CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Kadernota 2026

Gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Kadernota 2026-202930.474 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Kadernota 2026-2029 Vasthouden aan verantwoorde groei

Kadernota 2026-2029 Inhoudsopgave 1. Aanbieding

1

2. Inleiding, uitgangspunten, keuzes en beslispunten Inleiding A. Uitgangspunten prognose meerjarenbegroting 2026-2029 (financiële kader) B. Ombuigingen C. Meerjareninvesteringsplan (MIP) D. Jeugd E. Verantwoord groeien F. Beleidstoevoegingen en autonome ontwikkelingen Prognose van de meerjarenbegroting Besluitvorming

8

3. Financieel meerjarenperspectief 2026-2029 Prognose Meerjarenbegroting 2026-2029 Toelichting op de prognose Meerjarenbegroting

21

4. Programma’s Programma 1 – Participatie en ondersteuning Programma 2 – Bedrijvigheid en bereikbaarheid Programma 3 – Woon- en leefomgeving Programma 4 – Bestuur en interne dienstverlening

27

5. Bijlagen 1. Beleidstoevoegingen 2026-2029 2. Aanvullend pakket ombuigingen 3. Meerjareninvesteringsplan (MIP) 4. Uitvoeringsplan MIP 2026 5. Nog af te wegen majeure investeringen 6. Bijstelling Onderhanden werk MIP

37

Aanbieding

Onder de titel “Vasthouden aan verantwoorde groei” bieden wij u de Kadernota 2026-2029 aan. Deze nota vormt het kader en geeft de uitgangspunten voor de Programmabegroting 2026 inclusief een doorkijk naar de daaropvolgende jaren. Het betreft de laatste Kadernota in deze bestuursperiode, waarin wij zijn gestart met de kernwaarden “ondernemend, betrouwbaar en zorgzaam”. Ondernemend, in het ondersteunen van een bloeiende en groeiende gemeente Barneveld, met investeringen in wijken en dorpen, het landelijk gebied en economische werkterreinen. Betrouwbaar, in het tijdig, transparant en nabij communiceren en samenwerken met onze inwoners en partners. Zorgzaam, in het recht doen aan kwetsbaren, het versterken van gemeenschapszin en bestaanszekerheid. Deze waarden gelden voor het kompas waarop wij varen. De uitdaging voor de gemeente Barneveld is groot. Naast de druk op de overheidsfinanciën, zien wij een voortdurende groei van de gemeente en een verder toegenomen complexiteit van de maatschappelijke opgaven. In de Kadernota 2025-2028 introduceerden wij daarom, naast het versterken van onze financiële basis, de koers ‘verantwoord groeien’. Die koers zetten wij in deze Kadernota onverkort voort. Leeswijzer: In de ‘Aanbieding’ bespreken wij in hoofdlijnen de onderdelen van de Kadernota en onze overwegingen daarbij.

We eindigen met het aan u voorleggen van een aantal keuzes; De meer gedetailleerde uitwerking, onderbouwing en de te nemen beslispunten volgen in de twee hoofdstukken na de ‘Aanbieding’; Bij het onderdeel ‘Programma’s’ komen de beleidsprioriteiten aan de orde en is er per begrotingsprogramma een toelichting op de beleidstoevoegingen. De bijlagen, tenslotte, complementeren deze Kadernota. 1. Vasthouden aan verantwoorde groei De groei van de gemeente Barneveld is structureel en manifesteert zich zowel economisch als demografisch. Deze ontwikkeling biedt kansen, maar vereist tegelijkertijd ook doelgerichte keuzes. Daarom investeren wij nu in voorzieningen, die onze gemeente toekomstbestendig maken. 1.1. Groei en de toegenomen complexiteit van de maatschappelijke opgaven Door in te spelen op de behoeften van inwoners, organisaties en ondernemers, kan de gemeente Barneveld niet alleen haar sterke positie behouden, maar zich ook verder versterken. Groei draagt daar zeer aan bij en omarmen wij in dat opzicht ook. Wij zien het als een kans, waarbij groei altijd ten dienste staat van de samenleving – niet andersom. Geen doel op zichzelf dus, maar iets dat bijdraagt aan de ontwikkeling van onze gemeente. Dat gaat verder dan alleen het bouwen van huizen, maar betekent ook bouwen aan gemeenschappen waar mensen graag wonen, werken en leven.

Gemeenschappen die zich evenwichtig kunnen ontwikkelen in de cadans van die groei. Daarbij zien we dat de grote maatschappelijke opgaven steeds complexer worden. Onder meer door de sterke onderlinge verwevenheid en de sterke verwevenheid met de nationale opgaven. Of het nu gaat over de inrichting van de fysieke leefomgeving dan wel in het sociaal domein. Juist dan is - naast het investeren - ook het geven van gerichte beleidsimpulsen essentieel om die complexe opgaven ten behoeve van de gemeenschappen effectief aan te kunnen pakken. 1.2. Vanuit de samenleving bezien We zijn gewend om veel vanuit ons eigen bestuurlijk perspectief te benaderen. Maar wat als we ons verplaatsen in de perspectieven vanuit onze inwoners, verenigingen - andere maatschappelijke organisaties en ondernemers? Wat zien we dan? Zonder daarin volledig te kunnen zijn, een eerste aanzet daartoe: 1.2.1. Perspectieven vanuit inwoners Voor de inwoners van de gemeente Barneveld betekent groei meer dan alleen bevolkingsaantallen. Het gaat om kwaliteit van leven. Zij hebben behoefte aan goed ingerichte woonwijken, veilige mobiliteit, en toegankelijke openbare voorzieningen zoals scholen, gezondheidszorg en recreatie. Woonvoorzieningen: de groeiende bevolking vraagt om betaalbare en duurzame woningen.

Bestuurlijke keuzes moeten zich richten op het versnellen van woningbouwprojecten door onder andere inzet van extra capaciteit, waarbij naast duurzaamheid en behoud van het lokale karakter ook de uitvoering van

1

snel te realiseren flexconcepten prioriteit krijgen. Onderwijs: met een jongere bevolking is het cruciaal om scholen te moderniseren en uit te breiden, zodat kinderen en jongeren toegang hebben tot kwalitatief hoogstaand onderwijs dicht bij huis. Gemeentelijke planning dient hierbij rekening te houden met toekomstige demografische ontwikkelingen. Groene en recreatieve ruimtes: inwoners hechten waarde aan natuur en ontspanningsmogelijkheden. Het behoud en de uitbreiding van parken, fietspaden en speelvoorzieningen vereisen een duidelijke visie en langetermijnplanning om de kwaliteit van leven te waarborgen. 1.2.2. Perspectieven vanuit verenigingen en maatschappelijke organisaties Lokale organisaties, waaronder maatschappelijke instellingen en verenigingen, spelen een sleutelrol in de sociale infrastructuur van gemeente Barneveld. Deze organisaties hebben behoefte aan faciliteiten die samenwerking en innovatie stimuleren. Culturele en maatschappelijke centra: door te investeren in multifunctionele gebouwen kunnen verenigingen, stichtingen en andere initiatieven beter functioneren en samenwerken. Bestuurlijke keuzes moeten hier gericht zijn op toegankelijkheid en optimale benutting van middelen. 1.2.3. Perspectieven vanuit ondernemers De gemeente Barneveld heeft een bloeiende ondernemersgemeenschap, van familiebedrijven tot innovatieve start-ups.

Deze groep vormt een drijvende kracht achter de lokale economie en werkgelegenheid. Om ondernemerschap te ondersteunen, is het van belang om te investeren in: Bedrijventerreinen: goed bereikbare en duurzaam ingerichte bedrijventerreinen zijn cruciaal voor de groei en vestiging van bedrijven. Gemeentelijke keuzes moeten prioriteit geven aan het optimaliseren van infrastructuur en milieuvriendelijke initiatieven. Infrastructuur: wegennetwerken, openbaar vervoer en internetverbindingen moeten worden verbeterd om bedrijven beter met elkaar en met klanten te verbinden. Bestuurlijke beslissingen dienen hier gericht te zijn op het voorkomen van toekomstige knelpunten. Innovatie-hubs: door ruimtes te creëren waar ondernemers kunnen experimenteren en samenwerken, stimuleert de gemeente Barneveld vernieuwing en groei. Dit vraagt om gerichte investeringen en ondersteuning vanuit de gemeente. 1.3. Nu is het moment De geschetste perspectieven sterken ons in onze visie om de inhoudelijke lijn van verantwoord groeien vanuit de Kadernota 2025-2028 vast te houden en door te zetten op weg naar een nieuwe bestuursperiode. De groei van de gemeente Barneveld brengt met zich mee dat nu het moment is om te plannen voor de toekomst (ook financieel). Uitstel kan leiden tot knelpunten in woningbouw, infrastructuur en voorzieningen.

