CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage F Toetsingsadvies Commissie mer (OER)

Gemeenteraad 16 juli 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Omgevingsvisie Barneveld 20403.570 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsvisie Barneveld 2040 Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 5 juni 2025 / projectnummer: 3918

Advies over het OER in het kort De gemeente Barneveld stelt een omgevingsvisie op. Hierin schetst zij de hoofdlijnen van het beleid voor de leefomgeving in de komende jaren. Doel van dit beleid is om de uitdagingen aan te pakken op het gebied van bijvoorbeeld wonen, werken, mobiliteit, energie, klimaat, natuur en duurzaamheid. Voor het besluit hierover is een omgevingseffectrapport (OER)1 opgesteld. De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna ‘de Commissie’) gevraagd te adviseren over het OER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het OER.

Wat staat in het OER? Het OER beschrijft voor de vijf overkoepelende thema’s in de omgevingsvisie2 eerst de huidige situatie. Daarna beschrijft ze de te verwachten situatie in 2040 als het huidige beleid wordt voortgezet. In dat geval wordt op de aspecten natuur en energie slecht gescoord. De aspecten klimaatbestendigheid, gezonde leefomgeving en mobiliteit scoren relatief slecht. Gezondheid en welzijn scoren goed. In het OER zijn vervolgens twee toekomstscenario’s3 onderzocht: scenario 1 ‘Vooruit met Barneveld’ en scenario 2 ‘Verder met Barneveld’. Scenario 1 gaat uit van woningen in vooral Barneveld en Voorthuizen en richt zich op duurzame mobiliteit en meer natuur en water in het buitengebied. Scenario 2 gaat uit van spreiding van woningen over de kernen, gebruik van vooral auto’s voor mobiliteit en landbouw als centrale functie voor het buitengebied. Uit de twee scenario’s is een ‘voorkeursscenario’ afgeleid, dat het midden kiest tussen de scenario’s 1 en 2. Dit voorkeursscenario is als basis gebruikt voor de omgevingsvisie.

Wat is het oordeel van de Commissie? Het OER is goed leesbaar, met veel nuttige afbeeldingen en heeft een heldere en overzichtelijke systematiek. De belangrijke thema’s voor de leefomgeving worden over het algemeen goed beschreven. De beoordeling van effecten is goed onderbouwd. Scenario’s zijn uitgebreid beoordeeld. Het OER geeft goede aanbevelingen voor de omgevingsvisie en voor het monitoringsprogramma. De Commissie signaleert bij de toetsing van het OER echter ook dat belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de omgevingsvisie. Het gaat om de volgende punten: 

Geef meer inzicht in de mate waarin leefomgevingsdoelen en -ambities van de omgevingsvisie worden behaald. Vooral voor de onderdelen landschap, cultuurhistorie,

archeologie, gezonde leefomgeving en klimaatbestendigheid gebeurt dat niet voldoende.

1

Het OER is formeel een milieueffectrapport (MER), maar gaat ook in op sociale en economische aspecten. Daarom is, in

2

Deze thema’s zijn: gezond en toekomstbestendig; prettig leven in vitale dorpen; ruimte voor ondernemerschap; waardevol

3

Strikt genomen zijn dit geen scenario’s maar alternatieven omdat de gemeente er op kan sturen (scenario’s zijn

aansluiting op de Omgevingswet, de term ‘omgevingseffectrapportage’ gekozen. landelijk gebied en bereikbaarheid nu en in de toekomst.

ontwikkelingen die je ‘overkomen’). Uit oogpunt van communicatie kiest de Commissie ervoor om in dit advies de terminologie in het OER te volgen.

-1-

Maak aannemelijk dat de omgevingsvisie uitvoerbaar is binnen de regels die gelden voor natuurbescherming. Beschrijf op basis van welke uitgangspunten en aannames deze conclusie is getrokken.

Maak beter zichtbaar wat de ecologische en landschappelijke gevolgen zijn van belangrijke keuzes in de omgevingsvisie, zoals de mogelijke omzetting van landbouwgebieden naar gebieden voor wonen, recreatie en groene energieopwekking.

