CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Treasurystatuut Gemeente Barneveld 2025

Gemeenteraad 17 april 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Treasurystatuut 20254.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Treasurystatuut Gemeente Barneveld 2025

6 februari 2025

Inhoudsopgave Inleiding ..................................................................................................................................3 1.

Wettelijk kader .................................................................................................................3

2.

Uitgangspunten en doelstellingen .....................................................................................3

3.

Risicobeheer ....................................................................................................................4 3.1 Renterisicobeheer ..........................................................................................................4 3.1.1 Kasgeldlimiet ...........................................................................................................5 3.1.2 Renterisiconorm ......................................................................................................5 3.2 Koersrisicobeheer ..........................................................................................................5 3.3 Kredietrisicobeheer ........................................................................................................5 3.4 Intern liquiditeitsrisicobeheer .........................................................................................6

4.

Financiering .....................................................................................................................6 4.1 Richtlijnen financiering ...................................................................................................6 4.2 Relatiebeheer.................................................................................................................7

5.

Kasbeheer........................................................................................................................7 5.1 Geldstromenbeheer .......................................................................................................7 5.2 Saldo- en liquiditeitenbeheer ..........................................................................................8

6.

Leningen uitgeleend geld en garanties ...............................................................................8

7.

Organisatie ......................................................................................................................9

8.

Planning en Control ..........................................................................................................9

9.

Begrippenkader .............................................................................................................. 10

2

Inleiding Dit treasurystatuut bevat de bestuurlijke infrastructuur voor de uitvoering van de treasuryfunctie. Het gaat om de beleidsmatige vaststelling van de uitgangspunten, doeleinden, de organisatorische en de financiële kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie. Het treasurystatuut dient minimaal één keer in de vier jaar te worden getoetst aan de actuele ontwikkelingen (bijvoorbeeld wetswijzigingen) en zo nodig te worden herzien. Het treasurystatuut uit 2018 is getoetst en op enkele onderdelen aangepast. Dit voorliggende treasurystatuut vervangt het treasurystatuut uit 2018. Treasury richt zich op het actief beheren en bewaken van de financiële positie, de financiële stromen, en de hier aan verbonden kosten en risico’s. Alle activiteiten op het gebied van treasury zijn ondergeschikt aan en ter ondersteuning van de primaire activiteiten van gemeente Barneveld. Bij de uitoefening van de treasuryfunctie voor de gemeente Barneveld gaat het meer concreet om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden en het afdekken van rente- en kredietrisico’s. De gemeentelijke treasuryfunctie dient uitsluitend de publieke taak en geschiedt binnen de financiële, wettelijke kaders waarbij prudent beheer een basisvoorwaarde is. Het treasurystatuut zet de kaders uit en kan beschouwd worden als het beleid op treasurygebied voor de Gemeente Barneveld.

1. Wettelijk kader In dit hoofdstuk wordt het wettelijk kader geschetst op grond waarvan gemeenten hun treasuryfunctie uitoefenen. De wettelijke grondslag is vastgelegd in de Gemeentewet en de Wet financiering decentrale overheden (Fido) plus de hiermee samenhangende wetgeving Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden, Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden, de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). Andere relevante wet- en regelgeving voor de treasury vormen de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (hof), Algemene wet bestuursrecht (Awb), regelgeving betreffende staatssteun en wet- en regelgeving toezicht financiële ondernemingen. De Wet Fido stelt dat gemeenten uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak leningen kunnen aangaan, middelen uitzetten en garanties verlenen. Bij de uitzettingen en derivaten moet er sprake zijn van voldoende kredietwaardigheid van de tegenpartij en van een beperkt marktrisico. Een onderdeel van de Wet Fido is het verplicht schatkistbankieren. Dit houdt in dat de decentrale overheden hun overtollige (liquide) middelen in principe aan moeten houden in de schatkist van het Rijk en niet zelfstandig mogen uitzetten. Naast de uitoefening van de publieke taak en het prudente karakter bevat de Wet Fido normen voor het beheersen van risico’s op kort- en langlopende leningen.

In dit treasurystatuut worden de belangrijkste wettelijke kaders aangehaald. Actuele wet- en regelgeving prevaleert boven de kaders opgenomen in het treasurystatuut.

