Bijlage 1 Scenariokeuze Bomenbeleidsplan 2026
Tekst van het document
28 | Bomenbeleidsplan 2026
de biodiversiteitswaarden (o.a. holtes) die zij vertegenwoordigen en het jaarlijks vervangen van 175 bomen op basis van kwaliteit. Boomkroonbedekking en biodiversiteit worden elke zes jaar gemonitord en vormen de basis voor beleid bijstelling. 2. VERSTERKEN Deze actielijn richt zich op het versterken van de kwaliteit en samenhang van het bomenbestand door groeiplaatsverbetering volgens het Handboek Bomen (beperkt maatwerk bij groeiplaatsverbetering), het creëren van groene verbindingen naar het buitengebied en het beschermen van groeiplaatsen bij nieuwe ontwikkelingen. Het beheer is gericht op behoud van grote bomen, inhalen van achterstallig onderhoud en het verbeteren van de groeikwaliteit. Overlast door verkeerd geplante bomen wordt waar nodig aangepakt. Monitoring van kroonbedekking en biodiversiteit vindt eens per zes jaar plaats en stuurt bij waar nodig. 3. VERGROTEN De gemeente zet in op het vergroten van het bomenareaal door 10% uitbreiding van landschapselementen tegen 2045, met speciale aandacht voor boomarme wijken en strategische locaties zoals langs watergangen. Binnen de bebouwde kom past de gemeente de 3+30+300 regel toe en de kroonbedekking moet in 2075 doorgegroeid zijn naar 30%. Vanuit de gemeente wordt ingezet op het vergroten van de boomkroonbedekking in openbaar terrein.
De rest van de toename in boomkroonbedekking dient op particulier terrein gehaald te worden. 4. SAMENWERKEN Bewoners worden actief betrokken bij keuzes in hun leefomgeving en particulieren worden ondersteund in vergroening voor het vergroten (actielijn 3) van het bomenbestand. Particulieren worden ondersteund met plantmateriaal afgestemd op de 10-20-30 regel voor soortendiversiteit. Hierdoor vergroenen we gericht straten, wijken en kernen met klimaatbestendige soorten. Zo wordt via samenwerking gewerkt aan het versterken (actielijn 2) en vergroten (actielijn 3) van het bomenbestand.
Scenario 3: Sober beleid – “Behoud en Efficiëntie”
In dit scenario richten we ons op het behoud van het huidige bomenbestand en een minimale uitbreiding, met een focus op efficiënt beheer en gebruik van bestaande middelen. De nadruk ligt op het voldoen aan wettelijke vereisten en het nemen van eenvoudige maatregelen. 1. BEHOUDEN De nadruk bij deze actielijn ligt op het handhaven van het bestaande bomenbestand, zonder uitbreiding. Bomen worden vervangen op ad-hoc basis, met behoud van totale kroonbedekking. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt bomenbehoud meegenomen in de haalbaarheidsstudie. Bomen met monumentale waarde worden geïnventariseerd en beperkt beschermd. Kapvergunningen worden summier getoetst, met herplantplicht. Onderhoud gebeurt reactief en is gericht op het voldoen aan de zorgplicht. Monitoring vindt eens per acht jaar plaats, beleidsbijstelling volgt alleen bij aantoonbare achteruitgang. Overlast wordt geaccepteerd zolang de veiligheid niet in het geding is. Budgetten blijven minimaal en zijn gericht op efficiënt beheer.
4. SAMENWERKEN Particulieren worden gestimuleerd via communicatie, maar zonder subsidies of prikkels. Nieuwe ontwikkelingen dienen wel aan klimaatadaptatie-eisen voor groeiplaatsen te voldoen. Bewoners krijgen algemene informatie via gemeentelijke communicatiekanalen. De gemeente blijft leidend in beheer; actieve participatie wordt niet nagestreefd.
2. VERSTERKEN In deze actielijn voert de gemeente beperkte groeiplaatsverbetering uit volgens het Handboek Bomen. Alleen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt gestimuleerd om integraal groeiplaatsen te verbeteren. Snoeiachterstanden worden waar nodig ingelopen, met behoud van de zorgplicht als ondergrens. 3. VERGROTEN Er is een beperkte uitbreiding met nieuwe, biodiverse bomen op gemeentelijke gronden, vooral waar groene normen (zoals 10-20-30 of 3+30+300 regel) niet gehaald worden. Er vindt geen expliciete uitbreiding plaats van landschaps elementen, wel behoud van bestaande groengebieden. Hierbij wordt minimaal voldaan aan de bepalingen van de Europese Natuurherstelwet waarbij de kroonbedekking binnen de gemeente niet mag afnemen. Bij nieuwbouw wordt voldaan aan de 3+30+300-regel, herplant volgt de 10-20-30-regel voor het versterken (actielijn 2) van het bomenbestand. In het centrum is een boom van groot belang om hittestress tegen te gaan
29 | Bomenbeleidsplan 2026
7. Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) Nu duidelijk is wat de doelen, middelen en strategie van het bomenbeleid zijn, wordt in dit hoofdstuk beschreven hoe deze doelen gemonitord worden. De doelen en middelen zijn wederom in drie verschillende scenario’s opgedeeld, te weten: Optimaal, basis en sober. Elk van de drie scenario’s beschrijft hoe het bomenbeleid van de gemeente gemonitord wordt en wat de verschillen tussen deze scenario’s zijn ten opzichte van de huidige situatie anno 2025. De monitoring van de doelstellingen vindt plaats aan de hand van Kritieke Prestatie Indicatoren, ofwel KPI’s. De KPI’s worden volgens de drie scenario’s in dit hoofdstuk uitgewerkt: y Scenario 1: Optimaal beleid – “Maximale Groene Ambitie” y Scenario 2: Basis Beleid – “Doelgerichte Groei” y Scenario 3: Sober beleid – “Behoud en Efficiëntie” In de scenario’s zijn, de onder de strategie beschreven middelen, wederom onderverdeeld in vier actielijnen/doelen: behouden, versterken, vergroten en samenwerken. Enkele van de eerder genoemde maatregelen uit hoofdstuk 5 betreffen echter principes, die direct doorgevoerd moeten worden in de dagelijkse praktijk. Een voorbeeld hiervan is het toepassen van de soortendiversiteit bij nieuwe aanplant. Daarom is niet elke maatregel meetbaar en is hier geen KPI voor opgenomen in dit hoofdstuk.
