CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Programmaplan Waardevol landelijk gebied

Gemeenteraad 19 maart 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Programmaplan Waardevol Landelijk Gebied9.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Programma Waardevol landelijk gebied

Programmateam Waardevol landelijk gebied Februari 2025

Inhoudsopgave 1.

Bestuursopdracht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

4

2.

Context en aanleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

6

2.1

Algemeen .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

6

2.2

Hoofdlijnenakkoord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

7

2.3

Uitvoering .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

7

Overzicht inspanningen .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 5. Programmaorganisatie en -brede inspanningen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23 5.1 Opzetten van een monitoringsplan voor het programma . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23 5.2 Opzetten en vormgeven van

3.

Visie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

8

samenwerkingen om het programma te realiseren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

4.

De drie programmalijnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

9

4.1

Programmalijn 1: Landbouwtransitie . . . . . . . 10 landbouwtransitie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10

4.1.2 Operationele doelstellingen landbouwtransitie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

11

4.1.3 Inspanningen landbouwtransitie . . . . . . . . . . . . . . .

11

Programmalijn 2: Bodem, water en natuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14

4.2.1 Strategische doelstellingen bodem, water en natuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 4.2.2 Operationele doelstellingen bodem, water, natuur .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 4.2.3 Inspanningen bodem, water, natuur . . . . . . . . . 15 4.3

Communicatie over het programma . . . . . . . . . 23

6. Uitvoering en middelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24

4.1.1 Strategische doelstellingen

4.2

5.3

Programmalijn 3: Inclusieve ruimtelijke inrichting . . . . . . . . . . . . . . . . . 18

4.3.1 Strategische doelstellingen Inclusieve ruimtelijke inrichting . . . . . . . . . . . . . . . . . 18 4.3.2 Operationele doelstellingen inclusieve ruimtelijke inrichting . . . . . . . . . . . . . . . . . 18 4.3.3 Inspanningen inclusieve ruimtelijke inrichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19

3 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

6.1

Planning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24

6.2

Middelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25

Bijlagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26 Verklarende woordenlijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26

inhoud

1. Bestuursopdracht De bestuursopdracht van april 2023 is als volgt: Stel een programmaplan op voor de opgave waarin in ieder geval de activiteiten en inspanningen voor 3 themalijnen zijn uitgewerkt. De themalijnen zijn: Landbouwtransitie, Bodem, water en natuur en Flankerend beleid/gemeentelijk instrumentarium.

Eind september 2022 stelde het college de vijf bestuurlijke opgaven voor Barneveld vast. Een van die opgaven betreft “Een waardevol landelijk gebied, met perspectief voor de landbouw en werken aan een transitie van het landelijk gebied en natuur- en landschapsherstel”. De transitie van het landelijk gebied is een maatschappelijke opgave die complex en omvangrijk is, waarin het Rijk, de provincie, het waterschap en de regio een belangrijke regisserende rol hebben. Barneveld ontwikkelt een gemeentelijke aanpak om een krachtige speler te zijn in dit complexe speelveld. Dat vraagt in ieder geval een organisatievorm die sturing geeft om de gemeentelijke doelstelling te bereiken samen met de samenleving. En daarnaast een organisatievorm van waaruit de gemeente gelijkwaardig deelneemt aan de overlegstructuren in het krachtenveld van deze opgave. We willen de kwaliteit van de leefomgeving in ons landelijk gebied verbeteren, door te werken aan de doelstellingen op het gebied van natuur (en stikstof), klimaat en water, Daarbij streven we ernaar dat onze gemeente een topplek is 4 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

voor voedselproductie, niet alleen primaire productie maar voor de hele keten. De gemeente kiest daarom een ontwikkelrichting voor een gezonde en duurzame voedselproductie, een circulair voedselsysteem, meer biodiversiteit en landschapselementen, dubbel gebruik van gronden, en verbetering van bodem- en waterkwaliteit. De landbouw is een belangrijke economische sector in onze gemeente en dat willen we zo houden. Dat kan de gemeente niet alleen. We zoeken dan ook de samenwerking met onze agrarische bedrijven en met de samenleving. Barneveld wil een gezonde gemeente zijn in alle facetten. Gezondheidsbescherming richt zich op een gezonde lucht-, bodem- en waterkwaliteit en een groene omgeving. Deze opgave is groot. In Barneveld liggen veehouderijen, bebouwing, natuur en andere functies dichtbij elkaar. Dit brengt spanningen met zich mee omdat wat goed is voor het agrarische ondernemersklimaat, niet altijd het beste is voor een gezonde leefomgeving of de omliggende natuur. We veranderen, voor een

mooier landschap en een gezonder ecosysteem, waarin ruimte is voor agrarisch ondernemers en we ook de natuur en de gezondheid van onze inwoners beschermen. Dit gezonde ecosysteem voor iedereen ontstaat niet van de een op de andere dag en vraagt om veranderingen en visie. Deze opgaven hebben geleid tot het programma Waardevol landelijk gebied.

5 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

Leeswijzer Het programma Waardevol landelijk gebied is ontwikkeld volgens de methode programmatisch creëren. Achtereenvolgens gaan we in op de context en aanleiding van het programma (hoofdstuk 2), in hoofdstuk 3 gaan we in op de visie van dit programma, in hoofdstuk 4 werken we drie programmalijnen uit in doelstellingen en inspanningen. De bijlage bevat een verklarende woordenlijst.

inhoud

2. Context en aanleiding 2.1 Algemeen De gemeente Barneveld heeft een groot landelijk gebied. Met van oudsher veel intensieve veehouderijen. Daarnaast is Barneveld het centrum voor pluimvee en is een belangrijke speler op het gebied van de kalverhouderij. Dat de sector zich zo heeft ontwikkeld heeft te maken met de relatief arme grond, waardoor akkerbouw niet overal een aantrekkelijk alternatief is. De intensieve veehouderij brengt veel emissie met zich mee. Zo zijn veel veehouderijen aangemerkt als piekbelaster en is de concentratie fijnstof in de regio relatief hoog. Het voorkeurscenario Omgevingsvisie verdeelt Barneveld in vijf gebieden. Van oost naar west zijn dat ten eerste De Veluwe, Kootwijk en Garderen, ten westen daarvan het oostelijk buitengebied met de kernen Stroe en Kootwijkerbroek, daarnaast het recreatiegebied Voorthuizen, vervolgens de verstedelijkte as met Barneveld, Voorthuizen en Harselaar, en tot slot het westelijk buitengebied met De Glind, Terschuur en Zwartebroek. Ieder gebied heeft zijn eigen karakteristieken, gebruik en uitdagingen.

6 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

Er bestaat een grote dynamiek in het landelijke gebied. Door de piekbelastersregeling zal naar verwachting een deel van de agrarische bedrijven stoppen. Dat vraagt een duidelijk ruimtelijk en bedrijfseconomisch perspectief voor de betrokken bedrijven, de ondernemingen in de foodketen en voor ons landelijk gebied. Ook de andere regelingen op het gebied van innovatie, extensivering en verplaatsing hebben gevolgen voor het landelijk gebied. Daarnaast leggen recreatie en toerisme druk op het landelijk gebied. Het buitengebied is bovendien aantrekkelijk voor woningbouw en andere functies en heeft belangrijke natuurwaarden, die door de tijd heen zijn aangetast of achteruitgegaan. Echter, niet alles kan overal en dus staat het gebied voor keuzes. De aantasting van de natuurgebieden, waaronder de Veluwe, maakt dat Nederland maatregelen moet treffen om de natuur in stand te houden of te herstellen. Dit betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt over activiteiten in en nabij natuurgebieden. Denk aan vermindering of beëindiging van de emissies van bedrijven

inhoud

nabij kwetsbare natuur, extensiveren of natuurinclusiever maken van agrarische bedrijfsvoering, versterken en herstellen van natuur en landschap en aanpassing van het watersysteem. Dit is een complexe problematiek met vele facetten. Een programma is hiervoor de juiste aanpak. Het vorige kabinet werkte aan het Nationaal programma landelijk gebied (NPLG), dat iedere provincie zou moeten omzetten in een provinciaal programma. In Gelderland is dat het Vitaal landelijk gebied Gelderland (VLGG). Op regionaal niveau hebben we het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley. Het programma Waardevol landelijk gebied is de Barneveldse aanpak van het landelijke beleid, ook gevoed door het provinciale en regionale programma. Het huidige kabinet heeft besloten het NPLG niet vast te stellen. Wel is aangegeven dat de doelstellingen voor natuur (en stikstof), klimaat en water gehandhaafd blijven. Op dit moment is onduidelijk hoe het kabinet dit wil vormgeven. Wij zien daarom nu geen aanleiding om het programma te herzien.

