Bijlage 1 Participatiebeleid gemeente Barneveld.pdf
Tekst van het document
Barneveld
OMGEVINGSWET
PARTICIPATIEBELEID GEMEENTE BARNEVELD 1 juli 2022
PARTICIPATIEBELEID GEMEENTE BARNEVELD VOORWOORD............................................................................................................ 3 1. INLEIDING.............................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding .................................................................................................................5 1.2 Leeswijzer..................................................................................................................5
2. AFBAKENING EN CONTEXT................................................................................ 7
2.1 Wat is participatie?....................................................................................................7 2.2 De drie participatie sporen.......................................................................................8 2.3 Wie doen er mee? .....................................................................................................9 2.4 Vertrekpunt................................................................................................................11 2.5 De Omgevingswet.....................................................................................................14
3. AMBITIE.................................................................................................................. 16 3.1 Barneveldse participatie ambitie ............................................................................16 3.2 Participatie is opgavegericht en omgevingsgericht samenwerken.....................17 3.3 Barneveldse gesprekswaarden ...............................................................................18
4. DE PARTICIPATIELEIDRAAD................................................................................ 20 4.1 Stap 1 | Randvoorwaarden voor Het goede gesprek ............................................20 4.2 Stap 2 | Het gesprekskader .....................................................................................21 4.3 Stap 3 | Het goede gesprek .....................................................................................23 4.5 Toelichting SPOOR 1: Participatie bij omgevingsplanactiviteiten........................24 4.6 Toelichting SPOOR 2: Participatie bij initiatieven van de overheid......................28 4.7 Toelichting SPOOR 3: Participatie bij initiatieven van inwoners...........................29
5. BIJLAGEN............................................................................................................... 31 Bijlage 1: Borging participatiebeleid in de organisatie................................................31 Bijlagen 2-3-4: Participatie handleiding........................................................................31 Bijlage 5: Participatie Inspiratiegids .............................................................................31
6 LITERATUUR.......................................................................................................... 32
2
“
VOORWOORD Barneveld is trots op de manier waarop inwoners naar elkaar
Ongeacht of de initiatiefnemer nu de gemeente, een inwoner
omkijken, de sociale samenhang in Barneveld is groot. We
of een ondernemer is. Participeren moet van meerwaarde
zien kansen om deze kracht van Barneveld in te zetten voor de
zijn voor zowel de initiatiefnemer als de omgeving. Meer
uitdagende opgaven van vandaag en morgen. Participatie leert
participatie betekent niet automatisch meer waarde. Voor de
ons wat er speelt en leeft in onze samenleving. Het zorgt voor
kleinere opgaven, denk bijvoorbeeld aan een nieuwe dakkapel,
contact en verbinding. Mits op de goede manier ingezet.
is het goed informeren van buren meestal voldoende. Maar de
Voor succesvolle participatie is het belangrijk om van tevoren te weten wat we van elkaar mogen verwachten. Dat we
buren laten meedenken over de dakkapel hoeft vaak niet. De mate van participatie hangt af van de situatie.
luisteren en elkaar proberen te begrijpen, ook wanneer we het oneens zijn. Participatie gaat over de het goede gesprek tussen de gemeente en haar inwoners. Over onze gezamenlijke
GARDEREN
omgeving en de daarbij horende veranderingen. Ieder gesprek is daarin uniek. Dit maakt participatie leuk, verrassend, soms spannend en uitdagend maar bovenal van grote meerwaarde. Maar hoe zetten we gezamenlijk deze kracht bewuster in voor de uitdagende opgaven van vandaag en morgen? We gaan met elkaar in gesprek, het liefst zo vroeg mogelijk. Het participatiebeleid geeft daarvoor handvatten en richting. Het
VOORTHUIZEN ZWARTEBROEK
STROE
KOOTWIJK
TERSCHUUR
biedt duidelijkheid over de inspanning die we verwachten van
KOOTWIJKERBROEK
initiatiefnemers om in gesprek te gaan met de omgeving.
BARNEVELD DE GLIND
3
Het participatiebeleid geeft inzicht en handvatten om per
Tot slot vinden we het allerbelangrijkste dat participatie
situatie te bepalen welke mate van participatie het beste
altijd wordt ervaren als een goed gesprek. Ook als het
past. Want participatie is altijd maatwerk, er bestaat geen
om een lastige of vervelende keuze gaat. Dit doen we
blauwdruk.
door goed te luisteren naar elkaars behoeften, duidelijke
Ook zonder participatiebeleid ontwikkelt de netwerksamenleving zich gestaag door. De rol van de gemeentelijke overheid verandert. We zijn niet langer alleen beleidsmaker en beleidsregisseur; we ontwikkelen ons tot één van de partners in de netwerksamenleving. Participatie gaat daarbij de komende jaren een nadrukkelijkere rol spelen in onze democratische
kaders te stellen en daarbinnen samen te zoeken naar de beste oplossingen. We hebben zin om de dynamisch kracht van de Barnevelders te verbinden om de opgaven van vandaag en morgen samen aan te gaan. We gaan voor duurzame relaties. We streven na dat alle deelnemers van het goede gesprek na afloop zeggen: “Ik ben blij met Barneveld”.
besluitvorming. Wij zien dat als een verrijking en aanvulling op de besluitvorming zoals we die kennen. Als gemeente dragen we de verantwoordelijkheid om hierbij het algemeen belang en onze democratische waarden niet uit het oog te verliezen. Ook dat is onderdeel van het participatiebeleid. Het zijn grote veranderingen waar ook de komende
Namens het college, Wethouder André van de Burgwal (Omgevingswet en burgerparticipatie)
jaren ruimte voor nodig is om te blijven leren. Het is een leerproces voor iedereen. En als gemeente nemen we graag het voortouw, geven we het goede voorbeeld en
Wethouder Bennie Wijnne
ondersteunen we initiatiefnemers.
(Omgevingswet en ruimtelijke ordening)
4
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING
De Omgevingswet De komst van de Omgevingswet is een belangrijke aanleiding voor het maken van integraal participatiebeleid. De Omgevingswet is een grote stelselherziening. Het brengt de vele wetten en regels die gaan over onze fysieke leefomgeving onder in één samenhangende wet: de Omgevingswet. Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Het doel van participatie is de samenleving vroegtijdig te betrekken bij het maken van keuzes over onze leefomgeving. De Omgevingswet geeft aan op welke momenten participatie moet plaatsvinden, maar zegt niets over “hoe” de participatie moet worden vormgegeven. Hiermee ontstaat de behoefte aan beleid, dat antwoord geeft op de vraag: hoe willen we in de gemeente Barneveld met elkaar participeren? We grijpen deze kans aan om een eenduidig participatiebeleid en werkwijze te ontwikkelen. Ontwikkeling netwerksamenleving en de veranderende rol overheid De tweede belangrijke aanleiding voor het opstellen van participatiebeleid is de algemene ontwikkeling naar een netwerksamenleving. In deze ontwikkeling verandert de rol van de gemeente van een hiërarchische en statische naar een meer dynamische rol. Daarmee ontstaan nieuwe rolverdelingen en vraagstukken hierover. In de Strategische Visie ‘Barneveld 2030’ is beschreven hoe wij als gemeente in deze ontwikkeling
willen meebewegen. We zetten in op het uitbouwen van de netwerksamenleving. Centraal hierin staat de gedachte “Zelf – Samen – Gemeente”. Dit houdt in dat we als gemeente de samenleving in staat stellen zelf verantwoordelijkheid te dragen en zelfredzaam te zijn, eventueel met behulp van de omgeving. Het participatiebeleid volgt deze gedachte, de verantwoordelijkheid voor het participatieproces ligt bij de initiatiefnemer. De gemeente zal in de netwerksamenleving vaker een adviserende rol en faciliterende rol innemen. Een eenduidige aanpak is gewenst, want we vinden het belangrijk dat het voor inwoners in een vooraf helder is wat zij kunnen verwachten van een participatieproces. Het participatiebeleid is eenduidig en tegelijkertijd flexibel, het helpt alle initiatiefnemers om te komen tot een weloverwogen participatie aanpak.
