Bijlage 3: B-1.10 Besluit B&W inzake Memo sturingsmogelijkheden budgetten Participatiewet d.d. 28-7-20.pdf
Tekst van het document
Bundel van de Besluitenlijst Burgemeester en Wethouders van 28 juli 2020
5
Memo sturingsmogelijkheden budgetten Participatiewet (SOC-KER) Dossier 811 voorblad.pdf collegevoorstel memo sturingsmogelijkheden budgetten Participatiewet.docx Memo sturingsmogelijkheden budgetten Participatiewet .docx
5 Memo sturingsmogelijkheden budgetten Participatiewet (SOC-KER) 1 Dossier 811 voorblad.pdf
Besluitenlijst Burgemeester en Wethouders Dossiernummer
811
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
28 juli 2020
Agendapunt
5
Omschrijving
Memo sturingsmogelijkheden budgetten Participatiewet (SOC-KER)
Organisatieonderdeel
Sociaal Domein (SOC)
Geagendeerd
Vergaderdatum
Besluitenlijst Burgemeester en
28 juli 2020
Wethouders B&W Barneveld
28 juli 2020
Besluit 1. In te stemmen met bijgevoegde memo met betrekking tot sturingsmogelijkheden budgetten Participatiewet, 2. Bijgevoegde memo ter kennisname aan te bieden aan de gemeenteraad (via Rubriek B).
1 collegevoorstel memo sturingsmogelijkheden budgetten Participatiewet.docx
-1Afdeling: Sociaal Domein Behandelaar: Kervel, Janine Telefoonnummer: 0610224644 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:
Onderwerp:
Voorstelnr. <Neem dossiernr over uit Ibabs> Barneveld, Portefeuillehouder: A.H. van de Burgwal Op overzicht Bestaand beleid (website)
Sturingsmogelijkheden budgetten Participatiewet
Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met bijgevoegde memo met betrekking tot sturingsmogelijkheden budgetten Participatiewet, 2. Bijgevoegde memo ter kennisname aan te bieden aan de gemeenteraad (via Rubriek B).
1. Inleiding De afgelopen jaren is de doelgroep die wordt bediend vanuit de Participatiewet sterk veranderd. In september 2019 is op verzoek van de gemeenteraad een memo met hen gedeeld waarin de diverse doelgroepen die onderdeel uitmaken van de Participatiewet worden geschetst (voorstel met nummer 1120254). Het memo dat voorligt volgt op het eerdere memo. Bij het delen van het Uitvoeringsplan 2018 (als onderdeel van de aanvraag voor een vangnetregeling over het jaar 2017) heeft de gemeenteraad aangegeven graag vroegtijdig betrokken te willen worden bij de afwegingen die gemaakt kunnen worden. Daarom informeren wij de gemeenteraad in dit memo over de stand van zaken rondom gemeentelijke uitgaven voor bijstandsuitkeringen en ondersteuning bij re-integratie. Ook schetsen we enkele sturingsmogelijkheden om de kosten van re-integratie te beperken binnen het bestaande beleid.
2. Bijlage 1. Memo sturingsmogelijkheden budgetten Participatiewet
1 Memo sturingsmogelijkheden budgetten Participatiewet .docx
Memo Datum: juli 2020 Onderwerp: Ter attentie van: Afzender:
Sturingsmogelijkheden budgetten Participatiewet Gemeenteraad College van burgemeester en wethouders
In dit memo informeren wij u over de stand van zaken rondom gemeentelijke uitgaven voor bijstandsuitkeringen en ondersteuning bij re-integratie. We zagen in 2019 dat onze uitgaven hoger zijn dan de middelen die we hiervoor vanuit het Rijk ontvangen. Daarom wordt de Rijksbijdrage binnen de gemeentelijke begroting dit jaar aangevuld met eigen middelen. De uitgaven voor bijstandsuitkeringen en ondersteuning bij re-integratie zijn in 2019 wel binnen de gemeentelijke begroting gebleven. We streven ernaar om de uitgaven meer in lijn te brengen met de Rijksbijdrage. Daarnaast kan het Rijk van ons verlangen verdere maatregelen te treffen wanneer een aanvraag voor de vangnetuitkering BUIG noodzakelijk wordt. Daarom noemen we in dit memo enkele sturingsmogelijkheden om de kosten van reintegratie te beperken binnen het bestaande beleid. Bij het delen van het Uitvoeringsplan 2018 (als onderdeel van de aanvraag voor een vangnetregeling over het jaar 2017) heeft u aangegeven graag vroegtijdig betrokken te willen worden bij de afwegingen die gemaakt kunnen worden. In dat kader stellen wij het op prijs als u dit memo voor bespreking agendeert in een commissie.
“We willen dat inwoners van de gemeente Barneveld zoveel mogelijk naar vermogen meedoen, in de samenleving en – meer specifiek – meedoen op de arbeidsmarkt.” Dit is een van de drie opgaven die centraal staan in het Beleidsplan Sociaal Domein, dat in januari 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld. Iedereen hoort erbij en mag en kan meedoen, ook inwoners met een beperkte zelfredzaamheid. Ook werk hebben is een belangrijke voorwaarde voor mensen om te kunnen deelnemen aan de maatschappij. Het vergroot de financiële mogelijkheden en biedt een netwerk, structuur en mogelijkheden om je te ontplooien. We streven daarom naar een inclusieve arbeidsmarkt waar mensen naar vermogen kunnen en mogen meedoen. Waar iedereen zich veilig en geaccepteerd voelt en waar ook voor werkzoekenden met een verstandelijke of psychische beperking een werkplek is. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie en helpt de inwoners - die aangewezen zijn op onze ondersteuning - bij het vinden, verkrijgen en behouden van werk. De doelgroep die afhankelijk is van de Participatiewet is de afgelopen jaren sterk gegroeid. We verwachten dat ook de komende jaren het aantal inwoners dat van de gemeente afhankelijk is bij het vinden en behouden van werk blijft groeien. Tegelijkertijd lijkt het budget dat de gemeente voor deze ondersteuning vanuit het Rijk ontvangt ontoereikend.
In het memo “Wijzigingen bijstandsbestand” (2 september 2019, B-1.30 raad 9 oktober 2019) hebben we u geïnformeerd over de verschillende doelgroepen, ontwikkelingen binnen de Participatiewet en de financiën die hiermee samenhangen. In dit memo schetsen we zoals aangekondigd diverse scenario’s waarmee kan worden gestuurd op de middelen die we vanuit het Rijk ontvangen voor bijstandsuitkeringen en ondersteuning bij re-integratie. Hierbij kan worden gedacht aan het niet langer inzetten van specifieke instrumenten of het niet langer ondersteunen van bepaalde doelgroepen. Deze keuzes kunnen echter sterk ingrijpen op de mogelijkheid van inwoners om daadwerkelijk mee te doen naar vermogen. Daarom pleiten we er in dit memo wel voor om onze huidige dienstverlening voort te zetten.
