Bijlage Uitgangspuntennotitie accommodatiebeleid 20210826.docx
Tekst van het document
Uitgangspuntennotitie ten behoeve van ontwikkeling van
Accommodatiebeleid Sport en Cultuur
Opgesteld door: Versie:
Carin Bakker en Thomas Nobel (TwynstraGudde) 26 augustus 2021
Inleiding Ambtelijk is gestart met het ontwikkelen van Accommodatiebeleid voor Sport en Cultuur, wat eind 2021 tot afronding komt. Ter voeding van dat ontwikkelproces is het gewenst om vanuit de Raad uitgangspunten mee te geven, waarop verder gebouwd kan worden. Na vaststelling van deze uitgangspunten is door het college een participatiefase voorzien, waarbij clubs, verenigingen en instellingen nadrukkelijk hun inbreng en zienswijzen mogen en kunnen inbrengen. Pas na die interactieve fase zal overgegaan worden tot het definitief opstellen en vaststellen van accommodatiebeleid voor sport en cultuur. Achtergrond In haar strategische visie 2030 heeft de gemeente opgenomen dat ze streeft naar een sociaal en betaalbaar gevarieerd voorzieningenaanbod (onderwijs, sport, cultuur en hulp en ondersteuning) dat meebeweegt met de behoeften en mogelijkheden van de inwoners. Daarbij kunnen de specifieke situatie per dorp, wijk of buurt verschillen. Momenteel zijn sport- en cultuuractiviteiten ondergebracht in het sociaal domein. In het beleidsplan ‘Mensen Voorop’ wordt ingegaan op de meerwaarde van actieve participatie aan sport en cultuur voor de maatschappij. Deelname aan sport en cultuur activeert, verbindt, verrijkt en verwondert en levert daarbij een bijdrage aan ons collectief welbevinden.
In het beleidsplan Sociaal Domein is met name aandacht voor cultuur en sport als middel om maatschappelijke doelen na te streven. Definitie In de context van het project tot ontwikkeling van Accommodatiebeleid voor Sport en Cultuur verstaan we onder accommodaties de fysieke plek waar activiteiten plaats vinden. Dit zijn vaak gebouwen, maar kunnen ook terreinen zijn waar een activiteit wordt geaccommodeerd of combinatie van een gebouw met omliggende faciliteiten (zoals kleedkamers en sportvelden). Ook de inrichting van het gebouw en aankleding van het terrein kunnen onder accommodatie vallen. Accommodatiebeleid voor Sport en Cultuur gaat over het fysiek faciliteren van een inhoudelijke activiteit of functie. De toepassing van accommodatiebeleid op een vraagstuk kan leiden tot besluit over het bouwen van gemeentelijk vastgoed, maar kan ook leiden tot een financiële tegemoetkoming in de huisvestingslasten van een sportclub, culturele vereniging of instelling. Ten grondslag aan het beleid ligt de maatschappelijke doelstelling, die met deze accommodaties bereikt kan worden. Accommodaties zijn een middel die bijdragen aan een breder maatschappelijk doel. Accommodatiebeleid Sport en Cultuur in de context Accommodatiebeleid als beleidsinstrument staat niet op zichzelf binnen de gemeente.
De beleidsnota gaat over het kaderen en richting geven aan de wijze en mate waarin door de gemeente ondersteuning wordt geboden (middels onderdak) aan activiteiten. Accommodatiebeleid voor Sport en Cultuur komt niet in de plaats van inhoudelijk beleid, maar is een aanvulling en vertaling naar de behoefte aan huisvesting. Het biedt middels beleidsuitgangspunten comfort bij het maken van integrale afwegingen over tal van individuele accommodatieopgaven in de toekomst. In 2021 is ook project rondom de introductie en implementatie van de Omgevingsvisie gestart. De ontwikkeling van Accommodatiebeleid sluit zoveel als mogelijk aan op dit traject, waaronder op het vlak van participatie. Bestaand beleid We putten bij het opstellen van Accommodatiebeleid Sport en Cultuur onder meer uit: Strategische visie 2030 Programmabegroting Bestaand beleid voor buitensportaccommodaties (masterplan 2018-2028) Bestaand beleid voor onderwijshuisvesting (masterplan 2018-2032) Beleidsplan Sociaal Domein ‘Mensen Voorop’ Beleidsregels Maatschappelijk Sport- en Cultuurfonds Convenant Cultuureducatie gemeente Barneveld Uitvoeringsagenda Cultuur d.d. 06-01-2020 Het opstellen en vaststellen van Accommodatiebeleid Sport en Cultuur betekent niet dat bovengenoemd vigerend beleid wordt vervangen of komt te vervallen. Accommodatiebeleid Sport en Cultuur is een aanvulling op bestaand beleid.
