CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bloemendal IIA_Toelichting_Bijlage 31 Stikstofdepositie, onderzoek (2024-2025)

Gemeenteraad 8 oktober 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Bloemendal IIA en het Beeldkwaliteitsplan Bloemendal fase IIA6.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport 2500065.4200.r01 Woningbouw Bloemendal fase 2a in Barneveld Onderzoek stikstofdepositie

www.SPAWNP.nl

Rapport 2500065.4200.r01

IN

BOUW - MILIEU - RUIMTE

Woningbouw Bloemendal fase 2a in Barneveld Onderzoek stikstofdepositie

26 augustus 2025 Gemeente Barneveld De heer S. Pouwelse MSc

DENKKRACHT

Datum : Opdrachtgever : Behandeld door : Adviseur en : Goedgekeurd :

De heer ing. D.J. Hobert

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Ceresstraat 13| 4811 CA BREDA | 076 303 00 17

| ISO 9001:2015 | kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01 | info@SPAWNP.nl | www.SPAWNP.nl

SPA WNP ingenieurs

INHOUD

25000065.4200.r01

PAGINA

1

INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Huidige situatie 1.3 Toekomstige situatie 1.4 Situering Natura 2000-gebied

3 3 3 4 4

2

TOETSINGSKADER 2.1 Bepalen van significant negatieve effecten 2.2 Bepalen van referentiesituatie 2.3 Intern salderen

5 5 6 6

3

UITGANGSPUNTEN EN TOETSING BEOOGDE SITUATIE 3.1 Uitgangspunten aanlegfase 3.2 Uitgangspunten gebruiksfase 3.3 Toetsing beoogde situatie

7 7 9 9

4

INTERN SALDEREN 4.1 Onderbouwing depositie referentiesituatie 4.2 Beoordeling beleidsregels salderen

10 10 11

5

REKENRSULTATEN INTERN SALDEREN

13

6

CONCLUSIE

14

BIJLAGEN 1

Uitgangspunten aanlegfasen 1 t/m 3

2

Uitgangspunten gebruiksfase

3

AERIUS berekeningen aanlegfase 1 t/m 3

4

AERIUS berekening gebruiksfase

5

AERIUS verschilberekening referentiefase versus aanlegfasen

6

AERIUS verschilberekening referentiefase versus gebruiksfase

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.

Pagina 2

SPA WNP ingenieurs

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

25000065.4200.r01

In het kader van het bestemmingsplan voor het woningbouwplan Bloemendal fase 2a in Barneveld is een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek is het bepalen of de beoogde plannen leiden tot significante (negatieve) effecten op Natura 2000gebieden. 1.2

Huidige situatie In afbeelding 1 is de situering van het plangebied en de directe omgeving te zien. Het plangebied ligt in het noorden van Barneveld en omvat ook een deel van de Nijkerkerweg. In de huidige situatie zijn de gronden grotendeels onbebouwd en in gebruik voor agrarische doeleinden. Afbeelding 1: Huidige situatie plangebied (globaal omlijnd)

Pagina 3

SPA WNP ingenieurs

1.3

25000065.4200.r01

Toekomstige situatie De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van het plan Bloemendal 2a. Met het plan wordt voorzien in maximaal 153 woningen. De huidige agrarisch functie van het plangebied komt hiermee te vervallen. Naast de bouw van de woningen voorziet het bestemmingsplan ook in een verbreding van de Nijkerkerweg. Afbeelding 2: Beoogde toekomstige situatie

1.4

Situering Natura 2000-gebied Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied (Veluwe) bevindt zich ten oosten van het plangebied op circa zeven kilometer afstand. Op afbeelding 3 is de ligging van het plangebied in relatie tot nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven. Op deze kaart is de stikstofgevoelige natuur paars gearceerd.

Pagina 4

SPA WNP ingenieurs

25000065.4200.r01

Afbeelding 3: Ligging van het plangebied Arkemheen

Plangebied

Veluwe

2

TOETSINGSKADER Indien door een ruimtelijke procedure blijkt dat het optreden van significant negatieve effecten ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied niet kan worden uitgesloten, dan moet er een vervolgonderzoek worden uitgevoerd. In dat geval kan als eerste stap onderzocht worden of er interne salderingsmogelijkheden bestaan, om hiermee de depositiebijdrage van een plan te verrekenen. Voor een ruimtelijke procedure worden bij intern salderen de volgende stappen doorlopen: 1. Bepalen van significant negatieve effecten op een Natura 2000-gebied 2. Bepalen van de referentiesituatie(s) 3. Intern salderen

2.1

Bepalen van significant negatieve effecten Voor het bepalen of de vaststelling van de ruimtelijke procedure kan leiden tot mogelijk significante negatieve effecten, is de eerste stap het uitvoeren van een stikstofdepositieberekening van de beoogde situatie. Indien hierbij een stikstofdepositie wordt berekend die groter is dan 0,00 mol/ha/jaar, kan het plan mogelijk significante effecten veroorzaken op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. De berekening dient uitgevoerd te worden met de AERIUS Calculator. Aanlegfase Voor de aanlegfase wordt in de basis gekeken naar de tijdelijke stikstofemissies die vrijkomen als gevolg van de bouwwerkzaamheden. Daarnaast dienen ook de permanente emissies meegenomen te worden die eventueel ontstaan door de ingebruikname van functies tijdens de aanlegfase.