Bovendien biedt investeren in de toekomst economische voordelen en draagt het tegelijk ook bij aan het versterken van de sociale structuur en lokale eigenheid. De gemeente Barneveld staat op een kruispunt: door nu te investeren in de behoeften van haar inwoners, organisaties en ondernemers; door nu keuzes te maken die de groei en maatschappelijke opgaven verantwoord en duurzaam begeleiden. 2. Actualisering van de Kadernota: 2.1. Aanloop naar de actualisering Kadernota 2025-2028 Op 10 juli 2024 is de Kadernota 2025-2028 vastgesteld door de gemeenteraad met daarin een ombuigingsopgave van in totaal structureel € 9 miljoen. Deze opgave is als volgt onderverdeeld: Via de dekkingspakketten ‘Basis’ en ‘Basis plus’ (€ 4-5 miljoen) wordt een sluitende (meer)jarenbegroting bereikt. Om zo de ‘Basis op orde’ te houden; Daarnaast is ter ondersteuning van een verantwoorde groei van de gemeente Barneveld besloten tot een “Aanvullend pakket” van ombuigingsmaatregelen aan de hand van 9 globaal beschreven scenario’s (€ 5 miljoen). Voor het uitwerken van het “Aanvullend pakket” geldt een bedrag van € 5 miljoen euro structureel als taakstellend uitgangspunt. Met daarbinnen het onderscheid in: € 3 miljoen euro besparen aan de kostenkant (gemeentelijke uitgaven) van de begroting (7 scenario’s); € 2 miljoen euro verhogen van de gemeentelijke inkomsten (2 scenario’s).

Stand van zaken ombuigingen: Eerst zijn besparingen doorgevoerd op de eigen organisatorische uitgaven. Vervolgens is uitvoering gegeven aan de dekkingspakketten ‘Basis’ (verder realistisch begroten (€ 2-2,5 miljoen) en ‘Basis plus’ ('laaghangend fruit' met o.a. kostendekkendheid leges, beperken inhuur en verlengen

2

afschrijvingstermijnen waar dat verantwoord is (€ 2 miljoen). Daarmee is het mogelijk gebleken om verder te investeren in het 'op orde houden van de basis'. Ten behoeve van bijvoorbeeld het versterken van onze realisatiekracht als gemeente, de verbetering van de dienstverlening en het bieden van voldoende veiligheid voor onze inwoners. Ook de investeringen vanuit het MIP gericht op instandhouding en vervanging horen daarbij, als ook het mogelijk maken van bepaalde onontkoombare beleidstoevoegingen en autonome ontwikkelingen. Zo is er voor de korte termijn al veel bereikt; Er is echter meer nodig, met name voor de lange(re) termijn. Daarvoor is de realisatie van het Aanvullend pakket met ombuigingen afgesproken. We hebben hiervoor op participatieve wijze met de samenleving het afgelopen half jaar een ombuigingstraject doorlopen. Met als resultaat dat wij u in het vroege voorjaar - naast de voorgestelde inkomstenverhogingen - een besparingspakket hebben voorgelegd van € 3,5 miljoen. Gefaseerd te bereiken vanaf 2026 en oplopend naar 2029. In april van dit jaar is dit pakket met u besproken en heeft u ons uw wensen en bedenkingen meegegeven ten behoeve van het definitief voor te leggen besparingspakket in deze Kadernota. 2.2. Financieel perspectief en keuzes Vanuit deze context zijn wij begonnen aan het opstellen van de Kadernota 2026 - 2029.

Ondanks het evenwichtige uitgangspunt van de Kadernota 2025-2028, waarin het verwachte financiële ravijn voor 2026 al was gedempt, zagen we begin dit jaar een aantal zaken naar voren komen: forse indexeringen, waardoor de autonome ontwikkelingen aanzienlijk zijn (met name in het sociaal domein); noodzaak tot het doen van diverse beleidstoevoegingen; aanzienlijk stijgende investeringen in de fysieke leefomgeving, mede als gevolg van verkregen inzicht (meer en beter) in de langere termijn kostenontwikkelingen. Die alleen al leiden tot een uitdaging om het financieel meerjarenperspectief sluitend te krijgen. De Voorjaarsnota 2025 van het Kabinet heeft daar enige (meest tijdelijke) verlichting in gebracht.Het financieel meerjarenperspectief toont vanaf 2026 een structureel overschot van € 3 miljoen vanaf 2026 aflopend (€ 2,8 miljoen in 2027, € 1,8 miljoen in 2028) naar circa € 0,5 miljoen in 2029. Dat biedt ruimte om keuzes te maken. Om bijvoorbeeld niet vast te houden aan de eerder ingezette ombuigingen, die ontegenzeggelijk een forse impact hebben op de samenleving. Toch houden wij daar – hoe moeilijk ook – wel aan vast vanwege de volgende redenen, die wij verderop nader uitwerken: Allereerst, vanaf 2029 is er sprake van een behoorlijk lager positief saldo. Het 'ravijnjaar' 2026 is weliswaar afgevlakt, maar is niet weg.

Feitelijk zien wij een verschuiving van het zogeheten ‘ravijnjaar’ naar 2029. De Rijksbijdragen blijven onzeker. Wij waarschuwen voor al te veel optimisme. Het financiële vraagstuk met betrekking tot de Rijksbekostiging is nog geenszins opgelost. Nog te weinig compensatie, zeker als de forse kostenstijgingen van de afgelopen tijd in ogenschouw worden genomen. Die zullen zeker nog verder toenemen. Daar komt bij dat er veel opgaven voor ons liggen. In onze gemeente komen alle grote opgaven samen en is er veel te doen. En daarmee ook veel positieve ontwikkelkansen. Tegelijkertijd hangen daar veel extra uitgaven mee samen. Alleen al in het MIP, waaronder de Onderwijshuisvesting, zijn het volume en daarmee ook de kosten aanzienlijk gestegen. De toenemende complexiteit van de opgaven, de noodzaak tot het doen van gerichte beleidsimpulsen en het belang van extra structurele investeringsruimte sterkt ons in de overtuiging om vast te houden aan de eerder ingeslagen weg. Financieel staan we er goed voor, maar voor de langere termijn kunnen we ons zeker niet rijk rekenen. De groei, het op peil houden van ons voorzieningenniveau en de aanpak van grote maatschappelijke opgaven zullen sowieso een nog groter beroep gaan doen op onze financiële mogelijkheden. De hierboven gepresenteerde financiële ruimte op de korte termijn is daarbij extra nodig om ons daar nog beter op voor te bereiden.

2.3. Bouwstenen bij de actualisering Voorjaarsnota 2025 Kabinet: inkomsten van het Rijk voor gemeentelijke taken de komende jaren; Actualisatie van inkomsten en uitgaven naar aanleiding van de Eerste Tussenrapportage 2025 op de Programmabegroting 2025; Actualisatie als gevolg van de autonome ontwikkelingen en benodigde beleidstoevoegingen; Actualisering van het Meerjaren Investeringsplan (MIP) met Uitvoeringsplan; Aanvullend ombuigingspakket t.b.v. verantwoord groeien; Stand van zaken Hervormingsagenda Jeugd (in relatie tot Voorjaarsnota Kabinet); Uitkomsten Jaarverslaggeving 2024; Uitkomsten naar aanleiding van de geactualiseerde Nota Reserves en Voorzieningen. 2.4. Verdere verwerking

3

2.4.1. Voorjaarsnota kabinet 2025 Lang was het onzeker of er vanuit het Rijk extra middelen zouden komen ten behoeve van de Hervormingsagenda Jeugd alsmede extra middelen voor gemeenten voor extra taken en ter verzachting van de eerder aangekondigde teruggang van de Algemene uitkering (het zogenaamde 'ravijnjaar' 2026). Eind april 2025 werden de uitkomsten van de Voorjaarsnota van het Kabinet bekend met daarbij voor gemeenten een beperkte verzachting van de korting Algemene uitkering vanaf 2026. Voor de gemeente Barneveld betekent dit ca. € 1,5 miljoen extra structurele inkomsten; en extra middelen in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd en ter compensatie van tekorten uit het verleden. Er komen weliswaar structurele middelen bij (€ 1,5 miljoen gemeente Barneveld) maar het merendeel van de geboden compensatie is voor 2026 en 2027, waarmee in 2028 wederom een tekort op het onderwerp “Jeugd” dreigt. Het totale structurele effect van de Voorjaarsnota Kabinet bedraagt ca € 3 miljoen in de periode 20262029. Een begin weliswaar, maar het vraagstuk van voldoende Rijksbekostiging - zoals eerder al gezegd - is nog zeker niet opgelost. Er zijn vraagstukken naar voren geschoven. 2.4.2. Actualisatie n.a.v. de Eerste Tussenrapportage 2025 De Eerste Tussenrapportage 2025 wordt separaat door uw raad vastgesteld.

