CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Ontwerp gemeenschappelijke Regeling OddV

Gemeenteraad 14 maart 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Wijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst de Vallei4.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwerp Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst de Vallei (6 februari 2024) Intitulé Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst de Vallei De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Ede, Barneveld, Nijkerk, Wageningen en Scherpenzeel, en het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; Overwegingen: De deelnemers oefenen bevoegdheden uit op grond van onder andere de Omgevingswet, waaronder bevoegdheden tot het beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen, het houden van toezicht en het beslissen over bestuursrechtelijke handhaving van wettelijke voorschriften. De minister van VROM heeft aangedrongen op de vorming van uitvoeringsdiensten op regionale schaal en de provincie verzocht een proces te organiseren waarin dat gestalte krijgt. Naar aanleiding daarvan hebben de colleges van alle Gelderse gemeenten en het college van Gedeputeerde Staten op 3 november 2009 een intentieverklaring ondertekend. In die intentieverklaring zijn als uitgangspunten opgenomen: 1. dat de op te richten omgevingsdiensten de vorm van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen krijgen; 2. dat de omgevingsdiensten zelf geen beleidstaken uitvoeren en dat de bestuurlijke bevoegdheden door de bevoegde gezagen zelf moeten worden uitgevoerd; 3.

dat voor wat de omvang van het werkterrein van de omgevingsdiensten betreft de samenwerking wordt gebaseerd op de bestaande regionale samenwerkingsverbanden in Gelderland (Gelders Stelsel). De deelnemers hebben in het licht van de intentieverklaring gezamenlijk besloten tot oprichting van een omgevingsdienst die de juridische vorm heeft van een openbaar lichaam in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Deze omgevingsdienst is onderdeel van een stelsel van omgevingsdiensten in de provincie Gelderland, waarbij bepaalde taken op bovenregionale schaal kunnen worden belegd. De raden van de gemeenten Ede, Barneveld, Nijkerk, Wageningen en Scherpenzeel, en Provinciale Staten van de provincie Gelderland hebben toestemming verleend als bedoeld in artikel 51 lid 4 Wet gemeenschappelijke regelingen; De gemeenschappelijke regeling is in werking getreden op 14 november 2012

Gelet op: het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Provinciewet en de Gemeentewet; Pagina 1 van 14

de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024; Besluiten: De gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst de Vallei te wijzigen zodat zij als volgt komt te luiden.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. basistaken: taken als bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit; b. bovenregionale taken: taken die ten behoeve van de deelnemers en van deelnemers aan andere omgevingsdiensten in Gelderland worden verricht, niet zijnde complexe taken; c. burgemeester en wethouders: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; d. complexe taken: taken ten aanzien van ° vergunningplichtige milieubelastende activiteiten die zijn of worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering, editie 2009; of ° milieubelastende activiteiten waarop de Richtlijn industriële emissies van toepassing is; of ° overige milieubelastende activiteiten die vallen onder provinciaal bevoegd gezag; e. directeur: directeur van het openbaar lichaam; f. Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland; g. gemeenteraden: de raden van de gemeenten waartoe de deelnemers behoren; h. openbaar lichaam: het openbaar lichaam Omgevingsdienst de Vallei; i. deelnemers: de bestuursorganen die deze regeling hebben vastgesteld; j. Provinciale Staten: Provinciale Staten van Gelderland; k. regeling: de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst de Vallei; l. Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen; 2.

Onder openbaar lichaam worden tevens de organen (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter) en de medewerkers van het openbaar lichaam verstaan. 3. Onder deelnemers worden tevens begrepen de rechtspersonen waarvan deelnemers bestuursorgaan zijn. 4. Uitgezonderd van de complexe taken zijn de volgende vergunningsplichtige milieubelastende activiteiten die zijn of worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering, editie 2009: ° het exploiteren van een IPPC-installatie voor het houden van pluimvee of varkens als bedoeld in de Richtlijn industriële emissies categorie 6.6; ° activiteiten ten behoeve van cultuur, sport en recreatie (SBI 9321, 931.1 t/m 931.10, 931.B t/m 931.D en 93299); ° het exploiteren van een rangeerterrein (SBI 491, 492.2); ° activiteiten ten behoeve van trafostations (SBI 35.C4 en 35.C5) en de schakelstations van het 380 KV hoogspanningsnet; Pagina 2 van 14

