CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Puntensysteem natuurinclusief bouwen Barneveld definitief.pdf

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Puntensysteem Natuur inclusief Bouwen6.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD Gemeente Barneveld

27 JULI 2021

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Contactpersoon ROBBERT VAN GOOL Ecoloog

M +31625336063 E robbert.vangool@arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 63 9400 AB Assen Nederland

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

INLEIDING

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Doel

4

1.3

Definitie en reikwijdte

4

1.4

Totstandkoming puntensysteem

5

PUNTENSYSTEEM

7

2.1

Inleiding

7

2.2

Stap 1 – bepalen wijktype

7

2.3

Stap 2 – bepalen omvang en reikwijdte project

8

2.4

Stap 3 – bepalen van de te behalen puntenscore

8

2.5

Stap 4 – bepalen maatregelen en score

9

2.6

Beleidsmatige zaken

11

2.6.1

Planproces per project

11

2.6.2

Opties verankering in beleidsinstrumentarium

11

STREEFBEELD EN MAATREGELEN PER WIJKTYPE

12

3.1

Inleiding

12

3.2

Centrum

13

3.3

Woonwijken

16

3.4

Bedrijventerrein

18

3.5

Buitengebied

21

3.5.1

Infrastructuur

21

3.5.2

Bebouwing in buitengebied

21

COLOFON

29

Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021

3 van 29

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

De gemeente Barneveld wil graag het principe van natuurinclusief bouwen beleidsmatig implementeren. Met het toepassen van een puntensysteem wenst de gemeente meer grip te krijgen op het stellen van randvoorwaarden bij natuurinclusief bouwen en hiermee ervoor te zorgen dat deze bij nieuwbouw nuttig worden ingevuld en worden gewaardeerd en gestimuleerd. De puntensystemen van Den Haag en Ede (Arcadis, 2018) worden als een goede basis beschouwd voor een vertaling naar een Barneveldse variant.

1.2

Doel

Bij het natuurinclusief bouwen gaat het enerzijds om het verbeteren van de leefomstandigheden van ‘gebouwgebonden’ soorten zoals huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit zijn volgens de Wet Natuurbescherming (hierna Wnb) beschermde soorten die onder druk staan doordat gebouwen tegenwoordig zo gebouwd worden dat deze soorten geen verblijfsmogelijkheden meer hebben. Dit wordt in de hand gewerkt door landelijke en gemeentelijke doelstellingen om energie te besparen door betere isolatie van gebouwen. Anderzijds gaat het om een veel bredere opgave om meer (natuurlijk) groen in de directe woonomgeving toe te passen. Het behoud en ontwikkelen van groen is van belang voor bescherming van soorten, voor een biodivers dorp en stad, voor een prettige leefomgeving, voor mogelijkheden voor natuurbeleving in het dorp en de stad, voor welzijn en gezondheid en voor klimaatverbetering. Daarom wil de gemeente Barneveld het natuurinclusief bouwen bij nieuwbouw contextgevoeliger invullen, waarderen en stimuleren. De centrale vraag is hóe we zorgen dat er (meer) natuurinclusief gebouwd gaat worden. Het gaat om de vraag welke instrumenten de gemeente wil inzetten om bouwers te verplichten of te stimuleren om natuurinclusief te bouwen. De gemeente wil natuurinclusief bouwen bevorderen door het toepassen van het Barneveldse puntensysteem.

1.3

Definitie en reikwijdte

Natuurinclusief bouwen wordt hier gedefinieerd als ‘het zodanig oprichten van bouwwerken en de directe omgeving van gebouwen dat natuurwaarden hier baat bij hebben. De maatregelen kunnen hard zijn (bijv. nestkasten) of zacht (bijv. tuinen)’. Het beleid dient daarbij doorwerking te krijgen op diverse schaalniveaus en elementen. Denk hierbij aan: • • • •

Specifieke elementen inbouwen voor specifieke (dier)soorten zoals neststenen voor huismus. Gebouwgebonden ingrepen (groende daken en gevels). Gebouwgebonden buitenruimte (tuinen). Publieke ruimtes (pocketparks, natuurspeelplaatsen).

De gemeente Barneveld moet nog nader bepalen voor welke projecten het puntensysteem van toepassing gaat zijn. Het kan daarbij gaan om grootschalige bouwkundige herstructurering tot het realiseren van woongebouwen in de centra van dorpen. Ook infrastructurele werken vallen onder de noemer natuurinclusief bouwen. Het puntensysteem maakt duidelijk welke maatregelen gewenst zijn binnen de ruimtelijke context en de mogelijkheden van de nieuwbouw. Natuurinclusief bouwen is niet als eenduidig voorschrift in een wet of contract te vatten. Bovendien wil de gemeente ook de creativiteit en keuzevrijheid van architecten en initiatiefnemers bevorderen. Daarom is in het puntensysteem een lijst van maatregelen opgesteld waaruit de initiatiefnemer een keuze kan maken. Bij een grootschalige bouwontwikkeling mogen meer investeringen in natuurinclusief bouwen verwacht worden dan bij een kleinschalige (bouw)ingreep. In een laagbouwwijk neemt het andere vormen aan dan in een hoogbouwcluster. Hoe groter de mogelijkheden voor natuurinclusief bouwen, hoe hoger de lat wordt gelegd, dat wil zeggen: hoe meer onderdelen uit de lijst met maatregelen opgenomen moeten worden. Afhankelijk van de beschikbare ruimte kan worden ingestoken op kwantitatieve en/of kwalitatieve maatregelen.

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Verder wordt een doorkijkje gegeven naar de mogelijkheden om het puntensysteem te verankeren in instrumentarium. Het is ook mogelijk om dit instrument te gebruiken voor alle werken die een impact hebben op de natuur in de stad, zoals renovatieprojecten en maatregelen in het openbaar groen.

