CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage E Addendum bij het OER omgevingsvisie Barneveld

Gemeenteraad 16 juli 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Omgevingsvisie Barneveld 20407.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum

projectnummer 0478907.100 definitief 18 juni 2025

www.anteagroup.nl

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 definitief 18 juni 2025

Auteur J.W.J. Verhoeven

Opdrachtgever Gemeente Barneveld Postbus 63 3770 AB BARNEVELD

Gecontroleerd J.J. Verhoeven

Datum 18 juni 2025

beschrijving definitief

vrijgave J.W.J. Verhoeven

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Toetsingsadvies van de Commissie voor de milieueffectrapportage Inhoud van dit addendum en leeswijzer

4 4 4

2.

Doelbereik omgevingsvisie

6

2.1 2.2

Doelbereik omgevingsvisie op verschillende thema’s Het afwegingskader bij verdere uitwerking

6 8

3.

Uitvoerbaarheid omgevingsvisie

9

4.

Ecologische en landschappelijke gevolgen

11

4.1 4.2 4.3

Scenario 1: Vooruit met Barneveld Scenario 2: Verder met Barneveld Ontwerp-omgevingsvisie (voorkeursalternatief in het OER)

11 11 12

5.

Gezondheidseffecten van intensieve veehouderij

14

6.

Oostelijke rondweg

16

Bijlage 1: Ambitiematrix Omgevingsvisie Barneveld 2040

19

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Barneveld heeft, in lijn met de Omgevingswet, een ontwerp-omgevingsvisie opgesteld. Deze heeft van 24 maart tot en met 6 mei 2025 ter inzage gelegen. Bij de omgevingsvisie is een omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Het OER is als bijlage bij de visie gevoegd en aan de Commissie voor de milieueffectrapportage (mer) voorgelegd ter toetsing. Met het door de Commissie mer uitgebrachte toetsingsadvies1 is de merprocedure voor de omgevingsvisie afgerond. Een aantal door de Commissie opgemerkte punten geeft echter aanleiding tot voorliggend addendum. Hierin wordt beschreven hoe aan de punten van de Commissie invulling kan worden gegeven bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie. Op enkele punten wordt daarnaast een verhelderende toelichting gegeven, om de leesbaarheid van het OER in relatie tot de omgevingsvisie te vergroten. Doel van deze notitie is dan ook om de gemeenteraad van Barneveld bij vaststelling van de omgevingsvisie extra inzicht en overzicht te geven met betrekking tot de milieu-informatie.

1.2 Toetsingsadvies van de Commissie voor de milieueffectrapportage De Commissie mer is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het OER. De Commissie stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Deze werkgroep stelt een toetsingsadvies op waarin zij een oordeel velt over de juistheid en volledigheid van de milieu-informatie in het OER. Ten aanzien van het OER Omgevingsvisie Barneveld heeft de Commissie m.e.r. het volgende advies: Het OER is goed leesbaar, met veel nuttige afbeeldingen en heeft een heldere en overzichtelijke systematiek. De belangrijke thema’s voor de leefomgeving worden over het algemeen goed beschreven. De beoordeling van effecten is goed onderbouwd. Scenario’s zijn uitgebreid beoordeeld. Het OER geeft goede aanbevelingen voor de omgevingsvisie en voor het monitoringsprogramma. De Commissie signaleert bij de toetsing van het OER echter ook dat belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de omgevingsvisie. Het gaat om de volgende punten: • Geef meer inzicht in de mate waarin leefomgevingsdoelen en -ambities van de omgevingsvisie worden behaald.

Vooral voor de onderdelen landschap, cultuurhistorie, archeologie, gezonde leefomgeving en klimaatbestendigheid gebeurt dat niet voldoende. • Maak aannemelijk dat de omgevingsvisie uitvoerbaar is binnen de regels die gelden voor natuurbescherming. Beschrijf op basis van welke uitgangspunten en aannames deze conclusie is getrokken. • Maak beter zichtbaar wat de ecologische en landschappelijke gevolgen zijn van belangrijke keuzes in de omgevingsvisie, zoals de mogelijke omzetting van landbouwgebieden naar gebieden voor wonen, recreatie en groene energieopwekking. • Geef meer informatie over de mogelijke gezondheidseffecten van de intensieve veehouderij in de gemeente en wat dit betekent voor de keuzes in de omgevingsvisie. • Beschrijf en vergelijk nut en noodzaak en de globaal te verwachten (verkeers)effecten van de twee alternatieven: de oostelijke rondweg versus optimalisering van het bestaande wegennet. Onderbouw de tracékeuze. Met dit addendum is aan bovenstaand advies tegemoetgekomen. In de volgende paragraaf is beschreven welke informatie in dit addendum is opgenomen.

1.3 Inhoud van dit addendum en leeswijzer Doelbereik van de omgevingsvisie Het OER geeft informatie over (de omgang met) het doelbereik van het voorkeursalternatief. De Commissie mer constateert dat voor de onderdelen landschap, cultuurhistorie, archeologie, gezonde leefomgeving en 1

Online te vinden op https://www.commissiemer.nl/adviezen/3918

blad 4 van 22

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

klimaatbestendigheid de beschrijving van het doelbereik niet voldoende is uitgewerkt. Daarom adviseert de Commissie dit op deze onderdelen beter in beeld te brengen. In hoofdstuk 2 van dit addendum is hierop ingegaan. Daarbij is aandacht besteed aan de doelen uit de omgevingsvisie, maar ook aan de verdere uitwerking van een afwegingskader, dat aan het doelbereik bijdraagt. Uitvoerbaarheid van de omgevingsvisie De Commissie stelt dat het vooralsnog niet duidelijk is of het beleid op alle onderdelen uitvoerbaar is, vanwege het abstractieniveau van de visie en het gegeven dat mogelijk niet alles oplosbaar is binnen de prioriteringsmogelijkheden. Het gaat hierbij met name om de uitvoerbaarheid van de omgevingsvisie in het licht van mogelijke significant negatieve effecten op Natura 2000. Daarom adviseert de Commissie om op basis van aanvullende informatie aannemelijk te maken dat de omgevingsvisie uitvoerbaar is binnen de kaders van de natuurbeschermingsregelgeving. In hoofdstuk 3 van dit addendum staan deze zaken centraal: • duiding en context bij de uitspraken in de passende beoordeling; • de aannemelijkheid van de uitvoerbaarheid van de omgevingsvisie; Daarbij ligt er ook nadruk op de aandachtspunten voor verdere uitwerking van de visie.