° agrarische activiteiten waarbij mest wordt verwerkt als nevenactiviteit, waarbij die mest uitsluitend afkomstig is uit de eigen activiteiten; ° activiteiten met een helikopterstandplaats als nevenactiviteit (SBI 5223.B); ° activiteiten met betrekking tot betonmortel en -waren (SBI 23611, 2363, 2364, 2365 en 2369), voor zover er geen sprake is van een IPPC-installatie; ° activiteiten met betrekking tot rioolwaterzuiveringen (SBI 3700), voor zover er geen sprake is van een IPPC-installatie. Artikel 2 Belang De regeling is ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers ter zake van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het kader van het omgevingsrecht. Onder de belangen van de deelnemers wordt tevens begrepen het belang van een goede samenwerking tussen de omgevingsdiensten in Gelderland. Artikel 3 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd openbaar lichaam Omgevingsdienst de Vallei. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd in Ede. 3. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Hoofdstuk 2 Taken, bevoegdheden en bijdragen Artikel 4 Basistaken 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 brengen de deelnemers de uitvoering van de basistaken onder bij het openbaar lichaam. 2.

Tot de basistaken kunnen behoren coördinerende, adviserende en ondersteunende taken in verband met de basistaken. 3. Over het uitvoeren van de basistaken worden afzonderlijke overeenkomsten gesloten tussen de deelnemer en het openbaar lichaam. Artikel 5 Plustaken in het omgevingsrecht 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 kunnen de deelnemers bij het treffen van de regeling de uitvoering van plustaken in het omgevingsrecht onderbrengen bij het openbaar lichaam. De taken die de deelnemers inbrengen hebben betrekking op het Omgevingswet-takenpakket. 2. Tot de taken bedoeld in het eerste lid kunnen behoren coördinerende, adviserende en ondersteunende taken in verband met die taken. 3. Het besluit van een deelnemer tot deelname aan de regeling bevat een opgave van de taken bedoeld in het eerste lid. 4. Over het uitvoeren van de taken bedoeld in het eerste lid worden afzonderlijke overeenkomsten gesloten tussen de deelnemer die het aangaat en het openbaar lichaam.

Pagina 3 van 14

Artikel 6 Verzoektaken in het omgevingsrecht 1. Op verzoek van een deelnemer voert het openbaar lichaam andere uitvoerende, coördinerende, adviserende en ondersteunende taken op het gebied van het omgevingsrecht uit dan bedoeld in de artikelen 4 en 5. 2. Over de uitvoering van de andere taken worden afzonderlijke overeenkomsten gesloten tussen de deelnemer en het openbaar lichaam. Artikel 7 Bovenregionale taken en complexe taken 1. Het openbaar lichaam is gehouden bovenregionale taken en complexe taken die niet in overeenstemming met de kwaliteitscriteria versie 2.2, dan wel de daarvoor in de plaats getreden nieuwe versie of andere wet- en regelgeving, kunnen worden uitgevoerd door het openbaar lichaam, te laten uitvoeren door andere omgevingsdiensten in Gelderland die de taken aan zich hebben getrokken. 2. Het openbaar lichaam is gehouden bovenregionale taken en complexe taken die het openbaar lichaam aan zich heeft getrokken, uit te voeren voor andere omgevingsdiensten in Gelderland. 3. De taken worden uitgevoerd tegen vergoeding van de tussen de omgevingsdiensten in Gelderland overeengekomen kosten. 4. Over de uitvoering van bovenregionale en complexe taken kunnen overeenkomsten worden gesloten tussen het openbaar lichaam en andere omgevingsdiensten in Gelderland. 5.

