CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Nota zienswijzen.pdf

Gemeenteraad 5 juli 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Walhuisweg II (Kootwijkerbroek)4.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II Het college van Barneveld heeft het bestemmingsplan “Walhuisweg II” (nummer 1648) in voorbereiding. Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van een kerk. Het ontwerpbestemmingsplan en de daarop betrekking hebbende stukken hebben ter inzage gelegen van 20 januari tot en met 2 maart 2023. Een ieder is in de gelegenheid gesteld een zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen. Er zijn 3 zienswijzen ingekomen in de periode dat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage lag. Tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan lag ook de ontwerp omgevingsvergunning ter inzage. Geen van de zienswijzen is gericht op de ontwerp omgevingsvergunning. Hieronder staan de samenvatting en de beoordeling van de zienswijzen. 1.

De bewoner/eigenaar van het perceel: Datum ontvangst: 31-01-2023 Walhuisweg 26, 3774 TA in Datum dagtekening: 31-01-2023 Kootwijkerbroek Registratienummer: 1208395 a. Zienswijze De bouw van de kerk leidt tot een toename aan verkeer op de al drukke Walhuisweg. Gemeentelijke reactie De gemeente is zich bewust van de verandering in de verkeerssituatie door de bouw van de kerk aan de Walhuisweg. Naast de kerk zal in de nabije toekomst naar verwachting ook nog de wijk ‘Puurveen-Zuid’ worden gerealiseerd welke ook via de Walhuisweg wordt ontsloten. Met het oog op de realisatie van de wijk is onderzoek gedaan naar de huidige en verwachte verkeerssituatie. Hieruit1 blijkt dat het aantal voertuigbewegingen in 2030 op 1.000 voertuigen per dag ligt na realisatie van de onderzochte woningbouwplannen (waaronder Oostbroek I en II en Puurveen-Zuid). De ontwikkeling van de kerk (maximaal 1.100 zitplaatsen en 220 parkeerplaatsen) aan de Walhuisweg was ook bekend ten tijde van het onderzoek. Het maximaal wenselijke aantal voertuigbewegingen op de Walhuishuisweg ligt op 2.100 voertuigen per dag. In de nieuwe situatie, na realisatie van de woningbouwplannen en de kerk blijft het aantal voertuigbewegingen (ruimschoots) onder het gewenste aantal. Conclusie van het onderzoek is dan ook dat de Walhuisweg in de huidige en toekomstige situatie geschikt is om de verkeersaanbod te verwerken.

Daar kom bij dat na realisatie van zowel de kerk als de woonwijk Puurveen-Zuid het deel van de Walhuisweg in noordelijke richting opnieuw wordt ingericht als 30 km/uur gebied, inclusief de aanleg van voetpad. Hierdoor neemt de mogelijke capaciteit van de weg toe tot 6.000 voertuigen per dag.

1

notitie ‘Analyse verkeerseffecten woningbouw Kootwijkerbroek’, uitgevoerd door Goudappel in november 2021 (kenmerk 010267.20210929.N1.03)

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 1 van 17

Tot slot zal, net als bij andere ontwikkelingen, contact gezocht worden met de initiatiefnemer als sprake is van onveilige situaties om deze te bespreken en samen tot oplossingen te komen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen.

2.

De gebruiker van het perceel: Datum ontvangst: 20-012-2023 Walhuisweg 3, 3774 TA in Datum dagtekening: 17-02-2023 Kootwijkerbroek Registratienummer: 1209395 a. Zienswijze De indiener van de zienswijze verzet zich primair niet tegen het bouwwerk of het voorgenomen gebruik. Gemeentelijke reactie De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen. b. Zienswijze De verwachting is dat (eventuele groei van) zijn bedrijfsactiviteiten op termijn worden gefrustreerd door zowel de realisatie van het kerkgebouw als andere ruimtelijke ontwikkelingen. Gemeentelijke reactie Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen (nieuwe) hindergevoelige functie mogelijk. De kerk is immers geen hindergevoelige functie zodat vanuit wetgeving geen minimale afstand in acht hoeft te worden genomen. Dit betekent dat de nieuwe functie (kerk) geen belemmeringen oplevert voor het bedrijf van de indiener van de zienswijze. Aanvullend wordt opgemerkt dat het bedrijf valt onder de categorie ‘Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen’ (SBI-2008:773). De daarbijbehorende hinderstafstand is (in een gemengd gebied) 30 meter voor geluid, dat als hoogste hinderfactor wordt aangemerkt. Deze afstand is ruimschoots aanwezig tussen het bedrijf en de kerk aangezien deze minimaal 72 meter bedraagt.

