CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Rapport Berenschot - Barneveld Registratie bijstandsvariabele CBS.pdf

Gemeenteraad 5 juli 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vangnetuitkering BUIG 20223.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Registratie bijstandsvolume Barneveld Auteurs: Martin Heekelaar, Thom de Jong

6 FEBRUARI 2023

Intern vertrouwelijk

GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG

RAPPORTAGE REGISTRATIE BIJSTANDSVARIABELE BARNEVELD

Inhoud 1. Inleiding 2. Registratie van de bijstandsvariabele 3. Bijstandsbudget 4. Conclusie en Advies

2

RAPPORTAGE REGISTRATIE BIJSTANDSVARIABELE BARNEVELD | INLEIDING

1. Aanleiding van het onderzoek Gemeentes in Nederland krijgen voor het betalen van de bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies een vergoeding van de overheid. De burgers kunnen de bijstandsuitkering aanvragen bij de gemeente. De gemeente bepaalt of de burger in aanmerking komt voor een vergoeding. Wanneer de burger in aanmerking komt voor de uitkering wordt dat doorgegeven aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het aantal bijstandsgerechtigde van de gemeente is terug te vinden in Statline (databank van het CBS).

Probleem De managers van de gemeente Barneveld vermoedden dat het aantal bijstandsgerechtigden in hun rapportage niet overeenkomt met wat erop Statline staat. De vrees bestond dat dat als gevolg zou kunnen hebben dat de gemeente daardoor een kleiner bijstandsbudget zou ontvangen dan waar ze recht op heeft.

Onderzoek Barneveld heeft daarom Berenschot gevraagd om onderzoek te doen naar het mogelijk verschil tussen de cijfers van het gemeentelijk bijstandsvolume zoals in de systemen staat en zoals openbaar wordt gemaakt door het CBS via Statline. Om antwoord te geven op deze vraag worden de volgende subonderdelen onderzocht: • Definities van de bijstandsvariabele en de eisen vanuit het CBS van levering • De wijze waarop Barneveld deze registreert • De wijze waarop de cijfers worden geleverd aan het CBS • De procesgang nadat deze bij het CBS is geleverd • Doorverwerking van het bijstandscijfers in de hoogte van het budget dat u ontvangt Door middel van deskresearch en een werksessie met de betrokken managers werd het onderzoek uitgevoerd. Het resultaat is een advies over de eventuele te nemen maatregelen. 3

RAPPORTAGE REGISTRATIE BIJSTANDSVARIABELE BARNEVELD | REGISTRATIE VAN DE BIJSTANDSVARIABELE

2.1 Definities bijstandsvariabele Definitie CBS Statline Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is de bijstandsuitkeringenstatistiek de verzameling en analyse van gegevens over personen die bijstandsuitkeringen ontvangen. Het omvat informatie over de demografische kenmerken van de ontvangers, de duur van de uitkeringen, en andere relevante factoren die van invloed zijn op de bijstandsuitkeringen. De richtlijnen van de aangeleverde gegevens zijn terug te vinden in het document ‘Richtlijnen Bijstandsuitkeringenstatistiek (BUS) 2021’. Het overzicht van welke gegevens aangeleverd moeten worden per soort uitkering staat in bijlage A.

Definitie Gemeente Barneveld In de management rapportage van de gemeente staat een beknopte notitie over welke groepen vallen onder de algemene bijstand. Dat zijn de groepen ‘Basis per 21-pensioenleeftijd’, ‘Basis personen <21’ en ‘Krediethypotheek’. Werksessie conclusie In de werksessie kwam naar voren dat de verantwoordelijke werknemer van de aanlevering van de bijstand gegevens goed op de hoogte was van de richtlijnen van het CBS. De rest van de medewerkers waren minder op de hoogte. Tijdens deze sessie is ook besproken wat iedereen verstaat onder de definitie bijstandsvariabele en hieruit is gebleken dat er geen significant verschil is tussen de definitie van het CBS en Barneveld.

https://www.cbs.nl/nl-nl/deelnemers-enquetes/decentrale-overheden/soc-zekerheid-overheid/bijstandsuitkeringenstatistiek--bus--/richtlijnen-en-documentatie--bus--