Maatregelen In 2018 is aan u het Uitvoeringsplan Participatiewet voorgelegd (Vangnetregeling Participatiewet 2017 en Uitvoeringsplan Participatiewet 2018, raadsvoorstel nr. 18-49, 30 mei 2018), waarin een aantal maatregelen wordt genoemd om de budgetoverschrijdingen van o.a. uitkeringen en re-integratie instrumenten terug te dringen. Naar aanleiding hiervan heeft ook een herijking van re-integratie instrumenten plaatsgevonden. Gedurende 2019 constateerden we echter dat zowel binnen het BUIG-budget als re-integratie budget de door het Rijk toegekende middelen de komende jaren ontoereikend zijn om onze huidige dienstverlening voort te zetten (tenzij deze worden aangevuld vanuit de algemene middelen). We hebben een aantal maatregelen getroffen om de budgetoverschrijdingen ten opzichte van de Rijksbijdrage te beperken. Deze maatregelen staan nader toegelicht in paragraaf 3.3. Hiermee lijkt de noodzaak voor het nemen van verdere maatregelen kleiner geworden. Toch leggen we in dit memo alsnog (beperkte) sturingsmogelijkheden voor waarmee tekorten kunnen worden beperkt, omdat we in de toekomst mogelijk verdere tekorten ten opzichte van de Rijksbijdrage verwachten. Financiën Met het vaststellen van de Programmabegroting 2020 is rekening gehouden met het budget dat naar onze verwachting nodig zal zijn om onze huidige dienstverlening binnen de Participatiewet in 2020 voort te zetten.
Hierbij is de Rijksbijdrage aangevuld met eigen middelen. Door de reeds getroffen maatregelen denken wij een verdere overbesteding van de beschikbare budgetten verder te voorkomen. De financiële uitdaging binnen de Participatiewet is opgenomen als speerpunt en keert daarmee regelmatig terug in de maandrapportage. Mocht blijken dat de budgetten toch fors worden overschreden en er een aanvraag vangnetuitkering noodzakelijk is, dan leggen we een uitvoeringsplan aan u voor waarin verdere maatregelen worden getroffen. Vooruitlopend hierop gaan we graag tijdens een commissievergadering met u in gesprek om de diverse scenario’s uit dit memo te bespreken en verder inhoudelijk toe te lichten. Corona De maatregelen die het kabinet heeft getroffen naar aanleiding van de uitbraak van het coronavirus (Covid19), zijn van grote invloed op de Nederlandse samenleving, economie en werkgelegenheid. Dit is op de korte en lange termijn ook merkbaar binnen de Participatiewet. Zo is de ontwikkeling van leerdoelen van de huidige doelgroep mogelijk gestagneerd, doordat ondersteuning vanuit de Participatiewet tijdelijk niet of op alternatieve wijze is ingezet. Ook wordt het bijstandsbestand mogelijk uitgebreid met nieuwe doelgroepen, doordat ook veel zelfstandig ondernemers getroffen worden door de coronacrisis.
Verder vraagt een doelgroep met een (relatief kleine) afstand tot de arbeidsmark mogelijk de inzet van (nieuwe) re-integratie instrumenten, om zo snel mogelijk uit te stromen richting werk. De effecten van de coronacrisis op het bijstandsbestand en de inzet van re-integratie instrumenten en eventuele maatregelen van het kabinet, worden naar verwachting de komende maanden duidelijk.
Memo Participatiewet
2
Inhoudsopgave Dit memo is als volgt opgebouwd: 1.
Financiering Participatiewet 1.1 Uitvoeringsagenda Participatiewet 2018 1.2 Vangnetuitkering BUIG 2019 1.3 Re-integratie budget
5 5 5 6
2.
Ontwikkelingen Participatiewet 2.1 Evaluatie Participatiewet 2.2 Breed Offensief 2.3 Wet Arbeidsmarkt in Balans 2.4 Arbeidsmarktregio Foodvalley
7 7 9 10 10
3.
Sturen op budgetten 3.1 Wettelijk kader 3.2 Mogelijkheden terugbrengen kosten re-integratie 3.3 Reeds getroffen maatregelen re-integratie
11 11 13 13
4.
Sturingsmogelijkheden 4.1 Schets van scenario’s 4.2 Voortzetten huidige dienstverlening 4.3 Ter illustratie: verhalen uit de praktijk
14 14 17 18
5.
Bijlage 5.0 Schema arbeidsmarktparticipatie
21
Leeswijzer In hoofdstukken 1 en 2 wordt ter informatie teruggekeken naar de financiering rondom de Participatiewet en worden ontwikkelingen gedeeld. In hoofdstuk 3 worden de diverse mogelijkheden om de kosten rondom re-integratie terug te brengen en de reeds getroffen maatregelen besproken. In hoofdstuk 4 worden de diverse scenario’s beschreven waarmee kan worden gestuurd op de uitgaven.
Memo Participatiewet
3
Memo Participatiewet
4
1. Financiering Participatiewet De financiering van de Participatiewet bestaat uit een aantal financiële stromen, waarvan de belangrijkste het BUIG-budget (voor de verstrekking van de uitkeringen en de loonkosten(subsidie) voor het doelgroepregister en Beschut Nieuw) en het re-integratiebudget zijn. De verdeling van deze budgetten vanuit het Rijk is al een aantal jaar een heikel punt. Los van de hinder die gemeenten binnen het gehele Sociaal Domein ondervinden van de “trap op, trap af” financiering vanuit het Rijk, wordt het ontoereikende budget binnen de Participatiewet door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in de in 2019 gepubliceerde evaluatie van de Participatiewet aangewezen als een belangrijke reden van het niet behalen van de doelstelling van de Participatiewet. Verderop in dit memo wordt een toelichting gegeven op de door het SCP uitgevoerde evaluatie. 1.1 Uitvoeringsagenda Participatiewet 2018 Wanneer gemeenten een tekort binnen het BUIG budget hebben, kan onder voorwaarden een vangnetuitkering worden aangevraagd voor het BUIG budget. Over 2016 en 2017 zijn aanvragen ingediend voor deze vangnetregeling. In het raadsvoorstel dat hiervoor in 2018 aan u is voorgelegd, wordt toegelicht dat naar verwachting ook over 2018 een beroep wordt gedaan op de vangnetregeling.