2. Uitgangspunten en doelstellingen Treasury wordt omschreven als het besturen, het beheersen, het verantwoorden van en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

3

De treasuryfunctie kent de volgende doelstellingen: •

•

• • •

Minimaliseren van de rentekosten van de leningen binnen de kaders van de Wet Fido, de regeling schatkistbankieren decentrale overheden respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut. Optimaliseren van het rendement van de beschikbare liquiditeiten binnen de kaders van de Wet Fido, de Regeling schatkistbankieren respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen, financiële posities en financiële transacties. Het beheersen van en toezicht houden op financiële risico’s. Het verkrijgen en behouden van toegang tot de financiële markten tegen acceptabele condities (zoals prijs en leveringssnelheid).

De treasuryfunctie kent de volgende uitgangspunten: •

• •

Het gebruik van derivaten is toegestaan maar deze worden conform de Wet Fido en Ruddo uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s. Alleen derivaten met een beperkt risico, de zogenaamde rentecaps en payer swaps en swaptions 1 mogen hiervoor ingezet worden. Verankering van de treasuryactiviteiten in de administratieve organisatie. De treasuryfunctie wordt uitgevoerd binnen de wettelijke kaders.

3. Risicobeheer Onder risico’s worden zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende schuld) als kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s en –zover ter zake- valutarisico’s verstaan. Deze risico’s vloeien voort uit de transacties die in de overige onderdelen worden beschreven. Om de risico’s te beheersen worden hieronder beoogde maatregelen weergegeven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in beheersmaatregelen die voortvloeien uit voorschriften (wetten, richtlijnen, etc.) en overige maatregelen. Indien de situatie erom vraagt kan van deze maatregelen afgeweken worden na overleg in de klankbordgroep treasury (zie ook hoofdstuk 7).

3.1 Renterisicobeheer Renterisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen hoger respectievelijk dat de renteopbrengsten lager zullen zijn dan een bestuurlijk wenselijk geacht niveau c.q. het in de meerjarenraming en begroting geraamde niveau. Beheersmaatregelen: Vanuit voorschriften: • • •

1

Het renterisico op de korte schuld bedraagt maximaal de kasgeldlimiet, gemiddeld over een kwartaal, volgens de Wet Fido (zie ook 3.1.1); Het renterisico op de lange schuld bedraagt maximaal de renterisiconorm volgens de Wet Fido (zie ook 3.1.2); Het gebruik van derivaten is uitsluitend toegestaan ter afdekking van financiële risico’s.

Zie hoofdstuk 9 – begrippenlijst voor een toelichting op deze typen van derivaten

4

Overige: •

• • •

Het opstellen van een rentevisie en deze opnemen in de paragraaf Financiering van de programmabegroting, met daarin de verwachte renteontwikkeling afgeleid van marktontwikkelingen en van de visie van één of meer gezaghebbende financiële instellingen; Het spreiden van renterisico’s over de jaren en binnen het jaar; Het uitoefenen van vervroegde aflossingsmogelijkheden indien opportuun; Rente-derivaten worden uitsluitend toegepast voor het verminderen of ten behoeve van een spreiding van het renterisico.

3.1.1 Kasgeldlimiet Tot het kasgeld behoren alle vlottende schulden korter dan 1 jaar, de contante gelden in kas, de uitstaande gelden korter dan 1 jaar en de tegoeden / schulden in rekening-courant. Doel van de kasgeldlimiet is het beperken van de renterisico’s op de korte schuld. De korte schuld is bedoeld voor de lopende uitgaven en zodoende is de limiet gekoppeld aan het begrotingstotaal. De Wet Fido geeft aan dat bij ministeriële regeling het percentage voor de berekening van de kasgeldlimiet wordt vastgesteld. Dit percentage is 8,5% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar.

3.1.2 Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een limiet aan het renterisico over de lange termijn financiering. Het renterisico is het geldbedrag aan leningen dat in een bepaald jaar aan renteherziening en herfinanciering onderhevig is. Bij ministeriële regeling wordt het percentage voor de berekening van de renterisiconorm vastgesteld: het renterisico mag maximaal 20% van de totaalbegroting per 1 januari van het betreffende jaar bedragen. De renterisiconorm benadrukt het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en van de renterisico's. De toezichthouder i.c. de provincie ziet toe op hantering van de normen en kan zo nodig ontheffing verlenen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld.

