Bijlage 1e Tussenrapportage 2022.pdf
Tekst van het document
- 335 - 335
bedragen x € 1.000 Mutaties Begroting 2022 Begroting 2022 1e I/S t/m 1e Actueel tussenrapportage tussenrapportage - 335 - 335 - 335 - 335
- 335 -
- 335 -
-
- 335 -
Baten Lasten Saldo
17.550 - 37.021 - 19.471
17.550 - 37.021 - 19.471
- 175 N - 331 N - 506 N
IS IS IS
17.375 - 37.352 - 19.977
Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo
- 5.070 - 3.391 - 149 1.743 1.279 - 5.668 - 7.186 - 1.028
- 5.070 - 3.391 - 149 1.743 1.279 - 5.668 - 7.186 - 1.028
- 106 N - 10 N - 107 N 0V - 15 N - 214 N - 55 N
IS S IS IS I I IS
- 5.176 - 3.401 - 256 1.743 1.264 - 5.882 - 7.186 - 1.083
Baten Lasten Saldo
5.327 - 20.211 - 14.884
5.327 - 20.211 - 14.884
265 V - 543 N - 278 N
IS IS IS
5.592 - 20.754 - 15.162
Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo
- 132 - 5.926 - 991 - 2.055 - 4.826 - 517 - 437
- 132 - 5.926 - 991 - 2.055 - 4.826 - 517 - 437
- 26 N - 138 N - 32 N - 24 N - 418 N 360 V -
I IS S I IS IS
- 158 - 6.064 - 1.023 - 2.079 - 5.244 - 158 - 437
- 34.690
- 34.690
- 784 N
IS
- 35.474
3.2 Aantrekkelijke leefomgeving In totaal is er een budgetbijstelling op de baten en lasten van € 506.000 (nadeel) in 2022. Hiervan is € 254.000 (nadeel) structureel. De budgetbijstelling bestaat voornamelijk uit de volgende mutaties:
321 Veiligheid: Hogere lasten van ongeveer € 200.000 (structureel) in verband met de bijdrage aan de VGGM. De werkelijke bijdrage aan de VGGM is hoger dan begroot. Dit betreft een structurele toename op basis van de begroting 2022 van de VGGM. Op basis van de ontwerpbegroting 2023 wordt een verdere stijging van de bijdrage verwacht. De actuele bijdrage wordt verwerkt in de programmabegroting 2023. Lagere lasten van € 20.000 (incidenteel) in verband met de veiligheidsmonitor. In 2022 is € 35.000 geraamd voor de veiligheidsmonitor via een beleidstoevoeging. De uitvoering heeft grotendeels in 2021 plaatsgevonden en een factuur van 20.000,- is ook in 2021 verwerkt. 323 Begraven: Lagere baten van € 100.000 (incidenteel) in verband met lagere legesinkomsten dan begroot, veroorzaakt door minder begrafenissen en verlengingen. In 2022 volgt een herziening van de legestabel. In de tweede tussenrapportage kan een nauwkeurigere indicatie gegeven worden. 324 Afvalinzameling en -verwerking: Bij de jaarrekening 2021 is conform de landelijke begrotingsvoorschriften (artikel 44 lid 2 BBV) een egalisatievoorziening afvalstoffenheffing ingesteld. Met deze voorziening worden, net als bij de egalisatievoorziening riolering, de incidentele effecten op de tarieven over de jaren heen geëgaliseerd.
Het voordeel op de afvalinzameling van ruim € 220.000 in 2022 moet daarom in de voorziening worden gestort. Lagere lasten van € 100.000 (structureel) voor inzameling van kunststofmateriaal door een
25
wijziging in de vergoedingensystematiek. Voor PMD geldt dat de kosten voor verwerking door marktwerking sterk fluctueren, daar is de vergoedingensystematiek op aangepast. Hogere baten van € 70.000 (incidenteel) bij de inzameling van oud papier. De opbrengst per tonnage werd bij het opstellen van de begroting lager ingeschat dan de werkelijkheid. De realiteit laat zien dat de opbrengst per tonnage de afgelopen jaren sterk fluctueert, in dit geval betekent het een incidenteel voordeel. Omdat volgend jaar de prijzen weer kunnen dalen valt dit niet als structureel aan te merken. Hogere baten van ruim € 50.000 (structureel) in verband met hogere opbrengsten van de afvalstoffenheffing door meer aansluitingen dan begroot. Hogere lasten van € 50.000 (incidenteel) door een toename in abonnementskosten voor ondergrondse containers en kosten voor de inhuur van een huisvuilwagen. Lagere lasten van € 50.000 (incidenteel) op verwerkingskosten doordat de inzameling afvalstromen op de milieustraat achterblijft ten opzichte van de verwachting.
