Bijlage 1 Raadsmemo informeren uitkomsten Septembercirculaire 2024 en BUIG
Tekst van het document
Memo
Datum: 7 oktober 2024 Onderwerp: Ter attentie van: Afzender:
Informeren uitkomsten Septembercirculaire 2024, ontwikkelingen BUIG budget en stand van zaken moties/amendementen Kadernota 2025 Raad Financiën
Inleiding Op Prinsjesdag is de septembercirculaire verschenen. Deze kwam te laat om de financiële uitkomsten nog mee te kunnen nemen in de Programmabegroting 2025. Echter bevat de circulaire financiële informatie die relevant is om mee te nemen bij de Raadsbehandeling van de Programmabegroting op 13 november. Daarnaast is begin oktober bekend geworden dat het BUIG budget aanzienlijk wijzigt. In deze informerende Raadsmemo gaan we in op de consequenties van deze informatie op het financieel meerjarenperspectief 2025- 2028 en lichten we deze toe. Voor het jaar 2024 is er een positieve bijstelling, o.a. vanwege de afrekening van het BCF-plafond en een suppletie uitkering. Daarnaast gebruiken we deze memo om een overzicht te geven van de stand van zaken van de bij de Kadernota 2025 aangenomen moties en amendementen. De septembercirculaire 2024 bevat geen grote verrassingen, wel bevat deze informatie over het accres, een BCF- compensatiefonds 2024 en wijzigingen in taakmutaties en Decentralisatie- en Integratie uitkeringen. Ieder jaar uiterlijk op 1 oktober maakt het ministerie het BUIG-budget bekend. In 2024 is het landelijke verdeelmodel op de schop gegaan, waardoor de baten en de lasten voor Barneveld beter op elkaar aansluiten dan in de voorgaande jaren. In 2020 t/m 2023 was het nadelige verschil tussen de ontvangen BUIG-uitkering en de kosten gemiddeld 1,0 mln.
In 2024 lijkt dit nadelige verschil nog 0,39 mln te zijn (op basis van definitieve BUIG-uitkering en prognose van de kosten). Om op deze laatste informatie aan te sluiten wordt voor 2025 dit nadelige verschil van 0,39 mln aangehouden (structureel). Zie voor een nadere toelichting onderaan deze memo. Voor 2024 is het definitieve BUIG-budget vastgesteld op 11,1 miljoen, een voordeel van zo’n € 0,75 miljoen. De hogere lasten waren al gemeld in de 2e Tussenrapportage 2024.
1
Uitkomsten in relatie tot het meerjarenperspectief bedragen x € 1.000 2024 totaal
2025 I
S
totaal
2026 I
S
totaal
455
455
2027 I
S
totaal
310
310
2028 I
S
totaal
I
S
157
157
18
18
Effecten Septembercirculaire 2024 1. Uitkeringsfactor en basis a. Accres b. Afrekening BCF
1.297
1.297
c. Overig
-70
-70
-17
-17
-226
-226
-59
-59
481
481
2. Ontwikkeling uitkeringsbasis, o.a. aantallen
1.139
1.139
-115
-115
443
443
1.273
1.273
1.187
1.187
-33
-33
-27
-27
165
165
381
381
519
519
74
74
54
54
48
48
1.806
1.806
2.253
2.253
3. Taakmutaties a. Taakmutaties
4. IU/DU's a. Ontwikkeling IU's/ DU's b. Stelpost IU's/ DU's
Effecten Septembercirculaire (A)
2.407
2.407
2024
269
269
259
259
-185
-185
-185
-185
379
379
767
767
2025
2026
2027
2028
Effecten nieuwe systematiek BUIG (B) BUIG- budget inkomsten
753
753
Uitgaven bijstand
639
639
639
639
639
639
639
639
-1.024
-1.024
-1.024
-1.024
-1.024
-1.024
-1.024
-1.024
Meerjarenprognose Programmabegroting 2025 (C) *
2.684
-685
3.369
455
-4.141
4.596
-1.482
-2.866
1.384
-494
-1.458
964
-936
-2.068
1.132
Nieuwe prognose resultaat per begrotingsjaar (D=A+B+C)
5.844
-685
6.529
449
-4.141
4.590
-1.100
-2.866
1.766
927
-1.458
2.385
932
-2.068
3.000
*Voor het jaar 2024 is de stand van de 2e Tussenrapportage 2024 opgenomen.
