster onderlaag mengmonster onderlaag mengmonster onderlaag mengmonster onderlaag mengmonster onderlaag peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis peilbuis
grond grond grond grond grond grond grond grond grond grond grond grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater grondwater
Deellocatie C: Bovengrondse dieseltank 43 mengmonster onderlaag grond 44 peilbuis grondwater
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
1
Deze nummers corresponderen met de monsterspecificatienummers in bijlage B.
2
NEN-pakket grond: (Zware) metalen (arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel en zink) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK's, de 10 genoemd in de leidraad bodembescherming) Extraheerbare Organohalogeenverbindingen (EOX) Minerale olie
3
NEN-pakket grondwater: Zuurgraad (pH) en elektrische geleidbaarheid (E.C.) Zware metalen (arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel en zink) Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) Vluchtige chloorkoolwaterstoffen (1,2-dichloorethaan, cis 1,2-dichlooretheen, trichloormethaan (chloroform), 1,1,1-trichloorethaan (methylchloroform), trichlooretheen (tri), tetrachloormethaan (tetra), tetrachlooretheen (per), 1,2-dichloorpropaan) Chloorbenzenen (monochloorbenzeen, dichloorbenzeen) Minerale olie
4
Vluchtige aromaten: benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
4
INTERPRETATIE EN TOETSING ONDERZOEKSRESULTATEN
In dit hoofdstuk worden de veldwaarnemingen en de resultaten van de laboratoriumanalyses behandeld. De analyseresultaten en -certificaten staan vermeld in bijlage B. Een toelichting op het toetsingskader van de Wet bodembescherming (Wbb) wordt gegeven in bijlage A. Het toetsingskader van de Wet bodembescherming gaat uit van streef- en interventiewaarden voor de bodem. Bij een overschrijding van de streefwaarde is in beginsel sprake van aantoonbare verontreiniging. Bij een overschrijding van de interventiewaarde is in beginsel sprake van dreigende vermindering of ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier. De streef- en interventiewaarden voor grond zijn bodemspecifiek en afhankelijk van het lutumgehalte en het organische stofgehalte. Voor de berekening van de toetsingswaarden van de grond zijn van representatieve mengmonsters het organische stof- en lutumgehalte in het laboratorium bepaald. Voor deellocaties A en B zijn afzonderlijk de organische stof- en lutumgehalten bepaald van de boven- en onderlaag van de grond, welke zijn opgenomen in de analyseresultaten en toetsingstabellen in bijlage B. In de ondergrond van de onderzoekslocatie wordt op meerdere plaatsen een kleiige laag aangetroffen. Voor deellocaties A en B zijn van de kleiige laag afzonderlijk de organische stof- en lutumgehalten bepaald.
Bij een organische stofgehalte van minder dan 2,0 % wordt voor de berekening van de toetsingswaarden van de organische verbindingen een organisch stofgehalte van 2,0 % gehanteerd. 4.1
Bodemopbouw
De bodemprofielen van de verrichte boringen staan vermeld in bijlage D ‘profielbeschrijving’. In tabel 2 is een schematische weergave van de bodemopbouw van de onderzoekslocatie opgenomen. Tabel 2: Schematische weergave van de bodemopbouw Bodemtraject (m-mv)
Hoofdmengsel
Bijmengsel(s)
0,0 - 0,5 0,5 - 2,5
matig fijn zand matig fijn zand
zwak humeus, zwak siltig zwak siltig
Kleur
Verspreid over deellocaties A en B wordt (plaatselijk) in verschillende bodemtrajecten met een dikte van 0,5 tot 1,0 meter een kleiige laag aangetroffen. De gemeten grondwaterstand staat vermeld bij de analyseresultaten van het grondwater. 4.2
Zintuiglijke waarnemingen
De zintuiglijke waarnemingen staan vermeld in bijlage D 'profielbeschrijving’. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen kenmerken waargenomen, die duiden op een mogelijke verontreiniging. 10
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
4.3
Analyseresultaten en toetsing deellocatie A
De analyseresultaten en toetsing van de grond- en grondwatermonsters van deellocatie A zijn opgenomen in tabel 3. Tabel 3: Analyseresultaten deellocatie A Monsternr.1 Boringen en bodemtraject (m-mv) Bodemtype Eenheid
A1 t/m A4, A8 A5 t/m A7, A11 t/m A13 t/m A10 0,0-0,5 bovenlaag mg/kgds
0,0-0,5 bovenlaag mg/kgds
3 A14, Al 5, A21, A22, A28& A29 0,0-0,5 bovenlaag mg/kgds
4 A16, A17, A23, A24, A31 & A32 0,0-0,5 bovenlaag mg/kgds
Al 8 t/m A20, A25 t/m A27, A33 t/m A35 0,0-0,5 bovenlaag mg/kgds
6 AI, A14& A29