Over de uitvoering van complexe taken en bovenregionale taken kunnen in daarvoor in het bijzonder aangewezen gevallen samenwerkingsovereenkomsten worden gesloten tussen een omgevingsdienst en andere overheidsorganen. Artikel 8 Bevoegdheden 1. De deelnemers dragen geen publiekrechtelijke bevoegdheden over aan het openbaar lichaam. 2. De deelnemers beslissen ieder afzonderlijk over de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan het openbaar lichaam. Artikel 9 beperking privaatrechtelijke bevoegdheden Het openbaar lichaam is behoudens instemming van de deelnemers niet bevoegd tot: a. het aangaan van geldleningen, waaronder begrepen het aangaan van rekening courant-verhoudingen met een hoger gezamenlijk maximum dan € 500.000,-; b. het vestigen van opstal-, pand- en hypotheekrechten; c. het afgeven van garanties of andere waarborgen; d. het in erfpacht aannemen of uitgeven van roerende of onroerende zaken; e. het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken; f. het oprichten van en het deelnemen in een rechtspersoon, met uitzondering van het oprichten van en het deelnemen in beroepsverenigingen binnen de omgevingsdiensten; g. commerciële dienstverlening aan private partijen.

Pagina 4 van 14

Artikel 10 Bijdragen 1. De deelnemers dragen bij aan de kosten van het goed functioneren van het openbaar lichaam en het uitoefenen van de bij hem ondergebrachte taken als bedoeld in artikel 4 en artikel 5. 2. Daarenboven vergoedt elke deelnemer de kosten voor het uitvoeren van taken als bedoeld in artikel 6. 3. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor het jaar waar de begroting betrekking op heeft. 4. vervalt 5. vervalt 6. De deelnemers dragen er steeds zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen. 7. De deelnemers betalen de bijdragen als bedoeld in lid twee van dit artikel per kwartaal vooruit, te weten vijfentwintig procent van de verschuldigde bijdrage. Hoofdstuk 3 Algemeen bestuur Artikel 11 Samenstelling en stemverhouding 1. Het algemeen bestuur bestaat uit 6 personen, waaronder de voorzitter. 2. Elke deelnemer wijst uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur aan. 3. Elke deelnemer wijst uit zijn midden een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur aan. 4. De leden van het algemeen bestuur hebben het volgende aantal stemmen: Ede Barneveld Nijkerk Wageningen Scherpenzeel Provincie

2 1 1 1 1 1

Artikel 12 Aanwijzing, schorsing en ontslag leden algemeen bestuur 1. De deelnemers wijzen de leden van het algemeen bestuur aan. 2. Als tussentijds een vacature in het algemeen bestuur ontstaat, wijst de deelnemer in zijn eerstvolgende vergadering of ten spoedigste daarna een nieuw lid aan. 3. Een lid van het algemeen bestuur kan door de deelnemer die hem heeft aangewezen ontslag worden verleend of worden geschorst als dit lid het vertrouwen van die deelnemer niet meer bezit. Het ontslag gaat onmiddellijk in. 4. Van elke aanwijzing, schorsing of ontslag geeft de deelnemer die het aangaat terstond kennis aan de voorzitter. 5. Een lid van het algemeen bestuur kan ontslag nemen. Hij stelt de voorzitter en de deelnemer die hem heeft aangewezen hiervan tijdig op de hoogte. Het ontslag gaat in zodra in opvolging is voorzien. Pagina 5 van 14

6. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege zodra het lid geen lid meer is van de deelnemer die hem heeft aangewezen. 7. Lid 1 tot en met 6 zijn van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende leden. Artikel 13 Werkwijze 1. Het algemeen bestuur vergadert zo dikwijls als hij dat nodig oordeelt, alsmede indien het dagelijks bestuur of een lid van het algemeen bestuur daarom verzoekt, doch ten minste twee maal per jaar. 2. In de vergadering van het algemeen bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten als ten minste de helft van de leden aanwezig is. 3. Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, schrijft de voorzitter een nieuwe vergadering uit waarop lid 2 niet van toepassing is. Tussen de twee vergaderingen zit minimaal een werkdag. 4. In een vergadering als bedoeld in lid 3 kan alleen worden beraadslaagd en besloten over andere aangelegenheden dan die waarvoor de oorspronkelijke vergadering was belegd indien meer dan de helft van de leden aanwezig is, de voorzitter niet meegerekend. 5. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden. Artikel 14 Bevoegdheden 1. Het algemeen bestuur stelt de begroting en de jaarrekening vast. Voor besluiten gericht op het vaststellen van de begroting is tweederde deel van de stemmen vereist. 2.