In de zienswijze worden ook andere ruimtelijke ontwikkelingen genoemd. Het gaat daarbij om de te realiseren woonwijk Puurveen-Zuid. Voorliggend bestemmingsplan maakt deze niet mogelijk. Wel is het zo dat ook daarbij rekening wordt gehouden met de nu vergunde en toegestane bedrijfsactiviteiten en de daarbijbehorende hinderafstand. De uitbreiding komt op de hiervoor genoemde hinderafstand van 30 meter van het bedrijf van de indiener van de zienswijze te liggen. Conclusie voor wat betreft de hinderafstanden in relatie tot de huidige vergunde bedrijfsactiviteiten is dan ook dat voldaan wordt aan de gelden regels en afstandsnormen. De huidige rechten van het bedrijf worden hiermee gerespecteerd. Dit neemt alleen niet weg dat de indiener geconfronteerd wordt met een verandering in de directe omgeving van zijn bedrijf. Dat was en is dan ook reden in gesprek te zijn met de indiener over de toekomstmogelijkheden van het bedrijf op de betreffende locatie. Conclusie

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 2 van 17

De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen. c. Zienswijze Op geen enkele wijze is onderzocht welke effecten (geluids- en stofemissies) het bedrijf van de indiener van de zienswijze heeft op de ontwikkeling. Gemeentelijke reactie In de zienswijze geeft de indiener van de zienswijze aan dat de hinderafstanden verdedigbaar zijn. In onze reactie op punt b gaven wij echter al aan dat er van hinderafstanden geen sprake is omdat een kerk geen hindergevoelige functie is. Daarnaast gaven wij aan dat de afstand tussen het bedrijf en de kerk (minimaal) 72 meter is. Is al ingegaan op de te hanteren afstanden. Bij de hinderafstanden is ook rekening gehouden met geluid en stofemissies. De te hanteren afstanden worden ook aangehouden tot de aan de overzijde van de Walhuisweg voorziene ontwikkeling. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen. d. Zienswijze De indiener van de zienswijze en/of zijn adviseur gaan graag het gesprek aan over de ingediende zienswijze. Gemeentelijke reactie Van dit aanbod is gebruik gemaakt aangezien op 3 april 2023 het betreffende gesprek heeft plaatsgevonden. Daarna zijn meerdere gesprekken geweest en gepland om tot een voor alle partijen werkbare situatie te komen. Op dit moment wordt nog gewerkt aan deze oplossing.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen. 3.

Provincie Gelderland Postbus 9090, 6800 GX in Arnhem

Datum ontvangst: 24-02-2023 Datum dagtekening: 22-02-2023 Registratienummer: 1209785 Zaaknummer (prov.): 2023-001187

a. Zienswijze De provincie mist de integrale benadering voor alle ontwikkelingen in de molenbiotoop. Dit wordt gezien als gemiste kans om eventuele compenserende maatregelen te overwegen voor de te realiseren kerk. Gemeentelijke reactie Op basis van onderzoek naar de gevolgen van de nieuwbouwwijk ‘Puurveen-Zuid’ (aan de westzijde van de Walhuisweg) voor de windvang/molenbiotoop kwam naar voren dat, bij een beperking van de toegestane bouwhoogte, deze er niet zijn. In geval van een integrale benadering leidt dat op dat punt niet tot een andere conclusie. Zeker niet nu de betreffende nieuwbouwwijk in gebied van de windroos staat. Dit betekent ook dat eventueel compenserende maatregelen binnen de windroos van de kerk gevonden moeten worden. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 3 van 17

