Bestemmingsplan Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Tekst van het document
In het Activiteitenbesluit zijn veiligheidsafstanden opgenomen die moeten worden aangehouden tussen kwetsbare respectievelijk beperkt kwetsbare objecten en (onder andere) een gasdrukmeet- en regelstation (4-6 meter). Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten volgens het Activiteitenbesluit zijn dezelfde objecten als die genoemd zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het gaat dan om onder andere "Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
25
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest woningen, ziekenhuizen en bedrijven. Dit plan voldoet aan de voorgeschreven afstand. Binnen de veiligheidsafstand kunnen eveneens geen beperkt kwetsbare objecten worden opgericht. Er wordt voldaan aan de voorgeschreven afstand van 4 meter die geldt voor beperkt kwetsbare objecten. Liander heeft op 12 april 2023 aangegeven geen belangen in het gebied te hebben, daarom hoeven er in dit bestemmingsplan geen veiligheidsafstanden opgenomen te worden. Conclusie Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het plan.
5.12
Natuur en landschap
Bij dit plan wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit van de buren. De bomen aan de Van Wijbergenlaan blijven gehandhaafd. Daarmee is het plan landschappelijk akkoord. Zie hieronder voor de inrichting van het plan.
Afbeelding 5.1 Inrichting plangebied Doorwerk ing in plangebied Het aspect natuur en landschap vormt geen belemmering voor dit plan.
5.13
Ontplofbare oorlogsresten
Gemeente Barneveld heeft voor haar gehele grondgebied een historisch vooronderzoek uit laten voeren naar de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens dit vooronderzoek van Expload met kenmerk RN-14037-2.0 van 27 oktober 2015 blijkt dat Van Wijnbergenlaan naast 7 niet verdacht is van Ontplofbare Oorlogsresten, zijnde afwerpmunitie. De onderstaande afbeelding is een kaartuitsnede van de OO-belastingkaart van gemeente Barneveld, waarop de Van Wijnbergenlaan naast 7 te zien is.
26
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Afbeelding 5.2 Uitsnede OO-belastingkaart met plangebied blauw omcirkeld. De locatie is onverdacht voor Ontplofbare Oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog. Verder onderzoek naar explosieven is niet nodig. Conclusie Het aspect Ontplofbare Oorlogsresten vormt geen belemmering voor het plan.
5.14
Veiligheid
Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd.
Situatie Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en subaanrijdroutes. Dit zal gebeuren bij de bouwplannen en inrichtingsplannen. Conclusie Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. "Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
27
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
5.15
Verkeer
Het parkeren wordt volledig op eigen terrein gerealiseerd met twee parkeerplaatsen op de oprit en een parkeerplaats in de garage. Deze voldoen aan de minimumeisen uit de Nota Parkeernormen. Voor de ontsluiting wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit, behorende bij de bestaande woning aan de Stationsweg ten oosten van het plangebied, richting de Van Wijnbergenlaan. De exacte inrichting is terug te vinden in Bijlage 1. Daarmee is het plan verkeerskundig akkoord. Doorwerk ing in plangebied Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor dit plan.
5.16
Water
Waterparagraaf Deze waterparagraaf vormt het resultaat van het procesinstrument watertoets. De watertoets betreft het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Het is verplicht de watertoets toe te passen. Hiermee wordt beoogd om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in het ruimtelijk planproces. De watertoets heeft betrekking op het grond-, oppervlakte-, afval- en hemelwater. Het behandelt alle relevante waterhuishoudkundige aspecten zoals ontwatering, wateroverlast en waterkwaliteit. De waterparagraaf beschrijft het relevante waterbeleid, de betrokkenheid en het advies van de waterbeheerder en de waterhuishoudkundige uitwerking van het plan. Waterbeleid 5.16.1
BOP 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.
Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebiedvan de energietransitie.
28
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en Hemelwaterplan 2017 - 2020 Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Huidige situatie Het perceel naast de van Wijnbergenlaan 7 te Barneveld, is in de huidige situatie bouwgrond aanwezig. Op dit stuk grond wordt een woning met bijgebouw gesitueerd. Het perceel is aangesloten op een DWA vrijverval riolering in de Wijnbergenlaan. Aan de voorkant van het perceel is een B watergang gelegen. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie wordt er een woning met bijgebouw gerealiseerd. Toename verhard oppervlak bedraagt 576 m2. De bergingseis is 30 mm per vierkante meter verhard oppervlak.