In onderstaande tabel worden de meetbare KPI’s per scenario weergegeven. Vanuit de scenario’s kunnen dus KPI’s hoger of lager ingezet worden.
Oude bomen kunnen goed ingepast worden bij nieuwbouwprojecten
30 | Bomenbeleidsplan 2026
KPI's
Scenario 1: Optimaal
Scenario 2: Basis
Scenario 3: Sober
0-situatie: Huidig
Ì 2-jaarlijkse inventarisatie en
Ì 4-jaarlijks inventarisatie en
Ì 8-jaarlijks inventarisatie en
Geen inventarisatie
Ì Zowel particuliere als
Ì Alleen gemeentelijke bomen
Ì Alleen gemeentelijke bomen
Behouden Registratie bomen met monumentale waarde
monitoring
gemeentelijke bomen
Monitoring kap en herplantplicht
monitoring
monitoring
Ì Aantal gekapte bomen inzichtelijk Ì Aantal gekapte bomen inzichtelijk Ì Aantal gekapte bomen inzichtelijk Ì Aantal gekapte bomen inzichtelijk maken
Ì 100% handhaving herplantplicht
maken
Ì Steekproef handhaving herplantplicht
maken
maken
Ì Ad hoc handhaving herplantplicht Ì Geen handhaving uitgangspunt herplant
Boomonderhoud en gewenst boombeeld
100% op beeld
100% op beeld
Voldoen aan zorgplicht
Achterstallig
Monitoring conditie bomenbestand
Jaarlijks
3-jaarlijks (Omlooptijd BVC)
Geen monitoring
Geen monitoring
Monitoring soortendiversiteit (10-2030-regel)
4-jaarlijks
6-jaarlijks
8-jaarlijks
Geen monitoring
Monitoring percentage vervangen bomen uit beheersoogpunt
Streefdoel 1% per jaar vervanging. Monitoring elke 4 jaar
Streefdoel 0,5% per jaar vervanging. Monitoring elke 4 jaar
Geen actieve vervanging
Geen actieve vervanging
Versterken
31 | Bomenbeleidsplan 2026
KPI's
Scenario 1: Optimaal
Scenario 2: Basis
Scenario 3: Sober
Ì Jaarlijkse monitoring; Ì ≥ ha per locatie per jaar (300 m)
4-jaarlijkse monitoring van nieuwe groene verbindingen.
Ì 8 jaarlijkse monitoring. Ì Voldoen aan Europese
0-situatie: Huidig
Vergroten Monitoring toename opp. nieuwe groengebieden
Monitoring toename boom kroonbedekking
Monitoring toename landschapselementen Monitoring 3+30+300-regel
Geen monitoring
Natuurherstelwet
Ì Monitoring 4-jaarlijks Ì Streefdoel 30% in 2050
Ì Monitoring 6-jaarlijks Ì Streefdoel 30% in 2075
Ì Monitoring 4-jaarlijks Ì streefdoel 10% in 2035 Ì Monitoring 4-jaarlijks Ì Gemeentebreed
Ì Monitoring 6-jaarlijks Ì Streefdoel 10% in 2045 Ì Monitoring 6-jaarlijks Ì Gemeentebreed
Ì Monitoring 8-jaarlijks Ì Streefdoel 100% bestaande
Geen monitoring
kroonbedekking (t.b.v. natuurherstelwet) Geen monitoring
Ì Toezicht op naleving bij
Geen monitoring
Geen monitoring
nieuwbouwprojecten
Ì 100% uitvoer bij
nieuwbouwprojecten
Samenwerken Aantal subsidieaanvragen
Monitoring jaarlijks
Monitoring 4-jaarlijks
Geen monitoring
Geen monitoring
Aantal educatie programma’s en deelnemers
Monitoring jaarlijks
Monitoring 4-jaarlijks
Geen monitoring
Geen monitoring
Aantal en omvang samenwerkingen
Monitoring jaarlijks
Monitoring 4-jaarlijks
Geen monitoring
Geen monitoring
32 | Bomenbeleidsplan 2026
8. Vervolgstappen Dit hoofdstuk bevat een uitgebreide beschrijving van de beleidsmaatregelen uit hoofdstuk 5 en de kosten die daarbij horen. Verder wordt beschreven hoe de scenario’s geïmplementeerd moeten worden en hoe de keuze voor een scenario gemaakt gaat worden.
8.1 Implementatie scenario’s In hoofdstuk 5 zijn de actielijnen en beleidsmaatregelen beschreven. Hoe streng een beleidsmaatregel uitgevoerd wordt, is afhankelijk van het gekozen scenario. De keuze voor het scenario wordt door de gemeenteraad gemaakt. Vanuit het team dat betrokken is bij het opstellen van het beleid, wordt een voorkeur voor één van de drie scenario’s aangedragen bij de gemeenteraad. Het kiezen van één van de scenario’s heeft financiële consequenties voor de gemeente. Zelfs bij het meest sobere scenario (nr. 3) is een financiële impuls nodig om aan de Zorgplicht en de Europese Natuurherstelwet te voldoen. Wanneer voor scenario 2 of 1 gekozen wordt, dienen daarbovenop nog extra financiële middelen beschikbaar gesteld te worden om aan uitgangspunten uit de Omgevingsvisie Barneveld 2040 te voldoen. Zonder deze extra financiële middelen, is het bijvoorbeeld niet mogelijk aan de uitgangspunten van de 3+30+300 regel te voldoen.
8.2 Maatregelen per actielijn Om de actielijnen te waarborgen, zijn in hoofdstuk 5 de beleidsmaatregelen beschreven. In deze paragraaf worden de maatregelen per actielijn verder toegelicht.
33 | Bomenbeleidsplan 2026
Actielijn 1: BEHOUDEN
De volgende beleidsmaatregelen worden ingezet om de doelstelling voor het behouden van de bomen in onze gemeente te behalen: A. Ontwikkeling afweegkader omgevingsvergunning kap en herplant Voor het kappen van een boom is in veel gevallen een omgevingsvergun ning vereist. Het uitgangspunt is bomen beter te beschermen. De grens voor wanneer een boom kapvergunningsplichtig is blijft ongewijzigd. Wel worden de afwegingskaders voor het verlenen van een vergunning duidelijker gemaakt om beter invulling te geven aan de maatschappelijke waarde van bomen. Het 'behouden, tenzij' principe benadrukt dat we bomen in principe willen behouden. Wanneer het belang van de aanvrager zwaarder weegt dan het maatschappelijke belang van behoud, kan een kapvergunning worden verleend. Bij verlening van een vergunning wordt een passende compensatie de standaard. Toelichting: Een kapvergunningsaanvraag wordt afgewogen op basis van (meetbare) afwegingscriteria, zoals natuurwaarde, ruimtelijke betekenis, cultuurhistorische of monumentale waarde. Maar ook op basis van de waarde voor de leefbaarheid van de gemeente, ecologie en klimaat, toekomstverwachting van de boom of op basis van ernstige overlast of gebreken bij een boom. Bomen willen we behouden, tenzij er duidelijke en onderbouwde argumenten ingebracht worden.
