CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bloemendal IIb_Toelichting_Bijlage 27 Masterplan watersysteem (2018)

Gemeenteraad 25 september 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Bloemendal fase IIb, Barneveld7.962 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport Projectnummer: 351557 Referentienummer: SWNL0229221 Datum: 17-07-2018

Masterplan watersysteem Barneveld Bloemendal Uitgangspunten watersysteem voor de uitbreidingswijk Bloemendal

Definitief

Opdrachtgever: Gemeente Barneveld Postbus 63 3770 AB BARNEVELD

Sweco Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle Postbus 1364 8001 BJ Zwolle Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Zwolle Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Remco Visser adviseur / projectleider cultuurtechniek T +31 88 811 63 40 M +31 6 51 29 56 59

Verantwoording Titel Subtitel

Masterplan watersysteem Barneveld Bloemendal Uitgangspunten watersysteem voor de uitbreidingswijk Bloemendal

Projectnummer

351557

Referentienummer

SWNL0229221

Revisie Datum

17-07-2018

Auteur(s)

Remco Visser

E-mailadres

remco.visser@sweco.nl

Gecontroleerd door

Stefan Witteveen

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Ron Buitelaar

Paraaf goedgekeurd

b/a Yska de Leeuw

2 (24)

Inhoudsopgave 1

Algemeen ................................................................................................................ 5

1.1

Inleiding ................................................................................................................... 5

1.2

Doel ......................................................................................................................... 5

1.3

Leeswijzer ................................................................................................................ 5

2

Ambities .................................................................................................................. 5

2.1

Doelen watersysteem Barneveld Bloemendal ......................................................... 5

2.1.1

Afvalwatersysteem ................................................................................................................5

2.1.2

Regenwatersysteem .............................................................................................................6

2.1.3

Grondwatersysteem ..............................................................................................................6

2.1.4

Oppervlaktewatersysteem.....................................................................................................6

2.1.5

Bouwrijp maken ....................................................................................................................7

3

Ontwerpuitgangspunten ....................................................................................... 7

3.1

Ontwatering en drooglegging .................................................................................. 7

3.1.1

Uitgangspunten ontwatering en drooglegging .......................................................................7

3.1.2

Uitgangspunten ontwerp drainage ........................................................................................7

3.2

Weg- en vloerpeilen ................................................................................................. 8

3.3

Afvoer van neerslag ................................................................................................. 8

3.3.1

Algemene uitgangspunten ....................................................................................................8

3.3.2

Uitgangspunten grijsgoten ....................................................................................................9

3.3.3

Uitgangspunten bodempassages ..........................................................................................9

3.4

Afvalwater en riolering ............................................................................................. 9

3.5

Oppervlaktewater..................................................................................................... 9

3.5.1

Uitgangspunten oppervlaktewater .........................................................................................9

3.5.2

Uitgangspunten oppervlaktewaterkwaliteit ..........................................................................10

3.5.3

Beheer en onderhoud .........................................................................................................10

4

Ontwerp robuust watersysteem ......................................................................... 10

4.1

Grondwaterdynamiek ............................................................................................ 11

4.1.1

Inventarisatie aanvullende peilbuisgegevens ......................................................................11

4.1.2

Inventarisatie boorgegevens archeologisch en bodemkundig onderzoek ...........................13

4.2

Minimale aanleghoogte ......................................................................................... 15

4.3

Waterberging ......................................................................................................... 16

4.3.1

Algemeen huidig watersysteem ..........................................................................................16

4.3.2

Inrichting nieuwe watersysteem ..........................................................................................17

4.3.3

Bergingsopgave ..................................................................................................................18

4.3.4

Beek 1 .................................................................................................................................19

4.3.5

Beek 2 .................................................................................................................................20

4.3.6

Nijkerkerweg .......................................................................................................................22

4.3.7

Boswonen ...........................................................................................................................22

3 (24)

4.4

Fasering ................................................................................................................. 23

4.5

Aandachtspunten stedenbouwkundig ontwerp ...................................................... 24

5

Gebruikte bronnen .............................................................................................. 24

Bijlage 1.

Overzicht GHG

Bijlage 2.

Minimale aanlegpeilen

Bijlage 3.

Afstroomgebieden en locatie waterberging

4 (24)

1

Algemeen

1.1 Inleiding Gemeente Barneveld is bezig met de voorbereidingen voor de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk aan de noordkant van Barneveld, deze wijk heet Bloemendal. De gemeente wil een duurzame wijk ontwikkelen. Daarbij hoort een robuust watersysteem. Om voor de nadere uitwerking van het stedenbouwkundig plan voldoende handvatten te hebben, wordt het Masterplan watersysteem Bloemendal opgesteld. In het masterplan worden de ambities en randvoorwaarden beschreven waaraan het watersysteem in Bloemendal moet voldoen. Deze ambities en randvoorwaarden zijn gezamenlijk vastgesteld met de betrokken partijen het Waterschap Vallei en Veluwe en gemeente Barneveld. De ambities en randvoorwaarden worden uitgewerkt in ontwerpuitgangspunten, een globaal ontwerp van het watersysteem en de ruimtelijke consequenties van dit ontwerp. 1.2 Doel Doel van het Masterplan watersysteem Bloemendal is het opstellen van uitgangspunten waarmee het stedenbouwkundig plan verder is uit te werken/detailleren is. 1.3 Leeswijzer Voor de nadere uitwerking van de wijk Bloemendal zijn door de gemeente een aantal ambities en doelen vastgesteld. Deze zijn in hoofdstuk 2 beschreven. Vervolgens zijn in hoofdstuk 3 technische uitgangspunten en eisen beschreven waarmee bij nadere detaillering rekening moet worden gehouden.

In hoofdstuk 4 is nadere uitwerking gegeven aan de heersende grondwaterstanden, het ontwerp van de watergang in relatie tot de bergingsopgaven.

2

Ambities

2.1 Doelen watersysteem Barneveld Bloemendal Voor de ontwikkeling van Barneveld Bloemendal zijn de gebiedsspecifieke kenmerken ‘beekdal’ en ‘ervenstructuur’ bepalend. Deze kenmerken vormen belangrijke uitgangspunten voor de uitwerking van het stedenbouwkundig plan. Naast de gebiedsspecifieke, zijn algemeen geldende doelen en eisen van toepassing voor de nadere uitwerking van het plan. Een aantal van deze algemene doelen zijn: • veilig en goed woonklimaat: droge voeten en geen wateroverlast, rekening houden met klimaatscenario’s; • robuust en duurzaam watersysteem: voorkomen van afvoer van grondwater; voldoende waterberging (principe vasthouden-bergen-afvoeren); • gezond watersysteem: beperken van ziektes door slechte waterkwaliteit. Deze hoofddoelen vormen de basis voor de doelen die voor Barneveld Bloemendal zijn opgesteld. De specifieke doelen zijn per onderdeel van het watersysteem beschreven. 2.1.1 Afvalwatersysteem In Bloemendal wordt het afvalwater met een DWA-riool ingezameld en afgevoerd naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Dit rioleringssysteem wordt zodanig aangelegd, dat de beheer- en onderhoudskosten worden beperkt en dat de riolering goed functioneert. Uit nader onderzoek moet blijken of de bestaande vrijvervalleiding van Waterschap Vallei en Veluwe omgelegd, en gebruikt kan worden als vrijvervalleiding voor de wijk Bloemendal.

Het zal in die situatie een gemeentelijk riool worden. De riolering mag dan onder de rijbaan liggen en obstakelvrije zones zijn niet nodig.

