Bloemendal IIA_Toelichting_Bijlage 28 Nota Zienswijzen (2025)
Tekst van het document
Nota zienswijzen bestemmingsplan “Bloemendal IIA” Het college van Barneveld heeft het bestemmingsplan “Bloemendal IIA” (nr. 1635) in voorbereiding. Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van ongeveer 153 woningen aan de noordwestzijde van de kern Barneveld. In het ontwerpbestemmingsplan bestond het plangebied uit twee deelgebieden. Het grotere deelgebied is aan de oostzijde van de Nijkerkerweg. Het is de bedoeling dat daar de nieuwe woningen komen. In het kleinere deelgebied – tussen de Nijkerkerweg en autosnelweg A30 – is een agrarisch bedrijf gevestigd aan de Peutweg (1 en) 3 in Barneveld. In het ontwerpbestemmingsplan was het de bedoeling om het bouwvlak van dit bedrijf aan te passen en zo de eventuele toename van de geurbelasting van het bedrijf in de omgeving te voorkomen. In de voorbereiding van het bestemmingsplan is gebleken dat het bij nader inzien onnodig is om het bouwvlak aan te passen. Om die reden is het kleinere deelgebied met het agrarische bedrijf buiten de plangrens gelaten in de vast te stellen versie van het bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan en de daarop betrekking hebbende stukken hebben ter inzage gelegen van 15 december 2023 tot en met 25 januari 2024. Een ieder is in de gelegenheid gesteld een zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen. Er zijn zes zienswijzen ingekomen in de periode dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag.
Eén van de zienswijzen is later ingetrokken. Hieronder staan de samenvatting en de beoordeling van de zienswijzen. In de samenvatting is het expliciet vermeld als een zienswijze geen betrekking heeft op het ontwerpbestemmingsplan, maar op het daarmee samenhangende, voorgenomen besluit van het college om hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vast te stellen.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 1 van 23
1.
De bewoner/eigenaar van het perceel: Datum ontvangst: 8 januari 2024 Wildzoom 18 Datum dagtekening: 8 januari 2024 3772 SR BARNEVELD Registratienummer: 1225201 a. Zienswijze Waarom is in het inrichtingsplan gekozen voor de taxushaag met giftige besjes? Gemeentelijke reactie In de tekst op paginanummer 63 van het beeldkwaliteitsplan dat is gevoegd als bijlage 4 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan was de taxushaag al geschrapt. Per abuis is de taxushaag niet gelijk verwijderd op het kaartje Hagen op de erfgrenzen (paginanummer 62). In artikel 18.1.1 van de regels van het vast te stellen bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen met betrekking tot de inrichting van hagen op erfgrenzen, gekoppeld aan de juiste versie van de kaart zonder de taxushaag (bijlage 2 bij de regels). b. Zienswijze Wij kijken uit naar de realisatie van dit plan en willen hierbij ook onze complimenten naar het projectteam overbrengen. Gemeentelijke reactie Hartelijke dank voor deze positieve reactie op het bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen: De juiste versie van het inrichtingsplan hagen is opgenomen als bijlage bij de regels van het bestemmingsplan.
2.
De bewoner/eigenaar van het perceel: Nijkerkerweg 139 3771 LA BARNEVELD
Datum ontvangst: 23 januari 2024 Datum dagtekening: 19 januari 2024 Registratienummer: 1225882
a. Zienswijze De infrastructurele aanpassing van de Nijkerkerweg zou moeten plaatsvinden aan de oostzijde. Zo kunnen meer bomen worden behouden. De groene ontwikkelingszone zou minder worden geraakt. Het verloop van de weg is dan rechter wat de verkeersveiligheid ten goede komt. Gemeentelijke reactie Wij merken op dat het perceel Nijkerkerweg 139, kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie A, nummer 3129 sinds 15 oktober 2023 in eigendom is van Nieuw Surksum B.V. en niet langer van betrokkene. Zij is sinds 26 februari 2024 ingeschreven op een ander adres in Barneveld. Zij is nog wel de eigenaresse van de agrarische gronden van het perceel kadastraal bekende gemeente Barneveld, sectie A, nummer 3130 die grenzen aan de locatie Nijkerkerweg 139. Betrokkene heeft geen belang meer als bewoonster van die locatie.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 2 van 23
Wat betreft de infrastructurele aanpassing van de weg in relatie tot de groene ontwikkelingszone: Een kaart d.d. 3 september 2021 van de Nijkerkerweg in relatie tot de Groene ontwikkelingszone is opgenomen als bijlage 12 van de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan “Bloemendal IIA”. In §§ 4.2.1.2 en 5.3.1.3 van de toelichting is uiteengezet dat de infrastructurele aanpassing aan de Nijkerkerweg weliswaar de Groene ontwikkelingszone raakt, maar dat een robuuste compensatie van de bomen zal plaatsvinden in samenspraak met provincie Gelderland. Voor de laanbeplanting aan de Nijkerkerweg is er weinig verschil in het aantal bomen dat zou moeten wijken aan de oostzijde of de westzijde. Het is wel zo dat ten behoeve van de verbreding van de weg met name op één perceel extra bomen moeten worden gekapt. Naar rato verdwijnen er zo meer bomen aan de westzijde. Het kappen van bomen gebeurt altijd in overleg met ecologen en gaat altijd gepaard met compensatie door het planten van nieuwe bomen. Wat betreft het aspect verkeersveiligheid: Gemeente Barneveld heeft afgewogen hoe de Nijkerkerweg kan worden ingericht op een toekomstbestendige manier. Dit willen wij doen op zodanige manier dat deze kan uitbreiden in westelijke richting (gebied tussen autosnelweg A30 en de Nijkerkerweg), maar ook qua capaciteit (uitbreiden aantal rijstroken).
Met inachtneming van de betrokken belangen hebben wij de integrale keuze gemaakt om de bomenrij aan de oostzijde van de weg te behouden en de bomenrij aan de westzijde op een nieuwe – toekomstbestendige – locatie te plaatsen. Overigens is deze keuze al gemaakt in de voorbereiding van het plangebied “Bloemendal I” in 2016 - 2018. In het civieltechnische ontwerp van de Nijkerkerweg is hiermee rekening gehouden door de vormgeving aan te laten sluiten bij de (toekomstige) maximumsnelheid van 50 km/u. Het voorgestelde tracé van de Nijkerkerweg kan dus op een verkeersveilige manier worden vormgegeven. Bij de ontwikkeling van Bloemendal is rekening gehouden met een toekomstige uitbreiding van de Nijkerkerweg. Ten behoeve van het behoud van zoveel mogelijk bomen en vanwege de (meeste) bestaande inritten aan de oostzijde van de Nijkerkerweg, is ervoor gekozen om de bomenrij aan de oostzijde zoveel mogelijk te behouden. Van daaruit is het wegprofiel van de Nijkerkerweg in westelijke richting opgebouwd. In het ontwerp is rekening gehouden met een toekomstbestendige ligging van de fietspaden en de westelijke bomenrij, omdat bij de positionering hiervan rekening is gehouden met het uitbreiden van het aantal rijstroken op de Nijkerkerweg. Gedurende het ontwerpproces is het wegverloop geoptimaliseerd waardoor minder ruimte nodig is voor de realisatie van de Nijkerkerweg.
