Bijlage 1 Programmaplan programma Bestaanszekerheid
Tekst van het document
Programmaplan Bestaanszekerheid 2024 t/m 2030 Een zeker bestaan bouwen we samen
Inhoudsopgave Context, achtergrond en aanleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
3
Bestaanszekerheid in cijfers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
4
Visie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
5
Doelstellingen .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
6
1.
8
Veranderstrategie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
2. Monitoring en sturing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 Efficiënte monitoring ....................................................................................................... 11 Frequentie van de monitor .......................................................................................... 11 Nulmetingen ............................................................................................................................ 11 Meten én weten ...................................................................................................................... 11 3. Programmaorganisatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De stuurgroep ........................................................................................................................ De bestuurlijk opdrachtgever ................................................................................... De ambtelijk opdrachtgever ....................................................................................... De programmamanager ..................................................................................................
Het programmateam ......................................................................................................... De programmatafel ............................................................................................................
2
12 13 13 13 13 13 13
Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
4.
Rollen en verantwoordelijkheden ........................................................................ Middelen ....................................................................................................................................... Programma organisatie .................................................................................................. Werkbudget ................................................................................................................................
14 15 15 15
Inspanningen 2024 en 2025 ...................................................................................... Inzet bij inspanningen faseplan ............................................................................. Focus op een aantal thema’s ..................................................................................... Aanvullend budget inspanningen ......................................................................... Realisatie programma, met elementen van regie programma .............................................................. Stakeholdersanalyse ......................................................................................................... Inzet ervaringsdeskundigen .......................................................................................
16 16 16 16 16 17 17
Planning inspanningen eerste fase . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
5. Risico's .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
21
inhoud
Context, achtergrond en aanleiding Meedoen is belangrijk en moet ook voor inwoners met een kleine beurs mogelijk zijn. We delen de landelijke ambitie om in te zetten op het verder tegengaan van armoede en schuldenproblematiek en het aantal kinderen dat opgroeit in armoede te halveren.
3
In Nederland liggen dagelijks mensen wakker door geldzorgen. In 2020 leefden 900.000 mensen in armoede. Zelfs 221.000 kinderen. In de gemeente Barneveld is het beeld niet anders. In onze gemeente leven 550 gezinnen van een bijstandsuitkering. 150 mensen uit de gemeente krijgen voedselhulp. En de energietoeslag werd maar liefst aan ongeveer 3.000 mensen uitbetaald. Door inflatie en de gestegen energieprijzen kunnen nog meer mensen in financiële problemen terechtkomen. We zien steeds vaker dat geldproblemen iedereen kunnen raken. En de groep inwoners in armoede wordt mogelijk groter. Een zeker bestaan gaat over meer dan alleen geld. Als mensen geldzorgen hebben, draait hun leven om 'overleven'. Ze maken zich bijvoorbeeld zorgen over het betalen van hun huur of hypotheek of het vinden van een geschikte woning. Te weinig geld maakt het moeilijk om gezond te leven. Het ontbreken van ‘bestaanszekerheid’ kan zorgen voor meer gezondheidsproblemen, zowel mentaal als fysiek. De 20% rijkste mensen leven gemiddeld 8 jaar langer dan de armste groep. Hun gezondheid is zelfs 24 jaar langer goed, dan van de armste groep mensen in Nederland. Mensen met een laag inkomen wonen vaak in wijken waar de omgeving ongezonder is. Er is minder groen en er zijn minder mogelijkheden om te bewegen. Ook zijn de huizen ongezonder, is er minder sociale verbinding, enzovoort. Verder gaat armoede vaak
Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
samen met schaamte, eenzaamheid en stress. Als ouders geen zeker bestaan hebben, heeft dit ook invloed op hun kinderen. Kinderen die opgroeien in armoede, hebben drie keer zo veel kans om later zelf in armoede te leven. Bovendien loopt de helft van de mensen die moeite heeft met lezen en schrijven een groter risico op schulden die echt een probleem vormen. Het college van B en W van de gemeente Barneveld vindt het belangrijk om te zorgen voor meer zekerheid in het leven van haar inwoners. Natuurlijk binnen de mogelijkheden die ze heeft. De gemeenteraad, het college, de medewerkers van de gemeente, maar zeker ook maatschappelijke organisaties werken vol bezieling aan dit onderwerp in de gemeente Barneveld. Want iedere persoon die een onzeker bestaan ervaart, is er één te veel! Ook wil het college dat iedereen mee kan doen in de samenleving. Omdat dit een ingewikkelde maatschappelijke uitdaging is heeft een intensief bouwproces geleid tot het ‘Programma Bestaanszekerheid’. Dit programma loopt van 2024 tot en met 2030. Het college wil heel graag invulling geven aan de wensen en behoeften op het gebied van bestaanszekerheid. Daarom zijn tijdens het proces tot nu toe zowel maatschappelijke organisaties, als ervaringsdeskundigen betrokken. En dat zullen we blijven doen. Want een zeker bestaan bouwen we samen!