Wanneer bijvoorbeeld onderbouwd kan worden dat een boom onveilig is, of middels een Bomen Effect Analyse aannemelijk gemaakt kan worden dat het vellen van een boom nodig is in verband met een ruimtelijke ontwikkeling die maatschappelijk belang heeft, kan een kapvergunning verleend worden. Een uitgebreide beschrijving van deze afwegingscriteria, voorwaarden en boombescherming wordt opgenomen in een afweegkader voor kapvergunningen. B. Ondergrondse en bovengrondse bescherming: Niet alleen het bovengrondse deel van de boom (stam en kroon) maar ook het ondergrondse deel (wortelgestel en ondergrondse groeiplaats) wordt beschermd. Het beschermen van groeiplaatsen leidt tot minder ondergrondse schade aan de bomen en draagt bij aan het behoud van het bomenbestand.
Toelichting: In het geval van ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare ruimte of rond kapvergunningsplichtige bomen kan een nulmeting met waardebepaling of Bomen Effect Analyse als een verplicht onderdeel van het initiatief worden geëist als onderdeel van de vergunningverlening. Op deze manier worden tijdens planvorming en aanleg projecten, groeiplaatsen en bodems beschermd. Dit kan in de toekomst ook middels het aanduiden van bomen, groenstructuren, bossen en groeiplaatsen daarvan in omgevingsplannen/ruimtelijke plannen. Door de bodem te beschermen, blijft het bodemleven behouden. Het beschermen van de groeiplaatsen leidt tot minder ondergrondse schade aan de bomen en draagt daarom bij aan het behoud van het bomenbestand. Om de bomen en groeiplaatsen te beschermen is het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen van toepassing bij alle werkzaamheden rond bomen. Dit geldt al vanaf de initiatieffase van een project, waardoor boombeschermende maatregelen, zoals de eerder beschreven Bomen Effect Analyse of boombeschermingsplan, in een vroeg stadium geëist kunnen worden. In de uitvoering is de Bomenposter uit Handboek Bomen/ zijn de maatregelen uit de Bomen Effect Analyses van toepassingen. C.
Bomen en structuren met monumentale waarde worden in kaart gebracht: Toelichting: In Nederland worden bomen als monumentaal of potentieel monumentaal beschouwd op basis van specifieke criteria die hun bijzondere waarde weergeven. Deze waarde kan zowel ecologisch, cultuurhistorisch als esthetisch zijn. De criteria voor veranderen naar bomen met een (potentieel) monumentale waarde zijn vastgelegd door verschillende instanties, zoals de Monumentenwet en regionale/nationale natuur- en landschapsorganisaties. De criteria die gemeente Barneveld hanteert zijn hieronder beschreven. Een boom moet aan één of meerdere criteria voldoen om als boom met monumentale waarde opgenomen te kunnen worden: Leeftijd, een boom moet een bepaalde leeftijd hebben om als boom met monumentale waarde te worden beschouwd. Hiervoor geldt dat bomen die ouder zijn dan 80 jaar een potentieel monumentale waarde kunnen hebben, vooral als ze bijzondere kenmerken vertonen.
34 | Bomenbeleidsplan 2026
Bomen van Monumentale waarde op de begraafplaats
Zeldzaamheid, bomen die zeldzaam zijn in een bepaalde regio of die van een zeldzame soort zijn, komen in aanmerking de status boom met een monumentale waarde. Dit kan bijvoorbeeld gaan om oude bomen van een bijzondere soort die in de gemeente of in Nederland niet veel voorkomen. Bomen die kenmerkend zijn voor een specifiek landschap of historische site kunnen ook een bijzonder belang hebben vanwege hun zeldzaamheid in dat specifieke gebied. Grootte, de grootte van een boom wordt gemeten aan de hand van de stamomtrek, de hoogte en de kroondiameter. Een boom met monumentale waarde heeft een opvallend grote stamomtrek (meer dan 2 meter omtrek), wat duidt op een uitzonderlijke groei en leeftijd. Cultuurhistorische waarden, bomen die een belangrijke rol spelen in het culturele of historische landschap van een gebied worden als boom met monumentale waarde beschouwd. Dit kan bijvoorbeeld een boom zijn die verbonden is met een historische gebeurtenis, een specifiek persoon of een
oud landschap. Bomen die onderdeel uitmaken van een historisch park, landgoed, boerderij of ander erfgoed kunnen eveneens als boom met monumentale waarde worden aangemerkt. Esthetische waarde, de esthetische waarde van een boom speelt een rol in de beoordeling van de status boom met een monumentale waarde. Een boom die bijvoorbeeld een bijzonder mooie vorm heeft, of die op een iconische locatie staat, kan worden erkend voor zijn visuele en landschappelijke waarde. Ecologische Waarde, bomen die een belangrijke ecologische functie vervullen, zoals het ondersteunen van zeldzame plant- en diersoorten of die in bijzondere ecosystemen staan worden als boom met monumentale waarde erkend. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij bomen die een belangrijke habitat vormen voor beschermde diersoorten of zeldzame planten. Verbinding met het landschap, bomen die een significante visuele en ruimtelijke relatie hebben met hun omgeving, zoals een markante boom die uitkijkt over een landschap of die samen met andere bomen een historische bomenrij vormt, kunnen als boom met monumentale waarde worden beschouwd.