1.4

Totstandkoming puntensysteem

De vertaling van het Haags puntensysteem naar een Barneveldse variant is besproken met de gemeente. Het bestaande puntensysteem is daarbij aangepast aan de specifieke wensen, het gemeentelijk beleid, doelstellingen, ambities en plaatsgebonden kenmerken van het stedelijke (eco)systeem. Daarbij is onder meer gestreefd naar een puntensysteem dat voldoet aan de volgende eisen en wensen: • • • • •

Te gebruiken als een eenvoudig, concreet, meetbaar en ambitieus instrument. De meerwaarde voor mens en natuur staat steeds voorop. Het gaat om een effectieve en duurzame bijdrage aan het stedelijke ecosysteem rekening houdend met de ruimtelijke context. Het kan gebruikt worden voor de toekomstige belangenafweging in het kader van de Omgevingswet. Het puntensysteem dient stimulerend en regulerend te zijn waarmee draagvlak wordt gecreëerd voor natuurinclusief bouwen binnen de eigen gemeentelijke organisatie en daarbuiten. De gemeente Barneveld moet nog nader bepalen voor welke projecten het puntensysteem van toepassing gaat zijn. Het kan daarbij gaan om grootschalige stedenbouwkundige herstructurering tot het realiseren van een woongebouw in het centrum. Ook infrastructurele werken vallen onder de noemer natuurinclusief bouwen. Het puntensysteem maakt duidelijk welke maatregelen gewenst zijn binnen de ruimtelijke context en de mogelijkheden van de nieuwbouw.

Er is gekozen voor de uitwerking van een samenhangende en vlakdekkende visie (ruimtelijke kapstok) en plan (met maatregelen en punten) voor natuurinclusief bouwen in brede zin (gebouw en omgeving) met een focus op (her)ontwikkeling van dorpsgebied, buitengebied, nieuwbouw, dorpse verdichting. Voor gemeente Barneveld gaat het daarbij om de combinatie van twee bestaande benaderingen: •

•

Barneveldse soorten: (gids)soorten met specifieke kwaliteitseisen ten aanzien van het stedelijk leefgebied. Dit geeft richting aan de eisen en wensen ten aanzien van samenhangende maatregelen binnen het ruimtelijk kader. Voor de gemeente Barneveld gaat het hier om de volgende soorten: dwergvleermuizen (gewone en ruige), gierzwaluw, huismus, laatvlieger, zwarte roodstaart, boomblauwtje, wilde bijen, huismoeder, merel, egel, huisspitsmuis, kolibrievlinder, koolmees, bosanemoon, eekhoorn, grote bonte specht, winterkoning, dagpauwoog, gehakkelde aurelia, stadsreus, bont zandoogje, winterkoning, eekhoorn, bruin zandoogje, sleedoornpage, ratelaar, bruine sprinkhaan, kleine watersalamander, bruine kikker, roodoogjuffer, oeverlibel, weidebeekjuffer, meerkoet, wilde eend, steenuil, wezel, hermelijn en bunzing. Wijktypen: de gemeente is opgedeeld in verschillende wijktypen. Voor dit rapport worden de verschillende wijktypen en landschappen gebruikt om bestaande natuurwaarden binnen de gemeente vast te stellen.

In Figuur 1 op de volgende bladzijde is de gekozen benadering ook modelmatig weergegeven.

Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021

5 van 29

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Figuur 1: Schematische weergave van opbouw puntensysteem

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

2

PUNTENSYSTEEM

2.1

Inleiding

Het puntensysteem gaat uit van een lijst met natuurinclusieve maatregelen, waarbij elke maatregel een bepaald aantal punten waard is. Om te bepalen hoeveel van deze maatregelen genomen moeten worden bij de uitvoer van een project, moet per project een te behalen puntenscore berekend worden. Deze score is afhankelijk van de omvang en de ligging van het bouwproject. De te behalen punten zijn ook afhankelijk van de inspanning van de partij die de maatregelen uitvoert. Hierbij gaan de te behalen punten uit van een minimale inspanning (welke ook afhankelijk is van de projectschaal). Extra punten zijn te behalen als de uitvoerende partij extra maatregelen neemt. Op deze manier worden kansen op het gebied van natuurinclusief bouwen benut en wordt de uitvoerende partij aangemoedigd om een extra inspanning te leveren. De initiatiefnemer heeft vrijheid in de manier van punten halen, door een mix van maatregelen te kiezen die voldoen aan de vereisten van punten per projectschaal. Om deze te bepalen worden vier eenvoudige stappen doorlopen: • • • •

Stap 1: Bepalen wijktype. Stap 2: Bepalen omvang en reikwijdte project. Stap 3: Bepalen ambitie. Stap 4: Bepalen maatregelen score.

2.2

Stap 1 – bepalen wijktype

Als eerste stap is het van belang om te bepalen binnen welke ruimtelijke context de natuurinclusieve maatregelen genomen worden. Binnen het puntensysteem van Barneveld zijn de volgende wijktypen gebruikt, namelijk: • • • •

Centrum. Woonwijk. Bedrijventerrein. Buitengebied (infrastructuur).

Zie Figuur 2 voor de grens van het centrum van Barneveld en paragraaf 3.1 voor de omschrijving van de wijktypen.

Figuur 2: Kaart van Barneveld. De zwarte lijn geeft de grens weer van het centrum. Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021

7 van 29

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Stap 2 – bepalen omvang en reikwijdte project

2.3

De volgende stap is het bepalen van de omvang van het project (Figuur 3). Dit hangt af van de fysieke (ruimtelijke) mogelijkheden van een nieuwbouwproject. Hoe groter de omvang (lengte x breedte x hoogte), hoe meer maatregelen mogelijk zijn en worden gevraagd om te realiseren. De nieuwbouwprojecten in Barneveld worden als volgt ingedeeld. Daarbij dient altijd gekeken te worden naar het “hoogst scorende” aspect (oppervlak of hoogte). • • •

Kleinschalig project: bouwoppervlak van 0-1 ha en/of hoogte < 15 m. Middelgroot project: bouwoppervlak van 1-5 ha en/of hoogte < 15 m. Grootschalig project: bouwoppervlak > 5 ha en/of hoger dan 15 m.

Figuur 3: Bepalen omvang en reikwijdte project

Verder dient vastgesteld te worden wat de reikwijdte is van het project vanuit de betrokken initiatiefnemer(s). Wordt er alleen een gebouw geplaatst of is er ook sprake van een groene zone rondom het gebouw waar natuurinclusieve maatregelen mogelijk zijn. • • •

Alleen gebouw zonder onbebouwd areaal en infrastructuur. Gebouw met onbebouwd areaal. Gebouw met onbebouwd areaal en infrastructuur.

