CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II Nota zienswijzen.pdf

Gemeenteraad 14 december 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Buurtweg II (in Voorthuizen)5.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II Het college van Barneveld heeft het bestemmingsplan “Buurtweg II” (nr. 1609) in voorbereiding. Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van 25 woningen aan de Buurtweg ongenummerd in Voorthuizen. Het ontwerp bestemmingsplan en de daarop betrekking hebbende stukken hebben ter inzage gelegen van 8 juli tot en met 18 augustus 2022. Een ieder is in de gelegenheid gesteld een zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen. Er zijn zes zienswijzen ingekomen in de periode dat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage lag. Hieronder staan de samenvatting en de beoordeling van de zienswijzen. 1.

De bewoners/eigenaren van het Datum ontvangst: 12 juli 2022 perceel: Datum dagtekening: 8 juli 2022 Buurtweg 4 in Voorthuizen Registratienummer: 1195450 a. Zienswijze De bouw van 28 woningen zorgt voor een verhoging van de verkeersdruk. Deze toename komt de verkeersveiligheid niet ten goede. Er worden door de indiener van de zienswijze twee verkeersvoorstellen gedaan. Het voorstel voor gedeeltelijk eenrichtingsverkeer op de Buurtweg heeft de voorkeur van de indiener van de zienswijze. Gemeentelijke reactie Allereerst wordt opgemerkt dat het bestemmingsplan in de realisatie van 25 woningen voorziet. Naar aanleiding van het voorontwerpbestemmingsplan zijn er reacties binnengekomen om het gedeelte van de Buurtweg tussen de Oude Appelseweg en het plangebied alleen nog bereikbaar te maken voor bestemmingsverkeer, vanwege de beperkte breedte van dit weggedeelte. Ook zijn er suggesties gedaan om van dit gedeelte éénrichtingsverkeer te maken. We zijn hierover ook in gesprek geweest met een aantal aanwonenden van de Buurtweg. Voor beide maatregelen zijn er voor- en tegenstanders. Als actie hierop hebben we adviesbureau Royal HaskoningDHV (hierna: RHDHV) gevraagd een second opinion te laten opstellen van de reeds voorziene verkeersmaatregelen en hebben we hen ook gevraagd een beoordeling te laten opstellen over de ingediende ideeën van een geslotenverklaring of éénrichtingsverkeer.

Uit het advies van RHDHV blijkt dat de Buurtweg (na verbreding) tussen het plangebied en de Rietdekkerslaan de toename van verkeer goed kan verwerken en dat de totale intensiteit (inclusief de bestaande functies aan deze weg) past bij de functie (erftoegangsweg) van de Buurtweg. Daarnaast wordt geconcludeerd dat de Buurtweg tussen het plangebied en de Oude Appelseweg te smal is voor zowel één- als tweerichtingsverkeer volgens de ASVV (Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom; dit zijn de richtlijnen voor wegontwerp van het CROW). Tussen het plangebied en de Oude Appelseweg heeft de Buurtweg een rijbaanbreedte van slechts 2,40 meter.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 1 van 19

Volgens de ASVV-richtlijn van het CROW moet een erftoegangsweg minimaal een wegbreedte hebben van 4,80 meter bij tweerichtingsverkeer en 3,85 meter bij éénrichtingsverkeer (exclusief trottoir), en wordt 5,80 meter aangeraden bij tweerichtingsverkeer. Omdat het gedeelte tussen het plangebied en de Rietdekkerslaan (na aanpassing) als passend is beoordeeld is het niet noodzakelijk het gedeelte tussen het plangebied en de Oude Appelseweg te verbreden tot de minimale maat voor éénrichtingsverkeer. Dat dit weggedeelte nu niet aan de richtlijnen voldoet betekent niet dat er helemaal geen gemotoriseerd verkeer gebruik van kan maken. Echter als er een acceptabel alternatief beschikbaar is moet voorkomen worden dat er door de komst van de woningen in het plangebied onveilige situaties gaan ontstaan. Gelet op de verkeersveiligheid willen we de toename van verkeer op het gedeelte tussen het plangebied en de Oude Appelseweg voorkomen (uit een inventarisatie van RHDHV met behulp van de routeplanner van Google Maps blijkt dat verkeer richting het westen mogelijk deze route neemt richting de N303). De geslotenverklaring die door aanwonenden is voorgesteld voor dit deel van de Buurtweg is daarom de meest passende verkeersmaatregel. We stellen voor dit aan te geven met bebording, die versterkt wordt door het krappe wegprofiel van de Buurtweg.

