Bijlage 1 Advies Nysingh inzake staatsteun Barneveldse Techniekhuis
Tekst van het document
Advies Van
: Eric Janssen en Mirthe Visser – Nysingh advocaten en notarissen
Aan Datum
: Frits op de Haar – gemeente Barneveld : 13 mei 2024
Betreft
: Advies Barneveldse Techniekhuis
Referentie
: 248460/MV
1.
Aanleiding en vraagstelling
1.
Op 9 november 2018 is de coöperatieve vereniging Coöperatieve Barneveldse Techniek Opleidingen U.A (BTO) opgericht. De leden van BTO zijn ondernemingen die werkzaam zijn in Barneveld en omgeving en actief zijn in: Elektrotechniek Metaaltechniek Mechatronica Installatietechniek Koudetechniek Totaal
2.
51 59 42 35 1 188
BTO heeft als doel de aansluiting onderwijs - praktijk in de techniek te verbeteren en is daarbij met name gericht op Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) leerlingen. Bij een BBL bestaat de opleiding uit een combinatie van werken en leren. Tijdens deze opleiding werkt de leerling doorgaans 4 dagen en gaat hij 1 dag naar school voor de theorie. In het reguliere onderwijs bleek de aansluiting tussen de opleiding en de praktijk niet goed te verlopen. Leerlingen waren in het algemeen niet gemotiveerd voor het theorie gedeelte. Ook was de theorie vaak niet toepasbaar binnen het bedrijf waar men werkte. Daarom heeft BTO het zogenaamde BTOconcept opgezet. Dit concept bestaat uit drie elementen: 1.
BTO neemt de leerlingen in dienst en detacheert ze ten behoeve van het praktijkdeel (3 dagen) bij een passende werkgever die lid is van BTO
De leerlingen ontvangen een salaris conform de CAO metaal en techniek voor een volledige werkweek (dus inclusief 2 dagen opleiding) De werkgevers betalen een marktconforme detacheringsvergoeding
2
Het onderwijsdeel (2 dagen) wordt verzorgd door MBO Amersfoort en het Hoornbeeck College op de locatie van BTO aan de Gildeweg 18 te Barneveld. De onderwijsinstellingen verstrekken de diploma’s.
BTO heeft geen bemoeienis met het onderwijsdeel. Dat ligt bij de onderwijsinstellingen. BTO stelt uitsluitend haar locatie aan de Gildeweg 18 te Barneveld ter beschikking. De onderwijsinstellingen ontvangen de reguliere wettelijke bekostiging voor de leerlingen die in dienst zijn van BTO (dit is bij reguliere BBL-opleidingen doorgaans ook het geval) Het schoolgeld wordt door BTO betaald en bekostigd uit de detacheringsvergoeding
1 van 9
3
Het is de bedoeling dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met de leerling overneemt, nadat deze zijn diploma heeft behaald.
3.
Naast de detachering van leerlingen die deelnemen aan het BTO-concept, verzorgt BTO nog een veelvoud aan cursussen. Hiermee behaalt BTO ongeveer 6-8% van haar omzet. Het cursusgeld is marktconform en wordt berekend op basis van de werkelijke kosten vermeerderd met een bepaald winstpercentage. Dit winstpercentage is deels nodig om de cursussen in actueel te houden.
4.
Tot slot maakt BTO in brede zin promotie voor techniek in het algemeen en techniekonderwijs in het bijzonder. Hier wordt geen vergoeding voor ontvangen. BTO bekostigd deze activiteiten uit de winst die zij behaalt met het detacheren van leerlingen en het geven van cursussen.
5.
Inmiddels is het BTO-concept zo succesvol dat het aantal leerlingen groeit en de huidige huisvesting van BTO te klein wordt. Bovendien is er naast de Barneveldse Techniek Opleidingen, nu ook een Barneveldse Bouw Opleiding (bedoeld zal zijn Barneveldse Bouwopleiding B.V.) (BBO), een Barneveldse Beton Opleiding en een Warmte/koude techniek opleiding. Verder worden er zij-instroom-opleidingen aangeboden. Tot slot vinden er gesprekken plaats met partijen uit de regio die het BTO-concept graag willen overnemen.
