CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Toelichting GR OddV versie 4 juni 2024

Gemeenteraad 25 september 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Toestemming wijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst de Vallei4.101 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst De Vallei Algemene toelichting Aanleiding Het Rijk, het IPO en de VNG hebben in 2009 afspraken gemaakt om de kwaliteit van milieuvergunningverlening en -handhaving te verbeteren. Onderdeel van deze afspraken is het oprichten van regionale omgevingsdiensten, waarin de uitvoering van een bepaald minimum takenpakket (het basistakenpakket voor milieutaken) wordt ondergebracht. Het onderbrengen van andere taken in het kader van het omgevingsrecht is daarbij als optie open gehouden. Afgesproken is dat de uitvoeringsdiensten de vorm zullen hebben van een openbaar lichaam in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Een van de belangrijkste redenen om over te gaan tot het oprichten van omgevingsdiensten is om de kwaliteit van vergunningverlening en handhaving te verbeteren. Gelders stelsel De provincie en de Gelderse gemeenten hebben in verband met de vorming van omgevingsdiensten in 2009 gekozen voor het Gelders Stelsel. Onderdeel daarvan is de vorming van zes (aanvankelijk zeven) omgevingsdiensten, waardoor de uitvoering van taken zo dicht mogelijk bij het lokaal bestuur wordt gelegd. De zes Gelderse omgevingsdiensten hebben onderling een taakverdeling afgesproken om enkele specialistische taken goed uit te kunnen voeren. Dit wordt het Gelderse stelsel genoemd. Het gaat om complexe taken en bovenregionale taken.

In de kwaliteitscriteria is vastgelegd bij welke bedrijven vergunningverlening en handhaving complex is. Wanneer een Gelderse Omgevingsdienst onvoldoende robuust is voor de aan haar gemandateerde Vergunningverlening Handhaving en Toezicht taken (VTH) dan geldt het volgende: de Omgevingsdienst Regio Nijmegen voert de complexe vergunningverlening uit voor de hiervoor niet robuuste Omgevingsdiensten in Gelderland. De complexe handhaving voor Omgevingsdiensten die hiervoor niet robuust zijn, inclusief de werkzaamheden van bureau milieumetingen, taken met betrekking tot vuurwerk en het toezicht op de bodemsaneringen, wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst regio Arnhem. Over de breedte van de uitvoering van deze taken worden nadere inhoudelijke en financiële afspraken tussen de regio’s gemaakt. De beschrijving van de wijze waarop de bovenregionale handhaving en vergunningverlening van de complexe bedrijven wordt uitgevoerd, zal worden geïnitieerd door de Omgevingsdienst regio Arnhem en de Omgevingsdienst regio Nijmegen. De gemeenten en de provincie hebben ervoor gekozen om aanvullend op het voorgaande nog een aantal bovenregionale taken in samenhang uit te voeren. Met deze onderlinge stelselafspraken wordt zowel tegemoet gekomen aan het principe van nabijheid en efficiency, als ook aan samenhang en kwaliteit van de omgevingsdiensten.

Om het Gelders stelsel van zes omgevingsdiensten blijvend, op een kwalitatief goed niveau te laten functioneren is het van groot belang om duurzaam met elkaar in gesprek te zijn.

De Omgevingsdienst in de Vallei voert daarover de regie en coördineert de agenda ten behoeve van dat gesprek. De Omgevingsdienst Veluwe heeft de stelseltaak Portaal GO ingericht. De stelseltaak Portaal GO geeft invulling aan de onderdelen Portaal en Communicatie. Het Portaal is de spil in de contacten tussen de Gelderse Omgevingsdiensten en externe partners, met name met Openbaar Ministerie en politie op het gebied van strafrecht en coördinatie BOA inzet en BSBM. Portaal Communicatie onderhoudt en optimaliseert communicatiekanalen en middelen binnen de Gelderse Omgevingsdiensten. Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) voert namens de Gelderse Omgevingsdiensten Ketentoezicht uit. Team Ketentoezicht richt zich op het terugdringen van milieucriminaliteit. Dit programmateam is verantwoordelijk voor de analyses, de keuze van de ketens en de uitvoeringsplanning. De ketenprogramma’s worden uitgevoerd in samenwerking met de overige omgevingsdiensten. In het Gelders stelsel heeft ketentoezicht prioriteit. De Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) coördineert de overkoepelende HRM systemen en onderhoud hierover contact met de vakbonden. Seveso-taken Vanuit het Rijk is er extra aandacht voor de kwaliteit van brede vergunningverlening onder de Omgevingswet, en toezicht en handhaving van majeure risicobedrijven.