De vormgeving van het (toekomstig) benodigd aantal rijstroken op het kruispunt is echter mede bepalend voor het wegverloop. In de beginfase worden nog niet alle rijstroken gerealiseerd. Wanneer op termijn mogelijk extra rijstroken worden toegevoegd, oogt het wegverloop logischer. Daarnaast voldoet het ontwerp aan de richtlijnen voor een weg behorend bij 50 km/uur. b. Zienswijze De ontsluiting van de agrarische percelen is niet weergegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan. Bij de uitrit is de weg gesplitst in twee afzonderlijke rijbanen. Hierdoor zijn de percelen niet meer bereikbaar en onvoldoende toegankelijk voor vrachtwagens en grote landbouwmachines.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 3 van 23
Gemeentelijke reactie Op de onderstaande afbeeldingen is de bewuste inrit aangeduid met een witte pijl.
Luchtfoto 2023 – vanuit het westen
Fragment verbeelding ontwerpbestemmingsplan
Civieltechnische tekening terreininrichting d.d. 29-08-2023
Het is noodzakelijk om de inrit te verplaatsen. Hierover hebben vertegenwoordigers van gemeente Barneveld contact opgenomen met betrokkene met twee opties voor de alternatieve ontsluiting. De onderstaande afbeeldingen illustreren de beide opties.
Optie 1: uitbreiden van de bestaande inrit bij Nijkerkerweg nr. 139
Optie 2: gebruik van bestaande inrit (ten noorden van kruispunt 1)
Het voordeel van de eerstgenoemde optie is dat deze inrit relatief dicht bij de vervallen inrit ligt. Bovendien is er slechts een minimale aanpassing van de alternatieve inrit nodig om het perceel bereikbaar te maken.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 4 van 23
Er kleven echter ook zwaarwegende nadelen aan optie 1: • Om gebruik te kunnen maken van de ruimte naast de inrit die hoort bij het adres Nijkerkerweg 139, moet gebruik worden gemaakt van het perceel, kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie A, nummer 3129, dat niet meer in eigendom is van betrokkene, maar van Nieuw Surksum B.V.. Deze eventueel uit te breiden inrit sluit dus niet direct aan op de agrarische gronden van het perceel, kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie A, nummer 3130 van betrokkene. De inrit bevindt zich ongeveer 18 meter ten zuiden van de grens tussen de genoemde percelen. Om de uitbreiding van de inrit volgens optie 1 mogelijk te maken zouden in dat geval aanvullende afspraken nodig zijn tussen betrokkene en de vennootschap. • Door de inrit bij het adres Nijkerkerweg 139 te verplaatsen in noordelijke richting zou een directe aansluiting vanaf de agrarische gronden van betrokkene op de Nijkerkweg kunnen worden gerealiseerd. Dit heeft echter als belangrijk nadeel dat de inrit dan uitkomt op de locatie waar de bushalte is gepland. Bovendien is daar een middengeleider aanwezig voor het kruispunt met de verkeersregelinstallatie (VRI – verkeerslichten).
Dit bemoeilijkt het in- en uitrijden vanuit bepaalde rijrichtingen; • De huidige watergang moet bij optie 1 worden voorzien van een duiker; • Verder is het nodig om een boom te kappen om in- en uitrijden mogelijk te maken. De hiervoor opgesomde nadelen maken dat de voorkeur van gemeente Barneveld uitgaat naar optie 2 ter vervanging van de oude ontsluiting: gebruik maken van de bestaande inrit ten noorden van kruispunt 1. De voorkeur voor optie 2 steunt ook op de volgende overwegingen: • Ook voor optie 2 moet gebruik worden gemaakt van andermans gronden. De bestaande inrit is namelijk op het perceel, kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie A, nummer 2146, maar dit is in eigendom van gemeente Barneveld. De eigendomssituatie vormt dus geen probleem. Gemeente Barneveld zal meewerken aan het gebruik van deze inrit ten behoeve van de bereikbaarheid van de agrarische gronden van betrokkene. • In verband met de verkeersfunctie van de Nijkerkerweg heeft het de voorkeur om het aantal inritten op de Nijkerkerweg te beperken. Ook wat dat betreft is optie 2 (gebruik maken van een bestaande inrit) beter dan optie 1 (uitbreiding/verplaatsing). • Het is vanuit deze inrit voor bestemmingsverkeer mogelijk om zowel in noordelijke als zuidelijke richting in- en uit te rijden. De inrichtingstekening d.d.
21 januari 2025 waarop de bestaande inrit (optie 2) is aangeduid is opgenomen bij deze Nota zienswijzen bestemmingsplan “Bloemendal IIA” (zie paginanummer 6). Betrokkene heeft vooralsnog niet ingestemd met de voorgestelde, vervangende inrit. Alle eerder aangedragen alternatieven heeft zij afgewezen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De alternatieve ontsluiting van het perceel kan worden gerealiseerd zonder dat eerst de bestemming van de gronden moet worden veranderd.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 5 van 23
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 6 van 23
3.
Van Westreenen B.V. T.a.v. de heer G.J. Nap Scherpenzeelseweg 11 6741 LX LUNTEREN
Datum ontvangst: 24 januari 2024 Datum dagtekening: 24 januari 2024 Registratienummer: 1225998
Namens Nieuw Surksum B.V. a. Zienswijze Nieuw Surksum B.V. is eigenaar van het agrarische bedrijf aan de Nijkerkerweg 139 in Barneveld. Er is een melding gedaan voor het veranderen van de veehouderij. Het is de bedoeling om 50 fokstieren, 236 stuks vrouwelijk jongvee en 48 melkkoeien te houden. Er worden dieren gehouden met geuremissiefactoren en dieren waarvoor vaste afstanden van toepassing zijn. Daarnaast gelden afstanden in verband met geur voor het opslaan van vaste mest en agrarische bedrijfsstoffen. Nu de omgeving bebouwde kom wordt, kan niet worden voldaan aan de afstand van minimaal 100 meter. Gemeentelijke reactie Op de onderstaande afbeeldingen is het perceel Nijkerkerweg 139, kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie A, nummer 3129 te zien.