RHDHV heeft deze maatregel als geloofwaardig beoordeeld. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. b. Zienswijze Is er rekening gehouden met verkeersveiligheid voor spelende kinderen. Gemeentelijke reactie Bij inspraak is onderstaande reactie gegeven over spelen: Er is in de plannen geen ruimte voor speelvoorzieningen voor kinderen in de leeftijd tussen 7 en 12 jaar. Al het openbaar groen is wadi en zal een deel van het jaar onder water staan. Er komen wel een paar kleine speeltoestellen en speelaanleidingen voor jonge kinderen zodat kinderen die niet ver van huis kunnen, toch buiten kunnen spelen. Oudere kinderen kunnen gebruik maken van de centrale speelplek aan de Molenmakerslaan. Dit is ongeveer 400 meter lopen. Daarnaast is er aan de Mandemakerslaan een iets uitgebreidere speelplek voor jonge kinderen. Dit is ongeveer 200 meter lopen. Uit het advies van RHDHV blijkt dat de Buurtweg tussen het kruispunt met de Rietdekkerslaan tot en met Buurtweg 10 voldoet aan de minimale maatvoering conform de ASVV richtlijn. Door de aanwezigheid van trottoirs in het plangebied heeft RHDHV aanbevolen om wel een voetpad te realiseren richting de Rietdekkerslaan (ondanks dat deze in bestaande situatie ook ontbreekt en de intensiteit past bij een rustige woonstraat/erftoegangsweg), bijvoorbeeld achter de groenstrook langs.

Het realiseren van een voetpad is door RHDHV echter niet als noodzakelijk bevonden vanwege de verblijfsfunctie van de Buurtweg, de lage intensiteiten en de lage snelheden op de Buurtweg. Voetgangers en automobilisten kunnen ook de rijbaan delen, zoals nu ook het geval is. Vanwege het ontbreken van directe noodzaak wordt vooralsnog geen voetpad aangelegd tussen het plangebied richting de Rietdekkerslaan. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. c. Zienswijze Komen er voetpaden langs de weg?

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 2 van 19

Gemeentelijke reactie In het plangebied zelf krijgen alle wegen aan minimaal 1 zijde van de rijbaan een trottoir. Tussen het plangebied en de Rietdekkerslaan niet. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. d. Zienswijze Is het aantal parkeerplaatsen voldoende? Gemeentelijke reactie De woningbouwontwikkeling voldoet aan de in de Nota Parkeernormen 2020 gestelde parkeereisen. De parkeerbalans is ingevoegd in paragraaf 5.14 van de toelichting bij het bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. e. Zienswijze De volkstuinen zijn gesplitst. Dit zal op termijn zorgen voor een toename van verkeer. Gemeentelijke reactie De volkstuinen maken geen onderdeel uit van het voorliggende bestemmingsplan. Het is echter inderdaad zo dat een aantal volkstuinen in afmeting gehalveerd is. Dit is gebeurd omdat meer dan de helft van de volkstuinen verdwijnt als gevolg van het project. Tevens vinden sommige mensen de huidige percelen te groot en kunnen ze het niet meer onderhouden. Er zal na realisatie van het project geen toename zijn van het aantal gebruikers.

De parkeerruimte wordt feitelijk wel minder doordat er strekkende meters berm zijn (er zijn overigens ook in de huidige situatie geen formele parkeerplaatsen aanwezig) Het merendeel van de bezoekers / tuingebruikers komt echter met de fiets of ander niet gemotoriseerd vervoer. De parkeerdruk zal niet toenemen. Ook zal er bij aanvang van nieuwe overeenkomsten gemotiveerd worden om het autogebruik te beperken. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. f. Zienswijze Toename van verkeer betekent toename verkeersonveiligheid, meer geluidsoverlast, meer schadelijke uitstoot, mogelijk waardevermindering woning met andere woorden: een substantieel verlies van woongenot. Gemeentelijke reactie Er bestaat geen recht op een onveranderd woon- en leefklimaat. Er kunnen op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vastgesteld worden. Bij de belangenafweging kan in redelijkheid worden gesteld dat de woningbouw bovendien voor een deel van de locatie reeds eerder planologisch mogelijk werd gemaakt (verleende vergunning uit 2009) . Wij achten het redelijk een groter gewicht toe te kennen aan de belangen bij realisering van de voorziene woningbouw dan aan het belang van indiener van de zienswijze bij het ongewijzigd blijven van de bestaande situatie.

Verder merken we op dat uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat aan het wonen in een verstedelijkte omgeving enige mate van geluidhinder en een zekere mate van inbreuk van privacy inherent is.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 3 van 19

Voor wat betreft verkeers(on)veiligheid verwijzen we naar de gemeentelijke reactie onder 1a. Toetsing aan de aspecten geluid en luchtkwaliteit heeft plaatsgevonden. Hiervoor verwijzen wij naar hoofdstuk 5 van de toelichting bij het bestemmingsplan. Of waardevermindering van het pand zich zal voordoen, zal moeten blijken uit de beoordeling van een eventueel toekomstige aanvraag om tegemoetkoming in schade (ex artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening). Een onafhankelijke commissie zal de vigerende planologische situatie vergelijken met de nieuwe planologische situatie. Indien er sprake is van een planologisch nadelige situatie welke niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven (en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd), komt de vraag aan de orde of dit nadeel voor tegemoetkoming in aanmerking komt. Nadat het besluit van de raad over de vaststelling van het bestemmingsplan “Buurtweg II” onherroepelijk is, kan een aanvraag om tegemoetkoming in schade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden ingediend bij het college. Daarvoor dient gebruik te worden gemaakt van het aanvraagformulier dat via de website van gemeente Barneveld is in te vullen: https://www.barneveld.nl/melden-en-meedoen/planschadetegemoetkoming-aanvragen.

