Bijlage 2 was-wordt tabel
Tekst van het document
Bijlage 2. Was-wordt tabel afschrijvingstermijnen Bij een X in de kolom ‘Afschrijving in jaren nieuw’ komt deze activasoort te vervallen. Deze zijn al niet meer opgenomen in de tabel in hoofdstuk 6 van de Nota Activeren en Waarderen 2026. In de kolom toelichting staat de onderbouwing op het verlengen van de afschrijvingstermijn (en bij enkele gevallen het verkorten). Deze kolom bevat ook de onderbouwing bij het laten vervallen of nieuw opvoeren van activasoorten (door differentiatie, samenvoeging of om andere reden). Bij de activasoorten waarbij de afschrijvingstermijn verlengd kan worden vanwege een langere verwachte toekomstige levensduur is de nieuwe afschrijvingstermijn in jaren dikgedrukt. Als sprake is van het korter maken van de afschrijvingstermijn dan is dit in het rood dikgedrukt.
Economisch nut Vastgoed Grond
Gebouwen
Afschrijving in jaren oud n.v.t.
40
Afschrijving in jaren nieuw Toelichting n.v.t.
Op gronden met een economisch nut mag niet afgeschreven worden.
45
Voorstel is te verlengen naar 45 jaar. Vastgoed gaat in beginsel altijd minimaal 40 jaar mee, maar gemiddeld geen 50 jaar. Hierbij speelt ook mee dat bij de initiële investering ook de installaties via de integrale investeringen lopen. We stellen voor om dit gelijk te trekken met de afschrijvingstermijn van het gebouw. De vervanging na 1e inrichting is namelijk de financiële verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Daarmee is de economische waarde van de 1e inrichting voor de gemeente gelijk aan de verwachte gebruiksduur van schoolgebouw. Pas bij een vervangende nieuwbouw moet de gemeente weer de 1e inrichting bekostigen.
1e Inrichting onderwijs
20
45
Noodvoorzieningen onderwijs
15
20
Zonnepanelen
20
20
Centrale verwarmingsinstallaties
15
15
Overige installaties Vloerbedekking Inventaris / meubelen Riolering
20 15 10
20 15 10
In de praktijk hebben noodvoorzieningen een levensduur van 20 jaar. Handhaven op 20 jaar Bij nieuwbouw worden deze kosten meegenomen bij de initiële integrale investering en de vervanging daarna in beginsel via het MJOP. Deze aparte activasoort is toch opgenomen om bijvoorbeeld te kunnen gebruiken voor investeringen in een aan te schaffen bestaand pand of een te huren pand (of andere van toepassing zijnde situaties). Idem aan centrale verwarmingsinstallaties Idem aan centrale verwarmingsinstallaties Handhaven op 10 jaar
1
Rioleringen
50
X
Renovatie riolering
25
X
Pompen riolering
15
X
Vrijvervalriolen
80
80
Staat nog in de financiële verordening, maar Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2026 (GRP) is nu leidend Staat nog in de financiële verordening, maar GRP is nu leidend Staat nog in de financiële verordening, maar GRP is nu leidend Conform GRP
Persleidingen en drukleidingen
60
60
Conform GRP
Milieumaatregelen Grondwatermaatregelen Gemalen (bouwkundig) Drukriolering (bouwkundig) / Relining
60 60 60
60 60 60
Conform GRP Conform GRP Conform GRP
45
45
Conform GRP (Relining toegevoegd)
25
Nieuw, ontbreekt nog in GRP maar gezien de levensduur is een eigen activasoort gewenst
15
15
Conform GRP
30
30
Handhaven op 30 jaar
Apparatuur betaald parkeren
15
15
Handhaven op 15 jaar
Vervoermiddelen (exclusief elektrisch)
8
X
We stellen een verdere differentiatie voor, zodat een deel van 8 naar 10 of 12 jaar kan (zie hieronder).
Beschoeiingen Gemalen en drukriolering (mechanisch/elektrisch) Begraven Begraafplaatsen Bedrijfsmiddelen
Onderscheid elektrisch laten vervallen. Activering en afschrijving gaat dan via activasoort 'lichte voertuigen' / 10 jaar. Accu/batterij kan in beginsel namelijk (minimaal) 10 jaar mee. Ook vanwege technologische ontwikkeling elektrische voertuigen heeft 10 jaar de voorkeur. Vervoermiddelen elektrisch
Lichte voertuigen (bestelwagens, aanhangers, grasmaaiers, aanbouwapparatuur)
12
X
10
Hoewel elektrische voertuigen in aanschaf en daarmee bij gelijke afschrijvingstermijn duurder zijn dan niet-elektrische, zien we een besparing op de variabele kosten (onderhoud en brandstof). Deze wijziging mag daarmee niet leiden tot een wijziging in het investeringsbeleid op elektrificatie van het wagenpark. Nieuwe activasoort (zie hierboven bij ‘vervoermiddelen (exclusief elektrisch)’. Er is reëel ingeschat dat deze activasoort een levensduur van gemiddeld 10 jaar heeft. Wordt ook gebruikt voor elektrische voertuigen.