Fragment verbeelding bestemmingsplan “Buitengebied 2012”, ruimtelijkeplannen.nl
Luchtfoto d.d. 2-4-2023, Nijkerkerweg 139
Naar aanleiding van de zienswijze heeft de deskundige bij Omgevingsdienst De Vallei (OddV) op verzoek van gemeente Barneveld een onderzoek en berekeningen uitgevoerd om na te gaan of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is te waarborgen in de nabijheid van de bewuste locatie nu niet wordt voldaan aan bepaalde afstanden, zoals de afstand van 100 meter als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid onder sub a van het Activiteitenbesluit milieubeheer (oud). Hieronder volgen de resultaten van de geurberekening:
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 7 van 23
Bij een dergelijke geurbelasting wordt het woon-en leefklimaat beoordeeld als matig tot goed. De onderstaande tabel met referentiewaarden is relevant:
Ook de achtergrondbelasting is berekend. Daarbij is de geuremissie van dieren op de locatie Nijkerkerweg 139 betrokken. In het gebied is volgens een verouderde (2012) kaart van de achtergrondbelasting/cumulatieve belasting van geur binnen de gemeente Barneveld sprake van een achtergrondbelasting tussen de 0 en 10 OUE/m³. Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de kaart weergegeven. De rode cirkel betreft het plangebied.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 8 van 23
Ten opzichte van de situatie in 2012 zijn er geen veehouderijen met geuremissie in de omgeving bijgekomen. De veehouderij ten noorden van het plangebied aan de Bloemendaallaan 87 (85-89) is eigendom verworven door gemeente Barneveld. Deze wordt beëindigd en draagt daardoor niet meer bij aan de geurbelasting (zowel voor- als achtergrondbelasting) ter plaatse. De achtergrondbelasting is daardoor naar verwachting lager in dit gebied dan in 2012 en bedraagt minder dan 10,0 OUE/m³. Bij een dergelijk lage achtergrondbelasting is sprake van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat in het plangebied. Er is daarom bij het voorbereiden van het bestemmingsplan geen aanvullend onderzoek naar de cumulatieve geurbelasting uitgevoerd. Er is desondanks alsnog een berekening uitgevoerd. De cumulatieve geurbelasting is op de hoekpunten van het plangebied berekend. Voor de berekening is gebruik gemaakt van het programma V-stacks gebied (V-2020) met de vergunde stalgegevens van de veehouderijen in de omgeving, waarbij de geuremissie vanuit de Bloemendaallaan 87 niet is meegerekend. Daarnaast is aan de gemelde dieren op de Nijkerkerweg 139 een geuremissiefactor toegekend waarmee is gerekend. Resultaten De berekende achtergrondbelasting van geur in het gebied ligt tussen de 4,61 en 15,15 OUE/m³.
Beoordeling In 2002 heeft de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) een richtlijn Geurhinder opgesteld waarin een tabel is opgenomen met een beoordeling welke milieukwaliteit hoort bij een bepaald percentage geurgehinderden. Eerder al was in een ruim opgezet onderzoek door PRA Odournet onder 2000 respondenten bepaald welke percentage geurgehinderden te verwachten is bij een bepaalde geurbelasting.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 9 van 23
Deze twee gegevens samen leveren de volgende tabel op: Achtergrondbelasting geur OuE/m³ 1–3 4–8 9 – 13 14 - 20 21 – 28 29 – 38 39 – 50 51 – 65
Mogelijke kans op geurhinder % <5 5 – 10 10 - 15 15 – 20 20 – 25 25 – 30 30 – 35 35 - 40
Beoordeling leefklimaat Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht
Uit de tabel volgt dat in het plangebied sprake kan zijn van een leefklimaat dat is te typeren als ‘matig’ tot ‘goed’. Dat betekent dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wij concluderen dan ook dat in het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd. b. Zienswijze In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt het onderzoek naar de maximale planologische mogelijkheden die op het perceel zijn toegestaan. Gemeentelijke reactie In het bestemmingsplan “Buitengebied 2012” heeft de raad de enkelbestemming ‘Agrarisch’ (artikel 3) toegekend aan de gronden van het perceel Nijkerkerweg 139, kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie A, nummer 3129. Het perceel is sinds 15 oktober 2023 in eigendom van Nieuw Surksum B.V.. In artikel 3.1 van het bewuste bestemmingsplan is bepaald dat de gronden bestemd zijn voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf en welke functies daar zijn toegelaten.
In artikel 1.5 staat de omschrijving van het begrip ‘agrarisch bedrijf’: ‘een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren (inclusief het uitbroeden van eieren en het kweken van insecten), met inbegrip van daarmee samenhangende activiteiten, zoals de ontvangst van bezoekers, verkoop van eigen producten en educatie, als onzelfstandig en ondergeschikt onderdeel van het bedrijf’. Op de verbeelding van het bestemmingsplan is de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ ingetekend ter plaatse van het bouwvlak van het perceel Nijkerkerweg 139. Onder ‘intensieve veehouderij’ wordt verstaan: ‘een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf voor het houden van vee en pluimvee - zelfstandig of als neventak -, waarbij dit houden van vee en pluimvee geheel of nagenoeg geheel plaatsvindt in gebouwen. Het biologisch houden van dieren conform een regeling krachtens artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet en het houden van melkrundvee, schapen of paarden wordt niet aangemerkt als intensieve veehouderij’.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 10 van 23
Voor het perceel is ook de “Parapluherziening Veegplan 2023” relevant. De raad heeft deze herziening vastgesteld op 29 mei 2024. Hiermee heeft de raad onder meer onvolkomenheden in het bestemmingsplan “Buitengebied 2012” willen herstellen. Artikel 3.1, aanhef en onder sub b van het geconsolideerde bestemmingsplan luidt nu als volgt: ‘De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: […] ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' ook voor een intensieve veehouderij’. In § 5.6 van de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan “Bloemendal IIA” is over de locatie Nijkerkerweg 139 het volgende opgemerkt: ‘Dit is een bedrijf met een oudere milieuvergunning welke tegenwoordig als melding wordt aangemerkt. De eventuele uitbreidingsmogelijkheden worden reeds belemmerd door de al aanwezige geurgevoelige objecten in de directe omgeving; op de Nijkerkerweg 126 en 126-01.’ Hier is de vergunning uit 1993 bedoeld. Bij besluit d.d. 29 september 1993 heeft het college van gemeente Barneveld aan de heer W. van Dijk de vergunning (nr. 73/93) ingevolge de Wet Milieubeheer verleend voor het veranderen van de veehouderij. Bij brief van 22 april 2024 heeft Omgevingsdienst De Vallei namens het college de melding Activiteitenbesluit milieubeheer van Nieuw Surksum B.V. bevestigd.