Geef meer informatie over de mogelijke gezondheidseffecten van de intensieve veehouderij in de gemeente en wat dit betekent voor de keuzes in de omgevingsvisie.

Beschrijf en vergelijk nut en noodzaak en de globaal te verwachten (verkeers)effecten van de twee alternatieven: de oostelijke rondweg versus optimalisering van het bestaande wegennet. Onderbouw de tracékeuze.

De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het OER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over de omgevingsvisie. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject. Aanleiding OER De gemeente Barneveld heeft een ontwerpomgevingsvisie opgesteld. Deze visie schetst de hoofdlijnen van het beleid voor de leefomgeving in de komende jaren. Voor het opstellen van de omgevingsvisie is een milieueffectrapport verplicht, omdat de visie kaderstellend is voor mer(beoordelings)-plichtige projecten. Naast milieueffecten zijn ook andere aspecten van de fysieke leefomgeving beschreven, zoals ruimtelijke kwaliteit, gezondheid en sociale impact. Daarom is er sprake van een ‘omgevingseffectrapport’ (of OER). Onderdeel van het OER is een ‘Passende beoordeling’ van de effecten op Natura 2000gebieden. Initiatiefnemer voor de omgevingsvisie is het college van Burgemeester en Wethouders. Bevoegd gezag is de gemeenteraad van Barneveld. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het OER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep

Figuur 1 Esveelderbeekzone (bron:

samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft

Barneveldse krant, Jan van Uffelen)

geen omgevingseffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval

de gemeenteraad - besluit over de omgevingsvisie. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3918 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

-2-

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het leefomgevingsbelang volwaardig mee te kunnen wegen bij de besluitvorming door de gemeenteraad van Barneveld.

De onderdelen van het OER die van goede kwaliteit zijn 

Het OER is grotendeels van goede kwaliteit, met een goede beschrijving van relevante leefomgevingsthema’s, van de bestaande toestand en van de effecten van de scenario’s.

Het OER is goed leesbaar, met veel nuttige afbeeldingen en heeft een heldere en overzichtelijke systematiek.

De ‘Foto van de Leefomgeving’ geeft goede informatie over gezondheid en mobiliteit, zoals netwerken voor fiets, auto, openbaar vervoer (OV) en verkeersveiligheid.

Scenario’s zijn uitgebreid beoordeeld en voldoende onderscheidend om verschillen in effecten van ruimtelijke keuzes in beeld te brengen.

Het OER plaatst goede kanttekeningen bij mobiliteitskeuzes in het voorkeurscenario, zoals de constatering dat de auto het belangrijkste vervoermiddel blijft, niet op alle locaties het STOMP-principe4 toepasbaar zal zijn en dat het aanbod van OV afhankelijk is van hogere overheden5.

Hoofdstuk 7 bevat een voorstel voor een gemeentelijk programma stikstofdepositie.

Het OER geeft goede aanbevelingen voor de omgevingsvisie - ook voor het monitoringsprogramma - en aandachtspunten voor het vertalen van de omgevingsvisie naar het bereiken van concrete resultaten.

Doelbereik Het OER geeft in hoofdstuk 5 informatie over het doelbereik van het voorkeursscenario. Voor de onderdelen landschap, cultuurhistorie, archeologie, gezonde leefomgeving en klimaatbestendigheid is de beschrijving van het doelbereik echter niet voldoende uitgewerkt. Daardoor geeft het OER op die onderdelen onvoldoende inzicht in de mate waarin de omgevingsvisie de gestelde doelen en ambities bereikt en wat aanvullend nodig is om de doelen en ambities te bereiken (bijvoorbeeld de medewerking van andere partijen en budget). Omdat de beschrijving van de referentiesituatie laat zien dat er bij de genoemde onderdelen een relatief grote kans is op ongewenste ontwikkelingen, is juist bij die onderdelen een betere beschrijving van het doelbereik van het voorkeursscenario belangrijk. Een voorbeeld is klimaatadaptatie. Bij de beschrijving van de referentiesituatie staat dat de bouw van woningen een potentieel risico is voor de beleidsdoelstellingen op het gebied van klimaatadaptatie. Echter, bij de beoordeling van het voorkeursscenario wordt niet besproken in welke mate dat scenario de beleidsdoelstellingen voor klimaatadaptatie haalt. 4 5

Prioriteit van hoog naar laag is Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a service, Privéauto. Zie hoofdstuk 5.2.9 van het OER.