5 (24)

Regenwater wordt niet aangesloten op het vuilwatersysteem. 2.1.2 Regenwatersysteem Het regenwater wordt vertraagd uit Barneveld Bloemendal afgevoerd, volgens de trits vasthouden, bergen, afvoeren. Dit betekent in eerste instantie dat regenwater niet op de riolering wordt aangesloten. Regenwater wordt zo dicht mogelijk bij de plaats waar het valt, vastgehouden in de bodem door middel van bodempassages. Berging en afvoer vinden zoveel mogelijk bovengronds plaats. Bij bovengrondse afvoer wordt een systeem aangelegd dat bestaat uit grijsgoten, greppels en watergangen. Bij eventuele ondergrondse afvoer wordt het neerslagwater via een regenwaterriool naar het oppervlaktewater afgevoerd. Het systeem dient zodanig te worden aangelegd dat het veilig is, goed functioneert, geen overlast veroorzaakt en goed onderhouden en beheerd kan worden. Door gebruik te maken van duurzame niet uitlogende materialen blijft neerslagwater schoner en is de belasting van het milieu minimaal. 2.1.3 Grondwatersysteem De aanleg van Barneveld Bloemendal moet zo min mogelijk het grondwater beïnvloeden en mag geen nadelig gevolg hebben voor omliggende gebieden. Het uitgangspunt is dat kavels en wegen voldoende hoog worden aangelegd. Door het aanleggen van verharding zal minder regenwater de grond in trekken waardoor lokaal de grondwaterstand kan dalen.

Door het infiltreren van het neerslagwater vanuit bodempassages is binnen Bloemendal beperkte aanvulling van het grondwater mogelijk. Drainage dient bij voorkeur boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) aangelegd te worden. Uitgangspunt is dat de inwoners van Barneveld Bloemendal geen overlast hebben van hoge grondwaterstanden. Goede beheersing van hoge grondwaterpeilen is daarom essentieel. 2.1.4 Oppervlaktewatersysteem Het oppervlaktewatersysteem in Bloemendal is, naast molgoten en bodempassages, één van de deelsystemen om het neerslagwater dat binnen het plangebied valt te verwerken. Oppervlaktewater kan meewerken aan de belevingswaarde van de wijk. Zichtbaar water verhoogt het waterbewustzijn van de inwoners en kan recreatief worden gebruikt. Daarnaast draagt een natuurvriendelijke en ecologische inrichting van de water- en oeverzone bij aan de ontwikkeling van gebiedseigen flora en fauna. Het oppervlaktewatersysteem vormt zo één van de hoofddragers van de ruimtelijke structuur van Bloemendal. Bij de inrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de volgende aandachtpunten belangrijk: • voldoende ruimte voor onderhoud en beheer (goed en efficiënt); • zorgen voor goede waterkwaliteit (voorkomen van overlast door bijvoorbeeld stank of muggen en beperken nutriëntenbelasting); • veilig en kindvriendelijk (kans op verdrinking verkleinen).

6 (24)

2.1.5 Bouwrijp maken Weg- en bouwpeilen worden zodanig gekozen dat zo min mogelijk grond wordt aan- of afgevoerd. Vanuit het watersysteem wordt het uitgangspunt gehanteerd om grondwaterneutraal te bouwen. Deze twee uitgangspunten kunnen op gespannen voet met elkaar staan. In de verdere ontwikkeling van de deelplannen moet een afweging tussen deze twee uitgangspunten worden gemaakt. In de bouwrijpfase wordt er rekening mee gehouden dat het gehele watersysteem na aanleg goed kan functioneren. Het watersysteem moet daarbij voldoen aan de doelen die in de vorige paragrafen zijn beschreven. Niet alleen in de eindsituatie maar ook in de bouwrijpfase zijn maatregelen nodig om grondwateroverlast (voldoende ontwateringsdiepte) en overstroming vanuit het oppervlaktewater (voldoende drooglegging) te voorkomen. Tijdens de bouwrijpfase zal door het gebruik van zware machines verdichting van de grond optreden. Verdichting van de grond belemmert een goede werking van bijvoorbeeld de bodempassages. Aan het einde van de bouwrijpfase dienen passende maatregelen te worden genomen om deze effecten weer op te heffen. Te denken valt aan het spitten of scheuren van de bodem.

3

Ontwerpuitgangspunten

In dit hoofdstuk zijn de ontwerpuitgangspunten voor het watersysteem beschreven. Afhankelijk van de inrichting van het stedebouwkundigplan, kunnen aanvullende uitgangspunten gehanteerd worden. 3.1 Ontwatering en drooglegging 3.1.1 Uitgangspunten ontwatering en drooglegging De standaard uitgangspunten van de gemeente Barneveld zijn van toepassing. • Vloerpeil van woningen 0,30 m + maaiveld. • Door ophoging van het terrein dient te worden voldaan aan de ontwateringeisen. 3.1.2 Uitgangspunten ontwerp drainage De standaard uitgangspunten van de gemeente Barneveld zijn van toepassing. • Bij het toepassen van drainage dient te worden nagegaan of er sprake is van ijzerhoudend grondwater. Indien dat zo is, dient de drainage onder de grondwaterspiegel te worden aangebracht en via een zwanenhals of put uitstromen in greppel of watergang. • Rekening houden met benodigde ontwateringsdiepte. • Openbaar terrein: drainage in het zandbed van de weg, minimale diameter 125 mm oplopend naar 160 mm, diepte 1,0 m beneden wegpeil. • Particulier terrein: drainage in de achterpaden, diameter 125 mm, diepte 0,7 m beneden geldend adviespeil. • Maximale lengte drainagestrengen 50 m in verband met onderhoud. • Geen haakse bochten in de drainagestrengen. • Ter plaatse van haakse bochten doorspuit-/controleputten aanbrengen. • Drainage mag uitsluitend op oppervlaktewater of greppel afwateren.

Kruising van drainage door beplanting als ‘blinde buis’ uitvoeren in verband met wortelgroei.

7 (24)

vloerpeil

+0,3 m

en funderingsniveau

drooglegging 1,2 m

straatpeil

0,0 m

kruipruimte

-0,5 m

ontwateringsdiepte 0,7 m

zandaanvulling grondwaterstand -0,7 m max. opbolling 0,3 m draindiepte

-1,0 m

Open waterpeil

-1,2 m

Drain

Figuur 3.1

Principe van ontwatering en drooglegging

3.2 Weg- en vloerpeilen De weg- en vloerpeilen worden door een aantal aspecten bepaald. Voor de waterhuishouding is van belang dat zoveel mogelijk grondwaterneutraal wordt gebouwd. De GHG is bij het ontwerp van vloer- en wegpeilen leidend. Om te voldoen aan de vereiste ontwateringsdiepten is ophoging van het maaiveld noodzakelijk. Nadere uitwerking van vloer- en wegpeilen volgt nog. Aanbevolen wordt om het vloerpeil 0,30 m boven wegpeil aan te leggen om de afwatering van het terrein te kunnen waarborgen en wateroverlast te voorkomen. 3.3 Afvoer van neerslag 3.3.1 Algemene uitgangspunten De standaard uitgangspunten van gemeente Barneveld zijn van toepassing. • Alle neerslagwater uit de woonwijk mag rechtstreeks naar het oppervlaktewater worden afgevoerd. • Indien mogelijk, de afvoer van neerslagwater vertragen door toepassing van bodempassages. • Waterafvoer vanuit het plangebied bedraagt maximaal 3 l/s/ha bij een T=100. • Bewoners worden voorgelicht over de kwetsbaarheid van het gescheiden systeem door middel van folders en presentaties. Doel is het voorkomen van vervuiling. • Uitgangspunt is dat in de openbare ruimte enkel noodzakelijke, functionele verharding wordt toegepast.