In vergelijking met de vorige vergunning verandert dat in het vervolg enkel rundvee wordt gehouden (in plaats van melkkoeien, vrouwelijk jongvee en vleesvarkens). Met het voorgaande zijn de planologische mogelijkheden voldoende in beeld. De constatering dat eventuele uitbreidingsmogelijkheden in de huidige situatie al zijn beperkt, blijft staan. c. Zienswijze Een onderzoek naar de achtergrondbelasting voor geur en de geurrekenmodellen ontbreken. Gemeentelijke reactie Wij verwijzen naar onze reactie onder punt 3a. Daar is informatie over de achtergrondbelasting opgenomen. d. Zienswijze Cliënt had vanuit zijn woning uitzicht over een stuk weidegrond en de verandering van het uitzicht zorgt voor waardevermindering. Gemeentelijke reactie Het perceel Nijkerkerweg 139, kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie A, nummer 3129 is in eigendom van Nieuw Surksum B.V. sinds 15 oktober 2023. Op het adres Nijkerkerweg 139 zijn twee personen ingeschreven sinds 18 maart 2024. Die personen zijn daar kennelijk vrij kortgeleden gaan wonen terwijl zij wisten, althans behoorden te weten, dat het al jarenlang de bedoeling is op de bewuste gronden de woonwijk Bloemendal te ontwikkelen. Het risico van een veranderend uitzicht hebben zij dan ook bewust aanvaard. Het is niet zo dat deze personen hier een langdurig en bestendig genot van vrij uitzicht hadden.
Bovendien bestaat er geen recht op een onveranderende leefomgeving. Dit neemt niet weg dat het vrij staat om eventueel nadeelcompensatie aan te vragen. Bij de beoordeling van een aanvraag om nadeelcompensatie zal het college rekening houden met het normale maatschappelijke risico en met de risicoaanvaarding.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 11 van 23
e. Zienswijze Er zijn geen reële alternatieven overwogen om de geluidsbelasting op de woningen van cliënt te verminderen. De stelling dat het geluid reducerend wegdektype niet toepasbaar is, is niet cijfermatig onderbouwd of nader gemotiveerd. De geluidsnorm voor het binnenniveau moet worden gerespecteerd. Het is onduidelijk wat de gevolgen zijn voor het binnenniveau bij het toestaan van hogere grenswaarden. Gemeentelijke reactie Dit deel van de zienswijze heeft niet alleen betrekking op § 5.5 Geluid van de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan, maar ook op het voorgenomen besluit van het college om een hogere waarde als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder (oud) vast te stellen. Algemeen bekend is dat een dunne deklaag van type A of B bij veel afslaand en remmend verkeer en veel zwaar verkeer aan hevige slijtage onderhevig is en leidt tot een snelle vervanging van dit type wegdek. Het bedrijf zelf heeft het nodige groot materieel dat hier het terrein van het bedrijf opdraait. Hierdoor kan dit wegdektype hier als financieel niet doelmatig worden gezien. Daarnaast is het zeer aan te bevelen om bij een stil wegdek een minimale lengte van 500 meter aan te leggen waarbij ook wordt aangeraden om dit niet op kruispunten/afslagen en rotondes toe te passen vanwege deze slijtage. Afslagen en kruispunten zijn gelegen op kleinere afstand dan 500 meter.
Er is daarom niet gekozen om een stil asfalt variant toe te passen. In het kader van de ontwikkeling van het eerste gedeelte van de nieuwe woonwijk Bloemendal is al een snelheidsverlaging van 80 km/uur naar 50 km/uur toegepast op de Nijkerkerweg. Een verdere verlaging naar 30 km/uur is niet passend voor de doorstroomfunctie van de Nijkerkerweg. Schermen tussen woning en weg stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Er is daarom in het akoestisch onderzoek en het besluit hogere waarden gesteld dat er onderzoek gaat plaatsvinden naar mogelijke maatregelen aan de gevel van de woning indien dit nodig is en door de bewoner goed wordt bevonden. Dit om de vereiste binnenwaarde te borgen. Eventuele voorzieningen, zoals dubbele beglazing en dakisolatie, zijn dan voor rekening van de gemeente. Dit onderzoek dient daarvoor nog te worden opgestart (in september 2025). Tot slot verwijzen wij naar de relevante samenvatting en conclusies op paginanummers 20-22 van het rapport 2200816.r01 (Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Wet geluidhinder) d.d. 18 augustus 2023 van SPA WNP Ingenieurs uit Ede. Het rapport is opgenomen als bijlage 2 van de toelichting bij het bestemmingsplan. f. Zienswijze De groen- en verkeersbestemmingen zijn gelegd op gronden van cliënt. De kadastrale grenzen moeten worden gerespecteerd.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 12 van 23
Gemeentelijke reactie Voor de infrastructurele aanpassing van de Nijkerkerweg is een gedeelte van het perceel Nijkerkerweg 139, kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie A, nummer 3129 nodig. De oppervlakte van dit gedeelte is 865 m2. Gemeente Barneveld heeft zich ingezet om de benodigde gronden te verwerven op minnelijke wijze, maar dit heeft (nog) niet geleid tot verkoop. Het is onmogelijk om de infrastructurele aanpassing ten behoeve van de nieuwe woonwijk te verwezenlijken zonder de bewuste gronden. g. Zienswijze Het stikstofonderzoek is niet compleet. In de onderbouwing is niet opgenomen dat er gekeken is naar de bestemmingsplannen die golden op moment van aanwijzing van de Natura 2000 gebieden. In het bijzonder de 'Veluwe' als stikstofgevoelig natura 2000gebied. Dit gebied is aangewezen als Vogelrichtlijn gebied op 24 maart 2000 en als Habitatrichtlijngebied op 7 december 2004. Er is geen bestemmingsplan tijdlijn gegeven dat aantoont dat de percelen agrarisch in gebruik mochten zijn en dat hier geen planologische beperking voor de mestaanwending op zat. Daarnaast is er niet aangetoond wat de feitelijke situatie was op de percelen ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan. In het onderzoek komen tabel 1 en de AERIUS berekening (input referentiesituatie) niet met elkaar overeen.