A6, A20 & A35
0,5-2,0 onderlaag mg/kgds
0,5- 1,5 onderlaag mg/kgds
Zware metalen arseen cadmium chroom koper kwik lood nikkel zink Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) PAK (10 VROM) EOX Minerale olie totaal olie C10-C40 1
40’
Deze nummers corresponderen met de monsterspecificatienummers in bijlage B. blanco : niet geanalyseerd : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet * : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader bodemonderzoek ** : matige verhoging, overschrijding van het criterium voor nader bodemonderzoek, maar niet van de interventiewaarde *** : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
Tabel 3.2: Analyseresultaten deellocatie A (vervolg) Monstemr.1 Boringen en bodemtraject (m-mv) Bodemtype Eenheid
8 A10, A16, A18&A24 0,5-1,5 onderlaag mg/kgds
A6, A10, A20, A24 & A33 1,0-2,0 onderlaag mg/kgds
grondwaterstand (m-mv) zuurgraad (pH) elec. geleidbrhd. (pS/cm) Zware metalen arseen cadmium chroom koper kwik lood nikkel zink
10 Pb100
11 Pb101
12 Pb 102
13 Pb102
1,3-2,3 grondwater MQ/I
1,5-2,5 grondwater pg/i
1,3-2,3 grondwater pg/i
1,5-2,5 grondwater pg/i
1,1 6,4 510
1,1 6,8 480
1,1 7,0 650
1,1 7,0 530
41
26
44
1,9 *
1,1
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) PAK (10 VROM) EOX Vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen Vluchtige chloorkoolwaterstoffen 1,2-dichloorethaan cis 1,2-dichlooretheen tetrachlooretheen tetrachloormethaan 1.1.1trichloorethaan 1.1.2trichIoorethaan trichlooretheen chloroform Chloorbenzenen monochloorbenzeen dichloorbenzenen Minerale olie totaal olie C10-C40 Deze nummers corresponderen met de monsterspecificatienummers in bijlage B. blanco : niet geanalyseerd : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet * : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader bodemonderzoek ** : matige verhoging, overschrijding van het criterium voor nader bodemonderzoek, maar niet van de interventiewaarde *** : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde Uit tabel 3 blijkt dat in mengmonster 1 van de bovengrond van het noordwestelijke deel van het erf een lichte verhoging aan minerale olie is aangetroffen. De aangetroffen verhoging aan minerale olie wordt mogelijk veroorzaakt door de aanwezigheid van humuszuren en/of PAK’s in het monstermateriaal. De aanwezigheid van motorbrandstoffen kan op grond van het olie-GC chromatogram worden uitgesloten.
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
In peilbuizen Pb100 en Pb102 zijn in het grondwater lichte verhogingen aan chroom en matige verhogingen aan arseen aangetroffen die het criterium voor nader bodemonderzoek overschrijden. Verder is in peilbuis Pb101 een lichte verhoging aan arseen aangetroffen. Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de streefwaarde. De verhoging aan arseen in het grondwater kan worden toegeschreven aan het optreden van natuurlijke bodemprocessen. Tijdens het bodemonderzoek zijn bij diverse boringen ijzerrijke afzettingen (oer) aangetroffen. Deze ophopingen van ijzer bevatten van nature relatief hoge concentraties aan arseen. Oer, en het arseen daarin, kan onder zuurstofarme omstandigheden (gereduceerd grondwater) mobiel worden en in het grondwater oplossen. De aangetroffen verhogingen in de vaste bodem en in het grondwater zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader bodemonderzoek. 4.4
Analyseresultaten en toetsing deellocatie B
De analyseresultaten en toetsing van de mengmonsters van deellocatie B zijn opgenomen in tabel 4. De analyseresultaten en toetsing van de grondwatermonsters zijn opgenomen in tabel 5. Tabel 4.1: Analyseresultaten grond deellocatie B Monsternr.1 Boringen en
14 B1 t/m B6, B10& B11
15 B7, B8, B12 t/m B16
bodemtraject (m-mv) Bodemtype Eenheid
0,0-0,5 bovenlaag mg/kgds
0,0-0,5 bovenlaag mg/kgds
Zware metalen arseen cadmium chroom koper kwik lood nikkel zink
17 16 B17 t/m B20, B21, B22, B23 t/m B25, B27 t/m B29, B30 t/m B32 B33 t/m B36 0,0-0,5 0,0 - 0,5 bovenlaag bovenlaag mg/kgds mg/kgds
20 21 18 19 B37 t/m B45 B46 t/m B49, B50 t/m B53, B65 t/m B70 B54 t/m B58 B59 t/m B64 0,0-0,5 bovenlaag mg/kgds
0,0-0,5 bovenlaag mg/kgds
0,0-0,5 bovenlaag mg/kgds
19 ’
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) PAK (10 VROM) 1,4* EOX Minerale olie totaal olie C10-C40 1 Deze nummers corresponderen met de monsterspecificatienummers in bijlage B. blanco : niet geanalyseerd : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet * : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader bodemonderzoek ** : matige verhoging, overschrijding van het criterium voor nader bodemonderzoek, maar niet van de interventiewaarde *** : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde
13
Olinfc
0,0-0,5 bovenlaag mg/kgds
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
Tabel 4.2: Analyseresultaten grond deellocatie B (vervolg) Monsternr. Boringen en
22 B1, B5, B8& B12
bodemtraject (m-mv) Bodemtype Eenheid
0,5-1,5 bovenlaag mg/kgds
23 BIS, B18, B20, B30 & B33 0,5-1,5 onderlaag mg/kgds
24 B40, B53 & B56
25 B59, B62 & B64
26 B28, B65 & B70
27 BI, B5, B15, B33& B65
28 B43, B49 & B64
0,5-2,0 onderlaag mg/kgds
0,5-2,0 onderlaag mg/kgds
0,4-2,0 onderlaag mg/kgds
0,5 - 2,0 onderlaag mg/kgds
0,5- 1,5 onderlaag mg/kgds
Zware metalen arseen cadmium chroom koper kwik lood nikkel zink Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) PAK (10 VROM) EOX Minerale olie totaal olie C10-C40 1
-
45*
Deze nummers corresponderen met de monsterspecificatienummers in bijlage B. blanco : niet geanalyseerd : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet * : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader bodemonderzoek ** : matige verhoging, overschrijding van het criterium voor nader bodemonderzoek, maar niet van de interventiewaarde *** : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
Tabel 5: Analyseresultaten grondwater deellocatie B Monsternr.1 Boringen en bodemtraject (m-mv) Bodemtype Eenheid grondwaterstand (m-mv) zuurgraad (pH) elec. geleidbrhd. (pS/cm) Zware metalen arseen cadmium chroom koper kwik lood nikkel zink
29 Pb200 1,5-2,5 grondwater MQ/I
30 Pb201 1,5-2,5 grondwater Mg/i
31 Pb202 1,2-2,2 grondwater pg/i
32 Pb203 1,5-2,5 grondwater pg/i
33 Pb204 1,2-2,2 onderlaag pg/i
34 Pb205 1,2-2,2 grondwater pg/i
35 Pb206 1,2-2,2 grondwater pg/i
1,1 6,3 480
1,1 5,9 300
1,1 6,2 500
1,1 6,5 760
1,1 6,4 680
1,1 6,8 310
1,1 7,0 750
3,5 *
0,55 1,6 20
0,51 1,8 28
17
24 *
22 68
19
17
64 3,1
1,6
**
11
Vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen Vluchtige chloorkoolwaterstoffen 1,2-dichloorethaan cis 1,2-dichlooretheen tetrachlooretheen tetrachloormethaan 1.1.1trichloorethaan 1.1.2trichloorethaan trichlooretheen chloroform Chloorbenzenen monochloorbenzeen dichloorbenzenen Minerale olie totaal olie C10-C40 1
Deze nummers corresponderen met de monsterspecificatienummers in bijlage B. blanco : niet geanalyseerd : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet * : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader bodemonderzoek ** : matige verhoging, overschrijding van het criterium voor nader bodemonderzoek, maar niet van de interventiewaarde *** : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde
15
«Tlirtfe
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
Tabel 5.1: Analyseresultaten grondwater deellocatie B (vervolg) Monsternr.1 Boringen en bodemtraject (m-mv) Bodemtype Eenheid grondwaterstand (m-mv) zuurgraad (pH) elec. geleidbrhd. (pS/cm) Zware metalen arseen cadmium chroom koper kwik lood nikkel zink
36 Pb207 1,2-2,2 grondwater Mg/I
37 Pb208 1,3-2,3 grondwater pg/i
38 Pb209 1,2-2,2 grondwater pg/i
39 Pb210 1,2-2,2 grondwater M9/I
40 Pb211 1,2-2,2 grondwater pg/i
41 Pb212 1,2 -2,2 grondwater Mg/i
42 Pb213 1,5-2,5 grondwater Mg/i
1,1 7,0 960
1,1 6,9 710
1,1 6,7 660
1,1 6,8 410
1,1 6,6 460
1,1 6,4 650
1,1 6,3 590
0,42 1,8
0,51
1,3
15
30 2,6
3,9 25
3,6
Vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen Vluchtige chloorkoolwaterstoffen 1,2-dichloorethaan cis 1,2-dichlooretheen tetrachlooretheen tetrachloormethaan 1.1.1trichloorethaan 1.1.2trichloorethaan trichlooretheen chloroform Chloorbenzenen monochloorbenzeen dichloorbenzenen Minerale olie totaal olie C10-C40 1
Deze nummers corresponderen met de monsterspecificatienummers in bijlage B. blanco : niet geanalyseerd : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet * : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader bodemonderzoek ** : matige verhoging, overschrijding van het criterium voor nader bodemonderzoek, maar niet van de interventiewaarde *** : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde Uit tabel 4 blijkt dat in mengmonster 14 van de bovengrond van het meest westelijke perceel een lichte verhoging aan PAK is aangetroffen. In mengmonster 15 van de bovengrond van het meest westelijke perceel is een lichte verhoging aan koper aangetroffen. In mengmonster 23 van de onderlaag van het noordelijke perceel is een lichte verhoging aan minerale olie aangetroffen. In peilbuis Pb202 is in het grondwater een concentratie aan arseen boven de interventiewaarde aangetroffen. In meerdere peilbuizen verspreid over de verschillende percelen zijn marginale tot lichte