In Gelderland werken de gemeenten en de provincie al vanaf 2007 samen bij de uitvoering van de handhaving van BRZO-taken. In 2009 is de samenwerking uitgebreid met Flevoland, Overijssel en Utrecht. Vanaf 2013 zijn voor zowel vergunningverlening als toezicht en handhaving landelijk zes omgevingsdiensten aangewezen voor deze risicovolle bedrijven. Vanaf dat moment wordt zowel de vergunningverlening als de handhaving uitgevoerd door één verantwoordelijke omgevingsdienst in de regio Oost. De verantwoordelijkheid voor uitvoerende taken wordt belegd bij Omgevingsdienst Regio Nijmegen. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het Besluit Risico’s Zware Ongevallen komen te vervallen. Per 1 januari 2024 worden BRZOinrichtingen ‘Seveso-inrichtingen’ genoemd. Artikelsgewijze toelichting gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst De Vallei na wijziging Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Hier worden begripsbepalingen toegelicht. Artikel 2 Belang Ter uitvoering van artikel 10, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt hier het belang vermeld ter behartiging waarvan de regeling is getroffen. Het begrip omgevingsrecht is in deze omschrijving ruim bedoeld en omvat op grond daarvan niet alleen het milieurecht, maar ook bouwrecht, ruimtelijke ordeningsrecht, natuurbeschermingsrecht en dergelijke.

Vanwege het belang van alle deelnemers bij een goed werkend Gelders stelsel, in verband

waarmee er relaties ontstaan tussen de omgevingsdienst en andere omgevingsdiensten bijvoorbeeld op het punt van complexe of bovenregionale taken, wordt onder de belangen van de deelnemers tevens begrepen het belang van een goede samenwerking tussen de omgevingsdiensten in Gelderland. Artikel 3 Openbaar lichaam In het eerste lid is met het oog op artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaald dat een openbaar lichaam wordt ingesteld. In het tweede lid is ter uitvoering van artikel 10, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen de vestigingsplaats vastgelegd. Het betreft hier de statutaire vestigingsplaats. Die moet worden onderscheiden van de feitelijke plaats waar het openbaar lichaam zijn taken uitvoert. Die plaats kan verschillen van de statutaire vestigingsplaats. De regeling verzet zich er bovendien niet tegen dat de taken op meerdere plaatsen worden uitgeoefend. Hoofdstuk 2 Taken, bevoegdheden en bijdragen Artikel 4 Basistaken De bestuurlijke eis van het Rijk is dat de uitvoering van ten minste de taken zoals opgenomen in het basistakenpakket worden belegd bij een omgevingsdienst. Artikel 4 komt aan die eis tegemoet door te bepalen dat de ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 de uitvoering van de basistaken worden ondergebracht bij het openbaar lichaam.

Het tweede lid bepaalt dat tot de basistaken kunnen behoren coördinerende, adviserende en ondersteunende taken in verband met de basistaken. Daarbij kan worden gedacht aan interne advisering, documentondersteuning et cetera. De omschrijving is zo gekozen dat een ruime categorie van werkzaamheden daaronder kan worden verstaan, waaronder bijvoorbeeld ook het heffen van leges. Door de formulering wordt bovendien duidelijk dat er geen verplichting bestaat om dergelijke ondersteunende taken onder te brengen. Er kunnen tussen de omgevingsdienst en een of meer deelnemers op basis van het derde lid overeenkomsten (dienstverleningsovereenkomsten) worden gesloten. Die bevatten nadere afspraken over de uitoefening van de taken, die krachtens de regeling bij de omgevingsdienst zijn ondergebracht. Afspraken kunnen onder meer worden gemaakt over de omvang en de kwaliteit van de taakuitoefening. Artikel 5 Plustaken in het omgevingsrecht Naast de basistaken als bedoeld in artikel 4 kunnen de deelnemers bij het treffen van de regeling de uitoefening van overige taken in het omgevingsrecht aan de omgevingsdienst overlaten, waaronder die milieutaken die niet tot het basistakenpakket behoren. Dit worden plustaken genoemd. Het besluit van een deelnemer tot het treffen van de regeling bevat op grond van het derde lid een opgave van die taken.