Ecologische en landschappelijke gevolgen De Commissie adviseert om de ecologische en landschappelijke effecten en kansen van de beide scenario’s en het voorkeursalternatief beter in beeld te brengen. Denk hierbij aan de gevolgen van vernatting en bebossing in beekdalen, de aanleg van groenblauwe dooradering, en functieveranderingen van landbouw naar wonen, recreatie of energieopwekking. Daarbij is het van belang ook de positieve effecten van functieverandering mee te nemen, zoals afname van stikstofdepositie bij transitie van intensieve landbouw naar natuur of wonen. In hoofdstuk 4 is hierop ingegaan. Gezondheidseffecten van de intensieve veehouderij De Commissie adviseert om de gezondheidseffecten van intensieve veehouderij in de effectenbeoordeling mee te nemen en zo de invloed van keuzes in de omgevingsvisie op gezondheid duidelijk te maken. Daarbij zijn luchtkwaliteit (fijnstof), geur, zoönosen en endotoxinen belangrijk. In hoofdstuk 5 is hier invulling aan gegeven. Oostelijke rondweg De Commissie adviseert om de resultaten van een beknopt verkeersonderzoek naar nut en noodzaak van de rondweg op te nemen, inclusief de afweging van de alternatieven en een onderbouwing van de tracékeuze. Hier is in hoofdstuk 6 op ingegaan. Daarbij is er onder andere naar het MER oostelijke rondweg (2021) en de afwegingen in het voorkeursscenario omgevingsvisie (2024) verwezen.

blad 5 van 22

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

2. Doelbereik omgevingsvisie De Commissie stelt dat het doelbereik van de omgevingsvisie op de thema’s landschap, cultuurhistorie, archeologie, gezonde leefomgeving en klimaatbestendigheid onvoldoende is uitgewerkt. In dit deel van het addendum is hierop ingegaan. Daarbij zijn twee hoofdpunten aangestipt: 1. doelbereik omgevingsvisie op verschillende thema’s; 2. het belang van het doelbereik als aandachtspunt bij de verdere uitwerking van de visie, met nadruk op het afwegingskader. Aan de hand van deze twee hoofdpunten is beschreven hoe het OER invulling aan doelbereik geeft, hoe dat aangevuld kan worden en hoe daar bij verdere uitwerking van de omgevingsvisie mee omgegaan kan worden.

2.1 Doelbereik omgevingsvisie op verschillende thema’s In deze paragraaf is onderscheid gemaakt in: • het bereik van themadoelen OER; • het bereik van doelen omgevingsvisie (op genoemde thema’s). Hieronder zijn beide zaken toegelicht. Bereik themadoelen OER In hoofdstuk 3 van het OER, de leefomgevingsfoto, is voor ieder criterium uit het beoordelingskader ingegaan op de streefwaarde en de gewenste beweging. Zo zijn de doelen geconcretiseerd. Voor de door de Commissie genoemde criteria ziet dat er zo uit: Aspect

Criterium

Streefwaarde

Gewenste beweging

Ruimtelijke kwaliteit

Landschap

Zuinige omgang met de gebruikswaarde, beeldwaarde en toekomstwaarde van de ruimtelijke omgeving

Verbetering en behoud van de kernkwaliteiten: stedelijk landschap en architectonische kwaliteit, niet-stedelijk landschap, (groen)structuren, verrommeling tegengaan

Cultuurhistorie

Instandhouding cultuurhistorische waarden. Erfgoed een volwaardige plek geven in ruimtelijke ontwikkelingen

Verbetering en behoud van de kernkwaliteiten

Archeologie

Instandhouding archeologische waarden

Behoud aandacht voor archeologie

Wateroverlast

Schade en overlast door extreme buien voorkomen

Vermindering van kwetsbaarheid voor extreme buien

Droogtestress

Overlast door droogte voorkomen

Minder overlast na een lange periode van droogte

Hittestress

Overlast door hittestress voorkomen

Minder overlast na een lange periode van hitte

Luchtkwaliteit

WHO-advieswaarde fijnstof en stikstofdioxide

Afname concentraties van fijnstof en stikstofdioxide

Geluid

WHO-advieswaarde geluidsniveau

Afname geluidsniveau op plekken met (hoge) geluidsbelasting; terugdringen van ernstige hinder en slaapverstoring

Geur

Afwezigheid van klachten van geurhinder

Verminderen van bronnen van geurhinder

Klimaatbestendigheid

Gezonde leefomgeving

blad 6 van 22

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

Omgevingsveiligheid

Aanvaardbaar veiligheidsrisico

Terugdringen van fysieke veiligheidsrisico’s

De streefwaarden en gewenste bewegingen in de tabel hierboven zijn doelen die zijn opgesteld vanuit de mer. Daaraan is, conform de wettelijke functie van de mer, in het OER getoetst. In hoofdstuk 5 is dat voor het ontwerp van de omgevingsvisie gedaan. Daarbij is ervoor gekozen om te beoordelen op aspectniveau. Dat sluit aan bij het abstractieniveau van de omgevingsvisie en legt de nadruk op de hoofdlijnen; de belangrijkste kansen en risico’s. In hoofdstuk 5 (paragraaf 5.2) van het OER is (deels impliciet en op een hoog abstractieniveau) getoetst aan de streefwaarden en gewenste bewegingen. De beoordeling van ruimtelijke kwaliteit is positief ten opzichte van de referentiesituatie. De beoordeling van het criterium klimaatbestendigheid is positief tot zeer positief. Gezonde leefomgeving is neutraal tot positief beoordeeld. Bereik van doelen omgevingsvisie Om inzicht te krijgen in de mate waarin de visie haar (eigen) doelen bereikt, moeten die doelen concreet genoeg zijn. Aansluitend bij de constatering van de Commissie gaat het dus om themadoelstellingen over ruimtelijke kwaliteit, klimaatbestendigheid en gezonde leefomgeving in de visie zelf. Die doelstellingen zijn deels geconcretiseerd, maar voor een deel is het verder uitwerken van doelstellingen een aandachtspunt bij verdere planvorming, dat prominent in het OER opgenomen is (paragraaf 7.2, aandachtspunt 1).

De toetsing in het OER sluit aan bij het detailniveau en de mate van uitwerking van de omgevingsvisie. Voor dit addendum is naar de doelen van de omgevingsvisie gekeken. Daarbij is gebruikgemaakt van de ambitiematrix omgevingsvisie Barneveld 2040 (bijlage 1), die door de gemeente is opgesteld. In de tabel hieronder zijn alle doelstellingen uit de ambitiematrix opgenomen die gerelateerd zijn aan de aspecten en criteria die de Commissie mer aanwijst. Doelstelling Ruimtelijke kwaliteit Veluwe: behoud van het historisch karakter en de groene omgeving. Kootwijk: behoud van het historisch karakter en de groene omgeving. Oostelijk buitengebied: behoud van natuurlijke en landschapswaarden. Oostelijk buitengebied: behoud en versterking van het essen- en kampenlandschap. Kootwijkerbroek: behoud van het essen- en kampenlandschap. Stroe: behoud van natuurlijke en landschapswaarden. Westelijk buitengebied: versterking van het bekenstelsel, behoud van natuurlijke en landschapswaarden. Westelijk buitengebied: behoud van het kleinschalige kampenlandschap en versterking van het Groene Valleilint. Zwartebroek en Terschuur: behoud van het kleinschalige kampenlandschap. De Glind: behoud van het groene karakter en de parkachtige setting. Klimaatbestendigheid Garderen: initiatieven voor verduurzaming van de leefomgeving, zoals regenwaterinfiltratie.