Pagina 5

SPA WNP ingenieurs

25000065.4200.r01

Gebruiksfase Voor de gebruiksfase wordt uitgegaan van de permanente emissies die ontstaan na ontwikkeling van het plan. 2.2

Bepalen van referentiesituatie De mogelijk significant negatieve gevolgen van het plan dienen vergeleken te worden met de referentiesituatie. Voor bestemmingsplannen wordt onder de referentiesituatie volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) verstaan: de feitelijk bestaande en planologische legale situatie, voorafgaand aan de vaststelling van het plan. Uit de uitspraak van 4 maart 2020, (ECLI:NL:RVS:2020:683) blijkt dat het gebruik dat feitelijk beëindigd is, voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan, eveneens beschouwd mocht worden als referentiesituatie. In voorgenoemde uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat als peilmoment voor het vaststellen van feitelijk bestaande en planologisch legale situatie, het moment van het opstellen van de passende beoordeling gehanteerd mag worden.

2.3

Intern salderen Bij intern salderen wordt de nieuwe activiteit vergeleken met de reeds toegestane activiteit op dezelfde locatie. Dit betekent dat wanneer de nieuwe activiteit leidt tot een toename van emissies, de emissie van de bestaande activiteit zodanig verlaagd of beëindigd moet worden dat de extra depositie van de nieuwe activiteit daar in zijn geheel in past. Dit proces staat ook wel bekend als mitigeren of salderen. Het uitgangspunt is dat de totale depositie op elke relevante hectare gelijk blijft of afneemt. Mocht er toch sprake zijn van een lichte toename, dan moet ecologisch onderbouwd worden dat deze geen significante negatieve effecten heeft. De kaders voor intern salderen zijn gewijzigd als gevolg van de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak d.d. 18 december 2024 over de natuurvergunning voor het bedrijf Rendac Son B.V. en een soortgelijke uitspraak over de Amercentrale van RWE1. In de kern komt het erop neer dat intern salderen niet meer mag worden betrokken in de zogenoemde voortoets, oftewel bij de vraag of significant negatieve effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten. Salderen mag wel worden toegepast als mitigerende maatregel in een passende beoordeling bij de vraag of een natuurvergunning kan worden verleend.

Wel volgt uit eerdere jurisprudentie (PAS-uitspraak 29 mei 2019) dat daarbij rekening gehouden dient te worden met het additionaliteitsvereiste. Dit betekent dat de stikstofruimte die vrijkomt door salderen niet nodig is om de natuurdoelen te behalen. De uitspraken van 18 december zijn gedaan voor zaken in de projectfase (omgevingsvergunning). Het voorliggende onderzoek is uitgevoerd voor het bestemmingsplan en daarmee de planfase. Dit betekent dat intern salderen wel toegepast mag worden in dit onderzoek.

1 ECLI:NL:RVS:2024:4923 en ECLI:NL:RVS:2024:4909

Pagina 6

SPA WNP ingenieurs

3

25000065.4200.r01

UITGANGSPUNTEN EN TOETSING BEOOGDE SITUATIE Voor het bepalen of de vaststelling van het bestemmingsplan kan leiden tot mogelijk significant negatieve effecten, is een stikstofdepositieberekening van de beoogde situatie uitgevoerd. De berekeningen zijn uitgevoerd met de AERIUS versie 2024.2. De beoogde situatie bestaat uit een aanlegfase en gebruiksfase.

3.1

Uitgangspunten aanlegfase De stikstofemissies tijdens de tijdelijke aanlegfase ontstaan door de inzet van dieselwerktuigen en de aan- en afvoer van personeel en materieel. De exacte inzet is ten tijde van dit onderzoek nog niet bekend. Om die reden zijn de gehanteerde werktuigen, aantallen transporten en de duur van het gebruik gebaseerd op referentieprojecten die bij SPA WNP ingenieurs bekend zijn. Daarnaast is in de aanlegfase ook uitgegaan van de permanente emissies die ontstaan door de ingebruikname van de woningen tijdens de aanlegfase. Mobiele werktuigen Voor de gehanteerde werktuigen is, afhankelijk van het bouwjaar en vermogen van het materieel, het brandstofverbruik per werktuig bepaald. Hiervoor is aangesloten bij de TNO- publicatie ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOX en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’ (TNO 2021 R12305 d.d. 10 december 2021). Verkeersbewegingen De verkeersbewegingen tijdens de aanlegfase ontstaan door het bouwverkeer en het verkeer dat ontstaat als gevolg van de ingebruikname van de woningen tijdens de aanlegfase (zie toelichting hierna onder fasering). In de AERIUS Calculator is het verkeer gemodelleerd totdat de voertuigen zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

Stikstofemissies als gevolg van stationair draaien van vrachtwagens zijn in de Calculator gemodelleerd als Zware utiliteitsvoertuigen. De routes van het bouwverkeer en het wegverkeer zijn gemodelleerd als stagnerend (binnen het plangebied) en doorstromend verkeer binnen de bebouwde kom (op de Nijkerkerweg). Onder doorstromend verkeer wordt conform de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator verstaan: stadsverkeer met een gemiddelde snelheid tussen de 30 en 40 km/uur. Door uit te gaan van stagnerend verkeer is ook invulling gegeven aan het langzaam verkeer dat kan ontstaan op de bouwplaats. Sfeerverwarming Permanente stikstofemissies, welke eveneens kunnen ontstaan als gevolg van het al in gebruik nemen van functies tijdens de aanlegfasen, zijn emissies, als gevolg van sfeerverwarming. Stikstofemissies als gevolg van sfeerverwarming ontstaan alleen bij grondgebonden woningen en zijn bepaald op 0,44 kg NOX per jaar per woning2. Fasering Voor het project is uitgegaan van een fasering in de aanlegfase die bestaat uit drie delen. De fasering gaat uit van een chronologische volgorde van werkzaamheden, waarvan de inzet is bijgesloten in bijlage 1 van dit rapport. Hierna is per fase een omschrijving gegeven van de in dit onderzoek gehanteerde uitgangspunten. Elke fase gaat uit van een aaneengesloten periode van 12 maanden.