b. Zienswijze Het voorliggende plan voor de bouw van de kerk beperkt de windvang van de Puurveense molen. Dit is in strijd met de Omgevingsverordening welke geen enkele beperking toe staat. De kerkzaal voldoet weliswaar aan de molenbiotoop (met een hoogte van circa 11,3 meter) maar de verhoogde kerkzaal (maximaal 15,5 meter hoog) en de torenspits (maximale hoogte 22,5 meter) niet. Gemeentelijke reactie Het klopt dat uit onderzoek naar de windvang/molenbiotoop blijkt dat de voorgestelde bouw leidt tot een beperking. Als gevolg van de voorgestelde bouw zou de molen 2 uur per jaar te weinig wind vangen om te kunnen draaien, uitgaande van dagelijks gebruik. Het college was en is van mening dat dit een acceptabele beperking is, zeker gezien de molen maar beperkt (circa 15% van de tijd) in gebruik is. De mogelijke halvering van deze belemmering van 2 naar 1 uur (door de kap van aantal bomen langs de Walhuisweg) werd onwenselijk geacht vanwege het verlies aan groen. Uit de zienswijze blijkt duidelijk dat geen enkele beperking van de windvang (en dus draaiuren) geaccepteerd wordt. Uit een aanvulling op het eerdere onderzoek (zie bijlage 1 bij deze nota zienswijze) blijkt dat de bouw van de kerk zonder negatieve gevolgen voor de windvang van de Puurveense Molen mogelijk is als de eerdergenoemde bomen langs de Walhuisweg worden gekapt én de aangevraagde spits komt te vervallen.

Voor het verlagen van de verhoogde kerkzaal is geen noodzaak gelet op de windvang, zo blijkt uit het onderzoek. Naar aanleiding van dit punt uit de zienswijze wordt de aanvulling op het onderzoek naar de windvang/molenbiotoop toegevoegd aan de toelichting op het bestemmingsplan. Tevens worden de conclusies verwerkt in paragraaf 4.3.1.2 van de toelichting op het bestemmingsplan. De verbeelding wordt zodanig aangepast dat de maatvoeringsaanduiding waarmee mee bouwhoogte van 22,5 meter en een goothoogte van 18 meter wordt toegestaan, komt te vervallen. Ook wordt de omgevingsvergunning aangepast in de zin dat de spits komt te vervallen. Naar aanleiding van de zienswijze werd ook duidelijk dat de toegestane hoogtes nog verder kunnen toenemen als gevolg van een algemene binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Deze mogelijkheid (artikel 10, lid 1, sub b) komt ook te vervallen. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan en de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen in de zin dat de resultaten van het aanvullende onderzoek naar de windvang in de toelichting wordt verwerkt en aan de toelichting wordt toegevoegd. Ook wordt de maatvoeringsaanduiding (bouwhoogte 22,5 meter en goothoogte 18 meter) van de verbeelding verwijderd en komt artikel 10, lid 1, sub b te vervallen. Daarnaast wordt de torenspits niet vergund. c.

Zienswijze De toegestane beplanting (tot 27,50 +NAP, circa 11 meter boven maaiveld) beperkt eveneens de windvang. Gemeentelijke reactie De nieuwe kerk wordt landschappelijk ingepast. Deze wordt vastgelegd met een voorwaardelijke verplichting. Het klopt dat op deze inpassing (bijlage 2 bij regels) nog soorten zijn opgenomen welke hoger kunnen worden dan de genoemde 11 meter boven maaiveld. Op de landschappelijke inpassing (bijlage 2 bij de planregels) worden enkele soorten bomen aangepast naar soorten die geen grotere hoogte krijgen dan kan obv de windvang.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 4 van 17

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan wel en de ontwerpomgevingsvergunning niet aan te passen in de zin dat de landschappelijke inpassing (bijlage 2 bij de regels) wordt vervangen door een inpassing met bomen die niet hoger worden dan 11 meter. d. Zienswijze Het is mogelijk een afwijking van de Omgevingsverordening aan te vragen. Gemeentelijke reactie Het wordt gewaardeerd dat we gewezen worden op de afwijkingsmogelijkheid. Echter, gelet op de voorwaarden wordt hier geen gebruik van gemaakt. Dit wordt als onhaalbaar beoordeeld omdat er onder andere geen sprake is van een ’groot openbaar belang’ (juridisch gezien), ondanks het grote belang voor de gemeenschap in Kootwijkerbroek. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen. Nagekomen reactie Na de terinzagelegging van de stukken (ontwerpbestemmingsplan en ontwerp omgevingsvergunning) is nog een reactie binnengekomen. Volledigheidshalve wordt hieronder een inhoudelijke reactie gegeven. 4.