2.2 Hoofdlijnenakkoord Op 16 mei 2024 sloten de coalitiepartners van PVV, NSC, BBB en VVD een hoofdlijnenakkoord. De nieuwe regering heeft dit akkoord uitgewerkt 7 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

tot een regeerprogramma. De plannen van het nieuwe kabinet hebben gevolgen voor het landelijk gebied. Een van die gevolgen is dat het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), waarvan het ontwerp door het vorige kabinet is opgesteld, niet wordt vastgesteld en het Transitiefonds landelijk gebied en natuur grotendeels is vervallen. Enkele punten uit het regeerprogramma raken het landelijk gebied, en dus mogelijk het programma Waardevol landelijk gebied, als ze worden omgezet in beleid. Dat betekent dat we op termijn mogelijk aanpassingen nodig hebben. Naar het zich nu laat aanzien leidt het beleid van de nieuwe coalitie niet tot grote koerswijzigingen van het programma Waardevol landelijk gebied. Zorgelijk is echter dat het transitiefonds grotendeels is verdwenen, een mogelijk obstakel voor de financiering van de transitie. Het is niet uitgesloten dat er vanuit het Rijk en de provincie middelen komen die ons gaan helpen om de toekomst van het landelijk gebied vorm te geven.

2.3 Uitvoering Dit programma is gebaseerd op de driedeling strategische doelstellingen, operationele doelstellingen en inspanningen. De inspanningen zijn nog niet uitgewerkt. Dat gebeurt bij het opstellen van de jaarplanning, waar de prioriteiten worden bepaald.

inhoud

3. Visie De basis van het programma is de Omgevingsvisie van de gemeente Barneveld. Deze is in voorbereiding en wordt naar verwachting vastgesteld in de zomer van 2025. De Omgevings­ visie bepaalt in grote lijnen het beleid voor het landelijk gebied. Het Voorkeurscenario stelt als uitgangspunt voor het landelijk gebied: “Het landelijk gebied in de gemeente Barneveld is nauw verweven met de agrarische sector. Een gebied waar veel veranderingen samenkomen. We zetten ons nadrukkelijk in voor zowel een hoopvolle toekomst voor de agrarische sector als een goede kwaliteit van de leefomgeving. We willen werk maken van een succesvolle landbouwtransitie, waarbij we onze internationale en kennispositie waarborgen. In de regio willen we een nationale proeftuin zijn voor circulaire en gezonde voedselproductie. De aanwezigheid van vele agrarische bedrijven is bovendien van belang voor de identiteit van onze gemeente. Een identiteit die wordt gekenmerkt door ondernemerschap en samenlevingskracht.” Een breed team vanuit de organisatie (het bouwteam) stelde het programma Waardevol landelijk gebied op. Het gebruikte daarvoor de

methode Programmatisch creëren. De eerste stap is de formulering van een visie als uitgangspunt voor het programma. Barneveld staat de komende jaren voor een groot aantal opgaven, die alleen in samenhang kunnen worden benaderd. Denk aan herstel van natuur en biodiversiteit, toekomstperspectief voor de landbouw, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en aan leefbaarheid in brede zin. Allemaal zaken die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De combinatie ervan maakt dat we aan de vooravond staan van een ingrijpende verandering van het landelijk gebied. De basis van ons programma is de volgende visie: Het draait om balans. Ons landelijk gebied heeft een aantrekkelijk landschap, waar het natuurlijk systeem gezond is. Het is een gebied waar de voedselproductie een centrale plaats heeft en ondernemers de ruimte krijgen om passend te ondernemen en waar mensen graag wonen en recreëren. Dat vraagt om beschermen, benutten en ontwikkelen wat we waardevol vinden. Legenda

3

4

1

De Veluwe, met Kootwijk en Garderen

2

Het oostelijk buitengebied met de kernen Kootwijkerbroek en Stroe

3

Recreatiegebied Voorthuizen

4

De verstedelijkte as met Barneveld, de Harselaar en Voorthuizen

5

Het westelijk buitengebied, met Zwartebroek, Terschuur en De Glind

1

2

5

Deze gebiedsindeling is gemaakt op basis van landschappelijke kenmerken en aanwezige functies. De exacte begrenzing van de deelgebieden staat nog niet vast en zal later worden verfijnd.

De vijf subgebieden van Barneveld

8 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

inhoud

4. De drie programmalijnen We onderscheiden de volgende programmalijnen in het programma Waardevol landelijk gebied:

1. Landbouwtransitie

2. Bodem, water en natuur

3. Inclusieve ruimtelijke inrichting

9 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

Programmalijn 3 is wat de bestuursopdracht aanduidt met flankerend beleid en gemeentelijk instrumentarium. De aanduiding inclusieve ruimtelijke inrichting sluit beter aan bij de inhoud van deze programmalijn. Een belangrijke basis voor het programma is het Regionaal Perspectief Landelijk gebied (RPLG) van de regio Foodvalley. Dit perspectief bevat afspraken over acties en maatregelen in het landelijk gebied.

inhoud

4.1 Programmalijn 1: Landbouwtransitie (naar een toekomstbestendige landbouw) Benutten landbouwgrond optimaliseren

Vanaf 2024 landbouwgrond behouden voor de landbouw

Behouden waardevolle landbouwgrond Investeren in relaties en netwerken Pilot ondernemingsplannen

Ondernemersklimaat versterken

2030: Alle ondernemers hebben een toekomstplan

Toepassen op alle boeren Vergoeding ecosysteemdiensten Etaleren agrifoodbedrijven Barneveld

Landbouwtransitie

Duurzaam bodembeheer, behoud nutriënten

Verminderen milieudruk door de landbouw

Meer inzetten op regionaal voedsel en vezelteelt

Stijging aantal boeren dat duurzaam werkt

Stimuleren omslag duurzame landbouw

2030: doelstellingen Schone Lucht Akkoord gerealiseerd

Bedrijfsemissiereductieplannen

Verlaging methaanemissie conform het RPLG

Aanpak ongebruikte mileuruimte

Aandeel regionaal voedsel in 2030 gestegen met 25% Verschuiving naar meer plantaardig voedsel (40/600)

De landbouw is in transitie. Mede door Europese regels moet het uitrijden van mest en emissie naar bodem, water en lucht worden beperkt. Dat treft vooral de veehouderij, die in Barneveld ruimschoots aanwezig is. Om te voldoen aan wettelijke normen en beleidsdoelen zijn maatregelen nodig, waardoor een deel van de agrarische bedrijven op een andere manier moet gaan werken. Een deel zal ook stoppen. Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen grondgebonden en niet-grondgebonden landbouw. De niet-grondgebonden veehouderij houdt de dieren in (grote) stallen en heeft geen grond nodig, de grondgebonden landbouw houdt dieren in de wei of teelt gewassen. Beide vormen van landbouw komen in onze gemeente voor. Het aandeel niet-grondgebonden bedrijven in Barneveld is relatief hoog. Akkerbouw is geen grote sector. De problematiek van de grondgebonden en de niet-grondgebonden landbouw verschilt sterk van elkaar. Iedere sector heeft dan ook een eigen aanpak nodig. Deze aanpak wordt per inspanning nader uitgewerkt en indien nodig maken we een onderscheid tussen beide sectoren.