De zeer hoge ammoniakemissie uit tabel 1 lijkt een grove overschatting van de emissies. Voor correcte stikstofonderbouwing moeten de effecten inzichtelijk worden gemaakt van de 12 aaneengesloten maanden met de grootste emissies/effecten op Natura 2000gebieden. De AERIUS-berekening van de 12 zwaarst belastende maanden ontbreekt. Gemeentelijke reactie Wat betreft bemesting merken wij het volgende op: De indiener geeft aan dat het vaste jurisprudentie is dat de emissie van beweiden en bemesten in de referentiesituatie mag worden gebruikt. Er moet dan volgens indiener wel sprake zijn van een situatie dat feitelijk en legaal aanwezig is. Significant negatieve gevolgen van het plan dienen vergeleken te worden ten opzichte van de referentiesituatie. Voor bestemmingsplannen wordt onder de referentiesituatie volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inderdaad verstaan, zoals de indiener aangeeft: de feitelijk bestaande en planologische legale situatie, voorafgaand aan de vaststelling van het plan. De feitelijke en planologische situatie is onderbouwd in het rapport in de eerste alinea onder paragraaf ‘intern salderen’ en op basis daarvan is de conclusies dat bemesting feitelijk en legaal aanwezig is (bijlage 31 van de toelichting bij het bestemmingsplan).
Voor het bestemmingsplan (planspoor) hoeft geen onderbouwing gegeven te worden van het gebruik van de percelen op het moment van aanwijzing van Natura 2000-gebied de Veluwe. Het gebruik van de percelen in de afgelopen 10 jaren is niet relevant. Het gaat, zoals gezegd, om de planologische en feitelijke situatie. In afbeelding 4 van de rapportage zijn de gronden aangegeven waarvan het gebruik als grasland is geregistreerd. Op basis van actuele gegevens ten tijde van deze beantwoording op de zienswijze blijkt dat het overgrote deel van de percelen in gebruik is als zijnde grasland. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan is het onderzoek stikstofdepositie gewijzigd en geactualiseerd. Het bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd onderzoek betrof de rapportage d.d. 28 juni 2023 met kenmerk: 22000816.b01.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 13 van 23
De bij het vastgestelde bestemmingsplan onderzoek stikstofdepositie betreft de rapportage met kenmerk: 2500065.4200.r01 (hierna onderzoeken/rapporten b01 en r01). Aanleiding van de actualisatie is onder andere de na indiening van de zienswijze ontstaan jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2024:4923 en ECLI:NL:RVS:2024:4909) dat aangeeft dat intern salderen niet meer betrokken mag worden in de zogenoemde voortoets bij in de zogenoemde voortoets bij een omgevingsvergunning in de projectfase (uitvoerende fase). Het onderzoek r01 is uitgevoerd voor het bestemmingsplan en daarmee de planfase. Dit betekent dat intern salderen wel toegepast mag worden in dit onderzoek. Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en daarmee de projectfase inzichtelijk te maken, is er in dit onderzoek onderzocht wat de rekenresultaten zijn na intern salderen, als uitgegaan wordt van de beleidsregels Salderen van de provincie Gelderland d.d. 10 juli 2025. Deze beleidsregels gelden voor de projectfase. De uitgangspunten ten aanzien van het vaststellen referentiesituatie zijn in onderzoek r01 niet gewijzigd. Dit betekent dat dat de hierboven opgenomen reactie met betrekking tot de referentiesituatie onverkort geldt. In afwijking van het onderzoek b01 is in onderzoek r01 uitgegaan van de maximale hoeveelheid kilogram dierlijke mest dat uitgereden mag worden op de percelen (170 kg/ha/per jaar).
Uitgaande van de provinciale beleidsregels salderen is er een afromingsfactor van 35% toegepast. Wat betreft de berekeningen en de aaneengesloten periode van 12 maanden: De indiener van de zienswijze merkt op dat er voor de aanlegfase met drie verschillende kalenderjaren is gerekend en de effecten niet inzichtelijk zijn gemaakt voor 12 aaneengesloten maanden met de grootste emissies/effecten op Natura 2000-gebieden. De stikstofrapportage b01 geeft inderdaad inzicht in de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase in drie verschillende rekenjaren. Voor het project is uitgegaan van een fasering in de aanlegfase die bestaat uit drie delen. De fasering gaat uit van een chronologische volgorde van werkzaamheden. Elke fase gaat uit van een aaneengesloten periode van 12 maanden. Op basis van rapportage r01 wordt duidelijk dat fase 1 maatgevend is. Tijdens deze fase ontstaat er de meeste emissies NOx en Nh3 en is het hoogste gekarteerd oppervlak met toename berekend. De verklaring hiervoor is dat er in fase 1 ook mobiele werktuigen en bouwverkeer worden ingezet voor het bouwrijp maken van alle woningen. h. Zienswijze Het bestemmingsplan is in strijd met de omgevingsverordening en daardoor onuitvoerbaar nu niet duidelijk is gemaakt op welke wijze de groene ontwikkelzone wordt gecompenseerd.
Gemeentelijke reactie In § 4.3.1.2 Omgevingsverordening van de toelichting bij het bestemmingsplan is in detail uiteengezet hoe de compensatie zal plaatsvinden na de infrastructurele ingreep bij de Nijkerkerweg. De kernkwaliteiten van de Groene ontwikkelingszone zijn geborgd. In de voorbereiding van het bestemmingsplan was er nauw overleg met provincie Gelderland over het aspect ecologie. De compensatie gaat volgens de quickscan van de Nijkerkerweg, waarin het deskundige bureau Arcadis Nederland B.V. mitigerende maatregelen heeft opgesomd. Het rapport uit 2025 is opgenomen als bijlage 18 van de toelichting bij het bestemmingsplan. De stelling van betrokkene dat de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied in strijd is met de Omgevingsverordening, is dan ook onjuist.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 14 van 23
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
4.