1.2
LEESWIJZER
Het voor u liggende participatiebeleid is een kader om eenduidig met participatie aan de slag te gaan. Het is gebaseerd op eerder opgestelde notities en onderzoeken over participatie in de gemeente Barneveld. Een overzicht van deze documenten vindt u in de Literatuurlijst. Het doel van dit beleid is om context, inzicht en duidelijkheid te geven aan initiatiefnemers en alle betrokkenen in participatieprocessen in onze gemeente. Sommige onderdelen kunnen voor u als vanzelfsprekend over komen, of informatie
5
en uitleg bevatten die voor u onbelangrijk is. In alle gesprekken die zijn gevoerd omtrent het participatiebeleid bleek dat participatie op vele verschillende manieren kan worden gezien en ingezet. Daarom beschrijft hoofdstuk 2 de context waarbinnen dit beleid is opgesteld. Dat begint met een afbakening en een indeling van het begrip participatie in drie sporen. En een definitie van de deelnemers in een participatieprocessen. Daarna is de Barneveldse context beschreven. Wat is ons vertrekpunt, hoe participeren we nu in Barneveld? Gevolgd door de kaders die er zijn vanuit de invoering van de Omgevingswet. Vervolgens is in hoofdstuk 3 onze ambitie geformuleerd. Wat willen we met dit participatiebeleid in Barneveld bereiken? Welke waarden streven we na wanneer we in gesprek gaan met onze omgeving? En wat is onze visie op de Participatieladder? Hoofdstuk 4 geeft antwoord op de vraag hoe we dit in Barneveld gaan aanpakken. We introduceren de Participatieleidraad die initiatiefnemers helpt om participatie
succesvol in te zetten. Het zorgt ervoor dat de rollen voor iedereen duidelijk zijn. Wat dit betekent voor de aanpak op de drie verschillende sporen is ook in dit hoofdstuk beschreven. Voor ieder spoor wordt verwezen naar de Participatiehandleiding. Dat is een praktische samenvatting van de Participatieleidraad met duidelijke stappen en tips gericht aan de initiatiefnemer. Deze handleidingen zijn te vinden in de bijlagen. Daarnaast is er ook een Participatie Inspiratiegids. Deze gids bevat participatiemethoden, tips en inspirerende voorbeelden. Tot slot wordt in de bijlagen de organisatorische context en de benodigde organisatorische ontwikkeling in beeld gebracht. Met enkel het participatiebeleid halen we onze ambities niet. We zullen moeten investeren in onszelf en elkaar. We doen het stap voor stap. We beginnen gelukkig niet bij nul. Het participatiebeleid sluit aan bij een organisatie veranderopgave die reeds in gang is gezet. Omdat we graag laten zien hoe participatie hierop aansluit zijn de aanbevelingen opgenomen in de bijlage 1.
6
2
AFBAKENING EN CONTEXT Participatie is een containerbegrip dat op vele manieren kan worden gezien. We beginnen het participatiebeleid daarom om met een aantal belangrijke definities en een afbakening.
2.1
WAT IS PARTICIPATIE?
Participatie gaat in essentie over meedoen. Meedoen vinden we belangrijk om vele redenen. Meedoen kan een goed gevoel geven omdat u een positieve bijdrage kunt leveren. Meedoen kan zorgen voor een gevoel van erbij horen. Meedoen kan uit interesse en zorg voor de omgeving en elkaar. Het draagt bij om elkaar beter te begrijpen. Kortom meedoen heeft meerwaarde. Het participatiebeleid is erop gericht dat initiatiefnemers de beoogde meerwaarde en het doel vooraf duidelijk stellen. En dat zij helder communiceren over de verwachtingen van het participatieproces en rol van de deelnemers daarin. Meedoen kan op vele manieren. In het sociaal domein is participatie erop gericht dat iedereen waardig mee kan doen in de maatschappij. Politieke participatie gaat over hoe je invloed kan hebben op de politiek. In het fysieke domein is participatie erop gericht om de omgeving op tijd te betrekken bij veranderingen in de leefomgeving. In het participatiebeleid kijken we breder. Participatie gaat over het vroegtijdig betrekken van de netwerksamenleving over een bepaalde opgave of initiatief. Participatie gaat over hoe we samenwerken bij het maken en uitvoeren van plannen. En hoe we ‘Het goede gesprek’ met elkaar voeren. Dit beleid richt zich vooral op participatie bij het maken van plannen, voordat de besluitvorming plaatsvindt. Maar participatie is net zo belangrijk bij het uitvoeren van plannen.
Ook dan is het zinvol om de omgeving te betrekken. Hierbij kan ook het stappenplan uit dit beleid gevolgd worden.
7
2.2 DE DRIE PARTICIPATIE SPOREN
sporen bieden structuur aan het beleid. Ieder spoor vraagt om eigen benadering en toelichting. Het goede gesprek is wat de drie sporen verbindt. Voor ieder spoor en initiatief is het goede gesprek met elkaar onmisbaar om samen juiste stappen te zetten in de uitdagende opgaven van vandaag en morgen.
De afbakening maken we met behulp van drie definities, waarmee we participatie opdelen in drie sporen. De sporen lopen allemaal naar hetzelfde eindstation: een democratisch besluit. De drie
DEMOCRATISCH BESLUIT SPOOR 1
SPOOR 2
SPOOR 3
Participatie bij omgevingsplanactiviteiten
Participatie bij initiatieven van de overheid
Participatie bij initiatieven van inwoners
“Dit gaat over het betrekken van de omgeving bij initiatieven en plannen met een ruimtelijke impact.”
“Dit is de manier waarop de gemeente met de inwoners samenwerkt bij de ontwikkeling, uitvoering of evaluatie van beleid.”
“Dit is de manier waarop de gemeente samenwerkt met inwoners of ondernemers met een initiatief.”
Plan van de initiatiefnemer
Initiatief van de gemeente
Initiatief van inwoner(s)
Gemeente als adviseur
Inwoner als deelnemer
Overheid als deelnemer
Gedacht vanuit concreet plan/realisatie
Gedacht vanuit visie, beleid of beleidsuitvoering
Gedacht vanuit kansen en wensen
8
2.3
WIE DOEN ER MEE?
In ieder participatieproces hebben de deelnemers een bepaalde rol. Deze rol is niet altijd hetzelfde. Het participatiebeleid is erop gericht om de rol per geval vroegtijdig te bepalen. De initiatiefnemers De initiatiefnemer neemt het initiatief voor Het goede gesprek met de omgeving en is verantwoordelijk voor het participatieproces. De initiatiefnemer kan zowel de gemeente Barneveld zelf zijn (SPOOR 2) als een inwoner of ondernemer (SPOOR 1 en 3). De initiatiefnemer bepaalt zelf wie er deelnemen aan Het goede gesprek. Het vooraf bepalen wie er deelnemen en welke rol zij hebben is een grote verantwoordelijkheid. In de besluitvorming zal door het bevoegd gezag goed worden gekeken naar de verschillende belangen. Indien het bevoegd gezag geen goed beeld krijgt van de verschillende belangen, kan er geen (goed) besluit worden genomen en wordt de besluitvorming mogelijk vertraagd. De initiatiefnemer communiceert duidelijk richting de deelnemers wat hun rol is in het proces en wat zij kunnen verwachten. Voor de besluitvorming geeft de initiatiefnemer aan wat de deelnemers hebben ingebracht en wat er met deze opbrengst is gedaan. De Participatieleidraad is er om de initiatiefnemer hierbij te helpen (zie hoofdstuk 4). De deelnemers De deelnemers van het participatieproces zijn inwoners, ondernemers, bedrijven, onderwijsinstellingen, ketenpartners,
verenigingen en andere maatschappelijke organisaties. Wanneer participatie plaatsvindt in SPOOR 1 en SPOOR 3 kan de gemeente ook deelnemer zijn. Participatie is er om goede ideeën, inzichten en de belangen van deelnemers op te halen. We verwachten ook van de deelnemers dat zij zich houden aan de Barneveldse gesprekwaarden. We blijven naar elkaar luisteren en hebben begrip voor elkaars standpunten. De inbreng van de deelnemers kan leiden tot betere plannen met meer steun. Participatie moet daarvoor wel vroegtijdig plaatsvinden, op het moment dat er nog iets te kiezen is en ruimte is voor meningen en ideeën. Dit wil overigens niet altijd zeggen dat alle ingebrachte meningen en ideeën overgenomen worden. Dat hangt onder andere af van de rol die de deelnemers in het proces hebben. De participatieladder is er om de rol van de deelnemers duidelijk te communiceren (zie paragraaf 3.4). Meedoen kan in allerlei vormen van (digitale) participatie, zoals meedenksessies, enquêtes, informatieavonden, webinars. Naast participatie blijven de gebruikelijke inspraakmogelijkheden bestaan voor zowel de deelnemers als belanghebbenden die niet hebben deelgenomen. Denk daarbij aan het indienen van zienswijzen of het maken van bezwaar en beroep. Deze inspraakmogelijkheden vinden pas plaats na afloop van het participatieproces.