10 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

Koolstofboeren

Voortzetten en verbeteren iterimbeleid

Versterken korte keten netwerken Stimuleren lokale verkoop regionaal voedsel Stimuleren gebruik regionale producten Faciliteren vermarkten andere eiwitten

4.1.1 S  trategische doelstellingen landbouwtransitie Uitgangspunt van het programma zijn de strategische doelstellingen: deze geven aan welke veranderingen we beogen met het programma. Voor de programmalijn landbouwtransitie zijn deze doelstellingen: 1. O  ptimaal gebruiken van landbouwgrond. 2. V  ersterken ondernemersklimaat voor duurzame agrifood-kennisexporteurs. 3. B  eter behouden van de nutriënten door duurzaam bodembeheer. 4. V  erminderde milieudruk van de landbouw op de omgeving. 5. V  erhoogde inspanning voor de afzet van regionaal geproduceerd voedsel en vezelteelten. De regio Foodvalley wil de topregio landbouw zijn. Barneveld wil daarbij een belangrijke rol vervullen. Cruciaal daarvoor is dat waardevolle landbouwgrond zoveel mogelijk behouden blijft voor de landbouw. De agrarische sector in de regio Foodvalley produceert op een efficiënte manier. Dat is een belangrijke reden dat we de agrarische sector willen behouden. Wij bieden graag ruimte aan innovatieve agrarische bedrijven met hun toeleveranciers. Naast producenten van

inhoud

voedsel zijn zij ook van belang voor toepassing van deze kennis elders in de wereld. Een belangrijk probleem met de landbouw zijn de emissies naar bodem, water en lucht. De stikstofproblemen leiden ertoe dat er zware eisen gelden voor de reductie van de stikstofuitstoot. Hetzelfde geldt voor alle andere emissie van de landbouw, bijvoorbeeld fijnstof of methaan en de uitspoeling van nutriënten naar het watersysteem. Ons doel is nutriënten beter vast te houden en de afspoeling vanuit de akkers naar de beken te verminderen. De productie en distributie van voedsel hebben een grote voetafdruk, die we wat kunnen verkleinen door bijvoorbeeld te streven naar korte ketens. Dat betekent dat het voedsel dat we consumeren zoveel mogelijk regionaal wordt geproduceerd. Met regionaal bedoelen we niet de regio Foodvalley. Met regionaal bedoelen we vanuit de Foodvalley een straal van ongeveer 600 kilometer. 4.1.2 Operationele doelstellingen landbouwtransitie De strategische doelstellingen hebben we vertaald in acht operationele doelstellingen, die invulling geven aan de strategische doelstellingen op een meetbare manier: 1. Het aantal boeren dat duurzaam werkt, stijgt jaarlijks. 2. In 2035 is de ammoniakemissie van onze landbouw met 55 procent verlaagd ten opzichte van 2018. 3. In 2030 hebben we de doelstellingen van het Schone Lucht Akkoord gerealiseerd in het buitengebied. 4.

In 2030 is het aandeel regionaal voedsel dat wordt afgezet in de gemeente met 25 procent gestegen ten opzichte van 2018. 5. V  anaf 2024 behouden we waardevolle landbouwgrond voor de landbouw. 6. In 2030 is de verhouding in de consumptie van dierlijke/plantaardige eiwitten in voeding verschoven van 60/40 naar 40/60. 7. In 2030 hebben alle agrarische bedrijven een plan voor de toekomst. 8. D  e methaanemissie wordt verlaagd naar de doelstellingen van het RPLG. De transitie van de landbouw vergt een omslag naar duurzame landbouw. Met duurzame landbouw bedoelen we landbouw die in balans is met de natuur en die afvalstoffen voorkomt. Andere termen die in dit verband worden 11 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

gebruikt zijn een natuurinclusieve landbouw of kringlooplandbouw. Het is lastig een goed onderbouwde doelstelling te hechten aan het aantal boeren dat de omslag jaarlijks moet maken, daarom geven we aan te streven naar een jaarlijkse stijging van het aantal boeren dat de omslag maakt naar een duurzame landbouw. Een belangrijke aanjager van de landbouwtransitie is de eis de stikstofemmissie van de Natura 2000gebieden aanzienlijk te verlagen. Daarvoor geldt een concreet doel: 55 procent emissiereductie in 2035. Volgens cijfers van het RIVM was er in 2022 al een reductie bereikt van 24 procent. Landelijk sloten Rijk, provincies en een groot aantal gemeenten het Schone Lucht Akkoord (SLA) af. Het akkoord streeft naar een vermindering van blootstelling aan fijnstof en stikstofdioxide, zodat in 2030 een gezondheidswinst wordt bereikt van 50 procent ten opzichte van 2016. Het SLA sluit mooi aan bij het interimbeleid veehouderij en gezondheid, dat de regio sinds 2016 uitvoert voor een vermindering van de fijnstofemissie. In onze regio komt de blootstelling aan fijnstof vooral van de veehouderij. Als strategische doelstelling hebben we aangegeven dat we meer willen inzetten op regionaal geproduceerd voedsel.

Dat is vertaald in een operationele doelstelling van 25 procent meer afzet van regionaal geproduceerd voedsel in 2030 ten opzichte van 2018 en een verschuiving van dierlijk naar plantaardig eiwit van 60/40 naar 40/60. Dat vertaalt zich ook in het voedsel dat we produceren, waarbij de omgeving, de grond, medebepalend is voor de mogelijkheden. Een voor ons belangrijk punt is dat we ernaar streven waardevolle landbouwgrond te behouden voor de landbouw. Barneveld wil behoren tot de topregio landbouw en dat betekent dat er ruimte moet zijn voor de landbouw, ook op de langere termijn. Dat betekent dat grond die vrijkomt bij stoppende agrarische bedrijven voor de landbouw willen behouden. 4.1.3 Inspanningen landbouwtransitie De operationele doelstellingen zijn vertaald in inspanningen, die gedurende het programma worden geleverd. Volgens plan wordt een deel van die inspanningen geleverd in de lijn of door andere organisaties. Het belangrijkste is dat ze alle leiden tot het doel van het programma. Om duidelijk te maken aan welk doel de inspanning bijdraagt, is steeds het operationele doel tussen haakjes genoemd.

inhoud

1. Toekomstperspectief boeren: Ondernemingsplannen (doel 7) Barneveld doet samen met Ede, de provincie Gelderland en het waterschap mee aan de pilot Ondernemingsplan van het Ministerie van LVVN. Het doel is een instrument te ontwikkelen, het ondernemingsplan, waarin de agrariër beschrijft hoe hij zijn bedrijf wil ontwikkelen om te voldoen aan alle eisen (op gebied van stikstof, water en dergelijke) die gelden voor zijn locatie. Een onafhankelijk commissie beoordeelt het plan. Een plan met een positief advies van de commissie moet leiden tot financiering en medewerking van de overheid aan de planologische en vergunningprocedures. Als de pilot leidt tot het instrument ondernemingsplan, dan zal Barneveld als bevoegd gezag bedrijven stimuleren een plan op te stellen. 2. S  timuleren agrariërs in de omslag naar vormen van duurzame landbouw (doel 1) Barneveld gaat de omslag naar duurzame landbouw stimuleren. Met duurzame landbouw bedoelen we landbouw die in balans is met de natuur en die afvalstoffen voorkomt door het sluiten van kringlopen. Dat betekent onder andere minimaliseren van externe input en maximaliseren van de benutting van reststromen. Kringlooplandbouw heeft een zo klein mogelijke uitstoot van schadelijke stoffen, draagt bij aan de verbetering van biodiversiteit en bodem en gaat zuinig om met grondstoffen en energie.