Uitgangspunten voor accommodatiebeleid De volgende uitgangspunten worden voorgesteld ter voeding van het nog op te stellen accommodatiebeleid voor sport en cultuur. De uitgangspunten zijn ingedeeld in thema’s. 1. Algemene uitgangspunten 1.1 Sport- en cultuurbeoefening speelt een grote rol in onze maatschappij. Het draagt bij aan het fysiek en mentaal welbevinden, algemene gezondheid en (talent)ontwikkeling van onze inwoners. Ook komt sport en cultuur ten goede aan leefbaarheid in buurten, wijken en dorpen. Daarom waarderen we sport en cultuur niet alleen als doel op zich, maar vooral als middel ten behoeve van maatschappelijke doelstellingen. Naast de maatschappelijke meerwaarde, erkennen we de economische waarde die sport en cultuurbeoefening kan hebben voor Barneveld. Tot slot kan een sport- of cultuuractiviteit bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de omgeving om er te wonen, te werken of te verblijven. 1.2 De gemeente beschouwt bewegen en cultuur als een maatschappelijke verantwoordelijkheid waarin zij een stimulerende en soms faciliterende rol heeft. Het draait bij die afwegingen om het dienen van de samenleving, niet om de accommodatie. Uitzondering hierop is de situatie waarin een accommodatie van zichzelf een artistieke waarde vervult, mits de gemeente hiervan ook de toegevoegde waarde voor de gemeenschap onderkent.
1.3 We vinden inclusiviteit bij sport en cultuur belangrijk. Iedereen in de gemeente Barneveld zou een leven lang plezier aan sport en cultuur mogen beleven. Daarom stimuleren we sport- en cultuurbeoefening voor inwoners voor wie dat minder vanzelfsprekend is. 1.4 We stimuleren sport- en cultuurparticipatie op jonge leeftijd, zodat men vroeg in aanraking komt met de positieve effecten van sport en cultuur, wat de kans vergroot op voortzetting van sport- en cultuurparticipatie op latere leeftijd. We zetten daarom in op kwalitatief en divers sport- en cultuuraanbod in het onderwijs. 1.5 We gaan binnen het principe ‘zelf-samen-gemeente' uit van eigen verantwoordelijkheid en samenredzaamheid van onze inwoners. Het aanbieden en organiseren van activiteiten in gemeentelijke accommodaties is in beginsel geen taak van de gemeente. Uitgangspunt is dat de gemeente reactief met huisvesting faciliteert en acteert op basis van behoefte uit de gemeenschap. Bij behoeften aan onderdak wordt eerst gekeken naar wat de gemeenschap zelf kan, om daarna af te wegen of en wat de gemeente kan bijdragen. Die rol kan dus variëren per opgave. In dit verband wordt het initiatief ‘Right to Challenge’ gezien als een passende samenwerkingsvorm tussen gemeente en gemeenschap. Draagvlak vanuit de wijk of buurt voor een voorgenomen accommodatie initiatief is erg belangrijk.
1.6 Uiteindelijk zullen aanvragen altijd afgewogen moeten worden tegen de beschikbare middelen, beschikbare fysieke ruimte en beleidsvoornemens van de gemeente. 2. Maatschappelijke prioritering en differentiatie 2.1 Diversiteit in sport- en cultuuraanbod in de gemeente wordt gestimuleerd. Bij accommodaties is een gevarieerd activiteitenaanbod wenselijk. In geval van een niet gevarieerd activiteitenaanbod is de gemeente minder snel geneigd tot ondersteuning. 2.2 Het aanbod aan activiteiten in sport- en cultuuraccommodaties is zoveel als mogelijk afgestemd op de behoeften die leven in de gemeenschap. De gemeente staat ook open voor nieuwe initiatieven. Vooraf aan besluitvorming is deze behoefte aangetoond en als realistisch, wenselijk en langjarig standhoudend bestempeld. 2.3 Bij verzoeken tot het (ondersteunen bij) onderdak aan sportinitiatieven hecht de gemeente veel waarde aan sporten die bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen van fysieke inspanning en ontmoeting. Huisvestingsverzoeken voor sporten die niet of in mindere mate tot fysieke inspanning leiden, worden door de gemeente minder snel gehonoreerd. Huisvestingsverzoeken voor overwegend solitaire sportuitoefening heeft ook minder de voorkeur dan sporten die leiden tot sociale ontmoeting en inclusie.