326 Milieu & ruimtelijke ordening: Lagere baten van ongeveer € 200.000,- (incidenteel). Verwacht wordt dat de primitief begrote opbrengsten voor de leges Bestemmingsplannen niet haalbaar zijn. Dit heeft enerzijds te maken met het ontbreken van grotere ontwikkelingen waarvoor hogere legesbedragen in rekening worden gebracht. Anderzijds is dit vanwege een lagere productie, omdat de voorbereidingen op de Omgevingswet en het zaakgericht werken grote inspanningen vragen van de organisatie. De verwachting is dat deze tendens dit jaar (deels) blijft bestaan. Hogere lasten van ongeveer € 20.000,- (incidenteel) in verband met bezwaren en beroepen omgevingsrecht. Gelet op de huidige bestedingen en de resterende rechtszaken die nog afgehandeld moeten worden in de rest van dit jaar is een verhoging noodzakelijk. 328 Reiniging en vuilbeheersing: Hogere lasten van € 40.000 (structureel) door hogere kosten na een nieuwe aanbesteding voor onkruidbeheersing. Hogere lasten van € 15.000 (incidenteel) door extra kosten voor onderhoud aan een kleine veegmachine. 3.3 Adequate voorzieningen In totaal is er een budgetbijstelling op de baten en lasten van € 278.000 (nadeel) in 2022. Hiervan is € 298.000 (nadeel) structureel. De budgetbijstelling bestaat voornamelijk uit de volgende mutaties:
332 Huisvesting onderwijs: Hogere lasten van ongeveer € 220.000 (structureel) in verband met de OZB-aanslag voor onderwijshuisvesting. In de jaarrekening 2021 is geconstateerd dat de OZB-aanslagen bij onderwijshuisvesting tot overschrijdingen leiden. De overschrijding wordt veroorzaakt door de verhoging van de OZB die enkele jaren geleden plaats gevonden heeft. Voor onderwijshuisvesting, waar de OZB-aanslag voor rekening van de gemeente komt, zijn de budgetten hier niet op aangepast. Hogere baten van € 90.000 (incidenteel) in verband met de tijdelijke verhuur van schoolgebouw JFC. Hogere lasten van € 10.000 (incidenteel) in verband met het gebruik van scholencomplex Norschoten voor het onderwijs aan Oekraïense vluchtelingen. Dit heeft hogere exploitatiekosten voor de gemeente tot gevolg. 333 Bibliotheek: Lagere baten van ongeveer € 80.000 (structureel) in verband met een gewijzigde huurovereenkomst, waarbij de afbakening van ruimtegebruik en verplichtingen omtrent onderhoudskosten geactualiseerd zijn en een kostprijsdekkende huurprijs is afgesproken. Lagere lasten van ongeveer € 50.000 (structureel) in verband met een gewijzigde huurovereenkomst, waardoor de subsidie lager uitvalt. 335 Sportaccommodaties: Lagere baten van ongeveer € 380.000 (structureel) in verband met het overgaan van de exploitatie van het dorpshuis van Optisport naar een Stichting in 2021.
Dit leidt overigens tot een voordeel bij beleidsproduct 336 Overige accommodaties (zie toelichting bij 336). Per saldo leiden de afgesproken huur en exploitatiebijdrage tot lagere huurinkomsten ter grootte van ongeveer € 20.000. Hogere lasten van € 40.000 (structureel) in verband met stijgende brandstofkosten voor het onderhoud op openbaar groen. Hogere lasten van € 10.000 (incidenteel) in verband met extra kosten voor een voertuig (maai-combinatie) ten behoeve van onderhoud aan sportvelden.