6.
BTO heeft in overleg met de Gemeente Barneveld (Gemeente) plek gevonden waar nieuwe huisvesting kan worden gerealiseerd en waar BTO samen met de hiervoor genoemde partijen wil gaan onder de noemer Techniekhuis Barneveld (TB). De begroting voor de nieuwbouw ziet er als volgt uit: bedrag STIKO 22-3-2024
€ 8.016.240,--
aftrek aankoopkosten grond in Stiko*
€ 1.200.000,--
totaal te financieren kosten
7.
€ 6.816.240,--
eigen vermogen in te brengen door BBO
€ 2.000.000,--
eigen vermogen in te brengen door leden BTO
€ 1.000.000,--
totale inbreng
€ 3.000.000,--
extern te financieren**
€ 3.816.240,--
*
De grond wordt voor 25 jaar in erfpacht uitgegeven (canonpercentage 4%)
**
BNG aflossingshypotheek voor 40 jaar (rente 3%)
Bovenstaande begroting laat zien dat BTO en BBO over onvoldoende eigen vermogen beschikken om de nieuwbouw volledig zelf te bekostigen. Er moet dus vreemd vermogen worden aangetrokken. De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is bereid een hypothecaire geldlening te verstrekken voor een bedrag van € 3.816.240,--. Een geldlening bij de BNG heeft voor BTO als voordeel voor BTO dat de rente lager is en de looptijd langer dan bij reguliere banken. De BNG stelt wel als voorwaarde dat de Gemeente garant staat voor de af te sluiten hypothecaire geldlening. De Gemeente vraagt zich af of de garantstelling door de Gemeente als staatssteun kwalificeert en zo ja, hoe de garantstelling staatssteunproof kan worden gemaakt.
2 van 9
2.
Staatssteunanalyse
8.
Hieronder zullen we schematisch weergeven wanneer sprake is van staatssteun en of het garantstellen door de Gemeente op staatssteunrechtelijke bezwaren stuit.
I
Eerst moet worden nagegaan of de betrokken maatregel [dat wil zeggen de handeling waarmee een voordeel wordt verstrekt] kwalificeert als staatssteun in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU. Hiervan is sprake als aan alle navolgende voorwaarden is voldaan: (i) een onderneming Elke entiteit die een economische activiteit verricht wordt aangemerkt als onderneming. De rechtsvorm of het ontbreken van een winstoogmerk zijn niet relevant. Een economische activiteit bestaat vervolgens uit het aanbieden van goederen en/of diensten op een markt. Het ondernemingsbegrip is tot slot functioneel van aard. Een entiteit kan een bepaalde activiteit geen onderneming zijn en voor een andere wel. BTO kwalificeert voor de staatssteunregels als een onderneming, omdat zij economische activiteiten verricht: In het kader van het BTO-concept neemt BTO de leerlingen in dienst en detacheert deze bij lidbedrijven. De lidbedrijven betalen hier een marktconforme detacheringsvergoeding voor. Het detacheren van werknemers is een economische activiteit. Het onderwijsdeel van het BTO-concept komt volledig voor rekening van de onderwijsinstellingen waar BTO mee samenwerkt. BTO verzorgt dus géén onderwijs. Dit laat onverlet dat het onderwijs door de onderwijsinstellingen wordt verzorgd op de locaties van BTO in Barneveld. Dit betekent dat BTO ruimten ter beschikking stelt aan de onderwijsinstellingen.