3.2 Koersrisicobeheer Koersrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Beheersmaatregelen: Vanuit voorschriften: •

Aandelen worden alleen gekocht in het kader van de uitoefening van de publieke taak.

Overige: •

De looptijd van uitzettingen/beleggingen wordt afgestemd op de liquiditeitsplanning.

3.3 Kredietrisicobeheer Kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van de risico’s die voorvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. Met de invoering van het verplicht schatkistbankieren wordt een mogelijk surplus van liquide middelen, die niet uitgezonderd zijn, verplicht aangehouden in de schatkist van het Rijk.

5

Beheersmaatregelen: Vanuit voorschriften: •

•

Overtollige liquide middelen worden, met uitzondering van het drempelbedrag, zijnde voor de gemeente Barneveld 2,0% van de jaarlijkse begrotingsomvang, aangehouden bij Schatkist van het Rijk. Het is in het kader van rendement op liquiditeiten toegestaan om overtollige middelen beneden het drempelbedrag aan te houden in de Schatkist; In afwijking van het vorige punt is het toegestaan om overtollige liquide middelen uit te zetten bij andere openbare lichamen met dien verstande dat er geen financiële toezichtrelatie mag bestaan tussen de openbare lichamen.

Overige: •

Vanuit het rijk wordt de decentrale overheid geadviseerd om te specificeren hoe een gemeente zichzelf ziet als belegger: professioneel, of niet-professioneel. Aangezien de gemeente Barneveld zich richt op het financieren van de publieke taak en beleggen geen kerntaak betreft, ziet de gemeente Barneveld zich als type ‘niet-professioneel’.

3.4 Intern liquiditeitsrisicobeheer Intern liquiditeitsrisicobeheer is het beheersen van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjareninvesteringsplanning, waardoor als gevolg daarvan de financieringskosten hoger kunnen uitvallen. Beheersmaatregelen ter beperking van het intern liquiditeitsrisico: Overige: •

•

De afdelingen leveren tijdig betrouwbare korte en lange termijn liquiditeitsplanningen aan. De korte termijn bedraagt de inschatting op maandbasis voor de komende 12 maanden en lange termijn betreffen de komende 4 jaren; Treasury gebruikt uitsluitend goed verhandelbare financierings- en beleggingsinstrumenten.

4. Financiering Financiering is een deelfunctie van de treasury en omvat de activiteiten die gericht zijn op het beheren van de liquiditeitsposities en het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor de realisatie van voorgenomen investeringen en activiteiten van de komende 4 jaren. Hiernaast valt onder financiering het onderhouden van de relatie met financiële instellingen, waarbij het zowel gaat om financiering korter dan 1 jaar (geldmarkt) en financiering langer dan 1 jaar (kapitaalmarkt). Ten behoeve van de programmabegroting wordt een liquiditeitsprognose opgesteld die gedurende het jaar wordt bijgesteld op basis van herziene inzichten en realisatiecijfers. De liquiditeitsprognose dient als onderbouwing van het financieringsvraagstuk. In de klankbordgroep treasury vormt de liquiditeitsprognose een vast onderdeel van de agenda.

4.1 Richtlijnen financiering Voor de financiering gelden de volgende richtlijnen: • • •

De risicobeheersingsmaatregelen worden in acht genomen; Leningen en uitzettingen vinden enkel plaats ter uitoefening van de publieke taak; Leningen en uitzettingen vinden enkel in euro’s plaats;

6

•

•

•

•

• • •

Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s en het renteresultaat te optimaliseren. De omvang van de benodigde financiering wordt daarom zoveel mogelijk afgestemd op de actuele liquiditeitsprognose en het renterisicoprofiel; Toegestane geldmarktinstrumenten zijn: o rekening-courant bij banken en/of Schatkistbankieren o call-geld (daggeld) o kasgeldleningen o onderhandse leningen o depositorekening bij de Schatkist Toegestane kapitaalmarktinstrumenten zijn: o onderhandse lening o (euro) medium term notes o obligatielening Toepassing van andere geld- of kapitaalmarktinstrumenten binnen de wettelijke kaders is toegestaan als deze zijn opgenomen in de paragraaf financiering van de begroting of bij afzonderlijk besluit van de klankbordgroep treasury; Het aantrekken van financiering geschiedt tegen zo gunstig mogelijke condities en wordt zodanig gekozen dat deze passen binnen het risicobeleid; Bij het aantrekken / uitzetten van gelden voor een periode langer dan één jaar worden minimaal twee partijen (kapitaalmarkt) benaderd voor een offerte; Bij het opereren op de financiële markten wordt zodanig gehandeld dat de toegang tot de markten niet in gevaar komt.