Deze verharding dient, rekening houdend met de functie en het gebruik, zo veel mogelijk uitgevoerd te worden als waterpasserende elementenverharding (minimaal in de parkeervakken en bij voorkeur gehele erven/verblijfsgebieden). Deze dienen voorzien te zijn van een waterbergend pakket. Parkeervakken mogen ook voorzien zijn van half verharding. Een minimum aan verhard oppervlak beperkt de kosten (van aanleg, beheer, onderhoud en vervanging), beperkt de wateropgave (en daarmee de ruimteclaim ervan op de ontwikkeling) en draagt bij aan een groenere, duurzame en dus prettigere leefomgeving (meer ruimtelijke kwaliteit, minder hittestress).

8 (24)

3.3.2 Uitgangspunten grijsgoten De standaard uitgangspunten van de gemeente Barneveld zijn van toepassing. • Achterpaden worden gerioleerd. Indien in de detaillering blijkt dat het achterpad zonder overlast oppervlakkig naar de weg kan afwateren, is dit een optie. • In principe geen obstakels in het wegprofiel, die de vrije afvoer van water belemmeren. • Indien langs de weg een bodempassage is gesitueerd, wordt de weg op één oor naar de bodempassage gelegd. 3.3.3 Uitgangspunten bodempassages In de bodempassage zorgt een onderliggend, goed doorlatend grondpakket met een drain voor een ledigingstijd <24 u. De bodempassages worden vlak aangelegd om een gelijkmatig over het oppervlak verdeelde infiltratie te bewerkstelligen. De standaard uitgangspunten van gemeente Barneveld zijn van toepassing. Verder worden de volgende ontwerpuitgangspunten gehanteerd bij de detaillering: • geen ondergrondse aansluitingen op de bodempassage (behoudens in die situaties waar bovengronds afvoeren niet tot de mogelijkheden behoort, bijvoorbeeld lange achterpaden); • de bodempassages bestaan uit gras, hierbij is het van belang dat het gras machinaal gemaaid en afgevoerd kan worden. Ook dient een goed toegankelijke inrit voor het maaien aanwezig te zijn; • grasmat van de bodempassage éénmaal per jaar doorprikken.

3.4 Afvalwater en riolering Afvalwater in de wijk wordt verzameld via een droogweerafvoer (DWA) en afgevoerd naar de RWZI. De standaard uitgangspunten van de gemeente Barneveld zijn van toepassing. 3.5 Oppervlaktewater 3.5.1 Uitgangspunten oppervlaktewater De standaard uitgangspunten van de gemeente Barneveld zijn van toepassing. • In elke fase is voldoende berging in het gebied beschikbaar. • Afvoer mag niet meer zijn dan 3 l/s/ha bij een T=100 (neerslaggebeurtenis waarbij 86 mm neerslag in 24 uur valt:  daarbij mag 3 l/s/ha afgevoerd worden naar het watersysteem wat over 24 uur gelijk staat aan 26 mm neerslag;  de overige 60 mm dient in het plangebied te worden vastgehouden en gefaseerd te worden afgevoerd met een maximum van 3 l/s/ha). • De gewenste minimale drooglegging (afstand maaiveld tot streefpeil oppervlaktewater) bedraagt 1,2 m. • De toekomstige waterhuishoudkundige situatie benadert de natuurlijke situatie zoveel mogelijk. Hoogteligging, bodemopbouw en huidige waterlopen zijn hiervoor de basisingrediënten. • Het overgrote deel van de oevers zal op natuurvriendelijke wijze worden ingericht ten behoeve van een optimaal zelfreinigend vermogen van het water (flauwe oevers/plasbermen). • Bij het toepassen van een stuw geeft Waterschap Vallei en Veluwe de voorkeur aan een V-stuw.

9 (24)

3.5.2 Uitgangspunten oppervlaktewaterkwaliteit • Een waterdiepte in watervoerende watergangen van 0,10 – 0,30 m. • Bij stilstaand water dient minimaal 1,0 m waterdiepte aanwezig te zijn. • Op plaatsen waar waterdiepte niet kan worden gegarandeerd, worden bij voorkeur droogvallende greppels aangelegd. • Waar mogelijk, toepassing plas-/drasbermen; • Milieuhygiënische belasting van het milieu zoveel mogelijk beperken door het gebruik van uitloogbare stoffen zoals zink en koper te vermijden en afspoeling van nutriënten naar oppervlaktewater te beperken. 3.5.3 Beheer en onderhoud Voor het beheer en onderhoud stelt het waterschap eisen aan onder meer de bereikbaarheid van watergangen, die in beheer en onderhoud bij het waterschap zijn. De standaard uitgangspunten van gemeente Barneveld zijn van toepassing. • Waterdiepte:  bij varend onderhoud is een minimale waterdiepte nodig van 130 cm nodig. Het waterschap heeft de wateren verdeeld in A-, B- en C-wateren. De A-wateren worden onderhouden door het waterschap en de B-, en C-wateren door de aanliggende eigenaren, in stedelijk gebied meestal de gemeente. Voor het onderhoud is het belangrijk dat de wateren bereikbaar zijn voor onderhoudsmaterieel. De onderhoudsmethode is afhankelijk van de afmetingen van het oppervlaktewater.

Het waterschap geeft de voorkeur aan rijdend onderhoud vanaf de kant, maar is beperkt door de reikwijdte van de kraan. Hieronder is schematisch weergegeven hoe de onderhoudsmethode en de afmetingen zich tot elkaar verhouden.

Tevens dienen voldoende bootinlaatplaatsen te worden aangelegd.

4

Ontwerp robuust watersysteem

Bij het inrichten van het watersysteem dient zowel gekeken te worden naar oppervlaktewater en naar grondwater. Zowel waterschap als gemeente streven naar een robuust watersysteem dat voldoet aan de huidige eisen en rekening houdt met voorspelde klimaatsveranderingen. Onderzoek is verricht naar de heersende gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) in het plangebied. Paragraaf 4.1 gaat in op de heersende grondwaterstanden. De GHG is bepalend voor het minimaal aanlegpeil. Daarover gaat paragraaf 4.2. Vervolgens is in paragraaf 4.3 ingegaan op het inrichten van het watersysteem in combinatie met de bergingsopgave die gerealiseerd moet worden. Voor uitwerking van het stedenbouwkundig ontwerp zijn aandachtspunten opgenomen in paragraaf 4.4 en tot slot komt in paragraaf 4.5 de fasering aan bod.

10 (24)

4.1 Grondwaterdynamiek De beschikbare informatie van het huidige grondwaterregime is beperkt. Door de locatie van peilbuizen en het beperkt aantal metingen is er onvoldoende inzicht in het grondwaterregime, met name in het westelijk deel van het plangebied. Dit is een ’grijze zone’ wat betreft het grondwaterregime. Omdat er onvoldoende tijd is om een reeks goed gevalideerde monitoringsgegevens te verzamelen, is met onderzoek van beschikbare bodemkundige gegevens getracht meer inzicht te krijgen in het grondwaterregime. In het voorliggend onderzoek zijn de volgende stappen uitgevoerd: • inventarisatie peilbuisgegevens gemeente Barneveld; • inventarisatie boorgegevens archeologische en bodemkundig onderzoek; • inventarisatie van de grondwaterstanden vastgesteld in het veld tijdens het bodemkundig onderzoek (peilbuizen); • samenvoeging van grondwatergegevens bodemkundig onderzoek en maaiveldhoogtes archeologisch onderzoek en terreinmeting; • bepaling ontwateringsdiepte • vaststellen minimale aanlegpeilen. De gebruikte bronnen zijn vermeld in hoofdstuk 5. 4.1.1 Inventarisatie aanvullende peilbuisgegevens In Dinoloket staan in de omgeving van het plangebied een aantal peilbuizen. Deze zijn in beheer bij gemeente Barneveld. De laatste monitoringsgegevens zijn door de gemeente aangeleverd. Tabel 4.1 geeft de resultaten weer van de grondwatermonitoring rondom het plangebied.