16
«TVinfe
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
verhogingen aan zware metalen aangetroffen. Daarbij zijn de stoffen chroom en koper het meest verhoogd ten opzichte van de streefwaarde. Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de streefwaarde. De aangetroffen verhoging aan minerale olie wordt deels veroorzaakt door de aanwezigheid van humuszuren en/of PAK’s in het monstermateriaal. De aanwezigheid van motorbrandstoffen kan op grond van het olie-GC chromatogram worden uitgesloten. De sterk verhoogde concentratie aan arseen in het grondwater wordt toegeschreven aan het optreden van natuurlijke bodemprocessen. Tijdens het bodemonderzoek zijn bij diverse boringen ijzerrijke afzettingen (oer) aangetroffen. Deze ophopingen van ijzer bevatten van nature relatief hoge concentraties aan arseen. Oer, en het arseen daarin, kan onder zuurstofarme omstandigheden (gereduceerd grondwater) mobiel worden en in het grondwater oplossen. De aangetroffen lichte verhogingen in de vaste bodem en in het grondwater zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader bodemonderzoek. 4.5
Analyseresultaten en toetsing deellocatie C
De analyseresultaten en toetsing van de grond- en grondwatermonsters van deellocatie C zijn opgenomen in tabel 5. Tabel 5: Analyseresultaten deellocatie C Monstemr.1 Boringen Bodemtraject (m-mv) Bodemtype Eenheid grondwaterstand (m-mv) zuurgraad (pH) elec. geleidbrhd. (pS/cm)
43 Cl t/m C3 0,07- 1,0 onderlaag mg/kgds
44 PbC01 0,5-2,5 grondwater pg/l 1,1 6,0 620
Vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen Minerale olie totaal olie C10-C40 1
Deze nummers corresponderen met de monsterspecificatienummers in bijlage B. blanco : niet geanalyseerd : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet * : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader bodemonderzoek ** : matige verhoging, overschrijding van het criterium voor nader bodemonderzoek, maar niet van de interventiewaarde *** : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde Uit tabel 5 blijkt dat zowel in de grond als in het grondwater geen parameters zijn aangetoond in een gehalte boven de streefwaarde en/of detectielimiet.
17
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
5
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
In dit hoofdstuk zijn de conclusie en aanbevelingen opgenomen van het verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld. De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte van 15,6 ha en is kadastraal bekend als gemeente Barneveld, sectie B, nummers 4132, 5092, 5486, 5667 en 5668. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. In dit hoofdstuk worden de conclusies per deellocatie behandeld, gevolgd door een algemene conclusie en aanbevelingen 5.1
Conclusie deellocatie A: Erf
Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem van het overig terrein niet of slechts licht verontreinigd is en derhalve de hypothese ‘onverdachte locatie’ geldt. In de opgeboorde grond zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen leiden tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. Op het noordwestelijke deel van het erf is in de bovenlaag van de grond een lichte verhogingen aan minerale olie aangetroffen. De aangetroffen verhoging aan minerale olie wordt mogelijk veroorzaakt door de aanwezigheid van humuszuren en/of PAK’s in het monstermateriaal. De aanwezigheid van motorbrandstoffen kan op grond van het olie-GC chromatogram worden uitgesloten. In peilbuizen Pb100 tot en met Pb102 zijn in het grondwater lichte tot matige verhogingen aan arseen en lichte verhogingen aan chroom aangetroffen. Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de streefwaarde en/of de detectielimiet. De verhoging aan arseen in het grondwater is niet te herleiden uit de gegevens van het vooronderzoek. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de verhoogde concentraties in het grondwater een van nature lokaal verhoogd gehalte betreffen. Er is geen sprake van een menselijke bron voor een verontreiniging met arseen. De verhogingen aan arseen worden verklaard door de aanwezigheid van oer in combinatie met gereduceerd grondwater.