Wanneer ook voor een derde jaar op rij een aanvraag vangnetregeling wordt ingediend, dient de gemeenteraad in te stemmen met interne en externe maatregelen waarmee wordt nagestreefd het BUIG-tekort terug te dringen. Aangezien dit een derde aanvraag zou betreffen, is het Uitvoeringsplan Participatiewet 2018 opgesteld waarmee u heeft ingestemd. In dit uitvoeringsplan worden diverse maatregelen genoemd om de uitstroom uit de uitkering te bevorderen en re-integratie zo efficiënt mogelijk te laten plaatsvinden. Zo is er o.a. aandacht voor het verhogen van kwaliteit, efficiëntie en effectiviteit van onze dienstverlening. Daarnaast voor het stimuleren dat jongeren onder de 30 jaar naar school gaan, de implementatie van begeleid inburgeren en het lokaal uitvoeren van de Wsw en Beschut Nieuw. Het Uitvoeringsplan Participatiewet 2018 heeft er mede aan bijgedragen dat over het jaar 2018 geen aanvraag voor de vangnetregeling hoefde te worden ingediend. De activiteiten in het Uitvoeringsplan Participatiewet 2018 zijn in 2019 voortgezet. Daarnaast spannen we ons, zoals in de Programmabegroting 2019 is benoemd, extra in op de inzet van re-integratie. Het richting werk helpen van personen die een uitkering ontvangen draagt bij aan de dalende lijn van het aantal bijstandsgerechtigden. Maar de inzet van re-integratie instrumenten kan ook effect hebben op andere levensgebieden.
Veel inwoners die onder de banenafspraak vallen, ontvangen geen uitkering. Het hebben van werk draagt voor hen met name bij aan het voorkomen van eenzaamheid, uitval en biedt structuur en sociale contacten. Het is van belang gebruik te maken van efficiënte en kwalitatieve re-integratie instrumenten. Daarom zijn de re-integratie instrumenten in 2018 herijkt. Naar aanleiding van deze herijking is reeds een aantal wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot de instrumenten die worden ingezet. In maart 2019 is een themabijeenkomst over de Participatiewet georganiseerd om u als raadsleden mee te nemen in onze werkwijze en casuïstiek waar onze gespreksvoerders zoal mee te maken krijgen. 1.2 Vangnetuitkering BUIG 2019 In tegenstelling tot een eerder beeld, is ook het aanvragen van een vangnetuitkering BUIG over het jaar 2019 niet nodig. De uitgaven voor bijstandsuitkeringen zijn lager dan de eerdere interne prognose. Daarnaast lijken de inkomsten vanuit terugvordering en verhaal de eerdere prognose te overstijgen. Bovendien valt het definitieve budget BUIG 2019 hoger uit dan door het Rijk gecommuniceerd in de nader voorlopige toekenning. De uitgaven zijn hoger dan de inkomsten, maar het tekort blijft beneden de eigen risico drempel van 7,5% (deze drempel was tot dit jaar 5%). Mogelijk dient over het jaar 2020 wel een aanvraag vangnetuitkering BUIG te worden ingediend.
We houden daarom gedurende dit jaar de inkomsten en uitgaven BUIG goed in de gaten. Hierbij spelen ook de effecten van de coronacrisis
Memo Participatiewet
5
op het bijstandsbestand en de inzet van re-integratie instrumenten en eventuele maatregelen vanuit het kabinet een rol. 1.3 Re-integratie budget Ondanks het niet aanvragen van de vangnetuitkering BUIG over 2019, overschrijden de uitgaven wel de beschikbare inkomsten van dit budget. Daarnaast zijn ook de uitgaven voor re-integratiekosten hoger dan het budget dat we hiervoor vanuit het Rijk ontvangen. Mogelijk neemt dit verschil de komende jaren nog verder toe. Daarom schetsen we eerst een aantal ontwikkelingen die mogelijk effect hebben op de beschikbare budgetten. Aansluitend schetsen we een aantal scenario’s waarmee op het re-integratie budget (en daarmee deels indirect op het BUIG-budget) gestuurd kan worden.
Memo Participatiewet
6
2. Ontwikkelingen 2.1 Evaluatie Participatiewet De Participatiewet heeft als doel een inclusieve arbeidsmarkt te creëren. De wet beoogt het voor werkgevers overzichtelijker en makkelijker te maken mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. De Participatiewet verving bovendien diverse wetten: de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). Eind november 2019 heeft het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) de evaluatie van de Participatiewet gepresenteerd die in opdracht van het ministerie is uitgevoerd. De conclusie van het SCP is helder doelstellingen van de Participatiewet worden nauwelijks behaald. Het SCP baseert deze conclusie op de volgende bevindingen: Met de Participatiewet zijn taken overgeheveld van het Rijk naar gemeenten. Gemeenten moesten wennen aan hun nieuwe taak en nieuwe doelgroep. Diverse aannames die de basis vormen voor de Participatiewet blijken niet te kloppen met de praktijk. Niet iedereen is in staat om te werken en een deel van de doelgroep is niet in beeld bij gemeenten. Ook heeft de overgang van verschillende wetten naar een Participatiewet niet geleid tot minder complexiteit. Gemeenten ontvangen van het Rijk middelen die vrij kunnen worden besteed om mensen die onder de Participatiewet vallen naar werk te begeleiden.
Wanneer op uitkeringen wordt bespaard, mag het restant worden behouden. Dit prikkelt gemeenten zich in te spannen op de meer kansrijke uitstroomgroepen binnen de totale doelgroep. Het effect van inzet van instrumenten door gemeenten is beperkt. Gemeenten en werkgevers kunnen verschillende instrumenten inzetten om mensen naar werk te begeleiden (jobcoach, loonkostensubsidie, proefplaatsing etcetera). Veel werkgevers zijn hier niet van op de hoogte. Werkgevers zien deze instrumenten als voorwaarde om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen, maar op zichzelf zijn deze niet voldoende een plaatsing te realiseren. De persoonlijke en continue inzet van alle betrokkenen in de volle breedte van het proces is cruciaal. De groep werkgevers die mensen uit de doelgroep in dienst nemen groeit niet. Volgens het SCP valt dit enerzijds te wijten aan een gebrek aan geschikte vacatures. Anderzijds is een zeer intensief en continu proces vaak een voorwaarde voor een goede match. Hierbij haken werkgevers af. Daarnaast worden met name mensen met een lichamelijke beperking en een relatief kleine afstand tot de arbeidsmarkt geplaatst. Niet iedereen is in staat om te werken, terwijl dit wel het uitgangspunt is van de Participatiewet. Een groot deel van de doelgroep is volgens gemeenten niet binnen afzienbare tijd in staat te werken.