2
Conclusies Ondanks dat de septembercirculaire weinig bijzonderheden bevat zorgt een bijstelling van de uitkeringsbasis (hoeveelheidsverschillen) voor een structureel voordelig effect op het meerjarenperspectief (van € 0,4 miljoen oplopend naar € 2,2 miljoen in 2028). Daarnaast verslecht het perspectief door een herziende prognose op basis van het recentelijk bekend gemaakte voorlopige BUIG budget (netto € 0,39 miljoen). De verbetering van het meerjarenperspectief moet wel in perspectief geplaatst worden; in het meerjarenbeeld zit de bezuinigingsopgave van zo’n € 2,9 miljoen in 2025 tot zo’n € 5,8 miljoen in 2028 verwerkt (Kadernota 2025). Voor het jaar 2024 is er ook een positieve bijstelling, o.a. vanwege de afrekening van het BCF-plafond en een suppletie uitkering. Hieronder wordt deze toegelicht, het effect is tevens opgenomen in de uitgebreide tabel onderaan deze memo. I.
Toelichting financiële effecten Septembercirculaire 2024 gemeente Barneveld
1. Uitkeringsfactor en basis a. Accres De accressen voor de loon- en prijsontwikkeling (LPO-accres) zijn van 2025 tot en met 2028 bijgewerkt. Uitgangspunt is dat het gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgt. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Reeks in constante prijzen: 2025: 0,45 miljoen 2026: 0,31 miljoen 2027: 0,16 miljoen 2028: 0,02 miljoen b. Afrekening BCF 2024 Het BTW-Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Dit plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. Als de gezamenlijke declaraties onder dit plafond blijven, wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding volgt een uitname. Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire van het volgende jaar volgt dan de afrekening. In deze circulaire bedraagt het voorschot voor de gemeente Barneveld voor het jaar 2024 € 1,3 miljoen. c. Overig Dit betreffen wat kleinere wijzigingen in de uitkeringsfactor. Voor 2028 gaat het om een wat groter verschil vanwege de aansluiting op het basisjaar. 2. Ontwikkeling uitkeringsbasis De WOZ waarden zijn geactualiseerd op basis van de laatste CBS gegevens.
Per saldo leidt dit tot een nadeel (hogere aftrek): - 2025-2028: € -/- € 0,435 miljoen Daarnaast is er sprake van ontwikkelingen in de maatstaven (aantallen). Dit leidt tot een voordeel: - 2024: € 0,9 miljoen - 2025: € 0,32 miljoen - 2026: € 0,88 miljoen - 2027: € 1,7 miljoen - 2028: € 1,6 miljoen 3
De bijstelling heeft vooral te maken met een technische wijziging van de berekening in de maatstaf ‘Huishoudens laag inkomen met drempel’. In de meicirculaire 2024 was al aangekondigd dat in de septembercirculaire nadere informatie zou volgen over de definiëring van het meerjarig gemiddelde van deze maatstaf. Door de nieuwe verdeelsystematiek wordt de drempel lager, wat resulteert in een hoger bedrag. Daarnaast zijn de aantallen inwoners 75+, groei jongeren en centrumfuncties gegroeid, wat leidt tot een verhoging van de algemene uitkering. 3. Taakmutaties De circulaire bevat informatie over een aantal taakmutaties. Normaliter noemen we alleen die voor Barneveld relevant en substantieel zijn. Daarbij geven we aan hoe we deze middelen inzetten. Ter verduidelijking, taakmutaties zijn middelen die met een bepaald oogmerk aan het gemeentefonds zijn toegevoegd, maar waar geen bestedingsverplichting aan ten grondslag ligt. In dit geval zijn er geen noemenswaardige wijzigingen in taakmutaties te melden voor de gemeente Barneveld, met uitzondering van het vervallen van de besparing op de Jeugdzorg. Toelichting besparingsverlies Jeugd Het kabinet Schoof zet de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd door en laat de besparing Jeugdzorg vanaf 2026 structureel vervallen.
