Bijlage 3 Quickscan Antea Group (Luchtkwaliteit).pdf
Tekst van het document
Notitie
notitienummer datum opdrachtgever auteur goedkeuring vrijgave project projectnr. betreft bijlage 1
20210914-472353-Quickscan Terminal Barneveld-rev01 14 september 2021 Gemeente Barneveld T. Sweerts D.W. ter Heide M.A.W. van de Klundert Terminal Barneveld 0472353.100 Quickscan aspect luchtkwaliteit Rekenresultaten
INLEIDING Ondernemers in de regio Barneveld hebben al langere tijd interesse in realisatie van een railterminal in de gemeente Barneveld. Dit geeft kansen om naast het wegvervoer ook spoorvervoer in te zetten, zowel richting de haven van Rotterdam als het Europese achterland naar het oosten. Als beide modaliteiten ter beschikking, zijn kunnen regionale ondernemers meer duurzaam vervoeren en per transportkilometer minder CO2 uitstoten. Het zoekgebied voor de terminal is weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 1: Ligging zoekgebied terminal en mogelijke ontsluitingswegen
WETTELIJK KADER De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (Wm). In samenhang met Titel 5.2 zijn de grenswaarden voor luchtkwaliteit in bijlage 2 van de Wm opgenomen. In Titel 5.2 Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: a. Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden; b. Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
blad 1 van 4
notitienummer: 20210914-472353-Quickscan Terminal Barneveld-rev01 betreft: Quickscan aspect luchtkwaliteit
c. d.
Het besluit draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM10); Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (ook wel NSL genoemd).
Bij Titel 5.2 Wm horen uitvoeringsregels die zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder andere om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit gevoelige bestemmingen. Grenswaarden De (Europese) grenswaarden voor de concentraties van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht zijn vastgelegd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Deze grenswaarden zijn gericht op de bescherming van de gezondheid van mensen en dienen op voorgeschreven data te zijn bereikt. Voor stikstofdioxide (NO2) en voor fijn stof (PM10) is deze grenswaarde 40 µg/m3. Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een plan/project niet in betekenende mate bijdraagt aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10. Echter zijn in het Besluit ook gebieden opgenomen waarbinnen de NIBM-grondslag niet kan worden toegepast. Het zoekgebied voor de terminal ligt tegen een dergelijk uitzonderingsgebied aan. Derhalve is binnen deze quickscan ervoor gekozen om een toets aan de grenswaarden uit te voeren. UITGANGSPUNTEN Voor de terminal worden de uitgangspunten gehanteerd, die volgen uit de quickscan vervoersbewegingen Railterminal Barneveld, d.d. augustus 2021.
Om de (on)mogelijkheden voor het aspect luchtkwaliteit aan te geven is het hoge scenario aangehouden. In de genoemde quickscan is onder andere het volgende opgenomen: • Er is gerekend met 50 werkweken per jaar. • Er komen 8 shuttles (treinen) per werkweek. • In totaal wordt er 56.760 TEU (Twenty foot Equivalent Unit) op jaarbasis vervoerd. • Een shuttle is circa 4 uur op de terminal aanwezig. • De 8 shuttles per werkdag leiden tot 237 vrachtwagenbewegingen per werkdag. • Van de vrachtwagens gaat 90% richting de A1/A30 en industrieterrein Harselaar. • Van de vrachtwagens gaat 10% richting de N800. • De Wencopperweg vanaf de kruising met de Hanzeweg richting het westen is afgesloten voor zwaar verkeer. • De Wencopperweg vanaf de kruising met de Grote Bosweg richting het oosten is afgesloten voor zwaar verkeer. De overige uitgangspunten zijn uit het rapport STREAM Goederenvervoer van CE Delft, d.d. januari 2017 gehaald. Hierin staat onder andere het volgende: • Gemiddeld weegt 1 TEU circa 10,5 ton. • De emissiefactor voor containervervoer van een shuttle van gemiddelde lengte is 0,36 g/tkm. Op basis van expert judgement zijn de volgende uitgangspunten toegevoegd: • Van de 4 uur is circa 3 uur een reachstacker (150 kW) bezig met het verladen van de shuttles. • Circa 50% van de shuttles zijn diesel aangedreven. • Voor deze quickscan laten we de PM2,5 emissies buiten beschouwing.