Stap 3 – bepalen van de te behalen puntenscore

2.4

Op basis van het type bouwproject (zie stap 2) wordt vervolgens het ambitieniveau bepaald. Dit verschilt per projectschaal. Zie Tabel 1 voor de minimale score (het aantal punten) die behaald dient te worden. Voor alle wijktypen geldt voorlopig dezelfde ambitie om het puntensysteem voldoende eenvoudig te houden. In de toekomst kan het wenselijk zijn om de ambitieniveaus te differentiëren. Tabel 1: Maximale puntenscore per aspect en minimale te behalen score per projectschaal (ambitieniveau)

Onderdeel

Maximale puntenscore exclusief extra inspanning/bonus

Kleinschalig project

Middelgroot project

Grootschalig project

Minimale score % van maximale te behalen punten

100 %

30 %

50 %

70%

Gebouw

14 punten

4 punten

7 punten

10 punten

Verblijf

7 punten

2 punten

4 punten

5 punten

Omgeving

34 punten

10 punten

17 punten

24 punten

Infrastructuur

12 punten

4 punten

6 punten

8 punten

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Bij de maximale puntenscore in bovenstaande tabel, is ervan uitgegaan dat hooguit wordt gekozen voor één type dak en in dat geval het dak waarmee de hoogste score kan worden gehaald. In de praktijk kunnen bij een middelgroot of grootschalig project sprake zijn van meerdere gebouwen en daken. In dat geval kunnen ook verschillende daktypen worden gerealiseerd en een hoger puntenaantal worden gehaald. Ook kan met een extra inspanning voor een bepaalde maatregel een bonus verkregen worden die het puntenaantal verder opschroeft. Hiermee ontstaat een kans om binnen het project de score nog verder te maximeren.

2.5

Stap 4 – bepalen maatregelen en score

De initiatiefnemer heeft alle vrijheid om zelf te bepalen welke maatregelen worden gerealiseerd onder voorwaarde dat het minimale aantal punten wordt behaald. Per wijktype is een lijst van maatregelen waaruit gekozen kan worden. Als toelichting kan nog het volgende vermeld worden. Per maatregel kunnen tussen de 1 en 5 punten worden verdiend bij een minimale inspanning. Boven op deze punten kunnen extra punten behaald worden bij een extra inspanning en bonuspunten voor de uitvoering van extra natuurinclusieve maatregelen (Tabel 2). Zie hoofdstuk 3 voor de maatregelen die toegepast mogen worden in de betreffende wijk (zie stap 1) rekening houdend met Barneveldse soorten en de ruimtelijke context. Indien een maatregel meerdere natuur- en groenfuncties dient is de score 5 punten. Bij meer eenzijdige of beperkte maatregelen is de score lager. Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen of gekozen wordt voor enkele waardevolle maatregelen (hogere score) of realisatie van meerdere kleine maatregelen (lagere score). In het tekstkader hieronder is een rekenvoorbeeld weergegeven van een puntenscore. Een bijzondere maatregel is het (laten) opstellen van een ecologisch advies over natuurinclusief bouwen door een extern ecoloog. Een dergelijk advies bij een bouwontwikkeling is van meerwaarde voor het uiteindelijk resultaat. Het wordt – vooralsnog - niet verplicht gesteld.

Wel kunnen er punten mee behaald worden. Tabel 2: Overzicht van de te behalen bonuspunten per aspect en maatregel.

Bonuspunten

Aspect

Maatregel

Bonus +2

Omgeving

Behoud van groenstructuren

Bonus +1

Omgeving

Spontane vegetatie tolereren (met beheer)

Bonus +1

Omgeving

Gebruik ‘’assortimentslijst’’ plantmateriaal

Bonus +2

Beleid

Opstellen ecologisch rapport

Bonus +1

Beleid

Opstellen verlichtingsplan in relatie tot ecologie

Bonus +1

Beleid

Ecologisch advies voor voorgestelde maatregelen

Bonus +1

Beleid

Borgen noodzakelijk beheer of onderhoud

Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021

9 van 29

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Rekenvoorbeeld van een puntenscore Bij een nieuwbouwproject dienen punten gehaald te worden voor de onderdelen gebouw, verblijf en omgeving. Bij een kleinschalig project van 0 tot 1 hectare dienen 4 punten gescoord te worden voor het onderdeel gebouw, 2 voor verblijf en 10 voor de omgeving. In totaal zijn dit 16 punten. De te nemen natuurinclusieve maatregelen zijn vrij te bepalen als de puntenscore maar gehaald wordt. Als natuurinclusieve maatregel kan gevelgroen gekozen worden voor het onderdeel gebouw. Deze maatregel kunnen 4 punten opleveren als meer dan 50% van de lengte van een gevel groen gemaakt wordt (Tabel 3). Als er bijvoorbeeld 10 woningen gebouwd gaan worden dan dienen elk van deze 10 gevels meer dan 50% groen gemaakt te worden om 4 punten op het onderdeel gebouw te behalen. Als de extra inspanning niet haalbaar is in het nieuwbouwproject dan dient naast het gevelgroen een andere natuurinclusieve maatregel toegepast te worden zoals het aanleggen van een sedumdak. Het sedumdak moet dan eveneens op elk van de 10 woningen geplaatst worden, minimaal 30-50% van het dakoppervlak per woning. Voor het onderdeel verblijf dienen minimaal 3 verblijfplaatsen gerealiseerd te worden per woning in de 0-1 hectare van het nieuwbouwproject. Het plaatsen van minimaal 3 verblijven levert 2 punten op voor het onderdeel verblijf.

Als meer dan 6 verblijfplaatsen gerealiseerd worden per woning wordt dankzij de extra inspanning in totaal 4 punten gescoord. Voor het onderdeel omgeving dienen 10 punten gehaald te worden. Dit kan behaald worden door het aanleggen van een natuurlijke haag van minimaal 2 meter hoog en meer dan 5 meter lang per woning en een poel van meer dan 20 m2 in de 0 tot 1 hectare. Het totaal aantal punten wat behaald wordt met deze maatregelen en extra inspanning bedraagt 18 punten. De puntenscore is behaald. Er kunnen bonuspunten behaald worden door het nemen van extra maatregelen. Een voorbeeld hiervan is het opstellen van een ecologisch rapport. Dit levert 1 extra punt op waardoor de totale puntenscore van dit nieuwbouwproject op 19 punten uitkomt. De puntentelling gaat dus naar aanleiding van de grootte van het project (aantal hectares), de maatregelen moeten verdeeld worden over de woningen. Tabel 3: Voorbeeld van de puntentelling van een nieuwbouwproject van 0-1 hectare voor de onderdelen gebouw, verblijf en omgeving. De totale punten zijn de minimale punten samen met de extra inspanning.

