bijlage 2 Kootwijkerzand, monitoring en eerste bevindingen.pdf
Tekst van het document
Monitoring Kootwijkerzand 2021
Observaties en tellingen in het kader van verstoring van natuur/broedvogels door recreanten in het zuid/oostelijk gelegen gebiedsdeel Kootwijkerzand. Het gebied komt mogelijk in aanmerking om te worden afgesloten in het vogelbroedseizoen in het kader van recreatie-zonering. Over de gehouden monitoring verschijnt een document ‘Visie Recreatiezonering’, de auteur is Henri Thomassen. Kaartje nr. 1: (Google-maps, niet actueel)
(Bewerkt kaartje nr. 2, met aandachtspunten).
De observaties Periode Wanneer Opnameperiode en condities Observaties van Recreanten - aantallen, wie, hoe en waar Parkeerplaatsen, aantallen auto’s Druktebeeld, uitkijktoren en natuurterrein Uitvoerders monitoring Deze eerste voorlopige rapportage (De monitorings-data verschijnen in de hier ondergenoemde Visie ). Visie Recreatiezonering
7 mei – 16 juni 2021 Door de week / weekend / feestdagen Tijdsperiode (veelal tussen 14:00 en 16:00 uur); Weersconditie: (temperatuur/zonnig/bewolkt/regen/wind) Vogels, Recreanten, Parkeren, Vogels, Vegetatie, Beheer Beeld bij de uitkijktoren: aantal recreanten. In de monitoringsgebieden: wandelaars, joggers/sporters, ruiters fietsers, etc. Parking: P bij de uitkijktoren, P aan de Houtzagers-weg en de Parkeerstrook aan de Duinweg
Roel van Ee, Aart Buurma (13x, gebied 3+4); Annelies van Rheenen, Marcel Luijters en Lucia Schmidt (7x, gebied 1+2) Aart Buurma
De auteur is Henri Thomassen. Het document wordt op korte termijn uitgebracht.
Op gebaande wegen over het Kootwijkerzand ...
Kaartje nr.3. Gebaande wegen/paden (groen-blauw) in het zoneringsgebied (zwarte lijn).
De observaties wijzen uit dat wandelaars niet kris-kras door het stuifzandgebied lopen. Ze maken gebruik van de ‘gebaande’ wegen/paden over het zand. Deze zijn doorgaans vrij makkelijk te belopen omdat ze platgetreden zijn. Deels zijn het lange afstandspaden zoals het Marskramerpad. Nogal eens worden de paden gebruikt door terreinwagens gezien de wielsporen. Wat bij de observaties sterk opvalt is dat de recreatieverspreiding per gebiedsdeel sterk verschilt. Als voorbeeld: een groot aantal auto’s op de parkeerplaatsen doet vermoeden dat het overal op het zand erg druk is. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn bij de nabij gelegen uitkijktoren aan de zuidwestrand van het Kootwijkerzand. Groepjes mensen, zoals ouders en kinderen hebben er een plekje ingenomen om te recreëren, anderen maken een klein ommetje door het mulle zand. Op de 700 meter verderop gelegen observatiepunt, in het zuidelijk gelegen gebiedsdeel 3 (zie kaartje 2), blijft van het druktebeeld niets meer over. De gebiedsdelen 3 en 4 geven een verlatenheid weer van slechts heel af en toe één of meerdere natuurrecreanten.
De vier gebiedsdelen in het beoogde zoneringsgebied Gebiedsdeel 1 (zie kaartje nr. 2) Een vlak, grotendeels open terrein met een hoger gelegen observatiepunt vanwaar de omgeving in alle richtingen goed te overzien is. De bodem is bedekt met pioniersvegetatie. Iets westelijk van het midden is een stuk met vliegdennen dichtgegroeid heideterrein. Recreatie-wandeldrukte in het gebied: betreding is vrijwel niet geconstateerd. De weinige wandelaars die er zijn, blijven op de paden die het gebied omsluiten. Vogelsoorten: Voor de doelsoorten ‘stuifzandgebied’ geen optimaal gebied. Nut en Noodzaak om af te sluiten: Geen, er zal geen natuurwinst worden behaald.. Gebiedsdeel 2 (zie kaartje nr. 2) Een geaccidenteerd, open terrein. Het landschap bestaat uit zowel kale grond, lage mos en grasvegetaties en heide. In het terrein staan fraaie Jeneverbessen, berken en spaarzaam wat dennenopslag.