Zowel het toevoegen van taken als het terugnemen van taken vergt een wijziging van de regeling, in verband waarmee ook de bijdrage van de deelnemers, de stemverhoudingen en andere zaken in de regeling opnieuw

kunnen worden bezien. Net als bij de basistaken als bedoeld in artikel 4 kunnen ten aanzien van de in artikel 5 bedoelde taken dienstverleningsovereenkomsten worden gesloten tussen de omgevingsdienst en een of meer deelnemers. Artikel 6 Verzoektaken in het omgevingsrecht Naast het uitvoeren van de basistaken en overige taken als bedoeld in de artikelen 4 en 5 is het voorstelbaar dat de omgevingsdienst andere taken uitvoert op verzoek van een deelnemer. Het gaat daarbij om zogenaamde verzoektaken. Voor het beleggen van taken bij de omgevingsdienst die zij uitvoert op basis van de artikelen 4 en 5 is immers (zie de toelichting bij artikel 5 hierboven) een wijziging van de regeling vereist. Ook over de taken als bedoeld in artikel 6 kunnen dienstverleningsovereenkomsten worden gesloten. Artikel 7 Bovenregionale en complexe taken Dit artikel geeft een regeling voor de complexe taken die niet robuust kunnen worden uitgevoerd, alsmede de bovenregionale taken. Die begrippen zijn omschreven in artikel 1. Ten aanzien van deze taken is bestuurlijk de volgende verdeling tussen de diverse omgevingsdiensten afgesproken: 1. Ten aanzien van complexe vergunningverleningstaken die niet robuust kunnen worden uitgevoerd, met inbegrip van de taken met betrekking tot Seveso-inrichtingen, is de omgevingsdienst regio Nijmegen de uitvoerder. 2.

Het toezicht in het kader van Seveso-inrichtingen wordt uitgevoerd door de omgevingsdienst regio Nijmegen. 3. De complexe bestuursrechtelijke handhavingstaken worden uitgevoerd door de omgevingsdienst regio Arnhem, tenzij die taken in een regio robuust belegd kunnen worden. In dat geval worden die taken door de betreffende omgevingsdienst uitgevoerd. 4. De provinciale meetploeg wordt ondergebracht bij de omgevingsdienst regio Arnhem. 5. De coördinatie op de kwaliteit van de taakuitoefening en de coördinatie op de samenwerking tussen de omgevingsdiensten binnen het Gelderse stelsel worden uitgevoerd door de omgevingsdienst regio de Vallei. 6. Het portaal voor externe (kennis)partners is in combinatie met het kenniscentrum belegd bij de omgevingsdienst Veluwe. 7. Het gezamenlijke programma Ketentoezicht wordt belegd bij de omgevingsdienst Rivierenland. Het uitgangspunt blijft dat de bevoegdheid deze taak uit te voeren bij de betreffende gemeente of bij de provincie blijft. Daarmee blijft de in het gebied werkzame uitvoeringsdienst het aanspreekpunt. Over de exacte uitvoering van de complexe en bovenregionale taken zullen nadere inhoudelijke en financiële afspraken gemaakt moeten worden. De vergoeding voor de uitvoering van die taken wordt in overleg tussen alle Gelderse omgevingsdiensten vastgesteld.

Er is enerzijds een verplichting van de betreffende uitvoeringsdienst om die taken uit te voeren, en anderzijds een verplichting van de ontvangende dienst om die taken te laten uitvoeren. Dat systeem geldt ten aanzien