Daarnaast heeft de gemeente een aantal peilbuizen rondom het gebied staan, die vanaf oktober 2016 gemonitord worden. De informatie van deze monitoring is aangeleverd door de gemeente. Deze bestaat uit een grondwatermonitoring van drie peilbuizen (vier filters). Twee peilbuizen staan op de westelijke rand van het plangebied, één peilbuis staat in het oosten van het plangebied. De duur van de monitoring is te kort om een betrouwbare grondwaterregime af te leiden. Om toch enig inzicht te krijgen in het grondwaterregime, is voor de gemeten reeksen het eerste (benadering GLG) en derde kwartiel (benadering GHG) bepaald. In tabel 4.2 zijn deze gegevens opgenomen. De locaties van de peilbuizen zijn weergegeven in figuur 4.1.

11 (24)

Figuur 4.4.1 Locaties peilbuizen Tabel 4.1

Monitoringsgegevens Dinoloket met langjarige meetreeksen (GLG – GHG) X-coord

Y-coord

Top filter

Onderkant filter

Maaiveld

(m)

(m)

(mNAP)

(m +NAP)

(m +NAP)

(m +NAP)

(m +NAP)

(m +NAP)

B32E0211_1

169280

462990

8,72

7,64

10,64

9,51

10,04

10,43

0,21

B32E1066_1

169038

462817

9,73

8,73

10,67

9,33

9,67

9,99

0,68

B32E1067_1

168633

462705

8,17

7,17

10,04

8,71

8,92

9,15

0,89

B32E1068_1

168245

462839

10,31

8,52

8,89

9,22

1,09

B32E1069_1

168278

462545

9,92

8,58

8,91

9,23

0,69

NAME

Tabel 4.2

7,85

6,85

GLG Gemiddeld

GHG

Ontwateringsdiepte tov GHG (m)

Monitoringsgegevens extra peilbuizen gemeente Barneveld (eerste en derde kwartiel) X-coord

Y-coord

Top filter

Onderkant filter

Maaiveld

Eerste kwartiel

Gemiddelde

Derde kwartiel

Ontwateringsdiepte tov GHG

(m)

(m)

(mNAP)

(m +NAP)

(m +NAP)

(m +NAP)

(m +NAP)

(m +NAP)

(m)

0_1

168959,81

462974,61

10,63

9,30

9,54

9,72

0,91

1_1

167434,35

462879,94

8,55

7,51

7,70

7,86

0,69

1_2

167434,35

462879,94

8,55

7,48

7,67

7,84

0,72

4_1

167389

462503

8,7

7,53

7,74

7,97

0,73

NAME

Om inzicht te krijgen in de verschillende grondwaterstanden in en om het plangebied zijn de waarden vanuit bovenstaande tabellen in figuur 4.2 zichtbaar gemaakt. Van deze peilbuizen is ook gekeken wat de ontwateringsdiepte is (maaiveldhoogte – grondwaterstand). Dit is in figuur 4.3 weergegeven.

12 (24)

Figuur 4.4.2 Benadering GHG op basis van grondwatermonitoring

Figuur 4.4.3 Ontwateringsdiepte op basis van grondwatermonitoring

4.1.2 Inventarisatie boorgegevens archeologisch en bodemkundig onderzoek Boorgegevens van zowel het archeologisch onderzoek als het bodemkundig onderzoek zijn gebruikt om meer inzicht in het grondwaterregime te krijgen. Tijdens de uitvoering van het bodemkundig onderzoek zijn peilbuizen geplaatst om grondwatermonsters te nemen. Tegelijkertijd zijn op deze locaties de grondwaterstanden opgenomen. Deze zijn vastgesteld ten opzichte van maaiveld. Door het ontbreken van de maaiveldhoogtes, is niet bekend wat de grondwaterstanden zijn ten opzichte van NAP. Deze zijn uiteindelijk afgeleid door de gemeten maaiveldhoogten van nabijgelegen boring van het archeologisch onderzoek aan te houden.

13 (24)

Hoewel hier een onnauwkeurigheid op kan treden, is deze methode nauwkeurig genoeg om de grondwaterstanden terug te leiden tot NAP. De bepaling van de grondwaterstand in de boringen is natuurlijk maar éénmalig. Daarom is een aanname gedaan voor het bepalen van de GHG (die leidend is voor de vereiste ontwateringsdiepte). Op basis van de grondwaterstanden in de boringen, de waterstanden in de peilbuizen en de bodemopbouw is ingeschat dat de GHG circa 20 cm hoger zou kunnen liggen. De marge van circa 20 cm is aangehouden vanwege de aanwezigheid van een leemlaag en matig fijn zand in een groot deel van het plangebied. Deze leemlaag zorgt voor een schijngrondwater-spiegel en relatief hoge grondwaterstanden. Het is bekend dat schijngrondwaterstanden op leemlagen snel kunnen stijgen na neerslag. In figuur 4.4 zijn de ingeschatte GHG’s van de boringen (dus inclusief de ophoging met circa 0,20 m) weergegeven. De ontwateringsdiepte is weergegeven in figuur 4.5. Uit deze analyses blijken er op korte afstanden grote verschillen voor te komen. Er zijn enkele mogelijke oorzaken voor deze verschillen. • De peilbuislocatie (gws bodemkundig onderzoek) en de boorlocatie (maaiveldhoogte archeologisch onderzoek) komen niet geheel overeen. Bij het uitvoeren van het bodemkundig onderzoek is de grondwaterstand vastgesteld ten opzichte van het maaiveld en niet ten opzichte van NAP.

De grondwaterstand is teruggerekend naar NAP op basis van de dichtstbijzijnde NAP-hoogte van een archeologische boring. Hierdoor zijn mogelijk verschillen ontstaan in ontwateringsdiepte op relatief kleine afstand. • De grondwaterstanden zijn vastgesteld in het veld. De data van het veldwerk verschillen van elkaar en dat is mede bepalend voor de vastgestelde grondwaterstand (begin herfst en einde winter). • De gemeten grondwaterstand kan afwijken van de echte grondwaterstand. Tijdens het veldwerk kan het voorkomen dat de grondwaterstand zich niet geheel hersteld heeft in het boorgat, waardoor een lagere waarde is gemeten. Met het bepalen van de minimale aanlegpeilen zijn de waargenomen verschillen afgevlakt, omdat de grondwaterstand zich ook over grotere vlakken meestal nivileert.

