CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Juridisch advies zoals verstrekt aan college en gemeenteraad van Ede.pdf

Gemeenteraad 26 mei 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Regionale Energie Strategie Foodvalley.4.046 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Ede

Memo Aan

:

Albert Reinders

Van

:

Nicole Hoos (Juridische Zaken)

Datum

:

22 april 2021

In afschrift aan

:

-

Zaaknummer

:

221325

Bijlage(n)

:

-

Onderwerp

:

Juridische status Regionale Energie Strategie (RES)

Inleiding In de collegevergadering van 20 april 2021 is de Regionale Energie Strategie Foodvalley 1.0 (RES) besproken. Het college heeft gevraagd wat de juridische status is van de RES. In dit memo wordt ingegaan op de juridische status is van de RES in algemene zin. Daarbij wordt in het bijzonder stilgestaan bij de inhoud van paragraaf 2.4.5. omdat deze een aantal zeer concrete passages bevat die daardoor afwijken van de rest van het stuk (die verder meer het karakter heeft van een strategische visie op de energietransitie). De belangrijkste conclusies uit dit memo worden hieronder kort samengevat. Samenvatting • Een RES is op zichzelf geen rechtstreeks juridisch bindend document (er staat ook geen bezwaar of beroep tegen open). Maar de inhoud van de RES kan wel van belang zijn in eventuele toekomstige juridische procedures. Hiervoor is de werkelijke inhoud van de betreffende RES leidend (en niet de naam RES). • Vaststellen van de RES is niet vrijblijvend. Met provincie en Rijk zijn in het Klimaatakkoord escalatiemogelijkheden afgesproken voor het geval een regio de RES niet uitvoert. Hierbij wordt allereerst ingezet op bestuurlijk overleg. Echter dit kan uiteindelijk zelfs de vorm krijgen van een gedwongen voortgang van bepaalde projecten middels een projectbesluit. • In het licht van de Urgenda-jurisprudentie is het voorstelbaar dat ook een regio of gemeente regionaal c.q.

lokaal minimaal noodzakelijke maatregelen moet treffen om emissie van CO2 te beperken. In dat licht kan de RES van belang zijn. • Paragraaf 2.4.5 van de RES bevat een aantal dermate concrete passages door het benoemen van maximale normen dat hieraan mogelijk (binnen de opgenomen grenzen) verwachtingen kunnen worden ontleend waarop een beroep kan worden gedaan in een juridische procedure. Als het gemeentebestuur de vrijheid wil houden om hogere of andere ambities vast te stellen voor zon op landbouwgrond dan wordt ontraden om deze passages in de huidige vorm vast te stellen. • Tussen de RES versie van 7 april en de RES versie van 14 april 2021 zitten verschillen die niet eerst in de publieke stuurgroep zijn besproken. De omvang, gevolgen en bron van deze en eventuele andere verschillen zou eerst bekeken moeten worden voordat het stuk wordt voorgelegd voor besluitvorming in de gemeenteraad. Algemene toelichting status van de RES De RES is een beleidsvisie op de opwek van duurzame energie en breder de energietransitie. Op zichzelf is het geen rechtstreeks juridisch bindend document: daarvoor is omzetting nodig van de keuzes uit de RES in ruimtelijk instrumentarium zoals een bestemmingsplan. Er is dan ook geen bezwaar of beroep mogelijk tegen de RES. Wel is het goed om te benadrukken dat de inhoud van de RES wel degelijk relevant kan zijn in juridische procedures.

Over de status van de RES is in paragraaf 4.1.1 het volgende opgenomen: De RES heeft de status van een bestuurlijk samenwerkingsdocument. Het is een gezamenlijke strategie waaraan elke bestuurlijke partij zich individueel committeert. De RES is geen juridisch ruimtelijk instrument. Het borgen van onze uitgangspunten en voornemens in de RES, gebeurt in lokaal en provinciaal beleid in de instrumenten van de Omgevingswet: omgevingsvisie, en verordening en Omgevingsplan, of in het Blauwe OmgevingsPlan (BOP) van het Waterschap. De publieke partijen (gemeenten, provincies, waterschappen) vormen een ambtelijke begeleidingsgroep