We zien nu een tendens van stijgende kosten opzichte van de Programmabegroting 2025 (€ 2,2 miljoen) met name geconstateerd na vaststelling begroting. Hiervan werkt € 1,7 miljoen structureel door in het meerjarenperspectief vanaf 2026. 2.4.3. Actualisatie van de Autonome (financiële) ontwikkelingen Dit heeft met name betrekking op ontwikkelingen m.b.t. loon- en prijsontwikkelingen en volume (€ 4,8 miljoen, waarvan € 0,2 miljoen incidenteel). Te denken valt onder andere aan de indexatie van uitgaven Jeugdhulp, salariskosten CAO-gemeenten, indexaties bijdragen gemeenschappelijke regelingen en indexatie subsidies. 2.4.4. Beleidstoevoegingen Om de gecompliceerde opgaven goed het hoofd te kunnen bieden zijn er op diverse plaatsen in 2026 beleidstoevoegingen nodig (€ 2,8 miljoen, waarvan € 1 miljoen incidenteel). Dan gaat het om: Onvermijdelijke beleidstoevoegingen passend in eerder ingezet beleid; Eerder door uw raad vastgestelde beleidskeuzes met betrekking tot bijvoorbeeld de uitbreiding van Boacapaciteit, extra middelen t.b.v. programma Bestaanszekerheid en middelen ten behoeve van de Uitvoeringsagenda Cultuurvisie; Investeringen in de organisatie zelf, zoals in ICT en informatieveiligheid. Het gaat om een organisatie die klaar is voor de toekomst, waarbij alleen de hoogstnoodzakelijke onderdelen zijn opgenomen.

Wij merken hierbij op dat niet alle beleidstoevoegingen een structureel karakter hebben. Een deel daarvan dekken wij namelijk met behulp van incidentele middelen om zo gericht een tijdelijke impuls te kunnen geven. Ook zijn er beleidstoevoegingen, die wij eerst met incidentele middelen dekken, waarbij het uitgangspunt is dat die op termijn structureel binnen de begrotingsruimte kunnen worden opgevangen. Dat doen we door te sturen op organisatiekosten en het hanteren van strategische personeelsplanning. De beleidstoevoegingen worden bij de programma’s in deze kadernota verder toegelicht. 2.4.5. Meerjaren Investeringsplan (MIP) 2026-2029 Er is meer jaren vooruit gekeken. Het volume van de investeringen neemt toe. Ook is er steeds meer inzicht gekomen op de meerjarige beheerplannen en huisvestingsplan. Met name met betrekking tot de onderwijshuisvesting (IHP), eerder door uw raad vastgesteld. Zo goed mogelijk is er gekeken naar (de spreiding van) de kosten met inachtneming van eerder gemaakte bestuurlijke afspraken (bij onder meer Onderwijshuisvesting) en van de zorgplicht (o.a. Wegen en Riolering). Gerichte scenariokeuzes zijn gemaakt ten aanzien van Wegen en Riolering, die wij u voorleggen ter vaststelling.

Alles bij elkaar opgeteld en afgewogen leidt dit uiteindelijk in de begroting wel tot een structurele verhoging van het benodigde plafondbedrag vanaf 2026 (€ 24,5 miljoen per jaar, was € 15 miljoen per jaar) voor categorie II van het MIP (instandhouding/beheerplannen). We beseffen ons dat dit een aanzienlijk hoger bedrag is dan vorig jaar. Zeker ook bezien in relatie tot de voorgestelde ombuigingen. Tegelijkertijd leidt uitvoering van het MIP tot een breed pakket aan essentiële investeringen ten dienste van de samenleving. 2.4.6. Hervormingsagenda Jeugd

4

Voor ‘Jeugd' komen er weliswaar structurele middelen bij (€ 1,5 miljoen voor de gemeente Barneveld), maar het merendeel van de geboden compensatie is voor 2026 en 2027, waarmee in 2028 er wederom een tekort op het onderwerp ‘Jeugd' dreigt. 2.4.7. Aanvullend ombuigingspakket t.b.v. Verantwoord groeien Over de inkomstenverhoging heeft nog geen definitieve besluitvorming plaatsgevonden. Door uw raad is besloten om vooralsnog voor één jaar (2025) de OZB te verhogen met 2,5 % (bovenop de reguliere indexering). De eerder voorgestelde verhoging van de OZB met 2,5% (bovenop de reguliere indexering) voor de jaren 2026 tot en met 2028 vergt een apart besluit, te nemen bij deze Kadernota. Over het besparingspakket op de gemeentelijke uitgaven vanaf 2026 heeft de gemeenteraad haar wensen en bedenkingen gegeven door een aantal amendementen aan te nemen. Deze hebben wij als volgt verwerkt: De besparingsmaatregelen (genummerd 5, 6, 21, 43, 64 en 69) zijn n.a.v. de aangenomen amendementen geschrapt. Een complete opsomming op deze plaats voert te ver, daarvoor verwijzen wij u naar pagina 7 van "Lijst met besparingsmaatregelen 2026-2029"; Besparingsmaatregel 18 (verhogen parkeeropbrengsten) is n.a.v. het aangenomen amendement 25-39 inhoudelijk gewijzigd. Om niet over te gaan tot het uitbreiden van betaald parkeren in de kern Barneveld.

Naar aanleiding van een toezegging over de invulling van besparingsmaatregel 3a (bezuinigen op subsidies) is de besparing inhoudelijk gewijzigd en het besparingsbedrag in 2026 met € 40.000 verlaagd door een concrete invulling op te nemen (zie bijlage "Lijst met besparingsmaatregelen 2026-2029") en daarbij een procesvoorstel te doen voor de jaren vanaf 2027; Het totale besparingspakket komt daarmee op structureel € 3,4 miljoen, te bereiken in de periode 2026-2029; De bijlage "Lijst met besparingsmaatregelen 2026-2029" heeft u als separate bijlage ontvangen bij de Kadernota 2026-2029 en maakt onderdeel uit van de beslispunten van deze Kadernota waarover u besluit. In de Kadernota 2025-2028 zijn de investeringen en beleidsimpulsen in het kader van Verantwoord groeien nader benoemd. In deze Kadernota 2026-2029 doen wij u het voorstel om alvast een deel van de middelen in het kader van verantwoord groeien in te zetten. Enerzijds ten behoeve van het meerjarig dekken van de extra kosten als gevolg van de door de raad vastgestelde IHP Onderwijshuisvesting. Anderzijds in het kader van de beleidsimpulsen met betrekking tot de Uitvoeringsagenda Cultuurvisie en het Programma Bestaanszekerheid. Verdere voorstellen (o.a. het Bomenbeleidsplan, Landschapsplan) met betrekking tot de inzet van de middelen in het kader van verantwoorde groei volgen op een later moment. 2.4.8.

Uitkomsten Jaarverslaggeving 2024 gemeente Barneveld Gelijktijdig met de Kadernota 2026-2029 wordt door u ook de Jaarverslaggeving 2024 vastgesteld. Er is sprake van een positief resultaat van € 16 miljoen met het voorstel om daarvan (na budget overhevelingen) € 13 miljoen toe te voegen aan de bestemmingsreserve ‘Verantwoord groeien’. 2.4.9. Uitkomsten actualisatie Nota Reserves en Voorzieningen Uit de Jaarverslaggeving 2024 volgt een beschikbare weerstandsratio van 1,46. Door een vrijval van € 33,9 miljoen in 2025 als gevolg van de herijking reserves en voorzieningen stijgt de weerstandsratio naar 2,68. Dit is boven de maximale streefwaarde van 2,0. Daarom stellen we voor om € 18,8 miljoen uit de algemene reserve te storten in de reserve ‘Verantwoord groeien’, waarmee de beschikbare weerstandsratio op 2,0 uitkomt. 3. Keuzes 3.1. Onze afweging De extra middelen vanuit de Voorjaarsnota Kabinet 2025 hebben het perspectief zodanig positief beïnvloed, dat je de vraag kunt stellen of het Aanvullend ombuigingspakket (inkomsten verhoging en besparingspakket) t.b.v. ‘Verantwoord groeien’ nog wel opportuun is. Wij begrijpen deze vraag -zoals eerder gezegd – heel goed. Zeker in een situatie waarin we via het besparingspakket de komende vier jaar veel zullen vragen van de samenleving.