Figuur 4.4.4 Ingeschatte GHG op basis van de grondboringen

14 (24)

Figuur 4.4.5 Ontwateringsdiepte op basis van gegevens bodemonderzoek

In bijlage 1 is een groter overzicht van bepaalde GHG standen opgenomen. 4.2 Minimale aanleghoogte Om te voldoen aan de ontwateringsnormen, is volgens de uitgangspunten een ontwatering nodig van minimaal 0,70 m ter plaatse van wegen en woningen. Op basis van de informatie uit voorgaande hoofdstuk, zijn de minimale aanlegpeilen voor de verschillende gebieden van Bloemendal bepaald. Daar waar de nieuwe wijk aansluit op de bestaande wijk De Vaarst, zijn minimale peilen meer afgestemd op de bestaande weg-peilen. Het plangebied loopt in oostelijke richting op. Dit geldt ook voor de aanwezige leemlaag, deze stijgt ongeveer evenwijdig met het maaiveld mee omhoog in oostelijk richting. De ontwateringsdiepte is in de oostelijke hoek van Bloemendaal, op basis van de ingewonnen data, gering. Hierdoor is het noodzakelijk om enkele delen van het plangebied in de noord-oosthoek behoorlijk op te hogen. Door de aanwezigheid van de leemlaag treedt een schijn-grondwaterspiegel op. Om te voorkomen dat intredend regenwater voor overlast zorgt, kan drainage toegepast worden. Door de drains boven de GHG te leggen, zal geen grondwater afgevoerd worden maar kan overlast door intredend regenwater voorkomen worden. Bij het bepalen van de minimale aanleghoogten is uitgegaan van de ontwateringsnormen. De ophoging van het maaiveld zal plateau’s gewijs plaatsvinden.

In bijlage 2 zijn de minimale aanlegpeilen opgenomen en ook is een kaart met minimale ophogingen opgenomen in bijlage 2.

15 (24)

4.3 Waterberging 4.3.1 Algemeen huidig watersysteem Het watersysteem in het plangebied bestaat uit een A-watergang (Zijtak Trammelantbeek), een B-watergang (Trammelantbeek) en C-watergangen. Een groot deel van de C-watergangen stroomt af naar de Zijtak Trammelantbeek of naar de Trammelantbeek. De bodemhoogten van de bestaande watergangen zijn bepaald op basis van een terreininmeting van de gemeente Barneveld (Barneveld Noord versie 21-06-2016). Daarnaast heeft het waterschap profielen aangeleverd vanuit hun archief uit 1990. Deze profielen geven een zelfde beeld als de inmeting van de gemeente. In de zuidwesthoek lijkt, op basis van de terreinmeting, een gedeelte af te stromen richting het zuiden. Er ligt een duiker onder de Thorbeckelaan bij de rontonde. Deze duiker is in de vorm van een sifon met twee zandvangputten aangelegd. De duiker heeft een diameter van 500 mm. De uitstroombak noord ligt op +7,20 m NAPen de uitstroombak zuid op +7,22 m NAP. De duiker voert het water af via de watergangen ten noorden en westen van de Midden-Nederlandhallen naar de Kleine Barneveldse Beek. Vlak voor de uitmonding in de beek is een stuw geplaatst met een kruinhoogte +7,40 m NAP en een debietregulerende opening op +7,00 m NAP met een diameter van 125 mm. Ter hoogte van de insteekweg naar Sportpark ’t Nieuwe Oost ligt een duiker ronde duiker 700 mm met een b.o.k.

buis aan de noordzijde op +7,46 m NAP en aan de zuidzijde een b.o.k. buis op +7,32 m NAP. Het waterpeil in de watergangen, die in noordelijkewestelijke richting afstromen, wordt nu onder andere bepaald door de duiker in de Trammelantbeek, ter hoogte van de rand van het plangebied. Deze duiker ligt op +6,89 m NAP. Het streefpeil in de Esvelderbeek is +6,95 m NAP. Het plangebied stroomt onder vrijverval via de Trammelantbeek naar de Esvelderbeek. Het is in principe een systeem dat droog kan vallen, mits er geen afvoer van kwelwater is. De bodemhoogte van de Trammelantbeek stijgt vanaf de grens van het plangebied van circa +7,10 m NAP in oostelijke richting op tot +8,50 m NAP. De Zijtak Trammelantbeek loopt van circa +7,12 m NAP naar +7,85 m NAP. De Zijtak Trammelantbeek is ook een belangrijke afvoer voor de waterpartijen in de wijk De Vaarst. De waterpartij in deze wijk kan via een stuwput met een drempel op +8,50 m NAP overstorten op de Zijtak Trammelantbeek. Het oppervlaktewater in De Vaarst wordt gevoed door neerslagwater en zal alleen bij veel neerslag overstorten op de Zijtak Trammelantbeek. Er wordt vanuit gegaan dat De Vaarst zijn eigen broek ophoudt wat betreft de waterberging. In figuur 4.6 is een overzicht van de ligging van de verschillende beken opgenomen.

16 (24)

Figuur 4.6

Ligging bestaande beken (gemeten bodemhoogte in rood)

4.3.2 Inrichting nieuwe watersysteem Om wateroverlast te voorkomen, is het noodzakelijk om woonwijken klimaatrobuust in te richten. Naast het realiseren van waterberging, is het daarom ook van belang om nieuwe wijken zo in te richten dat water altijd naar een laag gedeelte kan stromen. Zo is wateroverlast en schade aan de woningen te minimaliseren. Bij de ontwikkeling van Bloemendal is rekening gehouden met het aanleggen van ruime groene zones tussen de uit te geven bouwkavels. Deze zones zijn bedoeld voor het transporteren van water naar de waterbergingen of zijn in te zetten voor het bergen en vertraagd afvoeren van water naar de centrale waterbergingslocaties. Dit kunnen groengoten of wadi’s zijn. Voor het bepalen van de bergingsopgave is het plangebied opgedeeld in vier afstroomgebieden. De Zijtak Trammelantbeek (beek 1), de Trammelantbeek (beek 2), de Nijkerkerweg en Boswonen. In figuur 4.7 zijn deze gebieden weergegeven. Bij het bepalen van de benodigde ruimte voor waterberging is uitgegaan van principeprofielen. Deze profielen staan niet vast en kunnen bij nadere uitwerking van het watersysteem wijzigen. Door het hoogteverschil in het plangebied en om te voldoen aan de ontwateringseis, zal het minimale aanlegpeil in oostelijke richting trapsgewijs stijgen. Voor het realiseren van waterberging is het ook noodzakelijk om de bergingen trapsgewijs aan te leggen.

Dit betekent dat er verschillende ’stuwpanden’ nodig zijn om de berging te realiseren. Bij de nadere uitwerking van het watersysteem is nadere detaillering van het watersysteem met deze ’stuwpanden’ noodzakelijk.

17 (24)

Figuur 4.7

Afstroomgebieden Bloemendal

De zone rond de Zijtak Trammelantbeek (beek 1) en de Trammelantbeek (beek 2) biedt de meeste ruimte voor waterberging. Langs de Nijkerkerweg is ruimte te vinden in afzonderlijke waterpartijen die via de bermsloot langs de weg onderling verbonden zijn en afwateren richting de Zijtak van de Trammelantbeek. In het zuidwestelijke deel van het plangebied is ruimte aanwezig voor het realiseren van een waterpartij in het gebied Boswonen. In de volgende paragraaf is de benodigde waterberging per afstroomgebied beschreven. 4.3.3 Bergingsopgave Voor het bepalen van de bergingsopgave is een inschatting gemaakt van het verhard oppervlak (Fv). Het verhard oppervlak is bepaald op basis van het verlopig ontwerp van de wijk Bloemendal. Daarin is aangenomen dat het uitgeefbaar gebied 60% verhard is. Het verhard oppervlak van de wegen is bepaald, waarbij rekening is gehouden met 20% extra verharding voor nadere uitwerking in verband met inritten, voet- en fietspaden en verharding in de groene zones. Per afstroomgebied is het verhard oppervlak bepaald en de bergingsopgave berekend. In tabel 4.3 is het verhard oppervlak en de bergingsopgave opgenomen. Tabel 4.3

Berekening verhard oppervlak en bergingsopgave

Omschrijving

Beek 1

2

Wegen (m )

Beek 2

Nijkerkerweg

Boswonen

21670

35028

4655

11624

77854

92208

21014

40581

Totaal_Fv (m )

99526

127236

25670

52205

Open water (m2)

10.100

4.250

Totaal oppervlak (m2)

109.626

131.486

0,06

0,06

0,06

0,06

6577

7.889

1540

3132

2

Fv_Uitgeefbaar (m ) 2

Bergingsopgave (m) 3

Totale bergingsopgave (m )

De ligging van de verschillende waterbergingen is weergegeven in bijlage 3.