Vanzelfsprekend zijn de medewerkers van het servicepunt Bouwen, Wonen en Leefomgeving van gemeente Barneveld desgewenst graag bereid om te assisteren bij het indienen van een aanvraag. Het besluit van de raad is onherroepelijk als de beroepstermijn van zes weken na de vaststelling ongebruikt is verstreken of nadat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) op een eventueel beroep heeft beslist en de uitspraak strekt tot nietontvankelijkverklaring dan wel (gedeeltelijke) ongegrondverklaring van eventuele beroepen. Een exacte datum is nog niet te noemen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.

De bewoner/eigenaar van het perceel: Vredehof 6 in Voorthuizen

Datum ontvangst: 12 juli 2022 Datum dagtekening: ongedateerd Registratienummer: 1195452

a. Zienswijze De zienswijze is gelijkluidend aan de zienswijze onder 1a en f. Gemeentelijke reactie Zie voor de inhoudelijke beantwoording de gemeentelijke reactie onder 1a en f van deze Nota Zienswijzen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

3.

De bewoners/eigenaren van het perceel: Datum ontvangst: 12 juli 2022 Buurtweg 6 in Voorthuizen Datum dagtekening: 17 juni 2022 Registratienummer: 1195456 a. Zienswijze De zienswijze is gelijkluidend aan de zienswijze onder 1a en f.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 4 van 19

Gemeentelijke reactie Zie voor de inhoudelijke beantwoording de gemeentelijke reactie onder 1a en f van deze Nota Zienswijzen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

4.

De bewoner/eigenaar van het perceel: Vredehof 8 in Voorthuizen

Datum ontvangst: 19 juli 2022 Datum dagtekening: 17 juli 2022 Registratienummer: 1195998

a. Zienswijze De zienswijze is gelijkluidend aan de zienswijze onder 1a en f. Gemeentelijke reactie Zie voor de inhoudelijke beantwoording de gemeentelijke reactie onder 1a en f van deze Nota Zienswijzen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

5.

De bewoner/eigenaar van het perceel: Buurtweg 1

Datum ontvangst: 15 augustus 2022 Datum dagtekening: 15 augustus 2022 Registratienummer: 1197406

a. Zienswijze De hoogte en afstand van de nieuwe bebouwing ten opzichte van de eigen woning zal oorzaak zijn dat de woonsituatie in ernstige mate in negatieve zin zal worden aangetast. Gemeentelijke reactie Het woon- en leefklimaat zal veranderen door de nieuwbouw, maar er is geen sprake van een zodanig aantasting van het woon- en leefklimaat dat wij hieraan doorslaggevende betekenis moeten toekennen. Wij wijzen er ook op dat er niet zoiets bestaat als een blijvend recht op vrij uitzicht. Bij de ‘Nota inspraak en overleg bestemmingsplan Buurtweg II’ (bijlage 15 bij de toelichting van het bestemmingsplan) is ook ingegaan op de afstanden van de woning van de indiener van de zienswijze en de nieuwe woning. Hieronder voegen wij opnieuw het overzicht in.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 5 van 19

Verder hebben wij visualisaties van de maximale planologische invulling. Deze zijn hieronder ingevoegd. Ook hieruit blijkt dat gelet op de afstanden en maatvoering het woon- en leefklimaat van de indiener van de zienswijze niet in onaanvaardbare mate verslechterd.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 6 van 19

Op basis van de ruimtelijke beoordeling van het plan, bieden de in het bestemmingsplan vastgelegde bouwvlakken, goot- en bouwhoogte en het opnemen van de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Tuin’ garantie op voldoende privacy. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. b. Zienswijze Er is geen sprake van een stedelijke omgeving. Gemeentelijke reactie De gronden aan oostelijke en westelijke zijde van het perceel van de indiener van de zienswijze vallen binnen het bestemmingsplan “Voorthuizen-West”. Een zogenaamd kernplan. De gronden aan de noordzijde van de Buurtweg onder meer ter hoogte van het perceel van de indiener van de zienswijze vallen in bestemmingplannen voor het buitengebied. Dit geeft echter niet aan of er in een gebied sprake is of kan zijn van een stedelijke omgeving. Op onderstaande afbeelding is de verbeelding van het plangebied gecombineerd met de visiekaart van de Structuurvisie Kernen Barneveld 2022. Er is te zien dat de gronden aan de noordzijde van de Buurtweg tot de bestaande kern wordt gerekend in de visiekaart. De drie woningen aan de zuidzijde van Buurtweg liggen in een gebied dat wordt aangeduid als overgangsgebied stad – land (Voorthuizen west en noord).