4

RAPPORTAGE REGISTRATIE BIJSTANDSVARIABELE BARNEVELD | REGISTRATIE VAN DE BIJSTANDSVARIABELE

2.2 Het proces van de registratie 3. CBS Statline

Stappen in het proces 1. Intake van de kandidaat bij de gemeente. De werknemer controleert of de persoon in aanmerking komt. De vereiste gegevens worden genoteerd. 2. De demografische kenmerken worden in de database gezet via het programma Zeva. 3. Via een SQL-script worden de gegevens uit de database verstuurd naar Statline. Het CBS controleert daarna of de gegevens correct zijn. Incorrecte waardes worden teruggegeven in het portaal waar de gemeente medewerker deze kan bekijken. 4. Via een SQL-script worden de Zeva rapportages opgesteld. Vervolgens worden hier handmatig andere bestanden aan toegevoegd. 5. De managementrapportage wordt gebruikt door het management voor sturing. 6. Controle tussen de waardes van CBS Statline en de managementrapportage van Barneveld. Bij een verschil moet er onderzocht worden waar dit verschil vandaan komt. Werksessie conclusie Uit de werksessie kwam naar voren dat er een fout zat in het script waardoor er 30 personen minder waren doorgegeven aan het CBS Statline. Het script is aangepast waardoor er weer juiste waardes worden doorgegeven. Het probleem van de gemeente Barneveld is hierdoor verholpen, maar te adviseren is om de handmatige stappen te automatiseren om problemen te voorkomen.

1. Intake

2. Zeva

6. +/- mogelijk verschil

4. Handmatige verwerking

5. Q-rapportage Participatiewet (Managementrapportage)

Andere bestanden

5

RAPPORTAGE REGISTRATIE BIJSTANDSVARIABELE BARNEVELD | REGISTRATIE VAN DE BIJSTANDSVARIABELE

2.3 Verschil Barneveld en CBS 2020-2021 510

In het figuur aan de linkerkant is het aantal personen in de algemene bijstand te zien over de jaren 2020/2021. De oranje balk geeft het getal weer dat op de website van het CBS staat en de blauwe balk het getal dat in de managementrapportage staat van de gemeente Barneveld.

505

500

Analyse Het verschil tussen het CBS en Barneveld is tussen de 0 en 10 personen. Bij de laatste twee maanden worden de waardes van de Q-rapportage Barneveld niet weergegeven aangezien deze destijds nog niet beschikbaar waren.

495

490

485

480

Verklaring Alle cijfers kennen een mate van onzekerheid. Deze onzekerheidsmarge is voor de geraamde cijfers het grootst. Afhankelijk van de (sub)populatie worden de geraamde cijfers afgerond op een 200-, 500- of 1000-tal. De overige cijfers worden afgerond op 10-tallen. Als gevolg van de afrondingen kan het voorkomen, dat de som van de detailgegevens afwijkt van het totaal.

475

470

465

Barneveld Q-rapportage

Barneveld Statline

StatLine - Bijstandsuitkeringen; uitkeringsgrondslag, regio's (cbs.nl)

6

RAPPORTAGE REGISTRATIE BIJSTANDSVARIABELE BARNEVELD | REGISTRATIE VAN DE BIJSTANDSVARIABELE

2.4 Verschil Barneveld en CBS 2021-2022 In het figuur aan de linkerkant is het recent aantal personen in de algemene bijstand te zien over de jaren 2021/2022. De oranje balk geeft het getal weer dat op de website van het CBS staat en de blauwe balk het getal dat in de managementrapportage staat van de gemeente Barneveld.

510

505

Analyse Het verschil tussen het CBS en Barneveld is tussen de 0 en 13 personen. Vanaf het nieuwe jaar 2022 is de afwijking groter dan 10 personen.

500

495

Verklaring Op het CBS Statline worden bij de meest recente cijfers aangegeven ‘** nader voorlopige cijfer’. Dat betekent dat het een inschatting is en dat de juiste waardes nog bepaald moet worden. Deze waarde kan later dus nog aangepast worden door het CBS.

490

485

Conclusie Uit zowel de verschillenanalyse over de oude en recentere cijfers is geen onverklaarbaar verschil geconstateerd. Op basis van deze uitkomst is te concluderen dat het proces van de registratie van de algemene bijstand van de gemeente Barneveld goed verloopt.