In deze transitie moeten boeren vanzelfsprekend ook een goede boterham kunnen verdienen. Voorlichting en educatie vormen een belangrijk onderdeel van de aanpak. We starten met een verkenning hoe we de omslag naar duurzame landbouw kunnen stimuleren. 3. B  edrijfsemissiereductieplannen opstellen voor alle blijvende agrariërs (doel 2 en 3) De pluimveesector heeft in 2022 een emissie­ reductieplan voor fijnstof ingediend bij het ministerie van LNV. De sector stelt daarin voor een emissiereductieplan te laten opstellen voor pluimveebedrijven, die in een hotspot van zwaarbelaste gebieden liggen. In een pilot is de methodiek verder uitgewerkt. Daarbij bleek dat de deze ook goed toepasbaar is op andere emissies en andere vormen van veeteelt. Voor zover bedrijven niet meedoen aan het opstellen van een bedrijfsplan, zetten we als bevoegd gezag erop in dat veebedrijven bedrijfsemissiereductieplannen opstellen. 4. V  oortzetten en verbeteren interimbeleid vergunningverlening fijnstof (doel 3) Sinds 2016 voeren we het interimbeleid veehouderij en gezondheid uit. Doel van dit interimbeleid is 12 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

de uitstoot te verminderen van fijnstof uit de veehouderij. Dat gebeurt door in te zetten op innovatieve technieken bij de bouw van nieuwe stallen en daarbij ook de bestaande stallen mee te nemen. De aanpak leverde al een aanzienlijke reductie op, en daar gaan we mee door. Met de regiogemeenten onderzoeken we of en hoe we het resultaat kunnen verbreden naar andere emissies en alle sectoren en of we kunnen komen tot een zogeheten emissie-APK. Aanvullende emissiereductie proberen we te bereiken met een regionaal project, waar Barneveld in meedoet, om kennis over het juiste gebruik van reductietechnieken te vergroten, bij boeren, leveranciers, adviseurs en toezichthouders. 5. Opstellen aanpak voor omgang met ongebruikte milieuruimte (doel 2) Er is op dit moment weinig ruimte voor nieuwe milieuvergunningen. We willen verkennen hoeveel ongebruikte milieuruimte er bestaat in vergunningen in onze gemeente. Dit doen we door samen met de ODdV in kaart te brengen hoeveel vergunningenruimte aanwezig is op niet-actieve agrarische bedrijven en hoeveel vergunningenruimte daar structureel onbenut is. Vervolgens gaan we na of en hoe we deze onbenutte ruimte beschikbaar kunnen stellen voor agrariërs die deze ruimte nodig hebben voor uitbreiding, groei en toekomstbestendigheid van hun bedrijf. Denk daarbij bijvoorbeeld aan PAS-melders of aanvraag voor vergunningen voor een extra stal. 6.

Investeren in relaties in kennis en kennisnetwerken en samenwerken in projecten of fieldlabs (Doel 1-8) Kennis is belangrijk voor ons als gemeente, voor de agrarische sector en voor de organisaties waarmee we samenwerken. Via de regionale samenwerking stimuleren en faciliteren we daarom kennisnetwerken, fieldlabs, waarbij we inzet leveren van de gemeente Barneveld waar dat nodig is. 7. O  pzetten vergoedingssysteem ecosysteemdiensten (doel 1) We willen graag dat boeren verantwoordelijkheid nemen voor verbetering en behoud van de natuur. Daarvoor vragen wij ze bijvoorbeeld landschapselementen aan te leggen, natuurvriendelijk te maaien, randen van hun akkers of weilanden in te zaaien met bloemen en kruiden en water te bergen op hun land. Deze werkzaamheden, zogeheten ecosysteemdiensten, zijn kostenposten voor de boer. Samen met partners verkent de gemeente de mogelijkheden voor een vergoedingssysteem voor ecosysteemdiensten.

inhoud

Daartoe gaan we onder andere in overleg met de agrariërs over de voorwaarden waaronder ze ecosysteemdiensten willen leveren. 8. B  ehouden waardevolle landbouwgrond voor de landbouw (doel 5) Het buitengebied maakt een transitie door. Veel bedrijven stoppen of gaan over op een andere vorm van bedrijvigheid. Een van de uitgangspunten van het beleid is behoud van waardevolle landbouwgrond voor de landbouw. De eerste stap is bepalen wat we verstaan onder waardevolle landbouwgrond en wat we waardevolle toepassingen vinden op die gronden. De resultaten vertalen we naar kaders voor het Omgevingsplan. 9. V  ersterken en vergroten van korteketennetwerken (doel 5) Er zijn twee vormen van korte ketens: een keten is kort als er weinig schakels zijn tussen de boer (producent) en het bord (de consument). Een keten is ook kort als voedsel geen grote afstanden behoeft af te legen. Korte ketens kunnen bijdragen aan duurzame voedselketens. Een variant van de korte keten maakt dat de boer een deel van zijn producten lokaal of regionaal kan afzetten. Daar is een goed netwerk voor nodig. Barneveld werkt daaraan, onder ander met het onlangs afgesloten POP3-project Eerlijk eten uit de streek. Een versterking van de verbinding tussen aanbieders en afnemers is nodig om een betere afzet van regionaal geproduceerd voedsel mogelijk te maken.

De regio moet hier ruim worden opgevat: het gaat om Nederland en zijn omgeving. 10. Stimuleren of belonen lokale verkooppunten regionaal voedsel (doel 5) Dit punt sluit aan bij het vorige punt: versterking van de korteketennetwerken. Om regionaal geproduceerd voedsel te kunnen afzetten zijn verkooppunten nodig. Wij stimuleren deze verkooppunten, indien nodig met een beloningssysteem. 11. S  timuleren gebruik regionale producten in restaurants en bij evenementen (doel 5) Dit punt sluit aan bij het vorige, de afzet van lokaal en regionaal geproduceerd voedsel vergroten. Dat doen we door verkooppunten van dit voedsel te stimuleren, en ook door het gebruik te stimuleren van regionale producten in onze eigen bedrijfsrestaurants en in restaurants in de gemeente. 12. Faciliteren van de introductie en vermarkten van andere eiwitten (doel 6) De omslag naar andere eiwitten dan dierlijke is belangrijk voor een duurzaam voedselsysteem. 13 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

Het is belangrijk dat deze andere eiwitbronnen beschikbaar komen en onder de aandacht worden gebracht. We zetten voor deze inspanning vooralsnog vooral in op voorlichting. 13. E  taleren van agrifood en biobased bedrijven en de keten daaromheen (doel 7) Landbouw is en blijft een hele belangrijke pijler van de gemeente Barneveld. Het agrarische systeem bestaat uit de producenten van voedsel en groene grondstoffen. Al deze bedrijven opereren op hoog niveau. Barneveld vindt het belangrijk dat onze topregio landbouw goed in de schijnwerpers staat. Dat doen we door communicatie, en door zichtbaar te zijn op evenementen rond agrifood. 14. K  oolstofboeren (doel 7) Koolstofboeren zijn agrarische ondernemers die ervoor zorgen dat CO2 wordt afgevangen door middel van gewassen. Het gaat om gewassen die CO2 duurzaam vastleggen. Bijvoorbeeld de teelt van vezelmaterialen die als bouwstof worden ingezet. Samen met de sector onderzoekt de gemeente mogelijkheden en stimuleert pilotprojecten. 15. V  oorlichtingscampagne: nut en gezondheid van plantaardig voedsel (doel 6) In samenwerking met de gemeente Ede en eventueel andere organisaties sluiten we ons aan bij een door Plant FWD georganiseerd evenement over de koppeling van de eiwittransitie aan lokale producenten en mogelijkheden voor verdienmodellen.