Het algemeen bestuur is belast met het aangaan van arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, schorsing en ontslag van de directeur. 3. Het algemeen bestuur stelt een regeling vast omtrent de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam, alsmede de arbeidsvoorwaardenregelingen voor de directeur en het overige personeel. 4. Het algemeen bestuur stelt alle overige regelingen vast die noodzakelijk zijn. 5. Het algemeen bestuur is bevoegd tot het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten. 6. Het algemeen bestuur kan instructies geven voor de werkwijze van het dagelijks bestuur. 7. De bevoegdheid genoemd in het vijfde lid kan worden overgedragen aan het dagelijks bestuur. 8. Het algemeen bestuur beslist over alle andere aangelegenheden waarvoor de bevoegdheid niet op grond van de Wet of deze regeling aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter toekomt. Hoofdstuk 4 Dagelijks bestuur Artikel 15 Dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur bestaat naast de voorzitter uit tenminste twee en maximaal vier andere leden.

Pagina 6 van 14

2. De leden van het dagelijks bestuur hebben ieder één stem. Ingeval van het staken van de uitgebrachte stemmen is de stem van de voorzitter beslissend. Artikel 16 Aanwijzing, schorsing en ontslag leden dagelijks bestuur 1. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter aan. 2. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt zodra het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt of wanneer een ontslag uit het dagelijks bestuur ingaat. 3. Als tussentijds een vacature in het dagelijks bestuur ontstaat, wijst het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering of ten spoedigste daarna een nieuw lid aan. 4. Een lid van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, kan te allen tijden ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur. Het ontslag gaat in zodra in opvolging is voorzien. 5. Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, ontslag verlenen of schorsen als dat lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Het ontslag gaat onmiddellijk in. Artikel 17 Werkwijze 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of een lid van het dagelijks bestuur hierom verzoekt. 2. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. 3.

In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten als ten minste de helft van de leden aanwezig is. 4. Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, schrijft de voorzitter een nieuwe vergadering uit waarop lid 2 niet van toepassing is. Tussen de twee vergaderingen zit minimaal een werkdag. 5. In een vergadering als bedoeld in lid 3 kan alleen worden beraadslaagd en besloten over andere aangelegenheden dan die waarvoor de oorspronkelijke vergadering was belegd indien meer dan de helft van de leden aanwezig is. 6. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. Artikel 18 Bevoegdheden 1. Het dagelijks bestuur is belast met en bevoegd tot het voeren van het dagelijks bestuur, waaronder in ieder geval wordt verstaan: a. het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter beraadslaging en besluitvorming wordt voorgelegd; b. het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur; c. het voorstaan van de belangen van de regeling en het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen en diensten waarmee, of personen met wie contact met het dagelijks bestuur van belang is; d. het beheer van activa en passiva van het openbaar lichaam; e. het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht en eigendom.

Pagina 7 van 14

2. Het dagelijks bestuur bepaalt de wijze waarop de directeur bij verhindering of ontstentenis wordt vervangen. 3. Het dagelijks bestuur stelt voor de directeur een instructie vast die ten minste de taken van de directeur en de aansturing van het personeel betreft. 4. Het dagelijks bestuur kan in afwijking van artikel 14 lid 2 in spoedeisende gevallen tot schorsing van de directeur overgaan. Het dagelijks bestuur doet daarvan terstond mededeling aan het algemeen bestuur. De schorsing vervalt, wanneer het algemeen bestuur haar niet in zijn volgende vergadering bekrachtigt. 5. Het dagelijks bestuur is belast met het aangaan van arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht, het ontslaan en schorsen van het personeel, met uitzondering van de directeur.

