Bloemendal IIb_Toelichting_Bijlage 35 Waterhuishoudings- en rioleringsplan (2024)
Tekst van het document
Woonontwikkeling Bloemendal fase 2B Waterhuishouding- en rioleringsplan Gemeente Barneveld 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
Contactpersoon RUUD KLOOSTERMAN Projectleider Civiel
M 0627060877 E ruud.kloosterman@arcadis.com
2
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
Arcadis Nederland B.V. Postbus 137 8000 AC Zwolle Nederland
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Leeswijzer
5
Gebiedskenmerken
6
2.1
Hoogteligging
6
2.2
Bodemopbouw
6
2.3
Grondwater
7
2.4
Oppervlaktewater
10
2.5
Riolering
11
3
Ontwerpuitgangspunten en randvoorwaarden
13
4
Ontwerp
16
4.1
Systeemkeuze
16
4.2
Ontwatering
16
4.3
Afwatering
16
4.3.1
Infiltratie op eigen terrein
16
4.3.2
Afwatering rijbaan
18
4.3.3
Lijngoten
19
4.3.4
Bermgreppel
20
4.3.5
Kabelgoten en Duikers
21
4.4
Waterberging
23
4.4.1
Bergingszone 01
23
4.4.2
Bergingszone 02
23
4.4.3
Bergingszone 03
24
4.4.4
Stuwput
27
4.4.5
Wadi’s
27
4.5
Vuilwaterstelsel
28
4.5.1
Afvalwaterhoeveelheden
28
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
Bijlagen
4
Bijlage A Afwateringsplan
29
Bijlage B Uiteenzetting bergingsopgave en berekeningen
30
Bijlage C Rioleringsplan
31
Colofon
32
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Gemeente Barneveld is een woonwijk, genaamd Bloemendal, aan het ontwikkelen aan de noordzijde van de kern Barneveld. De woonwijk biedt ruimte voor in totaal 1500 woningen en wordt in fases gerealiseerd. Voor deze ontwikkeling wordt per fase een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Dit waterhuishoudkundige rapport gaat over fase 2B, het beschrijft de wijze waarop de waterhuishouding en riolering is geïntegreerd binnen het inrichtingsplan. Het rapport dient als bijlage in het bestemmingsplan voor fase 2B en levert concrete ontwerpuitgangspunten voor de civieltechnische uitwerking.
2B B
Figuur 1 ligging uitbreidingslocatie Bloemendal (rood omlijnd is fase 2B)
1.2
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is de gebiedsinventarisatie opgenomen. Hierin is de huidige situatie van hoogteligging, bodem, grondwater, oppervlaktewater en riolering beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de ontwerpuitgangspunten opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat de uitwerking van de waterhuishoudkundige en riool technische aspecten met in de bijlagen de bergingsberekeningen en verschillende ontwerptekeningen.
5
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
2
Gebiedskenmerken
2.1
Hoogteligging
De gemeente heeft het terrein volledig ingemeten. Dat wil zeggen dat naast maaiveld ook de aanwezige sloten en bomen zijn ingemeten. De maaiveldhoogtes in fase 2b variëren grofweg van 8,20 m+NAP in het westen tot 9,50 m+NAP in het oosten. In Figuur 2 (AHN) is goed te zien dat ten oosten van de ontwikkeling de maaiveldhoogtes verder oplopen tot circa 10,50 m+NAP in bestaand stedelijk gebied.
Figuur 2 Indicatie van de hoogteligging van het plangebied in de huidige situatie in m NAP, het plangebied is gemarkeerd met een rode lijn, de zwarte stippellijn is het totale ontwikkelgebied Bloemendal
2.2
Bodemopbouw
Op de Bodemkaart van Nederland (Figuur 3) is het plangebied grotendeels gekarteerd als lemig fijn zand (vlakvaaggronden). In het plangebied zijn eind 2018 boringen uitgevoerd en peilbuizen geplaatst om een actueel inzicht te krijgen in de geohydrologische gebiedseigenschappen. Uit de boringen blijkt dat de bodem in het plangebied bestaat uit uiterst tot matig fijn zand. Dit zand is afkomstig uit de Formatie van Boxtel en heeft gemiddeld een doorlatendheid van 4 tot 5 meter/dag. In de zandlaag bevinden zich ook leem-, klei- en veenlagen. De leemlagen komen op verschillende dieptes voor, tussen 0,5 en 1,50 m, op een enkele plaats (met name in het zuidwesten van het plangebied) ligt de leemlaag erg ondiep (op een diepte van minder dan 50 centimeter). Enkele boringen vertoonden geen leemlaag en bestonden volledig uit zand. De aangetroffen leemlagen hebben een zwak tot sterk zandig karakter en zijn over het algemeen redelijk tot goed doorlatend en hebben een lage weerstand. Gezien de overwegend zandige samenstelling van de leemlaag, en de spreiding in de diepte tussen de bovenkant van de laag en het maaiveld, is het risico op het optreden van afwijkende hoge grondwaterstanden (schijngrondwater) als klein ingeschat. De sterke overeenkomst tussen de gemeten grondwaterstand in
6
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
ondiepe en diepe filters van een peilbuis en het vergelijkbare verloop van de grondwaterstand in andere peilbuizen bevestigen dit beeld. Ondanks bovengenoemde analyse is het plaatselijk optreden van schijngrondwaterstanden niet met zekerheid uit te sluiten. Bij het toepassen van (ondergrondse) regenwater infiltratievoorzieningen zijn maatregelen als het afgraven of doorbreken van de mogelijk aan te treffen leemlagen aan te bevelen.
Figuur 3 Bodemopbouw, het plangebied is gemarkeerd met een rode lijn (bron: Bodematlas.nl).
2.3
Grondwater
Om een gebiedsdekkend beeld te krijgen van de grondwaterdynamiek in het ontwikkelingsgebied Bloemendal zijn in het najaar van 2018 nieuwe peilbuizen (i.e. 5, 6 en 10) geplaatst, naast de bestaande peilbuizen uit een eerder monitoringsnetwerk en Dinoloket gegevens (Figuur 4).
7
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
Figuur 4 Locatie peilbuizen Tabel 1 Kenmerken peilbuizen (gemiddelde gws (GG) en gemiddelde laagste en hoogste gws (GLG en GHG))
Peilbuis B32E0211 B32E1066 B32E1067 B32E1068 B32E1069 PB 0_1 PB 1_1 PB 1_2 PB 4_1 PB 5_1 PB 5_2 PB 6_1 PB 6_2 PB 10_1 PB 10_2 1
2
Maaiveld [m NAP] 10.64 10.67 10.04 10.31 9.92 10.63 8.55 8.55 8.68 8.83 8.83 9.50 9.50 8.25 8.25
Filterdiepte [m NAP] 8.72 – 7.64 9.73 – 8.73 8.17 – 7.17 7.85 – 6.85 9.78 – 8.78 7.55 – 6.55 2.55 – 1.55 6.98 – 5.98 8.23 – 7.23 4.83 – 3.83 8.60 - 7.60 6.30 - 5.80 6.75 - 6.25 4.45 - 3.95
GLG1 [m NAP] 9.51 9.35 8.71 8.52 8.59 9.22 7.38 7.37 7.38 7.23 7.23 8.60 8.60 6.75 6.75
GG [m NAP] 10.03 9.68 8.96 8.89 8.95 9.54 7.70 7.67 7.74 7.23 7.23 9.10 9.10 6.75 6.75
GHG2 [m NAP] 10.43 10.01 9.25 9.22 9.31 9.91 8.03 8.02 8.08 8.60 8.60 -
Ontwatering [m – mv] 0.21 0.66 0.79 1.09 0.69 0.72 0.52 0.53 0.62 1.60 1.60 0.40 0.40 1.50 1.50
GLG voor PB 0, 1 en 4 bepaald op basis 90%-percentiel meetreeks GHG voor PB 0, 1 en 4 bepaald op basis 10%-percentiel meetreeks
Peilbuis 10 ligt in fase 2B maar de meetreeks is te kort om een GHG van te berekenen. Om toch meer inzicht te krijgen in de optredende gemiddeld hoogste grondwaterstanden zijn de berekeningsresultaten van het numeriek 3D grondwatermodel (AZURE, database versie 1.0.3) uit 2018 geraadpleegd. Het model is doorgerekend voor de periode 1997 t/m 2010, waarbij de GLG en GHG zijn bepaald voor de laatste 8 jaar van de rekenperiode. De juistheid en betrouwbaarheid van het model rond het
1 2
8
GLG voor PB 0, 1 en 4 bepaald op basis 90%-percentiel meetreeks GHG voor PB 0, 1 en 4 bepaald op basis 10%-percentiel meetreeks
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
ontwikkelingsgebied Bloemendal is getoetst en gevalideerd aan de hand van alle langjarige meetreeksen in Dinoloket in het modelgebied (9000 x 8000 m) en de meetreeksen bij peilbuizen 0, 1 en 4. De berekende GHG in het plangebied (in m-mv) en de theoretisch minimaal benodigde aanleghoogte zijn weergegeven in Figuur 5 en Figuur 6. De aanleghoogte is bepaald op basis van een ontwateringsdiepte van 0,70 m ten opzichte van de berekende GHG.