Kunnen we dat uitleggen? Hoe leggen we dat dan uit? Die vragen hebben wij onszelf nadrukkelijk gesteld en gaan hierna op in. 3.2. Meer inzicht Financieel staat de gemeente Barneveld er goed voor. Voor de langere termijn kunnen we ons echter zeker

5

niet rijk rekenen. De groei, het op peil houden van ons voorzieningenniveau en de aanpak van grote maatschappelijke opgaven gaan een nog een groter beroep gaan doen op onze financiële mogelijkheden. De gepresenteerde financiële ruimte op de korte termijn biedt ons extra kansen om ons daar nog beter op voor te bereiden. De gemeente Barneveld is weliswaar financieel krachtig en de effecten van de Voorjaarsnota Kabinet 2025 helpen ons, maar meer is nodig. Er is meer inzicht gekregen in onze beheeropgaven, in onze investeringsopgaven en in onze organisatorische opgaven. We hebben beter in beeld wat er allemaal op ons af komt en wat wanneer moet gebeuren. Dat heeft ook te maken met het feit dat we van een meer “hier en nu” georiënteerde organisatie met uw steun de omslag hebben gemaakt naar een meer strategische en extern gerichte organisatie. Het accent is veel meer komen te liggen op een lange termijn planning met duidelijke prioriteiten en uitvoeringsplannen, die inspelen op de economische, sociale en ruimtelijke uitdagingen van de gestage groei. Goed voorbeeld is de volume-ontwikkeling van het MIP. Ook noemen we de dit jaar nog vast te stellen Omgevingsvisie 2040 en het nieuwe beleidskader Sociaal Domein. Die helpen ons bij het verder aanpakken van de complexe maatschappelijke opgaven. 3.3. Meer grip Meer inzicht betekent ook meer grip op de middellange en lange termijn.

Ook heeft het ons in zekere zin met de neus op de feiten gedrukt. Van de opgaven die almaar groter zijn geworden, zowel in aantal als ook in complexiteit. Bij het Meerjaren Investeringsplan is dat goed zichtbaar geworden. Zo zien we ons genoodzaakt u voor te stellen: om vanaf 2026 het structurele financiële plafond te verhogen als het gaat om de categorie II investeringen met betrekking tot vervanging en instandhouding. de investeringen binnen het MIP met betrekking tot de groei (nieuwe majeure investeringen) te laten lopen via de middelen in het kader van ‘Verantwoord groeien’. Daarbij zijn de middelen voor onderwijshuisvesting nu meerjarig goed in beeld en ondergebracht in het MIP (zowel onder categorie II als ook onder Groei). Bij dit alles weten we nu al dat er in de nabije toekomst nog meer van dit soort uitdagingen op de gemeente afkomen. We noemen bijvoorbeeld de te actualiseren plannen voor het maatschappelijk vastgoed, met daaronder de sportvoorzieningen en andere gemeenschapsvoorzieningen. Ook is uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd een buitengewoon uitdagend traject. 3.4. ‘Zeilen bij zetten’ Met dit in ons achterhoofd en het feit dat het financiële vraagstuk van de Rijksbekostiging nog allerminst is opgelost, kijken wij niet weg, maar houden wij juist vast aan de eerder ingeslagen weg voor de lange termijn.

Daarvoor is en blijft het nodig om vanaf 2026 via ombuigingen financiële ruimte vrij te maken voor de daaraan verbonden investeringen en beleidsimpulsen. Het is zeker verleidelijk om te kijken naar de korte termijn van 4 jaar, maar daarmee zetten we onszelf als gemeente klem gelet op de toenemende opgaven en daaraan verbonden kosten. We zullen alle zeilen bij moeten zetten voor het goed begeleiden van een verantwoorde groei van onze gemeente. Door voor de komende jaren structurele financiële middelen vrij te maken binnen de begroting. Daarvoor is vorig jaar door uw raad ook de reserve ‘Verantwoord groeien’ ingesteld. Die reserve is nog niet voldoende gevuld. Verdere stappen zijn de komende tijd nodig. Die kunnen we ook zetten, omdat we constateren dat de algemene reserve voldoende is evenals de ratio van het benodigde weerstandsvermogen. Dat maakt het mogelijk om u voor te stellen extra middelen apart te zetten in de bestemmingsreserve ‘Verantwoord groeien’. Onder andere bedoeld voor investeringen zoals de oostelijke rondweg, onderwijshuisvesting e.d. We doen dit als volgt: door vanuit het rekeningresultaat 2024 een bij de Jaarverslaggeving 2024 te bestemmen bedrag van € 13 miljoen te storten in de bestemmingsreserve ‘verantwoord groeien’; door € 18,8 miljoen uit de algemene reserve te storten in de bestemmingsreserve ‘verantwoord groeien’ n.a.v.

de Nota reserves en voorzieningen, waarbij de weerstandsratio van de algemene reserve op het afgesproken peil blijft. Tenslotte, we willen onze sterke financiële positie consolideren en daarbij minder afhankelijk zijn van de grillige Rijksbekostiging. Uitgaan van eigen kracht dus. Om dat te bereiken, zien wij verdere strategische lijnen om naar de toekomst te kunnen inzetten. Lijnen, zoals wij die richting uw raad al eerder verwoorden in het raadsvoorstel met betrekking tot besparingsmaatregelen (april 2025). Dan gaat het om: Innovatief & Anders werken (strakke sturing op organisatiekosten); Meer zelf & samen, minder gemeente (effectiviteit van beleid verbeteren en afstemmen op de kerntaken); Sturen op de lange termijn, gezond en toekomstbestendig, met name bij de actualisaties van gemeentelijk beleid de komende jaren

6

3.5. Keuzes Op basis van onze overwegingen leggen wij u de volgende keuzes voor: De mutaties als gevolg van de Voorjaarsnota Kabinet 2025 zijn – vooruitlopend op de nog te verschijnen Meicirculaire 2025 – te verwerken in het Meerjarenperspectief. Daarbij met name met betrekking tot de Hervormingsagenda Jeugd behoedzaam te werk te gaan; Verwerking van de effecten van de Eerste Tussenrapportage 2025 op de Programmabegroting 2025; Opnemen van beleidstoevoegingen conform bijlage en verder toegelicht bij de programmaprioriteiten; Het vaststellen van het MIP 2026-2029 met daarin de voorgestelde ambitieniveaus en een verhoogd financieel plafond van € 24,8 miljoen per jaar vanaf 2026 voor categorie II (instandhouding/beheerplannen) MIP; Naast de eerder vastgestelde dekkingspakketten ‘basis’ en ‘basis plus’ t.b.v. de basis op orde nu het Aanvullend ombuigingspakket t.b.v. Verantwoord groeien vast te stellen: € 2 miljoen structureel via inkomstenverhogende maatregelen, waaronder de verhoging per jaar van de OZB met 2,5% (bovenop de reguliere indexering) voor de jaren 2026-2028; € 3,4 miljoen structureel te besparen op de gemeentelijke uitgaven via een voorgesteld besparingspakket (zie bijlage) waarbij de wensen en bedenkingen van de raad (raadsvergadering 17 april 2025) integraal zijn doorgevoerd. Storting reserve Verantwoord groeien n.a.v.

Nota reserves en voorzieningen: vanwege de ontwikkeling van de algemene reserve € 18,8 miljoen te storten in de reserve verantwoord groeien. Deze keuzes hebben wij opgenomen in het uiteindelijke totale besluit (zie hoofdstuk ‘Inleiding, uitgangspunten en keuzes’) dat wij u voorleggen. Daarmee stelt u dan de Kadernota 2026-2029 vast. 4. Financieel Meerjarenperspectief 2026-2029 Wanneer we de voorgestelde keuzes overnemen in het Financieel meerjarenoverzicht voor de gemeente Barneveld, dan ziet dat er - en nu meer in detail - voor de jaren 2026-2029 als volgt uit:

Prognose meerjarenbegroting

Begroting 2026

bedragen x € 1.000 MJR MJR MJR 2027 2028 2029

Begrotingsresultaat Programmabegroting 2025

- 1.482

- 936

- 936

Raadsbesluiten Septembercirculaire 2024 Effecten BUIG (bij memo Sept. Circulaire '24) 1e Tussenrapportage 2025 (incl. Decembercirculaire 2024) Totaal mutaties raadsbesluiten

767 1.806 2.253 - 387 - 387 - 387 - 1.701 - 1.507 - 1.090 - 1.320 - 87 777

2.253 - 387 - 931 936

Pognose begrotingsresultaat na raadsbesluiten

- 2.802

- 494

- 582

- 159

-0

Kadernota Mutaties lasten 1. Autonome ontwikkelingen 2026 e.v. 2a. MIP - gedekt uit leges (riool, afval en begraven) 2b. MIP - instandhouding / beheerplannen 2c. MIP - IHP Onderwijs 2d. MIP - majeure investeringen (vastgoed) 2e. MIP - stelpost afschrijvingstermijnen verlengen 3. Vrijval stelpost areaaluitbreiding 4. Stelpost areaaluitbreiding jaarschijf 2029 5. Beleidstoevoegingen 6. Ombuigingen lasten ten gunste van Verantwoord groeien