Verder gaan we in gesprek met vakopleidingen om een verbinding te leggen met de thema’s voedselverspilling, eiwittransitie en duurzaamheid.

inhoud

4.2 Programmalijn 2: Bodem, water en natuur

Versterken biodiversiteit buitengebied

In 2026 hebben we de BKN vastgelegd

Natuurvriendelijk beheer oevers van beken Verbeteren ecologisch maaibeheer Vergroten opnamecapiciteit CO2 vergroening Opzetten meet- en monitoringsysteem

Sponswerking bodem verbeteren

Bodem, water, en natuur

Herstellen van bodemen watersystemen

Verbeteren landschappelijke kwaliteit en identiteit buitengebied

In 2030 10% groenblauwe dooradering Vanaf 2025 hanteren we principe bodem-watersturend

In 2025 hebben we een visie op het landschap

Door de manier waarop wij als samenleving de ruimte gebruiken, is de natuur flink achteruitgegaan. Dat geldt niet alleen voor de Natura 2000-gebieden, maar ook voor veel andere gebieden. Natuur is immers overal en verdient niet alleen in de aangewezen natuurgebieden bescherming. Natuur is een belangrijk onderdeel van ons buitengebied en daarmee belangrijk voor dit programma. We streven naar herstel van onze natuurlijke systemen en we hanteren het principe van wateren bodemsturend bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het herstel van bodem, water en natuur gaat onder andere over vasthouden van water, zorgen voor kruidenrijk grasland, ruimte aan soorten en een goed bodembeheer. Deze maatregelen leiden tot een hoger organisch stofgehalte en buffering van CO2. 4.2.1 Strategische doelstellingen bodem, water en natuur Uitgangspunten van het programma zijn de strategische doelstellingen, de veranderingen die we beogen met het programma. De programmalijn bodem, water en natuur heeft deze strategische doelstellingen voor het landelijk gebied: 1. Versterken van de biodiversiteit buitengebied. 2. Herstel van het bodem- en watersysteem. 3. V  erbetering van de landschappelijke kwaliteit en identiteit van het buitengebied. 14 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

Herinrichting watersysteem (vasthouden) Verkennen verminderen uit- en afspoeling Realiseren groenblauwe dooradering

Project Esvelderbeek Landschapsvisie vastgesteld

De gemeente heeft een centrale rol in de ruimtelijke ordening van het landelijk gebied. Daarbij werken we samen en zijn we afhankelijk van grondeigenaren en van mede-overheden voor beheer, behoud en ontwikkeling van de natuur en de biodiversiteit. Samen met de eigenaren kan de gemeente zorgen voor behoud en versterken van waardevolle cultuurlandschappen door te investeren in landschapselementen, groene bermen, onderhoud van openbaar groen, ruimte geven aan water en beken, gericht op een mooi landschap. Ook kan de gemeente met regelgeving en keuzes een aantrekkelijk ondernemersklimaat behouden voor duurzame agrarische bedrijven en bijdragen aan meer inclusieve vormen van landbouw. Zoals vastgelegd in het regionale plan voor het landelijk gebied: ‘Rondom dorpen en steden: aantrekkelijke landschappen (wandelen/fietsen) waarin ontwikkelingsmogelijkheden gericht zijn op educatie, recreatie en zorg, met waar nodig tijdelijke waterberging en emissiebeperking voor een gezond leefklimaat. Mede t.b.v. de ontwikkeling van “uitloopgebieden”.’ Belangrijk is dat we streven naar het herstel van het bodem- en watersysteem. Waar we in het verleden het regenwater zo snel en efficiënt mogelijk wilden afvoeren naar het primaire watersysteem, zetten we nu in op bodemverbetering en een robuust watersysteem dat tegen een stootje kan bij piekbuien of

inhoud

droogte, bijvoorbeeld door gebiedsgericht water vasthouden of vertragen van de afvoer. De principes van bodem- en watersturend worden leidend bij de ruimtelijke inrichting van onze gemeente.

in 2027 de waterkwaliteit van het grond- en oppervlaktewater voldoet aan de normen van de kaderrichtlijn. Op dit moment is dat nog niet het geval. Dat heeft onder meer te maken met de uitspoeling van nutriënten.

4.2.2 Operationele doelstellingen bodem, water, natuur Deze strategische doelstellingen hebben we als volgt vertaald naar operationele doelstellingen:

Het belang van betrouwbare meting is groot. Met meting kunnen we het effect volgen van maatregelen en deze zo mogelijk bijsturen. We zetten daarom in op het opzetten van een monitoringssysteem.

1. De waterkwaliteit voldoet in 2027 aan de Kaderrichtlijn water (KWR). 2. In 2030 hebben we een gebiedseigen groenblauwe dooradering bereikt van 10 procent. 3. Vanaf 2025 is het principe bodem- en watersturend leidend bij locatiekeuzes. 4. In 2026 hebben we een basiskwaliteit natuur vastgelegd. 5. In 2025 hebben we een visie op het landschap buitengebied. Een belangrijke uitdaging is de Kaderrichtlijn water (KWR). Het doel is dat 1

Het landelijk gebied in Barneveld is door substantiële groenblauwe dooradering een rijk cultuurlandschap waar duurzaam voedsel wordt geproduceerd, de natuur een plek heeft en waar de diversiteit van de landschappen goed herkenbaar is. De boer en recreatieondernemer verdienen hier hun inkomen. Natuurgebieden zijn door het netwerk van landschapselementen met elkaar verbonden, waardoor een rijk palet aan planten en dieren duurzaam kan voortbestaan en mensen een landschap om zich heen kunnen beleven, waarmee zij zich verbonden voelen en dat ze waarderen1.

Uit: Aanvalsplan landschap - Realisatie van 10% groenblauwe dooradering, een dringend advies. 28 september 2022, (Auteur: Samen voor Biodiversiteit; een coalitie bestaande uit een brede selectie van maatschappelijke organisaties, provincies, waterschappen en bedrijven, de ministeries van LNV, BZK, en OCW). In opdracht van het Rijk

15 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

inhoud

4.2.3 Inspanningen  bodem, water, natuur 1. Sponswerking van de bodem verbeteren (doel 2 en 3) Hoe gezonder de bodem, hoe beter de opname van water, de sponswerking. Deze werking is belangrijk om verdroging tegen te gaan en om water vast te houden bij heftige buien. Een bodemleven dat goed op orde is, is gunstig voor de biodiversiteit, geeft minder uitspoeling en maakt de gewassen gezonder en weerbaarder, wat bijdraagt aan gezond voedsel en gezond voer. We zetten in op het faciliteren van kennisontwikkeling hierover. Dit doen we grotendeels regionaal via de gezamenlijke uitvoering van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied. Waar nodig faciliteren we initiatieven die agrariërs ondernemen in het kader van Deltaprogramma Agrarisch Waterbeheer. 2. H  erinrichting watersysteem en water vasthouden (doel 3) De beken stromen in de gemeente van oost naar west, van de Veluwe naar de Vallei. In de loop van de tijd zijn de beken steeds rechter en dieper getrokken. De laatste tijd is er meer oog voor de functie van meanderende beken. De Esvelderbeek is op sommige plaatsen een mooi voorbeeld van herstel van de oorspronkelijke loop. Door bovenstrooms meer water vast te houden en te bergen, voorkomen we wateroverlast in het westen van de gemeente.