22
Bestaanszekerheid in cijfers CIJFERS IN DE GEMEENTE BARNEVELD
Financiele zekerheid en minder geldzorgen
?
Landelijke cijfers over schulden 5 jaar
Aantal schuldeisers
15
Gemiddelde schuld
€ 40.000
Dat betekent dat zij moeite hebben met schrijven, lezen en/of rekenen.
Verleende ondersteuning in de gemeente Barneveld
Bijstandsuitkering
550 huishoudens
Energietoeslag
3.000 huishoudens
80. 592 uur 2
Mensen staan gemiddeld 9,2 jaar ingeschreven voordat ze een sociale huurwoning kunnen huren in Barneveld.
Gezondheidsvaardigheden *
5%
150 mensen
Voedselhulp
1 op de 9 volwassenen is laaggeletterd
26%
17%
26%
5% heeft onvoldoende gezondheidsvaardigheden
61%
* Gezondheidsvaardigheden: moeite hebben met het vinden, begrijpen
Gemiddelde woonlasten ten opzichte van inkomen
en toepassen van informatie over gezondheid en op basis daarvan (gezondheids)keuzes maken.
Ongeveer 7.000 volwassenen hebben geen €1.000 beschikbaar voor onverwachte noodzakelijke uitgaven
Gezond voelen versus rondkomen ervaren gezondheid
Meeste lage inkomens
17%
61% heeft matige gezondheidsvaardigheden Inkomen
Vraag om hulp na gemiddeld
Passend wonen
Positieve gezondheid
80
26%
17%
Huurders
Eigen huis
70 60 50 40
62%
30 20
76%
10 0
Buurt met de meeste volwassenen die moeite hebben met rondkomen
Buurt met de minste volwassenen die moeite hebben met rondkomen
S C HOOL
gemeentehuis
gemeente Barneveld
CIJFERS IN NEDERLAND
4
3
Een kind dat in armoede opgroeit, heeft later 3 keer zoveel kans op armoede.
8
De armste groep mensen overlijdt gemiddeld 8 jaar eerder dan de rijkste groep. En ze worden eerder ziek.
Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
29.000
Ongeveer 29.000 kinderen gaan zonder ontbijt naar school.
inhoud
Visie Droom Jolanda de Heer-Verheij, wethouder armoedebeleid
“Mijn droom is, dat iedere inwoner van de gemeente Barneveld zelf zijn leven kan leiden zonder zorgen om zijn bestaan. We vertrouwen en helpen elkaar. Zodat het niemand ontbreekt aan eten, drinken, kleding, een dak boven je hoofd en zorg. Waar nodig ondersteunt de gemeente. Zo kan iedereen meedoen: thuis, in de buurt, op het werk en in vrije tijd.”
We willen dat inwoners zich geen zorgen hoeven te maken over hun bestaanszekerheid. Dit betekent dat ze zeker zijn van een betaalbare en geschikte woning, voldoende en voorspelbaar inkomen, en de mogelijkheid om onverwachte kosten te kunnen betalen. Als inwoners zich hier geen zorgen over hoeven te maken, hebben ze meer rust en ruimte om zich te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. Ook kunnen ze dan beter gebruik maken van goede zorg, gelijke kansen in het onderwijs en gezonde sociale relaties. Een gevoel van zingeving, een gezonde leefomgeving, en een goede gezondheid zijn belangrijk. Sommige onderwerpen krijgen al veel aandacht binnen gemeentelijke afdelingen, andere projecten of programma’s. In dit programma lichten we er bepaalde thema’s uit, waar we onze extra aandacht naar laten uitgaan. Het gaat om drie thema’s waarmee we denken het meeste effect te kunnen bereiken: financiële zekerheid en het verminderen van geldzorgen, positieve gezondheid* en passend wonen. Er zijn allerlei onderwerpen die niet binnen dit programma vallen, maar wel invloed hebben op bestaanszekerheid. Bijvoorbeeld in de werkzaamheden die we als gemeente al doen.
* Z ie pagina 6 voor de definitie van positieve gezondheid.
5
Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
We houden nauw contact met collega's over deze onderwerpen. De wisselwerking zorgt voor nog meer impact op bestaanszekerheid.