Hoofdstuk 5 Voorzitter Artikel 19 Voorzitter 1. Het algemeen bestuur wijst in zijn eerste vergadering na inwerkingtreding van deze regeling uit zijn midden de voorzitter aan. 2. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan die de voorzitter vervangt bij diens verhindering of ontstentenis. 3. Als tussentijds de functie van de voorzitter vacant wordt, wijst het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering of ten spoedigste daarna de nieuwe voorzitter aan. 4. De voorzitter is lid van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Artikel 20 Bevoegdheden 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter ondertekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. 3. De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. Artikel 21 Samenwerking tussen omgevingsdiensten 1. De voorzitter voert geregeld overleg met de voorzitters van de dagelijkse besturen van de andere omgevingsdiensten in Gelderland. Het overleg heeft als doel het bevorderen van een goede samenwerking tussen de omgevingsdiensten. 2. De voorzitter van de Omgevingsdienst de Vallei is voorzitter van het overleg. 3.

Het overleg doet zo nodig voorstellen aan de deelnemers voor de programmering van bovenregionale taken.

Hoofdstuk 6 Informatie en verantwoording Artikel 22 Dagelijks bestuur en voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur

Pagina 8 van 14

1. De leden van het dagelijks bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven gevraagd en ongevraagd aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven tezamen en ieder afzonderlijk inlichtingen aan het algemeen bestuur wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt. Artikel 23 Algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden en Provinciale Staten 1. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten en Provinciale Staten gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de gemeenteraden en Provinciale Staten alle inlichtingen die door een of meer leden van die gemeenteraden of Provinciale Staten worden verlangd. 3. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is aan de gemeenteraad of Provinciale Staten verantwoording verschuldigd voor het door hem gevoerde bestuur. Artikel 24 Leden algemeen bestuur ten opzichte van deelnemers 1.

Een lid van het algemeen bestuur verschaft de deelnemer die hem als lid heeft aangewezen alle inlichtingen die door die deelnemer of door een of meer leden van die deelnemer worden verlangd. 2. Alvorens de gevraagde inlichtingen zoals bedoeld in het eerste lid te verstrekken, kan het lid zich daarover laten adviseren door het dagelijks bestuur. 3. Een lid van het algemeen bestuur is de deelnemer die hem als lid heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde bestuur op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die deelnemer aangegeven wijze. Artikel 25 Informatievoorziening omgevingsdiensten Het openbaar lichaam zorgt ervoor dat wordt voldaan aan de volgende voorwaarden ten aanzien van informatievoorziening: a. deelnemers kunnen op elk moment beschikken over de relevante informatie met betrekking tot vergunningverlening, toezicht en handhaving ten aanzien waarvan zij het bevoegd gezag zijn; b. de wijze van benadering en ontsluiting van die informatie is afgestemd met die van de andere omgevingsdiensten, c. investeringen in informatievoorziening worden zoveel als mogelijk gedaan in het licht van een samenhangend stelsel van informatievoorziening.

Artikel 26 Uitbrengen van zienswijze door de raad of Provinciale Staten Pagina 9 van 14

1. Voorafgaand aan het nemen van de in het derde lid van dit artikel genoemde besluiten door het bestuur worden de raden van de deelnemende gemeenten en Provinciale Staten gedurende 8 weken in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren brengen. Zienswijzen kunnen zowel schriftelijk als mondeling naar voren worden gebracht. 2. Als op grond van het eerste lid zienswijzen naar voren zijn gebracht, dan stelt het dagelijks bestuur voorafgaand aan het nemen van een besluit, de raden van de deelnemende gemeenten, Provinciale Staten en, indien het een besluit van het algemeen bestuur betreft, het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 3. De raden van de deelnemende gemeenten en Provinciale Staten worden in de gelegenheid gesteld om zienswijzen in te dienen over besluiten met ingrijpende financiële of maatschappelijke gevolgen. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op beschikkingen zoals bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting en besluiten zoals bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb. Artikel 27 Participatie ingezetenen en belanghebbenden De regeling voorziet niet in participatie door ingezetenen en belanghebbenden.