van alle complexe en bovenregionale taken, voor zover die bij de inwerkingtreding van de regeling niet robuust worden uitgevoerd. Het alsnog robuust worden van de omgevingsdienst op eerder niet robuuste taken leidt er derhalve toe dat de regelingen (van de vragende omgevingsdienst en van de leverende omgevingsdienst) mogelijk aangepast zal worden. Daarbij zullen ook de gevolgen voor het personeel en andere gevolgen worden betrokken. Het vijfde lid is opgenomen om de samenwerking in het kader van Seveso-inrichtingen te kunnen voortzetten die sinds enkele jaren bestaat tussen de bevoegde organen (van gemeenten en provincies) in Gelderland en Overijssel. De taken met betrekking tot Seveso-inrichtingen behoren tot de complexe taken. Binnen de provincie Gelderland vindt de aansturing van de taakuitvoering dan ook plaats op reguliere wijze, zoals die ook voor andere complexe taken geldt. Op grond van het artikellid kan een samenwerkingsovereenkomst worden gesloten met bevoegde organen in Overijssel die het mogelijk maakt dat voor de taakuitvoering in Overijssel gebruik wordt gemaakt van kennis en capaciteit binnen de Gelderse uitvoeringsdiensten. Deze samenwerking laat de bevoegdheid van de organen in Overijssel voor de inrichtingen onverlet.

Er bestaan groepen vergunningplichtige inrichtingen onder categorie 4.2 of hoger, die alleen voor het aspect geluid als complex worden aangemerkt, bijvoorbeeld scheepswerven. Het geluidsaspect is een specialisme waarop alle omgevingsdiensten in Gelderland robuust zijn. Doel van dit artikel is borging van kwaliteit. Als een bedrijf alleen ten aanzien van het aspect geluid als complex is aangemerkt, kan ook de lokale omgevingsdienst die kwaliteit leveren. Zo’n bedrijf wordt weliswaar als complex aangemerkt, maar de vergunningverlening kan door een lokale omgevingsdienst plaatsvinden, omdat ook de lokale omgevingsdienst de taak kan uitvoeren in overeenstemming met de kwaliteitscriteria. In het geval dat een bedrijf vanwege andere of meerdere specialismen als complex wordt aangemerkt, dan blijft de stelselafspraak van toepassing en levert de omgevingsdienst regio Nijmegen voor het gehele milieudeel van een vergunningaanvraag bindend integraal advies (inclusief geluidsaspect). Artikel 8 Bevoegdheden Artikel 10, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat een regeling waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld, aangeeft welke bevoegdheden aan het bestuur van het openbaar lichaam worden overgedragen. Het is een uitgangspunt van de deelnemers om aan de omgevingsdienst geen bevoegdheden over te dragen. Dat is vastgelegd in het eerste lid.

Dat neemt niet weg dat het functioneel en doelmatig kan zijn om aan (een functionaris van) de omgevingsdienst vertegenwoordigingsbevoegdheid te verlenen met betrekking tot de bevoegdheden van de deelnemers. Daarbij kan het gaan om mandaat (voor publiekrechtelijke bevoegdheden), volmacht (voor privaatrechtelijke bevoegdheden) en machtiging (voor feitelijke handelingen). In het tweede lid is bepaald dat het aan de deelnemers is om daarover te beslissen. Het gaat daarbij voor de goede orde om vertegenwoordiging, niet om het overdragen van enige

bevoegdheid. Een krachtens mandaat genomen besluit, als voorbeeld, geldt immers als een besluit van de mandaatgever. Artikel 9 Beperking privaatrechtelijke bevoegdheden Het openbaar lichaam is krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen een rechtspersoon en uit dien hoofde bevoegd tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt in artikel 55 dat bij de regeling beperkingen kunnen worden aangebracht in de bevoegdheden die het openbaarlichaam van rechtswege bezit om aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen. Artikel 9 bevat dergelijke beperkingen. Daarbij is ervoor gekozen om de deelnemers de mogelijkheid te geven toestemming te verlenen voor privaatrechtelijke rechtshandelingen die op grond van de regeling anders niet zijn toegestaan. Onder e is bepaald dat het openbaar lichaam niet bevoegd is voor commerciële dienstverlening aan private partijen. De achtergrond daarvan is om te voorkomen dat de omgevingsdienst met inzet van publieke middelen marktverstorend werkt. De deelnemers zijn van opvatting dat de overheid, ook ingeval van samenwerking in een gemeenschappelijke regeling, zich daarvan zou moeten onthouden.