Conditie en houdbaarheid, de conditie van de boom is ook een belangrijke factor. Hoewel een boom een monumentale waarde kan hebben, moet hij in voldoende goede gezondheid verkeren om als zodanig behouden te worden. Bomen die ernstig verzwakt zijn, kunnen deze status verliezen als ze onherstelbare schade vertonen. Er wordt gekeken naar de mogelijkheid om de boom op lange termijn te behouden, wat ook samenhangt met de groeiplaats die de boom heeft en het beheer en de zorg die de boom krijgt. In deze afweging zijn de biodiversiteitswaarden een belangrijke factor. Mogelijk kan een deel van een boom behouden worden om niet al deze waarden te verliezen. Waardevolle bomen, bomen die niet volledig voldoen aan de strikte criteria voor boom met monumentale waarde, maar die wel op termijn erkend kunnen worden als boom met monumentale waarde, worden ook als waardevol beschouwd. Dit kunnen jonge bomen zijn die een bijzondere groeipotentie vertonen of oudere bomen die in een bepaalde regio of cultuurhistorische context van belang zijn. Groenstructuren met monumentale waarde Voor de groenstructuren in de gemeente gelden de uitgangspunten, zoals beschreven in het groenstructuurplan 2012. Deze uitgangspunten worden aangepast wanneer een nieuw groenstructuurplan opgesteld is.
Voorwaarden en service door gemeente voor bomen en structuren met monumentale waarde In het Bomenbeleidsplan worden drie verschillende scenario’s beschreven. Elk met een andere intensiteit waarop de gemeente samenwerkt met en eigenaren van bomen en structuren met monumentale waarde tegemoet komt. De keuze van de gemeenteraad hangt af van het gekozen scenario en daarbij beschikbare budgetten. Te denken valt aan de volgende maatregelen: y Onderzoek naar de kwaliteit van de boom en de groeiplaats; y Structurele groeiplaatsverbetering; y Groot onderhoud (correctie- en achterstallige snoei); y Kroonsnoei (herstel- en veiligheidssnoei); y Kroonverankering; y Wondbehandeling.
Een cultuurhistorisch waardevolle laan
35 | Bomenbeleidsplan 2026
De gemeente biedt verschillende extra services en ondersteuning aan zowel gemeentelijke als particuliere monumentale bomen om ervoor te zorgen dat deze bomen goed worden onderhouden, beschermd en behouden voor de toekomst. Voor gemeente Barneveld geldt: y Bescherming tegen schade: Boom met monumentale waarde willen we extra beschermen, wat betekent dat het snoeien (anders dan noodzakelijk onderhoud), verwijderen of anderszins verstoren van een boom met monumentale waarde vergunningsplichtig is; y Beheeradviezen: De gemeente biedt advies en richtlijnen over het juiste beheer van bomen met monumentale waarde in bezit van derden. Dit kan betrekking hebben op snoeien, ziektebeheer, bodembeheer of het beschermen van de boom tegen schade door bijvoorbeeld verkeer of constructiewerkzaamheden. Denk aan een 3 jaarlijkse boomveiligheidscontrole; y Subsidie: De gemeente biedt een onderhoudssubsidie met een maximum bedrag per 3 jaar voor professioneel onderzoek en onderhoud van de boom; y Informatievoorziening: De gemeente legt alle bomen met monumentale waarde vast op kaart en publiceert deze op de gemeentelijke webpagina; y Ondersteuning bij het aanvragen van de status boom met monumentale waarde: De gemeente wil eigenaren ondersteunen bij het aanvragen van de monumentale status voor hun bomen.
Dit zorgt ervoor dat de bomen erkend worden en extra bescherming krijgen; y Publieke erkenning: De gemeente zorgt voor de publieke erkenning van bomen met monumentale waarde, door informatieborden te plaatsen die de bijzondere status van de bomen uitleggen. Dit verhoogt het bewustzijn onder de bewoners en zorgt ervoor dat mensen de waarde van deze bomen respecteren en beschermen. Deze bomen kunnen bijvoorbeeld opgenomen worden in een bomenwandeling. Bij ontwikkelingen die van invloed zijn op deze bomen en structuren worden hogere eisen gesteld aan mitigerende maatregelen dan bij reguliere bomen en structuren. Deze klasse bomen wordt beleidsmatig extra beschermd.
36 | Bomenbeleidsplan 2026
D. Waarborgen van veiligheid, vitaliteit en duurzaamheid van gemeentelijke bomen Veiligheid van gemeentelijke bomen staat hoog in het vaandel bij behoud van het bomenbestand. Door middel van 3 jaarlijkse boomveiligheidscontroles van het gemeentelijke bomenbestand wordt de kans op (letsel-)schade geminimaliseerd. Door deze controles, het plegen van onderhoud en het uitvoeren van de adviezen die uit de controles naar voren komen, wordt voldaan aan de zorgplicht. Toelichting: Om een veilig, gezond en toekomstbestendig gemeentelijk bomenbestand te behouden en te ontwikkelen, hanteert de gemeente een integraal en proactief bomenbeheerbeleid. Dit beleid rust op drie pijlers: boomveiligheid, ofwel omgevingsveiligheid, doelgericht onderhoud, biodiversiteit en groeiplaatsverbetering. Er worden periodiek boomveiligheidscontroles (BVC) uitgevoerd bij de gemeentelijke bomen, conform de geldende richtlijnen. Tijdens deze visuele inspecties worden risico’s op bijvoorbeeld takbreuk of omvallen vroegtijdig gesignaleerd. Indien nodig voeren we aanvullend onderzoek uit, bijvoorbeeld bij bomen met monumentale waarde of risicovolle bomen. De uitkomsten leiden tot gericht onderhoud of andere veiligheidsmaatregelen. Hiermee beperken we schade en ongevallen en bevorderen we de levensduur en veiligheid van bomen in de openbare ruimte. Biodiversiteit speelt hierbij een belangrijke rol.
Om dit te stimuleren wordt bijvoorbeeld dood hout dat geen risico voor de omgeving zorgt niet verwijderd. De gemeente hanteert een onderhoudsplan waarin snoeien, vervangen, controleren en het monitoren van bomen zijn opgenomen. Dit plan wordt gekoppeld aan de planning van integrale (civieltechnische) projecten, zodat werkzaamheden aan bomen zoveel mogelijk plaatsvinden tijdens andere werkzaamheden in de openbare ruimte. Hiermee worden bomen beschermd en benutten we efficiënt de beschikbare middelen en werkmomenten.
mulchlaag. Bij groeiplaatsverbetering is aandacht voor het versterken van de biodiversiteit, bijvoorbeeld door kruidenmengsels of andere beplanting rondom bomen aan te brengen. Zo wordt niet alleen de levensverwachting van individuele bomen verlengd, maar draagt het bomenbeheer ook bij aan klimaatadaptatie en ecologische waarde.