Indien voor PM10 aan de grenswaarden wordt voldaan, kan worden gesteld dat dit ook voor PM 2,5 geldt. PM2,5 is namelijk een deelverzameling van PM10 en het project zal geen significante invloed op de verhouding tussen de twee stoffen hebben. • We modelleren circa 2 km spoor. Daarna wordt verondersteld dat de shuttles zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. • De vrachtwagenbewegingen worden gemodelleerd tot de kruising Transportweg/Hanzeweg of tot de kruising Hanzeweg/Wencopperweg. Hierna is verondersteld dat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
blad 2 van 4
notitienummer: 20210914-472353-Quickscan Terminal Barneveld-rev01 betreft: Quickscan aspect luchtkwaliteit
• •
Er wordt uitgegaan van een 25-tal bewegingen van lichte motorvoertuigen (personenauto’s/busjes) per gemiddelde weekdag. Dit houdt in circa 37 motorvoertuigbewegingen per werkdag. Als rekenjaar wordt 2021 gehanteerd. Dit is worst-case aangezien emissies naar de toekomst toe steeds schoner worden.
Wegverkeer Ondanks dat er nabij de locatie sprake is van een NIBM-uitzonderingsgebied, kan wel gebruik gemaakt worden van de NIBM-tool. Dit is een tool om met worst-case instellingen de concentratietoename van een gegeven verkeersgeneratie te bepalen. Met de NIBM-tool (versie 06-04-2021) is de maximale toename van de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 berekend als gevolg van het extra verkeer. De NIBM-tool gaat uit van de voor luchtkwaliteit meest ongunstige situatie en berekent daardoor het maximale effect. In onderstaande tabel is de berekening met de NIBM-tool opgenomen.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2021
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen 262 (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer 90,5% Maximale bijdrage extra verkeer
NO2 in μg/m3
1,80
PM10 in μg/m3
0,21
Overige emissies Voor de reachstacker wordt uitgegaan van STAGE V (nieuw). Voor de shuttles is uitgegaan van de emissiefactor zoals verwoord in het STREAM rapport. De gehanteerde uitgangspunten leiden tot onderstaande emissies. Tabel 1: Emissie ten gevolge van overige Activiteit
Inzet
Emissies [kg/jaar]
Reachstacker
1.200 uur
110 kg/jaar
Shuttle (dieselaandrijving)
50% van 56.760 TEU
215 kg/jaar
Op basis van bovenstaande emissies en expert judgement kan worden geconcludeerd dat de bijdrage in concentraties op relevante toetslocaties zeer beperkt zal zijn. Op basis van een conservatieve schatting wordt voor NO2 maximaal 2,0 µg/m3 en voor PM10 maximaal 0,2 µg/m3 gehanteerd. Achtergrondconcentraties Om een goed beeld te krijgen van de totale concentraties (= achtergrond + projectbijdrage) is gebruik gemaakt van de resultaten uit de NSL Monitoringstool (monitoringsronde 2020). Met de Monitoringstool wordt de luchtkwaliteit jaarlijks in beeld gebracht langs de drukste wegen in Nederland, zowel voor het gepasseerde jaar als voor de toekomst. De Monitoringstool wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de generieke invoergegevens van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de verkeersgegevens voor de rijkswegen en de wegen in beheer van provincies en gemeenten. De (maximale) concentraties ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling zijn in onderstaande tabel in beeld gebracht voor de meest kritische stoffen in Nederland: NO2 en PM10.
blad 3 van 4
notitienummer: 20210914-472353-Quickscan Terminal Barneveld-rev01 betreft: Quickscan aspect luchtkwaliteit
Tabel 2: Achtergrondconcentraties in µg/m3 Stof
2020
2030
Stikstofdioxide (NO2)
24,1
16,0
Grenswaarde 40
Fijn stof (PM10)
19,6
17,0
31,21
RESULTATEN Om een toets aan de grenswaarden te kunnen uitvoeren is niet alleen de achtergrondconcentratie van belang, maar ook de bijdrage van de ontwikkeling zelf. De achtergrondconcentratie en de geringe bijdrage van het wegverkeer, alsmede de overige emissies leidt in totaal tot onderstaande concentraties. Tabel 3: Totale concentraties in µg/m3 Stof
Achtergrond
Verkeer
Overig
Totaal
Grenswaarde
Stikstofdioxide (NO2)
24,1
1,8
2,0
27,9
40
Fijn stof (PM10)
19,6
0,21
0,2
20,01
31,2
CONCLUSIE Op basis van de gekozen uitgangspunten en het berekende resultaat volgt dat de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 minder is dan de voorgeschreven grenswaarden voor beide stoffen. Op basis hiervan is het aannemelijk dat de voorgenomen ontwikkeling zeer waarschijnlijk niet zal leiden tot een grenswaarde overschrijding. Hierdoor staat de luchtkwaliteit op grond van artikel 5.16, lid 1, onder a verdere besluitvorming zeer waarschijnlijk niet in de weg.
Dit document is vertrouwelijk. Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Algemene voorwaarden en privacyverklaring 1 Bij een jaargemiddelde concentratie PM
3 10 van meer dan 31,2 µg/m is sprake van meer dan 35 keer overschrijding van de grenswaarde voor de 24uursgemiddelde concentratie PM10 (50 µg/m3)
blad 4 van 4