Figuur 5 Berekende GHG in m-mv, fase 2b is zwart omlijnd.
Figuur 6 Aanleghoogte in m+NAP, fase 2b is zwart omlijnd.
9
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
Op basis van het Azure grondwatermodel is voor fase 2b het te hanteren wegpeil 9,20 m+NAP in het westen oplopend naar 9,60 m+NAP tot op de oostelijke plangrens. Op basis van de Algemene Hoogtekaart Nederland (AHN) en de uitgevoerde inmeting, ligt het huidig maaiveld in het oosten beduidend lager dan 9,60 m+NAP. Naar verwachting valt de GHG hier lager uit door de ontwaterende werking van aanwezige sloten in het plangebied (zie paragraaf 2.4). In de bestaande Bloemendaallaan (oostelijke plangrens) lopen de maaiveldhoogtes naar het zuiden toe wel op tot 9,60 m+NAP. In bijlage A zijn de bestaande ingemeten hoogtes aangegeven.
2.4
Oppervlaktewater
Het watersysteem rondom het plangebied is in beheer bij het waterschap Vallei & Veluwe. In Figuur 7 is een uitsnede van het watersysteem weergegeven zoals op dit moment (nov 2023) vastgelegd in de legger van het waterschap, aangevuld met kenmerken volgend uit de inmeting en ontwerpgegevens fase 1 en fase 2a. De A-watergang die door het midden van fase 2B loopt is een zijtak van de Trammelantbeek en voert vrij af naar het westen. Het bodemverhang van de Zijtak, door plangebied fase 2B, loopt grofweg van 7,80 m+NAP in het oosten tegen de Bloemendaallaan naar 7,35 m+NAP in het westen tegen de inmiddels gegraven waterbergingszone 02 van nieuwbouw fase 1. Bergingszone 02 is geïntegreerd met de Zijtak Trammelantbeek. De berging wordt benut vanaf een waterpeil in de beek van 7,80 m+NAP. Een stuwput geïntegreerd met de duiker onder de Laan van verzet zorgt voor de peilstijging, de noodoverloop is 8,30 m+NAP, de doorlaat wordt geregeld door een spindelschuif vanaf bodempeil 6,95 m+NAP. Bergingszone 02 kan met 50 cm waterdiepte worden benut. Bovenstrooms wordt de Zijtak gevoed door het watersysteem uit de woonwijk De Vaarst. Dit gebeurt via een overloop (Foto 1) ter hoogte van de Bloemendaallaan. De overloop reguleert het peil met een doorlaat op 8,50 m+NAP en heeft een overloophoogte geschat op 9,0 m+NAP. Het wegpeil van de Bloemendaallaan ter plaatse is 9,30 m+NAP.
Het waterpeil in de Zijtak Trammelantbeek varieert afhankelijk van de periode in het jaar. Visuele waarnemingen geven het beeld van een watervoerende Zijtak Trammelantbeek het jaar door op circa 7,50 m+NAP.
Foto 1 stuw De Vaarst aan de Bloemendaallaan
Door het plangebied lopen nog twee C-watergangen van oost-west. Deze sluiten aan de westelijke plangrens aan op de Zijtak Trammelantbeek met geïntegreerde bergingszones 01 en 02. Aan de zuidkant van het fase 2B liggen sportvelden. De sportvelden en fase 2b worden gescheiden door een C-watergang. Op deze watergang loost de sportdrainage en een deel van de greppels langs de Bloemendallaan. Dit laatste gebeurt via een verbindingsgreppel (C-status) vanaf de Bloemendaallaan tot aan watergang langs de sportvelden. De watergang langs de sportvelden heeft een vrije afvoer op de al aangelegde bergingsvijver 01 ten behoeve van de nieuwbouw fase 1. De vijver wordt op peil gehouden door een vaste stuw. Het rustwaterpeil is 7,70 m+NAP en kan maximaal stijgen tot 8,70 m+NAP. De watergang heeft een bodempeil 7,60 m+NAP nabij de afvoer op de vijver tot 8,24 m +NAP bovenstrooms nabij de Bloemendaallaan. De sportvelden zijn aangelegd op 9,20 m+NAP. De sportdrainage loost met een verzamelriool 315 mm op een hoogte 8.00 m+NAP.
10
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
De ontsluitingsweg vanuit fase 2B naar de Wethouder Rebellaan kruist nog een greppel, beginnend vanaf de Bloemendaallaan. De greppel ligt langs een fietspad en onderlangs de sportvelden. Ter hoogte van de Oosterboshal (sporthal) is de greppel vervangen door een duiker of HWA-riool die voor een verbinding zorgt met een greppel bovenlangs en uiteindelijk door het Oosterbos en afvoerend richting de Thorbeckelaan. De greppel staat grote delen van het jaar droog en zal naar verwachting weinig water afvoeren.
BP 6.95
Stuwput in duiker voor B02/B03 stuwhoogte 8.30 doorlaathoogte ca. 7.00
B03
Stuw De Vaarst (NWP 8,50 HWP 9.00) B02 BP 7.80 BP 7.35 Vaste stuw B01 Voor B01 stuwhoogte 8.70 doorlaathoogte 7,70
B01 BP 7.60 BP 8.24
Sportvelden
B01
Greppel Oosterboshal
Figuur 7 Watersysteem A-watergangen (blauw), B-watergangen (groen) en C-watergangen (oranje geel), aangevuld met meet- en ontwerpgegevens uit fase 1 en fase 2B.
2.5
Riolering
In het plangebied zelf is geen riolering aanwezig. In de Bloemendaallaan is een gemengd riool aanwezig (Figuur 8). Dit gemengd riool heeft geen riooloverstort. Het vuil- en regenwater wordt via een gemaal, gesitueerd bij de vijver uit de woonwijk De Vaarst, verpompt naar het vrij verval riool in de woonwijk De Vaarst. In de Wethouder Rebellaan ligt een gescheiden rioolstelsel. Het vuilwaterriool loopt door tot aan de Oosterboshal en bijbehorend sportveldcomplex. Ten westen van het plangebied, in woongebied Bloemendaal fase 1, is een gescheiden rioolsysteem aanwezig. Het hemelwater wordt bovengronds afgevoerd naar omliggend groen om vast te houden en zoveel mogelijk te infiltreren. Het vuilwaterriool voert af naar een transportriool in de Nijkerkerweg. In fase 1 is een ontvangstput gerealiseerd voor de toekomstige aansluiting van een persleiding uit fase 2b. De persleiding hoort bij een te realiseren vuilwatergemaal in fase 2b voor het afvalwater uit onder andere fase 2b. De persleiding is voor een deel al aangelegd, het betreft een gestuurde boring onder bergingszone 01 door.
11
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
De gemeente heeft de wens om het gemaal in de Bloemendaallaan te laten vervallen. Dit kan mogelijk door het vrij verval riool in de Bloemendaallaan aan te sluiten op het toekomstig riool van fase 2B. In fase 2B zal een nieuw rioolgemaal worden geplaatst voor het afvalwater van fase 2b en de resterende fases van woonontwikkeling Bloemendal. In de hoofdontsluitingsweg richting fase 4 zal daarvoor het nieuw vuilwaterriool op maximale diepte worden aangelegd. Dit biedt mogelijkheden voor een aansluiting onder vrij verval voor het bestaand riool in de Bloemendaallaan.
plancontour Fase 1 met DWA-riool
Persleiding
Figuur 8 Huidige rioolsituatie (ligging
12
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
3
Ontwerpuitgangspunten en randvoorwaarden
Voor de uitwerking van het ontwerp zijn voor de aspecten riolering, grondwater, waterkwantiteit, -kwaliteit, beheer en onderhoud en veiligheid de uitgangspunten gehanteerd zoals in onderstaande tabel opgenomen. Tabel 2 Doelen en ontwerpmaatstaven
Aspect
Uitgangspunt / Doelstelling
Maatstaf
Riolering
Geen afvoer (schoon) hemelwater naar rwzi
Gescheiden rioolsysteem
Geen wateroverlast bij hevige neerslag (klimaat robuust en waterveilig)
Bovengrondse afvoer van hemelwater: - Gootverhang: ≥ 1:250 - Maximale gootlengte: 70 m - Calamiteiten toets: bij 210 l/sec/ha geen waterschade (waterstroom dient binnen het profiel van de rijbaan te blijven) - Achterpaden af laten lopen naar openbare ruimte. en infiltratiekolken in achterpaden - Openbare parkeerplaatsen zijn waterdoorlatend uitgevoerd in halfverharding met 0,5% afschot (afwijking bij maatwerk toegestaan) - Verbindingen tussen greppel langs hoofdontsluitingsweg uitvoeren met verholen kabelgoten of duikers indien sprake is van aansluiting afvoerleiding lijngoot.