Artikel 10 Bijdragen Dit artikel heeft als achtergrond dat de deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling verplicht zijn een daarbij opgericht openbaar lichaam van middelen te voorzien waardoor het de taken waartoe het is opgericht naar behoren kan vervullen. Daartoe behoren ook de financiële verplichtingen die het openbaar lichaam ter uitvoering van die taken is aangegaan. Daarnaast behoren tot de verplichte uitgaven van een openbaar lichaam evenals voor waterschappen de aflossing van schulden en renten en andere opeisbare schulden. Dat is bevestigd in de Circulaire aansprakelijkheid voor schulden van openbare lichamen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Circulaire van 8 juli 1999). Hoofdstuk 3 Algemeen Bestuur Artikel 11 Samenstelling en stemverhouding Met toepassing van artikel 13 van de Wet gemeenschappelijke regelingen worden de leden van het algemeen bestuur door en uit de deelnemende colleges (van burgemeester en wethouders, en Gedeputeerde Staten) aangewezen. Verder schrijft artikel 13 van die wet voor dat de regeling het aantal leden van het algemeen bestuur bepaalt dat door de deelnemers wordt aangewezen. Het eerst een het tweede lid voorzien daarin door het aantal leden van het algemeen bestuur te vermelden, alsmede te bepalen dat elke deelnemer een lid in het algemeen bestuur benoemt.

De aanwijzing van plaatsvervangende leden op grond van het derde lid voorziet in de behoefte van alle deelnemers, gezien de bevoegdheden van het algemeen bestuur, om vertegenwoordigd te zijn in het algemeen bestuur als het gewone lid verhinderd is. De stemverhouding als bedoeld in het vierde lid weerspiegelt de bestuurlijke afspraken die ter zake zijn gemaakt. Op basis van onderstaande

staffel zijn de stemverhoudingen in bepaald. Daarbij is de inbreng zoals die wordt voorzien gehanteerd. De stemverhouding kan dus wijzigen indien men meer taken inbrengt. Artikel 12 Aanwijzing, schorsing en ontslag leden algemeen bestuur Het algemeen bestuur is het hoogste orgaan van het openbaar lichaam. In het algemeen bestuur zijn alle deelnemers vertegenwoordigd. Het is de verantwoordelijkheid van de deelnemers om te zorgen voor het aanwijzen van de leden van het algemeen bestuur volgens het eerste en het tweede lid. Op grond van artikel 18 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, in verbinding met artikel 16, vijfde lid, van die wet is in het derde lid van artikel 12 opgenomen dat een deelnemer een lid dat hij in het algemeen bestuur heeft aangewezen, kan ontslaan indien dat lid het vertrouwen van de deelnemer niet langer bezit. In het vijfde lid is bepaald dat een lid van het algemeen bestuur ontslag kan nemen. In dat geval is het aan de deelnemer om met toepassing van het tweede lid te voorzien in opvolging. Het zesde lid is overeenkomend met artikel 13, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 13 Werkwijze Behoeft geen toelichting. Artikel 14 Bevoegdheden Dit artikel regelt de bevoegdheden van het algemeen bestuur. Ook is opgenomen welke bevoegdheden niet mogen worden overgedragen aan het Dagelijks Bestuur.

In het tweede lid is opgenomen dat het algemeen bestuur het besluit kan nemen tot oprichting van of deelneming in een rechtspersoon met in achtneming van artikel 55a van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Een dergelijk besluit mag alleen genomen worden ten behoeve van de belangen die de omgevingsdienst behartigt. De bevoegdheid ligt conform de wet bij het algemeen bestuur. In dat bestuur zijn in beginsel alle deelnemers vertegenwoordigd. Zij zijn dan ook allen betrokken bij de besluitvorming. Het besluit mag niet eerder worden genomen dan nadat de raden en staten in gelegenheid zijn gesteld om hun wensen en bedenkingen te uiten over het ontwerpbesluit. Hoofdstuk 4 Dagelijks bestuur Artikelen 15 en 16 Dagelijks bestuur De Wet gemeenschappelijke regelingen kent als hoofdregel dat het dagelijks bestuur naast de voorzitter bestaat uit twee of meer andere leden die door en uit het algemeen bestuur worden aangewezen, met inachtneming van hetgeen in de regeling is bepaald. Voor de OddV is gekozen voor een dagelijks bestuur bestaande uit drie leden, de voorzitter inbegrepen. Voor wat het ontslag van de leden van het dagelijks bestuur betreft is in artikel 16 alleen sprake van ontslag van de overige leden van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter. De voorzitter is bij wet zowel voorzitter van het algemeen bestuur als van het dagelijks bestuur.