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 7 van 19

Het plan betreft woningbouw aan de rand van Voorthuizen. Het beleid voorziet in mogelijke woningbouw. Met de woningbouw transformeert het gebied ook feitelijk naar een meer stedelijke omgeving. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

6.

Diverse bewoners/eigenaren

Datum ontvangst: 18 augustus 2022 Datum dagtekening: 18 augustus 2022 Registratienummer: 1197596

a. Zienswijze In de dorpsvisie wordt gesproken over meer groen in Voorthuizen. Gemeentelijke reactie Er wordt allereerst op gewezen dat een dorpsvisie geen gemeentelijk beleid is. In de dorpsvisie voor Voorthuizen worden als het gaat over groen drie punten genoemd, te weten Hoofdstraat, dorpstuin en opknappen Moleveen. Buurtweg valt niet onder 1 van de drie genoemde punten. Terecht wordt opgemerkt dat er groen verdwijnt. Het groen dat verdwijnt wordt ook volledig gecompenseerd. De compensatie vindt ook buiten het plangebied plaats. Voor het groen dat verdwijnt heeft de provincie inmiddels ook een ontwerp ontheffing Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleend. Binnen het plangebied wordt extra groen wordt toegevoegd in de singels en in de wadi gedeelte op basis van het beplantingsplan dat bij het bestemmingsplan is gevoegd.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 8 van 19

In de dorpsvisie is opgenomen dat over 'meer dan de al geplande groei (uitbreiding en inbreiding)' overleg gepleegd moet worden met de inwoners. In paragraaf 8.1 Participatie is toegelicht welke stappen zijn gezet. Ook heeft voor het plan inspraak plaatsgevonden. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. b. Zienswijze Er wordt afgeweken van het groenstructuurplan. Gemeentelijke reactie In paragraaf 4.5.6 van de toelichting op het bestemmingsplan is ingegaan op het Groenstructuurplan Barneveld (2011). Geconcludeerd wordt dat het Groenstructuurplan voor het plangebied geen specifieke voorwaarden geeft. Het huidige is spontaan ontstaan en niet vanuit het Groenstructuurplan Barneveld gerealiseerd. De dorpsrand wordt verschoven. De nieuwe dorpsrand wordt groen afgerond, door het inzetten van een bloemrijke kruidenvegetatie en meerdere verschillende, voornamelijk inheemse bomen. Tevens wordt de beek open gehouden en loopt er langs de beek een (onderhouds-)pad. Dit gedeelte is voor een ieder toegankelijk en beleefbaar. Er wordt niet afgeweken van het groenstructuurplan. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. c. Zienswijze De onderliggende onderzoeksrapporten bij het natuurwaardenonderzoek zijn niet aangetroffen. Hierdoor is niet duidelijk of het hele plangebied is onderzocht.

Gemeentelijke reactie Voor de conclusie van het onderzoek, zijn de andere rapporten niet nodig. Naar aanleiding van de zienswijze is wel een aangepaste Quickscan natuurwaarden ontvangen (zie bijlage 6 bij de toelichting op het bestemmingsplan). Hierin is tekstueel het een en ander verduidelijkt. Verder maken we door middel van overzichtskaartjes en een tabel duidelijk welke rapporten en onderzoeksperiode zijn gehanteerd. Het plangebied is in het verleden meermaals onderzocht op de aanwezigheid van beschermde waarden, waaronder specifiek onderzoek naar de betekenis van het plangebied voor vleermuizen. De volgende onderzoeksrapporten hebben betrekking op het plangebied: 1. Rapport 2761 van Natuurbank Overijssel. Eigen uitgave Natuurbank Overijssel, 2020 2. Rapport 3964 van Natuurbank Overijssel. Eigen uitgave Natuurbank Overijssel, 2022 3. Rapport P8968 van Eelerwoude. Eigen uitgave Eelerwoude, 2018 4. Eelerwoude; Nader onderzoek vleermuizen Buurtweg 10 Voorthuizen. Eigen uitgave Eelerwoude, 2019 Hieronder zijn de verschillende onderzoeksgebieden en de begrenzing van het onderzoeksgebied opgenomen. Ad 1. Betreft verkennend onderzoek naar alle soorten èn aanvullend onderzoek naar vleermuizen. Uitgevoerd in 2020.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 9 van 19

Begrenzing van het onderzoeksgebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: pdok)

Ad 2. Betreft verkennend onderzoek naar alle soorten èn aanvullend onderzoek naar kleine marterachtigen. Uitgevoerd in 2022.

Begrenzing van het onderzoeksgebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: pdok)

Ad 3 Betreft verkennend onderzoek naar alle soorten. Uitgevoerd in 2018.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 10 van 19

Begrenzing van het onderzoeksgebied; deze wordt met de rode lijn aangeduid (bron luchtfoto: pdok)

Ad 4 Betreft nader onderzoek naar vleermuizen. Uitgevoerd in 2019.