2 RIVM, 12-11-2019, Methode inschatting depositie woningbouwprojecten

Pagina 7

SPA WNP ingenieurs

25000065.4200.r01

Sloopwerk- en grondwerk/fundatie, bouw vanaf maaiveld – fase 1 Als uitgangspunt van dit onderzoek is aangehouden dat het slopen van de bestaande bebouwing, het grondwerk en de fundatiewerkzaamheden starten in fase 1 in rekenjaar 2026. Na het afvoeren van het puin en het bouwrijp maken van het gebied, wordt gestart met de bouw. Het exacte aantal te realiseren woningen per fase is ten tijde van dit onderzoek nog niet bekend. In dit onderzoek is als uitgangspunt voor de bouw vanaf het maaiveld in fase 1 uitgegaan van de realisatie van 51 woningen, deze woningen worden vervolgens in fase 2 in gebruik genomen. De gehanteerde inzet aan mobiele werktuigen tijdens aanlegfase 1 leidt ertoe dat deze fase maatgevend is. Voor de werkzaamheden in fase 1 is uitgaan van een periode van 12 maanden met daarin 180 werkbare dagen. Bouw vanaf maaiveld/terreininrichting – fase 2 Uitgangspunt van het onderzoek is dat de 51 woningen, waarmee gestart is met de bouw in fase 1, in fase 2 in gebruik worden genomen. De verkeersbewegingen als gevolg van deze woningen zijn om die reden opgenomen in fase 2. In fase 2 wordt verder gebouwd aan de overige 102 woningen. Net als in fase 1 is voor het aantal werkbare dagen uitgegaan van 180 werkbare dagen. Bouw vanaf maaiveld/terreininrichting – fase 3 In fase 3 wordt er verder gebouwd aan de realisatie en afronding van het plan.

In deze laatste fase wordt de bouw van de 102 woningen, waarmee gestart is in fase 2, afgebouwd. Het uitgangspunt is dat er ook in fase 3 een aantal van 51 woningen in gebruik wordt genomen. De stikstofemissies van de verkeersbewegingen van de reeds opgeleverde woningen (102) zijn dan ook opgenomen in fase 3. Tijdens de gebruiksfase die ontstaat na afronding van fase 3 worden alle 153 woningen in gebruik genomen. In de laatste fase zijn met een asfaltspreidmachine en een trilwals aanvullende mobiele werktuigen ingezet, ten behoeve van de realisatie van de infrastructuur binnen het plan en daarmee de afronding van het plan. Algemene uitgangspunten - verkeersbewegingen De verkeersbewegingen tijdens de aanlegfase als gevolg van de al in gebruik genomen functies, zijn gebaseerd op kengetallen van het CROW (zie nadere toelichting CROW getallen onder paragraaf 3.2). Ten tijde van dit onderzoek is niet bekend welke type woningen wanneer in gebruik worden genomen. Om die reden is er voor de verkeersbewegingen van de woningen tijdens de aanlegfase uitgegaan van een gemiddeld CROW-kengetal. Dit wil zeggen dat er is uitgegaan van een kengetal van 7,2 bewegingen per woning. Algemene uitgangspunten – sfeerverwarming Bij de grondgebonden woningen kan stikstofemissie ontstaan als gevolg van sfeerverwarming.

De emissies zijn bepaald op 0,44 kg NOX per woning per jaar.3 In totaal zijn er 121 grondgebonden woningen voorzien in het plan. Daarmee kan er als gevolg van eventuele sfeerhaarden een totale stikstofemissie ontstaan van 53,24 kg NOx per jaar. Het is ten tijde van dit onderzoek niet bekend wanneer welke woningen in gebruik worden genomen. Om die reden is het aantal in gebruik te nemen grondgebonden woningen evenredig verdeeld over fase 2 en 3.

3 RIVM, 12-11-2019, Methode inschatting depositie woningbouwprojecten

Pagina 8

SPA WNP ingenieurs

3.2

25000065.4200.r01

Uitgangspunten gebruiksfase De stikstofemissies tijdens de permanente gebruiksfase ontstaan door het gemotoriseerde bestemmingsverkeer als gevolg van de beoogde woningen. Daarnaast kunnen er voor de grondgebonden woningen stikstofemissies ontstaan als gevolg van mogelijke sfeerverwarming. Voor de woningen en voorzieningen is verder niet uitgegaan van het optreden van gebouwgebonden stikstofemissies, omdat de gebouwen niet op aardgas worden aangesloten. Verkeersgeneratie Voor de verkeersgeneratie van de woningen is uitgegaan van kengetallen die bepaald zijn door het CROW. In dit onderzoek is uitgegaan van 153 op te leveren woningen. Er is uitgegaan van een noordelijke en zuidelijke route die loopt via de Nijkerkerweg. Sfeerverwarming In totaal zijn er 121 grondgebonden woningen voorzien en daarmee kan er als gevolg van eventuele sfeerhaarden een totale stikstofemissie ontstaan van 53,24 NOX per jaar. In de AERIUS Calculator is voor de gebruiksfase uitgegaan van het rekenjaar 2029. Een onderbouwing van de verkeersgeneratie tijdens de gebruiksfase is bijgesloten in bijlage 2.

