Bijlage 1D Puntenysteem Bijlage A Maatregelen puntensyteem Barneveld - punten en richtlijnen.pdf
Tekst van het document
Punten
2
3
Punten bij extra inspanning 3
4
Aspect
1 - centrum 2 - woonwijken 3 - bedrijventerreinen 4 - buitengebied (infrastructuur) Maatregel Nadere omschrijving maatregel
Gebouw
Geveltuin
Gebouw
2
2 (+1)
Gebouw
2
3/4
Gebouw
1
5
4
4
1
3
2/3
6/7
5/6
5/6
2/3
4/5
2
2
3/4
Gebouw
Gebouw
Gebouw
Gebouw
Gebouw
Gebouw
Middelgroot project (0,5 - 2 ha oppervlak en/of <15m hoogte)
Grootschalig project (> 2 ha oppervlak en/of >15m hoogte)
Volgens eisen gemeente; folder geveltuinen. Ook wel een stoeptegeltuintje genoemd. Door de aanleg Minimale inspanning: van een geveltuin wordt het straatbeeld groener en krijgt de aanwezige biodiversiteit een boost. De >25-50% van de lengte van een gevel van planten groeien tegen de gevel aan en zorgen voor een betere waterinzijging. minimaal 10m De geveltuin heeft een breedte vanaf 45 centimeter. Gebruik daarbij bij voorkeur inheemse, bloeiende planten. Extra inspanning Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. >50% van de lengte van een gevel (+1) Gevelgroen Aanplant van gevelgroen (bijvoorbeeld klimop, bruidsluier, wingerd, vuurdoorn, clematis of kamperfoeli) Minimale inspanning: op muur met weinig of geen ramen en bij voorkeur grondgebonden (plantgat minimaal 30 cm x 50 cm >25-50% van de lengte van een gevel van grondoppervlak). De breedte van het aan te planten gevelgroen voor de genoemde groene punten is minimaal 10m afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Extra inspanning >50% van de lengte van een gevel Vermindering lichtuitstraling Tegengaan van uitstralen binnenverlichting en buitenverlichting. Hier gaat het bijvoorbeeld om Minimale inspanning: gebouw en/of buitenverlichting verlichting van gebouwen, halfopen fietsenstallingen, portieken en galerijen.
Beperken van verlichting De voorkeur heeft om lichtuitstraling te bij groen beperken (+ 1 tussen zonsondergang en zonsopgang of gebruik van afscherming middels slim ontwerp. Het gaat hier vermijden. Indien dit niet mogelijk is dan bonuspunt voor uitvoer niet alleen over plaatsen waar de verlichting gericht is op de groene omgeving (openbaar groen), maar dient de lichtkleur (golflengte) en de conform een aantoonbaar ook om andere locaties zoals bijvoorbeeld het stedelijk gebied of bedrijventerreinen: uitschakelen intensiteit van het licht (lux) aangepast te ecologisch verantwoord verlichting tussen zonsondergang en zonsopgang of gebruik van afscherming. Uit oogpunt van veiligheid worden. Indien dit niet mogelijk is dan verlichtingsplan, zie beleid) kan het beperken van buitenverlichting bij groen betekenen dat de functies groen en wandel- en dient de lichtverstoring beperkt te worden fietspaden niet samen gaan. De aanwezigheid van licht heeft effect op lichtgevoelige soorten zoals door de positie, richting en armatuur van vleermuizen. Door de lichtuitstraling te verminderen wordt de oriëntatie van lichtgevoelige soorten de lichtbron aan te passen. minder verstoord. Het draagt ook bij aan de energiebesparing en kan daarmee gekoppeld worden aan klimaatadaptatie.