-3-

Betere informatie over doelbereik is essentieel voor de besluitvorming, omdat het burgers en bestuurders duidelijk maakt voor welke ambities en doelen er nog werk aan de winkel is: waar en hoe moet gestuurd worden om doelen en ambities te halen? De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER het doelbereik van de omgevingsvisie op bovengenoemde onderdelen beter in beeld te brengen, zodat duidelijk is waar en hoe gestuurd kan worden op het halen van de doelen en ambities in de omgevingsvisie.

Passende Beoordeling De commissie onderschrijft de conclusie van de passende beoordeling6 dat het vooralsnog niet duidelijk is of het beleid op alle onderdelen uitvoerbaar is. Dit omdat de visie niet concreet genoeg is en niet alles oplosbaar is binnen de prioriteringsmogelijkheden. Daarmee wordt feitelijk geconcludeerd dat de uitvoerbaarheid van de omgevingsvisie in het licht van mogelijke significant negatieve effecten op Natura 2000 niet aannemelijk is gemaakt. Dit is essentieel voor de besluitvorming over de omgevingsvisie. Werk daarom mogelijke maatregelen om eventuele negatieve (stikstof)effecten te voorkomen zo concreet mogelijk uit. Bijvoorbeeld, maatregelen om de verkeersaantrekkende werking van nieuwe woon-, werk- en recreatiefuncties te beperken. Maak op basis van deze informatie aannemelijk dat de omgevingsvisie uitvoerbaar is binnen de kaders van de natuurbeschermingsregelgeving.7 De Commissie adviseert om op basis van aanvullende informatie aannemelijk te maken dat de omgevingsvisie uitvoerbaar is binnen de kaders van de natuurbeschermingsregelgeving en op basis van welke uitgangspunten en aannames. Als de omgevingsvisie niet uitvoerbaar blijkt, onderzoek dan alsnog een alternatief waarbij dit wel aannemelijk kan worden gemaakt

Ecologische en landschappelijke gevolgen De onderzochte scenario’s verschillen duidelijk in de ruimtelijke keuzes die ze maken in beheer en gebruik van beekdalen en veranderingen in de veehouderij. Deze verschillende

6

7

Zie hoofdstuk 8, laatste paragraaf van de Passende beoordeling: ‘Barneveld kan haar ambities alleen verwezenlijken

wanneer het risico op significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden beperkt of te mitigeren is. Deze mitigatie vraagt echter om het prioriteren van het beleid binnen de strategische keuzes en de verdere concretisering in strategieën en uitvoeringsprogramma’s (met name voor de effecten van stikstofdepositie). Het is vooralsnog niet duidelijk of het beleid op alle onderdelen uitvoerbaar is omdat de visie niet concreet genoeg is en niet alles oplosbaar is binnen de prioriteringsmogelijkheden.’ Gebruik hiervoor bijvoorbeeld het stoplichtmodel. Groen licht betekent dat geen significant negatieve effecten verwacht worden. Bij oranje licht kunnen dergelijke effecten optreden, maar is er zicht op effectieve maatregelen waardoor het stoplicht in de uitwerking in vervolgbesluiten op groen kan komen. Rood licht betekent dat significant negatieve effecten niet zijn uitgesloten, en dat geen maatregelen beschikbaar zijn om dit te voorkomen. Bij rood licht kan de visie niet worden vastgesteld, tenzij de ADC-toets met succes wordt doorlopen. (De ADC-toets bestaat uit de volgende vragen: A: zijn er geen alternatieve oplossingen? D: dient de activiteit een dwingende reden van groot openbaar belang? C: worden de nodige compenserende maatregelen getroffen om de algehele samenhang van Natura 2000 te bewaren?)