Een ander deel zal, vanwege gezondheidsklachten, nooit in staat zijn te werken. De inkomenspositie voor jonggehandicapten is verslechterd. Jonggehandicapten zijn steeds vaker via een tijdelijk contract en in deeltijd aan het werk. Het aantal jonggehandicapten dat werkt is wel toegenomen. Jonggehandicapten die behoren tot het doelgroepregister zijn vaker duurzaam aan het werk. De voormalige doelgroep Wsw (Wet sociale werkvoorziening) heeft minder kans op een baan. Daarnaast is deze doelgroep vaker afhankelijk van een uitkering om te kunnen voorzien in het levensonderhoud. Bij het klassieke bijstandsbestand is nauwelijks sprake van groei in baankansen en vast werk. De baankansen zijn gestegen van 7% naar 8%. De kans om uit te stromen uit de uitkering is tevens licht gestegen van 15% naar 16%. Ook is er minder sprake van vaste contracten, zijn er minder banen voor ten minste een jaar en is er sprake van meer kleine banen (tot 20 uur per week). De hierboven geschetste bevindingen van het SCP herkennen wij grotendeels. Niet iedereen is in staat op korte termijn de stap naar betaalde arbeid te maken. Sommige inwoners zijn, vanwege gezondheidsproblemen, mogelijk nooit in staat deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Daarom wordt per individu gekeken welke instrumenten kunnen worden ingezet om de stap richting werk of een andere zinvolle manier van dagbesteding te zetten.
De diverse instrumenten die lokaal kunnen worden ingezet bij de verschillende groepen inwoners staan weergegeven in het overzicht re-integratie instrumenten gemeente Barneveld.
Memo Participatiewet
7
Memo Participatiewet
8
Hierbij is het van belang de doelgroep goed in beeld te hebben. In haar evaluatie constateert het SCP dat veel gemeenten niet de gehele doelgroep van de Participatiewet in beeld hebben. In Barneveld hebben we iedere inwoner die bij ons bekend is vanwege afhankelijkheid van een bijstandsuitkering of een inschrijving in het doelgroepregister in beeld. Gespreksvoerders voeren regelmatig gesprekken met deze inwoners. Bovendien zijn medewerkers die zich bezighouden met de diverse disciplines op het gebied van inkomen, participatie, werk en arbeidsbeperkten (doelgroepregister, Beschut Nieuw, Wsw) ondergebracht in één team. Dit bevordert de integrale benadering, welke ook wekelijks tijdens casuïstiek overleg in brede vertegenwoordiging wordt besproken. Daarnaast is er aandacht voor een integrale benadering binnen het gehele Sociaal Domein. Verder geeft het SCP aan dat werkgevers veelal niet op de hoogte zijn van de mogelijkheid tot het inzetten van instrumenten. Wanneer het Werkgeversservicepunt Foodvalley contact heeft met werkgevers, wijzen zij op deze mogelijkheden. Wel brengt het inzetten van dergelijke regelingen de nodige handelingen met zich mee en zijn deze vaak complex. In de regio Foodvalley is de inzet van werkgeversinstrumenten daarom geharmoniseerd. Vergeleken met andere arbeidsmarktregio’s loopt Foodvalley hiermee voorop.
We herkennen het beeld dat werkgevers vaker geneigd zijn werknemers met een lichamelijke beperking in dienst te nemen dan wanneer er sprake is van een psychische beperking. Ook ziet het SCP dat inwoners die op de wachtlijst voor de Wsw stonden, maar niet via een Wsw dienstverband aan het werk waren sinds de afschaffing van de Wsw, moeilijker aan een baan komen. Rond de afschaffing van de Wsw hebben wij iedereen die op de wachtlijst stond opgeroepen. Hier zijn regionale werkafspraken over gemaakt. De Wsw-ers die al een dienstverband hadden hebben deze behouden of zijn doorgestroomd naar dagbesteding of WIA. Het SCP constateert dat de huidige financiering gemeenten prikkelt zich in te spannen op de meer kansrijke uitstroomgroepen binnen de totale doelgroep van de Participatiewet. In de gemeente Barneveld is deze stap vooralsnog niet gezet. Maar zoals in de scenario’s (zie hoofdstuk 4) wordt geschetst, bieden dergelijke keuzes wel de meeste kans daadwerkelijk te besparen op het reintegratiebudget. De afgelopen jaren is flink bezuinigd op de beschikbare re-integratiemiddelen. In de bestuurlijke reactie1 op de evaluatie van de Participatiewet wordt aangegeven dat gemeenten niet in staat worden gesteld de participatiegedachte voor de gehele doelgroep in de praktijk te realiseren.
Globaal gezien is vanaf 2010 het re-integratiebudget per uitkeringsgerechtigde gedaald van € 4.500 naar € 1.5002. Ook wordt de begeleiding van de nieuwe doelgroep van inwoners met een arbeidsbeperking in de toekomst ontoereikend geacht. Het belang van het in beeld hebben van het bestand, expertise met betrekking tot de in te zetten instrumenten en de forse en langdurige inspanning van ondersteuning die voorwaarde zijn iemand richting werk te helpen en te behouden, dienen in het achterhoofd te worden gehouden bij het bespreken van de diverse scenario’s waarmee gestuurd kan worden op het beschikbare budget. 2.2 Breed Offensief De staatssecretaris van SZW heeft in 2018 een breed offensief aangekondigd om mensen met een beperking aan het werk te helpen. Zij wil dit via vier sporen bereiken: - regels moeten eenvoudiger worden voor werkgevers en werkzoekenden - (meer) werken moet aantrekkelijker worden - werkgevers en werkzoekenden moeten elkaar makkelijker kunnen vinden - duurzaam werk moet worden gestimuleerd
Deze bestuurlijke reactie is opgesteld door VNG, G4, G40, Divosa en Cedris en is op 19 november 2019 gedeeld met staatssecretaris van Ark. NB: dit budget wordt niet per persoon beschikbaar gesteld. Er wordt maatwerk toegepast: bij de ene inwoner zal kostenneutrale ondersteuning voldoende zijn, bij de andere inwoner is sprake van een langdurige behoefte aan ondersteuning waarbij diverse instrumenten worden ingezet. 1 2
Memo Participatiewet
9
Het breed offensief zal op verschillende manieren effect gaan hebben op gemeenten. Zo onderzoekt de staatssecretaris de financieringssystematiek van loonkostensubsidie, omdat er vanuit het huidige systeem een negatieve prikkel uitgaat om inwoners in het doelgroepregister met een lage loonwaarde of niet-uitkeringsgerechtigden te ondersteunen. De verwachting is dat deze systematiek aangepast zal worden en de financiering meer op realisatie gebaseerd zal worden. Daarnaast zal in de Participatiewet het recht op ondersteuning steviger verankerd worden, zodat iedereen die ondersteuning nodig heeft deze ook daadwerkelijk ontvangt. Ook worden met het breed offensief aanpassingen doorgevoerd in o.a. de loonwaardemetingen en loonkostensubsidie, worden de arbeidsmarktregio’s versterkt en wordt er een nieuwe vrijlatingsregeling geïntroduceerd. Het breed offensief leidt tot verschillende wetswijzigingen, die in januari 2021 in werking zullen treden. 2.3 Wet Arbeidsmarkt in Balans Het Rijk wil werknemers meer bestaanszekerheid en een gelijkwaardige beloning bieden. Daarom is de Wet arbeidsmarkt in balans per 1 januari 2020 in werking getreden. Deze nieuwe wet brengt echter een ongewenst effect met zich mee: het wordt voor werkgevers duurder om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Ondanks een lobby vanuit o.a.