Van Westreenen B.V. T.a.v. de heer G.J. Nap Scherpenzeelseweg 11 6741 LX LUNTEREN
Datum ontvangst: 24 januari 2024 Datum dagtekening: 18 januari 2024 Registratienummer: 1225954
Namens Van Dijk Melkgeitenbedrijf B.V. aan Peutweg 1 en 3 in BARNEVELD a. Zienswijze Van Dijk Melkgeitenbedrijf B.V. is eigenaar van de agrarische bedrijven aan de Peutweg 1 (melkgeiten) en Peutweg 3 (pluimvee). Er is bezwaar tegen het samenvoegen en het verkleinen van het bouwperceel Peutweg 1-3, hetgeen niet bijdraagt aan het verminderen van de geurbelasting. Er is nog steeds sprake van twee volwaardige bedrijven. Gemeentelijke reactie Hieronder is een luchtfoto uit 2023 opgenomen, waarop de bewuste agrarische bedrijven zijn te zien. Verder is een fragment van de verbeelding van het geldende wijzigingsplan “Peutweg I” (2015) opgenomen, waarop is te zien dat bij het perceel Peutweg 1, kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie H, nummer 310 en het perceel Peutweg 3, kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie H, nummer 314 separate bouwvlakken zijn ingetekend. Op het fragment van de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan “Bloemendal IIA” is te zien dat de twee bouwvlakken zijn samengevoegd en dat het bouwvlak aan de zuidzijde ter hoogte van de braakliggende gronden is verkleind. Het was de bedoeling om het bouwvlak strak om de bestaande bebouwing te leggen, opdat geen nieuwe geuremitterende gebouwen zouden mogen worden opgericht op het onbebouwde gedeelte van het oude bouwvlak. Naar aanleiding van de zienswijze komen we daarop terug.
Dit is uiteengezet in onze reactie onder punten 4c en 4e.
Luchtfoto d.d. 2-4-2023, Peutweg 1-3
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 15 van 23
Verbeelding wijzigingsplan “Peutweg I”
Fragment verbeelding ontwerpbestemmingsplan
Wat betreft de agrarische bedrijven zijn de volgende gegevens relevant: Voor de locatie Peutweg 1 is relevant de melding d.d. 5 maart 2015 (nr. 2014M0405) in de zin van het Activiteitenbesluit milieubeheer met betrekking tot het geitenbedrijf, in combinatie met de omgevingsvergunning beperkte milieutoets d.d. 26 februari 2015 (nr. 2014W2096) voor het veranderen van de veehouderij. Op basis hiervan is de veebezetting als volgt:
Voor de locatie Peutweg 3 is relevant de omgevingsvergunning d.d. 18 mei 2015 (nr. 2014W2100) voor het oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting. Dit is de vergunde veebezetting:
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 16 van 23
De deskundige van Omgevingsdienst De Vallei heeft aangegeven dat er dus weliswaar twee relevante vergunningen zijn verleend, maar dat beide vergunningen in het bezit zijn van één en dezelfde eigenaar. Verder is er sprake van technische, functionele en organisatorische samenhang tussen de bedrijven. Wat dat betreft zijn de bedrijven te beschouwen als één inrichting. Toch zullen wij op verzoek van betrokkenen afzien van de voorgenomen samenvoeging en verkleining van de bouwvlakken. Wij hebben dit uiteengezet in onze reactie onder punt 4e. In de zienswijze is een andere planologische regeling voorgesteld, die voor betrokkenen wel acceptabel zou zijn. De vast te stellen versie van het bestemmingsplan is hierop aangepast ten opzichte van het ontwerp. b. Zienswijze Door het samenvoegen van de bouwpercelen en de inrichtingen wordt de geurcontour verdubbeld. In geval de woonwijk daadwerkelijk wordt gebouwd zal in de geurberekening uiteraard rekening gehouden moeten worden met gerealiseerde woonwijk. De stellingname dat de uitbreiding van de veehouderij de ontwikkeling van de woonwijk in de weg zal kunnen staan is daarom niet juist. Het verkleinen van een bouwvlak heeft geen enkele invloed op de geurbelasting op de omliggende (toekomstige) woningen.
Gemeentelijke reactie In het ontwerpbestemmingsplan zijn wij ervan uitgegaan dat er vanwege de technische, functionele en organisatorische samenhang tussen de bedrijven sprake is van één inrichting, zelfs nu er twee bouwvlakken aanwezig zijn. Volgens de geurregels moet de voorgrondbelasting vanuit één inrichting, en nu vanuit één locatie met onderling samenhangende activiteit, berekend worden. Daarom is dit gedaan. De geurbelasting vanuit Peutweg 1 is 24600 OUE/m³ en vanuit Peutweg 3 26860 OUE/m³. Dit is inderdaad ongeveer een verdubbeling. In onze reactie onder punt 4e is uiteengezet welke planologische regeling wordt opgenomen in de vast te stellen versie van het bestemmingsplan. c. Zienswijze Uw gemeente had er ook voor kunnen kiezen om de grootte van de geurcontour vast te leggen doormiddel van het opnemen van een 'gebiedsaanduiding milieuzone-geurzone'. Dit is voor de bedrijfsvoering van cliënt veel minder ingrijpend en vergaand. Gemeentelijke reactie In het ontwerpbestemmingsplan was de verkleining van het braakliggende gedeelte van het bouwvlak bedoeld om te voorkomen dat hier nieuwe geur-emitterende gebouwen zouden komen. Op aanwijzing van betrokkenen hebben wij overwogen om een gebiedsaanduiding ‘milieuzone – geurzone’ met een maximale waarde van 6,0 OUE/m3 op te nemen om de geurbelasting te beteugelen, omdat dit voor hen minder ingrijpend is.
Uiteindelijk is gebleken dat de bestaande geurnormen volstaan. De Verordening geurhinder en veehouderij is duidelijk: ter plaatse van de woningen in de nieuwe woonwijk is maximaal 6,0 OUE/m3 geurbelasting toegestaan. Uit de berekening, een worstcase scenario met alle geur van beide bedrijven samen, is gebleken dat aan de genoemde norm kan worden voldaan.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 17 van 23
Aangezien er geen bijzondere, nadere regeling noodzakelijk bleek te zijn, is de locatie van het agrarische bedrijf niet meer opgenomen binnen de grenzen van de vast te stellen versie van het bestemmingsplan. d. Zienswijze Het bouwvlak is strak om de bestaande bebouwing gelegd. Zelfs de feitelijk gerealiseerde opslag van vaste mest en ruwvoer valt er buiten. Er is geen ruimte voor uitbreidingen van stallen in het kader van het verduurzamen. Wettelijke stalaanpassingen in het kader van dierenwelzijn zijn niet meer uitvoerbaar. Gemeentelijke reactie Bij de vaststelling van het bestemmingsplan “Bloemendal IIA” zal de raad ten opzichte van het ontwerp een correctie doorvoeren en de bouwvlakken zoals ingetekend op de verbeelding van het wijzigingsplan “Peutweg I” (2015) ongemoeid laten. Overigens is de uitbreiding van een stal ter vergroting van de leefoppervlakte van de geiten, zonder toename van het aantal geiten, wel toelaatbaar volgens de provincie. Wat betreft de opslag van vaste mest en ruwvoer: ter plaatse van de opslag is op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan het bouwvlak niet gewijzigd ten opzichte van het geldende planologische regime. De vaste mestopslag is niet aangetroffen op de tekening van de geldende vergunning. De mestopslag is niet gemeld. De opslag van kuilvoer is alleen gemeld ten westen van de zuidelijke stal.