Oostelijk buitengebied: versterking van het bekenstelsel. Kootwijkerbroek: versterking van het bekenstelsel. Stroe: versterking van het bekenstelsel. Recreatiegebied Voorthuizen: vergroening van de openbare ruimte. Barneveld: vergroening van de openbare ruimte. Harselaar: vergroening van de openbare ruimte, verduurzaming van bedrijfspercelen. Zwartebroek en Terschuur: versterking van de beken. Gezonde leefomgeving Verstedelijkt gebied: verbetering van gezondheid in buurten vergroening van de openbare ruimte. Barneveld: verbetering van gezondheid in buurten zoals Oldenbarneveld en de Lors.

Het behalen van deze doelstellingen is afhankelijk van de uitwerking van maatregelen. Het is belangrijk om de doelen daar als handvat bij te houden. Dat is precies wat de omgevingsvisie voorstelt door ze nu te poneren. Of deze doelen uiteindelijk worden behaald is nu niet met zekerheid te beoordelen. blad 7 van 22

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

2.2 Het afwegingskader bij verdere uitwerking Een effectief middel om het doelbereik (van de doelen uit de omgevingsvisie) te borgen is een afwegingskader (paragraaf 7.2.1 OER). Dit helpt om beleidskeuzes transparant en toetsbaar te maken, en maakt het mogelijk om ontwikkelingen te beoordelen op hun bijdrage aan de ambities van de visie. Dit is een aandachtspunt bij verdere uitwerking van de visie. Het OER stelt drie afwegingscriteria voor, aansluitend bij wat er in de omgevingsvisie (paragraaf 5.5) is opgenomen: 1. Past de activiteit bij het profiel van het gebied? 2. Past de activiteit bij de keuzes die per thema/opgave zijn gemaakt? 3. Wat zijn de belangrijkste omgevingseffecten? Deze criteria kunnen worden ingevuld met meetbare doelstellingen, bijvoorbeeld door per thema een gewenste beweging, ondergrens en streefwaarde te formuleren. Dit maakt het mogelijk om beleidsopties te toetsen en bij te sturen. Het afwegingskader kan per deelgebied worden ‘geladen’ met gebiedsspecifieke doelstellingen/opgaven en botsingen om tot doelmatige maatregelen te komen. Bij verdere uitwerking is het belangrijk om te beoordelen of de in de omgevingsvisie beschreven doelen in de breedte bereikt worden. Als dat niet zo is, geeft dat aanleiding om ze op omgevingsvisieniveau te heroverwegen, of meer maatregelen te treffen. Monitoring helpt daar ook bij.

blad 8 van 22

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

3. Uitvoerbaarheid omgevingsvisie De Commissie stelt dat het op dit moment niet aannemelijk is gemaakt dat het beleid uit de omgevingsvisie op alle onderdelen uitvoerbaar is. Dit komt doordat de visie nog onvoldoende concreet is en niet alle knelpunten binnen de huidige beleidsruimte kunnen worden opgelost. In dit deel van het addendum is de stellingname in de passende beoordeling verder geduid en van context voorzien. Verder is ingegaan op de aannemelijkheid van de uitvoerbaarheid van de omgevingsvisie en de opgave voor verdere uitwerking van de visie. Duiding en context passende beoordeling De Natura 2000-gebiedsbescherming kent feitelijk geen reguliere uitvoerbaarheidstoets. De Omgevingswet/het Bal/Bkl bevat een eigen toetsingskader voor plannen. Dat toetsingskader komt voort uit artikel 6, lid 3 van de Habitatrichtlijn. In dat artikel staat dat een plan – in dit geval de omgevingsvisie – enkel mag worden vastgesteld als zeker is dat door de uitvoering van het plan de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast.

De reactie van de Commissie is veroorzaakt door de eis ‘als zeker is dat…’ en de laatste zin in de passende beoordeling: ‘Het is vooralsnog niet duidelijk of het beleid op alle onderdelen uitvoerbaar is omdat de visie niet concreet genoeg is en niet alles oplosbaar is binnen de prioriteringsmogelijkheden.’ Deze zin is echter niet meer of minder dan de conclusie dat het detailniveau van de passende beoordeling is afgestemd op het detailniveau van de omgevingsvisie. Deze werkwijze is ook benoemd in de factsheet van de Commissie mer zelf: ‘Natura 2000, significantie en passende beoordeling’.2 In elke relevante fase van een plan of project dienen de gevolgen voor een Natura 2000-gebied zo grondig te worden beoordeeld als op basis van de nauwkeurigheid van het plan mogelijk is. Naarmate de planvorming vordert, dient deze beoordeling steeds concreter te worden. Voor de omgevingsvisie betreft het een risicobeoordeling. Daarnaast zullen de effecten van het beleid optreden wanneer de omstandigheden in Natura 2000 ten goede of ten slechte veranderd zullen zijn. Het detailniveau van de passende beoordeling sluit dus aan bij het detailniveau van de visie. Gezien het abstracte karakter van de beleidskeuzes uit de visie is deze op hoofdlijnen. Voor de beoordeling is de stoplichtmethode, waaraan de Commissie in het advies refereert, toegepast.

De stoplichtmethode is een beoordelingsinstrument om de status of ernst van een situatie of proces aan te geven. Deze methode helpt bij het snel identificeren van aandachtspunten en het nemen van passende acties. Uit de conclusies van de passende beoordeling volgt dat er vanuit de keuzes die in de omgevingsvisie gemaakt zijn een grote opgave ligt voor het vervolgtraject ten aanzien van Natura 2000. Dat volgt uit het feit dat de Veluwe op korte afstand ligt en de visie ook beleid inhoudt dat voor de Veluwe potentieel ongunstig kan zijn. De passende beoordeling heeft dan de signaalfunctie dat er bij de uitwerking van het beleid aandacht moet zijn voor de Natura 2000-waarden. De aannemelijkheid van de uitvoerbaarheid van de omgevingsvisie Het beleid uit de omgevingsvisie van Barneveld is niet zo concreet uitgewerkt dat uit de passende beoordeling blijkt dat onderdelen niet uitvoerbaar zijn en dat in de omgevingsvisie concrete mitigerende maatregelen getroffen moeten worden. Wel zijn er beleidskeuzes die een risico op significante gevolgen en een verhoging van de milieudruk met zich meebrengen; met name de woningbouw en uitbreiding wegennet. Er zijn maatregelen beschikbaar om deze effecten te beperken bij verdere uitwerking van de omgevingsvisie.