Droom Wim Oosterwijk, wethouder werk & inkomen
“Al onze inwoners hebben de mogelijkheid om iets te doen wat hen waardering en structuur in hun leven geeft. Het liefst, met een (stukje) inkomen. Als dat niet (samen met anderen) lukt, kunnen inwoners rekenen op de hulp van de gemeente Barneveld om gezond en in welzijn te leven.”
inhoud
Doelstellingen 1. Financiele zekerheid en minder geldzorgen Een stabiele en overzichtelijke financiële situatie thuis geeft rust en zekerheid. Het is een basisvoorwaarde voor mensen om voor zichzelf te kunnen zorgen, mee te kunnen doen in de samenleving en zichzelf te kunnen blijven ontwikkelen. Dat geldt voor volwassenen, maar zeker ook voor kinderen. Want een kind dat opgroeit in een gezin met financiële problemen, heeft een 3x verhoogde kans om als volwassene in armoede te leven. Verbeteren van financiële zekerheid nu, heeft een fundamenteel positief effect op de toekomst van inwoners.
2. Positieve gezondheid
Bestaanszekerheid en gezondheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mensen die moeite hebben met rondkomen, voelen zich vaker ongezond. En andersom: mensen die veel gezondheidsproblemen hebben, hebben vaker te kampen met bestaansonzekerheid. Binnen het programma Bestaanszekerheid gaan we uit van een brede blik op gezondheid. We gebruiken daarvoor het concept van Positieve Gezondheid. Hierin wordt gezondheid niet gezien als de afwezigheid of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren. Positieve gezondheid gaat over de volgende aspecten: fysieke gezondheid, mentale gezondheid, kwaliteit van leven, zingeving, dagelijks functioneren en meedoen.
3. Passend wonen
Wonen is een basisbehoefte. Het zorgen voor betaalbaar wonen draagt fundamenteel bij aan het vergroten en borgen van bestaanszekerheid. Het niet vinden van of wonen in een passende woning betekent vaak grote problemen met onder andere de gezondheid en financiën. Een passende woning is een woning die betaalbaar is en past bij de samenstelling van het huishouden, de huishoudsituatie en levensfase. Dit staat echter steeds meer onder druk door schaarste op de woningmarkt.
6
Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
inhoud
We willen dat inwoners zich geen zorgen hoeven te maken over hun bestaanszekerheid
Meer inwoners hebben financiële zekerheid en minder geldzorgen
Meer inwoners voelen zich gezonder
Meer inwoners hebben de zekerheid van een betaalbare en passende woonruimte
Minder kinderen ervaren negatieve gevolgen van financiële problemen thuis
Minder inwoners ervaren een drempel tot goede gezondheidszorg en ondersteuning
Meer inwoners wonen in een passende woning
Minder inwoners komen in financiële problemen door een life event
Meer inwoners hebben gezondheidsvaardigheden en kunnen voldoende lezen, schrijven, rekenen en zich digitaal redden
Meer passend woningaanbod voor kwetsbare inwoners
Meer inwoners komen rond en hebben een inkomen op of boven de gehanteerde armoedegrens Minder inwoners gaan van beginnende naar problematische schulden Minder inwoners ervaren stress van beperkte financiële middelen
7
Meer sociale cohesie (ontmoeten en meedoen) in aandachtswijken Minder gezondheidsverschillen tussen inwoners
Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
Meer doorstroom naar passende woonruimte binnen de wijk
1
Veranderstrategie
8
Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
inhoud
1. Veranderstrategie Een zeker bestaan bouwen we als gemeente niet alleen. Daar hebben we partners en maatschappelijke initiatieven bij nodig. Ook zijn de ervaringen van inwoners en ervaringsdeskundigen erg belangrijk. We sluiten zoveel mogelijk aan bij de praktijk en de leefwereld van inwoners. Daarbij zoeken we ruimte voor experimenteren, zodat we zien wat in de praktijk werkt en wat niet. Voor het behalen van de doelen van dit programma, zijn er uitgangspunten die de basis vormen voor hoe we willen werken. Dit noemen we de ‘leidende principes’. Hiernaast vindt u deze leidende principes. Jaarlijks geven we in zogenaamde faseplannen aan welke inspanningen dat jaar prioriteit gaan krijgen. In die faseplannen laten we terugkomen aan welke leidende principes de verschillende inspanningen voldoen. U ziet dit ook al bij het eerste faseplan, dat is bijgevoegd.
9
We werken vanuit de bedoeling en bieden waar nodig maatwerk Er zijn veel regelingen, maar die sluiten niet allemaal aan bij wat er nodig is in een specifieke situatie. Daarom leveren we binnen het sociaal domein maatwerk. Dit is ook binnen het programma een belangrijk uitgangspunt.
We werken volgens zelf – samen – gemeente We streven naar een samenleving waarin iedere inwoner naar vermogen meedoet, waar inwoners zich met elkaar verbonden weten en samen redzaam zijn. En we zorgen voor een professioneel vangnet. Eigen verantwoordelijkheid en samenredzaamheid van inwoners staan hierbij voorop. Waar nodig zorgt de gemeente voor een vangnet van ondersteunende voorzieningen.