Met de uitvoer van deze maatregel conform een aantoonbaar ecologisch verantwoor verlichtingsplan kan 1 bonuspunt behaald worden. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Minimale inspanning: >25% van de lengte van een gevel van minimaal 20m
Minimale inspanning: >25% van de lengte van gevels van minimaal 30m
Groen dak met sedum
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak is groen
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak is groen
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak is groen
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2)
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2)
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak is groen
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak is groen
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak is groen
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2)
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2)
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2)
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2)
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2)
Minimale inspanning: Plaatsing van minimaal 15 verblijfplaatsen
Minimale inspanning: Plaatsing van minimaal 25 verblijfplaatsen
Extra inspanning Plaatsing van 16 - 21 verblijfplaatsen (+1) Plaatsing van >21 verblijfplaatsen (+2)
Extra inspanning Plaatsing van 26 - 50 verblijfplaatsen (+1) Plaatsing van >50 verblijfplaatsen (+2)
Afhankelijk van wensen van gemeente voor specifieke soort
Afhankelijk van wensen van gemeente voor specifieke soort
Groen dak met sedum en zonnepanelen
Daktuin of biodivers dak
Daktuin of biodivers dak met zonnepanelen
Bruin dak
Waterdak
Groen waterdak
Gebouw
Preventie raamslachtoffers onder vogels
verblijf
Verblijfplaatsen gierzwaluw
1 (per soort)
ntb
verblijf
Overige soortspecifieke maatregel
2
3/4
verblijf
Verblijfplaatsen huismus
2
3 / 4 (+4)
verblijf
Aanleg van groen dak (van minimaal 5 cm dik) met sedum. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Kleinschalig project (max 0,5 ha oppervlak en/of <15 m hoogte)
Door een groen dak met sedum (zoals beschreven in bovenstaande maatregel) te combineren met zonnepanelen wordt ook ingezet op duurzaamheid en energiezuinigheid. De aanwezigheid van het groen kan ertoe leiden dat de efficiente van de zonnepanelen verhoogd wordt door het absorberen en verdampen van regenwater, wat de omgevingstemperatuur verlaagd en weer leidt tot het beter Extra inspanning: functioneren van de zonnepanelen. Zonnepanelen leiden er wel toe dat er minder dakoppervlak >50% van het dakoppervlak (+1) beschikbaar is voor vegetatie. Om deze reden is deze maatregel, puur vanuit de ecologie bekeken, lager >75% van het dakoppervlak (+2) gescoord dan de maatregel zonder zonnepanelen. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Aanleg van daktuin (met grondlaag van minimaal 20cm dik). Maak gebruik van "rassenlijst" plantmateriaal. Daktuin scoort alleen punten als het sortiment ecologisch gezien nuttig is. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Door een daktuin of biodivers dak (zoals beschreven in bovenstaande maatregel) te combineren met zonnepanelen wordt ook ingezet op duurzaamheid en energiezuinigheid. De aanwezigheid van het groen kan ertoe leiden dat de efficiente van de zonnepanelen verhoogd wordt door het absorberen en verdampen van regenwater, wat de omgevingstemperatuur verlaagd en weer leidt tot het beter Extra inspanning: functioneren van de zonnepanelen. Zonnepanelen leiden er wel toe dat er minder dakoppervlak >50% van het dakoppervlak (+1) beschikbaar is voor vegetatie. Om deze reden is deze maatregel, puur vanuit de ecologie bekeken, lager >75% van het dakoppervlak (+2) gescoord dan de maatregel zonder zonnepanelen. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Het bruin dak is een variant van een biodivers dak, waarbij de aanwezige vegetatie zich op een meer natuurlijke manier ontwikkelt. De inrichting van een bruin dak komt overeen met een braakliggend terrein en is van grote waarde voor o.a. planten, insecten en vogels. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Op een waterdak blijft regenwater tijdelijk staan. Het water kan hierbij gebruikt worden als drinkwater voor bijvoorbeeld insecten en vogels. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