26
336 Overige accommodaties: Hogere baten van ongeveer € 360.000 (structureel) in verband met het overgaan van de exploitatie van het dorpshuis van Optisport naar een Stichting in 2021 (zie ook de toelichting bij beleidsproduct 335 Sportaccommodaties). Hogere lasten en baten van ruim € 50.000 (incidenteel). De hogere baten in 2022 ontstaan door de verhuur van de locatie als GGD test- en vaccinatielocatie. Er zijn hogere lasten in verband met energiekosten die met ingang van 2021 voor rekening komen van de gemeente. Het structurele effect is nog niet duidelijk en wordt uitgewerkt richting de begroting 2023. Overige afwijkingen zijn kleiner dan € 50.000 en minder dan 2% van het budget op het beleidsproduct. Deze worden niet toegelicht.
Grondexploitatie
Voor de laatste update van de grondexploitaties verwijzen we naar de Meerjarenprognose Grondexploitaties (MPG), dat de onderlegger voor de cijfers in de Jaarrekening is.
Overige ontwikkelingen Programma 3
Herstelplan gemeentelijk deel Pastoriebos Voor het gemeentelijk deel van het Pastoriebos in Voorthuizen is een proces voorbereid om samen met inwoners van Voorthuizen een herstelplan te ontwikkelen. Dit raadsvoorstel wordt op 6 juli aan u gepresenteerd en hierin worden ook de financiële consequenties van het participatieproces en het herstelplan inzichtelijk gemaakt. Omdat er eerst besluitvorming over dit proces en de financiële kaders nodig is, is het nog niet opgenomen in dit overzicht.
Programma 4. Bestuur en interne dienstverlening
Overzicht speerpunten Programma 4
Programma 1 heeft vijf speerpunten. Bij vier speerpunten zijn aandachtspunten gesignaleerd. Hieronder is weergegeven op welke gebieden deze aandachtspunten zijn gesignaleerd.
27
411 Raad
Omschrijving
Inhoud Financiën Planning Risico's
Bewoners- en overheidsparticipatie in een netwerksamenleving
Op 20 april is het participatiebeleid besproken in de gemeenteraad. Daarin is opgenomen dat het beleid op 1 juli in werking treedt. We voorzien dat inwerkingtreding van het participatiebeleid op 1 juli nog niet volledig mogelijk is. Dit in verband met: Ontwikkeltraject van medewerkers: We zijn gestart met de doorontwikkeling van de nodige competenties en vaardigheden, maar we zien ook dat er nog stappen gemaakt moeten worden in de komende maanden. Het is belangrijk dat het goed aansluit bij de ontwikkeling van het groeiplan. Werving voor benodigde rollen: Daarnaast zien we dat door de krapte op de arbeidsmarkt het vervullen van de benodigde rollen voor de uitvoering van het participatiebeleid vertraging oploopt. De raad wordt hierover en over het nieuwe beoogde tijdspad op korte termijn verder geïnformeerd middels een informerende memo.
Omschrijving
Inhoud Financiën Planning Risico's
Dorpenbeleid
De kaders voor het dorpenbeleid bevinden zich als gevolg van het niet doorgaan van het herindelingsproces met Scherpenzeel in een heroriëntatie. Naar verwachting komt er in het derde kwartaal van dit jaar een herziene bestuursopdracht.
Omschrijving
Inhoud Financiën Planning Risico's
Eigentijdse dienstverlening
Ten aanzien van de implementatie van zaakgericht werken is er een risico t.a.v. de (geplande) afronding ontstaan. Dit risico is ontstaan doordat de benodigde capaciteit organisatiebreed niet volledig geleverd kan worden conform besloten plan van aanpak. We treffen momenteel maatregelen om dit risico te beheersen. In het eerste kwartaal van 2022 nemen we een grote druk waar op de kanalen balie en telefonie (klantcontactcentrum). Deze toegenomen vraag richt zich op de Leven & Reizen producten en wordt veroorzaakt door de gebruikelijke seizoenspiek op reis- en identiteitsproducten, de toename aan reisbewegingen van inwoners na twee jaar Corona, maar ook de inschrijvingen van gevluchte Oekraïners. Niet alleen leidt dit tot extra inzet van personeel, maar waar mogelijk ook extra inhuur alhoewel deze capaciteit vaak niet te verkrijgen is op de arbeidsmarkt. Deze druk op de operationele dienstverlening leidt tot oplopende wachttijden voor inwoners, maar werkt ook (vertragend) door in de uitvoering van meerdere projecten op het gebied van dienstverlening als het digitaliseren en optimaliseren van de diensten van Leven & Reizen, in de implementatie van zaakgericht werken en het verbeteren van de omnichannel bereikbaarheid waarvoor een deel van de operationele capaciteit moet worden vrijgespeeld.