Het ter beschikkingstellen van ruimten is in beginsel een economische activiteit. BTO verzorgt diverse cursussen. De deelnemers betalen hier een marktconforme vergoeding voor. Het tegen betaling verzorgen van cursussen is een economische activiteit. (ii) ontvangt een niet- Een “voordeel” in de zin van de staatssteunregels is een economisch marktconform voordeel voordeel dat een onderneming onder normale marktvoorwaarden – d.w.z. zonder overheidsingrijpen – niet had kunnen verkrijgen. Niet alleen het verlenen van positieve economische voordelen is relevant voor het begrip “staatssteun”, maar ook het verlichten van economische lasten kan een voordeel zijn. Blijkens de Mededeling betreffende het begrip staatssteun kan een door de overheid verstrekte garantie staatssteun opleveren indien die wordt verleend “op voorwaarden die gunstiger zijn dan de marktvoorwaarden, rekening houdende met de economische positie van de kredietnemer, verleent een voordeel aan deze laatste (die geen premie betaalde die het risico dat de garant aangaat correct weergeeft)” (randnr. 110). Op basis van de ons verstrekte informatie, gaan wij ervan uit dat BTO door de te verstrekken garantie zal worden bevoordeeld: Wij hebben begrepen dat BTO aan de Gemeente geen vergoeding zal betalen voor de te verstrekken garantie.
Wij hebben begrepen dat BTO zonder de garantie geen geldlening kan sluiten die wat betreft leningbedrag, rente en looptijd even gunstig is als de geldlening die de Gemeente wordt gevraagd te garanderen. 3 van 9
(iii)
dat door de staat met staatsmiddelen wordt verstrekt
(iv)
waardoor de mededinging wordt vervalst
(v)
de handel tussen de lidstaten wordt beïnvloed
Tot de “staat” behoren alle centrale, regionale en lokale lichamen van de lidstaten, ongeacht hun statuut en benaming. Staatsmiddelen omvatten vervolgens alle middelen van de overheidssector, met inbegrip van middelen van decentrale (gedecentraliseerde, federatieve, regionale of andere) bestuursniveaus. Het onder (ii) beschreven voordeel zal door de Staat worden strekt en met staatsmiddelen worden bekostigd: De Garantie zal door de Gemeente worden verstrekt. De Gemeente maakt onderdeel uit van de Nederlandse staat Het voordeel zal met staatsmiddelen worden bekostigd: Omdat BTO geen vergoeding zal betalen, loopt de Gemeenten inkomsten mis Een garantie vormt blijkens het Bouygues arrest (r.o. 106107) een potentiële extra last voor de begroting van de Gemeente. Op het moment dat met de begunstigde onderneming concurrerende onderneming geen vergelijkbaar voordeel ontvangen, wordt de mededinging vervalst. Die vervalsing hoeft niet te worden aangetoond. Aannemelijkheid volstaat. Bovendien is niet vereist dat de begunstigde onderneming zelf deelneemt aan het handelsverkeer tussen de lidstaten. Aangezien voor zover wij weten BTO de enige begunstigde is, wordt door de garantstelling de mededinging vervalst. Concurrenten van BTO ontvangen immers geen vergelijkbaar voordeel.
De handel tussen de lidstaten wordt beïnvloed indien door de steun de export naar andere lidstaten voor de begunstigde onderneming(en) makkelijker wordt of de export naar Nederland voor ondernemingen uit andere lidstaten moeilijker wordt. De beïnvloeding hoeft niet te worden aangetoond. Aannemelijkheid volstaat. Bovendien hoeft de begunstigde onderneming niet zelf aan de interstatenhandel deel te nemen. Wij zijn van mening dat de interstatenhandel zal worden beïnvloed door de mogelijke begunstiging van BTO. Het detacheren van personeel is een competitieve markt die grensoverschrijdend is. Nederlandse detacheerders zijn in andere EU lidstaten actief, terwijl aanbieders uit andere EU lidstaten in Nederland actief zijn. Het competitieve karakter wordt extra versterkt omdat Nederlandse werknemers te werk worden gesteld in andere EU lidstaten, terwijl werknemers uit andere EU-lidstaten in Nederland te werk worden gesteld. Het verhuren van bedrijfsruimte is een competitieve markt die grensoverschrijdend is. Nederlandse vastgoedeigenaren zijn in andere EU lidstaten actief, terwijl vastgoedeigenaren uit andere EU lidstaten in Nederland actief zijn. Of het aanbieden van cursussen een interstatelijk karakter heeft, hebben wij vooralsnog niet kunnen vaststellen. Het aanbieden van cursussen kan vanwege de taal en cultuur een lokaal karakter hebben.