De hierboven genoemde maatregel "waterdak" is uit te breiden als groen waterdak. Dit kan gedaan worden door het toepassen van geschikte waterplanten. Zelfs kan er een helofytenfilter toegepast worden die het opgevangen water filtert waardoor het weer voor andere toepassingen gebruikt kan worden zoals doorspoelen van toiletten of bluswater. Door de aanwezige watervegetatie kunnen bepaalde insecten en vogels aangetrokken worden, wat bijdraagt aan de biodiversiteit (www.vanvenrooy.nl/waterdaken). Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Om te voorkomen dat vogels tegen ramen vliegen en daardoor gewond raken of sterven kunnen aanpassingen aan raampartijen gedaan worden. Dit kan bijvoorbeeld door het plakken van stickers of strepen met een tussenafstand van 10 cm, gebruik van vogelveiligheidsglas of niet-spiegelend glas (www.vogelbescherming.nl). Door het toepassen van raamstickers wordt voorkomen dat de omgeving in het raam weerspiegelt wordt en zien vogels hier geen vrije doorgang in. Het toepassen van roofvogelstickers is niet van meegenomen in deze maatregel. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Plaatsen van duurzame nestvoorzieningen voor gierzwaluw per gebouw indien geen geschikte Minimale inspanning: openingen aanwezig in gebouw, deze dienen in een cluster te worden geplaatst. Hierbij kan gedacht Plaatsing van minimaal vijf verblijfplaatsen worden aan kasten, neststenen, speciale dakpannen, openingen in dakgootbekisting etc. Randvoorwaarden voor gierzwaluwvoorzieningen zijn opgenomen in het Kennisdocument. Hier zijn de Extra inspanning gewenste omstandigheden voor gierzwaluwen opgenomen. Afwijken hiervan is mogelijk, mits goed Plaatsing van 6 - 11 verblijfplaatsen (+1) onderbouwd. Plaatsing van >11 verblijfplaatsen (+2) Het aantal te plaatsen kasten is vooral afhankelijk van de geschiktheid van het gebied en de eventuele verwijderde nesten als gevolg van de werkzaamheden. Het aantal te plaatsen gierzwaluwvoorzieningen voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Indien de noodzaak van een maatregel voor een specifieke soort op een locatie niet is opgenomen heeft Afhankelijk van wensen van gemeente het uitvoeren van een maatregel ook geen nut. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. voor specifieke soort
Extra inspanning >50% van de lengte van een gevel Minimale inspanning: >25% van de lengte van een gevel van minimaal 20m Extra inspanning >50% van de lengte van een gevel Minimale inspanning: De voorkeur heeft om lichtuitstraling te vermijden. Indien dit niet mogelijk is dan dient de lichtkleur (golflengte) en de intensiteit van het licht (lux) aangepast te worden. Indien dit niet mogelijk is dan dient de lichtverstoring beperkt te worden door de positie, richting en armatuur van de lichtbron aan te passen.
Extra inspanning >50% van de lengte van een gevel Minimale inspanning: >25% van de lengte van gevels van minimaal 30m Extra inspanning >50% van de lengte van een gevel Minimale inspanning: De voorkeur heeft om lichtuitstraling te vermijden. Indien dit niet mogelijk is dan dient de lichtkleur (golflengte) en de intensiteit van het licht (lux) aangepast te worden. Indien dit niet mogelijk is dan dient de lichtverstoring beperkt te worden door de positie, richting en armatuur van de lichtbron aan te passen.
Plaatsen van duurzame inbouw nestvoorzieningen voor huismus per gebouw ter plaatse van dakranden. Minimale inspanning: Minimale inspanning: Minimale inspanning: Hierbij kan gedacht worden aan kasten, inbouwstenen, dakgootconstructies etc. Geen vogelvide. Plaatsing van minimaal drie verblijfplaatsen Plaatsing van minimaal zeven Plaatsing van minimaal tien verblijfplaatsen Randvoorwaarden voor huismusvoorzieningen zijn opgenomen in het Kennisdocument. Hier zijn de verblijfplaatsen gewenste omstandigheden voor huismus opgenomen. Afwijken hiervan is mogelijk, mits goed Extra inspanning Extra inspanning onderbouwd. Plaatsing van 4 - 6 verblijfplaatsen (+1) Extra inspanning Plaatsing van 11 - 13 verblijfplaatsen (+1) Het aantal te plaatsen kasten is vooral afhankelijk van de geschiktheid van het gebied en de eventuele Plaatsing van >6 verblijfplaatsen (+2) Plaatsing van 7 - 9 verblijfplaatsen (+1) Plaatsing van >13 verblijfplaatsen (+2) verwijderde nesten als gevolg van de werkzaamheden. Het aantal te plaatsen huismusvoorzieningen Plaatsing van >9 verblijfplaatsen (+2) voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Verblijfplaatsen voor Voor vleermuizen kan groot en/of klein verblijf aangeboden worden.