Voor de in de omgevingsvisie opgenomen ontwikkelingen en ambities kunnen de risico’s grotendeels worden beperkt door (mitigerende) maatregelen en ontwikkelingen die voortvloeien uit de visie zelf, zoals de afname van landbouwgrond voor woningbouw, infrastructuur en groenblauwe dooradering. Daarnaast zijn aanvullende mitigerende maatregelen nodig. Deze kunnen onder andere worden gevonden in emissiearm bouwen en het vrijkomende stikstofsaldo uit de landbouw. In de projectfase moet specifiek een uitgebreide en gedetailleerde toetsing aan Natura 2000-gebiedsbescherming worden opgesteld waaruit de haalbaarheid blijkt.

2

Online te vinden op https://www.commissiemer.nl/documenten/00000264.pdf

blad 9 van 22

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

Kortom, er kan geconcludeerd worden dat de Natura 2000-gebiedsbescherming het vaststellen van de Omgevingsvisie niet in de weg staat, omdat bij nadere uitwerking van plannen en projecten maatregelen getroffen kunnen en moeten worden om de in de passende beoordeling gesignaleerde risico’s en negatieve effecten te beperken. Belangrijke randvoorwaarden hierbij zijn de regelgeving die de provincie hieromtrent opstelt en welke provinciale en landelijke programma’s hiervoor worden ingericht. Uitwerking van mitigerende maatregelen vindt daarom per project in een latere fase plaats. Tenslotte wordt de haalbaarheid van de omgevingsvisie verder vergroot als de gemeente vrijkomende ruimte door extensivering van de landbouw met nieuwe ontwikkelingen verknoopt. Een integrale blik op de uitdagingen in het buitengebied helpt hierbij. Verschillende opgaven kunnen samen in (gebiedsgerichte) programma’s verder worden uitgewerkt.

blad 10 van 22

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

4. Ecologische en landschappelijke gevolgen De Commissie adviseert om de ecologische en landschappelijke effecten en kansen van de beide scenario’s en het voorkeursalternatief beter in beeld te brengen. Denk hierbij aan de gevolgen van vernatting en bebossing in beekdalen, de aanleg van groenblauwe dooradering, en functieveranderingen van landbouw naar wonen, recreatie of energieopwekking. Daarbij is het van belang ook de positieve effecten van functieverandering mee te nemen, zoals afname van stikstofdepositie bij transitie van intensieve landbouw naar natuur of wonen. Hierna wordt op de ecologische en landschappelijke gevolgen van de scenario’s en het voorkeursalternatief voor de omgevingsvisie ingegaan. Daarbij is in lijn van het advies explicieter ingegaan op de gevolgen van de beoogde vernatting en bebossing van beekdelen, de inzet op groenblauwe dooradering en de rol van functieverandering in het buitengebied. Er is gekozen voor een kwalitatieve analyse om daarmee een hulpmiddel te bieden voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie. Bij het concretiseren van maatregelen is het logischerwijs wenselijk om zoveel mogelijk positieve (neven)effecten te realiseren.

4.1 Scenario 1: Vooruit met Barneveld Dit scenario scoort positief op de thema’s natuur en landschap. Er is sprake van een duidelijke inzet op onder andere natuurversterking en vergroening van dorpen en buitengebied. Vernatting en bebossing in beekdalen In dit scenario wordt expliciet ingezet op het vasthouden van water in de hoger gelegen zandgronden van de Veluwe en het vergroten van de ruimte voor beken. Vernatting van beekdalen draagt bij aan het herstel van natuurlijke waterlopen, vermindert piekafvoeren en vergroot de waterbergingscapaciteit. Dit versterkt de klimaatbestendigheid van het gebied. Door vernatting en bebossing ontstaat een gevarieerder landschap met natte natuurtypen, wat gunstig is voor flora en fauna. De aanleg van groene overgangszones en verbindingen tussen natuurgebieden bevordert soortenverspreiding en ecologische samenhang. De herinrichting van beekdalen met meer ruimte voor water en natuur versterkt de landschappelijke identiteit van het gebied. Het robuuste, natuurlijke karakter van het beekdal wordt hersteld. Groenblauwe dooradering De dooradering wordt gerealiseerd via groene overgangszones rondom dorpen, beekherstel, aanleg van ecologische verbindingen en vergroening van bedrijventerreinen. Er is expliciete aandacht voor het verbinden van natuurkernen en het versterken van beekdalen.

De dooradering bevordert soortenverspreiding, versterkt de biodiversiteit en draagt bij aan de robuustheid van ecosystemen. Door natuurlijke infiltratie en schaduwvorming wordt ook de waterkwaliteit verbeterd en hittestress verminderd. Functieveranderingen in het buitengebied In dit scenario wordt functieverandering (van intensieve landbouw naar natuur) actief benut. Kansen zijn de afname van de stikstofdepositie, de versterking van biodiversiteit en ecologie en de verhoging van de landschappelijke kwaliteit.

4.2 Scenario 2: Verder met Barneveld In dit scenario ligt de nadruk op economische groei, spreiding van woningbouw over alle kernen en behoud van de agrarische functie in het buitengebied. Dit leidt tot een hogere druk op natuur en landschap. De ecologische en landschappelijke effecten zijn overwegend negatief, met risico’s op verdere versnippering van natuurgebieden en landschappen en (verdere) toename van stikstofuitstoot.

blad 11 van 22

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

Vernatting en bebossing in beekdalen Hoewel dit scenario inzet op behoud van agrarische functies, wordt ook hier gesproken over verbetering van bodem- en waterbeheer. De ruimte voor vernatting is echter beperkter, omdat landbouw de dominante functie blijft. Er wordt gepoogd om waterbeheer meer technisch dan natuurlijk op te lossen. De focus op schaalvergroting in de landbouw beperkt de ruimte voor ecologische ontwikkeling. Vernatting en bebossing zijn minder vanzelfsprekend en worden alleen overwogen als ze de landbouw niet belemmeren. Areaalvergroting van landbouwbedrijven kan ten koste gaan van landschappelijke structuren. De landschappelijke kwaliteit blijft onder druk staan, tenzij functieverandering of landschapscompensatie wordt toegepast. Groenblauwe dooradering In dit scenario is de groenblauwe dooradering minder prominent aanwezig en wordt deze slechts beperkt toegepast. De focus ligt op behoud van agrarische functies. Groenblauwe structuren worden alleen gerealiseerd als ze niet conflicteren met landbouwbelangen. Er is weinig centrale sturing op ecologische verbindingen. Functieveranderingen in het buitengebied In dit scenario blijft landbouw de meest dominante functie in het buitengebied. Functieverandering wordt slechts beperkt toegestaan. Positieve effecten zijn beperkter dan in het scenario Vooruit met Barneveld.