2
Zwaardere specialistische voertuigen (vrachtwagens, autolaadkranen, veegmachines, gladheidsbestrijdingsmaterieel)
8
Tractoren licht
12
Tractoren zwaar
10
Tractiebatterijen
6
X
Automatisering (hardware)
3
5
Automatisering (software)
5
5
Grasmaaiers en overige aanbouwapparatuur
8
X
Overige bedrijfsmiddelen
Maatschappelijk nut Integraal fysiek domein Civieltechnische werken algemeen
p.m.
Afschrijving in jaren oud
50
Nieuwe activasoort (zie hierboven bij ‘vervoermiddelen (exclusief elektrisch)’. Er is reëel ingeschat dat deze activasoort een levensduur van gemiddeld 8 jaar behoudt. Nieuwe activasoort (zie hierboven bij ‘vervoermiddelen (exclusief elektrisch)’. Er is reëel ingeschat dat deze activasoort een levensduur van gemiddeld 12 jaar heeft. Nieuwe activasoort (zie hierboven bij ‘vervoermiddelen (exclusief elektrisch)’. Er is reëel ingeschat dat deze activasoort een levensduur van gemiddeld 10 jaar heeft. Via overige bedrijfsmiddelen laten lopen, komt namelijk niet regelmatig voor in het MIP (zie hieronder) Is reëel ingeschat om te verlengen van 3 naar 5 jaar Handhaven op 5 jaar Samengevoegd met 'lichte voertuigen' en kan daarmee als eigen activasoort vervallen (zie hierboven). Naast bovengenoemde activasoorten zijn er nog diverse andere activasoorten die minder regelmatig voorkomen. De verwachte levensduur hiervan fluctueert. Mocht een dergelijke investering zich voordoen (boven de drempel), dan dient bij het raadsvoorstel tot beschikbaar stellen van het krediet ook een onderbouwde afschrijvingstermijn opgenomen te worden.
Afschrijving in jaren nieuw Toelichting
50
Civieltechnische werken - beton
100
Civieltechnische werken - hout
40
Vastgesteld bij MIP2023, passen we toe bij staal/composiet of nog onbepaald materiaalgebruik (o.b.v. gewogen gemiddelde). Differentiëren omdat er groot verschil zit in technische levensduur bij keuze materiaal draagconstructie. Ten opzichte van het gewogen gemiddelde (civieltechnische werken – algemeen) levert dit geen besparing op maar is het vooral bedoeld voor een reëler beeld. Differentiëren omdat er groot verschil zit in technische levensduur bij keuze materiaal draagconstructie. Ten opzichte van het gewogen gemiddelde (civieltechnische werken – algemeen) levert dit geen besparing op maar is het vooral bedoeld voor een reëler beeld.
3
Grond onder wegen
40
Conform BBV afschrijven gelijk met de levensduur van de weg (onlosmakelijk verbonden met de weg en daarmee toekomstige waarde nihil).
Wegen Wegen levensduur verlengend onderhoud (LVO)
40
40
Conform Beheerplan wegen 2023-2027
20
20
Conform Beheerplan wegen 2023-2027
Verkeersregelinstallaties (VRI)
15
20
Lichtmasten
30
40
Armaturen
30
20
Bomen
40
Plantsoenaanleg
15
20
Abri’s Straatmeubilair
20 15
20 15
Speelgelegenheden
10
Is reëel ingeschat om te verlengen van 15 naar 20 jaar Is reëel ingeschat om te verlengen van 30 naar 40 jaar (armatuur moet dan wel naar 20 jaar) Is reëel ingeschat te verkorten van 30 naar 20 jaar (lichtmast kan dan wel naar 40 jaar) Tot dusver geen eigen activasoort en ging via 'plantsoenaanleg'. De levensduur van bomen is echter langer dan die van plantsoenen. Is reëel ingeschat om te verlengen van 15 naar 20 jaar Handhaven op 20 jaar Handhaven op 15 jaar
15
We hebben houten, stalen en betonnen speeltoestellen. In meerderheid hebben we houten toestellen. De gemiddelde gebruiksduur voor speeltoestellen kan daarmee op 15 jaar. Bij MIP2023 is dit op 10 jaar vastgesteld. Conform BBV mag het echter maximaal 5 jaar. We gebruiken dit alleen bij losse voorbereidingskredieten (zie nota Activeren en Waarderen).
Voorbereidingskrediet
10
5
Sport Kunstgrasvelden
12
12
Verlichting op sportcomplexen
15
15
Minicontainers
15
X
Handhaven op 12 jaar Voorlopig handhaven op 15 jaar. Dit is nog op basis van traditionele verlichting. Het vraagt nader (extern) onderzoek of de levensduur van lichtmasten op sportcomplexen bij LED langer is. Vanaf 2025 activeren we dit niet meer omdat de hoogte van de gemiddelde investering onder de drempel van € 20.000 valt.
4