4.2 Relatiebeheer De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten en hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: • • • •

Onze huisbank voor het dagelijks betalingsverkeer en het aanhouden van rekeningencourant is in beginsel de Bank Nederlandse Gemeenten; Bankrelaties en hun bancaire condities worden periodiek, maar minimaal eens per vijf jaar beoordeeld; Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan een A rating (single A); Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands toezicht, zoals De Nederlandse Bank, Autoriteit Financiële markten, de Verzekeringskamer, of anderszins EU-toezicht te vallen.

5. Kasbeheer 5.1 Geldstromenbeheer Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt: •

•

Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; Ter bevordering van een effectief saldobeheer wordt het betalingsverkeer zoveel mogelijk op elkaar afgestemd, waarbij er concentratie van bankrekeningen wordt nagestreefd.

7

5.2 Saldo- en liquiditeitenbeheer Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: • • •

De invulling van het saldo- en liquiditeitenbeheer gebeurt binnen de kaders van het Schatkistbankieren; De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities; Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Uitgangspunt is – conform artikel 4 lid 1, Wet Fido - de kasgeldlimiet zo min mogelijk te overschrijden.

6. Leningen uitgeleend geld en garanties •

•

•

•

•

De gemeente verstrekt geen hypothecaire leningen aan het personeel en politieke ambtsdragers van openbare lichamen. Dit geldt voor nieuwe hypotheken. Bestaande leningen kunnen blijven aflopen zoals overeengekomen. Deze bepaling strekt zich ook uit over garanties door openbare lichamen van hypothecaire leningen aan het hiervoor genoemde personeel door een andere instelling. De gemeente verstrekt in beginsel geen garanties aan derden. De raad kan in bijzondere gevallen uit hoofde van haar publieke taak een garantie afgeven indien cumulatief aan de volgende voorwaarden voldaan kan worden: o Het een garantie voor een lening betreft voor een publieke activiteit, die bijdraagt aan de kaders, doelstellingen en/of indicatoren uit de Kadernota / Programmabegroting; o Zonder garantstelling de betreffende partij aantoonbaar niet in staat is een geldlening aan te trekken; o De instelling de garantstelling niet of onvoldoende bij een waarborgfonds kan onderbrengen; o Het een financieel solide rechtspersoon zonder winstoogmerk betreft; o De instelling gedurende de looptijd jaarlijks de benodigde informatie over de garantstelling, alsmede over de financiële positie ter beschikking stelt; o De aanvraag niet beoordeeld wordt als staatssteun; o De garantie (of borgstelling) mag, met het oog op voorkoming van staatsteun, niet meer dan 80% van de uitstaande lening (of andere verplichting) dekken

van de geborgde partij. o Het voordeel voor de aanvrager moet groter zijn dan het nadeel voor de gemeente; o De raad dient voorafgaand aan het afgeven van de garantie akkoord te gaan met de garantstelling. In afwijking van het vorige punt stelt de gemeente zich voor maximaal 50% van de lening garant aan woningstichtingen of sportverenigingen op voorwaarde dat WSW respectievelijk SWS zich eerst garant heeft gesteld voor de andere 50% van de lening. De gemeente verstrekt geen leningen aan derden. Bij wijze van uitzondering kan de gemeente uit hoofde van haar publieke taak leningen verstrekken die een algemeen publiek belang dienen en indien een garantstelling afgeven niet tot de mogelijkheden behoort. Deze leningen kunnen alleen verstrekt worden aan de hand van een door de raad vastgesteld besluit waarbij getoetst wordt aan vergelijkbare voorwaarden zoals hierboven genoemd bij garanties. Leningen of garanties die op grond van reeds door de gemeente vastgestelde regelingen worden verstrekt, worden door dit treasurystatuut niet aangetast.