Begrenzing van het onderzoeksgebied; deze wordt met de rode lijn aangeduid (bron luchtfoto: pdok)

Nr 1 2 3 4

jaar 2020 2022 2018 2019

Alle soorten x x X

Vleermuizen x

Kleine marterachtigen x

x

Initiatiefnemer heeft voldaan aan de benodigde onderzoeksverplichtingen en -systematiek. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen (wel is bijlage 6 bij de toelichting vervangen). d. Zienswijze Het gebruikte AERIUS model is niet geschikt voor gebruik.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 11 van 19

Gemeentelijke reactie Op 9 augustus 2022 is het artikel “Criticizing AERIUS/ OPS (Operationele Prioritaire Stoffen)model performance” van Briggs, Hanekamp en Rotgers, gepubliceerd op de website Researchgate. Het betreft geen artikel in een wetenschappelijk vakblad. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (hierna: RIVM) heeft kennis genomen van het artikel. Het artikel behandelt de performance van het OPS (Operationele Prioritaire Stoffen)-model, zoals gebruikt in Aerius, op basis van algemene beschikbare informatie van RIVM op websites of rapporten, aangevuld met detail rapporten over vier validatiestudies. Deze laatste vier rapporten zijn interne RIVM-documenten die ter beschikking gesteld zijn aan de auteurs. Op hoofdlijnen heeft het RIVM de volgende reactie: Afwijkende evaluatiemethode Briggs et al. bekritiseren de gebruikte evaluatiemethoden uit de modelvalidaties en introduceren zelf een maat voor modelkwaliteit, de skill. Deze maat wordt (voor zover bij het RIVM bekend) niet gebruikt voor algemene modelvalidaties en tests bij luchtkwaliteit en depositie. In de verschillende tests en validaties van het RIVM worden algemeen erkende en reguliere wetenschappelijke criteria gebruikt om de resultaten mee te beoordelen. Briggs et al. introduceren een “simple mean model”.

Dit model bestaat eruit dat de te verwachten (te modelleren) waarde overeenkomt met het gemiddelde van de observaties. Dit is uiteraard een onwerkbare manier om een waarde te schatten als er geen metingen zijn (bijvoorbeeld voor toekomstige jaren of scenario studies) en is daarmee ongeschikt voor beleidstoepassingen. Het is RIVM dan ook niet duidelijk wat auteurs met de skill van het “simple mean model” willen aantonen. Het model heeft namelijk geen voorspellende waarde. De conclusie van Briggs et al. over de “skill” van OPS op basis van een vergelijking met dit “simple model” is volgens het RIVM dan ook niet relevant. Wetenschappelijke onderbouwing De resultaten van een rekentest worden schijnbaar enkel op basis van de hoogte van de resultaten en zonder wetenschappelijke onderbouwing als nutteloos (“useless”) en niet correct beschreven. Deze conclusie deelt het RIVM dan ook niet. Waar Briggs et al. van mening lijken te zijn dat met OPS vergelijkbare internationale modellen ‘allemaal net zo slecht’ zijn, ziet het RIVM, op basis van de uitgevoerde evaluaties en kentallen dat de modellen juist allemaal (met hun eigen sterkere en mindere punten) goed bruikbaar zijn bij het berekenen van de luchtkwaliteit en depositie. Verdere ontwikkelingen Briggs et al. bevelen aan om OPS uitgebreid verder te valideren met metingen. RIVM was, is en blijft daar een groot voorstander van.

Waar mogelijk worden nieuwe gegevens dan ook gebruikt voor tests, validatie en verbeteringen. Het RIVM gaat in het Nationaal Kennisprogramma Stikstof (NKS) van Ministerie LNV (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)in samenwerking met internationale experts een onderzoek uitvoeren waarin een aantal operationele modellen waarmee de stikstofdepositie in Europese landen wordt uitgerekend, vergeleken worden. Samenvattend heeft het RIVM in de studie van Briggs et al. geen argumenten gevonden om haar werkwijze en de lopende en voorziene modelontwikkelingen aan OPS aan te passen. Voor het volledige artikel wordt verwezen naar: https://www.rivm.nl/stikstof/actueel/reactierivm-op-artikel-criticizing-aeriusops-model-performance

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 12 van 19

Wij onderschrijven het standpunt van het RIVM en nemen het over. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. e. Zienswijze Participatie: Er is geen sprake geweest van overleg met de buurt. Gemeentelijke reactie In het verleden, tijdens de oude plannen, heeft de toenmalige initiatiefnemer BIMO bouw gesprekken met de buurt gevoerd en vragen en suggesties opgehaald. Deze op- en of aanmerkingen zijn gebruikt in de toenmalige planvorming. Bij het opstarten van het nieuwe plan samen met de Diaconie is in nauw overleg met de gemeente overleg geweest over de wijze van participeren en informeren. Aangezien wij toen midden in de corona tijd zaten is er voor gekozen om een projectwebsite in het leven te roepen. Op deze site is een film gepubliceerd waar stedenbouw, gemeente en ontwikkeling aan het woord komen. De buurt en direct omwonenden zijn persoonlijk aangeschreven en hen is de kans geboden te reageren en daar is ook gebruik van gemaakt. Initiatiefnemer heeft vooral positieve reacties ontvangen over de wijze van presenteren. Men vindt het beter plan dan het oud “BIMO” plan. Ontsluiting niet via de Vredehof laten verlopen werd ook genoemd. Er is een brede nieuwbrief gestuurd naar alle inschrijvers van de website en mensen welke in het verleden interesse hebben getoond.