Omgevingsbeleid. Daarin vindt afstemming plaats over de borging van de RES in lokaal beleid. Bijvoorbeeld bij grensoverschrijdende projecten. In het Klimaatakkoord is beschreven dat de RES niet vrijblijvend is. Decentrale overheden hebben zich via het Klimaatakkoord gecommitteerd aan een gezamenlijke ambitie die ertoe moet leiden dat Nederland in 2050 energieneutraal is. In het Klimaatakkoord zijn interventies beschreven voor de situatie dat een RES bijvoorbeeld niet tot uitvoering komt. Dit bestaat allereerst uit overleg op regionaal en provinciaal niveau. Vervolgens kan worden geëscaleerd naar de stuurgroep van het Nationaal Programma RES. In ultieme gevallen is het mogelijk dat door provincie of Rijk doorgang van concrete projecten wordt opgelegd via een projectbesluit. Daarnaast is in de zogenaamde ‘Urgenda’ zaak door de Hoge Raad bepaald dat de Nederlandse staat onrechtmatig handelt door niet het minimaal noodzakelijke te doen om de gevolgen van de klimaatverandering te beperken.1 Na deze uitspraak is het niet ondenkbaar dat ook een gemeente verplicht kan worden om lokaal maatregelen te treffen die tot een bepaald niveau van emissiereductie moeten leiden. Wel geldt dat de gemeente in beginsel zelf bepaalt hoe deze doelstelling wordt gerealiseerd (politiek primaat).

Betekenis raadsbesluit RES voor gebruik landbouwgrond Aan de raad wordt voorgesteld om de Regionale Energie Strategie 1.0 - Regio Foodvalley vast te stellen. Dit besluit betekent niet alleen het vaststellen van de doelstelling (opwekking van 0,75 TWh duurzame energie in de regio Foodvalley in 2030) maar ook van de tekst van de RES zelf. Dit roept de vraag op in hoeverre afwijking van hetgeen in de tekst van de RES is opgenomen over normeringen op een later moment mogelijk is. In beginsel heeft het gemeentebestuur de mogelijkheid om beleid of regelgeving te wijzigen indien veranderde inzichten daartoe aanleiding geven. 2 Deze vrijheid vindt zijn grenzen in de beginselen van behoorlijk bestuur en in het bijzonder het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. Veel gemeentelijk beleid waarin ambities voor de komende jaren worden beschreven is dermate algemeen geformuleerd dat inwoners en bedrijven er niet direct voor hun concrete situatie verwachtingen aan kunnen ontlenen. De laatste alinea’s van paragraaf 2.4.5 vallen in dat verband op doordat hier heel concrete uitspraken worden gedaan over toekomstig gebruik van landbouwgrond. In de versie van 14 april 2021 is hierover onder meer de volgende tekst opgenomen: “Het totale potentieel zon op land is ingeschat op 249 hectare, waarvan maximaal 220 hectare zon op landbouwgrond. Voor de overige 29 hectare zijn “restlocaties” in beeld.

We gaan op korte termijn bepalen of er extra reële potentie is voor zon op restlocaties, rekening houdend met extra exploitatiesubsidie uit een kwaliteitsfonds. Indien blijkt dat er meer restgronden beschikbaar zijn, kan het potentieel te benutten agrarisch land voor zon hiermee verminderd worden. Op basis van de huidige inzichten wordt het maximum potentieel te benutten landbouwgrond daarmee per gemeente begrensd tot 2030.” Deze passages geven een vrij ‘harde’ koers aan: 220 hectare zon op landbouwgrond geldt als maximum voor de regio Foodvalley tot 2030. Elders in de RES wordt dit uitgesplitst naar gemeente. Anders dan in de voorgaande tekstversie van 7 april 2021 is er geen mogelijkheid tot afwijking meer opgenomen. Het schrappen van die afwijkingsmogelijkheid heeft betekenis: dit vormt een indicatie dat beoogd is dat een afwijking van de maximale begrenzing niet (meer) mogelijk is. Ter vergelijking wordt hieronder ook de tekst opgenomen zoals die in deze passages stond in de versie van 7 april 2021: “Het totale potentieel zon op land is ingeschat op 249 hectare, waarvan maximaal 220 hectare zon op landbouwgrond. Voor de overige 29 hectare zijn “restlocaties” in beeld. We gaan op korte termijn bepalen of er extra (reële) potentie is voor zon op restlocaties, rekening houdend met extra exploitatiesubsidie uit een kwaliteitsfonds.