18 (24)

Voor het bepalen van de bergingsopgave is uitgegaan van een gemiddelde waterstand van +7,45 m NAP. Dit peil is een aanname vanwege het ontbreken van meetgegevens. Er is rekening gehouden met weerstand in de watergang door begroeiing, waardoor opstuwing van circa 30 cm water in de beek ontstaat. 4.3.4 Beek 1 Beek 1 heeft een lengte van circa 500 meter. De hele zone is ongeveer 45 meter breed. Om de berging te realiseren is uitgegaan van één principe profiel, zoals weergegeven in figuur 4.8.

Figuur 4.8

Principeprofiel beek 1

Voor de landschappelijk inpassing van de beek is variatie met de breedte van het profiel mogelijk, mits voldaan wordt aan het minimale oppervlak van 10.100 m 2 op een niveau van +7,45 m NAP en een wateroppervlak van circa 15.200 m 2 bij een waterpeil van +8,30 m NAP. De aanwezige berging is bepaald door de gemiddelde breedte 25,30 m ((20,20 m + 30,40 m)/2)) te vermenigvuldigen met de bergingsdiepte van 0,85 m en de lengte van de watergang (500 m). Bij het bepalen van de afmetingen is uitgegaan van een bodemhoogte van gemiddeld +7,15 m NAP. De beken in het plangebied vallen in de zomerperiode nagenoeg droog, omdat het streefpeil in de Esvelderbeek op circa +6,95 m NAP is ingesteld en de bodem van de bestaande watergangen oplopen tot >+7,85 m NAP. De enige afvoer zal bestaan uit kwelwater. De plasberm zal daardoor ook grotendeels van het jaar droog staan en kan dan onderhouden worden. In tabel 4.4 is de berekening van berging opgenomen.

19 (24)

Tabel 4.4

Berekening berging beek 1

Omschrijving

Beek 1

Wegen

21.671

m2

Fv_Uitgeefbaar

77.855

m2

Totaal_Fv

99.526

m2

Open water

10.100

m2

Totaal oppervlak

109.626

m2

Bergingsopgave

0,06

m

Totale bergingsopgave

6.577

m3

Aanwezige berging

10.753

m3

Overschot / te kort (m3)

+4.174

m3

4.3.5 Beek 2 Beek 2 ligt ongeveer in het oude tracé van de Trammelantbeek. Het minimale aanlegpeil in dit deel van het plangebied loopt in oostelijk richting omhoog van circa +9,30 m NAP naar +10,75 m NAP. Binnen het ontwerp is ongeveer een strook van achttien meter beschikbaar. Dat betekent dat de te ontwerpen watergang op grote delen niet breder kan zijn dan zes meter van insteek tot insteek in verband met het uitvoeren van eenzijdig onderhoud. Op enkele delen is het mogelijk tweezijdig onderhoud uit te voeren en is de beek ook breder te maken. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de ligging van persleiding van het waterschap. De beek dient langs deze persleiding gesitueerd te worden. Om voldoende water te bergen in de Trammelantbeek, is het nodig beek 2 op te delen in verschillende vakken met een verschillende bodemhoogte. Het westelijke gedeelte dient aan te sluiten op de bodemhoogte van de Zijtak Trammelantbeek. Bij het maken van de berekening is uitgegaan van een principeprofiel, zoals weergegeven in figuur 4.9. Uitgangspunt daarbij is dat er 0,20 m water in de beek staat bij een waterpeil van +8,70 m NAP. Het waterpeil kan stijgen tot circa +9,40 m NAP. De bergende schijf is dan 0,70 m.

De berging is berekend door het gemiddelde van het wateroppervlak bij +8,70 m NAP en +9,40 m NAP te nemen en te vermenigvuldingen met de totale lengte van beek 2 (3,80 m x 0,70 m x 1.250 m).

20 (24)

Figuur 4.9

Principeprofiel Beek 2

In het plangebied is het mogelijk om extra waterberging te creeren op twee locaties. Daarmee is circa 1.200 m3 extra berging te realiseren bij een bergingsdiepte van 0,50 m. De ligging van deze gebieden is weergegeven in bijlage 3. In tabel 4.5 is de berekening van de berging opgenomen. Tabel 4.5

Berekening berging beek 2

Omschrijving

Beek 2

Wegen

35.028

m2

Fv_Uitgeefbaar

92.208

m2

Totaal_Fv

127.236

m2

Open water

4.250

m2

131.486

m2

Bergingsopgave

0,06

m

Totale bergingsopgave

7.889

m3

Berekende berging

3.325

m3

Totaal verhard

2.400

m2

Bergingsdiepte

0,5

m

Extra berging

1.200

m3

144

m3

Aanwezig extra netto bergings oppervlak

Bergingsopgave op extra oppervlak netto extra

1.056

m3

Overschot / te kort

-3.433

m3

Uit de berekening blijkt dat er onvoldoende berging in beek 2 aanwezig is. Beek 2 loost haar water via beek 1. Daardoor is het mogelijk om water vanuit beek 2 te bergen in beek 1. In beek 1 is circa 4.174 m3 extra ruimte voor berging aanwezig, daarmee is voldoende berging beschikbaar voor de afvoergebieden van beek 1 en beek 2. Er resteert dan nog een overschot van 741 m3.

21 (24)

4.3.6 Nijkerkerweg Langs de Nijkerkerweg ligt een C-watergang voor de afvoer van water vanaf de weg en de aangrenzende percelen. Het is goed mogelijk om waterberging voor een deel van het plangebied aan te sluiten op deze watergang. Het is wel nodig deze watergang te verbreden met minimaal 1,60 m op de bodem en, waar mogelijk, meer. Zo is het mogelijk om langs de Nijkerkerweg circa 2.175 m3 berging te creeren. Het profiel van de watergang is vergelijkbaar met het profiel van beek 2. De uiteindelijke afwatering zal langs de Nijkerkerweg of door het plangebied (één van de groene zones) plaats vinden. In tabel 4.6 is de bergingsberekening opgenomen van de berging langs de Nijkerkerweg. Tabel 4.6 Omschrijving

Nijkerkerweg

2

Wegen (m )

4.655

m2

Fv_Uitgeefbaar

21.014

m2

Totaal_Fv

25.669

m2

Open water

4.083

m2

29.752

m2

Bergingsopgave

0,06

m

Totale bergingsopgave

1.785

m3

Berekende berging

2.171

m3

386

m3

netto extra

Dit betekent dat er voldoende berging is te realiseren aan de westkant van het plangebied voor afstroomgebied Nijkerkerweg. Aandachtspunt is hoe de afvoer van nieuwe waterbergingen langs de Nijkerkerweg richting de Zijtak Trammelantbeek gerealiseerd wordt. 4.3.7 Boswonen Het gebied Boswonen ligt in de zuidwesthoek van het plangebied. Dit gebied kenmerkt zich door een beboste natuurlijke omgeving. De rondlopende weg krijgt een greppel met een diepte van circa 0,50 m voor het transport van water naar deels bestaande watergangen en een te realiseren waterberging. In figuur 4.10 is een doorsnede van deze greppel weergegeven.