Ook heeft de initiatiefnemer bij elke stap, waaronder de ter visie legging, een nieuwbrief uit laten gaan naar alle inschrijvers waarbij dit allemaal kenbaar gemaakt is. Verder kon men alle stukken inzien via onder andere de projectsite, de website van de gemeente en de website www.ruimtelijke plannen.nl. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. f. Zienswijze Het plan is in strijd met de strategische visie en de structuurvisies. Gemeentelijke reactie De kaarten behorend bij de structuurvisies zijn niet gemaakt om op perceelsniveau te toetsen. Structuurvisie Buitengebied Barneveld gaat over buitengebied en beantwoordt de vraag niet of uitbreiding van de kern mogelijk is. De Structuurvisie Kernen Barneveld 2022 is hierin leidend. Bij de gemeentelijke reactie onder 5b van deze Nota Zienswijzen is een kaartbeeld van deze Structuurvisie opgenomen. Evident is dat het een ontwikkeling aan de rand van Voorthuizen betreft. Terecht wordt opgemerkt dat In de legenda de gebruikte roze kleur ontbreekt. Toch is naar onze mening duidelijk dat hiermee de bebouwde kom wordt bedoeld. Het beleid voorziet ook in Bufferzone Voorthuizen-West in woningbouwmogelijkheden. Natuurlijk geen volledige invulling, maar daar is ook geen sprake van. Er is ruimte voor afronding van de stedelijke kern. De structuurvisie staat daaraan niet in de weg.

De strategische visie heeft overigens niet beoogd de Structuurvisie aan de kant te schuiven. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 13 van 19

d. Zienswijze De aanvraag dient getoetst te worden aan het functieveranderingsbeleid. Gemeentelijke reactie Op 13 december 2017 is de Gebiedsvisie functieveranderingswoningen (2017) vastgesteld. In deze visie is opgenomen dat de slooplocatie niet vanzelfsprekend de beste locatie is om nieuwe woningen(en) te bouwen. Het regionale functieveranderingsbeleid biedt hier aanvullende mogelijkheden op het beleid voor, onder de voorwaarde dat dit wordt uitgewerkt in een gemeentelijke visie. Hier wordt invulling en ruimte aangegeven middels de “Gebiedsvisie functieveranderingswoningen (2017)”. In paragraaf 3.2 ‘Stedelijke ontwikkelingslocaties en dorpsranden’ van de “Gebiedsvisie functieveranderingswoningen (2017)” is nadrukkelijk aangegeven dat de dorpsranden bij uitstek de zoekgebieden zijn voor nieuwe functieveranderingswoningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in al aangegeven (mogelijke) stedelijke ontwikkelingsgebieden én locaties aan de rand van een bebouwde kom. Op de Kansenkaart functieveranderingswoningen is het plangebied aan de Buurtweg grotendeels aangeduid als bebouwde kom. Een kleiner deel heeft de aanduiding bovengemiddeld kansrijke gebieden voor functieveranderingswoningen. In de “Gebiedsvisie functieveranderingswoningen (2017)” is verder aangegeven dat voor initiatieven van nieuwe woningen aan de rand van een bebouwde kom goede mogelijkheden zijn.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 14 van 19

Voor dit deel worden geen sloopmeters gevraagd omdat dit een woningbouwontwikkeling is waardoor het als buitengebied aangemerkte gebied omslaat in bebouwde kom. Door de raad is niet bepaald dat het Regionale functieveranderingsbeleid van toepassing is op dergelijke (grootschalige) ontwikkelingen. Het functieveranderingsbeleid is toepasbaar op solitair gelegen agrarische bedrijven enz. Daarnaast wordt opgemerkt dat het functieveranderingsbeleid is opgesteld om de stoppende agrariër van een oudedagsvoorziening te voorzien op de locatie van het stoppende agrarische bedrijf. Zoals opgemerkt is het in bepaalde gevallen niet mogelijk op de locatie van het stoppende agrarische woningen te realiseren vanwege de belemmering van bijvoorbeeld aanwezige bedrijven.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 15 van 19