We zijn 1 organisatie naar buiten toe Inwoners kunnen contact hebben met diverse onderdelen van de organisatie. Een menselijke benadering is belangrijk. Een inwoner die de gemeente belt voor ondersteuning op het vlak van geldzorgen wil niet meerdere keren het verhaal hoeven doen. Zeker niet als deze een drempel over is gegaan om hulp te zoeken. De inwoner wil zich erkend en gehoord voelen.
We werken vanuit vertrouwen We willen de inwoner nog meer vertrouwen. De medewerkers van de gemeente moeten nog meer de ruimte nemen en krijgen om dit in de praktijk te brengen.
We zorgen voor toegankelijke voorzieningen Voor geen enkele inwoner mag er een drempel zijn om gebruik te maken van sociale voorzieningen.
Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
2
Monitoring en sturing
10 Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
inhoud
2. Monitoring en sturing Efficiënte monitoring
Nulmetingen
Om ervoor te zorgen dat we de doelen van het programma behalen, is goede monitoring belangrijk. De raadscommissieleden hebben aangegeven dat het ‘bijhouden van de voortgang en de resultaten’ niet zo veel tijd en moeite mag kosten, dat het ten kosten gaat van de uitvoering van het programma. Daarom maken we de monitoring zo efficiënt mogelijk. We maken gebruik van bestaande gegevens en systemen. Voor de strategische doelen in het programma gaan we nog iets dieper kijken naar welke gegevens we nodig hebben. We onderzoeken welke informatie we al hebben, zoals van de GGD-monitor, schuldhulpverlening en de Participatiewet. Daarnaast kijken we welke externe gegevens we kunnen gebruiken en of we extra informatie nodig hebben.
Niet alle doelen in het programma zijn volledig SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden) te maken. Hiervoor is vaak een nulmeting (beginsituatie) nodig, zodat we weten waar we nu staan. Er zijn op dit moment veel verschillende omschrijvingen van het woord ‘armoede’. In oktober 2024 is een eenduidige definitie van armoede gekomen. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelgenheid (SZW) gaat deze gebruiken. We sluiten aan bij deze definitie. De doelen in het programma worden in de eerste fase verder SMART gemaakt.
Frequentie van de monitor We werken steeds aan de verbetering van de monitor. We streven ernaar om twee keer per jaar een rapportage te delen: op dezelfde momenten als andere rapportages binnen de gemeente. We maken gebruik van bestaande gegevens waar dat kan en vullen dat aan met eigen of openbare gegevens. Hoe ver we kunnen gaan, hangt af van hoe concreet de doelen en de bijbehorende indicatoren zijn.
Meten én weten Veel van de informatie die we hebben, bestaat uit cijfers en statistieken (kwantitatieve cijfers). Niet alle resultaten zijn echter op basis van cijfers te meten. We vinden het daarom belangrijk om ook te kijken naar de ervaringen van inwoners en op die manier dingen te weten. Hun ervaringen met bestaanszekerheid willen we meenemen in de monitoring. We bekijken hoe we dit goed kunnen verwerken.
11 Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
3
Programmaorganisatie
12 Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
foto
inhoud
3. Programmaorganisatie De programmaorganisatie vormt de basis voor het uitvoeren van dit programma. Om dit programma goed te kunnen uitvoeren, zijn de volgende personen/groepen nodig:
De stuurgroep De stuurgroep bestaat uit de wethouder die bestuurlijk opdrachtgever van het programma Bestaanszekerheid is. Daarnaast is de ambtelijk opdrachtgever onderdeel van de stuurgroep. In dit overleg stemmen de bestuurlijk-, en ambtelijk opdrachtgever en de programmamanager de hoofdlijnen af. De stuurgroep is verantwoordelijk voor de voortgang en bijsturing van het programma. Ook bepaalt de stuurgroep de prioriteiten: wat moet nú gedaan worden en wat kan later? Als er vanuit het programma activiteiten gedaan moeten worden, neemt de stuurgroep daarover een besluit. De programmamanager (zie verderop in de tekst) adviseert de stuurgroep en bereidt de agenda en de stukken voor. Op sommige momenten kunnen ook andere wethouders of de burgemeester aansluiten bij het stuurgroep overleg. Dat geldt ook voor de ‘thema-trekkers’ (zie verderop). Zij sluiten in dat geval aan als agenda lid.
raakvlakken met andere portefeuilles, maar de bestuurlijk opdrachtgever is lid van de stuurgroep namens het hele college van burgemeester en wethouders. De bestuurlijk opdrachtgever zorgt ervoor dat bereikt wordt wat er politiek aan de bevolking beloofd is. De bestuurlijk opdrachtgever is verantwoordelijk voor afstemming met het college.
De ambtelijk opdrachtgever De ambtelijk opdrachtgever van het programma Bestaanszekerheid is de directeur Samenleving. De ambtelijk opdrachtgever is verantwoordelijk voor het behalen van het resultaat en de doelen van het programma. De ambtelijk opdrachtgever zorgt dat beslissingen om het programma te kunnen uitvoeren, op tijd worden genomen. Ook zorgt de ambtenlijk opdrachtgever ervoor dat er geld is om het programma uit te voeren. De ambtelijk opdrachtgever is verantwoordelijk voor afstemming met de andere directeuren in het concernteam.