De beslissers (het bevoegd gezag) Wat is de verhouding van de beslissers ten opzichte van de deelnemers en de initiatiefnemers? Participatie is ook het zoeken naar de juiste balans in de verhouding tussen de representatieve
9
democratie: de gekozen volksvertegenwoordiging en de participatieve democratie: de betrokkenheid en invloed van initiatiefnemers en deelnemers. Het participatiebeleid is er om die betrokkenheid en de invloed vooraf te bepalen en de meerwaarde van participatie te benutten voor betere besluitvorming. Het uiteindelijke besluit is en blijft altijd aan de beslissers (Notitie Participatie in Barneveld, 2019). De gemeenteraad De gemeenteraad vormt het algemeen bestuur en heeft vier verschillende rollen gedurende een participatieproces: •
Kaderstellend: vaststellen van kaders voor het participatietraject doormiddel van beleid.
•
Controlerend: voldoet het participatieproces en de participatieopbrengst aan het Participatiebeleid?
•
Beslissend: er wordt in de afweging altijd gekeken naar het algemeen belang. De participatie is onderdeel van die afweging.
•
Verbindend: uitleggen aan de samenleving hoe de afweging is gemaakt. De gemeenteraad organiseert daarnaast ook zelf mogelijkheden om in gesprek te gaan met inwoners.
het participatiebeleid (SPOOR 2). Het college consulteert de gemeenteraad over het gesprekskader (zie hoofdstuk 4) indien het initiatief aan een van onderstaande voorwaarden voldoet: •
Het betreft een buitenplanse omgevingsplanactiviteit met adviesrecht voor de gemeenteraad én een participatieverplichting (zie paragraaf 4.5).
•
Het beleid- of projectinitiatief (SPOOR 2) scoort hoger dan 4 op de Participatieladder (zie paragraaf 4.2) en het college kiest voor de trede meebepalen | co-creatie (zie paragraaf 3.4). Het college consulteert de gemeenraad over het gesprekskader via een startnotitie.
Het college van burgemeester en wethouders Het college is als dagelijks bestuur verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid en de voorbereiding van de besluitvorming die hieruit voortkomt. Het college is in beginsel als ‘initiatiefnemer’ verantwoordelijk voor het opvolgen van
10
2.4
VERTREKPUNT
IN DE GEEST VAN DE OMGEVINGSWET
VAN Doen wat is afgesproken Toetsen van plannen Sturen Plannen maken Sectoraal Overheid Toetsen op criteria Nee, mits
NAAR Doen wat de bedoeling is Stimuleren van initiatieven Dienen Plannen mogelijk maken Integraal Samenleving Wegen op waarden Ja, tenzij
Voordat we ingaan op hoe we in de toekomst gerichter en eenduidiger participeren, staan we stil bij de vraag: hoe participeren we nu? Participatie is niet nieuw in de gemeente Barneveld en we werken al een aantal jaren in de geest van de Omgevingswet. Vanuit het ‘ja, tenzij’ principe hebben we inmiddels veel ervaring opgedaan en lessen geleerd in het oplossingsgericht samenwerken. We zien dat participatie meerwaarde heeft. De manier waarop is vaak een zoektocht. Dit is niet gek, want participatie is altijd maatwerk en dat zal ook zo blijven.
VERTREKPUNT SPOOR 1: PARTICIPATIE BIJ EEN VERGUNNINGAANVRAAG EN BESTEMMINGSPLAN WIJZIGING Op dit moment adviseert de gemeente Barneveld initiatiefnemers om buren en belanghebbenden vroegtijdig te
informeren of te betrekken bij hun plan. Vergunningaanvragen die passen binnen het bestemmingsplan kunnen direct worden aangevraagd bij het Omgevingsloket. Voor complexere aanvragen is een vooronderzoek en/of planatelier mogelijk waarin de initiatiefnemer inhoudelijk advies kan vragen. Participatie is geen expliciet onderdeel of onderwerp van het vooronderzoek. Het vooronderzoek en planatelier verandert onder de Omgevingswet naar de Intake- en Omgevingstafel waar de participatie als indieningsvereiste of verplichting wordt besproken. Inspraak procedure (voorfase) Voor het maken en wijzigen van ruimtelijke plannen kan het bevoegd gezag (gemeenteraad) nu besluiten inspraak te verlenen op het voorontwerp (inspraakverordening). Dit kan worden gezien als participatie in de voorfase. De Omgevingswet legt straks meer nadruk op participatie in de voorfase. De Inspraakverordening wordt daarom vervangen door een Participatieverordening. De Participatieverordening is een juridische vertaling van het participatiebeleid. Bezwaren periode (als onderdeel van besluitvorming) Voordat het plan wordt vastgesteld ligt het ontwerp ter inzage en is het mogelijk om zienswijze in te dienen. Op basis van de zienswijze wordt het plan aangepast en uiteindelijk volgt een vaststelling of weigering. Hierna volgt er een openbare publicatie van het besluit.
Bij besluit wordt een bezwarenperiode meegeven waarin belanghebbenden de mogelijkheid hebben om tegen het besluit in beroep gaan. Deze procedures veranderen met de komst van de Omgevingswet niet.
11
VERTREKPUNT SPOOR 2: PARTICIPATIE BIJ INITIATIEVEN VAN DE OVERHEID De weg naar meer invloed en betrokkenheid van inwoners op het gemeentelijke beleid is in Barneveld reeds ingeslagen. In 2015 is in de Nota Communicatiebeleid de term ‘interactieve beleidsvorming’ geïntroduceerd. Een recentelijk voorbeeld van inwonerparticipatie is het uitgebreide participatieproces rondom de nieuwe Barneveldse Omgevingsvisie. Nog een voorbeeld en ook erg relevant voor het participatiebeleid is de nieuwe organisatievisie: Blij met Barneveld (2018). In deze visie wordt voor de komende jaren richting gegeven aan de verdere organisatieontwikkeling van de gemeentelijke organisatie. Voorop staat dat de gemeente iedere dag van betekenis wil zijn voor de Barneveldse samenleving. Daarvoor staan in het dagelijks handelen de kernwaarden gastvrij, ondernemend, verbindend en wendbaar centraal. Deze visie is tot stand gekomen in samenwerking met een vertegenwoordiging van inwoners, ondernemers, raadsleden en verschillende externe samenwerkingspartners en wordt ook als basis gebruikt voor dit participatiebeleid (zie hoofdstuk 3). Om te leren van de reeds uitgevoerde participatietrajecten zijn er een viertal participatietrajecten onderzocht (MM2 Onderzoek & Advies, 2019). De belangrijkste conclusies van dat onderzoek zijn: 1. “Ga meer planmatig te werk”; 2. “Borg de voortgang in de organisatie”.