4.3 Ontwerp-omgevingsvisie (voorkeursalternatief in het OER) Het voorkeursscenario kiest een soort ‘middenweg’ tussen de twee scenario’s. Er is aandacht voor natuurontwikkeling, zoals vergroening van de dorpen, aanleg van groene overgangszones en waterberging. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor economische ontwikkeling in het buitengebied. De beoordeling van het OER is overwegend positief, met name vanwege de integrale benadering van natuur, klimaat en gezondheid. Wel wordt benadrukt dat verdere concretisering nodig is om de ambities waar te maken. Vernatting en bebossing beekdalen Het voorkeursscenario bevat elementen van beide scenario’s. Er is aandacht voor waterberging, vergroening en samenwerking met het waterschap. De ambitie is om tot een gezamenlijke visie op de beekdalen te komen. De ruimte voor vernatting is aanwezig, maar moet nog concreet worden uitgewerkt. De aanleg van groene zones en de transitie naar natuurinclusieve landbouw bieden kansen voor biodiversiteit. De mate van effectiviteit hangt af van de ruimtelijke uitwerking en de mate waarin functieverandering wordt toegestaan. De visie erkent het belang van beekdalen als landschappelijke dragers. In het OER is geadviseerd (paragraaf 7.2.2) om een toekomstperspectief voor beekdalen op te stellen, waarin alle ruimtelijke functies worden afgewogen.

Groene dooradering Het voorkeursscenario kiest een gebalanceerde benadering, waarin de groenblauwe dooradering een verbindend element vormt tussen natuur, landbouw, wonen en recreatie. De visie zet in op groene zones in en rondom dorpen, recreatieve groenstructuren, beekherstel en klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte. De 3-30-300-regel (zicht op 3 bomen, 30% schaduw, 300 meter tot groen) wordt als richtlijn gehanteerd. Functieveranderingen in het buitengebied Functieverandering in het buitengebied biedt verschillende kansen voor ecologie en landschap. Er hoeft geen sprake te zijn van negatieve effecten als het gaat om de ontwikkeling van woningen op locaties waar nu intensieve landbouw plaatsvindt. In dat geval neemt de stikstofdepositie veelal af; zeker op langere termijn, wanneer het verkeer steeds ‘schoner’ wordt. Ook een groene woonwijk en recreatie in het buitengebied geven meer kansen voor biodiversiteit dan bijvoorbeeld conventionele grootschalige landbouw. Zo tonen tellingen van

blad 12 van 22

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

Sovon dat de aanwezigheid van verschillende vogelsoorten de afgelopen vijftien jaar (sterk) toeneemt in Natura 2000-gebied de Veluwe. Dit addendum onderschrijft de door de Commissie mer in het advies benoemde positieve gevolgen van de beoogde ambities. Bij verdere uitwerking van de visie zal echter moeten blijken of ambities worden behaald en of benoemde, potentiële gevolgen daadwerkelijk optreden.

blad 13 van 22

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

5. Gezondheidseffecten van intensieve veehouderij Nederland is een klein land waar veel mensen en dieren, waaronder vee, dicht op elkaar leven. Het RIVM doet onder andere onderzoek naar de gezondheidseffecten van de veehouderijen op omwonenden (VGO).3 De Commissie noemt hierbij de blootstelling aan fijnstof, geurhinder, endotoxinen en zoönosen. Fijnstof Uit landelijke en regionale onderzoeken (zoals het VGO-onderzoek) blijkt dat fijnstof afkomstig van met name pluimveehouderijen een verhoogd risico op luchtwegaandoeningen veroorzaakt. In Barneveld is circa 65 procent van de fijnstofemissie afkomstig van de landbouwsector. Zo zijn veel veehouderijen aangemerkt als piekbelaster en is de concentratie fijnstof in de regio relatief hoog.4 Landelijk sloten Rijk, provincies en een groot aantal gemeenten het Schone Lucht Akkoord (SLA) af. Het akkoord streeft naar een vermindering van blootstelling aan fijnstof en stikstofdioxide, zodat in 2030 een gezondheidswinst wordt bereikt van 50 procent ten opzichte van 2016. Het SLA sluit aan bij het interimbeleid veehouderij en gezondheid, dat de regio sinds 2016 uitvoert voor een vermindering van de fijnstofemissie. Barneveld heeft het voornemen om zich te houden aan de aangescherpte normen die vanaf 2030 van kracht worden. Het Sectorplan Pluimveehouderij biedt hiervoor een beleidsmatig kader.

Geurhinder Geurhinder kan leiden tot verminderd woonplezier, stress en slaapverstoring. De gemeente beschikt over geurbeleid (Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Barneveld), dat momenteel wordt geëvalueerd. De omgevingsvisie sluit hierbij aan. Endotoxinen Endotoxinen (celwandbestanddelen van bepaalde bacteriën) kunnen vanuit veehouderijen in de buitenlucht komen en gezondheidsproblemen veroorzaken. Richtafstanden (de afstand tussen een veehouderij en een gevoelig object) voor endotoxinen zijn bij verdere ontwikkelingen te berekenen via een toetsingskader. In de praktijk worden de richtafstanden vaak gekoppeld aan de afstanden voor fijnstof en geur. Voldoende afstand is vaak een passende maatregel. Endotoxinen worden verspreid via stof. Endotoxinen zitten gehecht aan stofdeeltjes, met name de stofdeeltjes groter dan PM10. Dat grove stof slaat relatief snel neer, zodat het zich niet ver verspreidt. Vanwege geur en fijnstof moet er al een bepaalde afstand zijn tussen stallen en een gevoelig object. Als de veehouderij voldoet aan deze afstanden, zal bijna altijd ook worden voldaan aan de advieswaarde (30 EU/m3).5 Zoönosen Mensen kunnen ziek worden van ziekteverwekkers die dieren bij zich dragen. We noemen dit zoönosen. Ook dieren in de veehouderij kunnen dit soort ziekteverwekkers bij zich dragen. Denk aan Q-koorts, vogelgriep of mond-en-klauwzeer.

Gemeentelijke sturing op zoönosen is complex, maar landelijke richtlijnen en vergunningseisen bieden een basis voor toetsing. Door de piekbelastersregeling zal naar verwachting een deel van de agrarische bedrijven stoppen. Dat beperkt risico’s van zoönosen (hoewel schaalvergroting een tegengesteld effect kan hebben), maar vraagt een duidelijk ruimtelijk en bedrijfseconomisch perspectief voor de betrokken bedrijven, de ondernemingen in de foodketen en voor het landelijk gebied. Voorbeelden van maatregelen bij verdere uitwerking Zoals in de omgevingsvisie aangegeven, streeft de gemeente Barneveld naar vermindering van emissies. De verwachting is dat met de maatregelen die nu al in gang gezet zijn, een voldoende gezonde leefomgeving gewaarborgd wordt. Uitdagingen en onzekerheden blijven echter bestaan.