480

Barneveld

Barneveld Statline

StatLine - Bijstandsuitkeringen; uitkeringsgrondslag, regio's (cbs.nl)

7

RAPPORTAGE REGISTRATIE BIJSTANDSVARIABELE BARNEVELD | BIJSTANDSBUDGET

3. Bijstandsbudget Algemeen Gemeenten zijn sinds 2004, bij de invoering van de Wet werk en bijstand (WWB) gebudgetteerd voor de bijstandsuitgaven. Vanaf 2015, bij de invoering van de Participatiewet, zijn daar de loonkostensubsidies bij gekomen. Het budget dat gemeenten jaarlijks ontvangen voor de bijstandsuitkeringen en de loonkostensubsidies wordt het bijstandsbudget, het BUIG-budget of het inkomensdeel genoemd. Het bijstandsbudget wordt per gemeente berekend door het macrobudget (dat berekend wordt op basis van ramingen van het Centraal planbureu) te vermenigvuldigen met het gemeentelijk aandeel. Uitgangspunt is dat het macrobudget jaarlijks toereikend is. Het gemeentelijk aandeel in het deel dat bestemd is voor de loonkostensubsidies is gelijk aan het historisch aandeel in de uitgaven. Het budget voor de uitkeringen wordt voor gemeenten met meer dan 40.000 inwoners verdeeld op basis van objectieve factoren. Objectieve factoren zijn factoren die niet direct gerelateerd zijn aan de totale bijstandsuitgaven en die niet direct door gemeenten te beïnvloeden zijn. Het gaat bij de objectieve factoren bijvoorbeeld om het aantal alleenstaande ouders, het aantal huishoudens met een migratieachtergrond en het aantal corporatiewoningen in de gemeente.

Doordat objectieve factoren niet direct door individuele gemeenten beïnvloedbaar zijn, hebben gemeenten – conform de bedoeling van de budgettering - een financiële prikkel om de bijstandsuitgaven zo laag mogelijk te houden. Voor gemeenten met minder dan 40.000 inwoners wordt het budget geheel of gedeeltelijk verdeeld op basis van het historisch aandeel in de uitgaven. Belangrijk is om vast te stellen dat het geregistreerde bijstandsvolume niet van invloed is op de hoogte van het bijstandsbudget. Systematiek Gemeenten krijgen jaarlijks voor 1 oktober (jaar t-1) te horen wat het voorlopig BUIG-budget is voor het komende jaar (jaar t). In het voorjaar (jaar t) horen gemeenten wat het nader voorlopig budget wordt. En voor 1 oktober in het lopende jaar (jaar t), wordt het definitieve budget vastgesteld. Het gemeentelijk aandeel in het budget voor de uitkeringen staat in jaar t-1 (voor 1 oktober) vast. Het macrobudget en het gemeentelijk aandeel in het budgetdeel voor de loonkostensubsidies worden in het lopende jaar t geactualiseerd. De grafieken hierna tonen de jaarlijkse bijstandsbudgetten en – uitgaven respectievelijk het jaarlijkse budget- en uitgavenaandeel voor de gemeente Barneveld. 8

RAPPORTAGE REGISTRATIE BIJSTANDSVARIABELE BARNEVELD | BIJSTANDSBUDGET

3.1 Budget en uitgaven De grafiek links toont de jaarlijkse bijstandsbudgetten en –uitgaven van de gemeente Barneveld. Vanaf 2015 maken de loonkostensubsidies eveneens onderdeel uit van het budget en de uitgaven. We zien dat Barneveld in de jaren vanaf 2014 jaarlijks te maken had – met uitzondering van 2018 - met een financieel tekort. De tweede grafiek laat het budget en de uitgaven zien als percentage van het landelijk gemiddelde. We zien dat zowel in het budget als in de uitgaven sprake is van een stijgende trend. Dat betekent dat er in vergelijking met andere gemeenten in Nederland steeds meer bijstandsuitgaven worden gedaan, waarvoor de gemeente een steeds hoger objectief aandeel krijgt. Opvallend is dat in 2019, 2020 en 2021 sprake was van een dalend budgetaandeel, terwijl sprake was van een stijging van het uitgavenaandeel. In 2022 en in 2023 neemt het budgetaandeel relatief sterk toe. In 2023 ligt het budgetaandeel op het niveau van het uitgavenaandeel in 2021. Mogelijk dat daardoor in 2022 en 2023 sprake is van een minder groot tekort dan wel van een kleine besparing op het bijstandsbudget. 9