De bestuurlijk opdrachtgever
De programmamanager
De bestuurlijk opdrachtgever van dit programma is de portefeuillehouder (burgemeester of wethouder) die de meeste raakvlakken heeft met het thema armoede en schulden. Er zijn
De programmamanager is het inhoudelijk aanspreekpunt voor het programma. De programmamanager stuurt het programmateam inhoudelijk aan, heeft het overzicht en stuurt op het
13 Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
behalen van de programmadoelen. De programmamanager zorgt voor inzicht in de inhoudelijke voortgang. Ook signaleert de programmamanager ontwikkelingen en bedenkt welke invloed die op het programma (moeten) hebben. Tenslotte stemt de programmamanager in de organisatie af welke activiteiten (inspanningen) door de afdelingen zelf als lopend werk gedaan kunnen worden en waar het klussen zijn die in het programma passen.
Het programmateam Het programmateam bestaat uit ambtenaren, die op een bepaald thema verantwoordelijk zijn voor het slagen van het programma. Een deel is inhoudelijk verantwoordelijk voor beleidsthema’s. daarnaast zijn ook een adviseur communicatie, een data analist, de programma ondersteuner en de programmamanager deel van het programmateam. Het programmateam is in zijn geheel verantwoordelijk voor regievoering op het programmaportfolio, programmabeheersing, omgevingsanalyses en bijsturing van het programma, risicomanagement en programmacommunicatie.
De programmatafel De programmatafel is het overleg waar ambtelijk afspraken worden gemaakt over het portfoliomanagement. Dat wil zeggen: waar houden de medewerkers zich wel en niet mee bezig, waar wordt geld in gestoken en welke activiteiten ondersteunen de doelen van de organisatie. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor de
inhoud
Strategisch Netwerk
Gemeenteraad
College van B&W
Portefeuillehouder
Stuurgroep
Concernteam
Ambtelijk opdrachtgever
Bestuurlijk opdrachtgever
Programmatafel
‘bateneigenaren’ van het programma. Dit zijn bijvoorbeeld teamleiders van de uitvoering, die door het aansturen van de uitvoerende teams een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van de doelstellingen van het programma. Daarnaast zien zij op welke punten meer of minder medewerkers nodig zijn en wat er nodig is wanneer er nieuwe voorstellen voor activiteiten worden ingediend. Het programmateam bereidt voorstellen voor. Deze worden besproken binnen de programmatafel. De programmatafel geeft een advies over personele inzet. Bespreking en besluitvorming van voorstellen vindt plaats in de stuurgroep.
Rollen en verantwoordelijkheden
Programmamanager (opdrachtnemer) Programmamanagers andere opgaven
Programmateam
14 Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
Teamleider(s) beleid Teamleider(s) die bateneigenaar zijn
Het opdrachtgevend systeem (bestuurlijk en ambtelijk opdrachtgever) bepaalt de richting van het programma en is verantwoordelijk voor de strategische besluiten. De programmamanager en het programmateam zijn verantwoordelijk voor de operationele leiding van het programma. Zij zijn verantwoordelijk voor het realiseren van de programmadoelen en verrichten de activiteiten die daarvoor nodig zijn. Zij bereiden strategische besluiten voor en geven richting aan de uitvoering van het feitelijke werk in projecten in activiteiten. De programmamanager stuurt het programmateam op inhoud aan. De medewerkers die deelnemen in het programmateam blijven onder de
inhoud
verantwoordelijkheid van de teamleider vallen. Het programmateam voert regie op de beoogde verandering. Ook kan het team uitvoerend bezig zijn ter ondersteuning van de organisatie om de verandering te realiseren. Onder het programma vallen verschillende inspanningen die bijdragen aan het behalen van de doelen van het programma. Projectleiders en uitvoerders van deze inspanningen zijn verantwoordelijk voor het opleveren van de resultaten hiervan. Wie opdrachtnemer van een inspanning is, is afhankelijk van de inhoud. Dit kan een van de thema-trekkers zijn, maar ook een teamleider, beleidsmedewerker van buiten het programmateam of een partner uit het veld zijn.
Middelen Voor de uitvoering van dit programma trekken we twee zaken uit elkaar. Aan de ene kant is er de programmaorganisatie, die nodig is voor het uitvoeren van het programma en het bewaken van de integraliteit. Daarnaast zijn er diverse inspanningen, die elk vragen om mensen en middelen. Deze inspanningen zijn gekoppeld aan de verschillende fases van het programma.