Actielijn 2: VERSTERKEN
De volgende beleidsmaatregelen worden ingezet om de doelstelling voor het versterken van de bomen in onze gemeente te behalen: A. Groenvoorzieningen en groene randen verbinden kernen met het omliggende landschap, waardoor de relatie tussen dorp en landschap wordt versterkt. Duurzame inpassing van een boom in een nieuwbouwwijk
Een belangrijk speerpunt is het wegwerken van eventuele snoeiachterstanden. Regelmatig snoeien is essentieel voor de structuur, veiligheid en gezondheid van de boom. Door proactief onderhoud zorgen we ervoor dat risico’s beperkt blijven en dat bomen op een natuurlijke en gezonde wijze oud kunnen worden. We hechten waarde aan een zorgvuldige communicatie met inwoners over nut en noodzaak van de werkzaamheden die we uitvoeren. Jaarlijks stellen we een bomenbalans op. Dit administratieve en beleids matige instrument geeft op basis van het boombeheersysteem inzicht in het aantal gekapte en nieuw geplante bomen, inclusief hun kwaliteit (bijv. jonge aanplant versus volwassen bomen) en soort. De bomenbalans helpt ons bij het realiseren van minimaal behoud van het bomenbestand, met als streven een structurele toename van het aantal bomen. Dit is in lijn met onze ambitie voor een klimaatbestendige, groene en gezonde leefomgeving. De groeiplaats is bepalend voor de vitaliteit van een boom. We verbeteren groeiplaatsen daar waar bomen onvoldoende wortelruimte, water- of luchthuishouding hebben of waar de bodemstructuur niet toereikend is. Ook wordt verharding waar mogelijk verminderd of verwijderd. Maatwerk kan uitkomst bieden, bijvoorbeeld het beluchten van bomen of het aanbrengen van een
37 | Bomenbeleidsplan 2026
Toelichting: Groenvoorzieningen binnen en aan de randen van dorpen worden ingezet als verbindende elementen tussen de bebouwde omgeving en het omliggende landschap. Door het aanleggen, behouden en versterken van deze groene structuren wordt de overgang tussen dorp en landschap verzacht en verrijkt. Dit bevordert niet alleen de landschappelijke kwaliteit, maar ook de identiteit, leefbaarheid en biodiversiteit in en rond dorpskernen. y Groene randen rondom dorpen worden ingericht als landschappelijke overgangen die ecologische en recreatieve verbindingen versterken. Dit leidt tot verbetering van de landschappelijke identiteit van dorpen; y Groenvoorzieningen binnen dorpen sluiten visueel en functioneel aan op het omringende landschap. Dit leidt tot verhoogde recreatieve waarde en gebruik van groengebieden; y Nieuwe ontwikkelingen aan de dorpsrand worden gekoppeld aan versterking van de groenstructuur; y Tussen de kernen wordt bij loop- en fietsroutes 30% schaduw gerealiseerd. Hiermee wordt hitte tegengegaan, zodat inwoners en bezoekers zich ook op warme dagen prettig tussen de kernen kunnen verplaatsen. Hoe bovenstaande punten concreet vormgegeven worden, is opgenomen in het Handboek Landschap.
B. Bestaande groenstructuren en -elementen worden zoveel mogelijk verweven met nieuwe groene en groenblauwe structuren, met behoud van de groene uitstraling van de kernen. Toelichting: We spannen ons in om bestaande bomen, houtwallen, groenstroken en andere waardevolle groenelementen te behouden en te integreren in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit draagt bij aan het versterken van de identiteit en herkenbaarheid van de kernen, waarbij de groene uitstraling een belangrijk karakteristiek element vormt. Bij de inrichting van nieuwe woon- of werkgebieden, infrastructuurprojecten en herontwikkelingslocaties wordt actief gezocht naar mogelijkheden om het bestaande groen in te passen en waar mogelijk uit te breiden in het nieuwe ontwerp. Dit betekent dat bij planvorming in een vroeg stadium een inventarisatie en analyse plaatsvindt van de aanwezige groenstructuren, met als doel het zo optimaal mogelijk behouden van en de functionele mix van oud en nieuw groen.
Het nieuwe beleid streeft naar een continu en samenhangend groen netwerk dat bijdraagt aan ecologische waarde, biodiversiteit, klimaatadaptatie en beleving. Hiermee blijft het groene karakter van de kernen gewaarborgd en wordt tegelijkertijd toekomstbestendige groenontwikkeling gestimuleerd. C. Soortkeus op basis van 10-20-30 regel (Santamour) op straatniveau en op basis van klimaatbestendige soorten in relatie tot de groeiplaats. Toelichting: De gemeente streeft naar een robuuste, biodiverse en klimaatbestendige groenstructuur. Een gevarieerde soortensamenstelling is essentieel om plagen, ziekten en klimaatstress te weerstaan. Daarom wordt bij de keuze van nieuwe bomen de 10-20-30-regel van Santamour (zie ook pagina 18) als richtlijn gehanteerd. Dit gebeurt op de volgende manier: y Bij (her)inrichting van wijken, straten of lanen wordt deze diversiteitsregels nagestreefd; y Er wordt gewerkt met een voorkeurslijst met geschikte soorten die bijdragen aan biodiversiteit, klimaatadaptatie en leefbaarheid; y Bij kap/vervanging geen één-op-één vervanging door van exact dezelfde soort; y Gebruik vervangingsmomenten als kans om het bestand diverser te maken; y De gemeente past de 10-20-30 regel toe tot op straatniveau. Door deze richtlijn toe te passen wordt de overmatige afhankelijkheid van één type boom voorkomen, wat de veerkracht van het stedelijk- en dorpsgroen vergroot.
Eensoortige lanen worden alleen toegepast vanuit cultuurhistorisch perspectief. Dat dit duidelijk is blijkt uit het analyserapport (zie bijlagenboek) waarin opgenomen staat dat zes boomsoorten (eiken, elzen, essen, berken en beuken) in goed zijn voor meer dan 50% van het totale bomenbestand.