Onderdeel

Maatregel

Beschrijving

Gebouw

Gevelgroen

Minimaal 25% tot 50% van de lengte van een Meer dan 50% van de gevel van minimaal 10 lengte van een gevel 4 (3+1) meter groen maken (3 groen maken (+1 punt) punten)

Verblijf

Verblijfplaatsen huismus

Plaatsing van minimaal 3 verblijfplaatsen (2 punten)

Plaatsing van >6 verblijfplaatsen (+2 punten)

4 (2+2)

Omgeving

Natuurlijke haag

Hoogte van 2 m of hoger (3 punten)

Lengte van >5m (+1 punt)

4 (3+1)

Omgeving

Natuurlijke poel

1 poel van minimaal 10-20 m2 (5 punten)

1 poel van >20m2 (+1 punt)

6 (5+1)

Beleid

Opstellen ecologisch rapport

Totaal

Extra inspanning

Totale punten

1 19

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

2.6

Beleidsmatige zaken

2.6.1

Planproces per project

Het is van groot belang om de natuurinclusieve maatregelen vroegtijdig in het project mee te nemen, namelijk bij het formuleren van uitgangspunten, bijvoorbeeld in de vorm van een planuitwerkingskader of programma van eisen. Hoe vroeger in het planproces, hoe meer mogelijkheden om natuurinclusieve maatregelen in te passen zonder kostenverhogende werking. Andersom geldt dat late inbreng van groene uitgangspunten tot knelpunten kan leiden en soms tot afstel. Dat kan dus voorkomen worden door inbreng van voorstellen en ideeën tijdens de haalbaarheids- en uitgangspuntenfase van een nieuwbouwproject.

2.6.2

Opties verankering in beleidsinstrumentarium

Het is belangrijk dat het treffen van natuurinclusieve maatregelen voldoende verankerd wordt in het gemeentelijke beleidsinstrumentarium. Dit zorgt voor het makkelijker toepassen en handhaven van de uit te voeren maatregelen en bereiken van de nagestreefde ambitie. Daarbij geldt als uitgangspunt dat natuurinclusief bouwen tijdig wordt meegenomen in de planvorming. Vervolgens dient bewaakt te worden dat deze maatregelen niet sneuvelen bij de nadere uitwerking van de plannen. Verder zal de toetsing, goedkeuring en puntenregistratie geregeld moeten worden. Hieronder worden verschillende voorbeelden gegeven waarmee het natuurpuntensysteem kan worden verankerd. • • •

Juridisch: het puntensysteem kan gekoppeld worden aan juridische vereisten of regels die horen bij het idee voor natuurinclusief bouwen. Beleidsmatig: het puntensysteem kan bijvoorbeeld gekoppeld worden aan het gemeentelijk omgevingsplan, een groenverordening of aanbestedingstraject. Financieel: het puntensysteem kan gebruikt worden om gemeentelijke subsidies toe te passen op natuurinclusief bouwen.

Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021

11 van 29

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

3

STREEFBEELD EN MAATREGELEN PER WIJKTYPE

3.1

Inleiding

De volgende wijktypen vormen de ruimtelijke context waarbinnen natuurinclusieve maatregelen worden voorgesteld. Om aan te sluiten bij bestaand gebruik is voor dit doel gebruik gemaakt van vereenvoudigde indeling van de wijktypen: • • • •

Centrum. Woonwijk. Bedrijventerreinen. Buitengebied (infrastructuur).

De wijktypen zijn in onderstaande kaart in beeld gebracht. Het streefbeeld voor natuurinclusieve maatregelen hangt af van de verdere ontwikkeling tot één van de bovengenoemde wijktypen. Hier gelden de regels van het betreffende wijktype. Per wijktype wordt hieronder een beknopte beschrijving (visie) gegeven: • • • •

Ecologische samenhang/functie gebouwen en omgeving (relevante elementen). Groenfunctie. Doelsoorten (gids- en volgsoorten). Maatregelen ter versterking natuur- en groenfunctie.

Om richting te geven aan de eisen en wensen ten aanzien van natuurinclusieve maatregelen zijn soorten uit Barneveld geselecteerd. Dit zijn (gids)soorten met specifieke kwaliteitseisen ten aanzien van het stedelijk leefgebied. In bijlage B gaat nader in op de gidssoorten opgenomen.

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

3.2

Centrum

Toelichting Het echte centrum van de dorpen, dat door de aanwezigheid van winkels en voorzieningen de centrumfunctie vervult (Figuur 4). Meestal gaat het hier om de alleroudste delen van de dorpen. Kenmerken • • • •

Centrumfunctie. Veel verharding. Monumentaal groen. Kleinschalige menging van wonen en werken.

Figuur 4: Luchtfoto centrum Barneveld

Natuurfunctie Ecologische samenhang Het centrum bestaat vooral uit een stenig milieu en kent een hoge menselijke dynamiek. Het groen bestaat – in de huidige situatie – veelal uit solitaire bomen, sierperken of plantenbakken. Omdat het huidige aanbod beperkt en verspreid is, zijn slechts mobiele soorten zoals stadsvogels en sommige insectensoorten in staat om dit soort groene eilandjes te bereiken. De gebouwen bieden veelal mogelijkheden voor gebouwbewonende dieren vanwege openingen, kieren en spleten. Dieren van rotsachtige milieus (huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen) zijn vaste bewoners van dit type bebouwing. Voor de huismussen en vleermuizen geldt daarnaast dat de directe omgeving groen moet zijn om voldoende voedsel te kunnen vinden. Geschikt leefgebied voor watergebonden soorten ontbreekt echter grotendeels.

Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021

13 van 29

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Groenfunctie Realisatie van gevelgroen, aanplant van groen en het plaatsen van nestkasten/verblijfplaatsen aan gebouwen draagt bij aan diverse doelstellingen: • • • •

De belevingswaarde van het centrum. De wateropgave: bijdrage aan waterhuishouding in een veelal verhard deel van de stad. De bestrijding van hittestress. Medegebruik van gebouwen door typische fauna van oude bebouwing.