2.4 De gemeente spreekt haar voorkeur uit naar maatschappelijke activiteitenaanbieders en gebruikers van accommodatie. In geval van binnensportaccommodaties ligt de prioriteitsstelling bij het faciliteren van bewegingsonderwijs en daarna sportverenigingen en maatschappelijke organisaties. 2.5 Directe of indirecte ondersteuning richt zich in de eerste plaats op verzoeken verenigingen en maatschappelijke ondernemers, die activiteiten uitvoeren die niet marktconform of kostendekkend kunnen worden gerealiseerd.
2.6 Uitgangspunt is dat accommodaties een multifunctioneel en flexibel karakter hebben, omdat dat een positief effect heeft op de maatschappelijke impact op de gemeenschap en bedrijfsmatige gezondheid van de accommodatie. Voorkeur ligt bij clustering van gebruikers uit meerdere gemeentelijke domeinen. 2.7 Het streven naar multifunctionaliteit in accommodaties kent haar grenzen. Voorkeur heeft het fysiek clusteren van activiteiten die onderling inhoudelijke synergievoordelen opleveren. 2.8 Multifunctionele accommodaties huisvesten activiteiten die tegemoet komen aan een zo breed mogelijk publiek uit onze eigen gemeente. 2.9 Er wordt waarde gehecht aan samenwerking tussen gebruikers onderling (clubs, verenigingen, overige (maatschappelijke) instellingen). Verzoeken tot (gemeentelijke ondersteuning bij) huisvesting worden eerder gehonoreerd als deze samenwerking reeds heeft geleid tot aantoonbare verbetering van het activiteitenaanbod en/of vergroting van de impact op de gemeenschap op beleidsterreinen die de gemeente wenst te ondersteunen. 2.10 Accommodaties zijn niet alleen fysiek goed toegankelijk, maar ook vanuit sociaal perspectief laagdrempelig van aard en verwelkomen uiteenlopende doelgroepen. 3. Fysieke spreiding 3.1 Spreiding en nabijheid zijn belangrijke sturende principes. Bij clustering van activiteiten worden de belangen voor lokale binding en eigenheid mee gewogen.
3.2 In het accommodatiebeleid gaan we uit van vastgestelde kaders vanuit het Masterplan Buitensportaccommodaties 2018-2028 en Masterplan Onderwijshuisvesting. Specifiek voor het eerstgenoemde beleidsdocument geldt dat we de NOC*NSF planningsnormen voor buitensportaccommodaties niet meer als uitgangspunt van beleid nemen, maar richtinggevend. 3.3 Bij beoordeling van huisvestingsverzoeken waarderen we sport- of cultuurinitiatieven voor jeugd hoger dan voor andere doelgroepen. Dit vanuit de gedachte dat volwassenen eenvoudiger fysieke afstanden kunnen overbruggen en de nabijheid van fysiek aanbod in de buurt voor jeugd belangrijker is. 3.4 Er wordt altijd eerst afgetast in hoeverre huisvesting van betreffend initiatief mogelijk en wenselijk is in bestaande accommodaties, tijdelijke accommodaties, gemeentelijk of niet gemeentelijk. De gemeente streeft naar een hoge benutting van haar accommodaties. 3.5 Rekening wordt gehouden met spreiding van accommodaties over de dorpen. Bijvoorbeeld in de vorm van hoofd- en nevenvestigingen, tijdelijke accommodaties 3.6 De gemeente juicht sporten, bewegen en cultuurparticipatie in de openbare ruimte toe. Voor kinderen, jeugd en jongeren tot 18 jaar wordt verwezen naar het speelruimtebeleidsplan.
3.7 Voor cultuur streven we naar een culturele infrastructuur waarbij aanbod aan activiteiten en spreiding van accommodaties elkaar versterkt, uitgaand van sterke culturele knooppunten. Onder cultureel knooppunt verstaan we een (culturele) instelling die als belangrijke speler/drager van de culturele infrastructuur kan worden aangemerkt en die samenwerkingslijnen heeft met andere culturele voorzieningen. 4. Financiële kaders 4.1 Er moet een gezonde balans zijn tussen maatschappelijke impact van de activiteiten in de betreffende accommodatie en de vereiste financiële ondersteuning vanuit de gemeente. Van financiële gezondheid van een accommodatie is sprake als er langjarig (10 jaar) dekking is voor de exploitatielasten van het gebouw en haar activiteiten. Waarbij de dekking kan bestaan uit zowel (externe) verhuurinkomsten als ook toegezegde subsidies c.q. langjarige verplichtingen vanuit de gemeente over gemeentelijke ondersteuning. Naast toetsing van de dekking van een fysiek initiatief zelf, wordt ook in ogenschouw genomen in hoeverre de partijen die de dekking verzorgen een solide financiële positie hebben en verwachten te houden. 4.2 Naast de financiële gezondheid van de exploitatie, wordt betaalbaarheid ook herleid uit het (verwachte) aantal leden, gebruikers, bezoekers dat de accommodatie in de toekomst zal bezoeken. Prognoses moeten goed onderbouwd zijn.