Programma organisatie De programmaorganisatie bestaat uit: • Programmamanager (20 u per week) • Programma ondersteuner (6 u per week) • Thematrekker financiële zekerheid en geldvragen (3 u per week)
• Thematrekker positieve gezondheid (3 u per week) • Thematrekker passend wonen (3 u per week) • Communicatie medewerker (3 u per week) • Data analist (3 u per week) Deze uren zijn benodigd voor de deelname aan de programmaorganisatie. Daarnaast zijn er inspanningen waarbij inzet van programmateamleden gewenst is. Deze inzet wordt per inspanning uitgewerkt. Alhoewel het programma van de bouwfase naar de uitvoeringsfase gaat met dit programmaplan, zitten we nog in de opstart van het programmatisch werken. De praktijk zal leren hoeveel uur voor het programmateam nodig is gedurende de verdere looptijd van het programma. (Externe) ontwikkelingen kunnen leiden tot een benodigde aanpassing van het aantal uur en benodigde medewerkers.
Werkbudget Voor het programma is voor 2024 en 2025 een werkbudget beschikbaar van € 50.000. Het werkbudget biedt flexibele ruimte, waarmee het mogelijk wordt uitgaven te dekken die naast de reguliere activiteiten opkomen en die een integraal karakter hebben. Denk bijvoorbeeld aan het opzetten van format voor monitoring van het programma, communicatie activiteiten en inspiratiesessies.
15 Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
inhoud
Inspanningen 2024 en 2025 Er worden diverse inspanningen benoemd voor 2024 en 2025. Dit zijn activiteiten die bijdragen aan de doelen van het programma. Hierbij zijn vaak raakvlakken met activiteiten die vanuit de lijn plaatsvinden, maar die vanuit het programma een impuls of extra aandachtspunten meekrijgen. Bij de inspanningen is gekeken of deze vanuit een (herverdeling van) bestaande budgetten gefinancierd kunnen worden.
Inzet bij inspanningen faseplan Bij iedere fase van het programma wordt een faseplan vastgesteld door de stuurgroep. Hierin staan de inspanningen benoemd die in die fase worden opgepakt. Deze inspanningen hebben elk een opdrachtgever en opdrachtnemer. Dit verschilt per inspanning. De inspanning kan ook door een externe partner worden opgepakt als opdrachtnemer, of door een interne collega die geen onderdeel uitmaakt van het programmateam. Daarom wordt de inzet per inspanning van mensen (en bijbehorende middelen) apart uitgewerkt.
Focus op een aantal thema’s In het programma zijn een paar belangrijke thema’s gekozen. Door ons hierop te richten, willen we sneller resultaat boeken, meer impact
maken en meer invloed uitoefenen op onze doelen. Daarnaast zijn er veel inspanningen die de gemeente al in het ‘gewone werk doet’ en die bijdragen aan het programma. Voorbeelden daarvan zijn schuldhulpverlening, minimabeleid, de Participatiewet en volksgezondheid. Ook projecten zoals de buurtgerichte aanpak Rootselaar-West helpen hierbij. Bovendien speelt wonen een grote rol in dit programma. We vinden dat passend en betaalbaar wonen onlosmakelijk verbonden is aan het vergroten van bestaanszekerheid. Daarom nemen we dit als één van de strategische doelen op in het programma. Zo kunnen we er extra aandacht aan geven. Als deze doelen van ‘wonen’ uiteindelijk beter passen in een ander programma, kunnen we deze doelen daar later overdragen. Voor elke actie in het jaarplan wordt vastgelegd wie de ‘inspanningstrekker’ is en wie verder betrokken moet worden. Ook staat beschreven hoe het opdrachtgevend systeem voor elke inspanning is geregeld. Bij een aantal inspanningen is aanvullend budget benodigd. Dit kan worden gedekt uit het restant van het innovatiebudget Sociaal Domein (de genoemde inspanningen sluiten aan bij de voorwaarden zoals eerder opgesteld voor het inzetten van dit budget) of extra middelen die door het rijk beschikbaar worden gesteld voor de aanpak van armoede en schulden.
16 Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
Aanvullend budget inspanningen • Bestaanszekerheid integreren in subsidie afspraken € 50.000 uit innovatiebudget Sociaal Domein. • Integraal trainingsprogramma professionals en vrijwilligers medisch en sociaal domein € 20.000. •T ussen wal en schip budget door ontwikkelen naar maatwerkbudget - € 20.000 vanuit middelen armoede en schulden onder kinderen, en kan betaald worden uit het innovatiebudget van het Sociaal Domein. •O nderzoek naar mogelijke realisatie 1 time out plek - € 15.000 innovatiebudget Sociaal Domein. •B orgen van ervaringsdeskundigheid binnen uitvoeringsfase van het programma – inzetten van lokale ervaringswerker voor een pilot van 1 jaar € 55.000. Gedekt door middelen dienstverlening armoede en schulden (€70.000). •A anjaagbudget voor initiatieven vanuit andere beleidsterreinen die raken aan bestaanszekerheid – € 50.000. Deels gedekt door middelen dienstverlening armoede en schulden (€ 70.000), aanvullend € 35.000 nodig.