Barneveldse indicatorsoorten Voor de gemeente Barneveld zijn zogenoemde “indicatorsoorten” genoemd per stadsinrichting (ecotoop). De stadsinrichtingen die zijn gespecificeerd zijn: bebouwing, water- en oevermilieu en struweel/struiken. Het gaat om de volgende indicatorsoorten voor het centrum. •

•

•

Bebouwing: − Gewone dwergvleermuis. − Ruige dwergvleermuis. − Gierzwaluw. − Huismus. − Laatvlieger. Water- en oevermilieu: − Kleine watersalamander. − Bruine kikker. − Meerkoet. Struweel/struiken: − Egel. − Merel. − Wilde bijen. − Gehakkelde aurelia. − Huismus.

Maatregelen ter versterking natuur- en groenfunctie In Tabel 4 staan de maatregelen die mogelijk en wenselijk zijn om de natuur- en groenfunctie te versterken (of te behouden) binnen het centrum. Er zijn ook enkele regels opengelaten. Het is hierbij mogelijk om door de ontwikkelaar of architect zelf maatregelen te laten bedenken. De gemeentelijke beoordelaar kan voor deze maatregelen vervolgens het aantal punten bepalen.

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Tabel 4: Maatregelen om de natuur- en groenfunctie te behouden of versterken binnen het centrum

Punten

Punten bij extra inspanning

Aspect

Maatregel

2 3

3 4

Gebouw Gebouw

Geveltuin Gevelgroen

2

2 (+1)

Gebouw

Vermindering lichtuitstraling gebouw

3

4/5

Gebouw

Groen dak met sedum

2

3/4

Gebouw

Groen dak met sedum en zonnepanelen

5

6/7

Gebouw

Daktuin of biodivers dak

4

5/6

Gebouw

Daktuin of biodivers dak met zonnepanelen

2

3/4

Gebouw

Bruin dak

1

2/3

Gebouw

Waterdak

3

4/5

Gebouw

Groen waterdak

Gebouw

Preventie raamslachtoffers onder vogels

2 2

3/4

Verblijf

Nestvoorzieningen gierzwaluw

2

3/4

Verblijf

Nestvoorzieningen huismus

2

3 / 4 (+4)

Verblijf

Verblijfsvoorziening voor vleermuizen

1 (per soort) 1

ntb

Verblijf

Overige soortspecifieke maatregel

1 (+1)

Omgeving Buitenverlichting bij groen beperken

3

4/5

Omgeving Cluster van inheemse bomen

3

4/5

Omgeving Cluster van inheemse struiken

1

2

Omgeving Aansluiting groene tuin en ecologische structuur

1

Omgeving Steilwand voor bijen (incl. onderhoud) of ecologisch vergelijkbaar object (takkenhoop, stapelstenen, insectenhotel)

3

4

Omgeving Bloemrijk grasland (kruiden- en faunarijk grasland)

1

2

Omgeving Faunapassage onder hekwerk

3

4

Omgeving Natuurlijke haag

2

3

Omgeving Natuurlijke verharding

3

4

Omgeving Groen aanplant

3

4

Omgeving Zoomvegetatie langs perceelsranden

5

6

Omgeving Natuurlijke poel/vijver (voor amfibieën)

4

5

Omgeving Pocketpark (minipark)

2

Omgeving Behoud van groenstructuren

Bonus +1

Omgeving Spontane vegetatie tolereren (met beheer)

Bonus +1

Omgeving Gebruik "assortimentslijst" plantmateriaal

3

4

Infra

Muurplanten in oude muur

1

2

Infra

Rustzone fauna langs wateroever

3

4

Infra

Natuurvriendelijke oever

2

Infra

Drijvende oever

Bonus +2

Beleid

Opstellen ecologisch rapport

Bonus +1

Beleid

Ecologisch advies voor voorgestelde maatregelen

Bonus +2

Beleid

Borgen noodzakelijk beheer of onderhoud

Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021

15 van 29

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

3.3

Woonwijken

Natuurfunctie Ecologische samenhang Woonwijken bieden over het algemeen een gemengd biotoop en kennen hierbinnen een verschil in menselijke dynamiek. Openbaar groen, maar ook eventueel aanwezige bomenrijen en solitaire bomen, vormen geschikt leefgebied voor verschillende soorten fauna en insecten. Eventueel aanwezig open water vormt geschikt leefgebied voor watergebonden soorten. Daarnaast hebben de woningen een functie voor gebouwbewonende soorten, mits voldoende mogelijkheden/openingen aanwezig zijn. Door de aanwezigheid van verspreid groen binnen een woonwijk, is soms sprake van stapstenen die niet met elkaar verbonden zijn. Vaak is echter wel een groenblauwe dooradering aanwezig die deze stapstenen met elkaar verbindt. Stadsparken hebben hierbij vaak een belangrijke functie als leefgebied binnen de wijk. Tuinen vormen daarnaast geschikt leefgebied en hebben vaak een functie voor de gebouwbewonende soorten die in de directe omgeving foerageren. Het ‘verstenen’ van tuinen draagt echter bij aan een verslechtering van de biotoop voor de aanwezige soorten als geheel. Groenfunctie Realisatie van o.a. gevelgroen, aanplant van groen en het plaatsen van nestkasten/verblijfplaatsen aan gebouwen draagt bij aan diverse doelstellingen: • • • • • •

De belevingswaarde van de woonwijk. Geluidsdemping en ruimtelijke scheiding van wonen en verkeer. De wateropgave: bijdragen aan waterhuishouding in plaats van verharding. Bestrijding van hittestress. Medegebruik van groen en water binnen de woonwijk door kleine fauna en insecten. Medegebruik van woonwijk door typische fauna van woonwijken, uitbreiding van leefgebied.

Barneveldse indicatorsoorten Voor de gemeente Barneveld zijn zogenoemde “indicatorsoorten” genoemd per stadsinrichting (ecotoop). De stadsinrichtingen die zijn gespecificeerd zijn: bebouwing, water- en oevermilieu, bermen en struweel/struiken. Het gaat om de volgende indicatorsoorten voor woonwijken. •

•

•

•

Bebouwing: − Gewone dwergvleermuis. − Ruige dwergvleermuis. − Gierzwaluw. − Huismus. − Laatvlieger. Water- en oevermilieu: − Kleine watersalamander. − Meerkoet. − Oeverlibel. Grasland: − Bruine sprinkhaan. − Wilde bijen. − Ratelaar. Struweel/struiken: − Egel. − Merel. − Hommelsoorten. − Gehakkelde aurelia. − Huismus.