8

7. Organisatie De inrichting van de treasury-organisatie en de taakverdeling, zoals bij het aangaan van de geldleningen, is opgenomen in de procesbeschrijvingen van de gemeente Barneveld. Het kader ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: •

• •

De gemeenteraad is bevoegd (artikel 147jo 108 gemeentewet), maar stelt alleen de kaders voortvloeiend uit de treasurystatuut vast en niet het statuut zelf (financiële verordening artikel 11); Het college van B&W neemt de treasuryregels op in het treasurystatuut (financiële verordening artikel 11). De klankbordgroep treasury zet de lijnen uit voor het nemen van belangrijke beslissingen en is daarbij besluitvormend.

Een voorwaarde om de treasurytaak goed te kunnen uitvoeren is dat de treasurydoelstellingen breed gedragen worden binnen de gemeente Barneveld. Daarbij moet een besef ontstaan dat voor een goed functionerende treasury informatievoorziening essentieel is. Hiervoor is de klankbordgroep treasury ingesteld welke bestaat uit de wethouder financiën (voorzitter), de concerncontroller, de concerndirecteur Bedrijfsvoering, de teamleider Financiën, Control en Administratie, de strategisch business controller die optreedt als treasurer, en (optioneel) een externe adviseur. De klankbordgroep treasury vergadert minimaal tweemaal per jaar. Voor het financiële beheer van de Gemeente Barneveld is het treasurystatuut leidend, indien afwijking van het treasurystatuut gewenst en/of nodig is, dan wordt vooraf de klankbordgroep treasury geconsulteerd. De klankbordgroep treasury toetst het gevoerde beheer over de afgelopen periode en dient als platform voor kennisdeling. Daarnaast zal de klankbordgroep bezien of de liquiditeitsplanning en rentevisie moet worden aangepast en of hierop moet worden geacteerd. Er wordt een jaarlijkse limitering vastgesteld voor de treasurer met betrekking tot het maximale bedrag aan nieuw af te sluiten leningen. De uitvoering ligt vervolgens bij de teamleider Financiën, Control en Administratie en de treasurer.

Zowel de treasurer alsook een financial controller ontvangen dagelijks informatie over de actuele marktrentes en volgen deze onafhankelijk van elkaar. Het aantrekken van nieuwe leningen / uitzettingen wordt afgestemd op de bestaande financiële positie, liquiditeitsplanning en rentevisie. De praktijk van de geldmarkt verlangt meestal snelle beslissingen (telefonisch). Beide partijen moeten erop kunnen vertrouwen dat de gesprekspartner bevoegd is beslissingen te nemen. De teamleider Financiën, Control en Administratie en de treasurer zijn individueel gemandateerd om geld uit te zetten én aan te trekken. De wethouder Financiën wordt voor- en achteraf over de transacties geïnformeerd. Definitieve afhandeling van geldleningen of langjarige uitzettingen worden door de treasurer geparafeerd en door de teamleider Financiën, Control en Administratie ondertekend.

8. Planning en Control De planning en control voor de treasuryfunctie hangt nauw samen met die van de begroting. Daarbij is het van groot belang, dat er in het kader van de informatievoorziening een goede liquiditeitsplanning is. De liquiditeitsplanning is één van de belangrijkste onderdelen waarmee het treasurybeleid wordt ingevuld. Daarnaast wordt er in het periodiek overleg van de klankbordgroep treasury de actuele liquiditeitsplanning besproken en besloten over acties met betrekking tot het aantrekken en uitzetten van geld.

9

Naast het statuut is er ook een paragraaf financiering. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de gemeentelijke begroting en jaarverslaggeving paragrafen bevat, één hiervan is paragraaf financiering. In de paragraaf financiering van de begroting komt een vooruitblik op het jaar op treasurygebied aan de orde; in de jaarverslaggeving gaat het om de realisatie van de plannen. De paragraaf financiering moet gezien worden als een instrument voor verantwoording door het college en voor toezicht door (de controlerende functie van) de gemeenteraad.