De deelnemende gemeente- en provinciebesturen bepalen ieder voor zich of, en zo ja, op welke wijze ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling worden betrokken. Artikel 28 Evaluatie 1. Deze regeling wordt eens in de vier jaar geëvalueerd. 2. De evaluatie vindt plaats in het laatste jaar van een raadsperiode. 3. Het algemeen bestuur regelt de wijze waarop de evaluatie plaatsvindt. 4. Het algemeen bestuur kan bepalen dat een aanvullende evaluatie plaatsvindt die afwijkt van de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen. Hoofdstuk 7 Directeur Artikel 29 Directeur 1. De directeur fungeert als ambtelijk secretaris voor het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en is als zodanig het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter behulpzaam in alles dat de hun opgedragen taak aangaat. 2. De directeur is in de vergadering van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig. 3. De directeur ondertekent mede de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. 4. De directeur is hoofd van de ambtelijke organisatie. Artikel 30 Samenwerking tussen omgevingsdiensten 1. De directeur voert geregeld overleg met de directeuren van de andere omgevingsdiensten in Gelderland. Het overleg heeft als doel het bevorderen van een goede samenwerking tussen de diensten. Pagina 10 van 14

2. De directeur van de Omgevingsdienst de Vallei is voorzitter van het overleg. Hoofdstuk 8 Financiële bepalingen Artikel 31 Kaderbrief Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 januari van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de gemeenteraden en aan Provinciale Staten. Artikel 32 Begrotingsprocedure 1. De vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur, zoals bedoeld in artikel 58, eerste lid, van de Wet geschiedt niet eerder dan 12 weken nadat deze aan de gemeenteraden en Provinciale Staten is verzonden. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 59, eerste lid, van de Wet zorgt het dagelijks bestuur vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient voor de in dat lid bedoelde toezending van de ontwerpbegroting vergezeld van een behoorlijke toelichting. 3. In de begroting wordt het door elk van de deelnemers over het desbetreffende jaar verschuldigde bedrag opgenomen. 4. Het dagelijks bestuur houdt bij het opstellen van de ontwerpbegroting rekening met de door Provinciale Staten en de gemeenteraden opgestelde begrotingsrichtlijnen. 5. De ontwerpbegroting wordt door de deelnemers voor eenieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaar stelling wordt openbaar kennis gegeven. 6.

Provinciale Staten en de gemeenteraden vergaderen niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving over de ontwerpbegroting. Zij kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen, voorzien van zijn reactie, toe aan de ontwerpbegroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 7. Terstond na de vaststelling van de begroting zendt het algemeen bestuur de begroting aan Provinciale Staten en de gemeenteraden, die ter zake bij de minister hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september aan de minister. 9. Dit artikel is, met uitzondering van de daarin genoemde data, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Artikel 33 Jaarrekening 1. De vaststelling van de jaarrekening als bedoeld in artikel 58, derde lid, van de Wet geschiedt vóór 1 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Artikel 32 lid 2 van de regeling is van overeenkomstige toepassing. 3. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli aan de minister. 4.

Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

Pagina 11 van 14

5. In de rekening wordt het door elk van de deelnemers over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 6. Verrekening van het verschil tussen hetgeen op grond van artikel 10 van deze regeling is bepaald enerzijds en hetgeen op basis van de rekening is verschuldigd anderzijds vindt plaats zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de rekening. Artikel 34 Verdeling saldo 1. Een batig saldo van de jaarrekening wordt toegevoegd aan de reserves tot een maximum van 5% van de jaarlijkse exploitatielasten of € 500.000 en wel de laagste van deze twee. 2. Het algemeen bestuur beslist of een nadelig saldo van de jaarrekening: a. geheel of gedeeltelijk ten laste van bestaande reserves zal worden gebracht; of b. geheel of gedeeltelijk ten laste van de deelnemers zal worden gebracht naar rato van de begroting. 3. Het besluit, zoals bedoeld in het tweede lid, sub b, van dit artikel, behoeft tweederde deel van de uitgebrachte stemmen. Hoofdstuk 9 Archief Artikel 35 Zorg en beheer archief 1. De zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam zal worden ondergebracht op de vestigingslocatie van de centrale staf van de Omgevingsdienst de Vallei. 2.