Figuur 4.10

Principeprofiel greppel Boswonen

Op basis van het afstromend verhard oppervlak is 3.445 m3 berging nodig. De berging binnen het plangebied is in principe rondom het markante gebouw in de zuidwesthoek te realiseren aanvullend daarop is berging in de groene zone aan de noordkant te realiseren.

22 (24)

In tabel 4.7 is de berekening van de benodigde berging van afstroomgebied Boswonen opgenomen. Tabel 4.7 Omschrijving 2

Boswonen

Wegen (m )

11.624

m2

Fv_Uitgeefbaar

40.581

m2

Totaal_Fv

52.205

m2

Bodemoppervlak benodigde berging (circa 10% van verhard)

5.220

m2

57.425

m2

Bergingsopgave

0,06

m

Totale bergingsopgave

3.445

m3

In bijlage 3 is de bepaalde ruimte voor waterberging weergegeven. 4.4 Fasering De ontwikkeling van Bloemendal zal in verschillende fasen plaats vinden. De eerste fase is weergegeven in figuur 4.6. In de eerste fase zal voldoende waterberging gerealiseerd moeten worden. Bovenstrooms gelegen fasen kunnen, indien onvoldoende waterberging in de betreffende fase aanwezig is, overstorten op een lager gelegen fase en daar gebruik maken van nog beschikbare berging. Het watersysteem dient in alle fasen zo ingericht te zijn dat de afvoer van nog niet ontwikkelde fasen en bestaande gebieden gegarandeerd wordt.

Figuur 4.6 Fase 1 van Bloemendal

23 (24)

4.5 Aandachtspunten stedenbouwkundig ontwerp In het plangebied ligt een vrijvervalleiding PVC Ø 400 mm van Waterschap Vallei en Veluwe. Deze leiding transporteert afvalwater uit Kootwijkerbroek naar de RWZI. De leiding is in 2008 aangelegd. Boven de leiding geldt een obstakelvrije zone van 6 m (3 m links / 3 m rechts). Tijdens het overleg op 12 oktober 2016 en 1 juli 2018 heeft het waterschap aangegeven dat het verleggen van deze leiding een optie is, maar dat de kosten daarvan voor rekening van gemeente Barneveld zijn. Daarnaast is voor het waterschap bespreekbaar dat deze leiding in eigendom van de gemeente komt. Dit geeft meer vrijheid voor de stedelijke inrichting (zie ook paragraaf 2.1.1). Revisie van deze leiding is door het waterschap beschikbaar gesteld. De Trammelantbeek is nu een mooi beekje met, op delen, een natuurlijke uitstraling. Door het profiel voor de basis afvoer smal te houden is kan dit beeld gehandhaafd blijven en is deze gelijktijdig ook goed in te passen in een stedelijke omgeving. Bij de nadere uitwerking dient hier extra aandacht aan gegeven te worden.

5

Gebruikte bronnen

Voor het bepalen van de minimale aanlegpeilen en de benodigde berging is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, Rijkswaterstaat, 2011); • terrein- en situatiemeting (DWG-bestand Barneveld Noord 21-06-2016); • grondwatergegevens peilbuizen van de Gemeente Barneveld; • grondwatergegevens uit DINO-loket (Data en Informatie Nederlandse Ondergrond) en REGIS V2.2 (Regionaal Geohydrologisch Informatiesysteem (NITG-TNO); • locaties grondboringen (BNO1629_Fig 3.1 en boorbeschrijvingen archeologisch onderzoek (B1629_PDF_boorbeschrijving) Archol; • verkennend bodemonderzoek Barneveld Noord (R01-77132-RSC) Ingenieursbureau Land 11 april 2017; • definitieve Legger Gelderse Vallei 2017, Waterschap Vallei en Veluwe (http://valleienveluwe.maps.arcgis.com/).

24 (24)

Bijlage 1. Overzicht GHG

7,45

#

9,1

9,1

9,1

9,1

9,1

7,86 9,2

! .

8,25

9,2

#

9,2

8,4 #9,1 9,1 9,1 9,1 8,9 7,6 7,84 # 8,9

9,1

#

9,2 8,3 # 9,2

8,55 9,2 9,2

9,1 7,6 9,5

8,35

# 9,2

9,1 8

9,2

9,1

#

9,1 8,9

9,1 9,1

9,2

#

9,18

#

9,1

#

9,1

9,5

9,75 9,75 8,8 # 9,22

9,1

8

#9,1

8,25

8,2

8,95

#

9,85

9,85

8,9

#9,9 10,4

9,9

10,4

9,85 8,7

# 9,85

. !

9,5

7,9 9,5#

. !

9,5 8,7

#

8,4

9

9,1

#

Legenda plangrens

9,23

. !

#

#

! .

Aanvullende_peilbuizen 3e kwartiel

. !

Peilbuizen_GHG

#

Gws bodemonderzoek

9,1 9,1

9,1

#

9,1 8,2

9,1

8,9 7,5

8,6 9,75

#

8,4

9,2 9,2 7,55

8,1

9,1

8,1

#

! .

9,3

9,3

9,3 9,3

9,2

# 9,1

9,1 8,29,1

#

9,3

9,5

#

9,2

8,65 9,2#

9,3

9,3

9,3

9,1 #

#

9,2

9,1 8,3 9,1

8,45 9,75 # 9,85

#

9,8

Wegen

9,1

Grondwaterstanden en aanlegpeilen Bloemendal

Opdrachtgever: Gemeente Barneveld Projectnummer: 351557 Status: Definitief Datum: 18-7-2018 Schaal: 1:6.000 Formaat: A3 Getekend: RV - Gecontroleerd: RV 0

Esri Nederland, Community Map Contributors

60

120

180

240

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

300

360 meter

´

C:\Data\Projecten\Projecten 2018\351557 - Barneveld Bloemendaal\Doc In Bewerking\GIS-mappenstructuur\2. Projecten\Bloemendal.mxd 18-7-2018 14:18:00

9,1

8,7 9,8

9,1 # 9,85

8,82

. !

#

9,3

9,3 9,3

9,3

9,5

9,3

9,3

9,3

8,6 9,75

#

9,5

9,75 9,75 8,8 # 9,22

8,4

#

9,2 9,2 7,55

9,3 8,1

#

#

9,1

9,18

#

9,1

9,1

9,1

8 #9,1

8,95

#

9,85

9,85

10,4

9,8

9,5

10,25

9,1

9,9

#9,9

10,4 10,4 10,4 9,610,4

#

9,85 8,7

10,25

9,55 10,25

#

9,95

#

10,75

10,25 9,95

#

10,75 10,75 9,72

10 # 10,75 10,75

! .

10,43

. !

Legenda

# 9,85

9,99

. !

plangrens

. !

7,9 9,5#

9,15

. !

9,5 8,7

! .

Aanvullende_peilbuizen 3e kwartiel

. !

Peilbuizen_GHG

#

Gws bodemonderzoek Wegen

#

8,4

8,25

8,45 9,75 # 9,85

8,9

#9,9

8,7

#

#

9,23

. !