Een dergelijke aanpak werken we uit voor alle beken die daarvoor in aanmerking komen, in samenspraak met provincie, waterschap en grondeigenaren. 3. V  erkennen hoe wij vermindering van uit- en afspoeling kunnen realiseren (doel 1 en 3) Uitspoelen is een proces waarbij mineralen met het regenwater meezakken naar diepere bodemlagen. Hierdoor zijn deze voedingsstoffen niet meer beschikbaar voor vegetatie. Het gevolg is verschraling van de bodem. Afspoeling wil zeggen dat bij heftige buien of langdurige regen de vruchtbare grond meespoelt met het water. Het effect is hetzelfde als bij uitspoeling: de bodem wordt voedselarmer. Het uit- en afspoelen is van belang voor de gezondheid van de bodem. We starten samen met het waterschap een verkenning hoe we als gemeente de uit- en afspoeling kunnen verminderen. 4. B  asiskwaliteit natuur ontwikkelen (doel 2) In regioverband leggen we samen met gebiedspartners de gewenste basiskwaliteit natuur vast, buiten de Natura 2000-gebieden. Het gaat om het minimumniveau waaraan onze 16 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

leefomgeving moet voldoen om deze leefbaar te houden voor natuur en mens, gedifferentieerd naar verschillende deelgebieden. Parellel daaraan brengen we met een nulmeting in beeld wat de huidige kwaliteit is. Dit gebeurt aan de hand van een systematiek die de gemeente Ede heeft gehanteerd. Deze zetten we bijvoorbeeld in bij locatiekeuzes of om passende inrichtingsmaatregelen te nemen of voor te schrijven. Het voornemen is de basiskwaliteit ook in regioverband langjarig te monitoren, zodat het herstel van natuur en landschap periodiek meetbaar is en we over de voortgang kunnen rapporteren. 5. P  roject Esvelderbeek (doel 2) De gemeente heeft de gronden rondom de Esvelderbeek ten zuiden van Harselaar verworven voor natuurontwikkeling, versterking van de biodiversiteit en verbetering van de groenblauwe dooradering. In 2025 komen we met een visie en plan voor de realisatie voor de hele Esvelderbeekzone met urgentie voor het traject van de groene buffer. 6. P  rojecten om met grondeigenaren de BKN te bereiken (doel 4) Barneveld is in belangrijke mate afhankelijk van de medewerking van de grondeigenaren in haar streven naar de basiskwaliteit natuur. Wij gaan met de grondeigenaren in gesprek over het realiseren van de basiskwaliteit natuur. 7.

R  ealiseren van groenblauwe dooradering, ruimte voor de beekdalen (Doel 2) Het streven uit het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied is in 2030 een groenblauwe dooradering te hebben van 10 procent in het agrarische buitengebied. Barneveld heeft een oppervlakte van 176,3 km2. Dit is grotendeels landelijk gebied. Grof geschat is ongeveer 60 procent van de gemeente landelijk gebied, wat zou betekenen dat de groenblauwe dooradering een oppervlakte moet krijgen van ongeveer 10 km2. We beginnen in regionaal verband met een nulmeting, in kaart brengen van de huidige situatie: hoeveel groenblauwe dooradering is er in de verschillende delen van Barneveld. Ook bepalen we welke eisen we stellen aan de groenblauwe dooradering: met welk kwaliteitsniveau zijn wij tevreden en welke voorwaarden horen daarbij? Daarmee en in samenhang met het landschapsplan Barneveld wordt duidelijk waar en hoeveel moet worden verbeterd. Op basis daarvan maken we in overleg met provincie, de terreinbeherende organisaties en het waterschap een plan voor

inhoud

de realisatie van voldoende groenblauwe dooradering. 8. N  atuurvriendelijk beheer van oevers en beken (doel 3) Natuurvriendelijk beheer van oevers en beken is gericht op het behoud en waar nodig herstel van de ecologische functies van de beek en de oever. Het gaat hierbij om geleidelijke overgangen van beek naar oever, het zorgen voor rietkragen en andere typische oevervegetatie, beperken van de verstoring en bevorderen van de biodiversiteit. We ontwikkelen een protocol voor natuurvriendelijk beheer en stemmen dit af met eigenaren en beheerders van de oevers en beken. 9. V  isie op het landschap (doel 5) De kwaliteit van het buitengebied wordt in hoge mate bepaald door de landschappelijke kwaliteit. Daarom ontwikkelen we een visie op het landschap van het buitengebied, het landschapsplan, om de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied vorm te geven. Daarin verkennen we onder andere hoe we samen met de eigenaren van het buitengebied kunnen werken aan deze kwaliteit. 10. Verbeteren ecologisch maaibeheer (doel 3 en 4) Bij ecologisch maaibeheer wordt het maaien van de vegetatie zo uitgevoerd, dat het de ecologische

17 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

functies van het gebied niet aantast of zelfs verbetert. Dat houdt in op verschillende plekken anders maaien, niet standaard kort maaien, behoud van de bloemrijke vegetatie en rekening houden met het broedseizoen. Ecologisch maaibeheer gebeurt al volop, we bezien of het kan worden uitgebreid. 11. V  ergroten van de opnamecapaciteit van CO2 door vergroening (doel 4) We zetten in op het planten van bomen en beekdalontwikkeling ten behoeve van klimaatadaptatie (waaronder het afvangen en opslaan van CO2) 12. Uitwerking uitloopgebieden (doel 5) Uitloopgebieden worden expliciet genoemd in de Omgevingsvisie Barneveld 2040. Ze dragen bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. Aanleg en uitbreiding van deze groene gebieden is belangrijk. We pakken dit op als uitwerking van de omgevingsvisie en in regionaal verband. 13. O  pzetten meetsysteem en monitoring (doel 1-5) Meten is weten. We zetten samen met de betrokken overheden een meetsysteem op om de waterkwaliteit te monitoren. Zo mogelijk doen we dat ook voor de natuurwaarden. Op die manier krijgen we inzicht in de effectiviteit van de getroffen maatregelen.

inhoud

4.3 Programmalijn 3: Inclusieve ruimtelijke inrichting

Kaders omgevingsplan voor landelijk gebied Evenwichtiger gebruik ruimte met ruimtelijke kwaliteit

Vanaf 2025 structuele samenwerking met partners Vanaf 2025 hebben we kaders voor onze ruimtelijke plannen

Voorwaarden opnemen in ruimtelijke plannen Definiëren en uitvoeren gebiedsprocessen Uitsluiten grondgebruik anders dan voedsel en vezel Combineren beekdalen met recreatie Realiseren groenblauwe dooradering

Inclusieve Ruimtelijke Ordening Functieverandering aansluiten bij gebiedsdoelen Sturingsmogelijkheden beekdalen verkennen Verbeteren instrumentarium landelijk gebied

Vanaf 2026 beschikken we over verschillende ruimtelijke instrumenten

Verkennen mogelijkheden grondbank met regio Samenstellen toolbox landelijk gebied Ontwikkelen grondgebied en instrumentarium Gebruiken experimenteerruimte Omgevingswet

In de bestuursopdracht is deze lijn geformuleerd als flankerend beleid/ gemeentelijk instrumentarium. De titel Inclusieve ruimtelijke inrichting past beter bij de inhoud van deze programmalijn. Deze lijn richt zich op de ruimtelijke inrichting van het landelijk gebied en de instrumenten daarvoor. Voor een deel komen deze inspanningen voort uit de andere twee programmalijnen, de nog vast te stellen Omgevingsvisie Barneveld 2040 en voor een deel zijn het zelfstandige onderdelen. De inspanningen die hier zijn opgenomen hebben soms een sterke relatie of vormen een uitwerking van wat in de andere programmalijnen is opgenomen. 4.3.1 S  trategische doelstellingen Inclusieve ruimtelijke inrichting De programmalijn Inclusieve ruimtelijke inrichting heeft de volgende strategische doelstellingen: 1. Een evenwichtiger gebruik van de ruimte met ruimtelijke kwaliteit. 2. V  erbeteren instrumentarium landelijk gebied. Een belangrijk instrument van de gemeente is ruimtelijke ordening. De gemeente is primair verantwoordelijk voor de inrichting van haar grondgebied. Het is dan ook aan de gemeente een inrichting na te streven die evenwichtig ruimte 18 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