Namens de eigenaar/gebruiker van het perceel: Essenerweg 66, 3774 CD in Kootwijkerbroek

Datum ontvangst: 28-03-2023 Datum dagtekening: 28-03-2023 Registratienummers: 121157/1211790

a. Reactie De indiener van de zienswijze is niet tegen de komst van een kerk maar vindt de locatie niet passend voor deze functie. Gemeentelijke reactie De komende jaren wijzigt de entree van het dorp via de Walhuisweg ingrijpend. Niet alleen moet aan de oostzijde een kerk worden gebouwd maar aan de oostzijde komt ook een nieuwe wijk. Door de plek van de kerk ontstaat, in combinatie met de woonwijk een nieuwe entree tot het dorp. Dit wordt mede versterkt door de landschappelijke inpassing van het nieuwe kerkgebouw. De opmerking dat de locatie niet passend is voor de functie wordt dan ook niet gedeeld. Conclusie De reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen. b. Reactie Duidelijk is dat de zienswijzentermijn is verstreken maar gelet op het zogenaamde ‘Varkensin-nood’-arrest is het niet langer noodzakelijk dat een belanghebbende eerst een zienswijze indient voordat hij eventueel beroep kan instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 5 van 17

Gemeentelijke reactie In deze reactie wordt verwezen naar het ‘Varkens-in-Nood arrest’. Op basis van dit arrest hoeven belanghebbenden niet meer eerst een zienswijze ingediend te hebben. In bijlage 2 bij deze Nota zienswijzen een toelichting op dit arrest. Kortgezegd komt dit arrest er (onder andere) op neer dat een belanghebbende geen zienswijze ingediend hoeft te hebben om beroep in te kunnen stellen tegen een vastgesteld bestemmingsplan. Gelet hierop wordt hierna inhoudelijk een reactie gegeven op de aangedragen punten als ware het een zienswijze. Conclusie De reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen. c. Reactie De Coördinatieregeling is onjuist toegepast aangezien deze geen grondslag biedt voor het onderhavige geval. Dit omdat de verordening niet voldoet aan de vereisten van artikel 3.30, lid 1 Wro nu er geen (categorieën van) gevallen zijn aangewezen. Gemeentelijke reactie De Coördinatieverordening is gebaseerd op de toenmalige modelverordening van VNG en voorbeelden elders uit het land. Deze is sinds de vaststelling steeds de basis geweest voor coördinatie. In de Memorie van Toelichting bij de Wet ruimtelijke ordening, TK 2002-2003, 28 916, nummer 3, staat expliciet dat het onnodig is om alleen concrete gevallen aan te wijzen.

Op paginanummer 106 staat het volgende: ‘De gemeenteraad kan met zoveel woorden bepalen dat op de besluitvorming over de verwezenlijking van een onderdeel van gemeentelijk ruimtelijk beleid de procedure van de totstandkoming van een bestemmingsplan ingevolge artikel 3.8 én de procedure van de voor de verwezenlijking daarvan benodigde uitvoeringsbesluiten ingevolge de artikelen 3.22 en 3.23 van toepassing is, dan wel dat een van beide procedures zal worden toegepast. Ook kan hij in meer algemene termen aangeven voor welke gevallen of categorieën van gevallen de raad gecoördineerde besluitvorming nodig acht.’ In Tekst & Commentaar bij artikel 3.30 Wro is met name aantekening 2 van belang: ‘Indien een concreet gemeentelijk ruimtelijk investeringsproject in een bestemmingsplan zijn plaats moet krijgen, en een concrete aanpassing van het bestemmingsplan, gericht op verwezenlijking van dat investeringsproject, vergt, kan de gemeenteraad besluiten voor de verwezenlijking van dat onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid de gemeentelijke coördinatieregeling toe te passen. Een dergelijk besluit kan worden aangemerkt als de zogenaamde startmodule.