Indien men geen vertrouwen meer heeft in

de betrokken persoon kan de voorzitter worden ontslagen door het algemeen bestuur maar dan van zowel het algemeen als het dagelijks bestuur. Artikel 17 Werkwijze Behoeft geen toelichting. Artikel 18 Bevoegdheden Behoeft geen toelichting. Hoofdstuk 5 Voorzitter Artikel 19 Voorzitter Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen is de voorzitter niet alleen voorzitter van het algemeen bestuur, maar ook van het dagelijks bestuur. De plaatsvervangend voorzitter die op grond van het tweede lid wordt aangewezen, is plaatsvervangend of waarnemend ten aanzien van alle bevoegdheden, dus ook ten aanzien van het voorzitterschap van het dagelijks bestuur en de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van het openbaar lichaam in en buiten rechte. Artikel 20 Bevoegdheden Behoeft geen toelichting. Artikel 21 Samenwerking tussen omgevingsdiensten Om op bestuurlijk niveau de samenwerking tussen de Gelderse omgevingsdiensten te waarborgen, is in de regeling(en alle andere gemeenschappelijke regelingen waarbij een omgevingsdienst in Gelderland is ingesteld) voorzien in een overleg tussen de voorzitters. Dit overleg wordt voorgezeten door de voorzitter van de OD de Vallei conform afspraken binnen het stelsel van OD’s in Gelderland.

Hoofdstuk 6 Informatie en verantwoording Artikel 22, 23, 24 Ter uitvoering van de artikelen 16 tot en met 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen houdt de regeling bepalingen in over informatie en verantwoording van het bestuur van het openbaar lichaam aan de deelnemers (met inbegrip van de gemeenteraden en Provinciale Staten). Artikel 25 Informatievoorziening deelnemers Behoeft geen toelichting Artikel 26 en 27 en 28 De artikelen 26, 27 en 28 zijn naar aanleiding van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen van 1 juli 2022 toegevoegd. Het doel van deze wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen is om de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken.

Artikel 26 Uitbrengen van zienswijze door de raad of provinciale staten Artikel 26 geeft de gemeenteraad en de provinciale staten de mogelijkheid om een zienswijze te geven over besluiten met ingrijpende financiële of maatschappelijke gevolgen. De gemeenteraad en de provinciale staten krijgen hierdoor een meer sturende positie. Zij kunnen in een vroegtijdig stadium wensen en bedenkingen naar voren brengen die betrokken kunnen worden bij het al dan niet nemen van het besluit met ingrijpende financiële of maatschappelijke gevolgen. Als de gemeenteraad of de provinciale staten geen zienswijze willen geven, dan moeten zij dat zo snel mogelijk aan het college dan wel gedeputeerde staten laten weten zodat de besluitvorming niet onnodig vertraagd wordt. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat het college de conceptzienswijze voorbereidt. De gemeenteraad moet een eigen oordeel over het besluit geven. Artikel 27 Participatie ingezetenen en belanghebbenden. Artikel 10, zevende lid, van de Wgr bepaalt dat in de gemeenschappelijke regeling moet worden vastgelegd hoe ingezetenen en belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de regeling. Er is voor gekozen om participatie voor ingezetenen en belanghebbenden niet in de regeling vast te leggen.