#

Grondwaterstanden en aanlegpeilen

#

Bloemendal

Opdrachtgever: Gemeente Barneveld Projectnummer: 351557 Status: Definitief Datum: 18-7-2018 Schaal: 1:6.000 Formaat: A3 Getekend: RV - Gecontroleerd: RV 0

Esri Nederland, Community Map Contributors

60

120

180

240

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

300

360 meter

´

C:\Data\Projecten\Projecten 2018\351557 - Barneveld Bloemendaal\Doc In Bewerking\GIS-mappenstructuur\2. Projecten\Bloemendal.mxd 18-7-2018 14:18:00

8,7 9,8

9,1

# 9,85

9,8

Bijlage 2. Minimale aanlegpeilen

9,1

9,1 9,1

9,1

9,1

9,1

9,2

9,2

9,2

9,1

9,2

9,3

9,3

9,2

9,1

9,2 9,1

9,1

8,9

9,3

9,2

9,2

9,2

9,1

9,1

9,1

9,2

9,2

9,3

9,3

9,3

9,2

9,1

8,9

9,1

9,1

9,5

9,3

9,2

9,1

9,75

9,75 9,75

9,85

9,5 9,5

9,1

9,1

9,2

9,1

9,3

9,1 9,5

9,2

9,2

9,1

9,1

9,75

9,5

Legenda plangrens

9,5

Wegen

9,1

_PERCEEL_BESTAAND _PERCEEL_CPO

9

_PLEINBEBOUWING

9,1 9,1

8,9

_SPEELPLAATS

9,1

9,1

_UITGIFTE

9,1 8,9 9,1 9,1 9,1

9,1

Minimale aanleghoogte

9,1

Opdrachtgever: Gemeente Barneveld Projectnummer: 351557

Bloemendal 9,1

Status: Definitief Datum: 18-7-2018 Schaal: 1:4.000 Formaat: A3 Getekend: RV - Gecontroleerd: RV 0

Esri Nederland, Community Map Contributors

40

80

120

160

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

200

240 meter

´

C:\Data\Projecten\Projecten 2018\351557 - Barneveld Bloemendaal\Doc In Bewerking\GIS-mappenstructuur\2. Projecten\Bloemendal.mxd 18-7-2018 14:09:11

9,1

10,25

9,8

10,25

9,8

9,85

9,9

9,9 9,75

9,5

9,85

9,85 10,4

10,4

10,4

10,25

9,9

10,4

10,4

10,75

10,75 10,75

10,75 10,75

9,85

9,5 9,75

9,75 9,75

9,85

Legenda

9,85

plangrens Wegen

9,5

_PERCEEL_BESTAAND _PERCEEL_CPO

9,5

_PLEINBEBOUWING _SPEELPLAATS

9,5

_UITGIFTE

Minimale aanleghoogte Bloemendal

Opdrachtgever: Gemeente Barneveld Projectnummer: 351557 Status: Definitief Datum: 18-7-2018 Schaal: 1:4.000 Formaat: A3 Getekend: RV - Gecontroleerd: RV 0

Esri Nederland, Community Map Contributors

40

80

120

160

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

200

240 meter

´

C:\Data\Projecten\Projecten 2018\351557 - Barneveld Bloemendaal\Doc In Bewerking\GIS-mappenstructuur\2. Projecten\Bloemendal.mxd 18-7-2018 14:09:11

9,8

10,25

0,53

0,58 0,31

-0,08

0,04

0,37

0,14

0,49

0,52

0,34

0,57

0,39

0,35

0,51

0,64

0,5

0,18

0,38

0,68

0,16

0,79

0,3 0,68

-0,01

0,22

0,2

0,38

0,53

0,27 -0,14

0,59

0,17

0,57

0,26

0,58

0,84

0,25

0,24

0,34

0,17

-0,1 0,01

0,15

0,4

Legenda plangrens

0,37

MEAN -0,19 - 0,0

0,7

0,89

0,69

0,17

0,49

0,11

0,78

0,69

0,57

-0,07

0,28

0,31

0,47

0,67

0,010 - 0,20

0,26

0,21 - 0,40

0,2

0,41 - 0,60 0,61 - 0,80

0,27

0,81 - 1,0

0,6 0,47

0,47

1,1 - 1,2

0,5

0,45

1,3 - 1,4

0,29 0,3 0,35 0,4 0,6

0,15

Minimaal benodigde ophoging

0,24

Opdrachtgever: Gemeente Barneveld Projectnummer: 351557

Bloemendal 0,3

Status: Definitief Datum: 18-7-2018 Schaal: 1:4.000 Formaat: A3 Getekend: RV - Gecontroleerd: RV 0

Esri Nederland, Community Map Contributors

40

80

120

160

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

200

240 meter

´

C:\Data\Projecten\Projecten 2018\351557 - Barneveld Bloemendaal\Doc In Bewerking\GIS-mappenstructuur\2. Projecten\Bloemendal.mxd 18-7-2018 14:10:18

0,56

0,71

0,3

0,78

0,35 0,42

0,1

0,17

0,28 0,06

-0,06 0,58

0,52

0,49

0,04

0,14

0,29

0,17

-0,03

0,72 0,03

Legenda

-0,19 -0,03

0,34

0,34 0,17

-0,1 0,01

0,15

plangrens MEAN -0,19 - 0,0

0,16

0,010 - 0,20 0,21 - 0,40

0,4

0,41 - 0,60 0,61 - 0,80

0,37

0,81 - 1,0 1,1 - 1,2

0,26

1,3 - 1,4

Minimaal benodigde ophoging Bloemendal

Opdrachtgever: Gemeente Barneveld Projectnummer: 351557 Status: Definitief Datum: 18-7-2018 Schaal: 1:4.000 Formaat: A3 Getekend: RV - Gecontroleerd: RV 0

Esri Nederland, Community Map Contributors

40

80

120

160

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

200

240 meter

´

C:\Data\Projecten\Projecten 2018\351557 - Barneveld Bloemendaal\Doc In Bewerking\GIS-mappenstructuur\2. Projecten\Bloemendal.mxd 18-7-2018 14:10:18

0,31

0,47

-0,03

Bijlage 3. Afstroomgebieden en locatie waterberging

Legenda

Waterberging

Beek 1 Beek 2 Beek 2 extra Nijkerkerweg Boswonen

Afstr_geb

Beek 1 Beek 2 Boswonen Nijkerkerweg

Afstroomgebieden en locatie waterberging Bloemendal

Opdrachtgever: Gemeente Barneveld Projectnummer: 351557 Status: Concept Datum: 2-6-2018 Schaal: 1:4.000 Formaat: A3 Getekend: RV - Gecontroleerd: RV 0

Esri Nederland, Community Map Contributors

30

60

90

120

150

180 meter

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

´

C:\Data\Projecten\Projecten 2018\351557 - Barneveld Bloemendaal\Doc In Bewerking\GIS-mappenstructuur\2. Projecten\Bloemendal.mxd 2-6-2018 20:53:50

Boswonen extra

Legenda

Waterberging

Beek 1 Beek 2 Beek 2 extra Nijkerkerweg Boswonen

Afstr_geb

Beek 1 Beek 2 Boswonen Nijkerkerweg

Afstroomgebieden en locatie waterberging Bloemendal

Opdrachtgever: Gemeente Barneveld Projectnummer: 351557 Status: Concept Datum: 2-6-2018 Schaal: 1:4.000 Formaat: A3 Getekend: RV - Gecontroleerd: RV 0

Esri Nederland, Community Map Contributors

30

60

90

120

150

180 meter

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

´

C:\Data\Projecten\Projecten 2018\351557 - Barneveld Bloemendaal\Doc In Bewerking\GIS-mappenstructuur\2. Projecten\Bloemendal.mxd 2-6-2018 20:53:50

Boswonen extra

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=8c282480-74f2-4f24-bef7-b7a644c41796