Totaal wordt er 19,3 m³ geborgen. Doormiddel van het toepassen van infiltratie kratten onder de oprit, met overstort naar de B-watergang wat wordt voorzien van een talud bescherming. Het vuilwater wordt aangesloten op het bestaande DWA stelsel in de Wijnbergenlaan. De ontwikkeling sluit aan bij de waterhuishoudkundige doelen van de gemeente en het waterschap. Conlusie Het aspect water vormt geen belemmering voor dit plan.
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
29
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Hoofdstuk 6 6.1
JURIDISCHE ASPECT EN
Inleiding
Deze partiële herziening is gebaseerd op het moederplan "Barneveld-Noordwest" (met identificatienummer NL.IMRO.0203.1310-0003), vastgesteld op 1 februari 2017 en (zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden). De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijking- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Hoofdstuk 4 betreft het overgangsrecht en de slotbepaling. Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk of de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.
6.2
Inleidende regels
Begrippen In artikel 1 van de partiële herziening zijn de begrippen plan en bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest" gedefinieerd. Het kan bij een partiële herziening voorkomen dat er een begrip wordt toegevoegd. Er wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik.
6.3
Bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 van de partiële herziening zijn de bestemmingsregels opgenomen. In dit hoofdstuk en de daarin opgenomen bepalingen over de gebruikte bestemmingen en de dubbelbestemming (Waarde Archeologie 1) worden de regels van het bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest" niet herzien. De verbeelding van het bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest" is op de locatie gewijzigd in die zin dat een bestemmingsvlak 'Wonen -1' met een 'bouwvlak' zijn toegevoegd. Daarnaast is de bouwaanduiding 'vrijstaand' met de maatvoeringen 'maximum goothoogte 6 meter' en 'maximum bouwhoogte 11 meter' toegevoegd' en een gevellijn toegevoegd. Verder is voor een gebiedsaanduiding met betrekking tot een voorwaardelijke verplichting toegevoegd. Zie verder de toelichting bij het bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest". Hieronder volgt een nadere uiteenzetting van enkele specifieke onderdelen van de partiële herziening.
6.4
Algemene regels
In hoofdstuk 3 is aangegeven dat de algemene regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest", (en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden), niet zijn gewijzigd. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de voorgeschreven Anti-dubbeltelregeling opgenomen.
30
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
6.4.1
Algemene aanduidingsregels
De algemene aanduidingsregels bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. De volgende gebiedsaanduiding is toegepast: 'overige zone - voorwaardelijke verplichting' 6.4.1.1
Voorwaardelijke verplichting
Bij wijzigingen van het bestemmingsplan is het veelal noodzakelijk afspraken met betrekking tot het slopen van gebouwen of het realiseren van inrichtingsmaatregelen dan wel andere voorwaarden vast te leggen. Om dit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierbij worden aan het bestemmingsplan specifieke regels toegevoegd die de verzoeker verplichten om bij gebruikmaking van de toegestane ontwikkeling ook de inrichtingsmaatregelen te realiseren of bebouwing te slopen. In onderhavige partiële herziening is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die verband houdt met de inrichting van het terrein. Dit betreft de situering van de woning en het bijgebouw, de parkeerplaatsen en de iniflatratiekratten.
6.5
Overgangs- en slotregels
In het laatste hoofdstuk zijn de regels ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen. Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van voorliggende partiële herziening.
6.6
Handhaving
De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: De regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving. Handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren. Niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (zoals in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijking van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.
In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: De regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels. Het beleid voor afwijkingen. "Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
31
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
In het moederplan (bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest"), en daarmee ook in deze partiële herziening, is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het moederplan (bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest") opgenomen afwijkingsmogelijkheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.