Indien blijkt dat er meer restgronden beschikbaar zijn, kan het potentieel te benutten agrarisch land voor zon hiermee verminderd worden, mits de huidige beleidsafspraken binnen de gemeente dit toelaten. Het maximumpotentieel te benutten landbouwgrond wordt daarmee per gemeente begrensd tot 2030. Een gemeente kan van deze begrenzing afwijken, indien andere opties zoals extra windmolens, meer zon elders op land of dak ontoereikend zijn om tijdig de duurzame opwek-ambitie waar te maken. Daarvoor dient de betreffende gemeenteraad expliciet een besluit te nemen, inclusief advies 1 2

HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2006 (Klimaatzaak Urgenda). Zie o.a. Rb. Amsterdam 13 augustus 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:5225, CBB 18 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:137.

van onder andere de Natuur en Milieufederaties, lokale energiecoöperaties en LTO, voor het ter beschikking stellen van meer agrarisch land voor energieopwekking.” Zowel de versie van 7 als 14 april geeft een vrij duidelijke beperking van 220 hectare zon op landbouwgrond als maximum voor de regio Foodvalley tot 2030. Elders in de RES wordt dit uitgesplitst naar gemeente. In de versie van 7 april staat dat van dit maximum kan worden afgeweken als andere opties voor het opwekken van duurzame energie ontoereikend zijn om de in de RES opgenomen opwekambitie te realiseren. Als de gemeente wil afwijken dan moet deze daarvoor advies vragen aan natuur- en milieufederaties, lokale energiecoöperaties en LTO. Hoewel normaliter het de gemeente vrij staat om beleid te wijzigen is het toch denkbaar dat deze passages uit de RES kwalificeren als een concrete toezegging waarop derden een beroep kunnen doen in een juridische procedure. Mij is geen jurisprudentie bekend over de vraag of aan dusdanig concreet beleid te honoreren vertrouwen kan worden ontleend. De meeste jurisprudentie over het vertrouwensbeginsel gaat namelijk niet over algemeen beleid maar over individuele gevallen. Van belang is dat de RES niet louter door het college zelf is opgesteld maar tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met maatschappelijke partners waaronder LTO.

En dat LTO heeft aangedrongen op deze exacte formulering over maximale begrenzingen. Deze omstandigheden maken dat er eerder sprake zal van te honoreren vertrouwen. Dit soort concrete teksten maken dat de RES van kleur verschiet: het wordt hierdoor meer een beleidsregel over ruimtelijke instrumenten (bestemmingsplan) in plaats van een strategisch visiedocument. In de versie van 7 april zijn wel een aantal voorbehouden ten aanzien van het maximum zon op landbouwgrond opgenomen. Allereerst geldt de maximering tot 2030: daarna staat het de gemeenten binnen de Foodvalley regio vrij om nieuw beleid te vormen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om af te wijken als er onvoldoende mogelijkheden zijn om elders de benodigde opwekcapaciteit te realiseren. Een rechter zou in voorkomende gevallen wel kunnen toetsen of dit daadwerkelijk het geval is. In de versie van 14 april ontbreekt deze afwijkingsmogelijkheid geheel. Ook op andere onderdelen is de tekst van paragrafen 2.4.5 en 1.3 gewijzigd waardoor de beleidsruimte van gemeenten verder ingeperkt. Voor een vergelijking wordt verwezen naar de bijlage. De tekst van de overige paragrafen is niet vergeleken op verschillen. Aanbeveling verdient om dit punt te bespreken met de stakeholders aangezien de geconstateerde verschillen in de versie van 14 april 2021 niet vooraf zijn besproken in de publieke stuurgroep.