Regenwater vasthouden waar het valt en
Hemelwater bergen op eigen terrein (zie nadere toelichting in paragraaf 4.3.1)
benutten waar het kan.
- ≥ 1,0 m3 berging realiseren over dakoppervlak - Minimale afstand voorziening 3,0 m uit woongevel - Lediging door infiltratie naar de ondergrond - Grondverbetering toepassen om infiltratie naar de ondergrond te bevorderen - Noodoverloop op de perceelgrens naar de openbare ruimte op maaiveldniveau - Per woning een regenton van 250 liter met overloop naar bergingsvoorziening op eigen terrein - De school en appartementen worden uitgevoerd met een vegetatiedak met 60 mm berging.
Huishoudelijk afvalwater onder vrij verval aansluiten op bestaande riolering
Vuilwaterriool: - Minimale diameter 250 mm - Afschot beginstrengen dwa-stelsel 1:250 (minimaal eerste 150 m) - Minimaal afschot dwa-stelsel 1:500 - Minimale dekking 1,20 m op buis - Maximale putafstand 70 m - Zij instroom min 10 cm hoger dan hoofdstroom - Eindputten bodemafschuining aanbrengen - Maximale aanlegdiepte 4 m-mv - 10 l / u per inwoner (2,5 inw / won) - Max 50% vulling dwa - Bergingsinhoud DWA 12 uur.
13
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
Aspect
Uitgangspunt / Doelstelling
Maatstaf
Grondwater
Bouwwijze, functies en bouwrijp maken relateren aan optredende grondwaterstanden
Geen ontwateringsmiddelen toepassen maar ophogen, eventueel in combinatie met kruipruimteloos bouwen.
Grondwaterneutraal bouwen
Ontwateringseisen: - Woonstraten: 0,70 m - wegpeil - Primaire wegen 0,90 m - wegpeil - Woning kruipruimte: 1,0 m - vloerpeil (0,3 m vloerdikte) - Woning zonder kruipruimte: 0,6 m - vloerpeil (0,3 m vloerdikte) - Tuinen en plantsoen: 0,5 m - maaiveld
Geen verlaging of verhoging van de grondwaterstanden toestaan
Drooglegging: 1,00 á 1,20 m t.o.v. rustwaterpeil Ondergrondse voorzieningen waterdicht uitvoeren, geen bemaling. Behoud (en herstel) bestaande water(lopen)structuur Zijtak Trammelantbeek en watergang Sportveldencomplex. Waterkwantiteit / hemelwaterberging
Geen wateroverlast bij langdurige neerslag
Berging realiseren over een T=100 langdurig (87 mm in 24 uur) met toegestane peilstijging tot insteek talud.
Toepassen trits vasthouden -bergen - afvoeren
Toegestane landelijke afvoer is 1,33 l/sec/ha vermenigvuldigd met twee bij T=100. Gerelateerd aan de retentiesheet van Waterschap Vallei en Veluwe.
Voorkom toename afvoer hemelwater uit het plangebied ten opzichte van huidige situatie.
Berging realiseren in wadi’s, minimale maatvoering: - Helling : 1:3 - Bodembreedte : 3,00 m - Basisdiepte : 0,50 m (30 cm water + 20 cm waking) - Ontwatering van wadibodem: 0,30 m - Pakketdikte van 0,20 m bomenzand 500 en 0,80 m aan drainzand - IT-riool 250 mm PP in het drainpakket met afvoer op de ontvangende greppel voorzien van een uitstroombak met een vuilrooster. - Leeglooptijd wadi: 24 uur. De wadi (bij voorkeur) bovengronds laten overlopen op een ontvangende greppel. Bij toepassen slokop aansluiten op onderliggend IT-riool. Wadi’s dienen ongehinderd machinaal te worden gemaaid.
Waterkwaliteit
Toepassen trits schoonhouden – scheiden – zuiveren Geen activiteiten toestaan die de grondwaterkwaliteit kunnen aantasten.
Het wegwater is evenals het dakwater van voldoende kwaliteit om rechtstreeks af te voeren naar oppervlaktewater. Geen uitloogbare materialen. Zo min mogelijk gebruik chemische onkruidbestrijding en strooizout, beperk hondenpoep.
14
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
Aspect
Uitgangspunt / Doelstelling
Beheer & onderhoud
Beheer- en onderhoudsvriendelijk ontwerp
Maatstaf Maatvoering greppels in plangebied: - Minimale bodembreedte 0,5 m - Talud 1:1,5 - Diepte min. 0,60 m en max. 0,80 m Watergangen in het plangebied: - Minimale bodembreedte 1,0 m - Talud 1 : 1,5 of flauwer - Eenzijdig onderhoudstrook van 5 m (obstakelvrij) - Tweezijdig onderhoud indien breedte van insteek tot insteek > 6,0 m is. Duikers: - Diameter duikers min. 400 mm - Lozing van leidingen op zaksloten voorzien van een uitstroomconstructie/ taludbeschermer.
Ecologie
Ontwikkeling / bescherming van een gevarieerde en karakteristieke aquatische natuur
Streven naar een natuurvriendelijke oeverinrichting in de vorm van plas-dras of flauwe taluds 1: 5 (natuurvriendelijke inrichting verdient afstemming met beheer en onderhoud).
Vormgeving
Creëren van rustig straatbeeld
Vormgeving en materialisatie conform de Standaard Ontwerp- en Materiaaleisen.
Veiligheid
Minimaliseer verdrinkingsgevaar
Maximale waterschijf van 30 cm bij het toepassen van bovengrondse infiltratiezones.
Woningen zijn toegankelijk voor mindervaliden
Voetpad en wegen liggen op 2% afschot (bij maatwerk kan worden afgeweken). In 30 km-zone ligt het langs- en haaksparkeren verhoogd t.o.v. de rijbaan (met uitzondering van parkeerhofjes). Vloerpeil: Minimaal: 2% afschot t.o.v. erfgrens Maximaal: 8% afschot t.o.v. erfgrens (0,20 m bij een 2,50 m diepe voortuin tussen erfgrens en vloerpeil). Uitstroomconstructies op zaksloten voorzien van een RVS rooster ten behoeve van inkruipbeveiliging.
15
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
4
Ontwerp
4.1
Systeemkeuze
Het hemelwatersysteem dient robuust en eenduidig te zijn qua beeldvorming. Om dit te bereiken is in de wijk éénzelfde soort systeem van toepassing. Regenwater wordt zoveel als mogelijk opgevangen waar het valt en vervolgens bovengronds afgevoerd via wegverhardingen naar het openbaar groen. In het openbaar groen zijn laagtes in de vorm van wadi’s en bermgreppels ingericht. De wadi’s en bermgreppels infiltreren het regenwater. Bij hevige neerslag zal een afvoer plaatsvinden naar de al gerealiseerde waterbergingszones in fase 1. In de waterbergingszones zit voldoende overcapaciteit om aanvullend het afvoerend verhard oppervlak van fase 2B op te vangen, zonder dat bij hevige neerslag sprake is van een versnelde afvoer naar het landelijk watersysteem. Met het opvangen van regenwater waar het valt en een bovengrondse afwatering blijft het regenwater zichtbaar in de wijk en draagt het bij aan de bewustwording van een klimaatbestendig afwateringssysteem.