toekent aan de functies die nodig zijn, zodat we een goede ruimtelijke kwaliteit bereiken. De ontwikkeling van het Voorkeurscenario voor het landelijk gebied als onderdeel van de Omgevingsvisie Barneveld 2040 is de strategische invulling van deze verantwoordelijkheid. Wateren bodemsturend is het leidende principe voor alles wat met ruimtelijke inrichting te maken heeft. We lopen steeds vaker aan tegen de grenzen van het water- en bodemsysteem, mede door het veranderende klimaat. Bodem, water en de natuur zijn daardoor meer dan in het verleden sturend voor de ontwikkeling van Barneveld, ook die van het landelijke gebied. 4.3.2 O  perationele doelstellingen inclusieve ruimtelijke inrichting De volgende operationele doelstellingen geven een invulling van de strategische doelstellingen: 1. In 2025 hebben we een structurele samenwerking met onze partners. 2. Vanaf 2025 hebben we de kaders bepaald in onze ruimtelijke plannen. 3. Vanaf 2026 beschikken we over verschillende ruimtelijk instrumenten. In deze programmalijn gaat het vaak om samenwerking met onze partners. Denk aan organisaties als de regio, andere gemeenten

inhoud

in de regio, het waterschap, de provincie, boerenorganisaties, bedrijvenorganisaties, bewonersgroepen en dergelijke. Het is van belang dat we de samenwerking met deze organisaties structureel vormgeven, omdat we elkaar nodig hebben om onze doelen te realiseren. De ruimtelijke ordening is het domein en de kerntaak van de gemeentelijke overheid. Een belangrijk onderdeel van die ruimtelijke ordening is het beslissen over functieverandering. Het beleid rond functieverandering bepaalt mede hoe een gebied eruit komt te zien. Willen we een goede ruimtelijke kwaliteit behouden waarin de verschillende functies evenwichtig zijn toegewezen, dan hebben we goede ruimtelijke instrumenten nodig om ons buitengebied vorm te geven. 4.3.3 Inspanningen inclusieve ruimtelijke inrichting 1. Kaders opstellen voor het omgevingsplan voor de doelen van het landelijk gebied (doel 2) Het omgevingsplan is het allesomvattende plan met regels over de ruimtelijke inrichting van de gemeente. Dat zat tot 1 januari 2024 in bestemmingsplannen, vanaf die tijd in het omgevingsplan van de gemeente Barneveld. Met de samenvoeging van bestemmingsplannen en gemeentelijk ruimtelijk beleid heeft de gemeente op dit moment een tijdelijk 19 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

omgevingsplan. Vanaf 2032 moet iedere gemeente beschikken over een volwaardig omgevingsplan. Het beleid voor het landelijk gebied krijgt een plek in het omgevingsplan. De kaders daarvoor komen uit de strategische doelen in de Omgevingsvisie Barneveld 2040 en de vertaling daarvan in het gedeelte over het landelijk gebied. 2. V  oorwaarden in ruimtelijke plannen in het landelijk gebied: biodiversiteit en landschappelijke inpassing (doel 2) We willen meer sturing geven aan het bevorderen van biodiversiteit en een goede landschappelijke inpassing van ontwikkelingen. We borgen verbetering van de biodiversiteit en een goede landschappelijke inpassing van ontwikkelingen in het landschapsplan en in onze gebiedsprocessen. Dit moet leiden tot heldere voorwaarden, zodat we de gewenste basiskwaliteit natuur en de 10 procent groenblauwe dooradering realiseren. 3. D  efiniëren, faciliteren en uitvoeren van gebiedsprocessen (doel 1) Bij een gebiedsproces werken we samen met ondernemers en bewoners in een gebied om ervoor te zorgen dat we onze doelen bereiken. Gebiedsprocessen zijn waardevol bij het werken van buiten naar binnen. Het nadeel van gebiedsprocessen is dat ze erg complex kunnen zijn en daarmee veel tijd vergen, zeker als er veel actoren in het spel zijn en er sprake is van tegenstrijdige belangen. Dat neemt niet weg dat

inhoud

een aantal doelstellingen van het programma zich lenen voor een gebiedsproces. We verkennen waar een dergelijk proces zinvol kan zijn. Op dit ogenblik werken we samen met Apeldoorn, Ermelo en Nunspeet in het gebiedsproces GEUS. Dat gebiedsproces is in 2023 gestart en is eind 2024 afgerond met een gebiedsplan. Samen met Ede werken we aan de verkenning voor een gebiedsproces in het gebied Stroe – Wekerom. 4. C  ombineren beekdalen met recreatief medegebruik (doel 2) Barneveld is naast een landbouwgemeente ook een gemeente met veel recreatie. Recreatie is een belangrijke economische pijler. Ook aan bewoners wil Barneveld ruimte in het groen bieden om te ontspannen en te bewegen. De beekdalen die we willen verbeteren vormen bij uitstek een mogelijkheid voor recreatief medegebruik. We ontwikkelen een visie op de omgang met het recreatieve medegebruik van beekdalen en welke vormen van recreatie en verblijven we hier toelaatbaar vinden met het oog op de bescherming van de beekdalen. 5. S  turingsmogelijkheden beekdalen verkennen voor waterberging, waterkwaliteit en biodiversiteit (doel 3) Voor waterberging en natuur- en landschaps­ ontwikkeling onderzoeken we samen met de

20 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

regiogemeenten en de provincie binnen welke zones langs beken nieuwe bebouwing moet worden voorkomen en hoe we dat regelen in ruimtelijk beleid. Daarnaast onderzoeken we in regioverband en met de gebiedspartners welke vormen van landbouwkundig gebruik in de zones langs beken wenselijk en mogelijk zijn, zonder uitspoeling van nutriënten naar de beken. Daarbij onderzoeken we ook of we op dergelijk gebruik kunnen sturen in ons ruimtelijk beleid. 7. O  ntwikkelen grondbeleid en -instrumentarium (doel 3) Grond heeft een sleutelpositie in de verduurzaming van de landbouw. De landbouw­ transitie leidt tot drie specifieke vraagstukken rond toekomstig grondgebruik door de agrarische sector. Ten eerste hebben extensiverende landbouwbedrijven grond nodig terwijl er strijd is om de ruimte. Daarnaast vormt de prijs een probleem. Grondprijzen zijn namelijk in de meeste gevallen hoger dan wat vanuit landbouwkundig gebruik reëel is, door het prijsopdrijvende effect van andere ruimtevragers. Dit hindert blijvende agrariërs die grond nodig hebben. En ten derde leiden productiebeperkingen op landbouwgrond tot waardedaling van deze grond. De gewenste extensivering kan alleen slagen als zoveel mogelijk grond van stoppers

in de sector blijft en de productieruimte van stoppers uit de markt wordt genomen. Voor de sector is het daarnaast belangrijk locaties met de meeste bedrijfsmogelijkheden te behouden voor ondernemers die willen doorgaan. Mogelijk ligt de oplossing in overheidsingrijpen, zoals op- en doorverkopen van toekomstbestendige bedrijven, een grondbank en kavelruiltrajecten. Daarnaast kunnen keuzes in het pachtstelsel een bijdrage leveren, via afspraken over pachtduur en pachtprijs om pachters te compenseren voor duurzaamheidsmaatregelen. Daarbij kan pacht een belangrijke rol spelen in de vergroting van bedrijfsareaal en doorstroming van een nieuwe generatie boeren, want pacht zorgt voor minder kapitaalbeslag. In Barneveld en daarbuiten met de regiogemeenten onderzoeken we welk grondbeleid en welke grondinstrumenten wenselijk, mogelijk en financieel haalbaar zijn. 8. S  amenstellen van een toolbox wat gebruikers van het landelijk gebied verder kan helpen (doel 3) In de loop van de tijd zijn er verschillende subsidiemogelijkheden en regelingen ontstaan om de gebruiker van het landelijk gebied te faciliteren, ondersteunen of inspireren. Het is van belang dat er een overzicht komt van deze mogelijkheden. Hiermee creëren we een toolbox die zowel de gemeente als andere gebruikers 21 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