Minimale inspanning: Minimale inspanning: Minimale inspanning: vleermuizen (+ 4 bonuspunten Dit is afhankelijk van de huidige situatie en de behoefte. De plaatsing van een verblijfplaats dient altijd Plaatsing van minimaal drie verblijfplaatsen Plaatsing van minimaal tien verblijfplaatsen Plaatsing van minimaal 20 verblijfplaatsen verspreid over voor het plaatsen van een te gebeuren op basis van een ecologisch adviesrapport. Punten worden toegekend op basis van de verspreid over het gebied verspreid over het gebied het gebied massawinterverblijf). inspanning en het type voorzieningen Randvoorwaarden voor het plaatsen van vleermuisvoorzieningen zijn opgenomen in de soortspecifieke Extra inspanning Extra inspanning Extra inspanning kennisdocumenten. Afwijken hiervan is mogelijk, mits goed onderbouwd. Om meer soorten kansen te Plaatsing van 4 - 7 verblijfplaatsen (+1) Plaatsing van 11 - 15 verblijfplaatsen (+1) Plaatsing van 21 - 30 verblijfplaatsen (+1) bieden is varieren in grootte en windrichting belangrijk. Plaatsing van >7 verblijfplaatsen (+2) Plaatsing van >15 verblijfplaatsen (+2) Plaatsing van >30 verblijfplaatsen (+2) Plaats verblijfplaatsen voor vleermuizen per gebouw grenzend aan het bestaande of nieuwe groen. Maak daarbij gebruik van loze ruimten in spouwmuur en/of dakrand.
Voorkom op deze plaatsen Gezien de inspanning worden het plaatsen van een groot verlichting van de gevel (aanstralen). massawinterverblijf worden 4 bonuspunten toegekend. Realiseren van een massawintervoorziening, indien onvoldoende aanwezig binnen omgeving, is alleen mogelijk bij grootschalige projecten bij gebouwen met voldoende massa. Grote stenen en betonnen gebouwen (flats, appartementen) met spouwmuren komen hiervoor in aanmerking. Het aantal te plaatsen vleermuisnestvoorzieningten voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Voor het plaatsen van een massawintervoorziening zijn 4 bonuspunten te behalen. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
3
3
3
1
4/5
4/5
2
Verblijf
Nestkast voor Steenuil
Nestkast plaatsen voor steenuil in het buitengebied
omgeving
Cluster van inheemse bomen
In clusters aanplanten van inheemse bomen zoals bijvoorbeeld zomereik, wintereik, linde, berk, zwarte Minimale inspanning: els, beuk, haagbeuk, veldiep, zoete kers, gewone appel en/of lijsterbes. Maak bij deze maatregel gebruik Plaatsing van minimaal drie inheemse van de "rassenlijst". Het oppervlak van de aan te leggen cluster voor de genoemde groene punten is bomen afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Extra inspanning Plaatsing van 4 - 6 bomen (+1) Plaatsing van >6 bomen (+2) In clusters aanplanten van inheemse struiken met minimaal 3 soorten zoals bijvoorbeeld hulst, taxus, Minimale inspanning: meidoorn, sleedoorn, hazelaar, vlier, gelderse roos, egelantier, vuilboom en/of krentenboompje. Maak Plaatsing van minimaal 50 m2 struiken bij deze maatregel gebruik van de "rassenlijst". Het oppervlak van de aan te leggen cluster voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform Extra inspanning ecologisch advies. Plaatsing van >50 m2 struiken (+1) Plaatsing van >75 m2 struiken (+2) Versterk stedelijke ecologische hoofdstructuur door groene tuin rondom het gebouw hierop aan te laten Minimale inspanning: sluiten, zowel qua ligging (laten grenzen) als qua inrichting (beplantingstypen). Zorg ervoor dat de type Volledig aansluiten op aangrenzende vegetaties op elkaar aansluiten.
Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. groenstructuur over minimale lengte van 10m.
omgeving
omgeving
Cluster van inheemse struiken
Aansluiting groene tuin en ecologische structuur
Extra inspanning: Vergelijkbare beplantingstypen, te beoordelen door ecoloog (+1) 1
3
4
omgeving
Kruiden- en faunarijk grasland
Realiseren van bloemrijk grasland ter plaatse van gemeenschappelijk of openbaar groen waar deze van lage ecologische kwaliteit is (wat nu gazon is). Het mag ook gaan om spontane ontwikkeling van braakliggende industrieterreinen. Inzaaien van bloemrijk grasland met inheems bloemenmengsel ter plaatse van openbaar / gemeenschappelijk groen: grassen met éénjarige kruidachtige soorten en overblijvende bloeiende vegetatie. Na inrichting overgaan op ecologisch beheer. Overstappen op ecologisch beheer is ook mogelijk. In dat geval hoeft niet ingezaaid te worden met andere soorten. Het grasland zal zich dan in de loop van de tijd veranderen in een bloemrijk grasland. Het oppervlak van het aan te leggen grasland voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Minimale inspanning: 30% van onbebouwde oppervlakte
Minimale inspanning: 30% van onbebouwde oppervlakte
Minimale inspanning: 30% van onbebouwde oppervlakte
Extra inspanning: >30% van onbebouwde oppervlakte (+1)
Extra inspanning: >30% van onbebouwde oppervlakte (+1)
Extra inspanning: >30% van onbebouwde oppervlakte (+1)
3/4
omgeving
Natuurlijke haag
1
2
omgeving
Natuurlijke verharding
3
4
omgeving
Groen aanplant
3
1
3
5
4
2
4
Extra inspanning: Vergelijkbare beplantingstypen, te beoordelen door ecoloog (+1)
Minimale inspanning: 10 locaties en/of 10 gebouwen
2/3
4
Extra inspanning Plaatsing van>200 m2 struiken (+1) Plaatsing van >500 m2 struiken (+2) Minimale inspanning: Volledig aansluiten op aangrenzende groenstructuur over minimale lengte van 30m.
Minimale inspanning: 5 locaties en/of 5 gebouwen
Faunapassage onder hekwerk
6
Extra inspanning: Vergelijkbare beplantingstypen, te beoordelen door ecoloog (+1)
Minimale inspanning: Plaatsing van minimaal 200 m2 struiken
Creeren van een steilwand (kaal talud van zand of leem) voor bijen op een aantal locaties in wijk- en Minimale inspanning: buurtgroen in de directe omgeving van een gebouw en/of plaatsen van andere objecten zoals 3 locaties en/of 3 gebouwen insectenstenen in 3 gebouwen, stapelstenen, insectenhotel etc.; plaatsing op zonnige plaats in nabijheid van bloemrijk grasland en/of ander groen. Punten alleen te behalen als er uitsluitend gebruik wordt gemaakt van duurzame materialen en onderhoud gepleegd wordt. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
omgeving
5
Extra inspanning Plaatsing van >100 m2 struiken (+1) Plaatsing van >150 m2 struiken (+2) Minimale inspanning: Volledig aansluiten op aangrenzende groenstructuur over minimale lengte van 20m.