Hier staat tegenover dat techniek een bredere uitstraling kan hebben. Verder onderzoek hebben wij achterwege gelaten, aangezien de hoofdactiviteit van BTO, het detacheren van leerlingen, zondermeer een interstatelijk effect heeft. Beïnvloeding van de handel tussen kan nochtans worden uitgesloten indien:
4 van 9
1.
II
er een beroep kan worden gedaan op een Deminimisverordening: (a) de Algemene de minimisverordening (drempelbedrag € 300.000,--). (b) de DAEB de minimisverordening (drempelbedrag € 750.000,--) ➔ de afkorting DAEB staat voor Dienst van Algemeen Economisch Belang De toepassing van beide verordeningen vereist dat de steun transparant is (in elk van de verordeningen wordt dit geregeld in artikel 4 lid 1). Met betrekking tot de transparantie van garanties bevatten beide verordeningen in artikel 4 lid 6 speciale voorschriften. Op dit moment is ons niet bekend of (i) aan de voorschriften van artikel 4 lid 6 zal worden voldaan, en zo ja (ii) of het steunmaximum niet zal worden overschreden. 2. de handel tussen de lidstaten slechts marginaal wordt beïnvloed. Relevante omstandigheden zijn bijvoorbeeld de omvang van het project, een lokaal aantrekkingsgebied, een gebrek aan internationale belangstelling en een vergelijking met de nationale markt. Voorbeelden van maatregelen die slechts een marginaal effect op de interstatelijke handel hadden zijn: persbericht van 29 april 2015 van de Commissie persbericht van 21 september 2016 van de Commissie Mededeling bettreffende het begrip staatssteun (randnrs.
196-197) Ons zijn geen voorbeelden bekend waar de Commissie heeft aangenomen dat bevoordeling van een detacheerder of verhuurder van bedrijfsruimte de handel tussen de lidstaten slechts marginaal beïnvloedde. Gezien het competitieve karakter van zowel de markt voor het detacheren van personeel en het verhuren van bedrijfsruimte, achten wij de kans klein dat de voorgenomen bevoordeling van BTO de handel tussen de lidstaten slechts marginaal zal beïnvloeden. Onze conclusie is dat het verlenen van de garantie staatssteun zal vormen. Een maatregel die kwalificeert als staatssteun moet op grond van artikel 108 lid 3 VWEU eerst aan de Europese Commissie worden gemeld. Met uitvoering moet worden gewacht totdat de Europese Commissie groen licht geeft. Van melding kan worden afgezien als een beroep kan worden gedaan op een groepsvrijstelling: (i) de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) biedt de mogelijkheid om steun te geven voor bepaalde categorieën steun. Artikel 17 Investeringssteun voor kleine of middelgrote ondernemingen (kmo's) 3(a) een investering in materiële […] activa ten behoeve van de oprichting van een nieuwe vestiging; de uitbreiding van een bestaande vestiging; de diversificatie van de productie van een vestiging naar producten of diensten die voordien niet in de vestiging werden vervaardigd of vanuit hier werden geleverd. […].
Artikel 21 Risicofinanciering ten behoeve van kmo’s 5 Risicofinancieringsinvesteringen kunnen de vorm hebben van investeringen van eigen vermogen, quasi-eigenvermogen, leningen, garanties of een mix daarvan. 6 Wanneer garanties worden verstrekt, bedraagt de garantie ten hoogste 80 % van de onderliggende lening aan de in aanmerking komende onderneming.