Conclusie Er is een reële kans dat de inhoud van de passage in paragraaf 2.4.5 de ruimte voor toekomstige politieke afwegingen beperkt. Dit geldt zowel bij de versie van 7 april als (in grotere mate) de versie van 14 april 2021. Ter illustratie kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de realisatie een grote windturbine waartegen maatschappelijk veel weerstand is maar die noodzakelijk is om niet meer zon op landbouwgrond te hoeven realiseren. Volgens de RES van 14 april 2021 zou de raad daartoe niet meer mogen besluiten. Bij toepassing van de tekst van 7 april 2021 is een dergelijke keuze discutabel. 3 Verder wordt opgemerkt dat een volgend college het wenselijk kan achten om te komen tot een hogere duurzame energie-opwek dan nu in de RES wordt opgenomen. Als dat ten koste gaat van landbouwgrond kan mijns inziens in een juridische procedure een oordeel worden gevraagd over de toelaatbaarheid van deze beleidskeuze. Hierbij wordt een afweging gemaakt op basis van de op dat moment bestaande inzichten. Opgemerkt wordt dat ook als een wijziging op zichzelf rechtmatig is (vanwege gewijzigde inzichten) er een verplichting kan zijn om (aanvullende) nadeelcompensatie te bieden bij een eventuele gedwongen bedrijfsbeëindiging door agrariërs.

Bij vrijwillige bedrijfsbeëindiging is mijn verwachting dat er geen sprake is van nadeel dat voor compensatie in aanmerking komt (de bedrijfsbeëindiging is dan immers in de eerste plaats het gevolg van het stoppen van de agrariër en niet van het gemeentelijk beleid). Tot slot wordt opgemerkt dat - los van de juridische overwegingen - als het gemeentebestuur in de toekomst de vrijheid wil houden om een hogere duurzame energie-opwek te realiseren op landbouwgrond het niet is aangewezen om de RES in de huidige vorm vast te stellen. De passages in paragraaf 2.4.5 wekken immers de indruk dat het plafond van 220 hectare zon op landbouwgrond bedoeld is als maximum tot 2030. De gemeente wil zich naar buiten toe profileren als betrouwbare maatschappelijke partner: het mogelijk vroegtijdig ‘breken’ met zo’n verwachting doet daaraan afbreuk. Er is wel een gewijzigde tekst opgenomen in paragraaf 1.3 die bedoeld is om tegemoet te komen aan de belangen van gemeenten:

3

De vraag is of het ontbreken van politiek-bestuurlijk draagvlak voldoende is om te oordelen dat andere opties zoals windmolens ontoereikend zijn zoals in de RES gesteld.

“De complete regionale energieopgave kan niet in één keer in de RES worden opgelost. Daarvoor is te veel onzeker en in ontwikkeling. Daarom is dit een 1.0 versie van de RES. We herijken – net als iedere RES-regio in Nederland - iedere twee jaar de RES op grond van nieuwe inzichten, innovaties of ervaringen. De raden, staten en algemeen besturen hebben daarbij een bijzondere verantwoordelijkheid vanwege hun democratische legitimiteit. Zo ontwikkelt de RES zich stapsgewijs. Dat geeft alle partijen die betrokken zijn inzicht in wat er in de toekomst op hen afkomt.’ Deze meer algemene actualisatie van de RES is naar mijn mening niet voldoende om deze herijkingsmogelijkheid zodanig te kunnen opvatten dat ook de beperking van het maximum aantal hectares op landbouwgronden zonder meer kan worden heroverwogen. Bovendien is in dit kader ook volstrekt onduidelijk wat bedoeld wordt met de bijzondere verantwoordelijkheid van de gemeenteraad in dit kader. De gemeenteraad is bevoegd gezag voor het vaststellen van onder meer de bestemming van gronden (bestemmingsplan). De gemeenteraad heeft echter niet geen bijzondere verantwoordelijkheid voor het tweejaarlijks actualiseren van de RES.