3.3

Toetsing beoogde situatie Aanlegfase Uit de AERIUS-berekeningen van de aanlegfasen volgt, dat de stikstofemissies tijdens alle fasen leiden tot stikstofdepositie in Natura 2000-gebied de Veluwe hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied zijn hiermee op voorhand niet uit te sluiten. De gehanteerde inzet aan mobiele werktuigen tijdens aanlegfase 1 leidt ertoe dat deze fase maatgevend is. Tabel 1: Resultaten stikstofdepositie aanlegfase Situatie

Stikstofdepositie (mol/ha/jaar)

Emissie NH3 (kg/jaar)

Emissie NOx (kg/jaar)

Periode 1

0,02

14,1

471,3

Periode 2

0,02

16,8

466,3

Periode 3

0,02

13,1

468,8

Gebruiksfase Uit de AERIUS-berekening van de gebruiksfase volgt eveneens dat de stikstofemissies tijdens de gebruiksfase leiden tot stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Tabel 2: Resultaten stikstofdepositie gebruiksfase (bijlage 4) Natura 2000-gebied Veluwe

Stikstofdepositie (mol/ha/jaar)

Emissie NH3 (kg/jaar)

Emissie NOx (kg/jaar)

0,01

12,6

179,3

Pagina 9

SPA WNP ingenieurs

4

25000065.4200.r01

INTERN SALDEREN Op basis van jurisprudentie4 mag intern salderen niet meer betrokken worden in de zogenoemde voortoets bij een omgevingsvergunning in de projectfase (uitvoerende fase). Het voorliggende onderzoek is uitgevoerd voor het bestemmingsplan en daarmee de planfase. Dit betekent dat intern salderen wel toegepast mag worden in dit onderzoek. Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en daarmee de projectfase inzichtelijk te maken, is er in dit onderzoek onderzocht wat de rekenresultaten zijn na intern salderen als uitgegaan wordt van de beleidsregels Salderen van de provincie Gelderland d.d. 10 juli 2025. Deze beleidsregels gelden voor de projectfase.

4.1

Onderbouwing depositie referentiesituatie Met de uitvoering van het plan wordt circa 4,5 hectare landbouwgrond uit productie genomen. De landbouwgronden zijn in de feitelijke situatie in gebruik als grasland. Alle gronden bevatten op basis van het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarisch’. Op deze gronden mag legaal mest worden uitgereden (mestaanwending). Het perceel blijft de agrarische bestemming behouden, totdat de beoogde bestemmingsplanwijziging is doorgevoerd. Met de realisatie van het plan is de activiteit bemesting niet meer mogelijk. Derhalve kunnen de stikstofemissies worden gesaldeerd met de ammoniakemissies die komen te vervallen na het uit gebruik nemen van de landbouwgrond. Door uit te gaan van 4,5 hectare is aangesloten bij het feitelijke gebruik, omdat een deel van de agrarische gronden niet meer agrarisch in gebruik is door de woonwijk ten zuiden. Afbeelding 4: Grasland 2024 en eerder (bron: Boer en Bunder)

Hoeveelheid mest De mestwetgeving bepaalt hoeveel mest op landbouwgrond mag worden gebracht. De huidige normen zijn vastgelegd in het mestbeleid 2025. Voor de aanwezig graslanden geldt een bemestingsnorm voor dierlijke mest van 170 kg/ha/per jaar5.

4 ECLI:NL:RVS:2024:4923 en ECLI:NL:RVS:2024:4909 5

https://www.rvo.nl/onderwerpen/mest/gebruiken-en-uitrijden/gebruiksnormen-gebruiksruimte#welke-gebruiksnormen-zijn-er

Pagina 10

SPA WNP ingenieurs

25000065.4200.r01

Emissiefactoren Bij het aanwenden van mest vindt vervluchtiging van ammoniak plaats. Het aandeel van de toegediende stikstof dat emitteert naar de lucht is tevens afhankelijk van de totale hoeveelheid ammoniakale stikstof (TAN) in mest. Deze hoeveelheid verschilt per mesttype. Uit het onderzoek ‘Rekenregels van de KringloopWijzer 20206 volgt dat de totale hoeveelheid stikstof in mest voor gemiddeld circa 48% bestaat uit ammoniakale stikstof (TAN). De emissiefactor wordt bij aanwending van dierlijke mest in sterke mate bepaald door de aanwendingstechniek. In Van Bruggen et al. (2023)7 is de toepassing van de verschillende aanwendingstechnieken beschreven. Op basis van een emissiefactor per aanwendingstechniek is voor dierlijke mest op grasland een emissiefactor bepaald. Voor onderhavige graslanden is uitgegaan van de meest conservatieve emissiefactor (17%) op basis van zode- injectie. De gegevens van de mestaanwending moeten, om als input te kunnen dienen voor een AERIUS-berekening, omgerekend worden van het aantal uitgereden mest (kg N) naar een totale emissie van NH3 (kg/jaar). De conversiefactor hiervoor is 17/14 (Vonk et al. (2018))8. Voornoemde leidt tot een emissie, zoals weergegeven in tabel 3. Tabel 3: Emissie referentiesituatie agrarisch percelen Gewas Gras

Dierlijke mest

Aandeel TAN

Vervluchtiging

NH3 emissie

Oppervlak

NH3 emissie

(kg N/ha/jaar)

(%)

(%)

(kg/ha)

(ha)

(kg/jaar)

170

48

17

16,8

4,62

77,8

De emissies die ontstaan als gevolg van de verbrandingsmotoren van werktuigen ten behoeve van de mestaanwending, zijn niet meegenomen In de berekening. 4.2

Beoordeling beleidsregels salderen In de beleidsregels salderen in Gelderland zijn voorwaarden voor intern salderen opgenomen. Deze voorwaarden gelden bij een passende beoordeling voor de aanvraag van de Natura 2000-activiteit (natuurvergunning). Artikel 5 Voorwaarden intern salderen 1.

De referentiesituatie mag alleen worden ingezet ten behoeve van intern salderen als de ruimte in de referentiesituatie niet structureel buiten gebruik is.

2.

Bij de beoordeling van hetgeen structureel buiten gebruik is, zoals bedoeld in het eerste lid, gaan Gedeputeerde Staten uit van het moment van het indienen van de aanvraag, tenzij er sprake is van een eerder objectief bepaalbaar moment.