28
422 Ondersteuning organisatie
Omschrijving
Inhoud Financiën Planning Risico's
Organisatieontwikkeling
In het groeiplan zijn de grote veranderopgaven voor de komende jaren opgenomen. Om deze opgaven te ondersteunen zijn er wijzigingen in de organisatiestructuur. Vanuit deze verandering ontstaan er in 2022 (en mogelijk) 2023 frictiekosten (“groeipijn”). In deze rapportage is een eerste inschatting opgenomen van deze frictiekosten. Daarnaast zijn we in het 4e kwartaal van 2021 gestart met de opgave “werken aan een krachtige bedrijfsvoering”. Een van de onderliggende thema’s is het ‘sturen op arbeidskosten’. Hiermee willen we meer inzicht en grip krijgen, in de samenhang tussen formatie, bezetting en daaraan gerelateerde kosten en opbrengsten. Onderdeel van het groeiplan is deze formatie de komende jaren in evenwicht te brengen met de opgaven en ambities die Barneveld voorstaat. We maken hierbij een prognose voor de arbeidskosten richting het einde van het jaar 2022, rekeninghoudend met inzet van eigen medewerkers, benodigde inhuur en hiervoor beschikbare dekkingsmiddelen. Net als in 2021 zien we dat er een grote krapte is op de arbeidsmarkt. Enerzijds zijn de vacatures moeilijk in te vullen en nemen hiermee ook de werving en selectiekosten toe. En indien er geschikte kandidaten worden gevonden ligt de inschaling hoger dan waar in de begroting mee rekening is gehouden.
Om wel zoveel mogelijk doelen te kunnen bereiken, ofwel realiseren, worden de (reguliere) werkzaamheden dus met relatief veel meer inhuur uitgevoerd. De inhuurtarieven zijn gemiddeld genomen sterk gestegen. Daarnaast is ook bij de begrotingsbehandeling 2022 duidelijk geworden dat de totale ambities en de beschikbare capaciteit erg knelt. Bovendien leidt de extra cao stijging van 2,4% die eind januari 2022 duidelijk is geworden tot een extra nadelig effect. Deze situatie leidt er toe dat we met de huidige inzichten in het komende jaar uitkomen op een verwacht tekort. In het financieel overzicht wordt dit nog kort uiteengezet. Deze trend zal zich in 2023 en verder doorzetten. Daarnaast zijn er nog meer ontwikkelingen die van invloed zijn op de arbeidskosten, zoals de verdere cao-ontwikkeling, de mogelijke groei van de organisatie als gevolg van de groei van de gemeente, etcetera. Dit zijn we verder aan het verkennen. Bij de kaderbrief en het meerjarenperspectief en bij de de programmabegroting 2023 zullen we u hier nader over informeren.
Financieel overzicht Programma 4
Begroting 2022 Primitief
4. Bestuur en interne dienstverlening 4.1 Bestuur
bedragen x € 1.000 Mutaties Begroting 2022 Begroting 2022 1e I/S t/m 1e Actueel tussenrapportage tussenrapportage 244 244 - 2.849 - 165 N IS - 3.014 - 2.605 - 165 N IS - 2.770
Baten Lasten Saldo
244 - 2.849 - 2.605
Saldo Saldo Saldo
- 1.044 - 1.022 - 539
- 1.044 - 1.022 - 539
- 165 N -
IS
- 1.209 - 1.022 - 539
Baten Lasten Saldo
1.847 - 24.793 - 22.947
1.847 - 24.793 - 22.947
12 V - 2.823 N - 2.811 N
S IS IS
1.859 - 27.616 - 25.757
Mutaties bij: 421 Beheer overige eigen gebouwen en gronden Saldo 422 Ondersteuning organisatie Saldo
- 917 - 22.029
- 917 - 22.029
2V - 2.813 N
S IS
- 915 - 24.842
Baten Lasten Saldo
105.430 2.791 108.221
105.430 2.791 108.221