Extra inspanning Plaatsing van 10 - 12 bomen (+1) Plaatsing van >12 bomen (+2)
Steilwand voor bijen (incl. onderhoud) of ecologisch vergelijkbaar object (takkenhoop, stapelstenen, insectenhotel etc)
2
4
Extra inspanning Plaatsing van 7 - 9 bomen (+1) Plaatsing van >9 bomen (+2) Minimale inspanning: Plaatsing van minimaal 100 m2 struiken
Minimale inspanning: Plaatsing van minimaal negen inheemse bomen
omgeving
1
3
Minimale inspanning: Plaatsing van minimaal zes inheemse bomen
omgeving
omgeving
omgeving
omgeving
omgeving
omgeving
Zoomvegetatie langs perceelsranden
Natuurlijke poel/vijver (voor amfibieen)
Pocketpark (minipark)
Muurplanten in oude (kade)muur
Rustzone fauna langs wateroever
Natuurvriendelijke oever
Realiseren van openingen onderaan schutting/ hekwerk voor kleine fauna (zoals egels): opening van minimaal 15x15cm. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Minimale inspanning: Minimale inspanning: Minimale inspanning: Doorgang geschikt voor soorten zoals egel Doorgang geschikt voor soorten zoals egel Doorgang geschikt voor soorten zoals egel op drie locaties op een locatie. op twee locaties. Extra inspanning: Extra inspanning: Extra inspanning: Doorgang geschikt voor grotere soorten zoals das, vos, etc. Doorgang geschikt voor grotere soorten Doorgang geschikt voor grotere soorten (+1) zoals das, vos, etc. (+1) zoals das, vos, etc. (+1) Aanplant van hagen - al of niet ter vervanging van hekwerk/ schutting - met breedte van tenminste 1 Minimale inspanning: Minimale inspanning: Minimale inspanning: meter en hoogte van tenminste 1,5 meter met bijvoorbeeld liguster, spaanse aak, zuurbes, hulst, beuk Hoogte van 1,5 m (2 startpunten) Hoogte van 1,5 m (2 startpunten) Hoogte van 1,5 m (2 startpunten) of haagbeuk. Maak bij deze maatregel gebruik van de "rassenlijst". Voor een haag van 1,5 m. hoog zijn 2 Hoogte 2m of hoger (3 startpunten) Hoogte 2m of hoger (3 startpunten) Hoogte 2m of hoger (3 startpunten) startpunten te behalen. Voor een haag van 2 m. of hoger zijn 3 startpunten te behalen. Door de lengte Lengte vanaf 5 m Lengte vanaf 15 m Lengte vanaf 50 m van de haag te vergroten zijn extra punten te behalen. Het volume van de aan te leggen natuurlijke haag voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang.
Maatregel uitvoeren conform Extra inspanning: Extra inspanning: Extra inspanning: ecologisch advies. Lengte van >5m (+1) Lengte van >15m (+1) Lengte van >50m (+1) Tegengaan van betegeling: gebruik halfverharding (zoals halfopen tegels) of natuurlijke verharding (houtsnippers of grind) over minimaal 25% grondoppervlak van de onbebouwde kavel met als voorwaarde dat de verharding niet bedoeld is als voetpad / loopverbinding. Deze maatregel is vooral van belang voor een klimaatadaptieve inrichting, maar is beperkter geschikt om biodiversiteit te vergroten. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Tegengaan van betegeling: gebruik geen verharding over 25% van het onbebouwde grondoppervlak en beplant dit met stedelijk groen; het gaat daarbij om bosplantsoen met inheemse bomen en struiken. Maak bij deze maatregel gebruik van de "rassenlijst". Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Minimale inspanning: 25-50% van het onbebouwde kavel
Minimale inspanning: 25-50% van het onbebouwde kavel
Minimale inspanning: 25-50% van het onbebouwde kavel
Extra inspanning: >50% van het kaveloppervlak (+1) Minimale inspanning: 25-50% van het onbebouwde kavel
Extra inspanning: >50% van het kaveloppervlak (+1) Minimale inspanning: 25-50% van het onbebouwde kavel
Extra inspanning: >50% van het kaveloppervlak (+1) Minimale inspanning: 25-50% van het onbebouwde kavel