Recreatie-verstoring in het gebied: Er is geen betreding waargenomen, wandelaars komen alleen op de wandelpaden aan de oost-, zuid- en westzijde die het gebied omsluiten. De noordzijde gaat geleidelijk over in stuifzand. Vogelsoorten: Voor de meeste doelsoorten stuifzandgebied is het optimaal leefgebied. Nut en Noodzaak om het gebied af te sluiten. Geen. Aan de zuidzijde (bostrand) is recent een laag verbodsbordje geplaats “Verboden toegang, kwetsbaar gebied”. Noot: desgewenst zou een dergelijk bordje aan de andere zijden van het gebied ook geplaatst kunnen worden (lijkt niet echt nodig). Gebiedsdeel 3 (zie kaartje nr. 2) Een uitgestoven vlakte bestaande uit actief stuifzand (actief mede vanwege de ‘plagwerkzaamheden’ in de afgelopen twee jaar). In het oostelijk deel bestaat de vlakte uit arme pioniersvegetatie zonder hei, opslag en bomen. Uitgezonderd een strook hogere dennenopslag in het N.O.-deel in het terrein staan verspreid zogenaamde forten met fraaie vliegdennen. Nabij het observatiepunt in het zuidwestelijk deel, is een betrekkelijk klein geaccidenteerd vrijwel open terrein bestaande uit zandige stukken met mos, grasvegetaties en heide. Ook staan er statige Jeneverbessen, bomen en enige dennenopslag. Vogelsoorten: Voor de vogels van stuifzandgebieden is het hierboven genoemde vrij kleine gebied in het oog springend.
Het verdere gebied bestaat uit stuifzandvlaktes waar vogels vrijwel ontbreken. Recreatie-wandeldrukte: In het zuidwestelijk deel wordt spaarzaam gewandeld over het pad langs de bosrand. In het hele gebied lopen afstandswandelaars vrijwel uitsluitend over de gebaande banen door het zand. Kaartje nr. 3 laat ondermeer zien het ‘pad’ tussen de gebiedsdelen 3 en 4 door. Deze wordt gebruikt door wandelaars met bestemming Uitkijktoren/Kootwijk <- -> Radio Kootwijk, Wisentengebied en Hoog Buurlo en hei. Nut en Noodzaak om af te sluiten: Geen natuurwinst te behalen. De weinige wandelaars die er zijn, blijven op de paden die het gebied omsluiten. Als je perse zou willen, kan bij het voornoemde gevarieerde terreindeel lage verbodsbordjes geplaatst worden met “Verboden toegang, kwetsbaar gebied”, zoals gedaan bij gebiedsdeel 2. Gebiedsdeel 4 (zie kaartje nr. 2) Dit gebied grenst aan gebiedsdeel 3. Tussen de delen loopt een wandelbaan/zandpad. In het noordelijk deel grenst het pad aan dicht gesloten heide, westelijk hiervan zijn hogere stuifduinen. Hier is geplagd, dat geldt ook voor de zandvlakte aan de zuidzijde. Vanaf twee hoog gelegen observatiepunten is het gebied goed te overzien. Bij het centraal gelegen punt is de vegetatie afwisselend met lage en hoge begroeiing. Vogelsoorten.
Op de hiervoor genoemde plek – zie ook kaartje 2 - worden de Boompieper, Fitis en Gekraagde Roodstaart waargenomen. Bij iedere telling wordt even verderop, bij de heidestrook, steevast de Veldleeuwerik gezien en gehoord. Recreatie-wandeldrukte: Als er al wandelaars in dit wat moeizaam toegankelijk gebied gezien worden, is dat over een pad langs de bosrand, evenwijdig aan de Hoog Buurloseweg. Nut en Noodzaak om af te sluiten: Er valt geen natuurwinst te behalen. Wandelaars zijn erg schaars, het terrein is geen optimaal leefgebied voor soorten als de boomleeuwerik.