4.2
Ontwatering
Het ontwerp van de weg- en vloerpeilen wordt bepaald door meerdere factoren. Het hemelwater wordt bovengronds via openbare verharding afgevoerd naar het openbaar groen, het moet voldoende hoog worden aangelegd om de ontwateringsnormen te halen en de hoogtes moeten goed aansluiten op de aangrenzende omgeving. In bijlage A is het afwateringsplan weergegeven met daarin de ontwerphoogtes van de wegen, de erfgrenzen en het bodempeil van de onverharde afwaterings- en bergingszones. Daarnaast is ook een voorstel gedaan voor het te hanteren vloerpeil van de bouwblokken. Uit het afwateringsplan valt af te leiden dat de wegen en goten onder een juist afschot en met minimale gootafstanden lijngoten, bermgreppels of wadi’s kan bereiken. De ontwerphoogtes sluiten aan op de omgeving en leveren tegelijkertijd een gewenste ontwateringsdiepte. Bij het bepalen van de ontwerphoogtes en een juiste afwateringssituatie is rekening gehouden met: • • • • • • • • • • •
Een minimaal wegpeil van 9,20 m+NAP tot maximaal 9.60 m+NAP richting de Bloemendaallaan / Weth. Rebellaan; Het behouden en versterken van de aanwezige slotenstructuur in fase 2B; Specifiek aangewezen locaties voor verkeersplateaus; Voetpaden zijn verhoogd t.o.v. rijbaan met een geleideband 5/20; Bij parkeerhofjes is het parkeervak op niveau met de rijbaan; Het aangehouden verhang van de weg: – Dwarsrichting 1:50 (2 %) (afwijking bij parkeerhofjes met half verhardingen is toegestaan); – Lengteprofiel bij toepassingen goten minimaal 1:250 (4 ‰). Aansluiting parkeerhofjes op de hoofdrijbaan met een inritconstructie of een geleideband; Het vloerpeil van de woningen van de woningen ligt altijd hoger dan de as-weghoogte; Het hoogteverschil tussen vloerpeil en perceelsgrens is minimaal 2% en maximaal 20 cm hoogteverschil in geval van een 2,5 m voortuin; Aaneengesloten bouwblokken zijn voorzien van één bouwpeil; Achtertuinen onder afschot naar achterpaden aanleggen, achterpaden minstens 5 cm lager dan het vloerpeil.
4.3
Afwatering
4.3.1
Infiltratie op eigen terrein
Als basisuitgangspunt is gehanteerd dat elk perceel 1 m3 aan regenwater buffert in de vorm van infiltratiekratten. De kratten moeten zo ver mogelijk van de woongevel worden gelegd, tenminste 3,0 m, en alleen de regenpijpen van daken mogen worden aangesloten. Indien de afstand van 3,0 m aantoonbaar niet kan worden gehaald, worden er geen kratten aangelegd. Een rechtstreekse afvoer van overige oppervlakken (bijvoorbeeld de oprit) naar openbaar terrein is toegestaan. Als het infiltratiekrat vol is dient er een overloop plaats te vinden via een overloopput op de perceelgrens naar de openbare ruimte. Aanvullend dient een regenton te worden geplaatst van minimaal 250 liter. Bij een gevulde regenton zal het regenwater zijn weg vervolgen naar de bergingsvoorziening op eigen terrein of via de overloop op de perceelgrens naar de openbare weg.
16
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
Rijbaan
p-vak voetpad perceel
Regenpijp met bladvang en regenton
1 m3
Figuur 9 Werking infiltratievoorziening op eigen terrein
Het realiseren van de infiltratievoorziening op eigen terrein is onderdeel van de bouw van de woning en geen onderdeel van het bouw- en woonrijp maken openbare ruimte. De bouwer is verplicht om het krat te omhullen met 30 cm drainagezand aangevuld met minimaal twee grondboringen van 200mm tot 1,5 m onder het krat gevuld met drainzand. De perceeleigenaren zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het goed blijven functioneren van de voorziening. Uitgangspunten die aan de ontwikkelaar worden verstrekt: • • • • • • •
Positie infiltratievoorziening minimaal > 3,0 m van de woongevel aanleggen: – Indien aantoonbaar niet haalbaar op eigen terrein, dan geen infiltratievoorziening aanleggen Alleen regenpijpen van daken aansluiten (geen terreinverhardingen) en regenpijp voorzien van een bladvang Een noodoverloop realiseren naar openbaar terrein ter hoogte van de perceelgrens (voorzijde) in de vorm van een brievenbusput (Giverbo of vergelijkbaar) De sleuf van de hemelwaterafvoer tussen woning en krat verdichten met gebiedseigen grond Diepteligging voorziening (minimaal 0,4 m bij tuin tot 0,70 m onder verharding met kans op zware belasting) Infiltratievoorzieningen omhullen (onderkant en zijkant) met 30 cm drainzand: – 2 grondboringen van 200mm en 1,5 m diep t.o.v. onderkant krat uitvoeren en opvullen met drainzand Aanleg regenton van minimaal 250 liter met overloop naar de bergingsvoorziening op eigen terrein
In het kader van duurzaamheid, klimaatadaptatie en het vergroten van het klimaatbewustzijn onder burgers is het aanvullend te aanvullend te overwegen om een maximum percentage aan verharding toe te staan in de tuinen van de woningen, dit vanuit het oogpunt van hittestress, biodiversiteit, tegengaan van verdroging en wateroverlast. Voor de appartementen en de school is een vegetatiedak voorzien met 60 mm waterberging.
17
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
4.3.2
Afwatering rijbaan
De openbare wegen voeren het regenwater van alle openbare verhardingen en het overtollig dakwater af naar een bermgreppel of een wadi. De rijbaan ligt veelal op één oor met directe afwatering naar de berm. Daar waar de rijbaan in de lengte een gootverhang nodig heeft voert het regenwater af langs een verhoogde geleideband. Op een enkele locatie is gekozen voor een hol wegprofiel waar het regenwater in het midden van de rijbaan afstroomt. In het plan is gekozen om geen fysieke molgoot aan te leggen, maar gebruik te maken van het afschot van de rijbaan tegen de geleidenband 5/20. De 2% afschot van de weg in combinatie met een geleideband levert een goot in de lengterichting. In bijlage A zijn de afwateringslijnen weergegeven. Door de vele afvoermogelijkheden ontstaan korte gootafstanden met relatief weinig afvoerend oppervlak wat de goot belast. Het afvoerend oppervlak op de goot is overal minder dan 500 m2. Bij een dergelijke belasting zal een waterstroom van circa 0,8 m breed langs de geleideband ontstaan bij 30 l/sec/ha. In een wijk waarin regenwater bovengronds moet afwateren via de weg is water op straat acceptabel zo lang het geen schade veroorzaakt en de situatie beperkt blijft tot stroming over de rijbaan.
Om dit laatste te bepalen is de benodigde breedte van de rijbaan, functionerend als goot, berekend over de zwaarst belaste afvoersituatie bij een piekintensiteit van 210 l/sec/ha.Bij deze belasting en een gootverhang van 4‰ wordt bij een 1,50 m gootbreedte een waterdiepte van 3 cm berekend. Bij deze extreme situatie zal de openbare weg hinder kunnen ervaren. Benadrukt wordt dat het hier om een extreme situatie gaat, van korte duur (enkele minuten) en alleen aan het eind van de goot nabij de uitstroom naar het verlaagd groen. Waterschade op hoger gelegen particulier terrein is dan ook niet te verwachten.
Figuur 10 Rekensheet gootberekening (calamiteitenbui) bij maximaal afvoerend oppervlak
18
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
4.3.3
Lijngoten
De aansluitingen van zijstraten of parkeerhofjes op de hoofdrijbaan hebben een inrit/drempelconstructie. Ook zijn voergangsoversteekplaatsen verhoogd aangelegd. Deze verhogingen belemmeren de bovengrondse afvoer. Een lijngoot tegen de verhoogde constructie moet voor de opvang van afstromend regenwater zorgen. De lijngoot heeft een zandvangput met een afvoerleiding en voert af op een bermgreppel of watergang. Het type lijngoot met bijbehorende zandvang en afvoerleiding is in de nadere civieltechnische uitwerking te bepalen. Het type en lengte van de afvoerleiding bepaald de beschikbare afvoercapaciteit. De uitloopdiameters vanuit een standaard zandvangput zijn doorgaans 110, 160 of 200 mm. Het beschikbaar afvoerdebiet bij een 200mm uitloop is, afhankelijk van de uitvoering, 25 l/sec (bron ACO. Kennisbank). Dit levert bij een piekdebiet van 210 l/sec/ha een maximaal aangesloten verhard oppervlak 1.190 m2. De belasting op de lijngoten variëren grofweg van 500 m2 tot circa 1.000 m2, dit is inclusief half verhard parkeren. Geadviseerd om 160 tot 200mm afvoerleidingen te hanteren afhankelijk van het afvoerend verhard oppervlak.
Figuur 11 Situatie van lijngoten met afvoerleiding op de watergang (UItsnede Afwateringsplan, bijlage A).
19
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
4.3.4
Bermgreppel
De bermen langs de hoofdontsluitingsweg zijn 6 m breed en vangen afstromend wegwater op door de inpassing van een bermgreppel. De inpassing van de greppel wordt gecombineerd met laanbeplanting en mogelijk nog verlichting. De zone kent een greppelprofiel met een diepte van circa 0,60 m ten opzichte van boven insteek en 70 cm ten opzichte van kant wegverharding bij een gemiddeld talud van 1:1,5.