Advies Mocht het gemeentebestuur de vrijheid willen behouden om het aandeel zon op landbouwgrond in de toekomst naar eigen inzicht vast te stellen dan wordt geadviseerd met betrokken partijen in overleg te treden teneinde de betreffende passages uit de RES aan te passen. Uit de nieuw te bepalen formulering zou duidelijk moeten blijken dat de passage het karakter heeft van een streven of intentie: een gezamenlijke ambitie van partijen waarbij de gemeente de vrijheid behoudt om hiervan af te wijken bij veranderende inzichten (hierbij kan gehandhaafd blijven dat hierover eerst de genoemde maatschappelijke partners worden geraadpleegd en om advies gevraagd). Een mogelijk formulering zou kunnen luiden: De inschatting is gemaakt dat om de RES-doelstelling voor 2030 te halen gebruik gemaakt moet worden van een totaal potentieel zon op land van 249 hectare. Dit betreft 220 hectare zon op landbouwgrond. Voor de overige 29 hectare zijn “restlocaties” in beeld. We gaan op korte termijn bepalen of er extra reële potentie is voor zon op restlocaties. Indien blijkt dat er meer restgronden beschikbaar zijn, kan het potentieel te benutten agrarisch land voor zon hiermee verminderd worden, mits de huidige beleidsafspraken binnen de gemeente dit toelaten.

In zijn algemeenheid geldt dat, naast andere maatregelen zoals meer zon op daken en windmolens, een grotere opwek zon op landbouwgrond noodzakelijk kan zijn om de doelstellingen van het Klimaatakkoord tijdig te realiseren. De gemeenteraden blijven verantwoordelijk voor het vaststellen van het toegelaten gebruik van gronden en kunnen tot gewijzigde inzichten komen, bijvoorbeeld als de realisatie van de duurzame opwek-ambitie op andere terreinen achterblijft. Gemeenten zorgen ervoor dat - als een uitbreiding van het aandeel zon op landbouwgrond overwogen wordt - eerst advies wordt gevraagd aan onder meer de Natuur en Milieufederaties, lokale energiecoöperaties en LTO. Het verdient daarnaast aanbeveling om met de andere betrokken stakeholders in gesprek te gaan over de verschillen tussen de versie van 7 april 2021 en de versie van 21 april 2021 (zie bijlage). Aangezien de versie van 7 april 2021 is besproken in de stuurgroep zou deze versie naar mijn mening leidend moeten zijn voor het bepalen van de definitieve tekst van de RES.

Bijlage 1. Verschillen RES tekst 7 april en 14 april 2021 paragrafen 1.3 en 2.4.5 Versie 7 april 2021

Versie 14 april 2021

Onderdeel paragraaf 2.4.5 Alle partijen wensen het gebruik van landbouwgrond voor energie opwek via zonneweides te minimaliseren. Regio Foodvalley is een toonaangevende landbouwregio en landbouwgrond is primair bedoeld voor voedselproductie. Ook hebben zonneweides op landbouwgrond niet de voorkeur vanuit de esthetica van het landschap. Zonneweides zijn evenwel een financieel zeer aantrekkelijke optie voor duurzame energie-opwek. Dat leidt tot een sterke marktvraag.

Onderdeel paragraaf 2.4.5 “Alle partijen wensen het gebruik van landbouwgrond voor energie opwek via zonneweides te minimaliseren. Regio Foodvalley is een toonaangevende landbouwregio en landbouwgrond is primair bedoeld voor voedselproductie. Ook hebben zonneweides op landbouwgrond niet de voorkeur vanuit de esthetica van het landschap. Zonneweides zijn evenwel een financieel zeer aantrekkelijke optie voor duurzame energie-opwek. Dat leidt tot een sterke marktvraag.

In de gemeentelijke energievisies staan (varianten van) de zogenaamde zonneladder centraal. Daarin staat dat zon op daken de voorkeur heeft. Daarnaast zetten we in op restgronden, zoals stortplaatsen, stroken langs wegen en spoorwegen, niet-productieve gronden en waar mogelijk op dubbel gebruik, zoals parkeerdaken. Agrarisch land heeft een lagere prioriteit. Daarbij speelt ook mee dat we de boeren de ruimte blijven geven om de duurzame transitie met meer extensieve landbouw mogelijk te maken. Daarom gaan we in Regio Foodvalley zoveel mogelijk restgronden benutten. Restgronden die technisch en financieel haalbaar zijn en niet strijdig met andere bestemming op deze grond. Mocht de huidige landelijke subsidieregeling ontoereikend zijn, dan pleiten we voor een exploitatiesubsidie tot maximaal 5 ct/KWh uit een regionaal kwaliteitsfonds, gefinancierd door het Rijk. Een dergelijke regeling is gewenst vanuit landschappelijke waarde en als tegenwicht voor de focus op zonnevelden.