Bij dit coördinatiebesluit wordt aangegeven of de gemeenteraad ten behoeve van de verwezenlijking van het beoogde onderdeel van het gemeentelijk beleid een bestemmingsplan zal vaststellen en in samenhang hiermee de nodige uitvoeringsbesluiten gecoördineerd zal voorbereiden, nemen en bekendmaken (lid 1 onderdeel b). Hij kan daarbij ook aangeven dat hij uitsluitend die uitvoeringsbesluiten zal voorbereiden, nemen en bekendmaken (lid 1 onderdeel a). Als het startbesluit aangeeft dat de bestemmingsplanprocedure zal worden gevolgd, gaat het hierbij om een sterk op uitvoering gericht bestemmingsplan. Deze uitvoering staat voorop. Ter wille van die uitvoering is voorzien in een regeling voor gecoördineerde aanpak van de benodigde uitvoeringsbesluiten, het vorderen van medewerking hieraan en eventueel de overname van de desbetreffende bevoegdheid. De redactie van het artikellid voorziet er ook in dat de gemeenteraad meer in algemene zin aangeeft voor welke gevallen of categorieën van gevallen zij gecoördineerde besluitvorming nodig acht (MvT, Kamerstukken II 2002/03, 28916, 3, p. 107-108, geparafraseerd vanuit de provinciale coördinatieregeling).’

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 6 van 17

Op grond van het voorgaande wordt het standpunt dat de verordening niet voldoet aan de vereisten van artikel 3.30, lid 1 Wro niet gedeeld. Conclusie De reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen. d. Reactie Het plan is in strijd met artikel 2.64 van de Omgevingsverordening Gelderland (molenbiotoop) ondanks dat er sprake is van een slechts geringe overschrijding. Gemeentelijke reactie Zie onze reactie op zienswijze 3, onderdeel b en c. Conclusie De reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning extra aan te passen anders dan als benoemd in zienswijze 3, onderdeel b en c. e. Reactie Het plan is in strijd met de gemeentelijke structuurvisie en de afwijking daarvan wordt op geen enkele wijze gemotiveerd. Gemeentelijke reactie In een visie wordt in hoofdlijnen weergegeven wat de ontwikkelrichtingen zijn. Ontwikkelingen die niet zijn opgenomen in de visie hoeven niet strijdig te zijn met de visie. Wel moet gemotiveerd worden waarom de voorgestelde ontwikkeling wel past in de visie , ook al is deze niet daarin opgenomen. In zijn algemeenheid kan wel gesteld worden dat de Structuurvisie Kernen 2022 gericht is op groei van de gemeente voor wat betreft woningen, bedrijven en voorzieningen. In de Structuurvisie Buitengebied 2011 is de kaart “Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld” opgenomen.

Op deze kaart is bij de kern Kootwijkerbroek op twee locaties aangegeven waar de ‘uitbreidingen wonen en bedrijven bij kleine kernen’ kunnen plaatsvinden. Op grond van de nauwkeurigheid van deze kaart, kan gesteld worden dat het plangebied binnen een dergelijk gebied ligt, dan wel hieraan grenst. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt in paragraaf 4.6 ingegaan op het gemeentelijke beleid. In 4.6.1 wordt ingegaan op de Structuurvisie Buitengebied Barneveld waarnaar verwezen wordt in de reactie. Aangezien de betreffende structuurvisie bijna 12 jaar geleden is vastgesteld is deze gedateerd geraakt. Bij de actualisatie is het bestemmingsplan Kootwijkerbroek-Stroe een ruimtelijke visie opgenomen voor Kootwijkerbroek. In 4.6.2 is hier op ingegaan. De ontwikkeling past binnen deze ruimtelijke visie. Conclusie De reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen. f. Reactie Het realiseren van een gevoelige functie (kerk) naast een staalconstructiebedrijf is in strijd met de goede ruimtelijke ordening. Een zorgvuldige analyse waarom – gelet op de milieugevolgen - de functies naast elkaar kunnen bestaan ontbreekt. Gemeentelijke reactie

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 7 van 17

Het staalconstructiebedrijf valt, zoals ook in de reactie is aangegeven, in milieucategorie 3.2. Voor dit type bedrijf (SBI-code 251.1) geldt een hinderafstand van 100 meter voor het aspect ‘geluid’. Deze afstand geldt echter voor zogenaamde hindergevoelige functies. Een kerk is echter geen hindergevoelige functie op grond van de Wet en het Besluit Geluidhinder. Een kerk hoeft dan ook niet getoetst te worden aan de eisen zoals gesteld binnen deze wet of dit besluit. De van een kerk leidt tot een beperking van de toegestane gebruiksmogelijkheden op het perceel van de indiener van de reactie. Zie ook onze reactie op zienswijze 2b. Voor de andere aspecten waarvoor een hinderafstand geldt (geur, stof en gevaar) is sprake van een hinderafstand van 30 meter. Deze afstand is (voor zover een kerk voor die aspecten een gevoelig object is) aanwezig tussen de kerk en het bedrijf. Zie de onderstaande afbeelding.