9,10+
9,20+
bh 8,50+
Figuur 12 Principe van een bermgreppel
Het totaal afvoerend oppervlak op de zwaarst belaste greppel is benedenstrooms grofweg 8.200 m2. Dit is inclusief vegetatiedaken en half verharde parkeerplaatsen. Bij een ontwerpintensiteit van 30 l/sec/ha is een waterdiepte van 15 cm bij een stroomsnelheid van 0,24 m/sec berekend (zie Figuur 13). Voor de aangehouden ruwheidsfactor van de bodem en wanden is in de berekening uitgegaan van een begroeide watergang. Bij een piekintensiteit van 210 l/sec/ha (calamiteit) is een waterdiepte van 40 cm en een stroomsnelheid van 0,40 m/sec berekend. De greppel, minimaal 60 cm diep ten opzichte van boven insteek, heeft bij dit extreem hoge afvoerdebiet nog steeds voldoende afvoercapaciteit om een overstroming te voorkomen. Een piekafvoer van 210 l/sec/ha betreft een theoretische benadering. Door de bovengrondse afvoer is er sprake van een sterke vertraging door plasvorming en eerdere wegzijging/infiltratie. De piekafvoer is daarom naar verwachting flink lager dan 210 l/sec/ha. Tegelijkertijd is de piek van de bui en daarmee de water-op-straat situatie van korte duur (enkele minuten). Zodra de piek van de bui weer afneemt zal ook het waterniveau weer zakken, dit zolang benedenstrooms de duikerverbindingselementen geen belemmering veroorzaken.
20
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
B
A
Figuur 13 Waterdiepte berekening van greppelprofiel meest benedenstrooms (zie rode stip) A is de kabelgoot en B is de duiker doorgerekend in paragraaf 4.3.5.
4.3.5
Kabelgoten en Duikers
In het plangebied fase 2B is, net als in fase 1 en 2A, gekozen om de bermgreppels onderling te verbinden via een verholen kabelgoot. De kabelgoten liggen op bodemniveau van de greppels en zijn 0,60 m breed en 0,30 m hoog. Op de locatie waar de bermgreppels afvoeren op een watergang zijn duikers (400 mm) toegepast. Aan de instroomzijde wordt een roosterput op bodemniveau geplaatst. Als roosterput volstaat een inspectieput (800mm) waarvan de putkop is afgewerkt met een roosterdeksel. De inspectieput is voorzien van een zandvang. Aan de uitstroomzijde is een betonnen taludbak met vuilrooster voorzien. Het vuilrooster dient tegelijkertijd als inkruipbeveiliging. Afwijking is de uitstroomlocatie onder de brug naar fase 1, deze uitstroom komt uit in de betonnen keerwand onder de brugconstructie en zal in latere fase in detail worden uitgewerkt. Hydraulisch functioneren Om zekerheid te hebben dat de kabelgoot en duiker met een afmeting van 400mm voldoet zijn de twee zwaarst belaste situaties (A en B in Figuur 13) doorgerekend: • •
21
A) Kabelgoot tussen twee bermgreppels met twee roosterputten; B) Duikerafvoer met uitstroom op een watergang;
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
A) Kabelgoot (0,60 m breed en 0,3 m hoog): – Afvoerend oppervlak circa 4.270 m2 (inclusief vegetatiedak en half verhard parkeren); – Berekende opstuwing 3 cm over 21 m duikerlengte bij 210 l/sec/ha; – 3 cm extra waterdiepte in de greppel van circa 60 cm diep voldoet ruimschoots in combinatie met de opstuwing veroorzaakt door het greppelprofiel zelf (< 40 cm bij 210 l/sec/ha).
B) Duikerafvoer met uitstroom op de watergang – Afvoerend oppervlak circa 8.200 m2 (inclusief vegetatiedak en half verhard parkeren) – Berekende opstuwing 34 cm over 40 m duikerlengte – 34 cm hydraulische opstuwing blijft beneden roosterputniveau (zie Figuur 14).
+9,10 HWP 8.90 HWP +8,70
BP 8.50 Opstuwing 8,04
NWP +7,70 Bob 7,50 Bob 7,20 BP +6,45
Figuur 14 Schematisatie hydraulische druklijn gevulde duikerbuis.
22
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
4.4
Waterberging
In het plangebied fase 2B is sprake van een vertraagde hemelwaterafvoer via wadi’s en bermgreppels naar uiteindelijk de al gerealiseerde waterbergingszones 01 en 02 in fase 1 (zie Figuur 7 in paragraaf 2.4). Deze twee bergingszones hebben voldoende capaciteit om naast het hemelwater uit fase 1 en fase 2A het hemelwater uit fase 2B op te vangen. • • •
Het totaal aan verhard oppervlak van fase 2B is 3,22 ha (zie Tabel 3); Dit levert een bergingsopgave van 2.062 m3; De beschikbare overcapaciteit in bergingszone 01 en 02 is ruim meer, namelijk 2.678 en 246 m3.
De uiteenzetting van benodigde en beschikbare berging is in detail uiteengezet in bijlage B en hieronder samengevat. Relevante uitgangspunten vooraf: •
De appartementen en de school zijn als zelfvoorzienend beschouwd in het halen van de 60 mm bergingsnorm door het toepassen van vegetatiedaken; De berging op eigen terrein (1,0 m3 per woning) is buiten beschouwing gelaten, omdat niet zeker is waar en hoeveel voorzieningen uiteindelijk worden gerealiseerd; De half verharde parkeerplaatsen zijn niet meegenomen als verhard oppervlak dat meetelt in de bergingsopgave; De berging in de wadi’s (30 cm) in fase 2B zijn meegenomen in de bergingsberekeningen; De dynamische berging (opstuwing) in de greppels zijn niet meegenomen in de bergingsberekening.
• • • •
4.4.1
Bergingszone 01
In bergingszone 01 is een restcapaciteit van 2.678 m3 berekend, te vertalen naar 41.844 m2 afvoerend verhard oppervlak. Aanvullend is in de bergingsberekening van fase 1 al rekening gehouden met een afvoer van 11.878 m2 uit fase 2B (3). Dit maakt het totaal toegestaan oppervlak uit fase 2B dat mag afvoeren op de bergingsvijver 01, 53.721 m2. Het daadwerkelijk afvoerend oppervlak naar bergingszone 01 uit fase 2B is maar 17.570 m2 (Figuur 15, Tabel 3). Er is dus ruim 36.151 m2 aan verhard oppervlak over wat nog zou mogen afvoeren op de bergingszone 01. Om deze statische berekening te toetsen is de retentieberekening uit fase 1 geactualiseerd met fase 2B en de daadwerkelijke omvang van de gerealiseerde retentie (wateroppervlak 4.303 m2). Dit levert een peilstijging van 71 cm bij een bui van 87 mm in 24 u inclusief 10% klimaatscenario bij een toegestane afvoer van 2,66 l/sec/ha. Oftewel er is 30cm ruimte over aan peilstijging. Dit komt overeen met de conclusie dat er nog 36.151 m2 aan extra verharding zou mogen afvoeren op bergingszone 01.
4.4.2
Bergingszone 02
In bergingszone 02 is een restcapaciteit van 246 m3 berekend, te vertalen naar 3.844 m2 afvoerend verhard oppervlak. Aanvullend is in de bergingsberekening van fase 1 rekening gehouden met een afvoer van 10.052 m2 uit fase 2B (3). Ook blijkt 3.477 m2 minder verharding uit fase 02A op de bergingszone af te voeren dan in de eerste berekening is aangenomen. Dit maakt het totaal toegestaan oppervlak uit fase 2B dat mag afvoeren op de bergingsvijver 02, 17.373 m2. Het daadwerkelijk afvoerend oppervlak naar bergingszone 02 uit fase 2B is 14.652 m2 (Figuur 15, Tabel 3). Er is in theorie nog 2.721 m2 aan verhard oppervlak over wat kan afvoeren op bergingszone 02. Om deze statische berekening te toetsen is de retentieberekening uit fase 1 geactualiseerd met de daadwerkelijke omvang van de retentie (overloopzone 3.307m2) en het actueel afvoerend oppervlak uit fase 1, 2A en 2B. Dit levert een peilstijging van 52 cm bij een bui van 87 mm in 24u inclusief 10% klimaatscenario bij een toegestane afvoer van 2,66 l/sec/ha terwijl 50 cm is toegestaan. Er is dus een tekort berekend dat niet overeenkomt met de statische berekening.