In de gemeentelijke energievisies staan (varianten van) de zogenaamde zonneladder centraal. Daarin staat dat zon op daken de voorkeur heeft. Daarnaast zetten we in op restgronden, zoals stortplaatsen, stroken langs wegen en spoorwegen, niet-productieve gronden en waar mogelijk op dubbel gebruik, zoals parkeerdaken. Agrarisch land heeft een lagere prioriteit. Daarbij speelt ook mee dat we de boeren de ruimte blijven geven om de duurzame transitie met meer extensieve landbouw mogelijk te maken. Daarom gaan de overheden en andere partijen in Regio Foodvalley zich maximaal inzetten om zoveel mogelijk restgronden te benutten – restgronden die technisch en financieel haalbaar zijn en niet strijdig met andere bestemming op deze grond – en om zon op daken – zoals boerendaken – te gebruiken. Mocht de huidige landelijke subsidieregeling ontoereikend zijn, dan pleiten we voor een exploitatiesubsidie tot maximaal 5 ct./KWh uit een regionaal kwaliteitsfonds, gefinancierd door het Rijk. Een dergelijke regeling is gewenst vanuit landschappelijke waarde en als tegenwicht voor de focus op zonnevelden. Indien innovatieve technieken beschikbaar komen of bestaande technieken effectiever worden, dan kan deze energie-opwek winst ook gebruikt worden om minder landbouwgrond in te zetten voor energiegebruik.

Deze inzet is niet toereikend om de zon op land ambitie per gemeente voor 2030 waar te maken zonder gebruik te maken van agrarisch land. Daarom gaan we beperkt agrarisch land voor de energietransitie inzetten. De gemeenten zullen -mede op advies van LTO, de Natuuren Milieufederaties, energiecoöperaties en waterschappen -prioriteiten stellen over het ter beschikking stellen van welke gronden. Dit is gebaseerd op de toekomstbestendigheid voor de landbouwsector. Het totale potentieel zon op land is ingeschat op 249 hectare, waarvan maximaal 220 hectare zon op landbouwgrond. Voor de overige 29 hectare zijn “restlocaties” in beeld. We gaan op korte termijn bepalen of er extra (reële) potentie is voor zon op restlocaties, rekening houdend met extra exploitatiesubsidie uit een kwaliteitsfonds. Indien blijkt dat er meer restgronden beschikbaar zijn, kan het potentieel te benutten agrarisch land voor zon hiermee verminderd worden, mits de huidige beleidsafspraken binnen de gemeente dit toelaten. Het maximumpotentieel te benutten landbouwgrond wordt daarmee per gemeente begrensd tot 2030. Een gemeente kan van deze begrenzing afwijken, indien andere opties zoals extra windmolens, meer zon elders op land of dak ontoereikend zijn om tijdig de duurzame opwek-ambitie waar te maken. Daarvoor

Deze inzetten zijn niet toereikend om de huidige zon op land ambitie per gemeente voor 2030 waar te maken zonder gebruik te maken van agrarisch land. Daarom gaan we beperkt agrarisch land voor de energietransitie inzetten. De gemeenten zullen - mede op advies van LTO, de Natuur- en Milieufederaties, energiecoöperaties en waterschappen – keuzes maken over het ter beschikking stellen van welke gronden. Prioriteit ligt bij de minst toekomstbestendige gronden voor de landbouwsector. Het totale potentieel zon op land is ingeschat op 249 hectare, waarvan maximaal 220 hectare zon op landbouwgrond. Voor de overige 29 hectare zijn “restlocaties” in beeld. We gaan op korte termijn bepalen of er extra reële potentie is voor zon op restlocaties, rekening houdend met extra exploitatiesubsidie uit een kwaliteitsfonds. Indien blijkt dat er meer restgronden beschikbaar zijn, kan het potentieel te benutten agrarisch land voor zon hiermee verminderd worden. Op basis van de huidige inzichten wordt het maximum potentieel te benutten landbouwgrond daarmee per gemeente begrensd tot 2030. “