Bij planmatig werken hoort ook sturing op tijd. Een van de aanbevelingen was daarom ook: “Houd bij participatie rekening met de factor tijd”. Participatie kost tijd, we moeten ons bewust zijn dat participatie tijd vraagt van zowel de deelnemers als de initiatiefnemers. Daarom is dit meegenomen als een van de randvoorwaarden in de Participatieleidraad (zie hoofdstuk 4).
VERTREKPUNT SPOOR 3: PARTICIPATIE BIJ INITIATIEVEN VAN INWONERS Aan inwonersinitiatieven in Barneveld geen gebrek. Een sprekend voorbeeld zijn de dorpsplannen. De dorpsplannen worden lokaal door inwoners gemaakt waarbij inwoners op eigen initiatief met elkaar het gesprek voeren over wat zij belangrijk vinden voor hun dorp. Er worden ook zaken besproken waarvoor de gemeente Barneveld een verantwoordelijkheid draagt. En zaken waar inwoners steun of een besluit van de gemeente voor nodig hebben. Er ontstaat de vraag: hoe kan de gemeente Barneveld deelnemen (participeren) in deze dorpsplannen? Het lastige is dat hier niet één antwoord op mogelijk is. Ook hiervoor geldt dat het altijd gaat om maatwerk. Participatie bij initiatieven van inwoners past goed in de Barneveldse visie en ambitie en zullen daarom in de toekomst een belangrijke rol hebben in het omgevingsgericht samenwerken (zie hoofdstuk 3). Verordening Burgerinitiatief Barneveld Inwoners kunnen via het Burgerinitiatief een initiatief agenderen bij de gemeenteraad, dat gaat over het maken of verbeteren
12
van beleid. Het initiatief wordt in behandeling genomen wanneer er tenminste 200 handtekeningen zijn opgehaald (dit mag digitaal). Deze mogelijkheid blijft bestaan en wordt opgenomen in de nieuwe Participatieverordening. Right to Challenge Sinds 2017 hebben inwoners via Right to Challenge (uitdaagrecht) de mogelijkheid de gemeente uit te dagen om uitvoerende taken van de gemeente over te nemen als zij denken dat het anders, beter, slimmer en/ of goedkoper kan. Met het Right to Challenge verandert de relatie tussen gemeente en inwoners naar de relatie opdrachtgever-opdrachtnemer. Dit is wezenlijk anders dan co-creatie, waarbij de initiatiefnemer en belanghebbenden samenwerken en beide partijen bepalend zijn voor de opbrengst. Voorbeelden van taken die overgenomen kunnen worden bij Right to Challenge zijn het onderhouden van de openbare ruimte of het organiseren van lokaal vervoer en ondersteuning aan huis. Het uitdaagrecht is bedoeld voor de inwoners (ingezetenen) en moet bijdragen aan een maatschappelijke opgave. Het uitdaagrecht is er niet voor particulier belang. ZZP’ers en ondernemers zijn daarom uitgesloten van het uitdaagrecht. Tenzij zij een rol als inwoner innemen.
13
2.5
DE OMGEVINGSWET
Een belangrijke aanleiding voor participatiebeleid is de naderende invoering van de Omgevingswet. De Omgevingswet is een grote stelselherziening. Het brengt de vele wetten en regels die gaan over onze fysieke leefomgeving onder in één samenhangende wet: de Omgevingswet. Daaronder valt alles wat we nodig hebben om te leven, wonen, werken, studeren en recreëren. De Omgevingswet is er om een gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te realiseren en in stand te houden. Met deze wetswijziging heeft de wetgever (het Rijk) vier verbeterdoelen: 1. Duidelijke en simpelere regels 2. De leefomgeving centraal stellen 3. Meer ruimte voor lokale initiatieven 4. Snellere besluitvorming Participatie draagt bij aan het behalen van deze verbeterdoelen. De nieuwe Omgevingswet gaat de druk van regels en protocollen verminderen. Hierdoor zal er meer ruimte ontstaan voor lokale initiatieven. De integrale leefomgeving staat daarbij centraal. Inwoners en initiatiefnemer zijn de experts van hun eigen leefomgeving, en daarmee onmisbaar voor een integrale benadering. Het vraagt ons om regels soms los te laten, waardoor er ruimte ontstaat om oplossingsgericht aan de slag te gaan met de gezamenlijke opgaven. Het omarmen van initiatieven vraagt om vertrouwen en een sterk gedeelde visie, opgaven en doelen.
De rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet anders. De gemeenteraad stelt kaders vast, en het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor de uitvoering binnen die kaders. Ook onder de Omgevingswet blijft het college het bevoegde gezag voor de omgevingsvergunningen. In de Omgevingswet wordt vastgelegd dat voor het gebruik van instrumenten uit de Omgevingswet de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor de motivering van de participatie in de voorfase (zie tabel 1). Voor de beleidsinstrumenten zoals de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma en het Omgevingsplan is de gemeente Barneveld zelf initiatiefnemer (SPOOR 2). De motiveringsplicht uit de Omgevingswet stelt dat de gemeente Barneveld in de besluitvorming moet motiveren hoe zij heeft voldaan aan haar eigen participatiebeleid. Voor de gemeente Barneveld is dit niet nieuw. Met interactieve beleidsvorming hebben we hier al ruime ervaring mee. We vertrekken dus niet vanaf nul. Toch maken we graag van de gelegenheid gebruik om het betrekken van inwoners bij de beleidscyclus en de werkwijzen in het voorliggende participatiebeleid aan te scherpen en vast te leggen. We passen het participatiebeleid niet alleen toe op de instrumenten van de Omgevingswet.
Het participatiebeleid is van toepassing op de gehele beleidscyclus (fysiek en sociaal).
14
TABEL 1. INSTRUMENTEN OMGEVINGSWET Instrument
Regels
Participatiebeleid
Verantwoordelijk
Waar staat het
Omgevingsvisie
Motiveringsplicht: het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de opbrengsten daarvan zijn.
De gemeente voert als initiatiefnemer Het goede gesprek met inwoners en gebruikt daarvoor de Participatieleidraad
Bevoegd gezag
Omgevingsbesluit (art. 10.7)
Omgevingsprogramma
Motiveringsplicht: het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn.
De gemeente voert als initiatiefnemer Het goede gesprek met inwoners en gebruikt daarvoor de Participatieleidraad
Bevoegd gezag
Omgevingsbesluit (art. 10.8)
Omgevingsplan
Het bevoegd gezag geeft bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen aan hoe het de participatie vormgeeft. Motiveringsplicht: het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn.
De gemeente voert als initiatiefnemer Het goede gesprek met inwoners en gebruikt daarvoor de Participatieleidraad
Bevoegd gezag (B&W gemeente)
Omgevingsbesluit (art. 10.2, eerste lid) Omgevingsbesluit (art. 10.2, tweede lid)
Omgevingsvergunning
Participatie als indieningsvereiste: De initiatiefnemer geeft aan of en zo ja hoe hij/zij aan participatie heeft gedaan. Participatieplicht: De gemeenteraad stelt participatie verplicht voor een aantal “buitenplanse” activiteiten
De initiatiefnemer voert Het goede gesprek met de omgeving (belanghebbenden) en kan daarbij gebruik van de Participatieleidraad
Initiatiefnemer
Omgevingswet (art. 16.55) en de Omgevingsregeling.
15
3
AMBITIE
Nu de context helder is, is de vraag: wat willen we met dit participatiebeleid in Barneveld bereiken. Welke waarden streven we na wanneer we in gesprek gaan met onze omgeving? En wat is onze visie op de Participatieladder?