- 4.728 - 1.870 - 2.467 - 2.319 - 651 400 435 - 1.353 - 2.775 - 2.134 - 1.574 - 1.644 962 2.043 2.660 3.124

Totaal mutaties lasten autonoom en areaal

- 5.723 - 6.221 - 7.460 - 11.073

Mutaties baten autonoom en areaal 7a. Algemene uitkering - indexatie jaarschijf 2025 en 2026 7b. Algemene uitkering - volume jaarschijf 2029 7c. Algemene uitkering - stelpost teruggave BCF 7d. Algemene uitkering - voorjaarsnota Rijk

- 4.808 - 4.698 - 4.558 - - 574 - 1.228 520 - 390 - 1.398 - 57 - 740 - 1.627 - 213 - 470 50 300 435 435 435

3.999

3.973

3.947

1.000 3.053

1.000 3.084

1.000 3.022

3.913 1.353 1.000 3.094

7

8. Lokale heffingen (inflatie) 9a. Index leges ter dekking kapitaallasten MIP riool, afval en begraven 9b. Extra verhoging leges riool en afval ter dekking kapitaallasten MIP riool en afval 10. Ombuigingen baten ten gunste van Verantwoord groeien

714

173

714 119

714 281

714 406

455 210

947 215

1.464 265

Totaal mutaties baten autonoom en areaal

8.939

Mutaties reserves Saldo ombuigingen Verantwoord groeien - mutatie storting in reserve Verlaging storting reserve Verantwoord groeien: Inzet Verantwoord groeien

- 1.135 - 2.253 - 2.875 - 3.389 548 1.119 1.986 2.353

9.555 10.126 12.209

Totaal mutaties reserves

- 587 - 1.134

- 889 - 1.036

Totaal mutaties Kadernota 2026

2.630

2.201

1.778

101

Prognose begrotingsresultaat na mutaties kadernota

- 173 1.619

1.619

101

Totaal incidenteel

- 3.149 - 1.198

- 136

- 376

Prognose structureel begrotingsresultaat na mutatie Kadernota

2.976

1.755

477

2.817

Verdere toelichting op de cijfers en inhoud treft u aan in de navolgende hoofdstukken. Voor nu de constatering dat er sprake is van een structureel sluitend financieel meerjarenperspectief met een positief saldo van bijna € 3 miljoen in 2026 aflopend naar uiteindelijk € 0,5 miljoen in 2029. Het positieve saldo voor de jaren 2026 en 2027 wordt onder meer veroorzaakt door bepaalde activiteiten tijdelijk en met behulp van incidentele middelen te doen. Dit sluit aan bij onze werkwijze om op onderdelen kortdurende impulsen te geven, waarna deze moeten worden “geadopteerd” binnen de organisatie in beleid. 5. Slot We begonnen deze Aanbieding met de kernwaarden ‘ondernemend, betrouwbaar en zorgzaam’. Waarden die zo goed passen bij de gemeente Barneveld, - waarin de ondernemingszin en innovatie groot is; - waarin de nadruk ligt op transparantie, samenwerken en verbonden zijn; - waarin gemeenschapszin en omzien naar elkaar de boventoon voeren. Die motiveren ons om door te gaan op de ingeslagen weg van verantwoorde groei. Nodig voor de lange termijn. Daarvoor is het nodig om nu besparingen te doen. We beseffen ons terdege de impact van de voorgestelde besparingsmaatregelen op onze samenleving. We zullen dat uitvoeren in zo goed mogelijk overleg en met oog voor zorgvuldige fasering van de maatregelen.

Tegelijkertijd krijgen inwoners, verenigingen en maatschappelijke organisaties en ondernemers – bezien vanuit hun eigen perspectieven op groei - er ook veel voor terug. Zo worden er de komende vier jaar substantiële investeringen gedaan in de samenleving. Naast alle inspanningen voor dienstverlening, wonen en economie bestemmen we onder andere € 200 miljoen voor het sociaal domein en investeren we € 33 miljoen in onderwijs, € 39 miljoen in riolering/afvalverwerking/begraven, € 92 miljoen in de fysieke leefomgeving (waaronder wegen) en € 16 miljoen t.b.v. het vastgoed. Bij de beleidsprioriteiten per begrotingsprogramma lichten wij dit verder toe. Samen met de gemeenteraad, onze inwoners, organisaties en ondernemers bouwen we verder aan een financieel gezonde en toekomstbestendige gemeente Barneveld.

8

Inleiding, uitgangspunten, keuzes en beslispunten Inleiding

In de aanbieding zijn we ingegaan op de lijn van V ' asthouden aan verantwoord groeien', als thema van deze Kadernota. Hierna werken een en ander verder uit. Met meer daarbij een meer gedetailleerde toelichting op het financiële meerjarenperspectief en de gehanteerde uitgangspunten. Ook komt het Meerjareninvesteringsplan (MIP) en het Uitvoeringsplan 2026 aan de orde. We sluiten het onderdeel af met het uiteindelijke besluit dat wij aan uw raad voorleggen met daarin de inhoudelijke en financiële kaders. Dat doen we als volgt: A. Allereerst gaan we dieper in op het Financieel Meerjarenoverzicht 2026-2029 (uitgangspunten en grondslagen), als financieel kader; B. Vervolgens lichten wij kort de status van de Ombuigingsmaatregelen toe en hoe ze zijn verwerkt in deze Kadernota; C. Hierin geven wij een toelichting op het Uitvoeringsplan MIP 2026. D. Hier benoemen we de actuele ontwikkelingen rondom de Hervormingsagenda Jeugd; E. We blikken hier kort terug op het Verantwoord groeien, en wat de status is van de ingestelde reserve. F. We geven een samenvatting van het karakter van de aangedragen beleidstoevoegingen en autonome ontwikkelingen verwerkt in deze Kadernota. Tot slot resumeren wij onze keuzes en vervatten die een aantal beslispunten, uitmondend in een raadsbesluit.

A. Uitgangspunten prognose meerjarenbegroting 2026-2029 (financiële kader)

Uitgangspunten en grondslagen voor het opstellen van de meerjarenbegroting: Doorwerking Eerste Tussenrapportage 2025. Hierin worden de structurele effecten meegenomen vanuit de Jaarverslaggeving 2024 en de beoordeling (eindejaarsverwachting) van de begroting 2025 naar de inzichten per 1 april 2025. Prijs- en loonontwikkeling (inflatie) en volumeontwikkeling Bij de algemene uitkering wordt het accres gebaseerd op het Centraal Economisch Plan (2025) van het CPB. Hierbij worden vanaf 2026 de volgende indexen gebruikt: Voor loon- en prijsontwikkeling: prijs bruto binnenlands product (BBP) (2,7% voor 2026); Voor volumeontwikkeling: volume bruto binnenlands product (BBP), en dan het 8-jaars historisch gemiddelde (dit leidt tot 2,0% voor 2026). Voor de budgetten in onze begroting passen we, waar nodig, de volgende loon- en prijsontwikkeling toe: De loon- en prijsontwikkeling leidt in beginsel tot een indexatie conform prijs BBP van 2,7% voor 2026; Bij de prijs- en loonontwikkeling derden passen we de index voor loon- en prijsontwikkeling en dus prijs bruto binnenlands product toe (voor 2026 is dit dus 2,7%).

Voor prijs- en loonontwikkeling subsidies hanteren we hetzelfde percentage van 2,7%; Als een budget ook (gedeeltelijk) gevoelig is voor volume-ontwikkeling (bijvoorbeeld door bevolkingsgroei), dan passen we een volumegroei van maximaal 2,0% toe; De BBP methodiek gebruiken we ook voor de inflatiecorrectie bij de lokale heffingen (belastingen en rechten), maar conform het coalitieakkoord 2022-2026 passen we daarvoor het 3-jaarsgemiddelde toe (voor 2026 komt dit op 3,8%); Aan de lastenkant gebruiken we voor de loonontwikkeling van de ambtelijke organisatie het huidige onderhandelingsakkoord van de CAO gemeenten tussen de VNG en de vakbonden: De bedragen in de salarisschalen gaan in stappen in totaal 6,7% omhoog + € 35,- nominaal: 1 april 2025 2% 1 oktober 2025 1,85% 1 januari 2026 € 35,- bruto 1 juli 2026 1,25% Algemene uitkering uit het gemeentefonds: de circulaires zijn verwerkt tot en met de Decembercirculaire 2024. De Meicirculaire 2025 komt op een te laat moment uit om nog verwerkt te worden in de Kadernota 2026. De uitkomsten daarvan volgen in een aparte raadsmemo (gelijktijdig met de raadsbehandeling van deze Kadernota 2026). In het meerjarenperspectief is wel alvast een prognose opgenomen van de uitkomsten van de Voorjaarsnota van het Rijk.