In de septembercirculaire 2024 is dit verwerkt in het Gemeentefonds door een toevoeging aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd van € 500 miljoen in 2026 en € 511 miljoen vanaf 2027. Dit verloopt voor de gemeente Barneveld budgettair neutraal. Het gaat hier voor Barneveld om een bedrag van € 1,3 miljoen. Eerder hielden wij namelijk al vast aan de lijn om dit niet op te nemen als taakstelling, wat aansloot bij de regionale insteek (Memo Meicirculaire 2023). Wel hielden wij deze administratief inzichtelijk. 4. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen In de septembercirculaire zijn een aantal nieuwe decentralisatie-uitkeringen opgenomen. Voor Barneveld gaat het om de volgende DU’s: o Wet betaalbare huur. Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en te handhaven op deze wet. In deze circulaire ontvangen we een bedrag van zo’n € 50.000- 20.000 per jaar (2025-2028). o Openbare bibliotheken In 2024 (activiteitperiode april ’24 – april ’25) heeft Barneveld een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. M.i.v. 2025 wordt de wettelijke zorgplicht voor gemeenten ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek.
Voor het uitvoeren van deze taak is de verwachting dat gemeenten hiervoor een structurele bijdrage via het gemeentefonds m.i.v. 2027 ontvangen (nog niet in de septembercirculaire opgenomen). In de periode 2025-2026 ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Voor Barneveld gaat het om € 185.000 per jaar, dit hele bedrag is nodig voor de aanpak en realisatie van de zorgplicht. De kosten zullen met name bestaan uit arbeidskosten en subsidie. II. Toelichting ontwikkeling BUIG- budget Ieder jaar uiterlijk op 1 oktober maakt het ministerie het BUIG-budget bekend. In 2024 is het landelijke verdeelmodel op de schop gegaan, waardoor de baten en de lasten voor Barneveld beter op elkaar aansluiten dan in de voorgaande jaren. In 2020 t/m 2023 was het nadelige verschil tussen de ontvangen BUIG-uitkering en de kosten gemiddeld 1,0 mln. In 2024 lijkt dit nadelige verschil nog 0,39 mln te zijn (op basis van definitieve BUIG-uitkering 4
en prognose van de kosten). Om op deze laatste informatie aan te sluiten wordt voor 2025 dit nadelige verschil van 0,39 mln aangehouden (structureel). Voor 2024 is het definitieve BUIG-budget vastgesteld op 11,1 miljoen, een voordeel van zo’n € 0,75 miljoen. In de 2e Tussenrapportage was al het nadeel aan de lastenkant gemeld, maar nog niet de hogere inkomsten. De voorlopige BUIG-uitkering voor 2025 (€ 11,5 mln) is 3,42% hoger dan de definitieve BUIG-uitkering van 2024 (€ 11,1 mln). De verwachte kosten voor 2025 komen dan uit op € 11,7 mln. T.o.v. de huidige begroting 2025 betekent dit dat de lasten 1,0 mln hoger uitpakken en de baten 0,64 mln hoger (inclusief bijstelling van de terugvorderingen). In de praktijk kan het BUIG budget jaarlijks fluctueren als gevolg van bijstellingen in het macrobudget en/of de ontwikkeling van de maatstaven in het objectief verdeelmodel. De hoogte van het macrobudget wordt op basis van landelijke algemene ontwikkelingen bepaald, als gemeente hebben we hier dus geen invloed op. III.
Overzicht stand van zaken bij de Kadernota 2025 ingediende moties en amendementen
Bij de Kadernota 2025 zijn 15 moties en 1 amendement aangenomen, waarvan een aantal met (mogelijke) financiële consequenties en/of invloed op de Programmabegroting 2025. De status hiervan wordt hieronder toegelicht: o Motie 24- 60 Maak meest kwetsbare jeugdigen niet het kind van de rekening. Wordt meegenomen in proces uitwerking scenario’s. o Motie 24- 61 Terughoudendheid bezuiniging minimabeleid en bijzondere bijstand. Wordt meegenomen in proces uitwerking scenario’s. o Motie 24-63; Faciliteren Jongerenraad Barneveld. Nog niet in de Programmabegroting 2025 verwerkt. o Motie 24-66; Toeristen- en forensenbelasting. Is verwerkt in de Programmabegroting 2025. o Motie 24-71; Capaciteit fysiek domein. Volgt uiterlijk bij de Kadernota 2026. Voor de overige bij de Kadernota 2025 aangenomen moties en amendement geldt dat deze via de reguliere LTA-terugkoppeling lopen.
5