Divosa is enkel de Wsw uitgezonderd van het duurdere payroll-regime. Hiermee is het onaantrekkelijk voor werkgevers om inwoners uit Beschut Nieuw of het doelgroepregister aan te nemen. 2.4 Arbeidsmarktregio Foodvalley Barneveld maakt onderdeel uit van de arbeidsmarktregio Foodvalley. We hebben in de regio een gezamenlijke werkgeversdienstverlening. Hierin vervult het regionale Werkgeversservicepunt (WSP) een belangrijke rol. Accountmanagers van de deelnemende gemeenten, het UWV en een SWbedrijf werken samen in het WSP om werkzoekenden van gemeenten en UWV weer aan het werk te helpen en bij te dragen aan een goede aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Een belangrijke ontwikkeling in de regio is de harmonisering van werkgeversinstrumenten. In 2019 zijn alle instrumenten in de Participatiewet die zijn gericht op werkgevers geharmoniseerd (o.a. jobcoaching, proefplaatsingen en loonkostensubsidie). Hierin loopt onze arbeidsmarktregio landelijk gezien voorop. Het landelijke traject Perspectief op Werk wordt eveneens via de arbeidsmarktregio’s uitgevoerd en gefinancierd. Perspectief op Werk is gestart in 2019 en heeft als doel de matching tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt een impuls te geven en daarbij kansen te bieden aan mensen die minder makkelijk aan het werk komen.
In de regio Foodvalley richt Perspectief op Werk zich op het vergroten van het aantal werkfitte kandidaten, het creëren van meer geschikte werkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, het verbeteren van de matching en de inzet van scholingstrajecten. De aanvraag voor Perspectief op Werk is in het najaar 2019 goedgekeurd en komt momenteel verder tot uitvoering.
Memo Participatiewet
10
3. Sturen op budgetten 3.1 Wettelijk kader In de Participatiewet is een actieve opdracht aan het college meegegeven om re-integratie ondersteuning aan te bieden aan: - personen die algemene bijstand ontvangen; - personen die een IOAW- of IOAZ- uitkering ontvangen; - personen die werken met een voorziening, totdat zij twee jaar aaneengesloten het minimumloon hebben verdiend en in die twee jaar geen loonkostensubsidie is verstrekt; - personen met een uitkering op grond van de Algemene nabestaanden wet; - mensen die geen uitkering ontvangen, maar wel ondersteuning nodig hebben om te kunnen reintegreren op de arbeidsmarkt. Personen aan wie het UWV een uitkering verstrekt en jongeren van 27 jaar of jonger die onderwijs kunnen volgen waarvoor zij studiefinanciering kunnen ontvangen, zijn hier bij wet van uitgesloten. Om deze diverse doelgroepen zo passend mogelijk te kunnen helpen bij de re-integratie, zijn diverse instrumenten beschikbaar. In de bijlage ‘schema arbeidsparticipatie’ staan de diverse instrumenten benoemd die gespreksvoerders in de gemeente Barneveld kunnen inzetten. Hierbij wordt bij de verschillende doelgroepen onderscheid gemaakt naar inwoners die behoren tot de doelgroepen ‘zorg’, ‘potentieel’, ‘werkfit’ of ‘werk’-doelgroep.
Memo Participatiewet
11
Memo Participatiewet
12
3.2 Reeds getroffen maatregelen re-integratie Vooruitlopend op eventuele ingrijpende beleidskeuzes, hebben we de uitgaven binnen het reintegratiebudget alvast enigszins kunnen terugbrengen: In 2019 en 2020 ontvangen we vanuit het Rijk incidenteel extra budget voor taalondersteuning aan statushouders. De middelen die wij hiervoor ontvangen worden ingezet op het re-integratiebudget. Vanuit dit budget zetten we onder andere taalstages en werkervaringsplaatsen in voor statushouders die als leerdoel hebben de Nederlandse taal te verbeteren. Voorheen werden diverse trainingen en ondersteuning bij het opstellen van CV’s vormgegeven door een externe partij. Per januari 2020 worden deze trainingen intern door onze gespreksvoerders uitgevoerd. Wanneer behoefte is aan specifieke expertise, wordt dit incidenteel ingekocht. De veranderende doelgroep vraagt een andere benadering van gemeentelijke gespreksvoerders. Bij de werving van nieuwe medewerkers wordt daarom rekening gehouden met het beschikken over bepaalde gedrags- en gespreksvaardigheden en affiniteit met de doelgroep. Het afgelopen jaar zijn nieuwe medewerkers met diverse achtergronden (bijvoorbeeld jobcoach) aangetrokken als gespreksvoerder.
We streven naar het inzetten van een re-integratie instrument dat past bij de uiteindelijk te behalen realistische doelen van de betreffende inwoner en de effecten van deze inzet op uitstroom op de korte en lange termijn. Indien mogelijk wordt gekozen voor ondersteuning die als goedkoopst adequaat wordt gezien. 3.3 Mogelijkheden terugbrengen kosten re-integratie Zoals in een eerdere memo beschreven, is de doelgroep die aanspraak maakt op de Participatiewet de afgelopen jaren gegroeid. Ook de komende jaren zal het aantal mensen dat afhankelijk is van ondersteuning groeien. Dit terwijl de beschikbare budgetten naar verwachting ontoereikend zijn. Het volledig sturen op bijstandsuitgaven (BUIG-budget) is niet mogelijk, omdat hierbij externe factoren een grote rol spelen. Een bijstandsuitkering dient immers als laatste vangnet, wat betekent dat een uitkering altijd verstrekt moet worden, ook als het budget al volledig besteed is. Wel kan enigszins gestuurd worden op de uitgaven van het re-integratiebudget. Opbrengsten van de inzet van instrumenten dienen echter niet enkel vanuit financieel perspectief te worden bekeken, maar ook vanuit maatschappelijk oogpunt. Bij veel huishoudens is niet alleen sprake van een vraag op het gebied van participatie of inkomen, er kan sprake zijn van een hulpvraag op meerdere terreinen (eenzaamheid, gebrek aan structuur etcetera).
Een wijziging in ondersteuning kan hiermee eventueel verregaande consequenties hebben op andere domeinen. Bij onderstaande scenario’s wordt daarom in sommige gevallen ook geanonimiseerde casuïstiek geschetst waarbij de inzet van specifieke instrumenten de betreffende inwoner heeft geholpen bij het zetten van een stap richting betaald werk of participatie.