dient de betreffende gemeenteraad expliciet een besluit te nemen, inclusief advies van onder andere de Natuur en Milieufederaties, lokale energiecoöperaties en LTO, voor het ter beschikking stellen van meer agrarisch land voor energieopwekking. Onderdeel paragraaf 1.3 De complete regionale energieopgave kan niet in één keer in de RES worden opgelost. Daarvoor is te veel onzeker en in ontwikkeling. Daarom is dit een 1.0 versie van de RES. We herijken –net als iedere RES-regio in Nederland -iedere twee jaar de RES op grond van nieuwe inzichten, innovaties of ervaringen. Zo ontwikkelt de RES zich stapsgewijs. Dat geeft alle partijen die betrokken zijn inzicht in wat er in de toekomst op hen afkomt.

Onderdeel paragraaf 1.3 “De complete regionale energieopgave kan niet in één keer in de RES worden opgelost. Daarvoor is te veel onzeker en in ontwikkeling. Daarom is dit een 1.0 versie van de RES. We herijken – net als iedere RES-regio in Nederland - iedere twee jaar de RES op grond van nieuwe inzichten, innovaties of ervaringen. De raden, staten en algemeen besturen hebben daarbij een bijzondere verantwoordelijkheid vanwege hun democratische legitimiteit. Zo ontwikkelt de RES zich stapsgewijs. Dat geeft alle partijen die betrokken zijn inzicht in wat er in de toekomst op hen afkomt.’

Bijlage 2. Verschillen RES tekst 7 april en voorgestelde alternatieve tekst Ede Versie 7 april 2021

Versie 14 april 2021

Onderdeel paragraaf 2.4.5 Het totale potentieel zon op land is ingeschat op 249 hectare, waarvan maximaal 220 hectare zon op landbouwgrond. Voor de overige 29 hectare zijn “restlocaties” in beeld. We gaan op korte termijn bepalen of er extra (reële) potentie is voor zon op restlocaties, rekening houdend met extra exploitatiesubsidie uit een kwaliteitsfonds. Indien blijkt dat er meer restgronden beschikbaar zijn, kan het potentieel te benutten agrarisch land voor zon hiermee verminderd worden, mits de huidige beleidsafspraken binnen de gemeente dit toelaten. Het maximumpotentieel te benutten landbouwgrond wordt daarmee per gemeente begrensd tot 2030.

Onderdeel paragraaf 2.4.5 De inschatting is gemaakt dat om de RES-doelstelling voor 2030 te halen gebruik gemaakt moet worden van een totaal potentieel zon op land van 249 hectare. Dit betreft 220 hectare zon op landbouwgrond. Voor de overige 29 hectare zijn “restlocaties” in beeld. We gaan op korte termijn bepalen of er extra reële potentie is voor zon op restlocaties. Indien blijkt dat er meer restgronden beschikbaar zijn, kan het potentieel te benutten agrarisch land voor zon hiermee verminderd worden, mits de huidige beleidsafspraken binnen de gemeente dit toelaten.

Een gemeente kan van deze begrenzing afwijken, indien andere opties zoals extra windmolens, meer zon elders op land of dak ontoereikend zijn om tijdig de duurzame opwek-ambitie waar te maken. Daarvoor dient de betreffende gemeenteraad expliciet een besluit te nemen, inclusief advies van onder andere de Natuur en Milieufederaties, lokale energiecoöperaties en LTO, voor het ter beschikking stellen van meer agrarisch land voor energieopwekking.

In zijn algemeenheid geldt dat, naast andere maatregelen zoals meer zon op daken en windmolens, een grotere opwek zon op landbouwgrond noodzakelijk kan zijn om de doelstellingen van het Klimaatakkoord tijdig te realiseren. De gemeenteraden blijven verantwoordelijk voor het vaststellen van het toegelaten gebruik van gronden en kunnen tot gewijzigde inzichten komen, bijvoorbeeld als de realisatie van de duurzame opwek-ambitie op andere terreinen achterblijft. Gemeenten zorgen ervoor dat als een uitbreiding van het aandeel zon op landbouwgrond overwogen wordt - eerst advies wordt gevraagd aan onder meer de Natuur en Milieufederaties, lokale energiecoöperaties en LTO.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=3202badc-8402-4f51-a788-25c665e57959