32
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Hoofdstuk 7
ECONOM ISCHE UIT VOERBAARHEID
Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Tijdens haar vergadering van 27 april 2010 heeft de gemeenteraad de bevoegdheden tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan bij een besluit tot wijzigen van het bestemmingsplan gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. De kosten voor het opstellen van het plan worden gedekt door het heffen van leges. Voor de kosten van tegemoetkoming in schade, bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade) is een afzonderlijke overeenkomst gesloten. De inhoud voldoet aan die van een anterieure overeenkomst in de zin van artikel 6.24 Wro. Er zijn bij dit plan geen andere kosten die in een exploitatieplan of exploitatieovereenkomst opgenomen moeten worden.
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
33
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN M AAT SCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID De procedure voor het gedeeltelijk herzien van een bestemmingsplan is door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op DATUM in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennis gegeven van het voornemen om de voorliggende patiële herziening van het geldende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van de partiële herziening opgestart.
8.1
Participatie
Participatie gaat over het goede gesprek tussen initiatiefnemers, de samenleving en de beslissers. Het is de bedoeling om elkaar zo vroeg mogelijk te betrekken in het proces ter voorbereiding van een besluit en gezamenlijk te zoeken naar de beste oplossingen. Dit is verankerd in beleid dat moet leiden tot plannen met een hogere kwaliteit en een breder draagvlak. Op 20 april 2022 heeft de raad het "Participatiebeleid Gemeente Barneveld" vastgesteld. Het beleid onderscheidt drie sporen: 1. Participatie bij ruimtelijke initiatieven; 2. Participatie bij initiatieven van de overheid; 3. Participatie bij initiatieven vanuit de gemeenschap. Het beleid is in werking getreden op 1 juli 2022, met uitzondering van de participatieverplichting uit spoor 1 want die is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In het beleid is de participatieladder opgenomen. Die ladder gaat over verschillende gradaties van meedoen en is er om de rol van de deelnemers duidelijk te communiceren. Er zijn vier treden op de ladder: 1. 2. 3. 4.
Meebepalen | co-creatie Meewerken | adviseren Meedenken | raadplegen Meeweten | informeren
In dit geval is eerste spoor van het beleid relevant en trede informeren van de participatieladder. De initiatiefnemer heeft overleg gevoerd met buren en belanghebbenden. Er zijn daarbij gesprekken gevoerd met de buren aan de Van Wijnbergenlaan 7 en de Stationsweg 139. Beiden gaven aan in principe geen problemen te hebben met de nieuwe woning. Er zijn alleen wat vragen over de privacy en geluidsoverlast. Hier wordt naar gekeken bij het verdere proces.
8.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Verder is er geen sprake van provinciale belangen, zodat ook is afgezien van vooroverleg met de provincie Gelderland. Op grond van artikel 3.1.1 lid 2 Bro kan derhalve worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen. Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 4.000 m² en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen door een bestemmingsplan. Hier is sprake van zo een geval. Om die reden heeft geen 34
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden. Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding.
8.3
Zienswijzen
Het ontwerp voor de partiële herziening heeft van 25 augustus tot en met 5 oktober 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken zijn geen reacties ingediend. Deze reacties hebben niet geleid tot aanpassing van het plan. In de bijlage bij deze partiële herziening is de Nota Zienswijzen bijgevoegd.
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
35
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
36
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Bijlagen bij de toelichting
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
37
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
38
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Regels
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
39
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
De regels van Hoofdstuk 1 van de regels van het bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest'' worden niet herzien.
Artikel 1
Begrippen
In dit plan wordt verstaan onder: 1.1
plan
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest met identificatienummer NL.IMRO.0203.1743-0002 van de gemeente Barneveld; 1.2
bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest"
het bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest" met identificatienummer NL.IMRO.0203.1564-0002, vastgesteld door de gemeenteraad van Barneveld d.d. 1 februari 2017, en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden.
40
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
De regels van Hoofdstuk 2 van de regels van het bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest" worden als volgt herzien.
Artikel 2
Tuin
De regels van artikel 20 van de regels van het bestemmingsplan ''Barneveld-Noordwest'' worden niet herzien.
Artikel 3
Wonen - 1
De regels van artikel 23 van de regels van het bestemmingsplan ''Barneveld-Noordwest'' worden niet herzien.