3.1
BARNEVELDSE PARTICIPATIE AMBITIE
De gemeente Barneveld wil haar inwoners en samenwerkingspartners uitnodigen om mee te doen. Participatie is de manier waarop we vroegtijdig met elkaar in gesprek zijn en samenwerken. Deze gesprekken zijn nodig om samen te bepalen wat onze gedeelde opgaven en ambities zijn. Om deze vervolgens samen te realiseren. De opgaven waar we voor staan, denk bijvoorbeeld aan de energietransitie, zijn groot en vaak complex. Voor deze opgaven is er niet één partij met de beste oplossing. Participatie gaat over de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor deze opgaven in onze leefomgeving. We moeten daarin blijven samenwerken. We weten soms nog niet wat de beste oplossing is, en werken daarom vanuit de bedoeling. Stap voor stap zoeken we samen naar win-win situaties. We zoeken in Het goede gesprek naar verbinding. Het goede gesprek is niet eenmalig. We bouwen in Het goede gesprek aan duurzame relaties en de netwerksamenleving. Iedere opgave, ieder mens en ieder gesprek is anders. Het is onze ambitie om per situatie te zoeken naar de best passende participatie. Een hogere trede op de Participatieladder (zie paragraaf 3.4) is zeker niet altijd beter. Het gaat om de juiste trede die bij de situatie past.
participatie bij de initiatiefnemer. Het is aan de initiatiefnemer om te komen tot de best passende aanpak. De Participatieleidraad (zie hoofdstuk 4 en bijlagen 2, 3 en 4) en Inspiratiegids (zie bijlage 5) bieden handvatten. Als gemeente Barneveld zijn wij geregeld zelf de initiatiefnemer en daarin geven wij altijd het goede voorbeeld. Juist omdat participatie altijd maatwerk is volgen we consequent de leidraad. Op die manier blijven we betrouwbaar en voorspelbaar en zijn we in staat duidelijk te communiceren over de kaders van Het goede gesprek. We houden ons in Het goede gesprek aan onze kernwaarden en uitgangspunten. Tot slot volgen we de nieuwe koers die de gemeente Barneveld met de komst van de Omgevingswet heeft uitgezet (KOERS Omgevingswet, 2021). Deze koers geeft richting aan hoe we de komende jaren in Barneveld gaan samenwerken aan onze leefomgeving.
ONZE KOERS We werken opgave- en oplossingsgericht, waarbij de behoefte van de samenleving centraal staat. We noemen dat “omgevingsgericht samenwerken”. We zorgen dat we goed, snel en flexibel kunnen inspelen op vragen en initiatieven van “buiten”, met een heldere en eenduidige toedeling en toeeigening van verantwoordelijkheden. (KOERS Omgevingswet, 2021)
Onder het motto “Zelf – Samen – Gemeente” (Strategische Visie ‘Barneveld 2030’, 2016) laten we de verantwoordelijkheid voor de
16
3.2
PARTICIPATIE IS OPGAVEGERICHT EN OMGEVINGSGERICHT SAMENWERKEN
•
De omgevingsvisie geeft richting welke thema’s en gemeenschappelijke opgaven prioriteit hebben.
•
We bieden mogelijkheden en faciliteren inwonersinitiatieven die bijdragen aan de gemeenschappelijke en lokale opgaven.
•
We voeren gesprekken met en in het gebied en weten wat er speelt. We zoeken invulling voor de lokale behoeften.
•
We zetten ons in voor de opgaven en de leefomgeving waar inwoners van dat gebied blij van worden. Dat kunnen fysieke opgaven zijn, maar ook niet-fysieke opgaven die in de samenleving spelen.
•
We zoeken in participatietrajecten bewust naar de ‘lokale kennis’. Dit is waardevolle en onmisbare kennis om creatieve oplossingen te vinden voor complexe (niet sectorale) opgaven.
•
We weten per gebied hoe de inwoners graag worden betrokken. We gebruiken dit om de participatie en communicatie per gebied op maat te maken.
•
We voeren in samenwerking ook regionaal goede gesprekken. Sommige opgaven zijn te complext of te groot om alleen op te lossen.
17
3.3
DE BARNEVELDSE GESPREKSWAARDEN
De Barneveldse participatie ambitie gaat in op het algemeen belang en het doel van participatie. Daarnaast hebben we vanuit onze kernwaarden (Organisatievisie, 2019) een aantal vaste gesprekswaarden opgesteld voor Het goede gesprek.
GASTVRIJ Gesprekswaarde: Het goede gesprek voeren we gastvrij • We zijn gastvrij, iedereen is welkom, want iedereen is de expert van zijn of haar leefomgeving. • We zoeken in Het goede gesprek naar de verschillende belangen. Ook als de belangen sterk verschillen blijven we altijd met elkaar in gesprek. • We communiceren klantgericht, open, helder en duidelijk. ONDERNEMEND Gesprekswaarde: Het goede gesprek voeren we vanuit de bedoeling • We zijn duidelijk over de opgave en het doel en zijn oplossingsgericht. • We faciliteren inwonersinitiatieven die positief bijdragen aan de maatschappelijke opgaven (beleid). VERBINDEND Gesprekswaarde: Het goede gesprek versterkt de democratie • Het goede gesprek is gericht op het zoeken naar wat ons verbindt. • We zijn betrouwbaar. We vertellen wat we gaan doen, waarom we dat gaan doen en doen dat dan ook. • We communiceren duidelijk over het gesprekskader en trede op de participatieladder. • We nemen na Het goede gesprek besluiten op democratische wijze, en dat blijft zo. Het bevoegd gezag luistert en neemt de opbrengst van Het goede gesprek mee in haar afweging. Daarbij laten we duidelijk weten wat er met de inbreng is gedaan en hoe dat is betrokken in de uiteindelijke afweging voor een besluit. • Het goede gesprek versterkt de vertrouwensrelatie en verkleint de afstand tussen het bestuur, inwoners en andere belanghebbenden.
WENDBAAR Gesprekswaarde: Het goede gesprek is vormvrij • We gaan voor de best passende vorm en gebruiken daarvoor de Participatieleidraad (zie Hoofdstuk 4). De participatievorm volgt altijd het gespreksdoel. • We sturen tussentijds bij, vragen of bieden advies daar waar nodig.
18
3.4
DE PARTICIPATIELADDER
De Participatieladder is er om verwachtingen en de beoogde samenwerking vroegtijdig vast te leggen. De Participatieladder helpt om hierover duidelijk over te communiceren. De Participatieladder gaat over de invloed van de deelnemers op de opbrengst van het MEEBEPALEN | CO-CREATIE participatieproces. Hoe hoger ROL: MEDEBEPALEND IN DE OPBRENGST de participatietrede, hoe meer Doel: samen doen door co-creatie invloed de deelnemers hebben op de opbrengst en daarmee het voorgestelde besluit. In de MEEWERKEN | ADVISEREN regel geldt ook: hoe groter de ROL: ADVISEUR (MEERDERE MOMENTEN) IN HET PROCES betrokkenheid, hoe groter de Doel: verdiepen door dialoog verwachtingen bij deelnemers over hun invloed op de MEEDENKEN | RAADPLEGEN opbrengst en het besluit. ROL: RESPONDENT VOOR VRAAGSTUK Doel: inventariseren door vraag en antwoord
Daarnaast helpt het gebruik van de Participatieladder de MEEWETEN | INFORMEREN beslissers (bevoegd gezag) ROL: INFORMANT EN TOESCHOUWER om de opbrengst van Het Doel: informeren met eenzijdige communicatie goede gesprek achteraf op Figuur 1: De Participatieladder waarde te kunnen schatten. De Participatieladder gaat over verschillende gradaties van meedoen en heeft daarom de vier treden van ‘mee’. De initiatiefnemer is altijd de trekker van het Participatieproces. De Participatieladder is er om duidelijke te communiceren wat per trede de rol is van de deelnemers en wat het doel is van Het goede gesprek (zie figuur 1: De Participatieladder).