Hierbij gaat het om de uitkomsten voor compensatie Jeugd, de accres ontwikkeling lonen- en prijzen en de compensatie voor het ravijnjaar (zie ook de toelichting op het financieel meerjarenperspectief). In de Meicirculaire 2025 worden de uitkomsten

9

van de Voorjaarsnota van het Rijk verder uitgewerkt en gecommuniceerd. Meerjareninvesteringsplan (MIP). In deze Kadernota 2026 is het uitvoeringsplan 2026 opgesteld en een actualisatie gedaan voor de kapitaallasten tot en met het jaar 2029 (opgenomen in meerjarenperspectief). Het MIP 2026 - 2035 geeft een overzicht met de investeringen voor de komende 10 jaar. Bij de Kadernota 2025 is een aantal maatregelpakketten voorgesteld en opgenomen in de Programmabegroting 2025. In de Eerste Tussenrapportage 2025 is de voortgang hiervan toegelicht. In deze Kadernota 2026 gaan wij ervan uit dat alle taakstellingen opgenomen in de maatregelpakketten Basis en Basis plus worden gerealiseerd. Begin 2025 heeft een proces plaatsgevonden, waarbij een participatietraject is doorlopen om de besparingsmaatregelen in het Aanvullend pakket ombuigingen verder te concretiseren. Hierna is een pakket om ombuigingen van structureel € 3,5 miljoen voor wensen en bedenkingen voorgelegd aan de raad. De raad heeft op 17 april jl. een aantal amendementen aangenomen op het pakket aan ombuigingen. Bij amendement 25-39 Vervanging speeltoestellen differentiëren staakten de stemmen. Wij hebben de aangenomen amendementen en amendement 25-39 verwerkt in het definitieve pakket aan ombuigingen. Dit definitieve pakket is verwerkt in deze Kadernota en is als aparte bijlage bijgevoegd.

Verderop in deze Kadernota gaan we nader in op de ontwikkeling van het meerjarenperspectief.

B. Ombuigingen

Begin 2025 heeft een proces plaatsgevonden, waarbij een participatietraject is doorlopen om de besparingsmaatregelen in het Aanvullend pakket ombuigingen verder te concretiseren. Hierna is een pakket om ombuigingen van structureel € 3,5 miljoen voor wensen en bedenkingen voorgelegd aan de raad. De raad heeft op 17 april jl. een aantal amendementen aangenomen op het pakket aan ombuigingen. Wij hebben de aangenomen amendementen verwerkt in het definitieve pakket aan ombuigingen. Dit definitieve pakket is verwerkt in deze Kadernota en is als aparte bijlage bijgevoegd. De lijst met voorgenomen besparingsmaatregelen 2026-2029 telt op tot een structureel te besparen bedrag van € 3,4 miljoen en maakt het behalen van de afgesproken taakstelling van € 5 miljoen mogelijk. In bijlage 2 is een overzicht van de ombuigingen per scenario opgenomen. Het complete overzicht met ook de onderbouwing per besparingsmaatregel wordt als separate bijlage bij de Kadernota aangeboden. In het meerjarenperspectief zijn deze ombuigingsmaatregelen neutraal opgenomen aan de lasten- en batenkant. De opbrengst komt volledig ten goede van Verantwoord groeien, zie ook verderop.

C. Meerjareninvesteringsplan (MIP)

Met het opstellen van het Meerjareninvesteringsplan (MIP) 2026-2035 hebben we een verdere doorontwikkeling gemaakt onder het motto "we bouwen een brug terwijl we er overheen lopen". We zijn doorgegaan op de ingeslagen koers. In het vorige MIP konden we voor de eerste twee jaar een concreet beeld met projecten laten zien. Het was toen onze ambitie om in de toekomst een MIP op te stellen met concrete invulling voor de eerste vier jaar. Deze ambitie realiseren wij in het voorliggende MIP. Verder is het MIP doorontwikkeld op de volgende punten: We geven inzicht geven in het onderhanden werk (t/m MIP2025), stellen dit waar nodig bij en we brengen het onderhanden werk in bij de afwegingen van het MIP; We geven inzicht in het effect op de heffingen en leges bij investeringen die gedekt zijn uit heffingen en leges (riolering, afval en begraven); We doen een voorstel tot een concreet 4-jarig en globaal 10-jarig MIP dat (bij benadering) aansluit bij een beschikbaar plafond en vastgestelde (beheer)plannen. Dit doen we door een combinatie van keuze tussen scenario's en ophoging van het plafond; We verwerken het IHP Onderwijs met daarbij een onderscheid tussen 'instandhouding' en 'majeure investeringen'; We vragen autorisatie voor de kredieten uit de jaarschijven 2026 en 2027 zodat we tijdig kunnen beginnen met de voorbereiding op de investeringen.

Hoewel we met deze Kadernota de belangrijkste randvoorwaarden realiseren om te komen tot onze ambitie van een MIP, gaan we nog doorontwikkelen op: Continue monitoring en bijsturing op enerzijds het onderhanden werk en anderzijds de geplande investeringen in het MIP;

10

Een passende wijze waarop en wanneer de raad wordt betrokken; Hoewel gebiedsregie in het voortraject van het MIP al enigszins betrokken is geweest, gaan we in de toekomst conform het raadsvoorstel 'Samenwerkingsaanpak met dorpen en wijken' van 28 mei 2025 gebiedsgericht werken (koppeling aan Dorpsplannen / Gebiedsagenda's, meenemen van (niet-complexe) vragen/initiatieven vanuit gebieden bij geplande investeringen, etc.). Een nadere toelichting op de uitgangspunten / spelregels van het MIP 2026-2035 zijn opgenomen in bijlage 3. Uitvoeringsplan 2026-2029 Het Uitvoeringsplan MIP 2026-2029 is in onderstaande tabel weergegeven met de investeringsbedragen per jaarschijf. De lijst met investeringen uit het Uitvoeringsplan 2026-2029 zijn opgenomen in bijlage 4. Het afwegingskader dat geleid heeft tot deze lijst is onderdeel van de uitgangspunten / spelregels die zijn opgenomen in bijlage 3. Voor de investeringen die aanvangen in 2026 en 2027 vragen we aan de raad om deze beschikbaar te stellen. Wij vragen ook al het beschikbaar stellen van kredieten in 2027 om tijdig met de voorbereiding te kunnen starten. Hoewel bij deze projecten de werkzaamheden en de daaraan gerelateerde kosten pas vanaf 2027 gerealiseerd worden, moeten wij veelal eerder starten met de voorbereiding om daadwerkelijk in de geplande jaren tot realisatie te kunnen komen.

Daarnaast creëren we flexibiliteit in de capaciteitsplanning. Als onverhoopt een 2026-investering vertraging oploopt, kunnen we in voorkomende gevallen eerder starten met een 2027-investering.

Tabel Uitvoeringsplan 2026-2029 bedragen x € 1.000 Uitvoeringsplan 2026-2029

Totaal

Gemiddeld

2026

2027

2028

2029 2026-2029 2026-2035

9.080 1.159 31

8.745 1.030 290

8.887 823 31

8.578 823 31

35.291 3.834 383

90.599 5.722 652

8.823 958 96

10.270

10.065

9.741

9.432

39.508

96.973

9.877

II. Investeringen instandhouding / beheerplan II.A. Integraal fysiek domein II.B. Bedrijfsmiddelenlijst II.C. Onderwijshuisvesting II.D. Sport, biodiversiteit en vergroening II.E Vastgoed II. Investeringen instandhouding / beheerplan

11.349 2.311 8.009 1.449 23.119

16.052 1.455 50 4.850 22.408

14.404 881 6.289 435 28 22.037

15.499 723 8.308 28 24.559

57.305 5.370 22.657 6.734 56 92.122

147.215 9.603 35.345 10.181 167 202.511

14.326 1.343 5.664 1.683 14 23.031

III. Majeure investeringen / aanvullende wensen III.A. Integraal fysiek domein III.B. Bedrijfsmiddelenlijst III.C. Onderwijshuisvesting III.D. Sport, biodiversiteit en vergroening III.E Vastgoed III. Majeure investeringen / aanvullende wensen