-4-

keuzes leiden tot grote verschillen in de te verwachten ecologische en landschappelijke gevolgen. Het is essentieel deze bij besluitvorming goed in beeld te hebben, omdat het gaat om veranderingen met grote ruimtelijke en milieugevolgen op de lange termijn. Het OER maakt onvoldoende duidelijk wat de ecologische en landschappelijke gevolgen zijn van keuzes die in de omgevingsvisie worden gemaakt. Denk aan de gevolgen van: 

de beoogde vernatting en bebossing in de beekdalen;

de beoogde 10% ‘groenblauwe dooradering’ in het landelijk gebied;

al of niet functieverandering van intensieve landbouw naar wonen, recreatie of energieopwekking.

Wat betreft de laatste bullet: de voordelen en kansen van een dergelijke functieverandering worden in het OER onderschat. In het OER wordt bijvoorbeeld gesteld dat een transitie van landbouw naar woningen door toename van gemotoriseerd verkeer altijd leidt tot meer stikstofdepositie. Dit hoeft echter niet het geval te zijn als het gaat om woningen op locaties waar nu intensieve landbouw plaatsvindt. In dat geval neemt de stikstofdepositie veelal af; zeker op langere termijn wanneer het verkeer steeds “schoner” wordt8. Dit geldt eveneens voor de omzetting van intensieve landbouwgebieden naar zonneparken. Ook een groene woonwijk en recreatie in het buitengebied geven meer kansen voor biodiversiteit dan intensieve landbouw9. Betrek bij het in beeld brengen van de effecten van geluid en recreatiedruk op vogels ook de publicaties hierover van het SOVON1011.

De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER de ecologische en landschappelijke effecten en kansen van de scenario’s beter in beeld te brengen.

Gezondheidseffecten van intensieve veehouderij Intensieve veehouderij kan belangrijke gezondheidsrisico’s12 hebben, met name door luchtvervuiling, geurhinder, endotoxines13 en zoönosen14. Het OER bevat onvoldoende informatie over deze risico’s en wat ze betekenen voor de keuzes in de omgevingsvisie. Bij de beoordeling van het voorkeursscenario staat bij het aspect ‘Natuur’ (5.2.2.) weliswaar dat

‘Barneveld zich bewust is van de belastende positie van de agrarische sector (o.a. zoönose,

vervuiling)’, maar bij de aspecten Gezonde Leefomgeving (5.2.6) en Gezondheid en Welzijn (5.2.7) komt deze notie niet terug. Bij de beoordeling van het voorkeursscenario wordt bij het aspect Gezonde Leefomgeving geurhinder van agrarische bedrijven niet genoemd. Wel benoemt het OER bij de aanbevelingen in Hoofdstuk 7.2 de negatieve effecten van intensieve

8

Zie ook StatLine - Emissies naar lucht op Nederlands grondgebied; wegverkeer

9

Zie ook Kaarten | Atlas Leefomgeving

10 ‘ Foppen, R. (2020): “Vogels en verstoringsbronnen in de Rotterdamse Haven, Handreiking voor een beoordelingskader” 11

Tellingen van SOVON laten zien dat in het Natura 2000-gebied Veluwe de aantallen van de kwalificerende soorten draaihals,

roodborsttapuit, grauwe klauwier, nachtzwaluw, boomleeuwerik, ijsvogel en zwarte specht al ruim 15 jaar (sterk) stijgen, ondanks de toegenomen recreatiedruk. Zie Natura 2000-gebied Veluwe | Sovon Vogelonderzoek. 12

Uit VGO3 onderzoeken is bijvoorbeeld gebleken dat er rond pluimveebedrijven binnen een straal van ruim 1 km een

verhoogd risico op longontsteking is. Ook is een verband gevonden tussen het voorkomen van longontsteking en de

nabijheid van geitenhouderijen binnen een straal van 1,5 tot 2 km. Referentie: ‘Gezondheidsrisico's rond veehouderijen: 13 14

vervolgadvies’ - Gezondheidsraad, 2018. Celwandresten van bacteriën Zoönosen zijn infectieziektes die van dier op mens kunnen overgaan. In Barneveld komen relatief veel bedrijven voor waarvan bekend is dat zoönosen daar kunnen voorkomen, zoals kippen-, kalver- en geitenhouderijen.