MEEBEPALEN | CO-CREATIE Initiatiefnemer en deelnemers werken samen in co-creatie. De deelnemers zijn binnen het gesprekskader medebepalend voor de opbrengst. Doel is om te komen tot één gezamenlijke opbrengst en voorstel. Dit is de hoogste trede op de Participatieladder. Hierbij kan gedacht worden aan een werkgroep die mag meebepalen in de uitkomst. MEEWERKEN | ADVISEREN De initiatiefnemer vraagt deelnemers om mee te werken en zoekt verdieping in Het goede gesprek. Met als doel kwalitatief beter beleid of een kwalitatief beter plan. Een voorbeeld hiervan is een werkgroep die de initiatiefnemer adviseert. MEEDENKEN | RAADPLEGEN De initiatiefnemer vraagt de deelnemers om mee te denken over de opgave en de oplossingen. De initiatiefnemer inventariseert daarmee meningen, standpunten, ervaringen en ideeën. Op basis hiervan kan de initiatiefnemer een betere afweging maken en beter besluit aan college of raad voorleggen. Een voorbeeld van raadplegen is een enquête. MEEWETEN | INFORMEREN De initiatiefnemer informeert de deelnemers, de initiatiefnemer biedt hiermee de mogelijkheid om vragen te stellen of te reageren. Dit is de laagste trede op de ladder. Een voorbeeld hiervan is een informatieavond.
19
4
DE PARTICIPATIELEIDRAAD De kern van de leidraad is Het goede gesprek. De Participatieleidraad is een praktische handreiking voor alle initiatiefnemers om Het goede gesprek voor te bereiden en uit te voeren. Het zorgt ervoor dat de rollen en het doel voor iedereen duidelijk zijn. Het maakt het kader van Het goede gesprek scherp en helpt om verwachtingen te managen. De leidraad maakt het mogelijk altijd te gaan voor het beste maatwerk. Daarbij houden we ons aan de kern- en gesprekswaarden en versterken met ieder goed gesprek de relaties in onze netwerkwerksamenleving.
4.1
STAP 1 | RANDVOORWAARDEN VOOR HET GOEDE GESPREK Als initiatiefnemer is het belangrijk om betrouwbaar te zijn. Daarvoor moeten de randvoorwaarden voor Het goede gesprek op orde zijn. Is dat niet het geval? Dan is de kans groot dat participatie niet aan de verwachtingen voldoet en daarmee de vertrouwensrelatie niet versterkt maar juist schaadt. De eerste stap van de participatieleidraad is daarom de onderstaande randvoorwaarden controleren en/of organiseren. Deze randvoorwaarden moeten er zijn om te kunnen voldoen aan de Barneveldse participatie ambitie.
• Tijd Is er tijd voor Het goede gesprek?
Tijd is voor iedereen kostbaar, en daarmee een belangrijke randvoorwaarde. Als we participeren zijn we ons bewust dat Het goede gesprek tijd kost. Is deze tijd er ook? Hoeveel tijd er nodig is, hangt af van de trede van de Participatieladder en van de vorm en middelen die worden ingezet. In de regel geldt hoe hoger de trede hoe meer tijd de participatie kost.
• Capaciteit Is er capaciteit?
Het organiseren en begeleiden van Het goede gesprek is arbeidsintensief en vraagt om capaciteit met de juiste kwaliteiten. Hoeveel en welke capaciteit er nodig is, hangt af van de vorm en middelen die worden ingezet.
• Middelen Is er budget?
Er moeten voldoende middelen (budget) beschikbaar zijn voor het voorgestelde participatieproces. Hoeveel middelen er nodig zijn hangt af van de tijd, capaciteit en participatievorm die worden ingezet.
• Creatieve ruimte Biedt het initiatief en/of de omgevingsplanactiviteit ruimte voor Het goede gesprek?
Er moet ruimte creatieve ruimte zijn voor deelnemers. Zorg als initiatiefnemer dat de creatieve ruimte vooraf duidelijk is. Waar gaat het gesprek wel en niet over. Soms zijn zaken al vanuit wetgeving of bestaand beleid vastgelegd. Het is dan niet zinvol om dat in een gesprek met elkaar ter discussie te stellen. Een andere beperkende factor voor de creatieve ruimte kunnen beperkte financiële middelen voor de uitvoer van een plan zijn.
• Meerwaarde Is er voldoende aanleiding en informatie voor Het goede gesprek?
Het onderwerp en doel van Het goede gesprek moet voor iedereen begrijpelijk zijn. We zorgen ervoor dat de benodigde informatie voor iedereen vooraf beschikbaar is.
• Veiligheid Voelen deelnemers zich veilig om deel te nemen aan Het goede gesprek? Het is belangrijk om een veilig gesprek te creëren zodat iedereen zijn stem kan laten horen. Soms kan een onafhankelijke voorzitter daarbij helpen.
20
4.2
STAP 2 | HET GESPREKSKADER
De initiatiefnemer spant zich in om alle relevante deelnemers bij het gesprek te betrekken. Het is belangrijk om tijdens het gesprek goed vast te leggen of alle relevante deelnemers ook hebben deelgenomen aan het gesprek. Dit om achteraf de uitkomsten van het gesprek in het juiste perspectief te kunnen meewegen in de besluitvorming.
Het gesprekskader is een belangrijk hulpmiddel dat bestaat uit een vast aantal vragen over het doel en de planning van het initiatief, de creatieve ruimte om hierin mee te denken, het betrekken van de juiste deelnemers en een richtinggevende participatietrede. Het gesprekskader helpt de initiatiefnemer duidelijk te zijn over de wederzijdse verwachtingen.
Juiste participatietrede bepalen Belangrijk onderdeel van gesprekskader is het bepalen van de juiste participatietrede. Dat doen we met de Participatiemeter (zie figuur 2). De mate van impact van het initiatief op de vier thema’s uit de Participatiemeter is daarin bepalend.
Juiste deelnemers betrekken Het is belangrijk om als initiatiefnemer vooraf te bepalen met wie je om tafel gaat wilt en hoe je hen kunt bereiken.
Algemeen belang
Media/politieke aandacht
Impact op mens en leefomgeving
Kring van belanghebbende
In hoeverre voorziet uw initiatief in algemene maatschappelijke (dus niet individuele) behoeften?
Verwacht u veel media/ politieke aandacht?
Hoeveel impact heeft uw initiatief op inwoners en omgeving? Zowel ruimtelijk
Wie ondervinden er gevolgen van het initiatief?
Participatieladder Wat is de rol van de deelnemers per trede en wat is het doel is van Het goede gesprek ?
leefbaarheid.
5. Heel veel
5. Heel veel
5. Heel veel
5. De gemeente
4. Veel
4. Veel
4. Veel
4. Het dorp
3. Gemiddeld
3. Gemiddeld
3. Gemiddeld
3. De buurt
3,1-4 Meewerken | Adviseren
2. Weinig
2. Weinig
2. Weinig
2. De straat
2,1-3 Meedenken Raadplegen
1. Niet
1. Niet
1. Niet
1. Directe buren
1-2
4,1-5 Meebepalen | Co-creatie
Meeweten | Informeren
Figuur 2: De Participatiemeter
21
De initiatiefnemer geeft voor elk thema aan welke score het initiatief voor dat thema heeft (1, 2, 3, 4 of 5). Vervolgens telt de initiatiefnemer de punten van de vier thema’s bij elkaar op en deelt het totaal door vier (zie ook het rekenvoorbeeld in figuur 3). De uitkomst is het participatieadvies van de gemeente Barneveld: het niveau waarop de initiatiefnemer de omgeving moet betrekken bij het plan. De vorm die de initiatiefnemer daarvoor gebruikt is vrij, zolang wel de stappen uit dit beleid gevolgd worden. De score op de Participatiemeter geeft ook informatie over het doel van de participatie. Worden
de deelnemers geïnformeerd of kunnen ze meedenken, meewerken of meebepalen? Duidelijkheid over het doel helpt om de juiste gespreksvorm te kiezen en het helpt de beslissers om de opbrengst achteraf beter op waarde te schatten. Wanneer de gemeente Barneveld zelf initiatiefnemer is (SPOOR 2), wordt het gesprekskader gelijktijdig vastgesteld met het plan van aanpak of startnotitie. Indien gewenst, kan worden besloten om dit uit te breiden met een communicatie- en/of participatieplan.