Artikel 4
Waarde - Archeologie 1
De regels van artikel 29 van de regels van het bestemmingsplan ''Barneveld-Noordwest'' worden niet herzien.
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
41
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Hoofdstuk 3
Algemene regels
De regels van Hoofdstuk 3 van de regels van het bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest" worden niet herzien. In dit plan wordt verstaan onder:
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6
Algemene aanduidingsregels
Aan de regels van het bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest" wordt in het artikel Algemene aanduidingsregels het volgende toegevoegd: 6.1
voorwaardelijke verplichting
6.1.1
overige zone - voorwaardelijke verplichting 1
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1' geldt - in afwijking van de daar geldende bestemming(en) - dat het gebruik volgens de bestemming(en) alleen is toegestaan op voorwaarde dat binnen twee jaar na het inwerkingtreden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van één woning, zoals bedoeld in Artikel 3, de gronden binnen deze bestemming zijn ingericht en vervolgens ingericht blijven overeenkomstig het inrichtingsplan en beheersplan, zoals opgenomen in Bijlage 1; Indien niet aan deze verplichting wordt voldaan is het als zodanig gebruiken van de gronden waarvoor een verplichte inrichting is voorgeschreven in strijd met deze bestemming.
42
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
De regels van Hoofdstuk 4 van de regels van het bestemmingsplan "Barneveld-Noordwest" worden niet herzien. In dit plan wordt verstaan onder:
Artikel 7 7.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 7.2
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 8
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het plan "Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" van de gemeente Barneveld.
Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Barneveld
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
43
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
44
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Bijlagen
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
45
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Bijlage 1 Inrichting- en beheersplan
46
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
48
"Van Wijnbergenlaan I, partiële herziening Barneveld-Noordwest" (vastgesteld)
Rapport 22100030.r02 Bouwplan Van Wijnbergenlaan 7 in Barneveld Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Weg- en railverkeerslawaai
www.SPAWNP.nl
BOUW - MILIEU - RUIMTE
Rapport 22100030.r02 Bouwplan Van Wijnbergenlaan 7 in Barneveld Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Weg- en railverkeerslawaai
Datum: 11 augustus 2021
Van de Steeg B.V. Wesselseweg 23 3771 PA BARNEVELD via prinsen.advies@hetnet.nl
IN
Opdrachtgever:
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110
DENKKRACHT
Auteur: De heer ing. L.F.A. Theuws
info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl ISO 9001:2015
| kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01
SPA WNP ingenieurs
INHOUD
22100030.r02
PAGINA
1.
INLEIDING
4
2.
WET GELUIDHINDER EN GEMEENTELIJK GELUIDBELEID 2.1 Wet geluidhinder 2.2 Gemeentelijk geluidbeleid
4 4 8
3.
GEGEVENS MET BETREKKING TOT HET AKOESTISCH ONDERZOEK 3.1 Weg(verkeer)gegevens 3.2 Rail(verkeer)gegevens 3.3 Stedenbouwkundige gegevens
9 9 9 9
4.
GEHANTEERDE ONDERZOEKSMETHODE 4.1 Wegverkeer 4.2 Railverkeer
10 10 10
5.
RESULTATEN EN BESPREKING 5.1 Geluidbelastingen en toetsing per (spoor)weg 5.2 Cumulatie geluid en Bouwbesluit
11 11 13
6.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
14
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.
Pagina 2
SPA WNP ingenieurs
22100030.r02
FIGUREN 1
Situatie 1.1 Plangebied en de ruime omgeving 1.2 Indeling plangebied en de directe omgeving
2
Akoestisch rekenmodel 2.1 Rekenmodel: wegverkeer 2.2 Rekenmodel: railverkeer 2.3 Rekenpunten
3
Geluidbelastingen per gezoneerde weg
4
Gecumuleerde geluidbelastingen wegverkeer
5
Geluidbelastingen railverkeer
BIJLAGEN 1
Overzicht verkeersgegevens
2
Invoergegevens akoestisch rekenmodel
3
Geluidbelastingen per gezoneerde weg
4
Gecumuleerde geluidbelastingen wegverkeer
5
Geluidbelastingen railverkeer
6
Gecumuleerde geluidbelastingen weg- en railverkeer
Pagina 3
SPA WNP ingenieurs
1.