Memo Participatiewet
13
4. Sturingsmogelijkheden 4.1 Schets van scenario’s
Ondersteuning aan niet-uitkeringsgerechtigden zonder arbeidsbeperking Sommige inwoners komen niet in aanmerking voor een bijstandsuitkering, bijvoorbeeld doordat de partner een te hoog inkomen heeft. Wel is de gemeente verantwoordelijk voor ondersteuning bij de re-integratie. Hoe deze ondersteuning wordt vormgegeven, is aan de gemeente.
Scenario 1 - Niet-uitkeringsgerechtigden niet ondersteunen met kostbare reintegratie instrumenten Wanneer kostbare re-integratie instrumenten worden ingezet op niet-uitkeringsgerechtigden (‘nuggers’), leiden deze niet tot uitstroom uit de uitkering en daarmee een besparing op het BUIGbudget. Het Sociaal Cultureel Planbureau noemt deze prikkel ook als reden dat gemeenten ervoor kiezen zich te richten op de meest kansrijke doelgroepen uit de Participatiewet. Een alternatief is de inzet van instrumenten waarvan de kosten enigszins beperkt zijn. In de Participatiebeleidsregels is vastgelegd welke ondersteuning de gemeente Barneveld biedt aan nuggers. Momenteel bieden we alleen ondersteuning bij het opstellen van een CV, de training werken aan werk (sollicitatietraining) of het inzetten van vrijwilligerswerk. Wanneer nuggers zijn uitgesloten van het inzetten van instrumenten, zijn deze inwoners zelf aangewezen op het vinden en behouden van werk. Wanneer dit niet zelfstandig lukt, kan dit mogelijk consequenties hebben op andere leefgebieden. De budgettaire gevolgen van het niet ondersteunen van niet-uitkeringsgerechtigden zijn beperkt. Ten eerste is in de verordening al een beperkt ondersteuningsaanbod voor nuggers vastgelegd. Daarnaast maakt de betrokken gespreksvoerder een inschatting of en welke inzet van instrumenten nodig zijn bij de re-integratie van een inwoner.
Hierbij wordt ook gekeken of het doel zonder de inzet van kostbare instrumenten kan worden bereikt.
Ondersteuning aan inwoners uit het doelgroepregister De ondersteuning van inwoners die behoren tot het doelgroepregister (DGR) is een wettelijke taak van gemeenten. Indien nodig moet een gemeente loonkostensubsidie en jobcoaching inzetten bij inwoners die onder de gemeentelijke DGR doelgroep vallen. Toch kiezen sommige gemeenten ervoor om inwoners die wel behoren tot DGR maar geen uitkering ontvangen, niet te ondersteunen omdat hiermee niet op de uitkering wordt bespaard.
Scenario 2 - Inwoners die behoren tot het doelgroepregister maar geen uitkering ontvangen niet ondersteunen met kostbare re-integratie instrumenten Het niet langer ondersteunen van inwoners die wel staan ingeschreven in het doelgroepregister maar geen uitkering ontvangen, kan financieel gezien winst opleveren. Het re-integratie budget wordt hierdoor minder belast. Bovendien levert het inzetten van instrumenten bij nuggers in het doelgroepregister geen uitstroom uit de uitkering op. Het inzetten van loonkostensubsidie en jobcoaching wanneer dit nodig is, is echter een wettelijke taak van gemeenten. Deze wettelijke taak wordt met het breed offensief steviger verankerd, juist om te voorkomen dat gemeenten deze groep niet of beperkt ondersteunen. Daarnaast kan ook het inzetten van aanvullende instrumenten bijdragen aan de doelstelling van de Participatiewet, namelijk het
Memo Participatiewet
14
nastreven van een inclusieve arbeidsmarkt. Met name bij inwoners die behoren tot het doelgroepregister is het van belang continue en intensieve ondersteuning te bieden. Bovendien ontstaan er juist bij deze kwetsbare inwoners vaak problemen op andere levensgebieden als het werk wegvalt. In het verhaal van Esther wordt geschetst hoe de inzet van ondersteuning haar heeft geholpen bij het vinden van passend werk. Ook in het verhaal van Mika komt naar voren op welke wijze de inzet van ondersteuning heeft bijgedragen aan het meedoen bij deze jongere.
Re-integratie instrumenten In de Participatiewet wordt een aantal instrumenten voorgeschreven aan gemeenten. Daarnaast hebben gemeenten de vrijheid zelf invulling te geven aan de ondersteuning in het kader van reintegratie. In de Participatiewet is niets opgenomen over een maximum aantal keer dat één of meerdere instrumenten kunnen worden ingezet.
Scenario 3 - Instrumenten slechts een maximum aantal keer of een beperkte periode inzetten Gemeenten hebben zelf de vrijheid diverse re-integratie instrumenten vorm te geven. Over de duur van inzet van instrumenten is in de Participatiewet niets opgenomen. Door te kiezen voor het beperkt aantal keer inzetten van een instrument, wordt het re-integratiebudget minder belast. Dit kan er echter ook voor zorgen dat een inwoner niet uitstroomt richting werk en langdurig afhankelijk is van een uitkering. In de wet is ook geen maximale termijn opgenomen waarbinnen re-integratie instrumenten ingezet kunnen worden. Door een maximalisering aan te brengen aan de inzet wordt voorbij gegaan aan maatwerk. Soms kan een instrument diverse keren worden ingezet, omdat in iedere fase aan andere leerdoelen worden gewerkt. Ook het inzetten van diverse instrumenten na elkaar kan de ontwikkeling van de betreffende inwoner stimuleren. Sommige gemeentes kiezen ervoor het ‘granieten bestand’ met rust te laten. Dit granieten bestand bestaat uit inwoners die langdurig afhankelijk zijn van een uitkering en naar verwachting moeilijk of helemaal niet richting een baan te helpen zijn. Het met rust laten van deze inwoners betekent dat zij niet meer in beeld zijn.
Wij houden klanten in beeld en gaan soms een langer traject aan omdat omstandigheden kunnen wijzigen, en daarmee ook de afstand tot de arbeidsmarkt kleiner kan worden (bijvoorbeeld zorgkinderen die uit huis gaan). Onze gespreksvoerders maken een inschatting en bekijken in hoeverre kostenneutraal doelen bereikt kunnen worden. Bij oudere inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt wordt bijvoorbeeld meer ingezet op vrijwilligerswerk. Dit is in lijn met ons beleidsplan Sociaal Domein, waarbij we inzetten op maatwerk. Een meer rigide benadering past daar niet bij.