4.062 V 367 V 4.429 V
IS I IS
109.492 3.158 112.650
Saldo Saldo Saldo
3.708 17.262 85.629
3.708 17.262 85.629
542 V 3.487 V
IS I
3.708 17.804 89.116
Mutaties bij: 411 Raad 412 B&W 413 Bestuurlijke samenwerking 4.2 Interne dienstverlening
4.3 Algemene dekkingsmiddelen
Mutaties bij: 431 Treasury 432 Belastingen 433 Algemene uitkering
29
434 Overige baten en lasten 436 Werken voor derden Saldo van baten en lasten Programma 4
Saldo Saldo
494 1.129
494 1.129
400 V -
I
894 1.129
82.669
82.669
1.453 V
IS
84.123
Financiële toelichting
4.1 Bestuur In totaal is er een budgetbijstelling op de lasten van € 165.000 (nadeel) in 2022. Hiervan is € 107.000 (nadeel) structureel. De budgetbijstelling bestaat voornamelijk uit de volgende mutaties:
411 Raad: Hogere lasten van € 60.000 (incidenteel) op basis van de motie Oekraïne, aangenomen in de raadsvergadering van maart. € 1,- per inwoner is gedoneerd aan giro 555. Hogere lasten van ongeveer € 50.000 in 2022 en € 110.000 (structureel) vanaf 2023 in verband met de uitbreiding van de formatie griffie per 1 augustus 2022, op basis van het raadsvoorstel griffiegroeiplan. Hogere lasten van € 30.000 (incidenteel) in verband met hogere accountantskosten dan begroot in verband met meerwerk SISA, Covid-19 en meerwerk organisatie. Hogere lasten van ongeveer € 20.000 (incidenteel) in verband met een burgerraadpleging voor de profielschets van de burgemeester en begeleiding van de vertrouwenscommissie voor de vacature van burgemeester. Hogere lasten van ongeveer € 20.000 (incidenteel) ten behoeve van een 'Bladermuur' met informatie over de historie van raad en college. 4.2 Interne dienstverlening In totaal is er een budgetbijstelling op de lasten van € 2.811.000 (nadeel) in 2022. Hiervan is € 1.942.000 (nadeel) structureel. De budgetbijstelling bestaat voornamelijk uit de volgende mutaties:
422 Ondersteuning organisatie Hogere lasten van ongeveer € 2.670.000 (waarvan € 1.770.000 structureel) in verband met de prognose van de arbeidskosten voor de ambtelijke organisatie in 2022. Omdat de sturing op arbeidskosten door de gehele begroting (programma’s) loopt is hier in het kader van transparantie een integrale toelichting opgenomen. Zoals bij het speerpunt organisatieontwikkeling vermeld verwachten we in 2022 - met de huidige inzichten - op een tekort uit te komen bij de arbeidskosten. Dit gaat om: een tekort van per saldo € 1,8 miljoen in 2022 en € 1,7 miljoen vanaf 2023. Deze overschrijding is te verklaren door een aantal oorzaken. In de begroting is rekening gehouden met vaste formatie en een minimale flexibele schil. De (huidige) arbeidsmarkt laat een verschuiving zien van vaste dienstverbanden naar zzp’s. Bovendien staat ook de inschaling van (nieuwe) medewerkers onder druk en is er extra CAO-stijging die eind januari 2022 duidelijk is geworden. In dit bedrag is naast de hogere kosten ook rekening gehouden met een aantal dekkingsmogelijkheden. Zo ontvangen we in 2022 ongeveer € 0,5 miljoen voor de voorbereidingen voor de herindeling met Scherpenzeel. Omdat deze voorbereiding in 2021 vertraging opleverde in diverse werkzaamheden, wordt voorgesteld om dit bedrag in 2022 dan ook in te zetten voor het dekken van het tekort op de arbeidskosten.