9. Begrippenkader In dit statuut wordt verstaan onder: - AFM Autoriteit Financiële Markten is de Nederlandse gedragstoezichthouder op de financiële markten en bestaat sinds 1 maart 2002. Zij is gevestigd in Amsterdam en houdt toezicht op het gedrag van participanten in de financiële markten, waaronder: financiële dienstverleners, beurzen, bemiddelaars, accountants. De AFM is autonoom; de minister van Financiën is politiek eindverantwoordelijk en benoemt en ontslaat de bestuurders. - Belegger Beleggers moeten zich sinds de implementatie van de MiFiD in de Wet op het financieel toezicht (Wft) kwalificeren met een bepaalde status, zoals professioneel of juist niet-professioneel. Niet-professionele beleggers genieten meer bescherming. Een professionele belegger loopt een groter risico op matige of zelfs misleidende informatie. Zo bestaat op informatie zoals prospectussen over beleggingsproducten geen toezicht van de AFM, als deze informatie is gericht aan professionele beleggers. - Call-geld Opname of uitzetting van geldmiddelen voor zeer korter termijn (van 1 dag tot 1 week), ook wel daggeld genoemd. - Derivaten Dit zijn financiële instrumenten die hun waarde ontlenen aan de waarde van een ander goed, zoals aandelen, olie en leningen. Het andere goed wordt in het jargon de onderliggende waarde genoemd. De voornaamste soorten derivaten zijn opties, futures, swaps en forwards.

Men gebruikt financiële derivaten om risico's te verkleinen. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren - Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen bestaan - Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer) - Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen - Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar - Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen - Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit - Lening u/g Lening u/g staat voor lening uitgeleend geld - Liquiditeitenbeheer Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar

10

- Liquiditeitsplanning Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomende en uitgaande geldstromen ingedeeld per tijdseenheid - Medium Term Notes Verhandelbare schuldbekentenis aan toonder, met een minimum looptijd van 2 jaar. De MTN maakt onderdeel uit van een MTN-programma en wordt veelal uitgegeven door een bank. - MiFiD staat voor ‘Markets in Financial Instruments Directive’. Dit is een Europese richtlijn die op 1 november 2007 in werking getreden en heeft drie doelstellingen: o o o

Het beschermen van beleggers en de integriteit van de financiële markten; Het bevorderen van eerlijke, transparante, efficiënte en geïntegreerde financiële markten; Het verder harmoniseren van de Europese beurshandel en beleggingsmarkt.

- Onderhandse lening Een lening waarbij de voorwaarden in onderling overleg met de geldgevende partij worden overeengekomen, een dergelijke lening is moeilijk verhandelbaar - Payer Swap Bij een payer swap wordt een vaste rente betaald en een variabele rente ontvangen. Hiermee kan men zich indekken tegen een rentestijging. - Rating Kredietwaardigheidbeoordeling van debiteuren door instituten zoals Moody’s en S&P. - Rekening courant Lopende rekening bij een bank - Rentecap Een rentecap is een optie, waarbij een plafond op de mogelijke stijging van de marktrente wordt ingesteld. Dit biedt bescherming tegen ongewenste rentestijging wanneer deze boven het gekozen plafond uitkomt. Tot het bereiken van het plafond wordt de marktrente betaald en wordt geprofiteerd van een eventueel dalende marktrente. - Renteswap De koper van een renteswap beschermt zich tegen renterisico's. De koper kan zo kiezen om een lopende lening tegen een variabele rente niet om te zetten in een nieuwe lening, maar met de swap het renterisico af te dekken.

- Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen - Renterisiconorm Een bij de aanvang van het jaar op basis van de Wet Fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat bij herfinanciering niet mag worden overschreden - Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding - Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkeling, uitgaande van een aantal rentebepalende factoren, op basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd - Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen - Schatkistbankieren Het bij het Rijk moeten aanhouden van overtollige liquide middelen. - Swap Een swap is een derivaat waarbij een partij een bepaalde kasstroom of risico wisselt tegen dat van een andere partij. De uitdrukking is afkomstig van het Engelse werkwoord "to swap" (ruilen, omwisselen). De meest verhandelde swaps zijn de rente- en valutaswaps. - Swaption een optie op een Rente Swap. Er is sprake van twee partijen: de koper en de verkoper.

De koper krijgt het recht om, vanaf een vooraf overeengekomen tijdstip, gedurende een langere periode in de toekomst een vast rentetarief te betalen of te ontvangen, door middel van een Rente Swap. Voor het verkrijgen van dit optierecht betaalt de koper een éénmalige premie

11

- Treasurer Medewerker die verantwoordelijk is voor het beheren van de geldstromen binnen de organisatie. In de gemeente Barneveld is deze verantwoordelijkheid ondergebracht bij de functie van strategisch business controller. - Treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, relatie- en kasbeheer - Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. - Vreemd vermogen Het totaal van de aangegane schulden, waarbij een onderscheid naar looptijd wordt gemaakt.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=cac54863-db6b-447e-9448-ffd129dc75cd