Opmerkingen, kritische noten, aanbevelingen - Inzake quote “niet zozeer het aantal recreanten als wel het oppervlak waarover de recreanten zich verspreiden een belangrijke factor vormt”. Dit is een citaat uit het herstelprogramma Veluwe. “De Boomleeuwerik is gevoelig voor recreatie. De soort begint vroeg in het jaar met broeden: de recreatiedruk komt pas na vestiging en keuze van nestplaats op gang en leidt dan tot verstoring, waarbij niet zozeer het aantal recreanten als wel het oppervlak waarover de recreanten zich verspreiden een belangrijke factor vormt”. Reactie: De observaties wijzen uit dat in het zuidelijk gelegen deel Kootwijkerzand maar heel beperkt of geen recreatiedrukte is. Vrijwel steeds wordt gebruik gemaakt van bestaande gebaande wegen/paden over het zand. Met andere woorden, het aantal recreanten is beperkt, van recreatieverspreiding is geen sprake”. - Inzake quote “Optimaal leefgebied Boomleeuwerik”. Het Herstelplan Veluwe geeft aan dat de boomleeuwerik één van de bepalende doelsoorten is voor stuifzanden. De factsheet Boomleeuwerik omschrijft het leefgebied als volgt: “Het optimaal leefgebied bestaat uit een halfopen, zandig landschap met zowel kale grond, lage mos-en grasvegetaties met verspreid successie naar heide en opslag van solitaire bomen en kleine boomgroepen”.
Reactie: Tegen het licht gezien van de bovengenoemde omschrijving is het terrein onderzocht op de aanwezigheid van dergelijke gebieden. Met de observaties is gebleken dat slechts een beperkt gebied aangemerkt kan worden als “optimaal”. Dat wijst op de verklaring waarom de Boomleeuwerik maar zeer sporadisch bij de observaties is waargenomen.
- Quote : “De vermelde vogeldoelsoorten stuifzand uit het Herstelplan Veluwe zijn de Duinpieper, de Tapuit, de Nachtzwaluw en de Boomleeuwerik”. Reactie: Helaas moeten we vaststellen dat de Duinpieper en de Tapuit op de Veluwe al jarenlang niet meer als broedvogel voorkomen. Uit diverse publicaties van SOVON en Vogelbescherming valt op te maken dat terugkeer irreëel is, ergo eigenlijk ‘whisful thinking’. De andere doelsoorten zijn de Nachtzwaluw en de Boomleeuwerik. De eerste soort doet het getalsmatig gelukkig goed, de tweede blijft achter bij de landelijke cijfers, aldus het rapport Herstelplan Veluwe. Bij het gedane monitoringsonderzoek is zowel naar het voorkomen van de Boomleeuwerik gekeken als naar de geschikt van zijn leefgebied (lees hierboven, quote ‘optimaal leefgebied Boomleeuwerik’). Ons inziens heeft het achterblijven van de Boomleeuwerik op het Kootwijkerzand te maken met de ongeschiktheid van zijn specifieke leefgebied. Het achterblijven houdt geen verband met recreatieverstoring. Een andere mogelijkheid dat de soort in de boswachterij Kootwijk in aantal afneemt, is dat eerder in bosgebieden met grote kapvlaktes voorkwam. De tegenwoordige kapvlaktes zijn veelal kleiner van omvang door gewijzigd beheer. - Quote: “Een natuurgebied afsluiten als uiterste redmiddel voor soortenbehoud”.