Deze activiteiten zijn niet in overeenstemming met de geldende milieutoestemming en vielen reeds buiten de grenzen van het bouwvlak van het wijzigingsplan “Peutweg I” (2015). De opslag van vaste mest en ruwvoer vergen geen correctie van de verbeelding van het bestemmingsplan “Bloemendal IIA”. e. Zienswijze Door het verkleinen van het bouwvlak wordt forse schade geleden. De vergoeding van de schade had voorafgaand aan het ter inzage leggen van het bestemmingsplan geregeld moeten zijn. Zo is onzeker of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. Gemeentelijke reactie Bij de vaststelling van het bestemmingsplan “Bloemendal IIA” zal de raad ten opzichte van het ontwerp een correctie doorvoeren en de bouwvlakken zoals ingetekend op de verbeelding van het wijzigingsplan “Peutweg I” (2015) ongemoeid laten. Zodoende zal Van Dijk Melkgeitenbedrijf B.V. geen schade lijden ten gevolge van verkleining van het zuidelijke bouwvlak (Peutweg 3). Uit de geurberekening is gebleken dat aan de geldende norm voor de voorgrondbelasting van 6,0 OUE/m3 kan worden voldaan, ook wanneer de geur vanuit beide bouwvlakken samen wordt genomen en op de meest zuidoostelijke hoek van het bouwvlak wordt geprojecteerd (een worst-case scenario).
Op voorstel van de betrokkene is destijds aangegeven dat deze geurnorm op kaart zichtbaar werd, door middel van het opnemen van een gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – geurzone’ op de verbeelding. Later is gebleken dat deze aanduiding geen toegevoegde waarde meer heeft, nu duidelijk is dat al aan de geurnorm kan worden voldaan bij behoud van het zuidelijke bouwvlak, zonder verkleining. Aangezien de bouwvlakken voor de Peutweg 1-3 in stand blijven en de beoogde woningen ter plaatse van het plan Bloemendal IIA kunnen voldoen aan de geldende norm voor de voorgrondbelasting van 6,0 OUE/m3, is geen sprake meer van het lijden van schade door verkleining van het bouwvlak.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 18 van 23
f. Zienswijze Het is opmerkelijk dat een verzoek voor het verplaatsen van een geitenstal dat door cliënt is ingediend is afgewezen vanwege het aspect volksgezondheid en dat het toevoegen van meerdere woningen op korte afstand van een geitenhouderij wel is toegestaan. Dit is in ieder geval een bijzondere omstandigheid waaraan in de milieueffectrapportage aandacht aan moet worden besteed. Gemeentelijke reactie De indiener vindt het opmerkelijk dat een nieuwe geitenstal is afgewezen vanwege de volksgezondheid. Gedeputeerde staten van provincie Gelderland hebben bij beschikking van 11 december 2023 het verzoek om afwijking van de provinciale Omgevingsverordening ten behoeve van de bouw van de stal afgewezen. Het provinciale bestuursorgaan heeft een eigen verantwoordelijkheid en een eigen afweging gemaakt. Wij wijzen erop dat het college van gemeente Barneveld, vertegenwoordigd door wethouder Wijnne, het bouwplan van de stal juist heeft ondersteund. De wethouder heeft op 2 april 2024 deelgenomen aan de hoorzitting van de commissie Rechtsbescherming en daar het standpunt van gemeente Barneveld benadrukt. De provincie heeft medio mei 2024 laten weten te onderzoeken of gedeputeerde staten in dit geval toch kunnen afwijken van het geitenmoratorium. Eind juni 2024 was het onderzoek nog niet afgerond.
In de beschikking van 23 september 2024 hebben gedeputeerde staten uiteindelijk het bezwaar tegen het primaire besluit om niet af te wijken van de verordening ongegrond verklaard. De motivering is aangevuld met negatieve adviezen van de GGD en de OddV. In het laatste besluit staat op paginanummer 3 overigens expliciet dat het geitenmoratorium geen omgekeerde werking heeft ten aanzien van nieuwbouw. Op paginanummer 7 van het besluit is daaraan toegevoegd dat de woningbouw kan doorgaan zonder af te wijken van het geitenmoratorium. g. Zienswijze Het onderzoek naar de achtergrondbelasting van geur en de geurrekenmodellen ontbreken. Zo is niet zeker dat sprake is van een redelijk woon- en leefklimaat. Gemeentelijke reactie Wij verwijzen naar onze reactie onder punt 3a van deze nota. Daar is ingegaan op de achtergrondbelasting en aangetoond dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. h. Zienswijze Het stikstofonderzoek is incompleet. Gemeentelijke reactie Dit deel van de zienswijze komt inhoudelijk overeen met de zienswijze die is samengevat onder punt 3g van deze nota. Wij verwijzen naar onze reactie, zoals daar verwoord. Het geactualiseerde onderzoek naar stikstofdepositie is opgenomen als bijlage 31 van de toelichting bij het bestemmingsplan.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 19 van 23
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen: • De twee separate bouwvlakken blijven in stand; • Het zuidelijke bouwvlak wordt toch niet verkleind; • De percelen Peutweg 1-3 blijven buiten de grenzen van de vast te stellen versie van het bestemmingsplan. 5.