22100030.r02
INLEIDING Ten oosten van de woning aan de Van Wijnbergenlaan 7 in Barneveld, wil men een nieuwe woning realiseren (zie afbeelding 1). De gevels van het plan ondervinden een geluidbelasting ten gevolge van het weg- en railverkeer in de omgeving. Voor de ruimtelijke onderbouwing van de plannen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en is de situatie beoordeeld aan de hand van de Wet geluidhinder en het gemeentelijke geluidbeleid. Doel van dit onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting binnen het plangebied voor zover deze wordt veroorzaakt door het relevante weg- en railverkeer. In afbeelding 1 en in figuur 1.1 is de ligging van het plangebied en de omgeving weergegeven. In figuur 1.2 is de indeling van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. Afbeelding 1: Plangebied en de omgeving
2.
WET GELUIDHINDER EN GEMEENTELIJK GELUIDBELEID
2.1
Wet geluidhinder Zones langs wegen Volgens de Wet geluidhinder bevindt zich aan weerszijden van elke weg een geluidzone, waarvan de breedte afhankelijk is van het aantal rijstroken van de weg en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). Binnen deze zone gelden de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Als het stedelijk gebied wordt gedefinieerd: het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.
Pagina 4
SPA WNP ingenieurs
22100030.r02
Het buitenstedelijk gebied wordt gedefinieerd als: het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg. Voor de breedte van de geluidzones gelden de in tabel 1 gegeven waarden. Tabel 1: Overzicht zonebreedte Aard van het gebied
Aantal rijstroken
Zonebreedte aan weerszijden van de weg* [in m]
Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied
*
1 of 2
200
3 of meer
350
1 of 2
250
3 of 4
400
5 of meer
600
ook de ruimte boven en onder de weg behoort tot de zone langs de weg.
Er is geen sprake van een zone langs een weg indien: de weg ligt binnen een als woonerf aangeduid gebied of voor de weg een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom. Er is geen sprake van de aanwezigheid van een auto(snel)weg, zodat er in de zin van de Wet geluidhinder sprake is van een stedelijk gebied. Het plangebied ligt in de geluidzones van de Stationsweg en de Van Wijnbergenlaan. De overige wegen liggen op grotere afstand van het plangebied en/of de verkeersintensiteit is er dusdanig gering, dat deze wegen niet relevant zijn met betrekking tot de geluidbelasting. Grenswaarden voor geluidgevoelige bestemmingen binnen zones langs wegen De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (ook wel voorkeurswaarde genoemd) voor geluidgevoelige bestemmingen (o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen etc.) binnen zones langs wegen is 48 dB. In bijzondere gevallen, nader aangegeven in de Wet geluidhinder in artikel 83, is een hogere waarde mogelijk. De voorkeurswaarden en maximale ontheffingswaarden waar in verschillende situaties aan moet worden voldaan, zijn weergegeven in tabel 2.
Pagina 5
SPA WNP ingenieurs
22100030.r02
Tabel 2: Overzicht voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden wegverkeerslawaai Stedelijk gebied Woning
Weg
Nieuw
Buitenstedelijk gebied
Voorkeurswaarde
Maximale ontheffing
Voorkeurswaarde
Maximale ontheffing
Bestaand
48 dB
63 dB
48 dB
53 dB
Bestaand
Nieuw
48 dB
63 dB
48 dB
58 dB
Bestaand
Reconstructie
48 dB
68 dB
48 dB
68 dB
Nieuw
48 dB
58 dB
48 dB
53 dB
Nieuw
Burgemeester en wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting. Het vaststellen van een hogere waarde kan alleen als de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de te verwachten geluidbelasting, vanwege de weg, van de uitwendige scheidingsconstructie van de betrokken woningen tot 48 dB onvoldoende doeltreffend zijn dan wel, overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Het voorliggende plan is gelegen in stedelijk gebied. De maximaal toelaatbare geluidbelasting voor de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen is 63 dB. Aftrek artikel 110g Wet geluidhinder In artikel 110g van de Wet geluidhinder is bepaald dat op het reken- of meetresultaat een aftrek mag worden toegepast in verband met het stiller worden van motorvoertuigen. De hoogte van deze aftrek is geregeld in artikel 3.4 van de regeling “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” van de minister van I&M, van 12 juni 2012 en de wijziging hiervan op 15 mei 2014. Er geldt de volgende aftrek: • 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt.