Reactie: Bij het willen afsluiten van natuurgebieden lijkt me vooraf gedaan zorgvuldig onderzoek over “nut en noodzaak” onvermijdelijk. Afgaan op aannames, veronderstellingen gebaseerd op data en modellen zonder gedegen lokaal onderzoek te hebben gedaan, is onjuist. Professioneel verkregen resultaten van (ook lokaal) onderzoek moeten de basis zijn waarop beslissingen genomen worden. In dit verband pleit ik ook voor actueel Vogelinventarisatieonderzoek alsmede naar de geschiktheid van leefgebieden van doelsoorten. - Quote: “Bij een ingrijpend maatregel hoort een helder en een gedegen onderbouwde uitleg van ‘het waarom’ ”. Reactie: Correct, voor het verkrijgen van draagvlak, het zich willen houden aan de maatregel en bij de handhaving. - Quote “ Maatwerk-beheer stuifzanden kan veel natuurwinst opleveren”. Reactie: De afgelopen 2 jaar is veel beheerwerk gedaan op het Kootwijkerzand. Het resultaat is goed te zien. Grote oppervlaktes zand nemen de plaats in waar eerder dichtgegroeide lage en hogere vegetatie stond. Of daarmee de leefgebieden van de vogeldoelsoorten verbeterd zijn, is de vraag. Het ideale leefgebied van de meeste soorten heeft juist baat bij diversiteit: zowel kaal, als specifieke hoog en lage vegetatie. Dat zou ervoor pleiten niet alleen grootschalig te werk te gaan. Naast grootschalig plaggen met grondverzet-machines ook kleinschalige wijze plaggen.
- Quote “Esthetische degradatie van het landschap door overdaad aan borden en hekken”. Reactie: Een oproep die nog al onder natuurliefhebbers gedeeld wordt, is de bovenstaande. Reden om het in dit document op te nemen.
- Wat is bepalend bij de keuze om een natuurgebied af te sluiten? Reactie: Me lijkt dat de aanwezigheid van doelsoorten en verstoringsdreiging daarbij een bepalende factor zijn. In het geval het Kootwijkerzand en de gebieden Radio Kootwijk blijkt dat niet het geval. Uit waarnemingen blijkt dat doelsoorten als de Boomleeuwerik het beduidend beter doen in de buurgebieden. (Zie kaartje 2, blauw gearceerd). Wat zou de echte reden zijn? - Inzake qoute “Voorspelbaar gedrag”. ‘Gedraag je voorspelbaar’, vragen terreinbeheerders aan bezoekers van heide- en stuifzandgebieden i.v.m. verstoring in het vogelbroedseizoen. Reactie: De observaties wijzen uit dat wandelaars op het Kootwijkerzand zich vrijwel uitsluitend begeven op begaanbare wegen/paden. Van voorspelbaar gedrag is daar dus al sprake van. (van Internet, Info Natuurmonumenten). Gedraag je voorspelbaar Grondbroeders. In de Kampina broeden veel vogels in de heide op de grond. Het is een kraamkamer voor o.a. de boompieper, nachtzwaluw, boomleeuwerik en wulp. Een hond of wandelaar die van het pad afwijkt kan een broedende vogel van zijn nest verjagen. Ze zijn dan vaak zo gestrest dat ze niet meer of niet op tijd op het nest terugkeren. Eieren kunnen daardoor te veel afkoelen of jongen worden verlaten.
Een spandoek brengt belang van toegangsregels onder de aandacht. Wat voor vogels geldt, gaat ook voor andere dieren op. Als ze jongen hebben is rust het aller belangrijkste. Dieren kennen de plekken waar bezoekers over paden wandelen en fietsen. Ze houden van dit ‘voorspelbare’ gedrag in hun leefgebied en kunnen daar aan wennen. Ze weten dan precies waar ze veilig hun nest kunnen bouwen of overdag ongestoord kunnen rusten. Het gaat mis als bezoekers en hun honden zich onvoorspelbaar gedragen en het pad verlaten of na zonsondergang het natuurgebied in gaan. Dan slaat de stress toe, met alle gevolgen van dien.
Bedankt! Tenslotte wil ik mijn dank uitspreken aan m’n collega’s bij de monitoring op het Kootwijkerzand. Zonder hun was dit onderzoek niet mogelijk geweest. Het zijn de Kootwijk Groen- medewerkers: Annelies van Rheenen, Lucia Schmidt, Marcel Luijters en Roel van Ee. Dank ook aan Henri Thomassen. Hij gaf ons handreikingen bij de monitoring; tevens is hij de auteur van het document ‘Visie Recreatiezonering’ dat binnenkort verschijnt. Henri, succes hiermee. Aart Buurma, Kootwijk - 24 juni 2021