3.

Indien er beperkingen op de aangevraagde activiteit volgen uit algemene regels nemen Gedeputeerde Staten deze mee in de beoordeling op de aanvraag.

4.

In de natuurvergunning wordt in elk geval het voorschrift opgenomen dat op het moment van uitvoeren van het nieuwe project, de activiteit waarmee intern gesaldeerd wordt moet zijn beëindigd.

6 Van dijk et al. (2020) Rekenregels van de KringloopWijzer 2020, WUR d.d. november 2020

7 Bruggen et al. (2023) Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2021, WUR d.d. juni 2023 8 Vonk, J. et al (2018). Methodology for estimating emissions from agriculture in the Netherlands – update 2018.

Calculations of CH4, NH3, N2O, NOx, PM10, PM2.5 and CO2 with the National Emission Model for Agriculture (NEMA). Wageningen, The Statutory Research Tasks Unit for Nature and the Environment. WOt-technical report 115.

Pagina 11

SPA WNP ingenieurs

25000065.4200.r01

5.

Gedeputeerde Staten betrekken bij de beoordeling van de aanvraag voor intern salderen uitsluitend de stikstofemissie van de activiteit waarmee intern gesaldeerd wordt voor zover intrekking van de daaraan ten grondslag liggende toestemming niet noodzakelijk is in verband met toepassing van artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn.

6.

In afwijking van het eerste lid kunnen Gedeputeerde Staten de referentiesituatie als uitgangspunt hanteren indien: a.

drie jaar na het verkrijgen van de laatst geldende natuurvergunning nog niet volledig is gerealiseerd, maar wel aantoonbaar stappen zijn gezet met het oog op volledige realisatie; of

b.

drie jaar na het verkrijgen van de laatst geldende natuurvergunning weliswaar nog niet is aangevangen met de realisatie van het project, maar daarvoor wel al aantoonbaar onomkeerbare significante investeringsverplichtingen zijn aangegaan.

7.

Gedeputeerde Staten gaan bij de beoordeling van een aanvraag voor een bedrijf dat deelneemt aan de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen eenmalig uit van maximaal de stikstofdepositie, behorende bij 15% van de totale emissie van de voormalige stikstof emitterende activiteit.

8.

Indien de stikstofdepositie plaatsvindt op habitattypen die in de natuurdoelanalyse van het betreffende gebied een nee, tenzij-oordeel hebben gekregen, wordt de referentiesituatie betrokken zoals in het eerste lid bepaald, indien: a.

maximaal 65% van de referentiesituatie zonder de ruimte die structureel buiten gebruik is, wordt ingezet voor het nieuwe project; of

b.

een reductie plaatsvindt van 4.000 kg van de stikstofemissie ten opzichte van de referentiesituatie zonder de ruimte die structureel buiten gebruik is; of

c.

het een project betreft met een tijdelijke emissie waarbij de activiteit waarmee intern gesaldeerd wordt permanent, wordt gestaakt ten behoeve van het nieuwe project; of

d.

een nieuwe natuurvergunning noodzakelijk is voor de continuering van de huidige uitvoering van de activiteit; of

e.

een activiteit noodzakelijk is voor het behalen van de doelstellingen van een Natura 2000-gebied.

Hierna is per voorwaarde aangegeven of er voldaan kan worden. Ad 1-2: Ad 3: Ad 4: Ad 5:

Ad 6-7:

Op basis van de planologische en feitelijke kaders wordt er voldaan aan voorwaarde 1 van de beleidsregels. M.a.w. is de referentiesituatie niet structureel buiten gebruik. Er zijn geen beperkingen vanuit algemene regels op de aangevraagde activiteit wonen. Dit voorschrift kan bij vergunning Natura 2000-activiteit worden opgenomen. Het is evident dat het agrarisch gebruik na wijziging van het bestemmingsplan niet meer mogelijk is. Initiatiefnemers hebben echter geen invloed op natuurbeleid en worden daarom geconfronteerd met doelstellingen waar de provincies en het Rijk verantwoordelijk voor zijn. Ten tijde van dit onderzoek is het nog niet bekend op welke wijze omgegaan dient te worden met de additionaliteitseis. Toetsing aan voorwaarden 6 en 7 is onderdeel van de beoordeling passende beoordeling door de provincie.

Pagina 12

SPA WNP ingenieurs

Ad 8:

25000065.4200.r01

Uit de natuurdoelanalyse van de Veluwe volgt het eindoordeel ‘nee, tenzij’ voor meerdere stikstofgevoelige habitattypen. In dat verband mag er maximaal 65% van de referentiesituatie ingezet worden voor het nieuwe project. In de tabel hierna zijn de emissies voor salderen opgenomen met inachtneming van 35% afroming. De rekenresultaten zijn opgenomen in hoofdstuk vijf van deze rapportage.