Conclusie De reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen. g. Reactie Onduidelijk is of en zo ja op welke wijze in voldoende (auto- en fiets-) parkeerplaatsen wordt voorzien. Gemeentelijke reactie In paragraaf 5.14 wordt ingegaan op de hoeveelheid benodigde auto- en fietsparkeerplaatsen. In die paragraaf wordt een koppeling gemaakt met de Nota Parkeernormen. Binnen het plangebied is (planologisch) voldoende ruimte om het aantal auto- en fietsparkeerplaatsen te realiseren. De aanleg van de parkeerplaatsen is daarnaast geborgd in de planregels middels artikel 8.2. Conclusie

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 8 van 17

De reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen. h. Reactie Gelet op het grote aantal auto’s is het aannemelijk dat de geplande bioscoopparkeerplaatsen leiden tot gevaarlijke en chaotische situaties. Gemeentelijke reactie Onduidelijk is waar de aanname op is gebaseerd van de indiener van de zienswijze is gebaseerd. De aangegeven inrichting is gebaseerd op de normen van de CROW. Ook is de ervaring van de kerk anders. De toekomstige kerkgangers zijn in de huidige situatie in Barneveld al gewend aan bioscoopparkeerplaatsen. Daarbij is geen enkele vorm van chaos te bekennen. Juist doordat alle rijbanen van het parkeerterrein via één uitgang vertrekken ontstaat er een gelijkmatige stroom van voertuigen. Daarbij komt dat bij de indeling van het terrein zo is dat kruisend verkeer van voetgangers, fietsers en auto’s zoveel als maar enigszins mogelijk is wordt voorkomen. Bij aankomst voor een dienst veroorzaakt dit geen problemen. Bij het uitgaan van de dienst worden, indien nodig, extra parkeerwachten ingezet zodat het overige verkeer buiten de kerk om een minimum aan overlast ervaart. Dit wordt op deze manier in Barneveld op dit moment ook gedaan en gaat het goed terwijl de kerk in Barneveld vele malen groter is dan het plan in Kootwijkerbroek.

Conclusie De reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen. i. Reactie De gevoerde participatie is onvoldoende en ondermaats Gemeentelijke reactie Ten onrechte wordt gesteld dat op basis van gemeentelijk beleid participatie verplicht is. Bij het voorliggende plan is sprake van een plan dat valt onder spoor 1. Voor zover er al sprake is van een verplichting van de initiatiefnemer om participatie toe te passen, geldt dat pas vanaf de datum waar op de Omgevingswet in werking treedt. Inmiddels is duidelijk dat per 1 januari 2024 het geval is. Tot die tijd kan een initiatiefnemer geen participatieverplichting worden opgelegd. Het voorgaande betekend alleen niet dat er geen sprake is geweest van participatie. De initiatiefnemers zijn enkele keren bij de indiener van de reactie langs geweest met een toelichting op de plannen (zowel de locatiekeus als de inrichting van de gekozen locatie). Tijdens deze contacten is door de indiener van de reactie slechts gesproken over de locatie en niet over de indeling van de locatie. Ook bleek er geen interesse te zijn in regelmatig contact of een regelmatige mailing. Ten slotte is er nog een informatie avond belegd waar ook een mogelijkheid tot inspraak was. Hier is geen gebruik van gemaakt.