van het landelijk gebied kan helpen. Een van de onderdelen van deze toolbox is een overzicht van mogelijkheden waarvoor de experimenteerruimte binnen de Omgevingswet kan worden ingezet. 9. In regioverband verkennen van een grondbank (doel 3) Een grondbank koopt de vrijkomende percelen op van agrariërs die stoppen en zorgt dat deze beschikbaar blijven voor de agrarische sector. Regionaal onderzoeken we of een dergelijke grondbank zinvol en haalbaar is. 10. Mogelijkheden van functieverandering aansluiten bij de gebiedspecifieke doelen (doel 3) Het kan zinvol zijn het functieveranderingsbeleid per gebied anders in te richten, om zo de gebiedspecifieke doelen beter te verwezenlijken. Denk bijvoorbeeld aan een eis voor de inzet van sloopmeters of mogelijk maken van bepaalde functieveranderingen in een gebied. 11. Onderzoeken of we in het omgevingsplan grondgebruik anders dan voor voedsel en vezel kunnen uitsluiten (doel 3) We willen graag een agrarische gemeente blijven, die zich richt op voedsel en op vezelgewassen. Het gebruik van de grond voor bollen-, bloemenen bomenteelt is minder gewenst. We gaan in regionaal verband onderzoeken of deze functies kunnen worden uitgesloten in het omgevingsplan.

inhoud

Overzicht inspanningen Rol en invloed

Landbouwtransitie

Bodem, water en natuur Inclusieve ruimtelijke inrichting

Maatregelen eigen Duurzamer eigen bedrijfsrestaurant. Maaibeleid. organisatie Kaderstellen door beleid, regels en ruimtelijke ordening

Duurzame landbouw, bedrijfs­ emissie­reductieplannen, voortzetten interimbeleid fijnstof, regionale producten bij evenementen, aanpak ongebruikte milieuruimte.

Beekdalen vrijwaren van bebouwing, realiseren 10% GBA, ecologisch maaibeheer GBA in gebiedsprocessen, planten bomen en vernatting.

Voorwaarden in omgevingsplan buitengebied, functieverandering aansluiten bij doelstellingen.

Faciliteren van initiatieven

Bedrijfsontwikkelingsplannen, koolstofboeren.

Extensivering grondgebruik beekdalen.

Benutten experimenteerruimte Omgevingswet, gebiedsprocessen.

Stimuleren

Verkooppunten regionaal voedsel, regionaal voedsel in bedrijfsrestaurants.

Informeren

Etaleren agrifoodketen, nut en noodzaak eiwittransitie.

Samenwerken en Investering in relaties, kennis­ partijen bij elkaar netwerken en samenwerking, brengen versterken korte keten.

Gebiedsprocessen.

Waarde bodem, water en natuur.

Toepassen instrumenten.

Projecten met grondeigenaren over de basiskwaliteit natuur.

Samenwerken in de Regio Foodvalley

Opzetten vergoedingssysteem Sponswerking bodem ecosysteemdiensten, voorlichtings­ verbeteren, nulmeting campagne plantaardig voedsel. basiskwaliteit natuur, en deze vastleggen, korte keten, uitloopgebieden.

Onderzoeken

Hoe uitspoeling te verminderen. Opzetten meetsysteem en monitoring.

Monitoring

Monitoring opzetten voor het programma.

Communicatie

Opstellen plan externe communicatie.

22 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

Verkennen mogelijkheden grondbank.

Verplichten gebruik regionale producten evenementen, experimenteerruimte Omgevingswet.

inhoud

5. P  rogrammaorganisatie en -brede inspanningen Het programma Waardevol landelijk gebied kent een programmateam en een stuurgroep. Het programmateam bestaat uit de trekkers van de drie programmalijnen, programmaondersteuning, een bedrijfscontact­persoon agrarische bedrijven en de programmamanager. Deze laatste zit ook in de stuurgroep, die verder bestaat uit de portefeuillehouder als bestuurlijk opdrachtgever en de ambtelijk opdrachtgever.

van de waarden van ons landelijk gebied. Daarvoor hebben we nspanningen geformuleerd die de komende jaren worden uitgevoerd. Om te weten of deze inspanningen effect hebben en of we de doelstellingen daarmee binnen bereik brengen, zetten we een monitoringssysteem op. Dit monitoringssysteem geeft inzicht in de voortgang.

Er wordt voorzien in een programmatafel, waaraan naast de ambtelijk opdrachtgever de teamleiders plaatsnemen van de teams die bijdragen aan het programmaresultaat.

5.2 Opzetten en vormgeven van samenwerking

Bij de uitvoering ligt de nadruk op regie: de activiteiten die in het programma zijn beschreven worden vooral uitgevoerd in de lijn en in samenwerking met andere organisaties. Enkele programmapunten worden wel uitgevoerd door het programmateam. Denk daarbij aan de monitoring.

5.1 Opzetten monitoringsplan voor het programma Met het programma beogen we een verandering tot stand te brengen: een waardevoller landelijk gebied of het tegengaan van de vermindering

23 | Programma Waardevol landelijk gebied • Februari 2025

De resultaten van het programma hangen af van de samenwerking met uiteenlopende partijen in het landelijk gebied van de gemeente Barneveld. Dat geldt in ieder geval voor de regio Foodvalley en de gemeenten van deze regio. Daarnaast zoekt het programma samenwerking met de provincie en het Rijk. Bovendien gaat het programma een duurzame samenwerking aan met belangengroepen, bijvoorbeeld van agrariërs of natuurorganisaties.

5.3 Communicatie over het programma

Een communicatieplan maakt deel uit van het programma om ervoor te zorgen dat het programma bekend is bij de doelgroep en bij de gemeente en dat het kan rekenen op draagvlak.

inhoud

6. Uitvoering en middelen 6.1 Planning Een aantal van de inspanningen worden uitgevoerd in regioverband. Dat zijn de inspanningen uit het Regionaal perspectief landelijk gebied (RPLG), dat onlangs door de raad is vastgesteld. Dit regionale perspectief is behandeld in de raden van de regio en vastgesteld in alle raden, op een na. De regio werkt nu aan een uitvoeringsprogramma voor het RPLG. Daarin wordt bepaald wanneer welke activiteit wordt uitgevoerd en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn. De programmapunten uit het RPLG zijn:

Landbouwtransitie • Bedrijfsemissiereductieplannen opstellen voor alle blijvende agrariërs. • Ontwikkelen grondbeleid en -instrumentarium. • Voortzetten en verbeteren interimbeleid vergunningverlening fijnstof. • Faciliteren agrariërs in de omslag naar vormen van kringlooplandbouw. • Etaleren van agrifood en biobased bedrijven en keten daaromheen. • Voorlichtingscampagne: nut en gezondheid van plantaardig voedsel. • Het faciliteren van introductie en vermarkting van andere eiwitten. • Versterken en vergroten van korteketennetwerken. • Stimuleren gebruik regionale producten in bedrijfs- en andere restaurants en bij evenementen. • Aanpak van omgang met ongebruikte milieuruimte. Bodem, Water, Natuur • Basiskwaliteit natuur ontwikkelen. • Realiseren van groenblauwe dooradering, ruimte voor de beekdalen. • Sponswerking van de bodem verbeteren. • Verkennen hoe wij vermindering bereiken van uit- en afspoeling. • Herinrichting watersysteem en water vasthouden. Inclusieve ruimtelijke inrichting • Sturingsmogelijkheden beekdalen verkennen voor waterberging, waterkwaliteit en biodiversiteit. • Investeren in relaties en kennisnetwerken en samenwerken in projecten of fieldlabs. • In regioverband de perspectieven verkennen voor een grondbank. • Onderzoeken of we in het omgevingsplan grondgebruik anders dan voedsel en vezel kunnen uitsluiten. • Uitwerking uitloopgebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9fa55b46-f080-4470-9e71-530fa81b0ad0