3
Waterhuishouding- en rioleringsplan Bloemendal fase1, 2019 Arcadis
23
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
4.4.3
Bergingszone 03
Bergingszone 03 ontvangt hemelwater uit fase 2A en er is rekening gehouden met een afvoer vanuit de oostelijke nieuwbouwfase 4 (4) van 9.673 m2. Vanuit fase 2B wordt er niet afgevoerd op bergingszone 03. Op basis van de civieltechnische vormgeving van bergingszone 03 is meer bergingsvolume aanwezig dan theoretisch benodigd. Er is een restcapaciteit van 1.058 m3 berekend aan de hand van een 3d volumebepaling (Figuur 16). Dit is te vertalen naar 16.531 m2 verhard oppervlak dat vanuit de toekomstige fase 4 nog extra mag afvoeren. Om deze statische berekening te toetsen is de retentieberekening geactualiseerd met de daadwerkelijke omvang van de retentie (overloopzone 3.755 m2). Dit levert een peilstijging van 30 cm bij een bui van 87 mm in 24u inclusief 10% klimaatscenario bij een toegestane afvoer van 2,66 l/sec/ha. Oftewel er is 20 cm ruimte over aan peilstijging in te vullen door het afvoerend oppervlak uit de toekomstige fase 4 en deels het tekort vanuit bergingszone 02.
Figuur 15 Afvoerend verhard oppervlak fase 2B
4
Waterhuishouding- en rioleringsplan Bloemendal fase 2A, 2021 Arcadis
24
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
Tabel 3 Type oppervlak en hoeveelheden Type oppervlak
Oppervlakte (m2)
Deelgebied
Noord
Zuid
Daken – Plat (vegetatiedak)
1736
4705
Woning
3491 (59 woningen 2 panden)
2540 (29 woningen 6 panden)
Parkeren Woning
349
225
Particuliere verharding (40% van woningopp.)
1397
1016
Rijbaan (d. grijs)
4906
5744
Overig verhard (l. grijs)
4509
8045
Parkeren (halfverhard)
2199
2866
Totaal verharding
18587
25141
Totaal verharding tbv berging
14652
17570
Perceel
5238
3678
Groen
9331
14084
Totaal oppervlak 33156
42903
25
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
BP +7,80
SP+ 8,30
BP +7,80
SP + 8,30
WP +7,70
SP 8,70
Situatie berging bij streefpeil
Situatie berging bij stuwpeil
Figuur 16 3D Volumebepaling bergingszones 01, 02 en 03 (SP = stuwpeil, WP = waterpeil, BP = Bodempeil)
26
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
4.4.4
Stuwput
De bestaande af- en ontwateringsgreppel ‘Zijtak Trammelantbeek’ zorgt voor een lediging van de bergingszones via een stuwput, geïntegreerd in de duiker onder de Laan van Verzet. Een spindelschuif bepaalt de mate van doorstroming en kan daarmee de vertraagde afvoer reguleren. In de natte winterse periode zullen de laagtes in de overloopzones langdurig nat kunnen blijven gezien de huidig optredende grondwaterstanden. In de zomer daarentegen zal het gebied een droog karakter hebben.
Figuur 17 Civieltechnische uitwerking stuwput in duiker onder de Laan van Verzet naar de Trammelantbeek
Wadi’s
4.4.5
In fase 2B zijn ten noorden van de Zijtak Trammelantbeek vanaf de Bloemendaallaan een aantal wadi’s gepland. Het totaal aan bodemoppervlak is 350 m2. Dit levert met 30 cm waterdiepte een berging van 105 m3 inhoud.
W
W W
Figuur 18 Locatie verlaagd groen (wadi's) fase 2B
De wadi’s worden voorzien van een onderliggend IT-riool met uitstroom op de nabijgelegen sloot. Het IT-riool ligt in een drainkoffer onder de toplaag van de wadi en zorgt zo voor een vlotte lediging van de wadi. 27
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
4.5
Vuilwaterstelsel
Het vuilwaterstelsel in fase 2B voert onder vrij verval af op het nieuw aan te leggen rioolgemaal in fase 2B. In de hoofdontsluitingsweg ligt het hoofdriool dat verdiept is aangelegd om toekomstige fases onder vrij verval aan te kunnen sluiten. De riooldiepte bij het gemaal is 4,0m-mv. De diameters in het hoofdriool zijn vergroot naar 315 mm om de toekomstige afvalwaterhoeveelheden zonder problemen af te kunnen voeren, indien het gemengd riool in de Bloemendaallaan gaat afvoeren. De nevenriolering is beperkt tot de minimale diameter van 250mm. Het bestaand gemengd riool in de Bloemendaallaan heeft de mogelijkheid om aan te sluiten op het vuilwaterriool van Bloemendal fase 2B. Het rioolgemaal nabij de stuwput de Vaarst kan dan komen te vervallen. Op basis van de rioolbeheergegevens dient één rioolstreng voor het rioolgemaal (circa 20 m aan lengte) te worden vervangen om het rioolafschot om te leggen. Verder wordt geadviseerd om het aangesloten verhard oppervlak (particuliere dakverharding) op het gemengd riool in beeld te brengen en zoveel als mogelijk af te koppelen. Regenwater zal het vuilwatergemaal namelijk onnodig belasten waardoor het gemaal in natte periode vaker en langdurig aanslaat. Dit gaat ten koste van de levensduur. Het vuilwaterontwerp is weergegeven in bijlage C.
4.5.1
Afvalwaterhoeveelheden
Het aantal grondgebonden woningen in fase 2B is geteld op 90, dit geeft een afvalwatercapaciteit van 2,25 m3/uur. Er zijn 86 appartementen geteld en een 5-laags gebouw met totaal 60 wooneenheden. Dit levert bij een aangenomen inwonerequivalent (i.e.) van 2 een afvalwatercapaciteit van 2,92 m3/uur. Verder is er nog een school en een gezondheidscentrum aanwezig. Op basis van de kentallen uit de kennisbank stedelijk water is de afvalwaterprognose hiervan bepaald op 1,8 m3/uur. • •
School: 288 leerlingen x 3,0 l/h + 12 werknemers * 25,0 l/u; Gezondheidscentrum: 40 behandelkamers, geschat 25 werknemers * 25 l/u.
Totaal komt de afvalwaterprognose van fase 2B dan op 6,97 m3/uur. De inhoud van de rioolbuizen in fase 2B is 66 m3 (totale lengte van 1350 m). Bij een afvalwaterprognose van 7 m3/u geeft dit 9,5 uur aan buffercapaciteit. Met de inhoud van de rioolputten wordt de resterende 18 m3 aan buffercapaciteit gehaald om 12 uur aan bufferinhoud beschikbaar te hebben, in geval het gemaal in storing gaat bij droog weer5. De maximale vullingsgraad van het vuilwaterriool wordt bij 7,0 m3/h niet overschreden. Een halfgevulde buis van 250 mm bij een minimaal verhang van 1:500 kan zeker 43 m3/uur verwerken. Eindfase Van de grofweg 1500 woningen gepland voor Bloemendal zijn er 420 in fase 1 en 150 in fase 2A gepland. Dit levert naar boven afgerond 1000 woningen die aangesloten worden op het nieuwe rioolgemaal in fase 2B. 1000 woningen levert een droogweerafvoer capaciteit 25 m3/u aan afvalwaterdebiet. Ook dit debiet kan ruimschoots door een 250 mm buis worden afgevoerd. Zekerheidshalve is gekozen om in fase 2B het hoofdriool als 315 mm uit te voeren. Dit onder andere door de mogelijke aansluiting van het gemengd riool in de Bloemendaallaan. De exacte pompcapaciteit zal in de nadere uitwerking moeten worden bepaald. De pompcapaciteit is groter dan het berekend afvalwaterdebiet om continue draaien te voorkomen.
De mate waarin de berging in het stelsel mag worden benut bepaalt in combinatie met het gewenst aantal keren aanslaan van de pomp per dag de benodigde pompcapaciteit. Aandachtspunt is dat de pompcapaciteit geen problemen geeft voor het ontvangende riool (250 mm) in fase 1. Het advies is om een pompcapaciteit te installeren die niet groter is dan 40 m3/u.
5
Indien het gemengd riool in de Bloemendaallaan wordt aangesloten is er bij neerslag onvoldoende buffercapaciteit.
28
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
Bijlage A Afwateringsplan
29
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
..
.... ,.,
.,.,
....
....
.,. 9.1!5
"' I'
••
...
-f'"
.,..
.,..
_,.,
\.-:__,---,-=:beide zïde b.o.b.
Duiker <6400 mm beide zïde b.o.b. 8.00 m NAP
.,.,
Duiker ltl400 mm
f400 mm zijde b.o.b. 8.10 m NAP, den met bestaande duiker b.o.b. 8.68 Aanbren en ra•betonte els
5' Duiker q.1400 mm belde zïde b.o.b.