Scenario 4 - Beschikbare instrumenten beperken Gemeenten hebben zelf de vrijheid om diverse re-integratie instrumenten vorm te geven. Door het beschikbare aantal instrumenten te beperken, kan een besparing tot stand komen. In 2018 heeft echter al een herijking van re-integratie instrumenten plaatsgevonden. Hierbij is onder andere gekeken naar de effectiviteit van de inzet van deze instrumenten want de inzet van minder efficiënte instrumenten leidt mogelijk tot minder goede resultaten. Naar aanleiding hiervan is een aantal instrumenten aangepast. Ook is de inzet van bepaalde instrumenten niet voortgezet (bijvoorbeeld taal en werk). Het verder schrappen van instrumenten sluit niet aan bij ons beleid om aanbod op maat te bieden met een breed pallet aan instrumenten. De uiteindelijke besparing die kan worden behaald met het beperken van instrumenten is daarnaast onzeker.
Memo Participatiewet
15
Scenario 5 - Tarieven van instrumenten verlagen Door het verlagen van tarieven van instrumenten kan een besparing op het re-integratie budget worden behaald. De tarieven die momenteel gelden, vinden wij echter passend. Op deze wijze blijft het voor werkgevers aantrekkelijk een re-integratie instrument op de werkvloer in te zetten. Werkgevers ontvangen bij het inzetten van een werkervaringsplaats bijvoorbeeld een tegemoetkoming voor de begeleiding die zij inwoners bieden bij het werken aan leerdoelen. Bij de inzet van jobcoaching wordt aansluiting gezocht bij tarieven die het UWV hanteert. Het bedrag van loonkostensubsidie is afhankelijk van de loonwaarde die aan de hand van een onafhankelijke meting wordt bepaald. Daarnaast zijn regionaal afspraken gemaakt over het harmoniseren van werkgeversinstrumenten, waaronder de tarieven. Bovendien besluit een gespreksvoerder welk instrument het best past bij de betreffende inwoner. Dit kan ook een instrument zijn dat budgetneutraal wordt ingezet of bijvoorbeeld vrijwilligerswerk.
Beschut Participatiewet Personen die alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, behoren tot de doelgroep van beschut werk. De gemeente krijgt een jaarlijks oplopende taakstelling voor de hoeveelheid aan te bieden beschutte werkplekken. Personen die een indicatie beschut werk hebben gekregen van het UWV moeten een dienstverband aangeboden krijgen van de gemeente. Meer plekken bovenop de taakstelling aanbieden kan eventueel, minder niet.
Scenario 6 - Inwoners van een beschutte werkplek richting een garantiebaan helpen Binnen de doelgroep Beschut Nieuw is een beperkte mogelijkheid te sturen op de kosten. De gemeente heeft hier een taakstelling te vervullen en moet inwoners met een indicatie beschut werk een dienstverband bieden. Complicerende factor daarbij is dat de financiering vanuit het Rijk de komende jaren terugloopt (vervallen bonus beschut werk, afname Lage Inkomensvoordeel en teruglopende begeleidingskosten), waardoor gemeenten onvoldoende budget hebben voor deze groep. Daarnaast is er bij deze groep vaak sprake van langdurige beperkingen, waardoor zij waarschijnlijk aangewezen blijven op begeleiding vanuit Beschut Nieuw. Er kan geprobeerd worden meer inwoners van een beschutte werkplek richting een garantiebaan te krijgen. De kans hierop is echter klein, omdat inwoners hierdoor hun indicatie beschut werk en daarmee de zekerheid van een dienstverband verliezen.
‘Mensen Voorop’ – Beleidsplan Sociaal Domein
Scenario 7 - Voortzetten huidige dienstverlening Door onze huidige dienstverlening voort te zetten zoals deze ook in het beleidsplan Sociaal Domein ‘Mensen Voorop’ is geformuleerd, handelen we conform de - bij wet geformuleerde opdracht - om reintegratie instrumenten aan te bieden aan diverse doelgroepen. Hierbij vertrouwen we op de expertise van de gespreksvoerder om een gedegen inschatting te maken van de noodzaak en opbrengst van instrumenten en de hieraan verbonden kosten. De instrumenten die worden ingezet zijn in 2018 herijkt. Daarnaast is er extra aandacht voor rechtmatigheid waar het verstrekken van uitkeringen betreft (het verstrekken van de juiste hoogte van uitkering).
Memo Participatiewet
16
4.2 Voortzetten huidige dienstverlening Gedurende 2019 en 2020 zien we dat de uitgaven op zowel BUIG als re-integratie, de vanuit het Rijk beschikbare middelen overstijgen. Dit valt o.a. te verklaren door een gewijzigde doelgroep binnen de Participatiewet. Zoals toegelicht in het memo “wijzigingen bijstandsbestand”, zien we dat inwoners gedurende langere tijd afhankelijk zijn van ondersteuning van de gemeente bij het vinden en behouden van werk. Dit terwijl de middelen die we vanuit het Rijk ontvangen ontoereikend lijken te zijn. Dit beeld wordt landelijk herkend en komt naar voren in de door het Sociaal Cultureel Planbureau uitgevoerde evaluatie van de Participatiewet. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevestigt dat het forse inspanningen vergt om mensen naar werk te ondersteunen en aan het werk te houden. Bovendien dient goed bekeken te worden op welk moment welke ondersteuning passend wordt geacht. Daarom pleiten wij voor een gevarieerd aanbod aan instrumenten, dat naar inzicht van de betrokken gespreksvoerder kan worden ingezet bij het naar werk begeleiden of aan het werk houden van inwoners, waarbij aandacht is voor efficiëntie en effectiviteit. Het snijden in de (duur van de inzet van) instrumenten die worden aangeboden en het uitsluiten van specifieke doelgroepen, past hier vooralsnog niet bij.
We streven een inclusieve arbeidsmarkt na, waarbij ruimte is voor het meedoen naar vermogen van alle inwoners. Dit is ook opgenomen in het beleidsplan Sociaal Domein. We stellen daarom voor om onze huidige dienstverlening voort te zetten. Met het vaststellen van de Programmabegroting 2020 is rekening gehouden met het budget dat naar onze verwachting nodig is om onze huidige dienstverlening binnen de Participatiewet in 2020 voort te zetten. Door de reeds getroffen maatregelen denken wij een verdere overbesteding van de beschikbare budgetten die we vanuit het Rijk ontvangen verder terug te dringen. Zoals eerder benoemd in dit memo hebben de maatregelen echter beperkt effect. Dat geldt voornamelijk voor het BUIG-budget. Daarnaast is er aandacht voor het monitoren van budgetten en de inzet van instrumenten. De financiële uitdaging binnen de Participatiewet is opgenomen als speerpunt en keert daarmee regelmatig terug in de maandrapportage. Mocht blijken dat de budgetten toch fors worden overschreden en dat een aanvraag vangnetuitkering noodzakelijk is, dan leggen we een uitvoeringsplan aan u voor waarin verdere maatregelen worden getroffen. Vooruitlopend hierop gaan we graag tijdens een commissievergadering met u in gesprek om de diverse scenario’s uit dit memo te bespreken en verder inhoudelijk toe te lichten.