Tabel 4: Emissie referentiesituatie agrarisch percelen 35% afroming Gewas

Dierlijke mest

Aandeel TAN

Vervluchtiging

NH3 emissie

Oppervlak

NH3 emissie

(kg N/ha/jaar)

(%)

(%)

(kg/ha)

(ha)

(kg/jaar)

170

48

17

16,8

4,62

50,58

Gras

5

REKENRSULTATEN INTERN SALDEREN Voor een beoordeling van de rekenresultaten op basis van de beleidsregels, specifiek voorwaarde 8, zijn er verschilberekeningen uitgevoerd met een afromingsfactor van 35%. Aanlegfase Uit de AERIUS-verschilberekening van de maatgevende aanlegfase 1 volgt dat er, als gevolg van de tijdelijke aanlegfase ten opzichte van de referentiesituatie, geen Natura 2000-gebieden zijn met een berekende toename groter dan 0,00 mol/ha/jaar. De rekenresultaten van zijn opgenomen in tabel 5. Alle AERIUS-verschilberekeningen zijn opgenomen in bijlage 5 van dit rapport. Tabel 5: Rekenresultaten verschilberekening maatgevende aanlegfase 1 Resultaten mol/ha/jaar

Natuurgebieden Veluwe

Referentie

Beoogd

Grootste afname/toename

0,01

0,02

0,00 (-)

Gebruiksfase Uit de verschilberekening van de gebruiksfase volgt dat er geen Natura 2000-gebieden zijn met een berekende toename groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is sprake van een afname in stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase. De AERIUS-verschilberekening is opgenomen in bijlage 6 van dit rapport. Tabel 6: Rekenresultaten verschilberekening gebruiksfase Resultaten mol/ha/jaar

Natuurgebieden Veluwe

Referentie

Beoogd

Grootste afname

0,01

0,01

0,01

Beoordeling Op basis van de resultaten kunnen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden, als gevolg van de tijdelijke aanlegfasen en de permanente gebruiksfase, worden uitgesloten. Hiermee kan voldaan aan voorwaarde 8 van de provinciale beleidsregels salderen.

Pagina 13

SPA WNP ingenieurs

6

25000065.4200.r01

CONCLUSIE In het kader van het bestemmingsplan voor het woningbouwplan Bloemendal fase 2a in Barneveld is een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd. Het plan bestaat uit de ontwikkeling van een nieuw woongebied bestaande uit 153 woningen. Naast de bouw van de woningen voorziet het bestemmingsplan ook in een verbreding van de Nijkerkerweg. In de stikstofberekeningen met de AERIUS Calculator van de boogde situatie is uitgegaan van tijdelijke aanlegfasen en een permanente gebruiksfase. Voor het project is voor de aanlegfase uitgegaan van een fasering die bestaat uit drie delen. Op basis van jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2024:4923 en ECLI:NL:RVS:2024:4909) mag intern salderen niet betrokken worden in de zogenoemde voortoets bij een omgevingsvergunning in de projectfase (uitvoerende fase). Het voorliggende onderzoek is uitgevoerd voor het bestemmingsplan en daarmee de planfase. Dit betekent dat intern salderen wel toegepast mag worden in dit onderzoek. Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en daarmee de projectfase inzichtelijk te maken, is er in dit onderzoek onderzocht wat de rekenresultaten zijn na intern salderen wanneer uitgegaan wordt van de beleidsregels Salderen van de provincie Gelderland d.d. 10 juli 2025. Deze beleidsregels gelden voor de projectfase.

Hieruit volgt dat er tijdens de aanleg- en gebruiksfase geen Natura 2000-gebieden zijn met een berekende toename groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de aanleg- en gebruiksfase worden hiermee uitgesloten. SPA WNP ingenieurs

Pagina 14

BIJLAGEN

2500065 Bijlage 1.1 Aanlegfase

SPA WNP ingenieurs

Uitgangspunten stikstofemissies fase 1 Algemeen Projectduur in maanden Werkbare dagen

12 180

Werktuigen Bronnr. Omschrijving AERIUS Sloop- en grondwerk- en fundatie Hijskraan Hei/boorstelling Graafmachine 1 Shovel Kipper vrachtwagen Truckmixer / betonpomp Bouw vanaf maaiveld Hijskraan 1 Tractor Ruwterrein heftruck

Draaiuren (uur/dag)

Duur (dagen/jaar)

Draaiuren (uur/jaar)

Vermogen (kW)

Brandstof* (liter/uur)

Brandstof (liter/jaar)

AdBlue** (liter/jaar)

7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0

60 30 125 100 80 20

420 210 875 700 560 140

103 271 138 129

10,2 25,9 13,4 12,5

4.301 5.432 11.756 8.751

258 326 705 525

AERIUS invoer stageklasse

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage-V, ≥ 2019, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Zware utiliteitsvoertuigen op diesel Zware utiliteitsvoertuigen op diesel

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 7,0 100 700 103 10,2 7.168 430 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 7,0 100 700 129 12,6 8.816 529 Stage-V, ≥ 2019, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 7,0 100 700 75 7,4 5.207 312 * Het brandstofverbruik is berekend op basis van een gemiddelde motorlast van 35%. ** Het AdBlue-verbruik is typisch 6% van het dieselverbruik voor Stage IV en V werktuigen. Voor Stage IIIB is dit 3% van het dieselverbruik. Bron: AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOX en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, TNO 2021 R12305 d.d. 10 december 2021. Bouwverkeer Verkeerscategorie Bronnr. Omschrijving Duur Voertuigen Bewegingen Bewegingen Koude starts Koude starts AERIUS (dagen) (aantal/dag) (aantal/dag) (aantal/jaar) (aantal/bew.) (aantal/jaar) Sloop- en grondwerk- en fundatie Licht wegverkeer Persoonsvervoer werknemers 90 30 60 5.400 0,5 2.700 2 t/m 4 Aan-/afvoer materiaal Licht wegverkeer 90 5 10 900 0* 0 Aan-/afvoer materiaal Zwaar wegverkeer 90 15 30 2.700 0* 0 Bouw vanaf maaiveld Licht wegverkeer Persoonsvervoer werknemers 90 30 60 5.400 0,5 2.700 2 t/m 4 Aan-/afvoer materiaal Licht wegverkeer 90 10 20 1.800 0* 0 Aan-/afvoer materiaal Zwaar wegverkeer 90 10 20 1.800 0* 0 * Deze voertuigen zullen niet langer dan 2 uur stilstaan op de locatie, dus is geen sprake van een koude start.