Bomen worden goed verweven met blauwe structuren
38 | Bomenbeleidsplan 2026
Actielijn 3: VERGROTEN
Waar mogelijk wordt het bomenbestand uitgebreid. De nadruk hierbij ligt op de wijken/kernen binnen de gemeente waar het minst voldaan wordt aan de 3+30+300 regel. Uitbreiden van het bomenbestand is een belangrijke wens van de belanghebbenden binnen de gemeente en is in verschillende beleidsdocumenten, zoals de omgevingsvisie opgenomen. Bij het vergroten van het bomenbestand wordt voldaan aan de 10-20-30 regel (soortendiversiteit), zodat het bomenbestand op een duurzame manier vergroot wordt. Tevens wordt tegelijk voldaan aan actielijn 2 voor het versterken van het bomenbestand en wordt middels een divers bomenbestand de biodiversiteit in de gemeente verbeterd. We benutten hiervoor de koppelkansen in projecten tussen bomen en water.
Nieuwe aanplant
D. Gefaseerde vervanging van het bomenareaal. Bomen met sterk verminderde toekomstverwachting of kwaliteit worden vervangen om achteruitgang in het bomenbestand op te vangen. Toelichting: De gemeente wil het bomenbestand duurzaam in stand houden en toekomstbestendig maken. Om achteruitgang in kwaliteit en kwantiteit te voorkomen, wordt ingezet op een gefaseerde vervanging van bomen met een sterk verminderde toekomstverwachting. Uit de analyse van het gemeentelijke bomen bestand blijkt namelijk dat in de huidige situatie ongeveer 20% van de bomen binnen 10 jaar uit kan vallen. Veel gemeentelijke bomen bereiken daarnaast de komende decennia hun eindfase of hebben te maken met verminderde vitaliteit door ouderdom, klimaatstress, te kleine groeiruimte of schade. Daarnaast kunnen bepaalde boomsoorten, zoals invasieve exoten, een bedreiging vormen voor de biodiversiteit of de veiligheid. Een tijdige en gefaseerde vervanging door bijvoorbeeld inheemse, biodivers waardevolle of klimaat bestendige soorten, voorkomt grootschalig verlies in korte tijd en zorgt voor een gelijkmatige opbouw van leeftijden, soorten en structuren binnen het bomenbestand en een hoge biodiversiteitswaarde.
39 | Bomenbeleidsplan 2026
De volgende beleidsmaatregelen zetten we in om het bomenbestand te vergroten; A. De 3+30+300 regel geldt voor vergroening en projectontwikkeling. Deze regel is van toepassing verklaard in de Omgevingsvisie. Bij reconstructies wordt deze regel aangehouden en bij ontwikkelingen getoetst. Hierbij gaat de gemeente op zoek naar ruimte voor nieuwe groene gebieden en koelteplekken. Hierbij wordt de koppeling gezocht met groen/blauwe zones. Toelichting: De gemeente zet actief in op het vergroten van de groene leefomgeving in de stad volgens de principes van de 3+30+300 regel. Dit beleid richt zich op twee hoofd ambities: A. Creëren en uitbreiden van grotere groene ruimtes: Het streven is om bestaande groengebieden uit te breiden en nieuwe, grotere groene zones en koelteplekken, waar dat mogelijk is,te realiseren. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt vergroening een integraal onderdeel van de planvorming. Daarnaast wordt in en rond nieuwe woonwijken actief gestuurd op het realiseren van toegankelijke uitloopgebieden en recreatief groen. Zo ontstaat een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeting en natuurbeleving, en die tegelijkertijd de leefbaarheid verbetert.
B. Vergroten van de boomkroonbedekking in boomarme wijken en gebieden: In wijken en gebieden met weinig bomen worden actief bomen geplant om de leefbaarheid te verbeteren. Door gerichte aanplant zorgen we voor verkoeling in hete periodes, betere luchtkwaliteit en een aantrekkelijker straatbeeld. Hiermee wordt ook ingezet op een toekomstbestendig bomenbestand dat de biodiversiteit ondersteunt, de leefomgeving verrijkt en de betrokkenheid van inwoners versterkt. Het vergroten van de boomkroonbedekking leidt namelijk ook tot meer sociale cohesie in de buurt.
C. We planten bomen die zo oud mogelijk worden.
In verschillende wijken/kernen, zoals het centrum van Voorthuizen en Centrum Barneveld, zal het voldoen aan deze regel in de praktijk misschien onmogelijk zijn. In dergelijke wijken wordt geprobeerd zoveel mogelijk recht te doen aan de 3+30+300 regel. Waarden, zoals beschreven in het Klimaatadaptatieplan gemeente Barneveld, moeten als minimum voor de wijken aangehouden worden.
Bij de keuze van boomsoorten wordt rekening gehouden met factoren als droogteresistentie, weerstand tegen ziekten en plagen, groeipotentie op de specifieke locatie, en hun bijdrage aan biodiversiteit. Ook krijgen bomen voldoende groeiruimte boven- en ondergronds, zodat deze gezond kunnen opgroeien tot volle potentie op een plek en niet voortijdig hoeven te worden verwijderd.
B. Bomen strategisch inzetten om verkeersstructuren te begeleiden en verkeersveiligheid te verbeteren
D. Nieuwe groeiplaatsen moeten onder – en bovengronds op de juiste manier worden ingericht. Hierbij is het doel een groeiplaats in te richten waarbij de boom de mogelijkheid krijgt om minimaal 50 jaar actieve groei te vertonen. Daarbij wordt rekening gehouden met voldoende bovengrondse ruimte, doorwortelbare ruimte, aanwezigheid van kabels, leidingen en verdichting.
Toelichting: De gemeente zet bomen strategisch in als ruimtelijk en functioneel element binnen verkeersstructuren, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. De inrichting van de openbare ruimte beïnvloedt het verkeersgedrag. Bomen sturen de rijbeleving van weggebruikers en helpen bij het markeren van overgangen, snelheidsregimes en zichtlijnen. Door bomen bewust te positioneren langs wegen, op pleinen of bij kruisingen, ontstaat een duidelijke structuur en wordt het verkeersbeeld rustiger en overzichtelijker. Daarbij geldt dat verkeersveiligheid altijd leidend is in de afweging van boomlocaties en -soorten. De combinatie van functionele verkeersinrichting met vergroening en klimaatadaptatie zal leiden tot een hogere verkeersveiligheid, een verbetering van de oriëntatie en herkenbaarheid van wegen.
40 | Bomenbeleidsplan 2026
Toelichting: We streven naar een toekomstbestendig bomenbestand door bij aanplant te kiezen voor boomsoorten die optimaal zijn afgestemd op de locatie én op de verwachte klimatologische omstandigheden. Het doel is om bomen een zo lang mogelijke levensduur te geven op hun plantlocatie, zodat deze langdurig bijdragen aan ecologische, klimatologische, landschappelijke en maatschappelijke waarden.