RAPPORTAGE REGISTRATIE BIJSTANDSVARIABELE BARNEVELD | BIJSTANDSBUDGET

3.2 Budgetsaldi mln € Bijstandsbudget Netto bijstandsuitgaven Saldo agv macro-overschot of -tekort agv verdeling % Saldo % agv macro-overschot of tekort % agv verdeling

2004 3,34 4,10 -0,76 0,22 -0,98 -22,6% 6,6% -29,2%

2005 3,93 3,99 -0,06 0,20 -0,26 -1,6% 5,1% -6,7%

2006 4,06 3,73 0,32 0,01 0,31 7,9% 0,3% 7,7%

2007 3,54 3,62 -0,07 0,03 -0,10 -2,0% 0,8% -2,8%

2008 3,62 3,68 -0,06 0,07 -0,12 -1,5% 1,8% -3,3%

2009 3,46 4,07 -0,62 -0,09 -0,53 -17,8% -2,6% -15,2%

2010 3,91 5,05 -1,14 -0,36 -0,78 -29,1% -9,1% -20,0%

2011 4,05 5,36 -1,31 -0,68 -0,63 -32,4% -16,8% -15,5%

2012 5,17 5,16 0,01 -0,04 0,05 0,2% -0,7% 0,9%

2013 5,94 5,66 0,28 0,14 0,14 4,7% 2,4% 2,3%

2014 6,09 6,67 -0,58 -0,07 -0,51 -9,6% -1,2% -8,4%

2015 6,32 6,70 -0,38 -0,12 -0,26 -6,0% -1,9% -4,1%

2016 6,44 7,29 -0,85 -0,39 -0,46 -13,2% -6,0% -7,2%

2017 7,51 8,15 -0,64 -0,45 -0,20 -8,6% -6,0% -2,6%

2018 7,86 7,54 0,32 0,03 0,30 4,1% 0,5% 3,8%

2019 7,17 7,56 -0,39 0,06 -0,45 -5,4% 0,8% -6,2%

2020 7,39 8,08 -0,69 0,33 -1,02 -9,3% 4,4% -13,8%

2021 2022 2023 7,33 7,91 8,36 8,44 -1,11 0,28 -1,39 -15,1% 3,9% -19,0%

2022

10,0% 5,0%

% saldo BUIG

0,0% -5,0% -10,0% -15,0% -20,0% -25,0% -30,0% -35,0%

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Totaal

-22,6%

-1,6%

7,9%

-2,0%

-1,5%

-17,8%

-29,1%

-32,4%

0,2%

4,7%

-9,6%

-6,0%

-13,2%

-8,6%

4,1%

-5,4%

-9,3%

-15,1%

Macro

6,6%

5,1%

0,3%

0,8%

1,8%

-2,6%

-9,1%

-16,8%

-0,7%

2,4%

-1,2%

-1,9%

-6,0%

-6,0%

0,5%

0,8%

4,4%

3,9%

Verdeling -29,2%

-6,7%

7,7%

-2,8%

-3,3%

-15,2%

-20,0%

-15,5%

0,9%

2,3%

-8,4%

-4,1%

-7,2%

-2,6%

3,8%

-6,2%

-13,8%

-19,0%

2023

De tabel links laat (nogmaals) de budgetten en de uitgaven zien. Het saldo wordt uitgesplitst in een deel dat verklaard wordt door het macrobudget (tekort of besparing die geldt voor alle gemeenten) en een deel dat verklaard wordt door de verdeling (het gemeentelijk aandeel in het budget minus het gemeentelijk aandeel in de uitgaven). De grafiek links laat het totale procentuele saldo zien (staafdiagram) en het deel dat verklaard wordt door het macrobudget (rood) en de verdeling (groen). We zien dat de tekorten van Barneveld in de jaren 2019 t/m 2021 verklaard worden door een te laag aandeel in het budget.