Bij de realisatie van een uitbreidingswijk is geen sprake van een verzoek om met toepassing van het functieveranderingsbeleid een aantal woningen te kunnen bouwen of een nietagrarisch bedrijf te realiseren. Het ontwikkelen van een uitbreidingswijk wordt niet in het functieveranderingsbeleid genoemd als ontwikkeling waarvoor sloopmeters moeten worden ingezet. Het gaat dan om een stedelijke ontwikkelingsgebied, waar een eigen exploitatie aan ten grondslag ligt. Het particuliere initiatief doet mee in de exploitatie van de stedelijke ontwikkeling. Wanneer een plan niet meedoet met de beoogde stedelijke ontwikkeling dan moeten er wel sloopmeters worden ingezet. Voor het plangebied is een anterieure overeenkomst gesloten. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. g. Zienswijze Verkeer: Het plan voorziet niet in voldoende parkeerplaatsen. De voorgenomen verkeerstechnische oplossing is onvoldoende en niet deugdelijk gemotiveerd. Gemeentelijke reactie We verwijzen naar de gemeentelijke reactie onder 1a en 1d. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. h. Zienswijze Is er voor de ontwikkeling voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet. Mogelijk is het plan daardoor niet economisch uitvoerbaar. Gemeentelijke reactie De eerste verkenning met de nutspartijen heeft telefonisch plaatsgevonden.

Er is aangegeven dat het net in dit gebied voldoende capaciteit heeft voor deze woningbouw. Daarnaast worden de woningen gasloos gebouwd en voorzien van optimale isolatie waardoor energieverbruik beperkt is. De woningen worden voorzien van zonnepanelen waardoor grotendeel is eigen verbruik voorzien wordt. In een latere fase vindt nadere afstemming plaats met de nutspartijen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. i. Zienswijze Waterhuishouding plan. Niet duidelijk is of er overleg heeft plaatsgevonden met het waterschap. Er wordt niet voldaan aan het waterplan van de gemeente. Er is niets vermeld over de kavel aan de oostzijde ten zuiden van de Buurtweg. Gemeentelijke reactie Door het ontbreken van straatkolken en riool in de weg en het huidige reliëf van het gebied, watert de huidige Buurtweg plus aanliggende percelen, naast een deel infiltratie, grotendeels af op de Ganzenbeek. In het waterhuishoudkundige plan wordt de volledige weg meegenomen in de bergingsberekening en stroomt de helft van de weg hier ook daadwerkelijk naartoe. De percelen hebben bergingsvoorzieningen gekregen. Hierdoor wordt er in eerste instantie juist meer water geborgen dan dat nu wordt gedaan.

Daarnaast is het zo dat wanneer de bergingen vol zitten bij de woningen, deze eerst zullen overstorten via de bladvang naar een grindkoffer en zo het eerste overstortende water als nog in de bodem infiltreren.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 16 van 19

De stroomrichting van de Ganzenbeek is in noordelijke richting door de duiker langs de oostzijde van het plangebied waarna de beek doorstroomt middels A-watergangen naar de Hoevelakensebeek. De planontwikkeling van de Buurtweg zal nauwelijks extra water naar het zuidelijke deel van de beek brengen dan in de voorgaande situatie. De overstort van de wijk zal namelijk aan de noordzijde van de planlocatie zijn en zal enkel bij hevige regenval overstorten en het overige water afvoeren naar de Hoevelakensebeek. De grondwaterstand is aan de hoge kant gebleken in de onderzoeken. Echter heeft het adviesbureau aangetoond in de berekeningen van de leeglooptijd van de voorzieningen dat bij een GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstandsituatie) de voorzieningen binnen 24 uur leeglopen en dus geschikt zijn voor infiltratie. Plannen worden daarnaast ook meerdere malen besproken met het waterschap over de mogelijkheden of knelpunten voordat we tot een definitief plan komen. In het bestemmingsplan (zie toelichting paragraaf 5.15) is rekening gehouden met 25 woningen, 24 op tekening plus een kavel. Voor het volledige plan is berging gecreëerd in het plangebied met een volume van 316 m³ (conform 60mm eis waterschap).

Volgens het hemelwaterplan van de gemeente Barneveld, welke ook is opgenomen in het waterhuishoudkundig plan, is er een verplichte minima aan berging bij nieuwbouw van 30mm/m² verhard oppervlak. Het vrijstaande kavel zal hier ook aan moeten voldoen bij de realisatie. Er is bij ons bekend dat er problematiek is bij de hoofdweg en dat deze afgekoppeld moet worden van het gemengde riool (want dat is het probleem). In het aankomende SSW (Systeemoverzicht Stedelijk Water) Voorthuizen worden deze problemen ook erkent. Echter zal dit water wat hier wordt afgekoppeld niet worden gebracht naar de Ganzenbeek maar naar een andere locatie. Dit gaat in samenspraak met het waterschap en de riool/oppervlakte modellen en zal altijd ten goede komen van de huidige situatie. Wat betreft de particuliere afkoppelingen, hoe meer inwoners afkoppelen hoe beter het is voor de omgeving. De hoeveelheden van particuliere percelen hebben weinig invloed qua hoeveelheid in vergelijking met de normale debieten van een beek. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. j. Zienswijze Er staat een fout in de voorschriften. Gemeentelijke reactie In artikel 7.2.2 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan is inderdaad een fout geslopen. In plaats van regels over de goothoogte is abusievelijk zowel onder sub a. als sub b. een regel over de bouwhoogte opgenomen.