Conclusie De reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan of de ontwerpomgevingsvergunning aan te passen.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 9 van 17

Bijlage 1

Notitie en addendum windmolenbiotooponderzoek kerkgebouw Walhuisweg Kootwijkerbroek

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 10 van 17

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 11 van 17

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 12 van 17

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 13 van 17

Bijlage 2 Toelichting ‘Varkens-in-nood’ arrest

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 14 van 17

Hieronder een toelichting van de site van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ruimere toegang tot de bestuursrechter bij omgevingsrechtelijke besluiten Ben je belanghebbende bij een bestemmingsplan, omgevingsvergunning of natuurvergunning? Dan hoef je voorlopig niet meer eerst een zienswijze in te dienen tegen het ontwerpbesluit om je recht op beroep bij de bestuursrechter ‘veilig te stellen’. Maak je als belanghebbende wel gebruik van zo’n uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure, dan mag je bij de bestuursrechter altijd tegen het hele besluit procederen, ook als je in de voorbereidingsprocedure alleen een zienswijze hebt ingediend tegen een of meerdere aparte onderdelen van het besluit. Dit is de uitkomst van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (14 april 2021). De uitspraak is een direct gevolg van het recente ‘Varkens in Nood’-arrest van het Hof van Justitie in Luxemburg van 14 januari van dit jaar. In dat arrest bepaalde het Europese Hof dat artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht in strijd is met het Verdrag van Aarhus dat onder meer de toegang tot de rechter regelt in besluiten over milieu-aangelegenheden, de zogenoemde ‘Aarhus-besluiten’.

Oplossing De Afdeling bestuursrechtspraak benadrukt in de uitspraak dat het arrest een wetswijziging van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrechter noodzakelijk maakt. Dat artikel bepaalt dat het beroepsrecht op de bestuursrechter afhankelijk is van deelname aan de zogenoemde uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure. Maar dat is dus bij Aarhus-besluiten niet houdbaar, aldus het Hof van Justitie in het Varkens in Nood-arrest. In afwachting van een wetswijziging biedt de uitspraak van vandaag een oplossing voor de praktijk. Die komt erop neer dat het beroepsrecht van een belanghebbende in omgevingsrechtelijke zaken niet meer afhankelijk wordt gesteld van het eerder indienen van een zienswijze. Dit heeft ook gevolgen voor de zogenoemde onderdelentrechter die tot nu toe werd gebruikt. Ook die wordt in het omgevingsrecht in afwachting van een wetswijziging niet toegepast door de bestuursrechter in zaken waarin je zienswijzen moet indienen. Dit betekent dat je als belanghebbende in het omgevingsrecht ook beroep mag indienen bij de bestuursrechter tegen onderdelen van het besluit waar je niet eerder een zienswijze over hebt ingediend. Ruimhartig Dit betekent overigens niet dat de toegang tot de bestuursrechter voor alle besluiten door het Varkens in Nood-arrest moest worden verruimd. Die uitspraak geldt alleen voor Aarhusbesluiten.

Maar omdat niet vooraf en in algemene zin is aan te geven in welk geval een besluit een Aarhus-besluit is, zou in veel gevallen eerst een gecompliceerde beoordeling nodig zijn om te kunnen vaststellen of een belanghebbende gebruik kan maken van de ruimere toegang tot de bestuursrechter. Dat is voor de rechtspraktijk een onwerkbare situatie. Daarom kiest de Afdeling bestuursrechtspraak in afwachting van een oplossing van de wetgever voor een voor de rechtsbescherming van burgers ruimhartige uitleg. Vooral ook om te verzekeren dat het ruimere beroepsrecht dat uit het Verdrag van Aarhus voortvloeit niet te beperkt wordt uitgelegd. Omgevingsrechtelijke zaken Concreet betekent dit dat belanghebbenden in alle omgevingsrechtelijke zaken waarin de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure van toepassing is, gebruik kunnen maken van dit ruimere toegangsrecht tot de bestuursrechter. Daaronder vallen in elk geval, maar niet alleen, besluiten op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening, de Tracéwet en de Wet natuurbescherming. Het Varkens in Noodarrest bevatte nog enkele andere oordelen over de toegang tot de rechter die in deze uitspraak niet aan de orde komen. De verwachting is dat de Afdeling bestuursrechtspraak hierover op korte termijn nog meer uitspraken zal doen.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 15 van 17

Nieuwe situatie in het omgevingsrecht Zowel de eerste richtinggevende uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 14 april 2021 over het ‘Varkens in Nood’-arrest als de uitspraak van vandaag leiden tot een nieuwe situatie in de toegang tot de bestuursrechter bij omgevingsbesluiten. Die nieuwe situatie is op hoofdlijnen in beeld gebracht in bijgaand schema.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Walhuisweg II

pagina 16 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=1830b6bd-b813-4cbe-a9c6-e500012c7888