5 van 9
2
III
de risicofinancieringsmaatregel wordt door de lidstaat rechtstreeks of via een met het beheer belaste entiteit, uitgevoerd via één of meer financiële intermediairs Artikel 31 Opleidingssteun 3(a) de personeelskosten van de opleiders, voor de uren dat de opleiders aan de opleiding deelnemen 3(b) rechtstreeks met het opleidingsproject verband houdende operationele kosten van opleiders en deelnemers aan de opleiding, zoals reiskosten, accommodatiekosten, materiaal en benodigdheden die rechtstreeks met het project verband houden, de afschrijving van werktuigen en uitrusting voor zover deze uitsluitend voor het opleidingsproject worden gebruikt Artikel 56 Investeringssteun voor lokale infrastructuurvoorzieningen 1(a) Financiering voor de bouw of het upgraden van lokale infrastructuurvoorzieningen waar het om infrastructuur gaat die op het lokale niveau bijdraagt tot het verbeteren van het ondernemings- en consumentenklimaat en het moderniseren en ontwikkelen van de industriële basis. 7 Specifieke infrastructuur is op grond van dit artikel niet vrijgesteld. Blijkens artikel 2 lid 33 is daarmee bedoeld “infrastructuur die is aangelegd voor vooraf identificeerbare ondernemingen en op hun behoeften is toegesneden”. Onze voorlopige inschatting is dat alleen artikel 17 de mogelijkheid biedt voor vrijstelling onder de AGVV.
In geval van artikel 21 mag slechts 80% van de lening worden gegarandeerd, artikel 31 heeft geen betrekking op activa, terwijl bij artikel 56 specifieke infrastructuur is uitgesloten. (ii) het DAEB vrijstellingsbesluit Gezien de link met het openbare onderwijs en het maatschappelijk doel dat wordt nagestreefd, sluiten wij niet uit dat de activiteiten van BTO zijn aan te merken als diensten van algemeen economisch belang. Wij hebben dit niet uitgezocht, omdat de te verlenen garantie door toepassing van artikel 17 AGVV eenvoudiger staatssteunproof te maken is. Indien geen beroep kan worden gedaan op een groepsvrijstelling zal de maatregel aan de Europese Commissie moeten worden gemeld. Een melding wordt doorgaans getoetst aan een of meer door de Europese Commissie opgestelde richtsnoeren en andere beleidsregels. Bij gebreke hiervan, kan de Europese Commissie de maatregel rechtstreeks aan artikel 108 lid 3 toetsen.
3.
AGVV
9.
Investeringen in materiële activa door ondernemingen die zijn aan te merken als een kmo, mogen door de overheid worden gesteund, mits voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 17 AGVV.
10.
Gelet op artikel 2 van bijlage I bij de AGVV worden als kmo aangemerkt:
11.
1.
Middelgrote onderneming
2
Kleine onderneming
Een “onderneming” waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR en/of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR niet overschrijdt. een “onderneming” waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal 10 miljoen EUR niet overschrijdt.
Ten aanzien van het begrip “onderneming” wordt in artikel 3 van bijlage I bij de AGVV onderscheid gemaakt tussen een: (i) zelfstandige onderneming (niet zijnde een verbonden onderneming of partneronderneming) 6 van 9
(ii) (iii)
verbonden onderneming partneronderneming
12.
Blijkens artikel 10 lid 2 van de statuten van BTO wordt het bestuur benoemd door de algemene vergadering., heeft. Leden van het bestuur worden overeenkomstig artikel 20 leden 3 en 5 van de statuten van BTO met volstrekte meerderheid gekozen, waarbij elk lid Ingevolge artikel 18 lid 3 van de statuten van BTO één stem toekomt. Aangezien BTO 188 leden heeft, lijkt BTO niet met een andere onderneming verbonden te zijn als bedoeld artikel 2 lid 3 van bijlage I bij de AGVV. Evenmin lijken er partnerondernemingen te zijn als bedoeld in artikel 2 lid 2 van bijlage I bij de AGVV. BTO moet wel nog bevestigen dat er geen overeenkomsten zijn waaruit het tegendeel blijkt!