Dasselaar Advies Rentmeesters T.a.v. de heer B. van Dasselaar Bosrand 25 6718 ZN EDE
Datum ontvangst: 25 januari 2024 Datum dagtekening: 25 januari 2024 Registratienummer: 1226068
Namens de heer J. Heimgartner, Nijkerkerweg 145 3771 LA BARNEVELD a. Zienswijze Betrokkene heeft gevraagd om een termijn van vier weken voor de motivering van de zienswijze. Gemeentelijke reactie Er is tot 22 februari 2024 uitstel verleend voor de aanvulling van de zienswijze. De adviseur heeft de zienswijze aangevuld per e-mail d.d. 23 februari 2024. Hoewel de aanvulling dus is ontvangen buiten de verlengde termijn, is deze toch betrokken bij de overwegingen. De voorbereidingsprocedure van het bestemmingsplan duurde veel langer dan normaal. De late aanvulling zorgde niet voor extra vertraging. b. Zienswijze Voor het perceel staan zomereiken met een redelijke tot goede vitaliteit, die geveld zullen worden. In de natuurtoets / ecologische quickscan zijn bestaande ecologische waarden niet opgenomen en gewogen. Het is onnodig dat bestaande ecologische en landschappelijke waarden verloren gaan. Er heeft een onzorgvuldige afweging plaatsgevonden. Gemeentelijke reactie De onderstaande afbeelding is een fragment van de luchtfoto en de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan ter hoogte van de locatie Nijkerkerweg 145 in Barneveld, zoals getoond op www.ruimtelijkeplannen.nl. Op de afbeelding is te zien hoe het perceel van betrokkene, kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie H, nummer 200, is gesitueerd ten opzichte van de plangrens.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 20 van 23
Locatie Nijkerkerweg 145 in relatie tot plangebied “Bloemendal IIA”
De aanvulling van de zienswijze bestaat grotendeels uit de woordelijke herhaling van hetgeen betrokkene al naar voren heeft gebracht in zijn inspraakreactie d.d. 14 juli 2021. Wij volstaan met de verwijzing naar de Nota inspraak en overleg bestemmingsplan “Bloemendal IIA”, die als bijlage 20 is opgenomen in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan en die betrokkene van ons heeft ontvangen. In die nota staan de samenvatting en de beantwoording van de inspraakreactie. Voor zover de betrokkene niet heeft aangegeven wat er zou schorten aan de beantwoording achten wij het onnodig om het standpunt van gemeente Barneveld hier opnieuw uiteen te zetten. De stelling van betrokkene dat bestaande ecologische waarden niet in ogenschouw zijn genomen, is aantoonbaar onjuist. In de Boom Effect Analyse (hierna: BEA), bijlage 8 van de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan, is een uitgebreide inventarisatie van de bomen opgenomen. Er is ook onderzocht in hoeverre het mogelijk is om de bomen te verplanten (zie § 3.5 van de BEA). Het duurzaam verplanten van bestaande bomen bleek niet haalbaar te zijn. Het deskundige bureau Arcadis Nederland B.V. heeft in opdracht van gemeente Barneveld een quickscan ecologie uitgevoerd bij de Nijkerkerweg (rapport d.d. 22 augustus 2025, bijlage 18 van de toelichting bij de vast te stellen versie van bestemmingsplan “Bloemendal IIA”).
De conclusie luidt dat negatieve effecten op beschermde gebieden (Natura 2000) als gevolg van ruimtebeslag, verstoring door licht, geluid en trillingen en vervuiling door oppervlaktewater zijn uitgesloten. In § 5.5.1 van het rapport zijn ten behoeve van (mogelijk) voorkomende (beschermde) soorten mitigerende maatregelen opgesomd, die gemeente Barneveld zal uitvoeren. De BEA en de ecologische onderzoeken, die zijn opgenomen als bijlagen in de toelichting bij het bestemmingsplan, vormen gezamenlijk een gedegen onderbouwing van de haalbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling van de woonwijk. c. Zienswijze Betrokkene blijft van mening dat juist het optrekkende en afremmende verkeer de meeste hinder zal veroorzaken en dat hiermee rekening moet worden gehouden bij de planontwikkeling.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 21 van 23
Gemeentelijke reactie Wij verwijzen naar de beantwoording van de inspraakreactie onder punt 1.b op paginanummers 3 e.v. van de Nota Inspraak en overleg bestemmingsplan “Bloemendal IIA”. Wij handhaven ons standpunt dat de gevolgen van stilstaand en optrekkend verkeer bij het kruispunt niet zo zwaar zijn dat sprake zou zijn van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat. Ten aanzien van het wegverkeerslawaai is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Voor kruisingen is in de modelering rekening gehouden met een kruispunt-toeslag voor het remmend en optrekkend verkeer. Op gebied van geluidhinder is dus rekening gehouden met hinder van optrekkend en afremmend verkeer. d. Zienswijze Betrokkene vraagt de verkeersbestemming op te schuiven in oostelijke richting en de eiken te sparen. Gemeentelijke reactie In aanvulling op hetgeen wij hebben uiteengezet over het tracé van de Nijkerkerweg in onze reactie onder punt 2a: Het civieltechnische ontwerp van de infrastructuur is in de voorbereiding behoorlijk aangepast om te bewerkstelligen dat minder gronden aangekocht hoeven te worden. De oppervlakte van het perceel dat betrokkene kwijtraakt, wordt gecompenseerd aan de achterzijde van het perceel. In de onderhandelingen tussen vertegenwoordigers van gemeente Barneveld en betrokkene zijn meer zaken aan de orde geweest, maar dit heeft niet geleid tot overeenstemming.
Partijen werden het onder meer financieel niet eens. Op 23 november 2023 is het initiatief (zaaknummer 185731) van betrokkene met betrekking tot het perceel Nijkerkerweg 145/145A beoordeeld aan de Intaketafel. Het voorstel zag op de herinrichting van het perceel en in het bijzonder: • de legalisering van het gebruik als zelfstandige woning van het bouwwerk met nummer 145A; • de sloop van een drietal bijgebouwen; • de bouw van drie nieuwe bijgebouwen rond een binnenplaats; • de realisering van een extra inrit aan de noordoostelijke zijde van het perceel. De uitkomst van de Intaketafel was dat het initiatief in beginsel wenselijk is – met inachtneming van enkele aandachtspunten, zoals de benodigde inzet van sloopmeters. De aandachtspunten zijn genoemd in het verslag van de Intaketafel. In het verslag is als vervolgstap gesuggereerd om het initiatief verder uit te werken en vervolgens voor te leggen aan de Omgevingstafel voor de beoordeling van de haalbaarheid. Die stap is niet gezet. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 22 van 23
6.
Van Westreenen B.V. T.a.v. de heer J.G.P. van Schaik Scherpenzeelseweg 11 6741 LX LUNTEREN
Datum ontvangst: 24 januari 2024 Datum dagtekening: 25 januari 2024 Registratienummer: 1225997
Namens De Kruif Metaalbewerking, De heer H. de Kruif Nijkerkerweg 126 3771 LB BARNEVELD ZIENSWIJZE INGETROKKEN Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Bloemendal IIA
pagina 23 van 23