Ook gaan we graag het gesprek aan over de eventuele wijziging van het bijstandsbestand naar aanleiding van de effecten van de coronacrisis en de daarvoor te treffen maatregelen.
Memo Participatiewet
17
4.3 Ter illustratie: verhalen uit de praktijk
Het verhaal van Mika Mika volgt praktijkonderwijs en komt nog niet in aanmerking voor een (aanvullende) uitkering. Wel behoort hij tot het doelgroepregister. Daarom ontvangt hij ondersteuning vanuit de gemeente Barneveld. Mika is bezig met het afronden van school; hij heeft zijn praktijkexamens al gedaan en gehaald. In mei zijn de laatste examens. De verwachting is dat hij het gaat redden. Op dit moment werkt hij parttime bij Bouwmarkt A en loopt hier ook nog stage. Volgens ouders heeft school het met de bouwmarkt gehad over het aanbieden van een contract. Er zou sprake zijn van het aanbieden van een contract voor 24 uur per week. Volgens moeder en Mika is dit een mooi begin qua uren, vader zou graag zien dat Mika meer werkt. Na een aantal gesprekken met school en de bouwmarkt leek het erop dat Mika een contract aangeboden zou krijgen voor 24 uur week. Toch bleek dit niet mogelijk – omdat Mika al een tweede jaarcontract had zou hij een vast contract moeten krijgen. Bouwmarkt A wil Mika geen vast contract bieden, waarmee de overeenkomst afloopt. Bouwmarkt A geeft daarnaast aan, zonder loonkostensubsidie, geen 24 uur aan te kunnen bieden tot augustus. Bouwmarkt A gaat uitzoeken wat er wel mogelijk is qua uren. In juni heeft een kennismakingsgesprek plaatsgevonden bij Bouwmarkt B in Voorthuizen. Dit was een positief gesprek.
Mika mag volgende week proef lopen en als dit vanuit beide partijen bevalt kan hij op contract werken. Ingezette instrumenten: * begeleiding gespreksvoerder * proefplaatsing * loonwaarde meting * loonkostensubsidie
Memo Participatiewet
18
Het verhaal van Esther Esther werkt 6,5 jaar als postbezorger voor zo’n 9 uur per week, zij functioneert hier goed. Esther staat ingeschreven in het doelgroepregister en heeft een goed beeld van haar beperkingen en weet wat ze nodig heeft bij een werkplek. Ze heeft geen recht op een aanvullende uitkering omdat haar man voldoende inkomsten heeft. Esther heeft HEAO gedaan en beheerst de talen Engels, Duits, Spaans en Frans. Zij wil meer uitdaging in haar werk. Een werkplek met haar beperkingen moet voldoen aan overzicht en structuur. Ze is niet stressbehendig en ze heeft hulp nodig met het bewaken van haar grenzen en kan niet omgaan met tijdsdruk. Esther heeft een laag werktempo en is perfectionistisch, hier heeft ze zelf ook last van in het dagelijks leven. Na gezamenlijk zoeken naar vacatures is Esther met onze hulp aan het werk gegaan bij Wageningen University & Research. Hiervoor is de afspraak gemaakt om forfaitaire loonkostensubsidie toe te kennen ten hoogte van 50% van het wettelijk minimumloon (artikel 10d, eerste lid Participatiewet) voor 6 maanden. Na drie maanden vraagt de gemeente een loonwaarde meting aan bij het UWV, zodat na 6 maanden de daadwerkelijke loonwaarde is vastgesteld. Deze loonwaarde bedraagt 100%. Dit betekent dat Esther volledig zelfstandig het wettelijk minimumloon kan verdienen en niet meer afhankelijk is van onze ondersteuning.
Ingezette instrumenten: * begeleiding gespreksvoerder * loonwaarde meting * jobcoaching * loonkostensubsidie
Memo Participatiewet
19
Het verhaal van Jemna Jemna is in 2006 naar Nederland gekomen als statushouder en heeft een inburgeringstraject gevolgd. In december 2013 is ze ontheven van de inburgeringsplicht. Ondanks een gedegen inspanning kan ze het examen niet behalen. Reden hiervoor zijn o.a. psychische omstandigheden. Jemna ontvangt van de gemeente Barneveld een bijstandsuitkering. In 2015 doet Jemna vrijwilligerswerk bij Ruimzicht, waar ze koffie voor ouderen schenkt. Zij doet dit vrijwilligerswerk twee jaar. Mevrouw geeft in het gesprek aan dat zij graag meer wil doen. De gesprekken hierover gaan moeilijk, na doorvragen hierover geeft Jemna aan dat zij telefoongesprekken lastig vind. In 2016 start Jemna met Beschermd Werk bij Ons Bedrijf. Hierbij wordt inzicht verkregen in wat er goed gaat op de werkvloer en waarbij nog ondersteuning nodig is. Het Beschermd Werk wordt verlengd, Jemna maakt doosjes op de productieafdeling van Ons Bedrijf. De leerdoelen sociale interactie en beheersing van de Nederlandse taal staan hier centraal. Het Nederlands praten gaat nog niet zo goed. Jemna begrijpt wel wat er wordt gezegd, maar weet dan niet goed in het Nederlands te reageren. Afgesproken om een extra middag nog te gaan om met Nederlandse taal te blijven oefenen. In 2018 start Jemna met een werkervaringsplaats.
Hierbij is aandacht voor haar werkhouding, zelfstandigheid, oplettendheid, de Nederlandse taal en tonen van initiatief. In juni 2018 wordt Jemna aangemeld bij de uitstroomgroep. Hier wordt gewerkt aan het verkrijgen van betaald werk. Jemna wordt voorgesteld bij vacatures, maar gesprekken lopen slecht doordat de beheersing van de Nederlandse taal beperkt is. Jemna krijgt een taalmaatje via Welzijn Barneveld. Via een proefplaatsing heeft Jemna even bij McDonald’s gewerkt. Haar beheersing van de Nederlandse taal is onvoldoende gebleken om haar daar een contract te bieden. Ondanks dat er nog geen sprake is van betaald werk, heeft Jemna een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Momenteel wordt gezocht naar betaald werk. Ingezette instrumenten: * begeleiding gespreksvoerder * vrijwilligerswerk * Beschermd Werk * werkervaringsplaats * uitstroomgroep * taalmaatje
Memo Participatiewet
20
5. Bijlage Schema arbeidsparticipatie
Memo Participatiewet
21