Realisatie programma, met elementen van regie programma Bij programmatisch creëren zijn diverse vormen mogelijk. Het programma bestaanszekerheid
inhoud
betreft een programma in de realisatievorm. De uitvoering van het programma ligt deels in de lijn en er zijn inspanningen die direct in het programma plaatsvinden. Het budgethouderschap ligt ook verdeeld over het programma en de lijn, waarbij de programmamanager sturingsmacht heeft. De programmamanager heeft sturingsverantwoordelijkheid door het opdrachtgeverschap van inspanningen.
Stakeholdersanalyse Bij het behalen van de doelen van het programma, is een rol weggelegd voor diverse interne en externe stakeholders. Hiervoor is een
programma brede stakeholdersanalyse gemaakt. Deze stakeholders zijn uitgenodigd voor een stakeholdersbijeenkomst waarbij veel informatie is opgehaald voor de inhoud van het programma en de gewenste inspanningen. Daarnaast wordt aangesloten bij reguliere lijnen binnen de organisatie, waarbij beleidsmedewerkers of andere collega’s contacten hebben met stakeholders. Ook wordt hierbij gebruik gemaakt van bijvoorbeeld de Klankbordgroep Werk & Inkomen en Adviesraad Sociaal Domein. Daarnaast zijn diverse stakeholders betrokken bij de inspanningen die onderdeel uitmaken van de faseplannen. Indien noodzakelijk vormt een
17 Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
stakeholdersanalyse specifiek voor een inspanning onderdeel van het plan van aanpak van deze inspanning.
Inzet ervaringsdeskundigen Tijdens het participatietraject om te komen tot het programmaplan was een waardevolle rol weggelegd voor ervaringsdeskundigen. We voorzien ook een belangrijke rol voor ervaringsdeskundigen tijdens de uitvoeringsfase van het programma. Eén van de inspanningen voor de eerste fase van het programma, is om te komen tot een uitwerking hoe de participatie bij de uitvoering van het programma goed geborgd kan worden.
4
Planning inspanningen eerste fase
18 Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
inhoud
4. Inspanningen eerste fase (2024-2025) Om de doelen te bereiken, moeten we verschillende dingen doen. We noemen dit de ‘inspanningen’. We hebben daar tot 2030 een heleboel inspanningen voor geformuleerd. Niet alles kan tegelijk. Daarom stellen we voor de eerste fase van het programma onderstaande inspanningen voor. Deze zijn verder uitgewerkt in twee losse bijlagen. Daarnaast hebben we ook beschreven hoe de visie, leidende principes, strategische en operationale doelen en inspanningen zich tot elkaar verhouden. Het vergroten van bestaanszekerheid vraagt een lange adem. Het eerste jaar is nodig om nog verdere nulmetingen en onderzoeken te doen. Zodat hier de volgende jaren op kan worden voortborduurt. Dit betekent wel dat een aantal inspanningen in het eerste jaar procesmatig van aard zijn. Geplande uitvoering
Eventueel voorzien vervolg/volgende fase 3e kwartaal 4e kwartaal 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal 2024 2024 2025 2025 2025 2025
Programma overkoepelend Datamonitor bestaanszekerheid ontwikkelen Vertalen van leidende principes naar handvatten voor de uitvoering Communicatiestrategie bestaanszekerheid ontwikkelen Participatie/rol van stakeholders (speciale aandacht voor ervaringsdeskundigen) Speaking Minds traject (jongerenparticipatie) Training sterk uit armoede ervaringsdeskundigen Aanjaagbudget inzetten voor initiatieven buiten het programma die bijdragen aan bestaanszekerheid
Hoofdzakelijk strategisch doel: Meer inwoners hebben financiële zekerheid en ervaren minder geldzorgen Communicatiemateriaal voor life events ontwikkelen Onderzoek doen naar 'overnemen van schulden' Andere invulling van het minimabeleid realiseren Vergroten van de bekendheid met ondersteunig in het medisch en sociaal domein Vergroten van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van schuldhulpverlening
19 Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
inhoud
3e kwartaal 4e kwartaal 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal 2024 2024 2025 2025 2025 2025
Hoofdzakelijk strategisch doel: Meer inwoners voelen zich gezonder Aansluiten bij Stichting Babyspullen Integreren van bestaanszekerheid in subsidieafspraken met subsidiepartners Ontwikkelen van een integraal trainingsprogramma over bestaanszekerheid Breder inzetten van het tussen-wal-en-schip budget als maatwerkbudget Deelnemen aan de pilot 'Wereldtandartsen' Integreren van bestaanszekerheid als speerpunt binnen bestaand beleid en projecten