Een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Bij van nature verhoogde gehalten aan verontreinigende stoffen is het uitgangspunt van de Wet bodembescherming (Wbb) dat er geen sprake is van bodemverontreiniging. Ondanks de aangetroffen verhoging blijft de hypothese ‘onverdachte locatie’ blijft gehandhaafd. Bij toekomstige bodemonderzoeken op de onderzoekslocatie kunnen de van nature aanwezige verhogingen aan arseen in (oerige) bodemlagen wederom worden aangetroffen. 5.2
Conclusie deellocatie B: Overig terrein
Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem van het overig terrein niet of slechts licht verontreinigd is en derhalve de hypothese 'grootschalig onverdachte locatie’ geldt. In de opgeboorde grond zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen leiden tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. In de bovenlaag van de grond op het westelijke perceel zijn lichte verhogingen
18
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
aan koper en PAK aangetroffen. In de onderlaag van de grond op het westelijke deel van het noordelijke perceel is een lichte verhoging aan minerale olie aangetroffen. De aangetroffen verhoging aan minerale olie wordt mogelijk deels veroorzaakt door de aanwezigheid van humuszuren en/of PAK’s in het monstermateriaal. De aanwezigheid van motorbrandstoffen kan op grond van het olie-GC chromatogram worden uitgesloten. In peilbuis Pb202 is in het grondwater een concentratie aan arseen boven de interventiewaarde aangetroffen. Verspreid over de verschillende percelen zijn in meerdere peilbuizen marginale tot lichte verhogingen aan zware metalen aangetroffen. Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de streefwaarde en/of de detectielimiet. De verhoging aan arseen boven de interventiewaarde in het grondwater is niet te herleiden uit de gegevens van het vooronderzoek. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de verhoogde concentratie in het grondwater een van nature lokaal verhoogd gehalte betreffen. Er is geen sprake van een menselijke bron voor een verontreiniging met arseen. De verhoging aan arseen wordt verklaard door de aanwezigheid van oer in combinatie met gereduceerd grondwater. Een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
Bij van nature verhoogde gehalten aan verontreinigende stoffen is het uitgangspunt van de Wet bodembescherming (Wbb) dat er geen sprake is van bodemverontreiniging. Ondanks de aangetroffen verhoging blijft de hypothese ‘onverdachte locatie’ blijft gehandhaafd. Bij toekomstige bodemonderzoeken op de onderzoekslocatie kunnen de van nature aanwezige verhogingen aan arseen in (oerige) bodemlagen wederom worden aangetroffen. 5.3
Conclusie deellocatie C: Bovengrondse dieseltank
Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem ter plaatse van de bovengrondse dieseltank mogelijk verontreinigd is met minerale olie (rode diesel) en derhalve de hypothese ‘verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern’ geldt. Er zijn geen zintuiglijke waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging met minerale olie. Geen van de geanalyseerde parameters in de grond en in het grondwater overschrijdt de streefwaarde en/of de detectielimiet. Geconcludeerd wordt dat de aanwezigheid en het gebruik van de bovengrondse dieseltank niet heeft geleid tot aantoonbare bodemverontreiniging. Omdat de bovengrondse dieseltank nog aanwezig / in gebruik is blijft de hypothese ‘verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern’ vooralsnog gehandhaafd. 5.4
Algemene conclusie
De kwaliteit van de bodem benadert de kwaliteit die wordt toegekend aan een multifunctionele bodem en vormt geen bezwaar voor de huidige gebruiksvorm en de uiteindelijke bestemmingsplanwijziging.
19
Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127]
De informatiekwaliteit van dit verkennend bodemonderzoek is in dit stadium voldoende ter minimalisering van risico’s die eventuele bodemverontreiniging met zich mee brengt. In hoeverre de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit een belemmering vormt voor de voorgenomen transactie is afhankelijk van het (voorlopig) koopcontract. Voor de grond geldt dat deze mag worden hergebruikt op het perceel. Op hergebruik van de grond buiten de onderzoekslocatie rusten mogelijk beperkingen in verband met een licht verhoogd gehalte aan minerale olie. In voorkomend geval dient een partijkeuring conform het Bouwstoffenbesluit uitgevoerd te worden. Indien in het kader van de Vrijstellingsregeling Grondverzet een bodemkwaliteitskaart beschikbaar is kan de grond mogelijk zonder aanvullend onderzoek elders binnen de gemeente worden hergebruikt, afhankelijk van de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende bodem. Dit dient te gebeuren in overleg met het bevoegd gezag, de gemeente Barneveld.