Ten aanzien van de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam, alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer zijn de voorschriften, zoals deze gelden op de onder lid 1 bedoelde vestigingslocatie, van overeenkomstige toepassing. 3. De aan de uitvoering van het eerste lid verbonden kosten komen ten laste van het openbaar lichaam. 4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden is het archief ter vestigingslocatie van de centrale staf de archiefbewaarplaats. 5. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de zorg en het beheer als bedoeld in het eerste lid. Hoofdstuk 10 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 36 Toetreding 1. De deelnemers zijn bevoegd te beslissen over toetreding van nieuwe deelnemers tot de regeling. Het algemeen bestuur wordt in de gelegenheid gesteld hierover zijn zienswijze bekend te maken. 2. De deelnemers regelen de voorwaarden voor toetreding. Artikel 37 Uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer.

Pagina 12 van 14

2. Het besluit tot uittreding wordt niet later genomen dan een jaar voorafgaand aan de datum waarop de uittreding plaatsvindt. Uittreding is slechts mogelijk met ingang van 1 januari. 3. Het algemeen bestuur stelt een uittredingsplan vast. De daarin opgenomen verplichtingen zijn bindend. 4. Het uittredingsplan als bedoeld in lid 3 behoeft tweederde van de uitgebrachte stemmen. 5. Het dagelijks bestuur ziet toe op de uittreding en de vereffening van de financiële verplichtingen. 6. Tot uittreding kan niet eerder worden besloten dan na verkregen toestemming van de raden, onderscheidelijk Provinciale Staten van de betrokken deelnemers. Artikel 38 Wijziging en opheffing 1. De regeling kan tussentijds worden gewijzigd of opgeheven als ten minste tweederde van de deelnemers daartoe besluit. 2. De regeling kan niet eerder worden gewijzigd dan na verkregen toestemming van de raden, onderscheidenlijk Provinciale Staten van de betrokken deelnemers. 3. Deelnemers en het algemeen bestuur zijn bevoegd een wijziging in de regeling aan de deelnemers in overweging te geven via een daartoe strekkend voorstel. Het dagelijks bestuur zendt het voorstel van het algemeen bestuur toe aan de deelnemers. 4.

Ingeval van opheffing van de regeling stelt het algemeen bestuur vooraf, na overleg met de deelnemers, een liquidatieplan vast waarin in ieder geval wordt aangegeven wat de gevolgen zijn die de beëindiging heeft voor het personeel en de wijze waarop het positieve of negatieve saldo van het openbaar lichaam over de deelnemers wordt verdeeld. 5. Het liquidatieplan als bedoeld in lid 3 behoeft tweederde van de uitgebrachte stemmen. 6. Het dagelijks bestuur is belast met de vereffening van de financiële verplichtingen. 7. Zo nodig blijven de organen van de regeling na het tijdstip van opheffing in functie totdat de liquidatie is voltooid. Hoofdstuk 11 Klachten Artikel 39 Klachtenregeling Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van hoofdstuk 9, titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, een interne klachtenregeling vast. Hoofdstuk 12 Slot- en overgangsbepalingen Artikel 40 Inwerkingtreding 1. De regeling treedt in werking een dag nadat deze op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. 2. Gedeputeerde Staten dragen zorg voor de in artikel 26, eerste lid van de Wet bedoelde publicatie in het Provinciaal blad van Gelderland.

Pagina 13 van 14

Artikel 41 Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 42 Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als: gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst de Vallei.

Pagina 14 van 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9f366402-0778-4f00-a2b5-20d9cbdf661e