4.3 Vooraf wordt per accommodatievraagstuk zorgvuldig afgewogen welk beheermodel het meest passend, gedragen en houdbaar is. En of, en zo ja, welke rol de gemeente daarin heeft. Afspraken hierover moeten afdoende geborgd worden. We juichen zelfwerkzaamheid door de betreffende gebruiker van de accommodatie van harte toe.
4.4 De sportvereniging is zelf verantwoordelijk voor de investering en exploitatie van clubruimte. 5. Ruimtelijke kaders 5.1 Bij toepassing van beleidsregels uit het Accommodatiebeleid zal ook rekening gehouden worden met uitgangspunten bij Vastgoedbeleid van de gemeente. Voorbeelden zijn toegankelijkheid voor mensen met een beperking en integratie van duurzaamheid (duurzaam, natuur inclusief, circulair, klimaatadaptief bouwen) in het huisvestingsinitiatief. 5.2 Bij uitbreiding of nieuwbouw van sport- en cultuuraccommodaties is de zorg voor de plaatselijke verkeersveiligheid, bereikbaarheid per fiets en beschikbaarheid over voldoende parkeergelegenheid een randvoorwaardelijk kader.
Contouren accommodatiebeleid sport en cultuur Het doel van ‘Accommodatiebeleid Sport en Cultuur’ is het ontwikkelen van een set aan beleidsafspraken én het vormen van een transparant afwegingskader dat helpt in het maken van keuzes en te maken afspraken/voorwaarden. Aan de hand van de beleidsafspraken en met behulp van het afwegingskaderkunnen in het vervolg tal van individuele en lokale accommodatievraagstukken beantwoord worden. Deze beleidsafspraken gaan enerzijds in op het slim en effectief accommoderen oftewel het onderdak bieden aan maatschappelijke activiteiten. De afspraken gaan echter ook inhoudelijk in op het beleidsveld sport dan wel cultuur en bieden daarmee richting en kaders voor besluitvorming. Het gaat dus niet alleen om kaders hoe of in welke vorm activiteiten onderdak wordt geboden door de gemeente, maar ook afwegingen wat gefaciliteerd wordt door de gemeente (welke sportactiviteit c.q. cultuuraanbod). Accommodatiebeleid geeft zodoende handvatten voor het beantwoorden van de vraag welke fysieke maatschappelijke voorzieningen waar wenselijk zijn en welke rol de gemeente heeft in het organiseren van onderdak. Onderdak voor activiteiten die de gemeente belangrijk vindt voor haar bewoners en waar zij een actieve rol in wil vervullen.
De ambitie is om met het accommodatiebeleidsstuk in de hand vervolgens gedegen en navolgbare besluiten te kunnen nemen over individuele accommodatievraagstukken. Uiteindelijk zullen aanvragen daarna altijd afgewogen moeten worden tegen de dan beschikbare middelen en beleidsvoornemens. Dit om te komen tot een eigentijds, duurzaam, betaalbaar en adequaat voorzieningenniveau. Accommodatiebeleid biedt het afwegingskader.
Besluitvormingsprocedure Op basis van vaststelling van de uitgangspuntennotitie gaat het college tot uitwerking over van het accommodatiebeleid en bouwt daarbij voort op de inhoud van deze uitgangspuntennotitie. Op basis van vaststelling van de uitgangspuntennotitie, wordt in een participatieve tussenronde de gemeenschap betrokken bij de beleidsvisie. Gekozen wordt dus om eerst de contouren van accommodatiebeleid op te stellen om daarna deze contouren ter bespreking en inspraak voor te leggen aan de gemeenschap. Na afloop van deze tussenronde worden de resultaten verwerkt. Na bestuurlijke behandeling en vaststelling van de accommodatiebeleidsnota volgt implementatie. Deze implementatiefase wordt niet gezien als een eenmalige c.q. kortstondige uitvoering van plannen of projecten. Met implementatie wordt gedoeld op het toepassen van de vastgestelde kaders. Deze fase heeft feitelijk geen einddatum, maar betreft een continue proces.