Participatie kan desgewenst door de gemeenteraden en provinciale staten zelf worden vormgegeven door bijvoorbeeld ingezetenen en belanghebbenden mee te laten denken over onderwerpen waarover zij een zienswijze kunnen uitbrengen. Op die manier kunnen de deelnemers zelf bepalen of, en zo ja, op welke manier zij ingezetenen en belanghebbenden in de gelegenheid willen stellen om mee te denken over besluitvorming die in de regeling plaatsvindt. Artikel 28 Evaluatie Artikel 28 bepaalt dat elke vier jaar de regeling wordt geëvalueerd. De evaluatie vindt plaats in het laatste jaar van een raadsperiode zodat de evaluatie nog uitgevoerd wordt door colleges en gemeenteraden die kennis over de gang van zaken bezitten. Artikel 28 lid 4 biedt het algemeen bestuur flexibiliteit om een aanvullende evaluatie te laten plaatsvinden mocht dat nodig zijn. Hoofdstuk 7 Directeur Artikel 29 Directeur Behoeft geen toelichting Artikel 30 Samenwerking tussen omgevingsdiensten Behoeft geen nadere toelichting Hoofdstuk 8 Financiële bepalingen Artikel 31 Kaderbrief Behoeft geen nadere toelichting. Artikel 32 Begrotingsprocedure De begroting is gebaseerd op de wettelijke regels.

De termijnen voor de begroting en de zienswijzen kunnen onder de WGR worden verruimd. De gemeenschappelijke regeling is daarop aangepast. In de praktijk zullen we eerdere termijnen hanteren, zodat besluitvorming door de raden en staten voor het zomerreces heeft plaatsgevonden. Artikel 33 Jaarrekening Behoeft geen toelichting. Artikel 34 Verdeling saldo Er ligt op grond van het eerste lid een verplichting om een beperkte reserve op te bouwen en aan te houden voor het opvangen van financiële schommelingen. Indien erin de jaarrekening sprake is van een nadelig saldo, beslist het algemeen bestuur op grond van het tweede en het derde lid. Hoofdstuk 9 Archief Artikel 35 Zorg en beheer archief Op grond van artikel 40 van de Archiefwet houdt een regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen een voorziening in omtrent de zorg voor de archiefbescheiden van bij die regeling ingestelde openbare lichamen. Hieraan wordt invulling gegeven door opneming in de regeling van artikel 34. Hoofdstuk 10 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Op grond van artikel 9 van de Wet gemeenschappelijke regelingen houdt een regeling die voor onbepaalde tijd wordt getroffen bepalingen in over wijziging, opheffing, toetreding en uittreding. De regeling voorziet daarin in hoofdstuk 10. Artikel 36 toetreding Behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 37 uittreden Zou een deelnemer besluiten uit te treden, zorgt het tweede lid ervoor dat er voldoende tijd is om de gevolgen van de uittreding te regelen. Dat gebeurt door middel van een vaststellingsovereenkomst. Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot een dergelijke overeenkomst, dat het besluit neemt met tweederde van de uitgebrachte stemmen. In de verdeling van taken tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is het aan het dagelijks bestuur om de uittreding af te wikkelen. Artikel 38 Wijziging en opheffing Het wijzigen van de regeling is onder andere aan de orde als een deelnemer extra taken bij de omgevingsdienst wil onderbrengen. Een deelnemer kan op grond van het tweede lid zelf daarom verzoeken, dan wel kan het algemeen bestuur besluiten tot wijziging van de regeling. Gaat het om opheffing van de regeling, dan zijn het vooral de personele en financiële gevolgen die geregeld moeten worden. Dat geschiedt op grond van het derde lid in een liquidatieplan. Afhankelijk van de

specifieke situatie kan dat plan bepalingen inhouden over het overnemen van personeel door deelnemers. Hoofdstuk 11 Klachten Artikel 39 Klachtenregeling Behoeft geen toelichting Hoofdstuk 12 Slot- en overgangsbepalingen Artikel 40 Inwerkingtreding Vaststellingbesluiten tot het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst de Vallei dienen op grond van artikel 3:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht door alle deelnemers bekend gemaakt te worden in de eigen gemeente/provincie. Daarnaast wordt één deelnemer (provincie Gelderland) verantwoordelijk gemaakt voor de bekendmaking van de gemeenschappelijke regeling zelf. De regeling dient door publicatie van de inhoud in het provincieblad bekend te worden gemaakt om in werking te kunnen treden. Het openbaar lichaam draagt zorg voor verwerking van de gegevens in het daartoe bestemde register (artikel 26 lid 2 juncto artikel 52, eerste lid, onder k, van de Wet). Artikel 41 Duur van de regeling Behoeft geen toelichting Artikel 42 Citeertitel Behoeft geen toelichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=369cb0d6-e53c-4aea-a7d6-a6badc7bdc8f