13.
Volgens opgave van BTO zijn bij het hele bedrijfsproces “in totaal 31 medewerkers betrokken. Dit betreft eigen mensen, zzp-ers die structureel ingehuurd worden voor bepaalde opleidingsactiviteiten en medewerkers van de participerende scholen.” Hoewel de medewerkers van de participerende onderwijsinstellingen waarschijnlijk niet meetellen, nemen wij aan dat bij BTO minder dan 50 personen werkzaam zijn. Verder blijkt uit de “Publicatiestukken 1 augustus 2022 tot en met 31 juli 2023 Coöperatieve Barneveldse Techniek Opleidingen U.A.” zoals gedeponeerd bij de KvK, blijkt dat BTO op 31 juli 2023 een balanstotaal had van € 1.218.422,-- (een afname van € 55.243,-- ten opzicht van 31 juli 2022). Ervan uitgaande dat BTO dus inderdaad als zelfstandige onderneming moet worden beschouwd (zie randnummer 12 hiervoor), is BTO een kleine onderneming.
14.
Hieronder hebben we schematisch de voorwaarden voor het vrijstellen van de steun op basis van artikel 17 AGVV weergegeven:
.
Zie voor achtergrondinformatie Checklist kmo-steun van de Commissie The General Block Exemption Regulation, its content and application (2023) General Block Exemption Regulation (GBER) - Frequently Asked Questions (2015-2016) I Doen zich geen uitzonderingen voor? Artikel 1 lid 2 AGVV Overschrijding nationaal budget en uitvoer nee Artikel 1 lid 3 AGVV Landbouw en visserij nee Artikel 1 lid 4 AGVV Deggendorf casus en financiële moeilijkheden nee Artikel 1 lid 5 AGVV Schending van het Unierecht nee Artikel 1 lid 6 AGVV Kernenergie nee II Past de voorgenomen steunmaatregel of –regeling binnen een vrijstelbare steuncategorie (artikel 1 lid 1 AGVV)? Deel 2 Kmo-steun Ja Artikel 17 Investeringssteun voor kmo’s III Voldoet de voorgenomen maatregel aan de voorschriften van een specifieke lid steuncategorie (artikel 17 AGVV)? (rekening houdend met de definities in artikel 2 AGVV!) (i) welke activiteit mag er een investering in materiële […] activa ten behoeve van de 3(a) oprichting van een nieuwe vestiging; de uitbreiding van worden gesteund? een bestaande vestiging; de diversificatie van de productie van een vestiging naar producten of diensten die voordien niet in de vestiging werden vervaardigd of vanuit hier werden geleverd; […]
7 van 9
(ii)
wie zijn de begunstigden
(iii)
welke kosten komen voor steun in aanmerking?