-5-

veehouderij voor gezondheid. Maar het OER maakt niet duidelijk wat deze effecten betekenen voor de keuzes in de omgevingsvisie. Meer informatie over de gezondheidsaspecten van intensieve veehouderij is essentieel, omdat deze informatie bepalend kan zijn voor (ruimtelijke) keuzes in de omgevingsvisie. In Barneveld wonen mensen en dieren relatief dicht op elkaar. De laatste jaren uiten Nederlanders die in de buurt wonen van veehouderijen steeds vaker zorgen over hun gezondheid15. De belangen van veehouderijen en omwonenden kunnen met elkaar botsen. Daarom is het van belang dat het OER expliciet maakt welke gevolgen keuzes in de omgevingsvisie hebben. Hou bij de uitwerking van de omgevingsvisie rekening met het advies van de Gezondheidsraad over gezondheidsrisico’s rond veehouderijen. Dit advies wordt november 2025 verwacht. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER de gezondheidseffecten van intensieve veehouderij in de effectenbeoordeling mee te nemen en zo de invloed van keuzes in de omgevingsvisie op gezondheid duidelijk te maken. Maak inzichtelijk wat de afstanden zijn tussen intensieve veehouderijen en woonkernen. Breng de blootstelling aan luchtkwaliteit (fijn stof), geur, zoönosen en endotoxinen16 in beeld. Beschrijf welke maatregelen kunnen worden genomen om negatieve effecten te voorkomen of te beperken.

Oostelijke rondweg In het OER – en in de omgevingsvisie – wordt uitgegaan van de aanleg van de Oostelijke Rondweg om Barneveld. Dit betekent dat bij vaststellen van de omgevingsvisie in feite de keuze voor de rondweg wordt gemaakt. De onderbouwing voor deze tracékeuze ontbreekt echter. Circa vier jaar geleden is voor deze keuze een milieueffectrapport gemaakt. In haar advies over dat rapport adviseerde de Commissie om meer informatie te verzamelen om een volledige afweging te kunnen maken tussen een verbeteralternatief en een aanlegalternatief17. Deze informatie is niet in het OER opgenomen. Daarmee ontbreekt essentiële informatie, omdat de keuze voor een rondweg niet onderbouwd wordt met een afweging tussen de leefomgevingseffecten van een verbeteralternatief door de kom versus een aanlegalternatief om de kom. Het gaat met name om informatie over nut en noodzaak en de globaal te verwachten effecten. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER de resultaten van een beknopt verkeersonderzoek naar nut en noodzaak van de rondweg op te nemen, inclusief de afweging van de alternatieven en een onderbouwing van de tracékeuze.

15 16 17

Bron: Samenleving | Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid En geurhinder (maar dat staat al in figuur 3.52 van het OER)

Het ging met name om de verkeerseffecten van de genoemde twee alternatieven (aantallen motorvoertuigen,

verkeersafwikkeling, oversteekbaarheid), de verkeersgerelateerde milieueffecten en de uitvoerbaarheid (vooral vanwege stikstof).

-6-

Aanbevelingen voor verdere besluitvorming In dit hoofdstuk doet de Commissie een aantal aanbevelingen voor verdere besluitvorming. Deze gaan niet over essentiële informatie, maar zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.

Ruimte voor inbreiding Het voorkeursscenario gaat uit van zowel inbreiding als uitbreiding. Het OER concludeert daarbij dat er weinig ruimte voor inbreiding van woningen is. De Commissie mist in het OER een onderbouwing van deze conclusie. Ze stelt vast dat – ook in de dorpen – in principe wel mogelijkheden lijken te bestaan, bijvoorbeeld door optoppen18, transformeren en slopen (waarna nieuwbouw in hogere dichtheden). De Commissie beveelt daarom aan de ruimte voor inbreiding nader te onderzoeken bij de uitwerking van de omgevingsvisie.