20
BIJLAGE A1
TOETSINGSTOELICHTING In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de toetsingswaarden die binnen het Nederlands bodembeleid worden gebruikt om de milieuhygiënische bodemkwaliteit te beoordelen. TOETSINGSTOELICHTING Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te kunnen interpreteren zijn toetsingswaarden opgenomen in de Wet bodembescherming (Wbb). Bodem omvat zowel vaste bodem (grond) als grondwater en waterbodem (slib). Bodemonderzoek kan zich richten op één of meerdere van deze compartimenten. De toetsingswaarden voor de vaste bodem, het grondwater en waterbodem zijn vastgelegd in de Circulaire Streef- en Interventiewaarden bodemsanering van 24 februari 2000 (Sterf. 2000, nr. 39). De Wet bodembescherming maakt onderscheid in streefwaarden en interventiewaarden voor verontreinigende stoffen. Daarnaast wordt bij de interpretatie van analyseresultaten gebruik gemaakt van de tussenwaarde of het criterium voor nader onderzoek, die wordt berekend als het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde. Ten slotte zijn voor enkele stoffen zogenaamde indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgelegd. Voor de streef- en interventiewaarden van de vaste bodem en waterbodem geldt een bodemtypecorrectie. De hoogte van de streef- en interventiewaarden voor de vaste bodem is mede afhankelijk van het organische stofgehalte en het lutumgehalte van de grond.
De streef- en interventiewaarden van het grondwater zijn niet afhankelijk van organische stof- en lutumgehalte. Voor waterbodems geldt dat niet de toetsingswaarden, maar de gemeten gehalten moeten worden gecorrigeerd voor het organische stof- en lutumgehalte van het sediment. Streefwaarde De streefwaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarboven wel en waaronder geen sprake is van bodemverontreiniging. De streefwaarde is gebaseerd op het landelijk geldende achtergrondgehalte of op de bepalingsgrens van de toegepaste analysemethode. Criterium voor nader onderzoek Het criterium voor nader onderzoek (tussenwaarde, gemiddelde van streef- en interventiewaarde) is niet vastgelegd in de Wet bodembescherming, maar wordt algemeen gebruikt als hulpmiddel om te bepalen of de aangetroffen gehalten aanleiding geven tot vervolgonderzoek. Interventiewaarde De interventiewaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarbij sprake kan zijn van ernstige verontreiniging, waardoor de bodem niet, of mogelijk niet meer, geschikt is voor elke vorm van bodemgebruik. De interventiewaarden zijn onderbouwd met gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en dier. Hierbij is uitgegaan van het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR): het gehalte waarboven ontoelaatbare effecten voor mens, plant of dier kunnen gaan optreden.
Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte in minimaal 25 m3 vaste bodem of in het grondwater van tenminste 100 m3 bodemvolume hoger te zijn dan de interventiewaarde. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor enkele verontreinigende stoffen zijn gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en/of dier voorhanden, maar niet genoeg om een interventiewaarde vast te stellen, of ontbreken gestandaardiseerde analysemethoden. Voor deze stoffen zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgesteld. Deze indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarde. Overschrijding ervan leidt niet zonder meer tot het vaststellen van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat niet altijd met zekerheid vastgesteld kan worden dat er sprake is van mogelijk risico voor mens, plant en/of dier. Verhoogde achtergrondgehalten In sommige gebieden komen verhoogde gehalten aan bepaalde stoffen in de bodem voor. Deze kunnen formeel vastgelegd zijn in gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten of blijken uit diverse onderzoeksgegevens over een gebied over langere tijd. Indien gehalten in de bodem boven de toetsingswaarden uit de Wet bodembescherming liggen, maar beneden de achtergrondwaarden voor een bepaald gebied, is niet sprake van
BIJLAGE A2
een locatiegebonden geval van verontreiniging maar van verhoogde gehalten die passen binnen het groter geheel van het gebied. In het geval dat een verhoogd achtergrondgehalte van natuurlijke oorsprong bewezen geacht wordt, is geen sprake van een geval van verontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld. Sinds 1 januari 2003 geldt een interventiewaarde van 100 mg/kgds voor asbest gewogen voor de vaste bodem en waterbodem. Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) maar op het veel strengere Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR), gezien de bijzondere eigenschappen van asbest. Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s (Beoordeling van de risico’s van bodemverontreiniging met asbest, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, RIVM rapport 711701034/2003, Bilthoven, 2003). Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Chysotiel (wit asbest) is een serpentijn asbest. Amosiet (bruin asbest), crocidoliet (blauw asbest), anthophylliet (geel asbest), tremoliet (grijs asbest) en actinoliet (groen asbest) behoren tot de groep van amfibool asbest.