In theorie is het saldo als gevolg van de verdeling de afspiegeling van de kwaliteit van het beleid en/of de uitvoering. Het objectief verdeelmodel berekent gegeven de sociaal-economische omstandigheden van een gemeente de bijstandsuitgaven de – gemiddeld gesproken – verwachte bijstandsuitgaven. Volgens de theorie had gemeente Barneveld het uitgavenaandeel in de jaren 2019 t/m 2021 fors omlaag moeten brengen. De vraag is of dat (mede gezien de trend die we hiervoor al zagen) reëel is. De vraag is ook of het objectief verdeelmodel voor de gemeente Barneveld goed voorspelt. Hoewel het objectief verdeelmodel al een jarenlang op hoog wetenschappelijk niveau doorontwikkeld model is, verdeelt het nog steeds niet perfect. Los van de vertraging die in het model zit (de verdeling is hoe dan ook gebaseerd op objectieve sociaal-economische factoren van tenminste twee jaar terug) zijn er nog steeds tekortkomingen die voor sommige gemeenten negatieve uitkomsten laten zien. Dit wordt door het ministerie onderkend. Echter, dat wordt op de koop toegenomen gezien het bredere belang van het kabinet om gemeenten financieel te stimuleren om telkens te sturen op zo laag mogelijke bijstandsuitgaven. 10

RAPPORTAGE REGISTRATIE BIJSTANDSVARIABELE BARNEVELD | BIJSTANDSBUDGET

3.3 Andere budgetten We hebben laten zien dat de bijstandsstatistiek niet of nauwelijks van invloed is op de hoogte van het bijstandsbudget. De vraag kan gesteld worden of de bijstandsstatistiek helemaal niet van invloed is op de budgetten die de gemeente Barnveld ontvangt. Het antwoord is nee. Het aantal bijstandsgerechtigden is in ieder geval van invloed op de omvang van de algemene uitkering in het gemeentefonds. Het is daarom belangrijk dat het aantal bijstandsgerechtigden goed door de gemeente wordt geregistreerd. Dat geldt ook voor andere variabelen. De algemene uitkering in het gemeentefonds wordt verdeeld op basis van tientallen variabelen. De rijksoverheid ontleend deze cijfers van het CBS. Binnen het zogenoemde cluster Participatie (ook wel het fictieve budget voor de Participatiewet in het gemeentefonds) ontvangt de gemeente voor elke (geregistreerde!) bijstandsgerechtigde circa €6500,-. Dat geldt ook voor het aantal personen met een loonkostensubsidie. Voor deze mensen ontvangt de gemeente eveneens €6500,- per loonkostensubsidie. Voorts wordt de omvang van het cluster bepaald door het aantal huishoudens met een laag inkomen en het aantal inschrijvingen in het doelgroepregister vanuit de doelgroep van de Participatiewet. Met andere woorden: het is belangrijk dat de registraties van de gemeente en de aanlevering bij het CBS goed op orde zijn.

Anders bestaat het risico dat de gemeente veel geld misloopt in met name het gemeentefonds. Hiervoor zagen we al dat de registraties voor wat betreft de algemene bijstand goed op orde zijn.

11

RAPPORTAGE REGISTRATIE BIJSTANDSVARIABELE BARNEVELD | CONCLUSIES EN ADVIES

5.1 Conclusies •

•

•

•

•

Uit zowel de verschillenanalyse ten aanzien van Barneveldse registratie en de CBS-cijfers over de oude en recentere cijfers is geen onverklaarbaar verschil geconstateerd. Op basis van deze uitkomst is te concluderen dat het proces van de registratie van de algemene bijstand van de gemeente Barneveld goed verloopt. De CBS registratie is nauwelijks of niet van invloed op de hoogte van het bijstandsbudget. De registratie is echter wel van invloed op hoogte van andere budgetten, zoals de algemene uitkering in het gemeentefonds. Gemeente Barneveld had in de afgelopen jaren forse tekorten op het bijstandsbudget. De tekorten worden verklaard door enerzijds stijgende uitgaven en anderzijds dalende budgetten. In 2022 en 2023 nam het budgetaandeel (fors) toe. Als de uitgaven in 2022 en 2023 niet gestegen zijn ten opzichte van 2021, is het tekort in 2023 (nagenoeg) verdwenen. De stijging van het budgetaandeel in 2022 en 2023 wordt mogelijk verklaard door de invoering van LKS naar realisatie. Dat betekent dat het budgetdeel voor de loonkostensubsidie vanaf 2022 historisch wordt verdeeld. Tot en met 2021 werd het budgetdeel voor de loonkostensubsidie verdeeld op basis van objectieve maatstaven. Of de stijging hier daadwerkelijk door wordt verklaard, moet worden onderzocht.