55
oot
,.., 0
.-
.-
0.
",,K!Y--\
Op"ng 15 cm hoogteverschl op aanliggend perceel
.. J \i �
Ç:::�=+=�·-frl� .-
•
, •o
!.411
,,,
+9.42
..
� E_ +9.S2
22
..,
24
12
51
10
t,m
26
-Mo--+9.
•9M
28
qll
. .,_,. n
,.s
132
53
+
+"
14
8
4
6
�
30
• ' i l
4
32
Situatie 02 SCHAAL 1 : 500
2
.
4 .
'·'" +HB +9.ll
+9.64 +9.68,.
•
9.65
""""""''"�·�""
'=--..... � ,_m aa�NmonN ""'""·' '"'m•�·
Fase 1
"'
,.
••
'" '"'
..
""
•••
";
1 1
Jllll
1
•
'",.
,..
,..
•1.m
+9.25
..
+9, 0
..
9J2 1
"' ,.
+9.28
Afwatering plein n.t.b.
,.,. , ,
+9.20
""
Afwmring - n.t.1,
.,,_ "".,�. ,.,, .,_ � ,,_
••
1 1
1 1 1
. ..
••
•·
'
•
--
b.o.g,_ +B-� - - -
--- --
'
.'
-
+9.01
•
'
'
,.
9.17
-- --- ____.,....
-
' 1.18
.g.OS•
1.19
b.o.b.
\
1
@!}
SCHAAL 1 , 500
111.
.q.01 ....
t.19
11�.5 11 1.64-
"'
.,. ,.,, "
"
..
""'·'"' ••
ms
•
. ..
1
,)
57
0
55
.
• 1e
•• • "'
-
1
Contour Wadi Greppel (bodembreedte 0.5 m, talud HS en diepte 60 tot BO cm t.o.v. boveninsteek) Afschot verharding
Roosterput 10cm boven bodempeil incl. zandvanger
u
Bovengrondse afvoer
Uitstroomvoorziening met vuilrooster
D
•
Duiker met diameter en b.o.b.
Rioolput
■
,,1,0----\----\0;-'� \
Lijngoot Verholen kabelgoot op bodemniveau, afm: 0,6 m x 0,3 m (bKh) Grasbetontegels
Planoverzicht
..
.,
"
.....• -1-.-'
•
"' ' .
...,
Versie
, rn
11. '
V2
11.7:!
0\
Versie
'
..,.,,
OmschrU•hg, Definitief □atum: 29-11-2023 Get.: M.P. Boer Om0<hrü•ilg: Definitief □atum: 09-11-2023 Get.: M.P. BO<!r
Con, P. Storck
Vrij.: R. Kloosterman
Con, P. Storck
Vrij.: R. Klooshrn,an
Opdrachtgever
'"
Contact
Gemeente Barneveld
b.o,b. +t.10
1 1
59
1---,7'' '
.......
§§1
i\
Situatie 01
Duiker iti400 mm b.o.b. links 1.90 m nap b.o.b. rechts 8.00 m na
'" "· ,.11.811 "'
,--------1 1
::..,1o ':',h��• ':'!�::.'�'::'::: ••• """' 1;,rm" > !>t: ,.,., �
"
Kolkleiding, diameter nader te bepalen
(.
61
_
9.17
\
t\
-- ---- --
t-----l
51
'"
1 1
""
Type duikerconstructie door gemeente nader uit te werken
1
'·"
\
'
1 >>----<<I
51
9.21
\ ,_____.,
"
9
,,.
Opsluitband of geleideband
ob/gb
_11-� - - -,-t---- -
1 1
/
15
!)\I[ <1>315
+920
\
Bestaande ingemeten hoogteligging
,..
\!l \!l ,.
••
Toekomstige bodempeil in m t.o.v. NAP
+9.2D
'•
1 1 1
.. 1 1
•
+'
•··
•, 0
•
·- .......,::,::-.:!':, ;:;
-
Vloerpeil in m t.o.v. NAP Toekomstige maaiveld hoogte in m t.o.v. NAP
,..
bvo totaal 1 WiO m
1Vp. +9.'iO
I
,,.
;.., "' . ."'
.'
...
••
..,.,.
+·
.
+9.33
...
. ..
'
'"'
.,,
,s +9.30
Bebouwing met vegetatiedak
1111
,..
+9.3
,.
Bebouwing
•
,., ,.,
+9.25
-f-"'
+'"
••
•••
Legenda
•
•
\/Hal,10, 15.H.•l,JM 11.H,ai,l,S•
+ .32 +9.28 +9.25
•
+"'
1111•
+9.49
•
9.îl!
�\ é---�-7, +);'
r---r-;�-
······�
'" "'
_,i.65
+9,
0
f--1·•·� f--1 u \
""'"""'"'"""' ""'"'"
+9,64 +9.68
'"
•
9.491
•
J
•
Advies- en Ingenieursorganisatie
,.,
�ARCADIS
--
'"
1 1
Situatie 02 1 1
8m
Project ontwikkeling Bloemendaal ontwateringsadv
Projectnummer : XC03011000111 Fase : Voorontwerp Onderwerp
Architect Contact
R. Kloosterman Securily Category: AS2-lnt�rn�l
Bloemendal fase 2B Afwateringsplan "
" 1-------------------�----------l � Schaal : 1:500 Bladformaat: AO Status : [ontractnummer: Bladnummer : 1 van 1 Definitief � 1-,,-,-.,--------------------------------�-------------,,--,,--1• T ekeningnummer: Versie: BLD-ARC-SI-OO-DR-CE-V0-1000 V2
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
Bijlage B Uiteenzetting bergingsopgave en berekeningen
30
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
Berging B1
Verhard oppervlak naar B1 WHP 2019
63.137 m2 51.259 m2 11.878 m2
Waterhuishoudingsplan Bloemendal fase 1 (bijlage D) fase 1 obv bijlage afstroomvlakkenkaart 2019 gebied 10, excl fase 2b fase 2B (Z) obv afstroomvlakken WHP fase 1 2019
Benodigd volume obv retentieberekening (2019) Beschikbaar volume juli 2023 Restcapaciteit
3.273 m3 5.951 m3 2.678 m3
Waterhuishoudingsplan Bloemendal fase 1 paragraaf 4.3.4 Tekening CIV 800043-D09-N WATER 18-01-2021 volumebepaling obv 3d model inclusief oevers waterpeil 7,70 m NAP en stuwpeil 8,70 m NAP wateroppervlak bij 7,70 = 4303 m2
Toegestaan verhard oppervlak fase 2B naar B1
53.721 m2 11.878 m2 41.844 m2
Reeds meegenomen oppervlak uit fase 2B voor berging B1 Restcapaciteit in m2 (64 mm obv T=100 87 mm in 24 uur bij afvoer 2,66 l/s/ha)
Daadwerkelijk verhard oppervlak november 2023 nieuwe retentieberekening
17.570 m2 71 cm
fase 2B zuid , obv inrichtingsplan juli 2023 excl parkeren en vegetatiedaken peilstijging bij wateroppervlak 4303 m2 met theoretisch eenzijdig talud 1:10
Conclusie B1
36.151 m2 29 cm
over aan toegestaan afvoerend oppervlak retentieberekening van 16-07-2024 restant aan peilstijging
Verhard oppervlak naar B2 WHP 2019
31.200 m2 13.472 m2 7.676 m2 10.052 m2
Waterhuishoudingsplan Bloemendal fase 1 (bijlage D) fase 1 obv bijlage C afstroomvlakkenkaart 2019 gebied 6, excl fase 2b en fase 2a fase 2A obv bijlage C afstroomvlakkenkaart 2019 gebied 6 fase 2B (N) obv bijlage C afstroomvlakkenkaart 2019 gebied 6
Benodigd volume Beschikbaar volume augustus 2023 Restcapaciteit
1.629 m3 1.875 m3 246 m3
Verhard oppervlak fase 2a op B2 2021
4.199 m2
Waterhuishoudingsplan Bloemendal fase 1 paragraaf 4.3.4 Tekening CIV 800043-D03-N WATER 18-01-2021 volumebepaling obv 3d model inclusief oevers waterpeil 7,80 m NAP en stuwpeil 8,30 m NAP 3307 m2 bergend oppervlak vanaf 7,81 = Conform afstroomvlakkenkaart bijlage C, WHP fase 2a 2021
Toegestaan verhard oppervlak fase 2B naar B2
17.373 m2 3.477 m2 10.052 m2 3.844 m2
Niet gebruikt oppervlak uit fase 2a overhevelen naar fase 2B Reeds meegenomen oppervlak uit fase 2B voor berging B2 Restcapaciteit in m2 (64 mm obv T=100 87 mm in 24 uur bij afvoer 2,66 l/s/ha)
Daadwerkelijk verhard oppervlak juli 2023 nieuwe retentieberekening juli 2023
14.652 m2 52 cm
fase 2B noord, obv inrichtingsplan juli 2023 peilstijging bij bergend oppervlak 3307 m2 met theoretisch talud 1:5
Conclusie B2
2.721 m2 -2 cm
over aan toegestaan afvoerend oppervlak overschrijding peilstijging
Verhard oppervlak naar B3 WHP 2021
26.769 m2 17.096 m2 9.673 m2
Waterhuishoudingsplan Bloemendal fase 2a fase 2a obv bijlage C afstroomvlakkenkaart 2021 fase 3 en 4 obv bijlage C afstroomvlakkenkaart 2021
Benodigd volume Beschikbaar volume augustus 2023 Restcapaciteit
1.133 m3 2.191 m3 1.058 m3
Waterhuishoudingsplan Bloemendal fase 2a paragraaf 4,4 Tekening CIV 800043-D03-N WATER 18-01-2021 volumebepaling obv 3d model inclusief oevers waterpeil 7,80 m NAP en stuwpeil 8,30 m NAP bergend oppervlak vanaf 7,81 = 3755 m2
extra toegestaan verhard oppervlak op Bergingszone 3 nieuwe retentieberekening
16.531 m2 30 cm
Restcapaciteit in m2 (64 mm obv T=100 87 mm in 24 uur bij afvoer 2,68 l/s/ha) peilstijging bij wateroppervlak 3755 m2 met eenzijdig talud 1:10
Conclusie B3
16.531 m2 22 cm
over aan toegestaan afvoerend oppervlak restant aan peilstijging
toegestane peilstijging 1,00 m Berging B2
toegestane peilstijging 50 cm Berging B3
toegestane peilstijging 50 cm
retentieberekening van 16-07-2024
retentieberekening van 16-07-2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
Bijlage C Rioleringsplan
31
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
..