Amfibool asbest vormt een groter risico voor de gezondheid omdat de asbestvezels van deze soort asbest gemakkelijk in de lengte splijten, waarbij steeds dunnere vezels ontstaan. Toetsingstabellen De analyseresultaten zijn in de toetsingstabel (bijlage B) vergeleken met de bovengenoemde toetsingswaarden en samengevat in overschrijdingstabellen. In deze tabellen is de volgende codering gehanteerd: blanco
t 1
niet op betreffende parameter onderzocht geen overschrijding van de streefwaarde en/of detectielimiet lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde maar niet het criterium voor nader onderzoek (indicatie voor een lichte verontreiniging) matige verhoging, overschrijding van het criterium voor nader onderzoek maar niet van de interventiewaarde (indicatie voor een matige verontreiniging) sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde (indicatie vooreen sterke verontreiniging) (asbest) gehalte mogelijk hoger dan interventiewaarde vanwege bovengrens 95% betrouwbaarheid (asbest) gehalte mogelijk lager dan interventiewaarde vanwege ondergrens 95% betrouwbaarheid
BIJLAGE B1 Opdrachtgever : Gemeente Barneveld, Afdeling Reiniging & Milieu Project : Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127] Tabel: Analyseresultaten grond (toetsing streef- en interventiewaarden) Monsternummer Bodemtype Eenheid
12 grond grond mg/kgds mg/kgds
3 grond mg/kgds
4 grond mg/kgds
droge stof (gew.-%) organische stof (%vdDS) min. delen <2um (%vdDS)
90,1 3,1 3,3
92,0 3,1 3,3
87,5 3,1 3,3
91,0 3,1 3,3
metalen arseen cadmium chroom koper kwik lood nikkel zink
<4 <0,4 <15 <5 <0,05 <13 <3 <20
<4 <0,4 <15 <5 <0,05 <13 <3 <20
<4 <0,4 <15 <5 <0,05 <13 <3 <20
4,4 <0,4 <15 <5 <0,05 <13 <3 <20
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) naftaleen antraceen fenantreen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen benzo(k)fluoranteen indeno(123-cd)pyreen Pak-totaal (10 van VROM)
<0,02 <0,02 <0,02 0,09 <0,02 0,04 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,2
<0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,2
<0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,2
<0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,2
EOX
<0,1
<0,1
0,12
0,10
minerale olie fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10-C40
<5 10 10 15 40
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
1: A1 t/m A4, A8 t/m A10 (0,0 -0,5 m-mv) 2: A5 t/m A7, A11 t/m Al 3 (0,0 - 0,5 m-mv) 3: A14, A15, A21, A22, A28 & A29 (0,0 - 0,5 m-mv) 4: A16, A17, A23, A24, A31 & A32 (0,0 - 0,5 m-mv) blanco * ** ***
: niet geanalyseerd : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader onderzoek : matige verhoging, overschrijding van het criterium voor nader onderzoek, maar niet van de interventiewaarde : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde
BIJLAGE B2 Opdrachtgever : Gemeente Barneveld, Afdeling Reiniging & Milieu Project : Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127] Tabel: Analyseresultaten grond (toetsing streef- en interventiewaarden) 5 grond mg/kgds
6 grond mg/kgds
7 grond mg/kgds
8 grond mg/kgds
droge stof (gew.-%) organische stof (%vdDS) min. delen <2um (%vdDS)
89,3 3,1 3,3
84,4 <0,5 <1
87,2 <0,5 <1
88,3 <0,5 <1
metalen arseen cadmium chroom koper kwik lood nikkel zink
<4 <0,4 <15 <5 <0,05 <13 <3 <20
<4 <0,4 <15 <5 <0,05 <13 <3 <20
<4 <0,4 <15 <5 <0,05 <13 <3 <20
<4 <0,4 <15 <5 <0,05 <13 <3 <20
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) naftaleen antraceen fenantreen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen benzo(k)fluoranteen indeno(123-cd)pyreen Pak-totaal (10 van VROM)
<0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,2
<0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,2
<0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,2
<0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,2
EOX
<0,1
<0,1
<0,1
0,12
minerale olie fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10-C40
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
Monsternummer Bodemtype Eenheid
<5 <5 <5 <5 <20
5: A18 t/m A20, A25 t/m A27, A33 t/m A35 (0,0 - 0,5 m-mv) 6: A1, A14 & A29 (0,5 - 2,0 m-mv) 7: A6, A20 (0,5 -1,0 m-mv) & A35 (0,5 -1,5 m-mv) 8: A10, A16, A18 (0,5 -1,5 m-mv) & A24 (0,5 -1,0 m-mv) blanco * ** ***