Artikel 7.2.2 wordt aangepast. Sub a. wordt vervangen door sub a. en sub b. waarin de goothoogte wordt geregeld. De regel over de bouwhoogte (en de volgende regels) wordt vernummerd (naar sub c en verder). Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. k. Zienswijze Stedenbouwkundige opzet/beeldkwaliteitsplan. De plannen worden als niet passend in de omgeving beschouwd. Gemeentelijke reactie Aangevoerd wordt dat in het beeldkwaliteitsplan (hierna: BKP) de locatie van het plangebied verkeerd staat ingetekend op het kaartje uit de Structuurvisie. Hoewel deze opmerking op zich juist is, is dit verder niet van belang, nu het doel van BKP is om te dienen als toetsingskader voor welstand bij aanvragen omgevingsvergunning.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 17 van 19

Het voorliggende plan is stedenbouwkundig getoetst en akkoord bevonden. Dit is in hoofdstuk 3 Planbeschrijving nader toegelicht. De indieners van de zienswijze geven aan dat uit de impressie op de website van initiatiefnemer blijk dat het de wens is om woningen te bouwen van 1 bouwlaag met kap, behoudens de rijwoningen (2 bouwlagen en kap). Deze wens zou ook uit het BKP blijken. Leidend zijn echter de bouwmogelijkheden zoals opgenomen in het bestemmingsplan. Hierin is een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 11 meter opgenomen. Zoals ook in de ‘Nota inspraak en overleg’ staat beschreven, hanteren we dit bij nieuwbouw als standaard. Het klopt echter dat in een aantal gevallen hiervan op perceelsniveau wordt afgeweken. Voor het onderhavige plan achten wij deze maten passend in de omgeving, waar voor de bestaande woningen diverse maten gelden. Dit zijn niet alleen lagere goot- en bouwhoogten, maar ook gelijke en zelfs hogere. Er is een algemene afwijkingsregel opgenomen. Hiermee kan ten hoogste 10% van de bij recht in het plan weergegeven maten worden afgeweken. Deze afwijkingsbevoegdheid wordt in alle gemeentelijke plannen opgenomen, zonder dat daarbij voor iedere in het plan genoemde maat vooraf wordt bepaald of deze overschrijding planologisch aanvaardbaar is.

Een aanvraag omgevingsvergunning wordt, bij toepassing van een binnenplanse afwijkingsregeling, slechts verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Tot slot is in de zienswijze opgemerkt dat het plan eerder zag op 28 woningen. Er zou sprake zijn van een ‘conflict’ nu er maar 1 woning van de vier is overgebleven, die aan de achterkant van de Hoofstraat (zuidzijde Buurtweg) wordt gerealiseerd. Er is echter sprake van dermate diepe achtertuinen achter de woningen aan de Hoofdstraat dat inbreiding naar wonen op deze ene locatie stedenbouwkundig mogelijk is. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. l. Zienswijze De Bomen Effect Analyse (hierna: BEA) is niet geschikt als ruimtelijke onderbouwing. Er mag geen enkel groen verdwijnen. Gemeentelijke reactie Het klopt dat de gemeente niet de opdrachtgever is geweest voor de uitzetten van de BEA. Aangezien we geen eigenaar zijn, zijn we daar ook niet verantwoordelijk voor. Het is juist dat een BEA niet geschikt is voor een ruimtelijke onderbouwing. Een BEA geeft inzicht in hoe om te gaan met de mogelijk in te passen bomen. In paragraaf 5.21 (Natuur en landschap) is onderbouwd op welke wijze beplanting zal plaatsvinden. Met een voorwaardelijke verplichting wordt de realisatie en instandhouding van de overeengekomen inrichting gewaarborgd.

De provincie heeft de ontwerp ontheffing Wnb ter inzage gelegd. Er zijn m² boomopstanden van toepassing (dit is in de aanvraag richting de provincie opgenomen en akkoord bevonden). Er wordt 42 are houtopstand gecompenseerd. De compensatie vindt in de nabijheid van het plangebied van de Buurtweg II plaats. Initiatiefnemer brengt daarnaast extra groen aan in de singels en in het wadi gedeelte op basis van het beplantingsplan dat onderdeel is van het bestemmingsplan (bijlage 2 bij de regels).

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 18 van 19

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. m. Zienswijze Ladder. Er is nog veel ruimte om te bouwen binnen bestaand stedelijk gebied en de reeds aangewezen uitbreidingsgebieden. Gemeentelijke reactie Wij verwijzen allereerst naar de onderbouwing in paragraaf 5.7 van de toelichting bij het bestemmingsplan. Kern is dat alle (inbreidings)locaties noodzakelijk zijn om de huidige opgaven te kunnen realiseren. Dit nog los van de extra opgave op basis van de op 7 juli 2021 vastgestelde Hoofdlijnennotitie Koers Barneveld 2040. Daarin sprak de raad uit dat tot 2040 het aantal woningen nog eens te willen laten groeien met 8.000 tot 10.000. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Buurtweg II pagina 19 van 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=d4a88d7e-6173-4b54-8ee2-b51c235d0daa