3

Veehouderij en gezondheid, RIVM, https://www.rivm.nl/veehouderij-en-gezondheid

4

Programmaplan Waardevol landelijk gebied, gemeente Barneveld

5

Endotoxinen, Informatiepunt Leefomgeving, https://iplo.nl/thema/toepassing-regels-praktijk/veehouderijen/gezondheidveehouderijen/endotoxinen/

blad 14 van 22

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

Het is belangrijk om de ambities van de omgevingsvisie verder uit te werken en te toetsen. Om de genoemde potentiële negatieve effecten van de intensieve veehouderij op de gezondheid te mitigeren, kan aan dit soort maatregelen worden gedacht: • Breng de afstanden tussen intensieve veehouderijen en woonkernen systematisch in beeld. Gebruik hiervoor actuele gegevens over veehouderijlocaties en bevolkingsdichtheid. • Maak exacter inzichtelijk wat de blootstelling is aan fijnstof, geur, endotoxinen en zoönosen per gebied. • Neem gezondheid expliciet op in het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. • Beperk nieuwbouw van gevoelige functies (zoals woningen, scholen en zorginstellingen) binnen zones met verhoogde gezondheidsrisico’s. • Stimuleer emissiereductie bij bestaande bedrijven via innovatie, sanering of functieverandering. • Versterk de ruimtelijke scheiding tussen veehouderijen en woongebieden, bijvoorbeeld via landschappelijke buffers of zonering. Let op: dit zijn voorbeelden van maatregelen bij verdere uitwerking.

blad 15 van 22

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

6. Oostelijke rondweg De Commissie merkt op dat er in de omgevingsvisie wordt uitgegaan van de aanleg van de oostelijke rondweg om Barneveld. De onderbouwing hiervoor is niet volledig in het OER opgenomen. In het verleden is er echter wel onderzoek gedaan naar nut en noodzaak van de (oostelijke) rondweg. Daarbij heeft ook een afweging van alternatieven plaatsgevonden. Veel van deze informatie is uitgebreider omschreven in het voorkeursscenario van de omgevingsvisie6 dan in de ontwerp-omgevingsvisie. Op 9 juli 2024 heeft het college van B en W het voorkeursscenario van de omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is de afweging tussen het verbeteralternatief door de kom (het nulplusalternatief) en het verbeteralternatief om de kom (het rondwegalternatief) uitgebreider beschreven dan in de ontwerp-omgevingsvisie. Ook is daarin gemotiveerd dat een aantal eerder onderzochte tracés afvalt, waardoor het oorspronkelijke zoekgebied kan worden verkleind tot een zogenaamd focusgebied. De onderstaande tekst sluit aan bij de afweging uit het voorkeursscenario en geeft invulling aan de opmerking van de Commissie mer. Context: vergroten capaciteit hoofdwegennet Barneveld zet in op zo veel mogelijk doorstroming op de snelwegen en de hoofdwegen, om de leefbaarheid in kernen te bevorderen.

Voor een robuust wegennet investeert de gemeente in een structuur van rondwegen en radialen in en rond de kern Barneveld.7 Deze opvatting is een voortzetting van bestaand Barnevelds beleid. Op figuur 1, te vinden op pagina 41 van het voorkeursscenario van de omgevingsvisie, is te zien dat in de rondwegstructuur om Barneveld een aantal schakels ontbreekt. Om doorgaand verkeer door de kern te ontmoedigen rest hier nog de herinrichting van enkele radialen.

Figuur 1: Visie verkeerssystemen kern Barneveld (voorkeursscenario omgevingsvisie, 2024)

6

Online te vinden op Document Barneveld - B-3.12 Besluit B&W vaststelling voorkeursscenario Omgevingsvisie d.d. 9-7-24 - iBabs Publieksportaal 7 Radialen zijn de wegen tussen de rondweg en het centrum waar de wijken op aansluiten.

blad 16 van 22

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

In de Hoofdlijnennotitie 20408 is vermeld dat de gemeente Barneveld samen met het Rijk, de provincie en overige partners wil investeren in een goede externe bereikbaarheid. Dat betekent dat de gemeente de capaciteit van de infrastructuur in de kernen en in het buitengebied benut, binnen grenzen van veiligheid, leefbaarheid en barrièrewerking, en daarnaast streeft naar een robuuste infrastructuur van rondwegen en radialen rond de grote kernen. Aanleiding oostelijke rondweg Gelet op de groei van Barneveld en de prognoses voor de ontwikkeling van het verkeer, ziet de gemeente dat die groei niet verantwoord kan worden opgevangen met de huidige infrastructuur. Dit geldt in het bijzonder voor de verkeersafwikkeling van en naar de zuidelijke helft van de kern Barneveld. Op de uitvalswegen is nu al sprake van fors oponthoud. Investeringen in de bestaande doorgaande route door het dorp hebben vergaande gevolgen voor de leefbaarheid in de wijken (denk aan geluid, luchtkwaliteit, verkeersveiligheid) en forse ruimtelijke effecten. Een wegverbreding zou veel woonpercelen treffen. Ook gaat een wegverbreding ten koste van een deel van de bomen langs de route, waardoor het groene karakter wordt aangetast. Wil Barneveld de groene laanbeplanting behouden, dan is er nog meer grond nodig. Daardoor wordt het effect op de woonpercelen nog groter.

Daarnaast draagt alleen een opwaardering van de wegen niet bij aan het duurzame en robuuste wegennet dat de gemeente voor ogen heeft. Er is sprake van steeds meer verkeer dat in het geval van wegwerkzaamheden en incidenten op zoek zal gaan naar alternatieve routes, die op hun beurt ook al druk worden belast. Deze omstandigheden pleiten voor de aanleg van een oostelijke rondweg in de omgevingsvisie. De oostelijke rondweg speelt daarnaast in op de verdere verwachte groei van de gemeente. Afwegingen oostelijke rondweg In 2021 is er voor de oostelijke rondweg een milieueffectrapport (MER) opgesteld.9 Daarin is uitgelegd welke knelpunten ontstaan op de route door de bebouwde kom, als Barneveld nog verder groeit, en waarom de aanleg van een oostelijke rondweg de voorkeur heeft boven het opwaarderen van de route door de kom. In het MER zijn de effecten onderzocht van meerdere mogelijke liggingen van de rondweg in het gebied (tracévarianten). Hieruit bleek dat de tracévarianten niet sterk onderscheidend zijn vanuit milieu. Om een goede afweging te maken zijn ook de effecten onderzocht van het opwaarderen van de route door het dorp (het nulplusalternatief). De Commissie mer gaf destijds, op verzoek van de gemeente, advies naar aanleiding van de ‘eerste fase MER’.