: niet geanalyseerd : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader onderzoek : matige verhoging, overschrijding van het criterium voor nader onderzoek, maar niet van de interventiewaarde : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde
BIJLAGE B3 Opdrachtgever : Gemeente Barneveld, Afdeling Reiniging & Milieu Project : Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127] Tabel: Analyseresultaten grond (toetsing streef- en interventiewaarden) Monsternummer Bodemtype Eenheid
9 grond mg/kgds
droge stof (gew.-%) organische stof (%vdDS) min. delen <2um (%vdDS)
76,0 2,5 2,6
metalen arseen cadmium chroom koper kwik lood nikkel zink
<4 <0,4 <15 <5 <0,05 <13 4,6 <20
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) naftaleen antraceen fenantreen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen benzo(k)fluoranteen indeno(123-cd)pyreen Pak-totaal (10 van VROM)
<0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,2
EOX
<0,1
minerale olie fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10-C40
<5 <5 <5 <5 <20
9: A6, A24 (1,0- 2,0 m-mv), A10, A20 & A33 (1,0 - 1,5 m-mv) blanco * ** ***
: niet geanalyseerd : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader onderzoek : matige verhoging, overschrijding van het criterium voor nader onderzoek, maar niet van de interventiewaarde : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde
BIJLAGE B4 Opdrachtgever : Gemeente Barneveld, Afdeling Reiniging & Milieu Project : Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127] Tabel: Analyseresultaten grondwater (toetsing streef- en interventiewaarden) 10 grondwater Mg/i
11 grondwater pg/i
12 grondwater gg/i
13 grondwater gg/i
metalen arseen cadmium chroom koper kwik lood nikkel zink
41 <0,4 1,9 <5 <0,05 <10 <10 <20
26 0,40 <1 <5 <0,05 <10 <10 <20
44 <0,4 1,1 <5 <0,05 <10 <10 <20
6,5 <0,4 <1 <5 <0,05 <10 <10 <20
vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen totaal BTEX naftaleen
<0,2 <0,2 <0,2 <0,5 <1 <0,2
<0,2 <0,2 <0,2 <0,5 <1 <0,2
<0,2 <0,2 <0,2 <0,5 <1 <0,2
<0,2 <0,2 <0,2 <0,5 <1 <0,2
vluchtige chloorkoolwaterstoffen <0,1 <0,1 1,2-dichloorethaan <0,1 <0,1 cis1,2dichlooretheen <0,1 <0,1 tetrachlooretheen <0,1 tetrachloormethaan <0,1 111trichloorethaan <0,1 <0,1 <0,1 112trichloorethaan <0,1 <0,1 <0,1 trichlooretheen <0,1 <0,1 chloroform
<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
chloorbenzenen monochloorbenzeen dichloorbenzenen
<0,2 <0,2
<0,2 <0,2
<0,2 <0,2
<0,2 <0,2
minerale olie fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10-C40
<10 <10 <10 <10 <50
<10 <10 <10 <10 <50
<10 <10 <10 <10 <50
<10 <10 <10 <10 <50
Monsternummer Bodemtype Eenheid
10: Pb100 (1,3-2,3 m-mv) 11: Pb101 (1,5-2,5 m-mv) 12: Pb102 (1,3-2,3 m-mv) 13: Pb103 (1,5-2,5 m-mv) blanco * ** ***
: niet geanalyseerd : geen overschrijding van de streefwaarde en/of de detectielimiet : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het criterium voor nader onderzoek : matige verhoging, overschrijding van het criterium voor nader onderzoek, maar niet van de interventiewaarde : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde
BIJLAGE B5 Opdrachtgever : Gemeente Barneveld, Afdeling Reiniging & Milieu Project : Verkennend bodemonderzoek aan de Bloemendaallaan 77 te Barneveld [M07.0127] Tabel: Analyseresultaten grond (toetsing streef- en interventiewaarden) 14 grond mg/kgds
15 grond mg/kgds
16 grond mg/kgds
17 grond mg/kgds
droge stof (gew.-%) organische stof (%vdDS) min. delen <2um (%vdDS)
86,6 3,5 1,9
84,5 3,5 1,9
84,6 3,5 1,9
86,5 3,5 1,9
metalen arseen cadmium chroom koper kwik lood nikkel zink
<4 <0,4 <15 12 <0,05 <13 <3 38
<4 <0,4 <15 19 <0,05 <13 <3 54
<4 <0,4 <15 6,2 <0,05 <13 <3 <20
<4 <0,4 <15 6,8 <0,05 <13 <3 <20
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) naftaleen antraceen fenantreen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen benzo(k)fluoranteen indeno(123-cd)pyreen Pak-totaal (10 van VROM)
<0,02 0,03 0,20 0,38 0,14 0,17 0,15 0,10 0,09 0,11 1,4
<0,02 <0,02 <0,02 0,03 <0,02 0,03 <0,02 <0,02 <0,02 <0,02 <0,2