• 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is. • 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is. • 5 dB voor de overige wegen. • 0 dB bij het bepalen van de geluidwering van de gevels. In de toelichting op artikel 3.4 van de hiervoor genoemde regeling wordt de reden voor de te hanteren aftrek door de minister toegelicht. Kort samengevat wordt het verkeer in de toekomst stiller. Dit komt enerzijds door aanscherping van de Europese geluideisen aan voertuigen en banden en anderzijds omdat het aandeel hybride en elektrisch aangedreven auto’s groeit.
Pagina 6
SPA WNP ingenieurs
22100030.r02
Zones langs spoorwegen Volgens de Wet geluidhinder bevindt zich langs ieder spoor een zone. De breedte van de zone, gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf, varieert van 100 tot 1200 meter, en is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond ter plaatse van het bouwplan (zie artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder). Voor de breedte van de geluidzones gelden de in tabel 3 gegeven waarden. Tabel 3: Overzicht zonebreedte spoorwegen Hoogte geluidproductieplafond
Breedte zone (in meters)
Kleiner dan 56 dB
100
Gelijk aan of groter dan 56 dB en kleiner dan 61 dB
200
Gelijk aan of groter dan 61 dB en kleiner dan 66 dB
300
Gelijk aan of groter dan 66 dB en kleiner dan 71 dB
600
Gelijk aan of groter dan 71 dB en kleiner dan 74 dB
900
Gelijk aan of groter dan 74 dB
1200
Het plangebied ligt nabij de spoorweg tussen Ede – Amersfoort. Voor deze spoorweg geldt dat het geluidproductieplafond ter hoogte van het bouwplan kleiner is dan 56 dB. Hieruit volgt dat de breedte van de geluidzone 100 meter bedraagt. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van deze spoorlijn en is daarom wel verder onderzocht. Grenswaarden voor geluidgevoelige bestemmingen binnen zones langs spoorwegen De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting voor geluidgevoelige bestemmingen (o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen etc.) binnen zones langs spoorwegen, is maximaal 55 dB. In bijzondere gevallen zijn hogere waarden mogelijk. De maximale geluidbelasting, na ontheffing, is voor geluidgevoelige bestemmingen 68 dB. Burgemeester en wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Het vaststellen van een hogere waarde kan alleen als de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de te verwachten geluidbelasting, vanwege de weg, van de uitwendige scheidingsconstructie van de betrokken woningen tot 55 dB onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel, overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.
Cumulatie geluidbronnen Volgens de Wet geluidhinder mag een hogere waarde dan de voorkeurswaarde (48 dB wegverkeer, 55 dB railverkeer en 50 dB(A) industrielawaai) alleen worden vastgesteld als de gecumuleerde geluidbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidbelasting (artikel 110a, lid 6). Of er sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting is ter beoordeling van burgemeester en wethouders van de gemeente.