Figuur 3: Rekenvoorbeeld Participatiethermometer
22
4.3
STAP 3 | HET GOEDE GESPREK
De uitnodiging In de uitnodiging wordt het gesprekskader uitgelegd. Er is duidelijk verwoord waarom Het goede gesprek voor de deelnemers relevant is, op welke manier deelnemers mee kunnen doen en wat er met hun inbreng gedaan wordt. Ook wordt de deelnemers verteld waar zij meer informatie kunnen vinden over het initiatief en het proces. We communiceren de trede op de participatieladder en het gesprekskader. Het kan zijn dat er meerdere overlegmomenten nodig zijn, afhankelijk van de omvang en impact van het beleid of plan. We geven aan wat de duur van het participatietraject en de gevraagde inspanning is. We communiceren inclusief en via meerdere (offline en online kanalen), waamee de gemeente Barneveld voldoet aan haar communicatiebeleid. Het goede gesprek Er is geen vaste vorm voor Het goede gesprek. Dit kan dus van alles zijn, van enquête tot een gezamenlijke brainstrom op locatie. We starten Het goede gesprek altijd met een toelichting op de gekozen participatietrede. Wanneer blijkt dat de deelnemers een trede lager op de participatietrede willen, dan is het mogelijk om dat aan te passen. Het is belangrijk om in Het goede gesprek te vragen naar de belangen, bezwaren, zorgen of ideeën van deelnemers en daarnaast ook te zoeken naar het gezamenlijke belang.
23
Voor het vormgeven van het gesprek kan de initiatiefnemer gebruik maken van de Inspiratiegids (zie bijlage 5). In Het goede gesprek moet er voor de deelnemers altijd voldoende ruimte zijn om te reageren. Met behulp van het gesprekskader geven we aan wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn (zie paragraaf 4.2). Het participatieverslag Het participatieproces en de opbrengsten van Het goede gesprek moeten voor iedereen navolgbaar zijn. We maken daarom een participatieverslag. Omdat ieder participatieproces maatwerk is en vormvrij is, wordt ook de vorm van verslaglegging vrij gelaten aan de initiatiefnemer. Om de participatie opbrengst goed te kunnen afwegen in de besluitvorming zijn er wel een aantal vaste bouwstenen die in ieder participatieverslag moeten terugkomen (zie bijlagen 2, 3 en 4). Het vervolg Initiatiefnemers blijven communiceren in het vervolgproces. De opbrengsten (het verslag) worden met de deelnemers en genodigden gedeeld en er wordt uitleg geven over het (bestuurlijke) vervolgproces. Ook tijdens de uitvoering blijft de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het informeren en betrekken van de omgeving.
4.4
STAP 4 | DE OPBRENGST
De opbrengst van Het goede gesprek wordt meegewogen in de besluitvorming. Het wordt ingebracht via de
college- en raadsvoorstellen of als bijlage gevoegd bij de vergunningaanvraag (indieningsvereiste). In een college- en raadsvoorstel is de opbrengst als samenvatting terug te vinden in de participatieparagraaf. Hierin staat onderbouwd wat de opbrengst van Het goede gesprek was en wat daarmee is gedaan in het voorliggende besluit. Het kan voorkomen dat het bevoegd gezag een andere richting kiest. Dat wil niet zeggen dat het participatietraject niet zinvol of goed is geweest. De initiatiefnemer heeft de verantwoordelijkheid om ook na Het goede gesprek te communiceren met de deelnemers. De initiatiefnemer stelt hen op de hoogte van de participatie opbrengst (participatieverslag) en het vervolg (besluitvorming en eventueel uitvoering).
4.5
TOELICHTING SPOOR 1: PARTICIPATIE BIJ OMGEVINGSPLANACTIVITEITEN
Waarom participatie bij omgevingsplanactiviteiten? • Een goede buur informeert de omgeving tijdig over de tijdelijke overlast die zij kunnen verwachten. • De mensen kunnen vroegtijdig meedenken over zaken die direct impact hebben op hun leefomgeving. • Belangen en eventuele bezwaren komen tijdig in beeld, de plannen kunnen nog worden aangepast. Dit bespaart de initiatiefnemer achteraf tijd en geld. Het voorkomt mogelijk bezwaar en beroep in de formele procedure.
24
Check 1: Heb ik een vergunning nodig? SPOOR 1: PARTICIPATIE BIJ OMGEVINGSPLANACTIVITEITEN | 4 CHECKS
CHECK 1
Heb ik een omgevingsvergunning nodig?
CHECK 2
Heb ik een participatieverplichting (type omgevingsplan activiteit)?
CHECK 3
Heb ik nog vragen, betreft het een (complexe) vergunningaanvraag? Zo ja, bespreek het participatievraagstuk aan de intake-/omgevingstafel.
CHECK 4
Heb ik Het goede gesprek met de omgeving en belanghebbenden goed voorbereid? Gebruik hiervoor de Participatieleidraad en maak gebruik van de Participatie Inspiratiegids (zie bijlage 5)
Wanneer u een initiatief heeft met een concreet plan dat impact heeft op de omgeving, dan is daar in veel gevallen een omgevingsvergunning voor nodig. We spreken dan van een omgevingsplanactiviteit. Online kunt eenvoudig kijken of u een vergunning nodig heeft door een vergunningcheck te doen op www.omgevingsloket.nl. U controleert daarmee of u meldingof vergunningplichtig bent. U doet dit door de locatie en de activiteiten op te geven en de vergunningcheck te doorlopen.
Check 2: Heb ik een participatieverplichting (type
omgevingsplanactiviteit)? Indien u een vergunning nodig heeft is het van belang te bepalen om wat voor type activiteit het gaat. Er zijn allerlei type omgevingsplanactiviteiten: van dakkapel tot een grote gebiedsontwikkeling. Hoe u als initiatiefnemer de omgeving betrekt hangt af van het type activiteit en de impact van de activiteit op de leefomgeving. Activiteiten die niet passen in het omgevingsplan, liggen niet in de lijn van de verwachtingen van de omgeving. Daarom wordt voor een aantal type omgevingsplanactiviteiten die niet passen binnen het omgevingsplan, participatie verplicht gesteld. Voor activiteiten met een participatieverplichting heeft de inhoud van de participatie een belangrijke waarde in het besluitvormingsproces. De opbrengst wordt door het bevoegd gezag in de besluitvorming meegewogen. Wanneer het bevoegd gezag de opbrengst niet goed kan waarderen of deze onvoldoende vindt kan dat een reden zijn om het plan of de vergunning te weigeren.
25
Ook voor de activiteiten met een participatieadvies (in plaats van een participatieverplichting), raden we als gemeente Barneveld aan de omgeving altijd vroegtijdig te betrekken. Vanuit onze kernwaarden vinden wij het altijd belangrijk dat initiatiefnemers gastvrij zijn en de verbinding zoeken met mensen in de omgeving. Dit verkleint de kans op bezwaren en vergroot de kans op een soepel besluitvormingsproces. Samengevat zijn de omgevingsplanactiviteiten dus in te delen in twee typen: Type 1: Omgevingsplanactiviteiten met een participatieadvies. De omgevingsplanactiviteit past binnen het omgevingsplan, of valt in de ‘kruimelgevallenregeling’1. Type 2: Omgevingsplanactiviteit met een participatieverplichting. De omgevingsplanactiviteit past niet binnen het omgevingsplan, de gemeenteraad heeft voor de activiteit een participatieplicht toegewezen (Memo proces intake- en omgevingstafel, 2021).
) De kruimelgevallenregeling betreft een door de wetgever aangewezen lijst van kleinere initiatieven waarvoor de normale vergunningenprocedure geldt, ook al is het initiatief in strijd met het bestemmingsplan. 1
Participatieverplichting Wanneer er sprake is van een participatieverplichting wordt de participatie opbrengst onderdeel van de totale belangafweging in de besluitvorming. Nogmaals, de vorm van participatie is altijd de verantwoordelijkheid en vrije keuze van de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag zal de opbrengsten van Het goede gesprek (participatie) meenemen in de afweging die wordt gemaakt in de besluitvorming. De minimale bouwstenen voor een participatieverslag zijn opgenomen in de Participatieleidraad (zie hoofdstuk 4). Disclaimer: wanneer het bevoegd gezag geen goed beeld heeft van de participatie opbrengst en belangen kan er geen goed besluit worden genomen. Het bevoegd gezag kan dan besluiten zelf de belangen op te halen en indien nodig een zienswijzeprocedure starten (conform de Algemene Wet Bestuursrecht). De behandeltermijn van de vergunningaanvraag wordt dan opgeschort. Het adviesrecht van de gemeenteraad Wanneer de gemeenteraad gebruik maakt van haar adviesrecht is dat bindend, het college kan daar niet (gemotiveerd) van afwijken. Indien de gemeenteraad een negatief advies afgeeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen.