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Maatregelen ter versterking natuur- en groenfunctie in woonwijken In Tabel 5 staan de maatregelen die mogelijk en wenselijk zijn om de natuur- en groenfunctie te versterken (of te behouden) binnen de hierboven beschreven woonwijken. Tabel 5: Maatregelen om de natuur- en groenfunctie te behouden of versterken binnen woonwijken

Punten 2 3 2 3 2 5 4 2 1 3 2 2 2 2 1 (per soort) 1 3 3 1 1

3 1 3 2 3 3 5 4 Bonus +2 Bonus +1 Bonus +1 3 1 3 2 3 Bonus +2 Bonus +1 Bonus +2

Punten bij extra inspanning 3 4 2 (+1) 4/5 3/4 6/7 5/6 3/4 2/3 4/5

Aspect

Maatregel

Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Verblijf Verblijf Verblijf Verblijf

Geveltuin Gevelgroen Vermindering lichtuitstraling gebouw Groen dak met sedum Groen dak met sedum en zonnepanelen Daktuin of biodivers dak Daktuin of biodivers dak met zonnepanelen Bruin dak Waterdak Groen waterdak Preventie raamslachtoffers onder vogels Nestvoorzieningen gierzwaluw Nestvoorzieningen huismus Verblijfsvoorziening voor vleermuizen Overige soortspecifieke maatregel

1 (+1) 4/5 4/5 2

Omgeving Omgeving Omgeving Omgeving Omgeving

4 2 4 3 4 4 6 5

Omgeving Omgeving Omgeving Omgeving Omgeving Omgeving Omgeving Omgeving Omgeving

Buitenverlichting bij groen beperken Cluster van inheemse bomen Cluster van inheemse struiken Aansluiting groene tuin en ecologische structuur Steilwand voor bijen (incl. onderhoud) of ecologisch vergelijkbaar object (takkenhoop, stapelstenen, insectenhotel) Bloemrijk grasland (kruiden- en faunarijk grasland) Faunapassage onder hekwerk Natuurlijke haag Natuurlijke verharding Groen aanplant Zoomvegetatie langs perceelsranden Natuurlijke poel/vijver (voor amfibieën) Pocketpark (minipark) Behoud van groenstructuren

3/4 3/4 3 / 4 (+4) ntb

Omgeving Spontane vegetatie tolereren (met beheer) Omgeving Gebruik "assortimentslijst" plantmateriaal 4 2 4

Infra Infra Infra Infra Infra Beleid

Muurplanten in oude muur Rustzone fauna langs wateroever Natuurvriendelijke oever Drijvende oever Ecologische wadi Opstellen ecologisch rapport

Beleid

Ecologisch advies voor voorgestelde maatregelen

Beleid

Borgen noodzakelijk beheer of onderhoud

Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021

17 van 29

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

3.4

Bedrijventerrein

Toelichting Een gebied binnen of buiten de bebouwde kom van de stad dat in eerste instantie bedoeld is voor de vestiging van commerciële bedrijven (handel, nijverheid en industrie) (Figuur 4). Om logistieke redenen bevinden zij zich veelal langs spoorwegen, waterwegen of autosnelwegen. Vaak ook 'industrieterrein' genoemd. Kenmerken • • • • • •

Bedrijvigheid. Terrein, park of campus. Planmatig patroon. Wegen met grasbermen en/ of parkeerzones. Traditioneel gestapelde bouw. Industriële/ bedrijfsmatige uitstraling.

Dynamiek, duurzaamheid • •

Redelijke dynamiek. Verstedelijking/verdichting kan bijdragen aan verduurzaming.

Figuur 5: Impressie van het bedrijventerrein van Harselaar

Natuurfunctie Ecologische samenhang Hoewel bedrijventerreinen voornamelijk bestaan uit een stenig milieu met dichte bebouwing, zijn deze over het algemeen ruim opgezet met een afwisseling aan brede groenstroken, hagen en tijdelijk braakliggende terreinen. Bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen is er meer aandacht voor groene en klimaatadaptieve maatregelen. De dynamiek op bedrijventerreinen is redelijk, de infrastructuur is ruim opgezet omdat groot verkeer zich hierover moet kunnen verplaatsen.

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Behalve mobiele soorten, zijn ook minder mobiele soorten in staat zich hier te handhaven, mits het aanwezige groen en de dooradering van voldoende kwaliteit is. Het gaat daarbij om hagen, bomenlanen, ecologisch beheerde groenstroken en parken die met elkaar verbonden zijn. Voor gebouwbewonende soorten zijn mogelijkheden beperkt, vanwege de kenmerken – het ontbreken van geschikte openingen – van bedrijven en opslagloodsen. Open water met structuurrijke oevers vormen geschikt leefgebied voor soorten die gebonden zijn aan water of een nat milieu en geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Groenfunctie Realisatie van o.a. groene daken, gevelgroen en aanplant van groen draagt bij aan diverse doelstellingen: • • •

De belevings- en gebruikswaarden van bedrijventerreinen. De realisatie van klimaatdoelstellingen op het gebied van wateropvang. Medegebruik van groen en water door kleine fauna en insecten.

Barneveldse indicatorsoorten Voor de gemeente Barneveld zijn zogenoemde “indicatorsoorten” genoemd per stadsinrichting (ecotoop). De stadsinrichtingen die zijn gespecificeerd zijn: bebouwing, water- en oevermilieu en struweel/struiken. Het gaat om de volgende indicatorsoorten voor bedrijventerreinen: Bebouwing: − Gewone dwergvleermuis. − Ruige dwergvleermuis. − Gierzwaluw. − Huismus. − Laatvlieger. • Water- en oevermilieu: − Kleine watersalamander. − Meerkoet. − Oeverlibel. • Grasland: − Bruine sprinkhaan. − Wilde bijen. − Ratelaar. • Struweel/struiken: − Egel. − Merel. − Hommelsoorten. − Gehakkelde aurelia. − Huismus. Maatregelen ter versterking natuur- en groenfunctie In Figuur 6 staan de maatregelen die mogelijk en wenselijk zijn om de natuur- en groenfunctie te versterken (of te behouden) binnen de bedrijventerreinen.

Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021

19 van 29

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Tabel 6: Maatregelen om de natuur- en groenfunctie te behouden of versterken binnen bedrijventerreinen

Punten

Punten bij extra inspanning

Aspect

Maatregel

2

3

Gebouw

Geveltuin

3

4

Gebouw

Gevelgroen

2

2 (+1)

Gebouw

Vermindering lichtuitstraling gebouw

3

4/5

Gebouw

Groen dak met sedum

2

3/4

Gebouw

Groen dak met sedum en zonnepanelen

5

6/7

Gebouw

Daktuin of biodivers dak

4

5/6

Gebouw

Daktuin of biodivers dak met zonnepanelen

2

3/4

Gebouw

Bruin dak

1

2/3

Gebouw

Waterdak

3

4/5

Gebouw

Groen waterdak

Gebouw

Preventie raamslachtoffers onder vogels

2 2

3/4

Verblijf

Nestvoorzieningen gierzwaluw

2

3/4

Verblijf

Nestvoorzieningen huismus

2

3 / 4 (+4)

Verblijf

Verblijfsvoorziening voor vleermuizen

1 (per soort) 1

ntb

Verblijf

Overige soortspecifieke maatregel

1 (+1)

Omgeving Buitenverlichting bij groen beperken

3

4/5

Omgeving Cluster van inheemse bomen

3

4/5

Omgeving Cluster van inheemse struiken

1

2

Omgeving Aansluiting groene tuin en ecologische structuur

1

Omgeving Steilwand voor bijen (incl. onderhoud) of ecologisch vergelijkbaar object (takkenhoop, stapelstenen, insectenhotel)

3

4

Omgeving Bloemrijk grasland (kruiden- en faunarijk grasland)

1

2

Omgeving Faunapassage onder hekwerk

3

4

Omgeving Natuurlijke haag

2

3

Omgeving Natuurlijke verharding

3

4

Omgeving Groen aanplant

3

4

Omgeving Zoomvegetatie langs perceelsranden

5

6

Omgeving Natuurlijke poel/vijver (voor amfibieën)

4

5

Omgeving Pocketpark (minipark)

Bonus +2

Omgeving Behoud van groenstructuren

Bonus +1

Omgeving Spontane vegetatie tolereren (met beheer)

Bonus +1

Omgeving Gebruik "assortimentslijst" plantmateriaal

3

4

Infra

Muurplanten in oude muur

1

2

Infra

Rustzone fauna langs wateroever

3

4

Infra

Natuurvriendelijke oever

2

Infra

Drijvende oever

3

Infra

Ecologische wadi

Bonus +2

Beleid

Opstellen ecologisch rapport

Bonus +1

Beleid

Ecologisch advies voor voorgestelde maatregelen

Bonus +2

Beleid

Borgen noodzakelijk beheer of onderhoud

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

3.5

Buitengebied

3.5.1

Infrastructuur

Natuurfunctie Ecologische samenhang De infrastructuur in Barneveld is ruim opgezet met een afwisseling van smalle en bredere groenstroken. Deze groenstroken kunnen functioneren als groene dooradering van de gemeente. Het gaat daarbij om hagen, bomenlanen, ecologisch beheerde groenstroken die met elkaar verbonden zijn (Figuur 6). Kruidenrijke bermen bevorderen onder andere wilde bijen en open water met structuurrijke oevers vormen geschikt leefgebied voor soorten die gebonden zijn aan water of een nat milieu en geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Faunapassages kunnen gebieden die versnipperd zijn door de aanwezige infrastructuur opnieuw verbinden.

Figuur 6: Kruidenrijke bermen

Groenfunctie Realisatie van o.a. faunapassages en kruidenrijke bermen draagt bij aan diverse doelstellingen: • • •

De belevings- en gebruikswaarden van het buitengebied. Groene dooradering van de gemeente. Ecologische verbindingszone.

3.5.2

Bebouwing in buitengebied

Het buitengebied bestaat daarnaast uit extensief agrarisch landschap en boerenpercelen. Natuurinclusieve maatregelen kunnen hier een waardevolle bijdragen leveren aan biodiversiteitsherstel in het buitengebied. Zo zijn er in Kootwijk nestplanken opgehangen voor zwaluwen en worden er door de steenuilenwerkgroep op diverse plekken nestkasten geplaatst. Daarnaast kunnen diverse inheemse autochtone dichtbegroeide vruchtdragende struiken met ruige kruiden geplant worden tussen landbouwgronden om effectieve verbindende landschappelijke elementen te creëren voor kleine marterachtigen. Samen met de groene infrastructuur kunnen agrarische bedrijven bijdragen aan een groene dooradering van de gemeente Barneveld.

Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021

21 van 29

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Barneveldse indicatorsoorten buitengebied Voor de gemeente Barneveld zijn zogenoemde “indicatorsoorten” genoemd per wijktype (ecotoop). De stadsinrichtingen die zijn gespecificeerd zijn: bebouwing, water- en oevermilieu en struweel/struiken. Het gaat om de volgende indicatorsoorten voor buitengebied: •

•

Kruidenrijke bermen: − Bruine sprinkhaan. − Wilde bijen. − Bont zandoogje. Struweel/struiken: − Egel. − Steenuil. − Hommelsoorten. − Gehakkelde aurelia. − Wezel. − Hermelijn. − Bunzing.

Maatregelen ter versterking natuur- en groenfunctie In Tabel 7 staan de maatregelen die mogelijk en wenselijk zijn om de natuur- en groenfunctie te versterken (of te behouden) in het buitengebied. Figuur 7 laat een voorbeeld zien van een steenuilenkast en Figuur 8 laten voorbeelden zien faunapassages.