Hoofdzakelijk strategisch doel: Meer inwoners hebben de zekerheid van een betaalbare en passende woonruimte Onderzoek doen naar mogelijkheden om verschillende doelgroepen voorrang te verlenen bij de toewijzing van betaalbare huur- en koopwoningen Onderzoek doen naar de mogelijkheid voor 1 time-out plek voor 1 of 2 dagen inclusief hulpverlening Evalueren van de aanpak Woonbewust en aanpassen van de werkwijze Waarborgen van het thema bestaanszekerheid in de op te stellen woonzorgvisie
20 Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
5
Risico's
21 Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
inhoud
5. Risico’s Het vergroten van bestaanszekerheid betreft een complexe opgave, waarbij sprake is van een dynamische omgeving. Dit programma biedt de mogelijkheid extra aandacht te vragen voor het vergroten van bestaanszekerheid, en hier met andere betrokkenen mogelijk te versnellen op het moment dat zich hier kansen voordoen. Tegelijkertijd zijn er risico’s en bedreigingen. De belangrijkste risico’s en bedreigingen voor het slagen van dit programma zijn de volgende: • Koers houden Met dit programma brengen we focus aan, om zo de impact te kunnen vergroten. Het is van belang dat we vasthouden aan de essentie van de veranderopgave. Dit betekent dat er keuzes gemaakt worden wat wel en niet wordt opgepakt binnen het programma. Dit kan ook gevolgen hebben voor activiteiten die vanuit de lijnorganisatie plaatsvinden. Bij de keuze voor inspanningen binnen het eerste faseplan is een afwegingskader gehanteerd. We houden koers door dit afwegingskader ook te hanteren op het moment dat er nieuwe of aangepaste verzoeken worden gedaan óf interne of externe ontwikkelingen vragen om andere keuzes. • Wantrouwen richting overheid Landelijk is sprake van een (groeiend) wantrouwen richting de overheid. Dit komt o.a. voort uit het toeslagenschandaal. Het Sociaal Cultureel Planbureau stelt dat het de uitdaging voor de overheid is om nu te luisteren naar burgers en zich betrouwbaar op te stellen.
Vertrouwen speelt een belangrijke
rol bij het behalen van onze doelen. Door het uitgaan van vertrouwen en het betrekken van ervaringsdeskundigen onderdeel te laten zijn van de leidende principes en daarmee veranderopgave van het programma, hopen we het vertrouwen richting de overheid binnen onze invloedssfeer enigszins te vergroten. • Benodigde samenwerking in veelheid partijen Veel partijen leveren een bijdrage aan het vergroten van bestaanszekerheid. Dit vraagt om een goede samenwerking en betrokkenheid. En mogelijk ook extra ambtelijke inzet voor goede afstemming met alle lokale partners. • Spanningsveld ten opzichte van rijksbeleid en maatschappelijke en economische ontwikkelingen Er is sprake van een spanningsveld tussen wat behoort tot de taken van het rijk, en waar we lokaal als gemeente invloed op kunnen uitoefenen. Wijzigingen vanuit de rijksoverheid kunnen impact hebben op dit programma. Zo zijn we nog in afwachting wat de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord gaat betekenen voor de genoemde ontwikkelingen op het vlak van bestaanszekerheid. Daarnaast zien we dat er steeds meer taken naar gemeenten
22 Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030 | Een zeker bestaan bouwen we samen
komen. Bijvoorbeeld het uitvoeren van de energietoeslag, uitkeren van leefgeld aan Oekraïense ontheemden of de hersteloperatie van het toeslagenschandaal. We hebben geen invloed op maatschappelijke ontwikkelingen en veranderingen in de economie. • Onvoldoende capaciteit De programmaorganisatie en het uitvoeren van inspanningen vragen personele inzet. Een risico hierbij is onvoldoende beschikbaarheid van medewerkers, personele wisselingen of onvoldoende kennis bij betrokken medewerkers. Door het inzetten van o.a. de programmatafels streven we naar de juiste inzet binnen het programma en aangrenzende lijnactiviteiten en wordt zo nodig bijgestuurd. • Integraal domein overstijgend werken Een grote bijdrage wordt geleverd door aandachtsgebied samenleving. Maar andere aandachtsgebieden zijn ook belangrijk bij het behalen van doelen. We moeten ervoor waken dat er onvoldoende eigenaarschap wordt gevoeld in de brede organisatie en bij andere betrokkenen. Ook onze uitvoering speelt een belangrijke rol. Zowel bij het uitvoeren van beleid als het signaleren van eventuele ontwikkelingen. Om dit risico te beheersen en de visie van het programma zo goed mogelijk uit te dragen, zoeken we aansluiting bij dat wat voor de teams concreet van belang is.
Een zeker bestaan bouwen we samen!
Programmaplan Bestaanszekerheid 2024-2030