(iv)
IV
Onder “materiële activa” wordt blijkens artikel 2 lid 29 begrepen “gronden, gebouwen en installaties, machines en uitrusting”. Een vervangingsinvestering is géén investering in de zin van lid 3. Kmo’s die binnen of buiten het grondgebied van de Unie actief zijn de kosten van investeringen in materiële en immateriële activa, met inbegrip van eenmalige niet-afschrijfbare kosten die rechtstreeks verband houden met de investering en de eerste installatie ervan de geraamde loonkosten voor rechtstreeks door het investeringsproject gecreëerde banen, berekend over een periode van twee jaar; een combinatie van een deel van de in punten a) en b) bedoelde kosten, die echter niet het bedrag uit punt a) of b) overschrijdt, als dit hoger is. 20% van de in aanmerking komende kosten in het geval van kleine ondernemingen
wat is de steunintensiteit (rekening houdend met artikel 7 AGVV en artikel 8 AGVV)? (v) gelden er speciale Geen aanvullende ten opzichte van de voorwaarden die voorwaarden (aanbesteding, hiervoor al aangegeven zijn. marktonderzoek) Wordt er voldaan aan de gemeenschappelijke bepalingen? (i) worden de aanmeldings8,25 miljoen EUR per onderneming per investeringsdrempels niet overschreden project (artikel 4 AGVV) rekening houden met de Om te bepalen of dit het geval is, wordt het totale bedrag aan staatssteun ten behoeve van de gesteunde activiteit cumuleringsregeling (artikel 8 AGVV)? of het gesteunde project of de gesteunde onderneming in aanmerking genomen. Op grond van dit artikel mag BTO bij garantstelling door de Gemeente slechts onder strikte voorwaarden andere staatssteun ontvangen (ook van andere overheden voor hetzelfde project). (ii) is de steun transparant steun in de vorm van garanties: (artikel 5 AGVV)? (i) wanneer het bruto-subsidie-equivalent is berekend op basis van de safe-harbour-premies die in een mededeling van de Commissie zijn vastgesteld, of Voor de safe-harbour-premies zie § 3.3 van de Mededeling van staatssteun in de vorm van garanties. (ii)
wanneer, voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van de maatregel, de methode voor het berekenen van het bruto-subsidie-equivalent van de garantie door de Commissie is aanvaard op grond van de Mededeling staatssteun in de vorm van garanties (1), of een mededeling die deze vervangt, na aanmelding van die methode bij de Commissie op grond van een op staatssteungebied door de Commissie vastgestelde verordening die op dat moment van toepassing is, en de goedgekeurde methode uitdrukkelijk is toegespitst op het soort garanties en het soort onderliggende transacties 8 van 9
1 2(a)
2(b)
2(c)
6(a)
lid c)
1
2(c)
die in het kader van de toepassing van deze verordening in het geding zijn.
(iii)
heeft de steun een stimulerend effect (artikel 6 AGVV)?
(iv)
wordt de kennisgevingsplicht in acht genomen (artikel 9 AGVV en artikel 11 AGVV)?
De begunstigde moet voordat de werkzaamheden aan het project of de activiteit aanvangen, bij de betrokken lidstaat een schriftelijke steunaanvraag hebben ingediend die vereiste informatie bevat. Nog niet aan de orde
2
15.
Enkele voorwaarden uit dit schema behoeven wat ons betreft een nadere uitwerking.
16.
Het totale te financieren bedrag voor de nieuwe vestiging van BTO is € 6.816.240,--. Volgens artikel 17 lid 2 en 3 onder a) AGVV valt een investering in materiële activa ten behoeve van de oprichting van een nieuwe vestiging niet zijnde een vervanging onder de in aanmerking komende kosten. Van deze in aanmerking komende kosten mag 20% worden gesteund in het geval van een kleine onderneming. We gaan ervanuit dat BTO een kleine onderneming is. In dat geval mag de steun aan BTO door de garantstelling maximaal € 1.363.248,- (want 20% van € 6.816.240,-) bedragen.
17.
Op dit moment is nog niet inzichtelijk wat het precieze bedrag aan steun is dat de Gemeente aan BTO zal verlenen door de garantstelling. De steun is, zoals hiervoor uiteengezet, immers niet gelijk aan het bedrag van de lening waarvoor de Gemeente zich garant stelt, maar gelijk aan het voordeel dat BTO krijgt doordat zij een lening kan afsluiten op voorwaarden die gunstiger zijn dan de marktvoorwaarden. Dit voordeel zal dus nog uitgerekend moeten worden aan de hand van de berekeningsmethoden die artikel 5 AGVV voorschrijft (bijvoorbeeld door een extern bureau). Het lijkt ons vooralsnog niet direct voor de hand te liggen dat dit voordeel hoger dan € 1.363.248,- zal zijn.
18.
Gelet op het voorgaande zou het volgens ons mogelijk moeten zijn om de garantie staatssteunproof te maken door te voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 17 AGVV. ***
9 van 9