Ook is er een aantal SiSa gerelateerde budgetten van het Rijk beschikbaar, de inzet van de reserve Tozo en enkele budgetoverhevelingen die bij de jaarrekening 2021 zijn voorgesteld. Door meer te sturen op arbeidskosten en door bovenstaande aanpassingen brengen we de begroting en werkelijkheid meer in evenwicht. Daarnaast hebben we een eerste inschatting gemaakt van de mogelijke frictiekosten als gevolg van het groeiplan in 2022 van € 0,8 miljoen. Ook zien we in verband met de krapte op de arbeidsmarkt een stijging in de wervingen selectiekosten van € 65.000. Hogere lasten van ongeveer € 140.000 (structureel) in verband met de implementatie en uitvoering van de wet open overheid. Dit wordt gedekt door de middelen die in de meicirculaire 2021 vanaf 2022 door het Rijk zijn toegekend voor de implementatie en uitvoering. Dit betreft zowel incidentele middelen tot en met 2026, als structurele middelen. Hogere lasten van € 20.000 (structureel) in verband met gestegen energiekosten. Hogere baten van ruim € 10.000 (structureel) in verband met gestegen huurinkomsten van het hulpverleningscentrum. 4.3 Algemene dekkingsmiddelen In totaal is er een budgetbijstelling op de lasten van € 4.429.000 (voordeel) in 2022. Hiervan is €
30
135.000 (voordeel) structureel. De budgetbijstelling bestaat voornamelijk uit de volgende mutaties:
432 Belastingen: Hogere baten van € 440.000 (incidenteel) in verband met hogere opbrengsten uit OZBaanslagen voor woningen en niet-woningen. In 2022 zien we hogere opbrengsten dan begroot. Het structurele effect wordt verder uitgewerkt richting de begroting 2023. Voor zover hierin een trend zichtbaar is zal dit effect in de begroting 2023 verwerkt worden. Hogere baten van € 135.000 (structureel) bij de opbrengsten forensenbelasting, in verband met een stijging van het aantal (bij de gemeente bekende) recreatieve objecten. Hogere lasten van ruim € 30.000 (incidenteel) in verband met een formatieuitbreiding voor WOZ-taxaties en het functioneel beheer. De noodzaak tot deze uitbreiding wordt ondersteund door de opmerkingen van de Waarderingskamer. De beoogde ingangsdatum van de vacature is 1 oktober 2022, wat neerkomt op een benodigd budget van € 33.000 in 2022 (€ 97.000 op jaarbasis). Als Barneveld de Scherpenzeelse taken kan overnemen, wordt de uitbreiding structureel uit de te ontvangen bijdrage uit Scherpenzeel gedekt. Duidelijkheid omtrent de overname wordt in de loop van 2022 verwacht. 433 Algemene uitkering: De effecten van de septembercirculaire 2021 zijn voor 2021 verwerkt in de maandrapportage oktober. Bij de programmabegroting 2022 is ervoor gekozen om terughoudend te begroten. Het structurele effect is daarom slechts voor een deel meegenomen in deze begroting 2022.
Nu het structurele effect definitief is kan het overige deel verwerkt worden in de meerjarenbegroting. Daarnaast is afgelopen december de decembercirculaire 2021 verschenen. Ook de effecten uit deze circulaire worden nu verwerkt in de begroting. In de middelen die Barneveld ontvangt vanuit de algemene uitkering wordt onderscheid gemaakt in het effect op de algemene middelen en op de taakmutaties en integratie-uitkeringen. Bij deze laatste categorieën staat er doorgaans een taak tegenover de middelen. Zodoende hebben deze een neutraal effect op het begrotingssaldo. De effecten van deze mutaties zijn in deze tussenrapportage verwerkt op de verschillende beleidsproducten. In een aantal gevallen is bij deze tussenrapportage nog niet helder hoe invulling wordt gegeven aan de taakmutaties. Deze taakmutaties worden in deze tussenrapportage neutraal verwerkt op het beleidsproduct 433 Algemene uitkering. De belangrijkste effecten van de septembercirculaire waren: Toekenning van extra middelen voor Jeugdzorg ad € 4,1 miljoen in 2022 conform gemaakte afspraken met het Rijk. Dit is voor een deel al structureel vertaald middels een stelpost van € 2,4 miljoen in 2023, aflopend naar € 2 miljoen in 2025. Daarnaast heeft een positieve ontwikkeling van het accres en de verschillende maatstaven een structureel positief effect.