Figuur 7: Natuurinclusieve maatregel agrarisch bedrijf: plaatsen nestkast steenuil

Figuur 8: Faunapassages

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Tabel 7: Maatregelen om de natuur- en groenfunctie te behouden en versterken in het buitengebied

Punten

Punten bij extra inspanning

3

Aspect

Maatregel

Verblijf

Nestkast steenuil

2

3/4

Verblijf

Nestvoorzieningen gierzwaluw

2

3/4

Verblijf

Nestvoorzieningen huismus

2

3 / 4 (+4)

Verblijf

Verblijfsvoorziening voor vleermuizen

1 (per soort) 2

ntb

Verblijf

Overige soortspecifieke maatregel

2 (+1)

Omgeving Buitenverlichting bij groen beperken

3

4/5

Omgeving Cluster van inheemse bomen

3

4/5

Omgeving Cluster van inheemse struiken

1

2

Omgeving Aansluiting groene tuin en ecologische structuur

1

Omgeving Steilwand voor bijen (incl. onderhoud) of ecologisch vergelijkbaar object (takkenhoop, stapelstenen, insectenhotel)

3

4

Omgeving Bloemrijk grasland (kruiden- en faunarijk grasland)

1

2

Omgeving Faunapassage onder hekwerk

2/3

3/4

Omgeving Natuurlijke haag

1

2

Omgeving Natuurlijke verharding

3

4

Omgeving Groen aanplant

3

4

Omgeving Zoomvegetatie langs perceelranden

5

6

Omgeving Natuurlijke poel/vijver (voor amfibieën)

1

2

Omgeving Rustzone fauna langs wateroever

3

4

Omgeving Natuurvriendelijke oever

2

Omgeving Drijvende oever

3

Omgeving Ecologische wadi

Bonus +2

Omgeving Behoud van groenstructuren

Bonus +1

Omgeving Spontane vegetatie tolereren (met beheer)

Bonus +1

Omgeving Gebruik "assortimentslijst" plantmateriaal

3

Infra

Faunapassage voor amfibieën

3

Infra

Faunapassage onder brug

5

Infra

Faunapassage ecoduct

5

Infra

Vleermuisverblijf in brug

Bonus +2

Beleid

Opstellen ecologisch rapport

Bonus +1

Beleid

Opstellen verlichtingsplan in relatie tot ecologie

Bonus +1

Beleid

Ecologisch advies voor voorgestelde maatregelen

Bonus +1

Beleid

Borgen noodzakelijk beheer of onderhoud

Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021

23 van 29

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

BIJLAGE A – UITWERKING MAATREGELEN Separaat bijgeleverd en beschikbaar via de gemeente Barneveld.

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

BIJLAGE B EISEN GIDSSOORTEN Biotopen

Gids- en volgsoorten

In gebouwen

Huismus, gierzwaluw, laatvlieger, gewone dwergvleermuis

Groen op gebouw (groen dak), recent gebouwde nieuwbouwwijken

Zwarte roodstaart

Groen tegen gebouw

Boomblauwtje, wilde bijen, huismoeder

Kleine stadstuin

Merel, egel, huisspitsmuis, kolibrievlinder, koolmees

Grote tuin/parkje

Bosanemoon, eekhoorn, grote bonte specht, winterkoning, dagpauwoog, gehakkelde aurelia, stadsreus, bont zandoogje, winterkoning, eekhoorn

Bloemrijk grasland met struiken

Bruin zandoogje, sleedoornpage, ratelaar, bruine sprinkhaan

Vijvers, poelen, wadi’s

Kleine watersalamander, bruine kikker, roodoogjuffer, oeverlibel, weidebeekjuffer, meerkoet, wilde eend

Extensief agrarisch grasland

Steenuil, wezel, hermelijn, bunzing

Gidssoort

Volgsoorten

Laatvlieger

Gewone dwergvleermuis

Huismus

Merel

Gierzwaluw

Huismus

Meerkoet

Bruine kikker, roodoogjuffer, oeverlibel, weide beekjuffer, meerkoet, wilde eend

Merel

Huismus, koolmees, wilde bijen, winterkoning, sleedoornpage

Egel

Huisspitsmuis, bruine kikker

Kleine watersalamander

Bruine kikker, roodoogjuffer, oeverlibel, weide beekjuffer, meerkoet, wilde eend

Bruine sprinkhaan

Wilde bijen, Gehakkelde Aurelia, satdsreus, ratelaar

Steenuil

Wezel, hermelijn, bunzing

Wilde bijen

Gehakkelde Aurelia, boomblauwtje, huismoeder, kolibrivlinder, dagpauwoog, stadsreus, sleedoornpage, ratelaar

Bruin zandoogje

Bosanemoon, Bont zandoogje

Eekhoorn

Bosanemoon, Bonte specht

Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021

25 van 29

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Centrum

Woonwijk

Huismus

Gebouw + omgeving

Gebouw + omgeving

Gierzwaluw

Gebouw

Gebouw

Laatvlieger

Gebouw

Gebouw

Omgeving

Gebouw + omgeving

Gebouw + omgeving

Omgeving

Gebouw

Gebouw

Gewone dwergvleermuis Zwarte roodstaart

Bedrijventerrein

Buitengebied

Boomblauwtje

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Wilde bijen

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Huismoeder

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Gebouw + omgeving

Gebouw + omgeving

Merel

Omgeving

Egel

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Huisspitsmuis

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Kolibrievlinder

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Koolmees

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Bosanemoon

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Eekhoorn

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Grote bonte specht

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Winterkoning

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Eekhoorn Dagpauwoog

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Gehakkelde aurelia

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Stadsreus

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Bont zandoogje

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Winterkoning

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Ruin zandoogje

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Sleedoornpage

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Ratelaar

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Bruine sprinkhaan

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Kleine watersalamander

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Bruine kikker

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

Roodoogjuffer

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Oeverlibel

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Weidebeekjuffer

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Meerkoet

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Wilde eend

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Omgeving

Steenuil

Omgeving

Wezel

Omgeving

Hermelijn

Omgeving

Bunzing

Omgeving

Informatie over de hieronder uitgewerkte soorten komt van de volgende bronnen en is integraal van de volgende websites overgenomen: • • • • • • • • • • •

www.verspreidingsatlas.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.ravon.nl www.vleermuisnet.nl www.vlinderstichting.nl www.soortenbank.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ivn.nl www.bestuivers.nl Kennisdocumenten BIJ12

Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021

27 van 29

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

BIJLAGE C KOSTEN MAATREGELEN Separaat bijgeleverd en beschikbaar via de gemeente Barneveld.

PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

COLOFON PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD

KLANT Gemeente Barneveld AUTEUR Robbert van Gool PROJECTNUMMER C05062.000835 ONZE REFERENTIE D10025337:135 DATUM 27 juli 2021 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR

Max Klasberg Senior ecoloog

Arcadis Nederland B.V. Postbus 63 9400 AB Assen Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com

Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021

29 van 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9c75534a-98ae-4202-b22f-e3525ef6c651