•

•

De tekorten in de afgelopen jaren worden tenminste deels verklaard doordat sprake is van een jaarlijkse stijging van het uitgavenaandeel. Het objectief aandeel in het budget volgt de stijgende uitgaven met enige vertraging. De hiervoor geschetste ontwikkelingen van budgetten en uitgaven leiden tot een aantal vragen: - Hoe kan de stijgende trend van de bijstandsuitgaven worden verklaard? - Kunnen de bijstandsuitgaven en in het bijzonder de stijgende trend omlaag worden gebracht door beleid en uitvoering? - Hoe kunnen de tekorten op het bijstandsbudget in de afgelopen jaren worden verklaard? Is er sprake van tekortkomingen in het objectief verdeelmodel of laat de gemeente Barneveld kansen liggen om de bijstandsafhankelijkheid in de gemeente omlaag te brengen? - Hoe kan de stijging van het budgetaandeel in 2022 en 2023 worden verklaard? Komt dat door LKS-naar-realisatie? Of waren er veranderingen in het objectief aandeel? - Wat kunnen we zeggen over de toekomstige ontwikkeling van zowel het budget als de uitgaven. Moet Barneveld rekening houden met een verdere stijging van het uitgavenaandeel? Hoe gaat het bijstandsbudget zich ontwikkelen? En wat betekent dat voor het saldo op het bijstandsbudget?

12

RAPPORTAGE REGISTRATIE BIJSTANDSVARIABELE BARNEVELD | CONCLUSIES EN ADVIES

5.2 Advies Ten aanzien van de registratie • In opdracht van gemeente Barneveld hebben we de registratie van het aantal bijstandsgerechtigden onderzocht en meerjarig de onderliggende budgetten en uitgaven van het saldo op het bijstandsbudget in beeld gebracht. • Ten aanzien van de algemene bijstand hebben we vastgesteld dat het proces van registratie in de gemeente Barneveld goed verloopt. Ons advies is om daarmee door te gaan.

Ten aanzien van het bijstandsbudget en de-uitgaven • We hebben laten zien dat met het oog op het saldo goed onderscheid tussen budget en uitgaven moet worden gemaakt. De uitgaven zijn – tot op zekere hoogte – beïnvloedbaar. Dat geldt niet voor het budget. • Daarom is het belangrijk om inzicht te hebben in de factoren die de omvang van de bijstandsafhankelijkheid en de bijstandsuitgaven beïnvloeden en in de mogelijkheden om de uitgaven omlaag te brengen. Op basis daarvan kunnen maatregelen worden genomen. • Echter, gemeenten moeten ook inzicht hebben in de werking van de financieringssystematiek van de bijstand. Dat geeft inzicht in de oorzaken van een eventueel tekort. Dat laat onverlet dat het verdeelmodel bijzonder complex is en dat aan de hand daarvan – ook door het ministerie van SZW en de makers van het verdeelmodel niet altijd goede verklaringen kunnen worden gevonden. • De bijstandsuitgaven en het bijstandsbudget laten voor de gemeente Barneveld een bijzondere ontwikkeling zien. In de conclusies hebben wij een aantal vragen geformuleerd die ons inziens beantwoord zouden moeten worden met het oog op het gewenste beleid en de uitvoering. Ons advies is om nader onderzoek te doen, met als doel om de hiervoor geformuleerde vragen (onder paragraaf 5.1) te beantwoorden. 13

RAPPORTAGE REGISTRATIE BIJSTANDSVARIABELE BARNEVELD | BIJLAGE

Bijlage A: gegevensoverzicht BUS, per soort uitkering

14

Berenschot

www.berenschot.nl linkedin.com/berenschot

Intern vertrouwelijk

GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=cb79e165-e1c4-449d-8217-4a0647d6b123