Daarin staat dat de milieueffecten en het doelbereik van de alternatieven en varianten overwegend goed in beeld zijn gebracht. De Commissie constateerde dat nut en noodzaak van ingrepen in de infrastructuur goed en uitgebreid zijn beschreven, maar signaleert ook dat er nog informatie ontbreekt om een volwaardige afweging te maken tussen het nulplusalternatief en het alternatief rondweg. Naar aanleiding van het advies heeft de gemeente Barneveld onder andere meer onderzoek gedaan naar de effecten van beide alternatieven op de omgeving. Voorafgaand aan de milieueffectrapportage (mer) van 2021 ontbrak het aan een visie op de groei van Barneveld na 2040. Om in het MER op groei te kunnen anticiperen, is uitgegaan van drie denkbeeldige groeiscenario’s langs de oostrand van Barneveld, variërend van lichte (1.000) tot forse toename (3.000) van het aantal woningen. Door voortschrijdend inzicht is inmiddels meer duidelijk over het aantal woningen dat waarschijnlijk tot 2040 aan de oostkant van Barneveld zal verrijzen om te kunnen voldoen aan de groeiopgave binnen de regio. Dit aantal zal waarschijnlijk maximaal 1.000 zijn, met de verwachting dat een groot deel ervan gerealiseerd wordt in het gebied tussen het spoor en de Hessenweg ten oosten van Station Barneveld-Zuid.

Hoewel er voor de oostelijke rondweg nog een volwaardige tracékeuzenotitie wordt opgesteld, gaat deze omgevingsvisie op hoofdlijnen al wel kort in op de onderzochte tracés. Dat is het geval omdat de Commissie de gemeente heeft verzocht om bij de afweging voor het voorkeursalternatief en de tracékeuze rekening te houden met de andere ontwikkelingen in het gebied. De verwachte lichte groei aan de oostkant van Barneveld maakt het eerder gebruikte argument om de rondweg ver van de kern af te leggen vanwege de mogelijke groei van Barneveld minder sterk. Zou worden gekozen voor de meest oostelijke tracés, dan is het denkbaar dat de rondweg decennialang veel verder van de kern ligt dan noodzakelijk. Daarbij geldt, zo blijkt uit de MER, dat hoe 8

Online te vinden op https://barneveld.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/View/e9340837-1e74-4cde-b1cb-126b832b2a51.

9

Online te vinden op https://commissiemer.nl/adviezen/3406.

blad 17 van 22

OER omgevingsvisie Barneveld Addendum projectnummer 0478907.100 18 juni 2025 Gemeente Barneveld

verder het tracé van de kern wordt aangelegd, des te minder er gebruik van zal worden gemaakt. De wegen binnen de bebouwde kom worden daarentegen meer ontlast als de rondweg dichter bij de kern ligt. Uit een landschappelijke studie van 2023 blijkt dat de impact op het landschap beperkt kan blijven als wordt gekozen voor een combinatie van de tracés die dichter bij de kern liggen. Alles meewegend is gesteld dat het tracé voor de oostelijke rondweg gevonden moet worden in een kleiner zoekgebied dan voorafgaand aan de mer is vastgesteld. Het betreft het deel van het zoekgebied dat het dichtste bij de kern Barneveld ligt. Zie figuur 2 (p. 43 van het voorkeursscenario van de omgevingsvisie) waarin dit kleinere zoekgebied focusgebied is genoemd.

Figuur 2: Focusgebied oostelijke rondweg (voorkeursscenario omgevingsvisie, 2024)

Samenvatting afwegingen focusgebied oostelijke rondweg (voorkeursscenario omgevingsvisie, 2024) De keuze voor de oostelijke rondweg in het focusgebied leidt tot: • een optimaal gebruik van de rondweg en minder verkeer door de kern; • een groter aaneengesloten stuk buitengebied dat overblijft; • grotere meekoppelkansen voor andere vormen van grondgebruik in het stedelijk uitloopgebied waarin de rondweg komt te liggen, zoals vasthouden van water (klimaatmantel) en recreatieve mogelijkheden. Om tot een definitieve tracékeuze te komen is er aanvullend onderzoek nodig.

blad 18 van 22

Bijlage 1: Ambitiematrix Omgevingsvisie Barneveld 2040 Deelgebied

Kern/Dorp

De Veluwe

Gezond en toekomstbestendig Verduurzaming van de leefomgeving.

Prettig leven in vitale dorpen Realisatie van ongeveer 310 woningen, met focus op betaalbaarheid en diversiteit.

Ruimte voor ondernemerschap Behoud van bestaande bedrijven, geen uitbreiding van bedrijvigheid. Recreatiezonering om overbelasting te voorkomen.

Garderen

Kootwijk

Oostelijk buitengebied

Behoud en versterking van de sociale samenhang, aandacht voor een gezonde leefomgeving met veel groen. Behoud en versterking van voorzieningen zoals dorpshuis, sportfaciliteiten en basisschool. Initiatieven voor verduurzaming van de leefomgeving, zoals regenwaterinfiltratie. Behoud van bestaande voorzieningen, zoals horeca en ontmoetingsplekken Versterking van het bekenstelsel, behoud

Realisatie van ongeveer 300 woningen, met focus op betaalbaarheid en diversiteit.

Geen specifieke opgave voor een lokaal bedrijventerrein, maar open voor initiatieven.

Waardevol landelijk gebied Behoud en versterking van natuurwaarden, omvorming van naald- naar loofbos. Behoud van het historisch karakter en de groene omgeving. Behoud en versterking van natuurwaarden, omvorming van naald- naar loofbos.

Verbetering van de kwaliteit van vakantieparken en spreiding van toeristen. Beperkte woningbouw van 10-20 woningen, met aandacht voor starters en jonge gezinnen.

Realisatie van ongeveer 1,300 woningen, met focus

Geen uitbreiding van bedrijvigheid, behoud van bestaande bedrijven. Verbetering van de kwaliteit van vakantieparken en spreiding van toeristen. Ondersteuning van agrarisch

Bereikbaarheid nu en in de toekomst Afwaarderen van toegangswegen naar 60 km-wegen.

Verbetering van oversteekbaarheid voor voetgangers. Afwaarderen van toegangswegen naar 60 km-wegen

Verbetering van oversteekbaarheid voor voetgangers

Behoud van het historisch karakter en de groene omgeving.

Aanpassing van de weg in het hart van het dorp

Verbetering van parkeervoorzieningen.

Behoud en versterking van het

Verbetering van fietsverbindingen naar

blad 19 van 22

Deelgebied

Kern/Dorp

Gezond en toekomstbestendig van natuurlijke en landschapswaarden.

Prettig leven in vitale dorpen op betaalbaarheid en diversiteit.