Toelichting: De gemeente Barneveld stelt hoge eisen aan de inrichting van groeiplaatsen. Zowel bovengronds als ondergronds moeten de omstandigheden zodanig zijn dat bomen optimaal kunnen groeien en een levensverwachting van minimaal 50 jaar actieve groei kunnen vertonen. Bij de aanleg van groeiplaatsen wordt expliciet rekening gehouden met voldoende doorwortelbare ruimte, een goede bodemstructuur en water- en luchtvoorziening. Daarnaast is aandacht voor de aanwezigheid van kabels, leidingen en mogelijke verdichting van de bodem essentieel. Dit om conflicten en groeibelemmeringen in de toekomst te voorkomen. Zo moeten de groeiplaatsen van bomen op voldoende afstand van kabels en leidingen ingericht
worden, zodat de bomen voldoende doorwortelbare ruimte tot de beschikking hebben om tot volle wasdom en het gewenste eindbeeld te komen. Dit is ook opgenomen in het Handboek Kabels en Leidingen van de gemeente Barneveld. Wanneer deze ruimte niet beschikbaar is, wordt maatwerk geboden door de aanleg van voorzieningen, zoals bijvoorbeeld mantelbuizen en wortelschermen.
Toelichting: Het vergroten van het aandeel groen in de leefomgeving is niet uitsluitend een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Ook groen op particuliere grond speelt een belangrijke rol in het versterken van biodiversiteit, het verminderen van hittestress, het vasthouden van water en het verhogen van de leefkwaliteit.
Door te kiezen voor ‘de juiste boom op de juiste plek met een goede groeiplaats’ wordt uitval verminderd, treedt minder overlast zoals wortelopdruk op en blijft de boomstructuur langdurig functioneel. Daarnaast is de kwaliteit van de groeiplaats en de bovengrondse groeiplaats bepalend voor de vitaliteit en levensduur van een boom.
Actielijn 4: SAMENWERKEN
Het gemeentelijk beleid maakt daarom een duidelijk onderscheid tussen gemeentelijk en particulier groen, met als doel om beide in samenhang te versterken. De gemeente zelf zorgt voor een robuuste en klimaatbestendige openbare groenstructuur en er wordt tegelijkertijd ingezet op het stimuleren van vergroening op particuliere gronden, zoals tuinen, bedrijventerreinen en erfgrenzen. De aanplant van nieuwe bomen zal afhankelijk van het gekozen scenario onderverdeeld worden in de aanplant van bomen op gemeentelijke grond en op particuliere grond.
De beleidsmaatregelen voor deze actielijn zijn als volgt:
De gemeente richt zich hierbij op een combinatie van voorlichting, onder steuning en prikkels: y Informatievoorziening over klimaatvriendelijk tuinieren, inheemse beplanting en het belang van bomen in de tuin; y Subsidies en stimuleringsregelingen, bijvoorbeeld voor het verwijderen van verharding, aanplanten van bomen of het realiseren van groene erfafscheidingen; y Samenwerkingsprojecten met bewoners, wijkverenigingen, scholen en bedrijven om vergroening in de eigen omgeving te stimuleren; y Waar passend kunnen in nieuwbouwprojecten en ruimtelijke plannen verplichtingen of richtlijnen worden opgenomen voor een minimaal aandeel groen op particuliere kavels; y Bewoners informeren en betrekken bij projecten en initiatieven ten aanzien van bomen.
Het behouden, versterken en vergroten van het bomenbestand in onze gemeente bereiken we enkel door integrale samenwerking. Dit doen we binnen de gemeente maar ook daarbuiten met onze inwoners, bedrijven en organisaties. Communicatie, advisering en participatie zijn hierbij sleutelbegrippen. Belanghebbenden willen betrokken worden bij groenplannen en overlast van bomen graag beperken. Duidelijkheid in regels omtrent het snoeien en kappen van bomen helpt hierbij. Daarnaast vinden zij ook inzet op educatie, bewustwording van het belang van bomen en draagvlak voor bomen erg belangrijk. Het behalen van de beleidsdoelstellingen, zoals het vergroten van de boomkroonbedekking, is alleen mogelijk door nauwe samenwerking met alle partijen in de gemeente, aangezien het grootste deel van het oppervlak niet in gemeentelijk bezit is en de doelstellingen op uitsluitend gemeentelijke grond daarom niet haalbaar zijn.
A. Stimuleren van groen op particuliere grond: Het aanleggen en behouden en onderhouden van particulier groen en met name bomen moet worden gestimuleerd. Dit bijvoorbeeld door informatie, verplichtingen, stimuleren door beperkte subsidies of andere prikkels. Het beleid maakt duidelijk onderscheid tussen gemeentelijk en particulier groen.
41 | Bomenbeleidsplan 2026
Door actief in te zetten op vergroening van particuliere grond, versterkt de gemeente Barneveld de samenhang tussen particulier en openbaar groen, met als resultaat een groener, gezonder en robuuster woon- en leefklimaat voor alle inwoners.
B. Samenwerking bevordert de realisatie van bomenbeleid met natuurbeherende organisaties, grootgrondbezitters, natuurwerkgroepen (bijv. IVN) en scholen. Toelichting De gemeente Barneveld hecht grote waarde aan samenwerking bij de uitvoering van haar bomenbeleid. De gemeente werkt actief samen met externe partners zoals natuurbeherende organisaties, grootgrondbezitters, natuurwerkgroepen (zoals IVN), scholen en andere maatschappelijke partijen. Deze samenwerking richt zich op het versterken van kennisdeling, betrokkenheid en gezamenlijke realisatie van projecten. De gemeente zet in op de volgende vormen van samenwerking: y Structureel overleg met natuurorganisaties en grootgrondbezitters om afstemming te zoeken over beheer, aanplant en het versterken van landschappelijke structuren; y Ondersteuning van natuurwerkgroepen, zoals het IVN, bij educatieve en uitvoerende activiteiten, waaronder boomplantdagen, biodiversiteits projecten en monitoring van bomen en flora; y Educatieve programma’s in samenwerking met scholen, gericht op bewustwording en betrokkenheid van jeugd bij bomen, natuur en klimaat.