16.923 150 3.253 20.325

5.688 4.480 3.253 13.420

5.843 57 2.345 8.245

5.296 2.314 7.610

33.750 4.687 11.164 49.600

49.159 4.744 13.478 67.380

8.437 1.172 2.791 12.400

Totale investering

53.714

45.893

40.023

41.600

181.230

366.864

45.308

I. Investeringen riolering, afvalinzameling en begrav I.A. Riolering I.B. Afvalinzameling I.C. Begraven I. Investeringen riolering, afvalinzameling en begrav

2026-2029

De kapitaallasten die volgen uit investeringen riolering, afvalinzameling en begraven zijn in beginsel gedekt door heffingen of leges; De investeringen instandhouding / beheerplan moeten uit het beschikbare investeringsplafond gedekt worden ('basis op orde'); De majeure investeringen / aanvullende wensen vallen onder 'verantwoord groeien'. Hiermee verwachten wij de komende vier jaar € 181 miljoen in de samenleving van de gemeente Barneveld te gaan investeren. Overigens worden niet alle bedragen uit het Uitvoeringsplan 2026-2029 nu al beschikbaar gesteld. Volgens de uitgangspunten van het MIP (bijlage 3) vragen we de kredieten beschikbaar te stellen waarvan de investeringen aanvangen in 2026 en 2027. De investeringen die volgen uit het IHP Onderwijs en aanvragen in de jaren 2026-2029 zijn in maart 2025 al beschikbaar gesteld. In bijlage 3 zijn tabellen opgenomen waarmee we inzichtelijk maken dat we naast de al beschikbaar gestelde kredieten voor Onderwijshuisvesting (€ 72,1 miljoen voor 2026-2029) voorstellen aanvullend nog € 77,6 miljoen beschikbaar te stellen voor de investeringen uit de overige clusters die aanvangen in 2026 en 2027. Daarmee komt het

11

totaal aan beschikbaar investeringskredieten uit het Uitvoeringsplan 2026-2029 op € 149,7 miljoen. Wij hebben de investeringen uit de categorie 'majeure investeringen / aanvullende wensen' cluster III.A. Integraal Fysiek Domein en een deel van cluster III.D Sport niet opgenomen in het Uitvoeringsplan 20262029. Dit betreffen majeure investeringen die onder Verantwoord groeien vallen en die op een later moment nog afgewogen moeten worden. In de onderstaande tabel staan de totale bedragen voor de periode 20262029 en de periode 2026-2035. In bijlage 5 hebben we een gespecificeerd overzicht opgenomen. De bedragen per cluster zijn niet zichtbaar gemaakt. Dit hebben we gedaan om te voorkomen dat we marktgevoelige informatie openbaar maken op investeringen die op dit moment nog niet beschikbaar worden gesteld. Voor de projecten uit deze categorie leggen wij op een later moment individuele besluitvorming aan de raad voor.

Tabel nog af te wegen majeure investeringen bedragen x € 1.000 Nog af te wegen majeure investeringen

Totaal

Gemiddeld

2026

2027

2028

2029 2026-2029 2026-2035

III. Majeure investeringen / aanvullende wensen III.A. Integraal fysiek domein III.D. Sport, biodiversiteit en vergroening III. Majeure investeringen / aanvullende wensen

2026-2029

x x 2.443

x x 29.799

x x 10.405

x x 19.010

x x 61.657

x x 142.239

x x 15.414

Totale investering

2.443

29.799

10.405

19.010

61.657

142.239

15.414

Toelichting op het Uitvoeringsplan 2026-2029 In de volgende paragrafen gaan we nader op deze drie categorieën in. Vanwege het gevolgde proces, beginnen we daarbij bij de categorie 'instandhouding / beheerplannen'. De kapitaallasten als gevolg van dit Uitvoeringsplan hebben we verwerkt in het meerjarenperspectief (volgende hoofdstuk). Investeringen instandhouding / beheerplannen De investeringen o.b.v. instandhouding / beheerplan zetten we hieronder af tegen het beschikbare investeringsplafond. De opbouw van het beschikbare investeringsplafond maakt onderdeel uit van bijlage 3.

Tabel beschikbaar investeringsplafond voor MIP 2026

Beschikbaar investeringsplafond

bedragen x € 1.000 Investeringen 2026

2027

2028

2029

Reeds vastgesteld investeringsplafond MIP 2025

15.410

15.573

-

-

Af: reeds beschikbaar gestelde kredieten Uitvoeringsplan 2025 Vervanging kunstgrasveld VVOP Beschikbaar investeringsplafond

4.083 536 10.791

1.400 14.173

-

-

Tabel investeringsplafond na MIP 2026

Investeringsplafond na vaststelling MIP 2026

bedragen x € 1.000 gemiddeld

Investeringen 2026

2027

2028

2029

per jaar

Bijstelling investeringsplafond Instandhouding / beheerplan MIP2026 Af: Beschikbaar investeringsplafond Bijstelling investeringsplafond

23.119 10.791 12.327

22.408 14.173 8.235

22.037 22.037

24.559 24.559

23.031 6.241 16.790

Investeringsplafond na bijstelling MIP2026 Reeds vastgesteld investeringsplafond MIP 2025 Bijstelling investeringsplafond Investeringsplafond na bijstelling MIP2026

15.410 12.327 27.737

15.573 8.235 23.808

22.037 22.037

24.559 24.559

7.746 16.790 24.535

12

Het totale volume van de investeringen zien we toenemen en daarmee ook de stijging van het benodigde investeringsplafond van € 15,5 miljoen per jaar naar gemiddeld € 24,5 miljoen per jaar over de jaren 20262029. In bijlage 3 staat een verdeling van het plafond over de clusters met een toelichting. Als we naar de clusters kijken, dan zien we overigens na de eerste vier jaar een daling van het plafond door een afname van investeringen bij Onderwijshuisvesting. Al moeten we daarbij ook opmerken dat voor Sport en Vastgoed er nog een Integraal Huisvestingsplan aankomt dat, afhankelijk van de afwegingen die uiteindelijk gemaakt worden, impact kan hebben op het investeringsplafond. Als we dan weer kijken naar het gemiddelde van € 24,5 miljoen per jaar in de komende vier jaar, dan constateren we dat dit enerzijds komt dit omdat we meer inzicht krijgen in onze beheeropgave. Anderzijds is dit het gevolg van de schaalsprong die we als gemeente maken. De investeringen die op de planning staan en in aanmerking komen, gaan het vastgestelde plafond te boven. We hebben daarom een analyse gemaakt van de verschillende categorieën in het MIP en ons daarbij de vraag gesteld of we de hoogte van de totale investeringen kunnen beïnvloeden en hoe realistisch we de lasten van die investeringen in meerjarenperspectief kunnen ramen.

Wij hebben daarbij ingezoomd op de grootste onderdelen in het MIP, namelijk de gevolgen van het IHP Onderwijs, het beheerplan voor Wegen, het Gemeentelijk rioleringsplan en de overige wensen die er zijn ingediend. Onderwijshuisvesting Op 19 maart 2025 is het raadsvoorstel 'Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2026-2041' vastgesteld. Daarbij zijn al de investeringskredieten voor Onderwijshuisvesting voor de jaren 2025-2029 beschikbaar gesteld. Wij hebben dit IHP Onderwijs conform het raadsvoorstel verwerkt in dit MIP. Het vastgestelde IHP Onderwijs is onderverdeeld onder categorie II. Instandhouding / beheerplannen voor de renovatie of vervangende nieuwbouw (cluster II.C. en II.D.) en onder categorie III. Majeure investeringen / aanvullende wensen voor nieuwbouw gerelateerd aan de groei van gemeente Barneveld (cluster III.C en III.D.) Het IHP Onderwijs is leidend voor de investeringen in de eerste vier jaar (doorkijk naar 12 jaar). Dit is gebaseerd op het bereikte resultaat in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO). Bij Onderwijshuisvesting is het een uitdaging om een andere spreiding aan te brengen dan nu in het IHP staat zonder aan gemaakte afspraken te tornen. In de eerste jaren zien we een piek in de investeringen, waardoor er dus geen sprake is van een gelijkmatige verdeling van het totaal van de benodigde investeringen over 12 jaar.