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) Realiseren van ruige groene randen ter plaatse van groene dooradering waar deze van lage ecologische Minimale inspanning: kwaliteit is (wat nu gazon is): ruigte van soorten als bijvoet (droog) en riet (nat). Binnen deze maatregel Minimaal 10 - 20 m zoomvegetatie wordt natuurlijke ontwikkeling ook mogelijk gemaakt. Aanplanten van vegetatie is hier niet wenselijk. tenzij dit met kleinschalig beginnende struweelvormers gebeurt. De zoomvegetatiezone dient altijd een Extra inspanning breedte van minimaal 2 meter te hebben. De lengte van de aan te planten vegetatie voor de genoemde >20m zoomvegetatie (+1) groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) Minimale inspanning: Minimaal 30 - 50 m zoomvegetatie
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) Minimale inspanning: Minimaal 50 - 75 m zoomvegetatie
Extra inspanning >50m zoomvegetatie (+1)
Extra inspanning >75m zoomvegetatie (+1)
Realiseren van poel / vijver met minimaal 1 meter waterdiepte, 3 meter diameter en flauw talud; Minimale inspanning: Minimale inspanning: beplant inheemse oeverplanten: zoals gele lis, moerasandoorn, grote kattenstaart, moerassprirea, echte Eén poel van oppervlakte van minimaal 10 - Twee poelen van oppervlakte van valeriaan, grote egelskop en inheemse waterplanten: witte waterlelie, gele plomp, watergentiaan, 20 m2 minimaal 10 - 20 m2 krabbescheer. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Randvoorwaarden zijn te vinden op (www.ravon.nl) Extra inspanning: Extra inspanning: Eén poel van oppervlakte van >20 m2 (+1) Twee poelen van oppervlakte van >20 m2 (+1) Het gaat hierbij om de aanpant van afwisseling van gras, bloemrijke ruigte, struiken en bomen, al of niet nvt Minimale inspanning: gebruik maken van hoogteverschillen. Draagt bij aan de belevingswaarde. Door de aanplant van Oppervlakte van minimaal 100-200 m2 vegetatie op een kaal terrein wordt de biodiversiteit gestimuleerd. Maak bij deze maatregel gebruik van de "rassenlijst" of aantoonbaar autochtoon materiaal. Het oppervlak van het aan te leggen pocketpark Extra inspanning: voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform Oppervlakte van >200 m2 (+1) ecologisch advies.
Minimale inspanning: Drie poelen van oppervlakte van minimaal 10 - 20 m2
Bij renovatie / restauratie aan oude muren met geschikte groeiplaatsen: rekening houden met verplaatsen van muurplanten en realiseren van muren met terugliggend voegwerk met kalkhoudende specie en vochtig metselwerk met afstromend regenwater of het realiseren van kademuren met een muurplantvriendelijke constructie die is voorzien van een smalle spouwmuur met vochthoudend materiaal om planten van voldoende water te voorzien, kalkhoudende specie en een terugliggende voeg. Het is ook toegestaan om een plantvriendelijke muur van bijv. stapelstenen en/of zachte mortel aan te leggen of de muur te integreren van de gevel van nieuwbouw. De lengte van de muur is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Minimale inspanning: Lengte van minimaal 5-10m
Minimale inspanning: Lengte van minimaal 10-20m
Minimale inspanning: Lengte van minimaal 20-50m
Extra inspanning: Lengte van >10 m (+1)
Extra inspanning: Lengte van >20 m (+1)
Extra inspanning: Lengte van >50 m (+1)
Realiseer rustzone over oeverlengte voor dieren langs open water. Creeer delen van de oevers zonder verstoring door mensen en/of honden door gebruik van hoge vegetatie, padenstructuren en verplicht aanlijnen van honden. De lengte van de aan te leggen rustzone voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Minimale inspanning: Lengte van minimaal 10-20m
Minimale inspanning: Lengte van minimaal 20-30m
Minimale inspanning: Lengte van minimaal 30-40m
Extra inspanning: Lengte van >20 m (+1) Minimale inspanning: Lengte van minimaal 10-25m