Hierbij worden ook praktische activiteiten zoals boomplantacties of ‘adopteer-een-boom’-initiatieven ondersteund; y Gezamenlijke projecten voor landschapsversterking op particuliere gronden, waarbij grootgrondbezitters, agrariërs en terreinbeheerders betrokken worden bij de aanplant van bomen en het herstel van groene verbindingen. Door deze partners actief te betrekken, bevordert de gemeente niet alleen de effectiviteit van het bomenbeleid, maar ook het maatschappelijk draagvlak en de lange termijnzorg voor het groene kapitaal van Barneveld.
Particulier groen en gemeentelijke groenstructuren worden met elkaar verweven
42 | Bomenbeleidsplan 2026
C. Creëren van draagvlak voor het bomenbeleid door het belang van bomen voor leefbaarheid en klimaatadaptatie te benadrukken. De betrokkenheid van bewoners bij het bomenbeleid en de bewustwording van de waarde van bomen vergroten. Toelichting: Een breed gedragen bomenbeleid vraagt om actieve betrokkenheid van bewoners, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden. Om draagvlak te creëren, richt het beleid zich op het vergroten van het bewustzijn over de waarde van bomen voor de leefomgeving, gezondheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Bomen leveren een wezenlijke bijdrage aan het tegengaan van hittestress, het vasthouden van water, het verbeteren van luchtkwaliteit en het versterken van de biodiversiteit. Tegelijkertijd zorgen zij voor een aantrekkelijke en leefbare woonomgeving. Door het belang van bomen actief uit te dragen en hierover helder te communiceren, wordt begrip en waardering gestimuleerd. Hierbij wordt ingezet op educatie, informatievoorziening en transparante communicatie over keuzes in beheer, kap en aanplant. Bewoners worden actief betrokken bij het bomen beleid, onder meer via inspraakprocedures, bewonersbijeenkomsten, adoptieprojecten en burgerinitiatieven.
Het beleid stimuleert initiatieven ‘van onderop’ en ziet participatie niet alleen als middel voor draagvlak, maar als kans voor gezamenlijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij het groene karakter van de omgeving. Op deze manier wordt het bomenbeleid niet alleen gemaakt vóór, maar ook mét de gemeenschap. Zie ook ‘Samenwerking bevorderen in de realisatie van bomenbeleid’. (Beleidsmaatregel B)
43 | Bomenbeleidsplan 2026
D. Onze inwoners adviseren over gemeentelijke en particuliere bomen. Toelichting: De gemeente hecht waarde aan een goede informatievoorziening en onder steuning van inwoners bij vragen over zowel gemeentelijke als particuliere bomen. Afhankelijk van het door de gemeenteraad gekozen scenario komt de gemeente inwoners tegemoet in de advisering over bomen. Bewoners kunnen bij de gemeente terecht voor deskundig advies over: y De gezondheid en veiligheid van bomen; y De mogelijkheden en voorwaarden voor het kappen of verplanten van bomen; y Geschikte boomsoorten voor particuliere tuinen of erfafscheidingen; y Maatregelen bij wortelopdruk, bladval of schaduwhinder; y De meldingsprocedure bij overlast of schade door bomen. Door op deze manier te adviseren en te ondersteunen, draagt de gemeente bij aan goed onderhoud, het behoud van het groene karakter én een constructieve relatie met de inwoners. Hoe actief de rol van de gemeente hierin wordt, is afhankelijk van het door de raad gekozen scenario (zie hoofdstuk Strategie op basis van 3 scenario’s).
8.3 Huidig budget versus benodigd budget Investeringen en exploitatie
De financiële gevolgen voortvloeiend uit het Bomenbeleidsplan bestaan uit lasten ten behoeve van de exploitatie als ook lasten voortvloeiend uit afschrijvingen (investeringen). Daarnaast is er sprak van incidentele lasten (exploitatie) en van structurele lasten. Voor een deel van de lasten is reeds dekking in de bestaande begroting.
Periode
Voor de investeringen in de periode 2026 t/m 2028 is reeds dekking in de bestaande programmabegroting. Deze investeringen maken deel uit van het vastgestelde MIP. Om uitvoer te geven aan het beleidsplan is daarnaast aanvullend incidenteel budget benodigd. Dit betreft budget ten behoeve van de exploitatie.
Exploitatiebudgetten en structurele lasten
Onderstaande tabel geeft per scenario weer wat incidentiele exploitatie budgetten en structurele lasten, inclusief de afschrijvingen zijn. De exploitatie budgetten zijn als incidenteel opgenomen voor de periode 2026-2027-2028. Na deze periode vindt een evaluatie plaats om te bepalen of het huidige structurele budget volstaat voor het beheer van het bomenbestand.
Scenario
Incidenteel exploitatiebudget
Structurele lasten (incl. afschrijvingen)
Optimaal
188.000
101.000
Basis
145.000
75.000
Sober
92.000
63.000
44 | Bomenbeleidsplan 2026
8.4 Strategie voor implementatie en bijstelling van beleid Tijdens de analysefase van het bomenbeleidsplan is inzichtelijk gemaakt hoe de gemeente ervoor staat op het gebied van o.a. hittestress en de 3+30+300 regel. Op basis van deze gegevens zijn de doelstellingen en beleidsmaatregelen opgesteld. Deze beleidsmaatregelen zijn meetbaar gemaakt door middel van de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s). In de tabel in hoofdstuk 7 is opgenomen wanneer welke KPI opnieuw gemonitord moet worden. Op basis van deze monitoring wordt de voortgang van de beleidsdoelen gemeten. Hieruit kan blijken dat we als gemeente goed op weg zijn om bepaalde doelen te halen. Echter kan ook blijken dat we achterlopen op het behalen van doelen als de 30% boomkroonbedekking. Door dit volgens het schema uit hoofdstuk 7 te monitoren, kan dan tijdig bijgestuurd worden zodat de doelen wel gehaald gaan worden. Zo kan het zijn dat er bijvoorbeeld extra beleidsmaatregelen opgesteld moeten worden om achterstanden in te halen of dat hier extra incidentele budgetten voor vrijgemaakt moeten worden.
Colofon Dit Bomenbeleidsplan is opgesteld door: Gemeente Barneveld J. Scheffers, M. Heijn Pius Floris Boomverzorging T. van de Hoef, E. Pol, A.C. van Polen, F.C. Barneveld Beelden J. Pauw Vormgeving Optima Forma bv