.... ,.,
.,.,
....
.,..
....
"' I'
9.1!5
•• +"' ..,.... Uitlegger t.b.v. vervolgfase
.
-f'"
,.tuN.AL. _
f400 mm zijde b.o.b. 8.10 m NAP, den met bestaande duiker b.o.b. 8.68
Duiker ltl400 mm \.-:.....---,-=:beide zïde b.o.b. 8.00 m NAP
.,.
Duiker <6400 mm beide zïde b.o.b. 8.00 m NAP
5'
=-·
Duiker q.1400 mm
belde zïde b.o.b. 8.00 m NAP :,,;.i,s;.�
:,,::.::,:; +�
55
.-
.-
132
22
53
51
10 26
------1
rl-tTî �
-�
6 30
m
��
4
. -
1:
32
:
Situatie 02 SCHAAL 1 : 500
2 4
•
,lil
''
"" ,.w
Fase 1
"""'
'
"'
"
"
'"'
V
Jllll
_.,» Ligging persleiding indicatief, aansluiten o vanuit fase
,..
•1.m
1111•
•
.,,.
.
•
-
9
...
\ 1---J
""
-
...
bvo totaal 1 WiO m
,..
Vuilwater inspedieput incl. putdekselhoogte
,,.
61
111.
,., ••
0
55 51
••
'
,.
,.
,
' '
' '
' '
....
11�
.5
.,. ,.,, " '
1.64-
11
9.21
t.19
1.19
1.18
'"
9.17
•
.......
..
"
,,
1
..
""'·'"' ,.
ms
1e
•• "
""
"'
Roosterput 10 cm boven bodempeil
D
Uitstroomvoorziening met vullrooster
i
'
Verholen kabelgoot op bodemniveau, afm: 0.6 m x 0.3 m (bxh)
1 >>----<<I
51
Duiker iti400 mm b.o.b. links 1.90 m nap b.o.b. rechts 8.00 m na
t]
Lijngoot
\!l \!l ..
.-
.
·- .......,::,::-
Vuilwater vrijvervalriool met diameter en bob in m t.o.v. NAP
57
,. Afwmring - n.t.1,
7.70 P�O 7,S
59
•••
••
Bestaande VWA leiding
Ontwerphoogte
,,,
.,,
Bestaande bebouwing
Ontwerp fase 2b
,..
••
Bestaande situatie
,.,
...
\
,
'" "'
:, ;:; '"' .,,_ "".,�. ,.,, .,_.:!'� ,,_
Legenda
15
,,.
,..
••
PVC fP315 mm, B.o.b. J.f2...!la_ar 1.22
"' ,.
Rioolstreng vervangen met juist B.o.b. links 1.60 m NAP B.o.b. rechts 7.65 m NAP
�- 7. '----:-------:, • •
1111
\/Hal,10, 15.H.•l,JM 11.H,ai,l,S•
.., •
PVC �315 mm B.o.b. 1,60 na<1r
•
•
emaal saneren
M� HlS
c-----1-
•
•
+"'
+"'
J
•
•
'"'
""
,
'·" "'
•
•
""
..
"
..
•
9.491
7-r, -,...�����----î'\\\ '1
' ''
\ ,.,,, \
.."'.
,.rn
9,lZ �-,.� !l,ll i\l�.11
8
4
+
-
'·
28
qll
+
�··
12
!1.411
,.,
!1,1!1
24
..,
Op"ng 15 cm hoogteverschl op 33nliggend perceel
______-1.------L--�
14
Type duikerconstructie door gemeente nader uit te werken Duiker
l-----d
•
Kolkleiding
Nieuw te plaatsen gemaal
u
Planoverzicht
.....• --
\ ,-.
' 1
1-.-'
'·"
'\
- -1i.0.g,.�s-� - - - - •
+920
1
\
@!}
"' ---·-
1 1 9.17
\1 i.----i
\
\ ,--------
PVC,,.650 mm .
Versie
OmschrU•hg, Oeflnltlef
Versie
Om0<hrü•ilg: Definitief
V2
11. '
"· '" ,. 11.7:!
□atum: 24-11-202] □atum: 09-11-2023
Get.: M.P. Boer Get.: M.P. Boer
Con, P. Storck
Vrij.: R. Kloosterman
Con, P. Storck
Vrij.: R. Klaast.rman
Contact
Opdrachtgever
1 1
'"
§§1
\
.
11.Bll
1
..,.,,
Gemeente Barneveld
�ARCADIS
1 1
Situatie 01 SCHAAL 1 , 500
Situatie 02
1 1
1 1
\
Contact
Project
'"
"
Architect
Advies- en Ingenieursorganisatie
,.,,
b,o,b. +t.10
R. Kloosterman
Barneveld- ecologie Bloemendal fase 2a&b
Projectnummer : XC05062000153 Fase : Voorontwerp Onderwerp
8m --
Securily Category: AS2-lnl�rn�l
Bloemendal fase 2B Rioleringsplan
" 1-------------------�----------l � Schaal : 1:500 Bladformaat: AO Status : Contractnummer:
Bladnummer : 1
van1
§
Definitief
1-,,..,.-,----------------------------�------------,,,--,---1• T ekeningnummer: Versie:
BLD-ARC-SI-OO-DR-CE-V0-1000
V2
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
Colofon WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B WATERHUISHOUDING- EN RIOLERINGSPLAN KLANT Gemeente Barneveld AUTEUR Ruud Kloosterman PROJECTNUMMER C03071.000717 ONZE REFERENTIE D10062792:65 DATUM 16 juli 2024 STATUS Definitief VRIJGEGEVEN DOOR
Bas Bierens Hoofd adviesgroep Stedelijk Water & Klimaatadaptatie
32
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
WOONONTWIKKELING BLOEMENDAL FASE 2B
Over Arcadis Arcadis is de leidende wereldwijd opererende datagedreven duurzame ontwerp-, advies- en consultancyorganisatie op het gebied van de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij zijn met 36.000 architecten, data-analisten, ingenieurs, projectplanners, water- en duurzaamheidexperts. Onze gedeelde passie is: Improving quality of life. Toewijding aan de strategie ‘accelerating a planet positive future’ onderschrijft onze wereldwijde samenwerking met klanten en hoe we hen helpen met duurzame projectkeuzes. We combineren digitale met mensgerichte innovaties en omarmen toekomstgerichte vaardigheden op het gebied van milieu, energie, water, gebouwen, transport en infrastructuur. We werken vanuit meer dan dertig landen en rapporteerden in 2023 een bruto omzet van 5 miljard euro. www.arcadis.com www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 137 8000 AC Zwolle Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life
Volg ons op
33
Arcadis
Onze referentie: D10062792:65 - Datum: 16 juli 2024
arcadis_nl
ArcadisNetherlands