Extra inspanning: Lengte van >30 m (+1) Minimale inspanning: Lengte van minimaal 25-50m
Extra inspanning: Lengte van >40 m (+1) Minimale inspanning: Lengte van minimaal 50-75m
Extra inspanning: Lengte van >25 m (+1)
Extra inspanning: Lengte van >50 m (+1)
Extra inspanning: Lengte van >75 m (+1)
Open water voorzien van natuurvriendelijke oevers: een talud van 1:5 of flauwer. Randvoorwaarden zijn te vinden op de websites van o.a. waterschappen. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
2
omgeving
Drijvende oever
Een drijvende oever of eilandje zijn toe te passen in bijvoorbeeld grachten. De vegetatie bestaat meestal uit semi-natuurlijkte begroeiing. Ze dragen bij aan kleinschalige natuurontwikkeling en kunnen gebruikt worden door o.a. watervogels (www.joostdevree.nl). Onderhoud van deze constructies is van belang om punten te kunnen behalen. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
3
omgeving
Ecologische wadi
Ecologische inrichting en beheer van wadi's, voor zover aanwezig; het gaat om een komvormige bufferings- en infiltratievoorziening, die tijdelijk gevuld is met hemelwater. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Randvoorwaarden zijn te vinden op de websites van bijvoorbeeld STOWA
Bonus +2
Omgeving
Behoud van groenstructuren
Als er bij projecten wordt ingezet om het aanwezige groen en de aanwezige groenstructuren te behouden kunnen hier twee bonuspunten mee verdient worden. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
nvt
Extra inspanning: Drie poelen van oppervlakte van >20 m2 (+1)
Minimale inspanning: Oppervlakte van minimaal 200-400 m2 Extra inspanning: Oppervlakte van >400 m2 (+1)
Bonus +1
Omgeving
Spontane vegetatie tolereren (met beheer)
Als er bij een nieuw project de kans voordoet om vegetatie spontaan te laten ontwikkelen deze kans ook benutten bij bijvoorbeeld halfopen verharding, boomspiegels etc. Hiermee kan er één extra bonuspunt verdient worden. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Gebruik maken van beplanting dat opgenomen is in de rassenlijst (www.rassenlijstbomen.nl). Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Een faunapassage voor amfibieën bestaat veelal uit een zogenaamde amfibieëntunnel Faunapassage aanleggen onder een brug voor bijvoorbeeld otters Gebieden verbinden door middel van een ecoduct Opnemen van vleermuisverblijven in een brug Voor sommige maatregelen geldt dit als een randvoorwaarde. Dit betekent dat de desbetreffende maatregel geen punten oplevert indien deze wordt uitgevoerd zonder het opstellen van een ecologisch rapport. Reden hiervoor is dat sommige maatregelen alleen effect hebben wanneer aan de voorkant een ecologisch onderzoek is uitgevoerd en ecologisch advies is opgesteld. Vastleggen hoe de aanwezige natuurwaarden zo min mogelijk negatieve effecten ondervinden van het gebruik van verlichting. Alleen van toepassing op "verlichtingsmaatregelen".
Bonus +1
Omgeving
3 3 5 5 Bonus +2
Infra Infra Infra Infra Beleid
Gebruik "rassenlijst" plantmateriaal Faunapassage voor amfibieen Faunapassage onder brug Faunapassage ecoduct Vleermuisverblijf in brug Opstellen ecologisch rapport
Bonus +1
Beleid
Opstellen verlichtingsplan in relatie tot ecologie
Bonus +1
Beleid
Ecologisch advies voor voorgestelde maatregelen
Bonus +1
Beleid
Borgen noodzakelijk beheer of Mogelijke vormen zijn bijvoorbeeld een instandhoudings- of beheerplan, convenant, etc. onderhoud
Gewenst bij kleinschalig project, verplicht bij middelgroot en groot project.
nb. De maatregelen genoemd onder het aspect "beleid" verhouden zich tot elkaar door bij de desbetreffende maatregel ervoor te zorgen dat deze op de juiste manier worden beborgd. Deze maatregelen bieden ook de mogelijkheid om sturing te geven aan de maatregelen met behulp van beleidinstrumenten.