Tegelijkertijd weten we dat er op basis van ervaringscijfers en door externe factoren (netcongestie, stikstofproblematiek, tempo woningbouw) het realisatietempo lager kan zijn dan nu voorzien. Dit geeft ons de aanleiding om de investeringen t.b.v. onderwijshuisvesting te temporiseren en meer gelijkmatig te verdelen over de planningsperiode en daarmee ook de groei in de kapitaallasten gelijkmatig te verdelen (lasten realistischer opnemen). Door dit te doen voor het totaalbedrag van de investering, houden we de bestuurlijke afspraken met de individuele scholen binnen het IHP Onderwijs in stand. Bij Onderwijshuisvesting wordt voorgesteld om op totaalniveau uit te gaan van een realisatie van 80% van de IHP-investeringen in gebouwen voor de jaren 2026, 2027 en 2028 en de verlaagde 20% voor deze jaren opgeteld in 2029 te plaatsen. We doen dit via een aparte investeringsregel. Dit levert een verlaging van de kapitaallasten op van circa € 235.000 in 2027, € 560.000 in 2028 en € 710.000 in 2029 (opgeteld voor instandhouding en majeure investeringen). Daarnaast verwachten wij dat de taakstelling 'afschrijvingstermijnen verlengen' (Basispakket Plus) ook zal bijdragen aan een verlaging van de extra kapitaallasten van de investeringen in onderwijshuisvesting. Hieronder gaan wij nader in op de taakstelling 'afschrijvingstermijnen verlengen'. Cluster II.A. Integraal fysiek domein (o.a.

Beheerplan Wegen) Bij het opstellen van het Uitvoeringsplan 2026-2029 voor de clusters Integraal Fysiek Domein en Riolering hebben we gekozen voor een meerjarige planning gebaseerd op concrete, zoveel mogelijk integrale projecten. De optimale variant vraagt een investeringsplafond dat in het huidige financiële meerjarenperspectief en gezien het proces van ombuigingen niet passend is. We hebben daarom conform de spelregels van het MIP (zie bijlage 3, maar ook bijlage 4 in de Kadernota 2025) twee alternatieve scenario’s uitgewerkt. Een basis en een sober scenario. Deze scenario's bieden zowel inhoudelijk als financieel inzicht. 1. Scenario Optimaal: Realiseert in de komende 10 jaar de gewenste inhaalslag om instandhoudingsachterstanden in te lopen. Vereist een investering van gemiddeld € 19 miljoen per jaar. 2. Scenario Basis: Geen inhaalslag, waardoor de vervangingsachterstand gelijk blijft. Vereist een investering van gemiddeld € 15 miljoen per jaar. Kapitaallasten dalen met € 150.000 in 2027, oplopend naar € 730.000 vanaf 2029. 3. Scenario Sober:

13

Leidt tot een verdere toename van de vervangingsachterstand, waardoor de zorgplicht voor veiligheid in de openbare ruimte in het gedrang komt. Vereist een investering van gemiddeld € 12,1 miljoen per jaar. Kapitaallasten dalen met € 200.000 in 2027, oplopend naar € 1.100.000 vanaf 2029. Keuze Scenario Integraal fysiek domein We stellen voor om een keuze te maken voor Scenario Basis. Dit scenario biedt een balans tussen kosten en noodzakelijke vervangingen, terwijl we blijven voldoen aan onze zorgplicht. We blijven ook streven naar het kwaliteitsniveau basis voor onze wegen. Anticiperen op veranderende omstandigheden zoals de energietransitie en hittestress is beperkter mogelijk is en daarmee halen we onze ambitie niet. In bijlage 3 staat het inhoudelijk afwegingskader hoe we zijn gekomen van de investeringen uit scenario Optimaal naar de investeringen uit scenario Basis die zijn opgenomen in het Uitvoeringsplan. Gelet op de financiële ontwikkeling van de gemeente is het echter passend om de groei in de investeringen enigszins, maar wel verantwoord, te dempen. Bij het opstellen van nieuwe beheerplannen kunnen we onze ambities en het benodigde investeringsplafond opnieuw afwegen.

Investeringen gedekt uit heffingen en leges De opgenomen investeringen voor afval en riolering leiden tot kapitaallasten die naar verwachting gedekt kunnen worden uit de vrijval van kapitaallasten en de reguliere indexatie van heffingen en leges. Voor riolering is dit echter niet het geval. Bij het opstellen van deze meerjarige planning voor riolering hebben we ingezet op het combineren van vervangingsopgaven met bredere ambities op het gebied van klimaatadaptatie en systeemoptimalisatie. De aanpak van riolering wordt integraal opgepakt met de projecten uit het cluster Integraal fysiek domein. Net als voor het integraal fysiek domein hebben we ook bij riolering alternatieve scenario’s uitgewerkt. Bij riolering zouden we met een optimaal scenario werken volgens het principe 'van benedenstrooms naar bovenstrooms'. Dit vereist echter onrealistisch hoge investeringen en dit scenario daarom niet verder uitgewerkt. 1. Scenario Basis: Richt zich op vervangingsopgave en zorgplichten. Vereist een investering van gemiddeld € 11,1 miljoen per jaar. Bij een integrale aanpak loopt dit samen op met het scenario Optimaal van het Integraal fysiek domein. 2. Scenario Sober: Absolute ondergrens, lagere tempo, meer risico en ad hoc maatregelen. Vereist een investering van gemiddeld € 9 miljoen per jaar.

Bij een integrale aanpak loopt dit samen op met het scenario Basis van het Integraal fysiek domein. Financiële gevolgen voor de rioolheffing Beide scenario’s leiden tot een stijging van de gemiddelde investeringen in de jaren 2026-2029 ten opzichte van eerdere MIP’s (€ 4-5 miljoen). Dit leidt potentieel tot een aanvullende stijging van de rioolheffing in de jaren 2027-2029 van gemiddeld 6% per jaar (Basis scenario) of gemiddeld 5% per jaar (Sober scenario). Dit is echter ook afhankelijk van andere factoren (zoals de benodigde indexatie van andere rioolkosten). Keuze Scenario Riolering We stellen voor om een keuze te maken voor Scenario Sober. Dit scenario biedt een efficiënte inzet van middelen en behoudt de integrale aanpak met wegenonderhoud (Scenario basis). We voldoen aan onze zorgplicht, maar we halen onze ambitie uit het GRP 2021-2026 niet binnen de gestelde periode. In bijlage 3 staat het inhoudelijk afwegingskader hoe we zijn gekomen van de investeringen uit scenario Basis naar de investeringen uit scenario Sober die zijn opgenomen in het Uitvoeringsplan. De financiële gevolgen betekenen bij riolering een potentiële verhoging van de rioolheffing met jaarlijks 5% vanaf 2027 tot en met 2029.

Net als bij het integrale fysiek domein, geldt hier dat gelet op de financiële ontwikkeling van de gemeente het passend is om de groei in de investeringen enigszins, maar wel verantwoord, te dempen. Bij het opstellen van een nieuw GRP kunnen we onze ambitie en het benodigde investeringsbedrag opnieuw afwegen. Majeure investeringen / aanvullende wensen Zoals in de Kadernota 2025 beschreven maken de majeure investeringen / aanvullende wensen deel uit van 'Verantwoord groeien'. In het Uitvoeringsplan 2025 hebben wij de eerste majeure investeringen / aanvullende wensen opgenomen die aanvangen in 2025 (het Van Lodenstein College (VLC), de herinrichting van het gemeentehuis en de herinrichting van de gemeentewerf). Voor het Uitvoeringsplan 2026-2029 ligt het zwaartepunt aan majeure investeringen bij het IHP Onderwijs. Het gaat hier om de nieuwbouw van scholen als gevolg van de groei van Barneveld. Daarnaast hebben we in het Uitvoeringsplan enkele investeringen voor het cluster III.E. vastgoed opgenomen.

14

Het gaat hier om verduurzaming, de brandweerpost Barneveld Centrum en Onderzoek naar het gebruik van de brandweervleugel in het Hulpverleningscentrum (HVC). Het betreft investeringen die in het vorig MIP waren doorgeschoven en daarmee opgenomen op de lijst 'niet op te nemen investeringen' (Kadernota 2025, bijlage 6). Wij willen deze investeringen niet nog een jaar doorschuiven. Wij stellen via het meerjarenperspectief voor om de kapitaallasten als gevolg van de investeringen te dekken via de structurele ruimte uit 'verantwoord groeien'. We gaan hier kort in op de investering Van Lodenstein College (VLC). We weten op dit moment dat we een hoger bedrag nodig hebben vanwege hogere normbedragen voor onderwijs en een stijging van het aantal leerlingen. Dit laatste leidt ook tot een hogere algemene uitkering. Ook staat er nog een sporthal bij het VLC op de planning (gedeeltelijk gedekt uit huuropbrengsten). We zijn op dit moment bezig met een nadere uitwerking als het gaat om het VLC en komen later dit jaar met een separaat raadsvoorstel waarin we een volledig beeld kunnen bieden. Afschrijvingstermijnen verlengen Onderdeel van het Basispakket Plus (Kadernota 2025) is het verlengen van afschrijvingstermijnen. Hiervoor is een taakstelling opgenomen in de Programmabegroting 2025.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=f3ae6f2b-924f-4f3f-a833-d4d7b4f1f524