2500065 Bijlage 1.2 Aanlegfase

SPA WNP ingenieurs

Uitgangspunten stikstofemissies fase 2 Algemeen Projectduur in maanden Werkbare dagen

12 180

Werktuigen Bronnr. Omschrijving Draaiuren Duur Draaiuren Vermogen Brandstof* Brandstof AdBlue** AERIUS invoer stageklasse AERIUS (uur/dag) (dagen/jaar) (uur/jaar) (kW) (liter/uur) (liter/jaar) (liter/jaar) Bouw vanaf maaiveld / terreininrichting Stage-V, ≥ 2019, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Telekraan 7,0 50 350 330 31,2 10.903 654 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Hijskraan 7,0 200 1.400 103 10,2 14.337 860 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Tractor 7,0 50 350 129 12,6 4.408 264 Stage-V, ≥ 2019, ≤ 56 kW, diesel, SCR: nee Trilplaat 7,0 20 140 3,4 1,0 139 0 1 Stage-V, ≥ 2019, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Hoogwerker / verreiker 7,0 150 1.050 75 7,4 7.811 469 Stage-V, ≥ 2019, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Ruwterrein heftruck 7,0 200 1.400 75 7,4 10.414 625 Stage-IV, 2014-2018, ≤ 56 kW, diesel, SCR: nee Mini graafmachine 7,0 50 350 17,6 2,3 790 0 Zware utiliteitsvoertuigen op diesel Kipper vrachtwagen 7,0 50 350 * Het brandstofverbruik is berekend op basis van een gemiddelde motorlast van 35%. ** Het AdBlue-verbruik is typisch 6% van het dieselverbruik voor Stage IV en V werktuigen. Voor Stage IIIB is dit 3% van het dieselverbruik. Bron: AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOX en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, TNO 2021 R12305 d.d. 10 december 2021. Bouwverkeer Verkeerscategorie Bronnr.

Omschrijving Duur Voertuigen Bewegingen Bewegingen Koude starts Koude starts AERIUS (dagen) (aantal/dag) (aantal/dag) (aantal/jaar) (aantal/bew.) (aantal/jaar) Bouw vanaf maaiveld / terreininrichting Licht wegverkeer Persoonsvervoer werknemers 180 30 60 10.800 0,5 5400 2,3,5 Licht wegverkeer Aan-/afvoer materiaal 180 10 20 3.600 0* 0 Zwaar wegverkeer Aan-/afvoer materiaal 180 10 20 3.600 0* 0 * Deze voertuigen zullen niet langer dan 2 uur stilstaan op de locatie, dus is geen sprake van een koude start. Stikstofemissies ingebruikname woningen Bronnr. AERIUS 6 t/m 8 4

Omschrijving Wegverkeer 51 woningen Sfeerverwarming 40 woningen

Zie bijlage 2 gebruiksfase

2500065 Bijlage 1.3 Aanlegfase

SPA WNP ingenieurs

Uitgangspunten stikstofemissies fase 3 Algemeen Projectduur in maanden Werkbare dagen

12 180

Werktuigen Bronnr. Omschrijving Draaiuren Duur Draaiuren Vermogen Brandstof* Brandstof AdBlue** AERIUS invoer stageklasse AERIUS (uur/dag) (dagen/jaar) (uur/jaar) (kW) (liter/uur) (liter/jaar) (liter/jaar) Bouw vanaf maaiveld / terreininrichting Stage-V, ≥ 2019, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Asfaltspreidmachine 7,0 30 210 140 13,5 2.840 170 Stage-V, ≥ 2019, ≤ 56 kW, diesel, SCR: nee Trilwals 7,0 30 210 32,8 3,6 752 0 Stage-V, ≥ 2019, ≤ 56 kW, diesel, SCR: nee Trilplaat 4,0 35 140 3,4 1,0 139 0 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Hoogwerker / verreiker 7,0 80 560 75 7,7 4.290 257 1 Stage-IV, 2014-2018, ≤ 56 kW, diesel, SCR: nee Bandenzaag 4,0 50 200 5 1,2 236 0 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Graafmachine 7,0 20 140 138 13,6 1.910 115 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Ruwterrein heftruck 7,0 120 840 75 7,7 6.436 386 Stage-IV, 2014-2018, ≤ 56 kW, diesel, SCR: nee Mini graafmachine 7,0 200 1.400 17,6 2,3 3.161 0 Zware utiliteitsvoertuigen op diesel Kipper vrachtwagen 7,0 90 630 * Het brandstofverbruik is berekend op basis van een gemiddelde motorlast van 35%. ** Het AdBlue-verbruik is typisch 6% van het dieselverbruik voor Stage IV en V werktuigen. Voor Stage IIIB is dit 3% van het dieselverbruik.

Bron: AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOX en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, TNO 2021 R12305 d.d. 10 december 2021. Bouwverkeer Verkeerscategorie Bronnr. Omschrijving Duur Voertuigen Bewegingen Bewegingen Koude starts Koude starts AERIUS (dagen) (aantal/dag) (aantal/dag) (aantal/jaar) (aantal/bew.) (aantal/jaar) Bouw vanaf maaiveld / terreininrichting Licht wegverkeer Persoonsvervoer werknemers 180 30 60 10.800 0,5 5400 2,3,5 Licht wegverkeer Aan-/afvoer materiaal 180 15 30 5.400 0* 0 Zwaar wegverkeer Aan-/afvoer materiaal 180 5 10 1.800 0* 0 * Deze voertuigen zullen niet langer dan 2 uur stilstaan op de locatie, dus is geen sprake van een koude start. Stikstofemissies ingebruikname woningen Bronnr. AERIUS 6 t/m 8 4