Daarnaast is er in 2022 een eenmalig voordeel van ongeveer €770.000,- vanwege het vervallen van de opschalingskorting in verband met coronasteun richting gemeenten. De positieve ontwikkeling van het accres was voor de helft reeds verwerkt in de programmabegroting. Bij deze tussenrapportage wordt nog een voordeel verwerkt van € 3,1 miljoen in 2022, € 1,6 miljoen in 2023, € 1,3 miljoen in 2024 en € 1,2 miljoen in 2025. De decembercirculaire 2021 heeft slechts een beperkt positief effect op de algemene middelen van ongeveer € 0,1 miljoen in 2022. Effect september- en decembercirculaire 2021 Mutatie algemene middelen septembercirculaire Mutatie algemene middelen decembercirculaire Neutrale mutaties septembercirculaire Neutrale mutaties decembercirculaire Totaal
2022
2023
2024
2025
3.083.000
1.573.000
1.272.000
1.203.000
-18.000 231.000 1.786.000
-21.000 231.000 1.482.000
-27.000 234.000 1.410.000
108.000 -15.000 311.000 3.487.000
De eerste week van april is vanuit het ministerie van BZK de maartbrief gepubliceerd met daarin informatie over het financiële effect van het regeerakkoord in het accres en de opschalingskorting. Deze maartbrief heeft niet de status van een circulaire en is derhalve nog niet financieel vertaald in deze tussenrapportage. De maartbrief geeft een voorlopig positief beeld, met daarbij de belangrijke kanttekening dat een deel van het extra accres nodig is om de effecten van loon- en prijsstijgingen op te vangen. Er heerst daarnaast nog een onzeker beeld over hoe de gemeentefinanciën zich in de komende jaren gaan ontwikkelen. De financiële effecten worden uiteindelijk verwerkt in de meicirculaire 2022. De uitkomsten worden verwerkt in de 2e tussenrapportage 2022.
31
434 Overige baten en lasten: Lagere lasten van € 400.000 (incidenteel) in verband met de actualisatie van kapitaallasten. Zoals in de jaarrekening 2021 ook is aangegeven, heeft een aantal investeringen in 2021 vertraging opgelopen en deze zijn daarom nog niet in 2021 afgerond. Dat betekent dat de kapitaallasten die daarvoor waren begroot incidenteel in 2022 vrijvallen. De verwachting is dat deze investeringen in 2022 worden afgerond en dat de kapitaallasten vanaf 2023 starten. Overige afwijkingen zijn kleiner dan € 50.000 en minder dan 2% van het budget op het beleidsproduct. Deze worden niet toegelicht.
Overige ontwikkelingen Programma 4
Tijdelijke subsidieregeling compensatie OZB Op basis van een motie in de gemeenteraad is er voor 2020 en 2021 een 'Tijdelijke subsidieregeling gedeeltelijke compensatie OZB sport- en muziekverenigingen met eigen vastgoed gemeente Barneveld'. Eind 2021 zou dit worden geëvalueerd. Deze evaluatie heeft nog niet plaatsgevonden. Een besluit voor compensatie in 2022 is daarom nog niet genomen. De evaluatie volgt alsnog, waarna een besluit voor 2022 kan worden genomen.
32
Bijlage voortgang bezuinigingsmaatregelen
Maatregelen Programmabegroting 2022
2022 2023 Begroot Begroot 1. Incidentele begrotingsruimte 250 2. Trainingen binnen sociaal domein 18 3. Toerekening kosten aan projecten 60 4. Onderhoud buitenruimte 95 5. Organisatie 1.403 6a. Oostelijke rondweg 1.000 6b. Infrastructurele maatregelen (oa Westelijke rondweg) 300 7. Verhogen inkomsten - Verhoging leges huwelijken 15 - Verhoging OZB 271 - Verhoging forensenbelasting (1%) 10 - Hondenbelasting 35 - Verhoging leges bij legalisatie nav handhavingszaken 100 - Kabels en leidingen 48 8. Business cases PM TOTAAL 3.333 271 In de programmabegroting 2022 zijn bovenstaande maatregelen opgenomen. De verwachting is nog steeds dat deze taakstelling op (vrijwel) alle onderdelen realistisch is en in 2022 wordt behaald. We schetsen alleen een kanttekening bij de taakstelling van 1,4 miljoen op de organisatie. Van deze taakstelling is inmiddels de helft - 0,7 miljoen - behaald. De overige 0,7 miljoen betreft een taakstelling op personeel en inhuur, met onder andere de doelstelling om efficiënter te gaan werken. Terwijl wij werken aan deze doelstelling zien we - zoals ook geschetst in de tussenrapportage - ontwikkelingen in de werkdruk en personeelsbezetting. Momenteel zijn wij daarom bezig met het analyseren van de werkvoorraad en het personeelsbestand. Zodra we de analyse hebben afgerond kunnen we een beter beeld schetsen van de haalbaarheid van de taakstelling.
We verwachten de uitkomsten mee te nemen in de tweede tussenrapportage 2022 en de begroting 2023.
33