Check 3: Heb ik nog vragen? (Participatie en de intake-/omgevingstafel) Initiatiefnemers kunnen hun plan en (complexe) omgevingsvergunning aanvraag bespreken met experts aan de intake- en omgevingstafel. Deelname aan de
26
intake- en omgevingstafel is vrijwillig, zeker voor complexe vergunningaanvragen adviseren we initiatiefnemers wel gebruik te maken van deze mogelijkheid. Aan de intake- en omgevingstafel kunt u ook vragen stellen over participatie en het omgevingsplan. Indieningsvereisten De initiatiefnemer vraagt de omgevingsvergunning aan via het Omgevingsloket, hierbij moet een vragenlijst worden ingevuld. Deze vragenlijst heet in jargon ‘de algemene set indieningsvereisten’. Dit zijn algemene vragen waarmee de initiatiefnemer de vergunningverlener van informatie voorziet over het plan en ontwerp. De Omgevingswet stimuleert initiatiefnemers om de omgeving vroegtijdig te betrekken en belangen op te halen. De Omgevingswet maakt participatie als indieningsvereiste een vast onderdeel van de vergunningaanvraag. De indieningsvereiste voor participatie bestaat uit drie vragen: • • •
Wanneer het gaat om een Omgevingsplanactiviteit met een participatieverplichting kan het bevoegd gezag de vergunning wel weigeren op basis van de participatie opbrengsten (verslag). Daarom het advies hierover vroegtijdig in gesprek te gaan en tussentijdse resultaten te delen aan de intake- en omgevingstafel.
Check 4: Heb ik Het goede gesprek goed voorbereid?
De Participatieleidraad is er om initiatiefnemers te helpen om te komen tot een op maat gemaakt gesprekskader. Voor inspiratie voor een passende participatie kan de initiatiefnemer gebruik maken van de Participatie Inspiratiegids (zie bijlage 5).
Heeft u contact gehad met anderen over uw plannen? Hoe heeft u dat gedaan? Wat is daarvan het resultaat?
De Omgevingsdienst de Vallei (OddV) heeft een belangrijke rol als toetser van de indieningsvereiste en verleent namens de gemeente Barneveld Omgevingsvergunningen. De OddV kijkt enkel of de drie vragen zijn beantwoord. De inhoud van de beantwoording wordt niet getoetst. Wanneer er geen antwoord wordt gegeven is dat wel een reden om de vergunning niet te verlenen.
27
4.6
TOELICHTING SPOOR 2: PARTICIPATIE BIJ INITIATIEVEN VAN DE OVERHEID
De gemeente Barneveld neemt het initiatief Participatie bij initiatieven van de overheid gaat over de samenwerking met inwoners, belanghebbenden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en partners. In deze samenwerking worden zij vroegtijdig betrokken bij het maken, uitvoeren en evalueren van gemeentelijk beleid. Dit doen we omdat de kennis en betrokkenheid van inwoners onmisbaar zijn om opgave- omgevingsgericht te kunnen werken. Inwoners zijn de experts van hun eigen leefomgeving. Waarom participatie bij initiatieven van de overheid • Het stelt ons in staat om in een netwerksamenleving met meerdere partijen te werken aan de gezamenlijke opgaven. • De kwaliteit van het beleid wordt verbeterd, inwoners en andere belanghebbenden weten het beste wat er speelt in hun omgeving. • Inwoners en belanghebbenden krijgen invloed op de totstandkoming van beleid. • De democratie wordt versterkt en de betrokkenheid tussen overheid en inwoner wordt verstevigd. • Het vergroot het begrip voor beleid. • Door een groter draagvlak verkleinen we de kans op vertraging in de formele besluitvormingsprocedures.
SPOOR 2: PARTICIPATIE BIJ INITIATIEVEN VAN DE OVERHEID | 4 CHECKS CHECK 1
Voldoe ik aan de randvoorwaarden voor Het goede gesprek (zie bijlage 3)? Organiseer de randvoorwaarden en laat deze samen met het gesprekskader bestuurlijk vaststellen als onderdeel van het plan van aanpak of een startnotitie. Is er voor de uitvoering van het beleids- / projectinitiatief geen besluit van het college nodig? Dan is communicatie hierover (indien nodig) voldoende. Heb ik een motiveringsplicht (zie tabel 1) of een participatieverplichting (zie paragraaf 4.5)?
CHECK 2
Heb ik Het goede gesprek goed voorbereid is er een duidelijk gesprekskader? Is het gesprekskader vastgesteld door de verantwoordelijk bestuurder(s)?
CHECK 3
Kan ik aan de kernwaarden en gesprekswaarden voldoen? Past de participatievorm bij de participatie trede en het gespreksdoel?
CHECK 4
Is het participatieproces navolgbaar? Komt de opbrengst duidelijk terug in de besluitvorming?
28
4.7
TOELICHTING SPOOR 3: PARTICIPATIE BIJ INITIATIEVEN VAN INWONERS
De inwoner neemt het initiatief Initiatieven van inwoners die positief bijdragen aan het gemeentelijke beleid en maatschappelijke opgaven noemen we inwonerinitiatieven. Vanuit onze kernwaarden stimuleren wij als gemeente ondernemerschap. Gezamenlijk onderzoeken we of en hoe de gemeente het inwonerinitiatief het beste kan faciliteren. Op manier blijven we wendbaar, en dat is nodig voor maatwerk. Waarom participatie bij initiatieven van inwoners •
Participatie bij initiatieven van inwoners past goed in de Strategische Visie ‘Barneveld 2030’. In deze visie zetten we in op het uitbouwen van de netwerksamenleving.
•
Participatie bij initiatieven van inwoners past in de gedachte “Zelf – Samen – Gemeente”. We willen de samenleving in staat stellen zelf verantwoordelijkheid te dragen en zelfredzaam te zijn, eventueel met behulp van de omgeving.
•
Inwonersinitiatieven hebben vaak veel positieve energie in zich en kunnen vaak rekenen op steun van de omgeving.
•
Participatie bij initiatieven van inwoners stimuleert inwoners om bij te dragen aan de maatschappelijke opgaven.
29
Samenwerking met de gemeente Barneveld Wanneer we gaan samenwerken is dat niet geheel vrijblijvend. Initiatiefnemers verwachten een verantwoordelijke en prettige samenwerkingspartner, en andersom geldt dat ook. We houden ons daarom aan onze kernwaarden en gesprekswaarden. De samenwerking en inzet van de gemeente Barneveld kan verschillen van een financiële bijdrage, ambtelijke inzet, het leveren van kennis en kunde, stellen van regels tot het verbinden van netwerken. Per initiatief zal de gemeente moeten afwegen en bepalen of en hoe zij het initiatief het beste kan faciliteren. We vinden het als gemeente Barneveld belangrijk dat meerdere inwoners eigenaar zijn van het initiatief. Dat inwoners de verantwoordelijkheden en risico’s delen vergroot de kans van slagen en de continuïteit. Bij voorkeur heeft het initiatief steun van een vereniging, stichting of wijkplatform. Uitgangspunt is dat de initiatiefnemers zelf verantwoordelijk zijn en blijven voor het betrekken van de omgeving. De gemeente Barneveld helpt daar natuurlijk wel graag in mee. Wanneer de gemeente een initiatief niet faciliteert, blijft de gemeente wel graag geïnformeerd. De gemeente Barneveld faciliteert inwonerinitiatieven die gericht zijn op het uitvoeren van een plan op vier manieren. Deze sluiten aan op de treden van de Participatieladder.