Omschrijving Wegverkeer 102 woningen Sfeerverwarming 102 woningen

Zie bijlage 2 gebruiksfase

2500065 Bijlage 2 Gebruiksfase

SPA WNP ingenieurs

Uitgangspunten stikstofemissies gebruiksfase Verkeersgeneratie CROW publicatie 744 Stedelijkheidsgraad CBS Weinig stedelijk

Ligging Rest bebouwde kom

Woningype

Aantal

Koop, huis, vrijstaand / kavels Koop, huis, twee-onder-een-kap Koop, huis, tussen/hoek Huur, appartement, midden/goedkoop (inclusief sociale huur)

13 8 100

Kengetal (per woning) 8,6 8,0 7,6

Motorvoertuigbewegingen (per etmaal) 111,8 64,0 760,0

32

4,5

144,0 Motorvoertuigbewegingen (per etmaal) 1079,8

Invoer wegverkeer in AERIUS 153 woningen (totaal) Aantal bewegingen Koude starts (mvt per etmaal) (mvt per jaar) (per beweging) Licht verkeer 1076,74 393.011 0,5 1 t/m 4 Middelzwaar vrachtverkeer 1,53 559 0* Zwaar vrachtverkeer 1,53 559 0* * Deze voertuigen zullen niet langer dan 2 uur stilstaan op de locatie, dus is geen sprake van een koude start. Opmerking: CROW gaat uit van 0,02 vrachtbewegingen per woning per weekdag (licht+zwaar) Bronnr. AERIUS

Verkeerscategorie

Bronnr. AERIUS

Verkeerscategorie

Licht verkeer 1 t/m 4 Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer

Bronnr. AERIUS

Verkeerscategorie

Licht verkeer 1 t/m 4 Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer

51 woningen (ingebruikname bij fase 2) Aantal bewegingen Koude starts (mvt per etmaal) (mvt per jaar) (per beweging) 364,91 133.191 0,5 0,51 187 0* 0,51 187 0*

Koude starts (per jaar) 66.596 0 0

102 woningen (ingebruikname bij fase 3) Aantal bewegingen Koude starts (mvt per etmaal) (mvt per jaar) (per beweging) 729,81 266.381 0,5 1,02 373 0* 1,02 373 0*

Koude starts (per jaar) 133.191 0 0

Invoer emissies eventuele sfeerhaarden Bronnr. AERIUS 5

Aantal grondgebonden woningen 121

Koude starts (per jaar) 196.506 0 0

Kengetal NOx (kg/jaar/woning) 0,44

Totale emissie NOx (kg/jaar) 53,24

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 1

2500065 Bijlage 3.1

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 1

2500065 Bijlage 3.2

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 1

2500065 Bijlage 3.3

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 1

2500065 Bijlage 3.4

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 1

2500065 Bijlage 3.5

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 1

2500065 Bijlage 3.6

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 1

2500065 Bijlage 3.7

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 2

2500065 Bijlage 3.8

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 2

2500065 Bijlage 3.9

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 2

2500065 Bijlage 3.10

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 2

2500065 Bijlage 3.11

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 2

2500065 Bijlage 3.12

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 2

2500065 Bijlage 3.13

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 2

2500065 Bijlage 3.14

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 2

2500065 Bijlage 3.15

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 3

2500065 Bijlage 3.16

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 3

2500065 Bijlage 3.17

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 3

2500065 Bijlage 3.18

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 3

2500065 Bijlage 3.19

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 3

2500065 Bijlage 3.20

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 3

2500065 Bijlage 3.21

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 3

2500065 Bijlage 3.22

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening aannlegfase 3

2500065 Bijlage 3.23

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 4.1

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 4.2

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 4.3

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 4.4

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 4.5

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 4.6

SPA WNP ingenieurs

AERIUS berekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 4.7

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening maatgevende aanlegfase 1

2500065 Bijlage 5.1

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening maatgevende aanlegfase 1

2500065 Bijlage 5.2

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening maatgevende aanlegfase 1

2500065 Bijlage 5.3

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening maatgevende aanlegfase 1

2500065 Bijlage 5.4

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening maatgevende aanlegfase 1

2500065 Bijlage 5.5

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening maatgevende aanlegfase 1

2500065 Bijlage 5.6

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening maatgevende aanlegfase 1

2500065 Bijlage 5.7

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening maatgevende aanlegfase 1

2500065 Bijlage 5.8

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening maatgevende aanlegfase 1

2500065 Bijlage 5.9

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 2

2500065 Bijlage 5.10

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 2

2500065 Bijlage 5.11

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 2

2500065 Bijlage 5.12

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 2

2500065 Bijlage 5.13

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 2

2500065 Bijlage 5.14

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 2

2500065 Bijlage 5.15

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 2

2500065 Bijlage 5.16

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 2

2500065 Bijlage 5.17

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 2

2500065 Bijlage 5.18

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 2

2500065 Bijlage 5.19

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 3

2500065 Bijlage 5.20

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 3

2500065 Bijlage 5.21

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 3

2500065 Bijlage 5.22

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 3

2500065 Bijlage 5.23

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 3

2500065 Bijlage 5.24

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 3

2500065 Bijlage 5.25

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 3

2500065 Bijlage 5.26

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 3

2500065 Bijlage 5.27

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 3

2500065 Bijlage 5.28

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening aanlegfase 3

2500065 Bijlage 5.29

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 6.1

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 6.2

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 6.3

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 6.4

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 6.5

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 6.6

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 6.7

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 6.8

SPA WNP ingenieurs

AERIUS verschilberekening gebruiksfase

2500065 Bijlage 6.9

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Ceresstraat 13| 4811 CA BREDA | 076 303 00 17

| ISO 9001:2015 | kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01 | info@SPAWNP.nl | www.SPAWNP.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=e74de106-e63d-4e74-b17b-05eb462f1bd0