Verduurzaming van de leefomgeving. Kootwijkerbroek

Stroe

Recreatiegebied Voorthuizen

Behoud van sociale samenhang, aandacht voor speel- en beweegmogelijkheden. Uitbreiding van voorzieningen zoals onderwijs, sport en eerstelijnszorg. Behoud van sociale cohesie, voldoende mogelijkheden om te ontmoeten en te bewegen. Uitbreiding van voorzieningen zoals onderwijs, sport en eerstelijnszorg. Verduurzaming van vakantieparken

Verbetering van gezondheid in buurten

Waardevol landelijk gebied essen- en kampenlandschap.

Recreatieve nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven. Realisatie van ongeveer 800 woningen, met gevarieerd woningaanbod

Realisatie van 500 woningen, met focus op diversiteit en behoud van voorzieningen.

Vergroening van de openbare ruimte.

Verstedelijkt gebied

Ruimte voor ondernemerschap ondernemerschap en innovatie.

Realisatie van ongeveer 5,600 woningen, met focus op diverse woonvormen en

Bereikbaarheid nu en in de toekomst station BarneveldNoord Afwaarderen van 50 km-wegen naar 30 km per uur.

Ontwikkeling van een lokaal bedrijventerrein van ongeveer 6 hectare. Recreatieve nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven.

Versterking van het bekenstelsel,

Kleinschalig lokaal bedrijventerrein aan de Tolnegenweg.

Versterking van het bekenstelsel,

Nieuwe verbinding tussen de Wolweg en de N310

Recreatieve nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven.

Behoud van natuurlijke en landschapswaarden.

Verbetering van fietspaden en verbindingen.

Behoud en versterking van recreatieve functies, met aandacht voor spreiding van toeristen Perspectief voor de landbouw

Versterking van het Groene Valleilint

Versterking van bestaande bedrijventerreinen

Versterking van groene bufferzones

Behoud van het essen- en kampenlandschap.

Verbetering van fietsverbindingen naar station BarneveldNoord Afwaarderen van 50 km-wegen naar 30 km per uur.

Natuurinclusieve landbouw

Aanleg van oostelijke en westelijke rondwegen blad 20 van 22

Deelgebied

Kern/Dorp

Barneveld

Voorthuizen

Harselaar

Zeumeren

Gezond en toekomstbestendig vergroening van de openbare ruimte. Uitbreiding van voorzieningen zoals onderwijs, cultuur, sport en eerstelijnszorg. Verbetering van gezondheid in buurten zoals Oldenbarneveld en de Lors Vergroening van de openbare ruimte Uitbreiding van voorzieningen zoals onderwijs, cultuur, sport en eerstelijnszorg. Aandacht voor bewegen, cultuur, ontmoeten en sport, vergroening van de openbare ruimte. Uitbreiding van voorzieningen zoals onderwijs, cultuur, sport en eerstelijnszorg. Vergroening van de openbare ruimte, verduurzaming van bedrijfspercelen Grootschalige opwekking van windenergie Vergroting recreatieve mogelijkheden bij Zeumeren.

Prettig leven in vitale dorpen hogere dichtheden nabij stations.

Ruimte voor ondernemerschap

Waardevol landelijk gebied

Beëindiging van zwaardere bedrijvigheid in het centrum.

Realisatie van 4,000 woningen, met focus op diverse woonvormen en hogere dichtheden nabij stations.

Versterking van bestaande bedrijventerreinen,

Realisatie van 1,600 woningen, met aandacht voor betaalbaarheid en diversiteit.

Ontwikkeling van het Woonwerklandschap aan de westzijde

Verbetering van fietsroutes.

Versterking van groene bufferzones

Beëindiging van zwaardere bedrijvigheid in het centrum

Aanleg van oostelijke en westelijke rondwegen, Verbetering van fietsroutes.

Versterking van groene bufferzones, zoals de Groene Slinger.

Behoefte aan een lokaal bedrijventerrein.

Verbetering van verkeerssituatie in het centrum

Verbeteren van de fietsverbinding langs de Baron van Nagellstraat en Rembrandtstraat. Onderzoek naar nieuwe aansluiting op de A1

Regionaal bedrijventerrein met uitbreiding en focus op duurzame en innovatieve bedrijven

Ruimte voor recreatieve functies zoals dagrecreatie

Bereikbaarheid nu en in de toekomst

Aanpassing van het bestaande wegennet Versterking groene bufferzone Zeumeren. blad 21 van 22

Deelgebied

Kern/Dorp Esvelderbeekzone

Westelijk buitengebied

Zwartebroek en Terschuur

De Glind

Gezond en toekomstbestendig Vergroting recreatieve mogelijkheden

Prettig leven in vitale dorpen

Verduurzaming van de leefomgeving.

Realisatie van ongeveer 710 woningen, met focus op betaalbaarheid en diversiteit.

Behoud van sociale samenhang, aandacht voor ontmoetingsplekken en beweegmogelijkheden. Uitbreiding van voorzieningen zoals onderwijs, sport en eerstelijnszorg Verduurzaming van het vastgoed Behoud van het zelforganiserend vermogen. Behoud en versterking van voorzieningen zoals onderwijs, sport en eerstelijnszorg.

Realisatie van ongeveer 600 woningen, met aandacht voor betaalbaarheid en diversiteit.

Realisatie van 110 woningen, met aandacht voor verduurzaming en een evenwichtige bevolkingssamenstelling.

Ruimte voor ondernemerschap

Ondersteuning van extensieve en natuurinclusieve landbouw.

Waardevol landelijk gebied Versterking groene bufferzone Esvelderbeekzone. Uitloopgebeid Versterking van het bekenstelsel, behoud van natuurlijke en landschapswaarden.

Recreatieve functies zoals kleinschalige groepsaccommodaties en bed-andbreakfastlocaties.

Behoud van het kleinschalige kampenlandschap en versterking van het Groene Valleilint.

Uitbreiding van het kleinschalige bedrijventerrein aan de Tolboomweg.

Versterking van de beken

Onderzoek naar aansluiting op het westelijke deel van de Hoevelakenseweg,

Recreatieve functies zoals kleinschalige groepsaccommodatie

Behoud van het kleinschalige kampenlandschap.

Verbetering van fietsverbindingen.

Geen specifieke opgave voor bedrijvigheid

Behoud van het groene karakter en de parkachtige setting.

Aanpassing van de inrichting van de Postweg

Behoud van bestaande bedrijven

Bereikbaarheid nu en in de toekomst

Verbetering van fietsverbindingen en verkeersveiligheid.

Verbetering van fietsverbindingen.

blad 22 van 22

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1800 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Monitorweg 29 1322 BK Almere Postbus 10044 1301 AA Almere

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

www.anteagroup.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=4cad6e7a-822c-44d0-b54a-6026e30fc722