Parkeren De omgevingsvisie beschrijft de hoofdlijnen van het mobiliteitsbeleid. Opvallend is dat parkeren daarbij buiten beschouwing blijft. De Commissie beveelt aan om ter voorbereiding van een mobiliteitsprogramma een parkeeronderzoek uit te voeren. Geef daarbij ook inzicht in de mogelijkheden voor het stallen van (brom)fietsen.

Mobiliteit en gedrag De mobiliteitsaanpak zoals verwoord in het OER en de omgevingsvisie kenmerkt zich door een vooral infrastructurele benadering. Denk aan fietsvoorzieningen en rotondes. Echter, mobiliteit heeft ook een sterke gedragscomponent. De Commissie beveelt daarom aan om in de uitwerking van de omgevingsvisie ook hieraan aandacht te geven, parallel aan, en in samenhang met infrastructurele maatregelen. Voorbeelden zijn communicatie om de keuze van vervoerswijze te beïnvloeden en verkeerseducatie en –campagnes.

Concretisering van de gezondheidsambities In de omgevingsvisie staan ambities voor gezondheid die om een concretisering vragen tijdens de uitwerking van de visie. De Commissie beveelt aan deze concretisering op te nemen in de ‘maatlat gezond en toekomstbestendig’. Voorbeelden zijn: 

Definieer ‘voldoende’ in de ambitie ‘er zijn voldoende uitnodigende en toegankelijke plekken om elkaar te ontmoeten in de dorpen, zoals buurtkamers’.

18 19

Idem in de ambitie ‘voldoende groen in nabijheid’19.

Optoppen is het toevoegen van woningen door een bestaand gebouw te verhogen met één of meerdere bouwlagen. Zie ook de handreiking ‘Groen in en om de stad’ van de rijksoverheid.

-7-

Een beschrijving van de opties om ‘overlastgevende bedrijven en drukke gemotoriseerde

verkeersroutes te scheiden van woonomgevingen’. 

Wat betekent ‘nabij’ in de ambitie ‘geen ruimte voor hinderlijke bedrijven in of nabij

woonwijken’? Geldt dit ook voor bestaande bedrijven, inclusief intensieve veeteelt? 

De Commissie beveelt aan ook aandacht te geven aan houtstook. Het is lokaal en landelijk een belangrijke bron van luchtvervuiling door fijn stof. Daarnaast blijkt uit de GGD Gezondheidsmonitor dat houtstook de belangrijkste bron van geuroverlast is.

Gezondheid, biodiversiteit en gewasbescherming De Commissie beveelt aan om bij de uitwerking van de omgevingsvisie aan te geven in welke mate een transitie van veeteelt naar gewassen aan de orde kan zijn en welke mogelijke risico’s voor de gezondheid en de biodiversiteit dat met zich mee kan brengen. Denk aan de effecten van lelieteelt met een fors gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

-8-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep op 9 april 2025 het gebied bezocht waar omgevingseffecten kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Eric van der Aa ir. Annemie Burger (voorzitter) drs. Gerwin Gabry MSc. Imke van Moorselaar ing. Ben Peters drs. Rob Verheem (secretaris) Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Vaststelling van de Omgevingsvisie Barneveld 2040 Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor projecten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een milieueffectrapport (MER) vereist zijn. Uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder de Omgevingswet volgt om welke projecten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de projecten J10 (industrieterreinen) en J11 (stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen). Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden kunnen optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom wordt een plan-MER opgesteld.

Bevoegd gezag besluit De gemeenteraad van de gemeente Barneveld Initiatiefnemer besluit Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld Bevoegd gezag mer-procedure Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?

Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt door op www.commissiemer.nl projectnummer 3918 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=10d454e1-c6c0-4c48-9773-bfab2753398e