Pagina 7
SPA WNP ingenieurs
22100030.r02
In overeenstemming met hoofdstuk 2 van bijlage I van het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” kunnen verschillende geluidbronnen (weg- en railverkeer, industrie- en luchtvaartlawaai) gecumuleerd worden. Bij deze cumulatie mag bij het wegverkeer geen rekening worden gehouden met de aftrek overeenkomstig artikel 110g van de Wet geluidhinder. 2.2
Gemeentelijk geluidbeleid De gemeente Barneveld heeft beleidsregels opgesteld voor het toekennen van hogere waarden. In de beleidsregels zijn alleen aspecten opgenomen die van belang zijn voor de realisatie van nieuwe woningen en niet voor nieuwe andere geluidgevoelige gebouwen. In de beleidsregels zijn, kort samengevat, de volgende aspecten opgenomen die van belang zijn voor de realisatie van de nieuwe woning: Voorwaarden hogere waarden De gemeente Barneveld zet zich in voor een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidbelasting. Deze leefbaarheid wordt bewerkstelligd door voorwaarden te verbinden aan het verlenen van hogere waarden. De voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen in een lawaaiige situatie. De voorwaarden bij het verlenen van een hogere waarde kunnen zijn: • geluidluwe gevel De woning heeft ten minste één gevel met een lager (luw) geluidniveau: - Het geluidniveau op deze gevel is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde voor elk van te onderscheiden geluidbronnen. - Voor de centrumgebieden van Barneveld en Voorthuizen geldt de hogere waarde minus 10 dB. • buitenruimte Indien de woning beschikt over een buitenruimte, dan is deze bij voorkeur gelegen aan de geluidluwe zijde.
Bij een geluidsbelasting groter dan 53 dB vanwege wegverkeer, 60 dB vanwege railverkeer of 55 dB(A)-etmaalwaarde vanwege industrielawaai, gelden de volgende woningindelingseisen: 1. Verblijfsruimten moeten zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde liggen. 2. Ten minste één slaapkamer moet aan de geluidluwe zijde liggen. 3. Indien de woning beschikt over een buitenruimte, dan dient deze gelegen te zijn aan de geluidluwe zijde. Het geluidniveau in de buitenruimte mag niet meer dan 5 dB hoger zijn dan bij de geluidluwe gevel. Deze eis geldt voor maximaal één buitenruimte per woning. Er zijn geen ten hoogst toelaatbare geluidbelastingen opgenomen die strenger zijn dan de Wet geluidhinder, zie paragraaf 2.1.
Pagina 8
SPA WNP ingenieurs
22100030.r02
De gemeente Barneveld is van oordeel dat er geen sprake is van een onaanvaardbare geluidhinder indien voldaan wordt aan de volgende drie punten: • Per geluidbron moet voldaan worden aan de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting, zoals toelaatbaar volgens de Wet geluidhinder. • Bij de realisatie van een geluidgevoelig gebouw, moet voldaan worden aan de eisen uit het Bouwbesluit ten aanzien van de karakteristieke geluidwering van de gevels, waarbij voor de geluidbelasting wordt uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting overeenkomstig de methode van het “Reken- en meetvoorschrift geluid”, bijlage I, hoofdstuk 2. • Er moet minimaal 1 geluidluwe gevel zijn ten gevolge van alle geluidbronnen. Daar waar, in uitzonderlijke gevallen, niet voldaan kan worden aan het gestelde in het geluidbeleid, kunnen burgemeester en wethouders besluiten om geen uitvoering te geven aan het geluidbeleid (artikel 10 van het gemeentelijke beleid).
3.
GEGEVENS MET BETREKKING TOT HET AKOESTISCH ONDERZOEK
3.1
Weg(verkeer)gegevens Bij de berekeningen is gebruik gemaakt van door de gemeente Barneveld. In bijlage 1 zijn de verkeersgegevens uitgewerkt. Voor het onderzoek is uitgegaan van het jaar 2031. De maximaal toegestane rijsnelheid op de Stationsweg en de Van Wijnbergenlaan is voor alle voertuigcategorieën 50 km/uur. De wegdekken van de Stationsweg (inclusief de rotonde) en het oostelijke deel van de Van Wijnbergenlaan (aansluiting op de rotonde) zijn voorzien van het geluidreducerende asfalttype SMA-NL8 G+. Het westelijke deel van de Van Wijnbergenlaan bestaat uit dicht asfaltbeton met een fijne oppervlaktetextuur. De wegen liggen vrijwel op dezelfde maaiveldhoogte als die van het bouwplan. De wegen hebben geen hellingen van betekenis.
3.2
Rail(verkeer)gegevens Voor de spoorlijn Ede - Amersfoort is uitgegaan van de gegevens, zoals door ProRail beschikbaar is gesteld via het Geluidregister (laatste wijziging: 14-12-2020). Vanwege de hoeveelheid data, zijn de gehanteerde spoorweggegevens niet als bijlage in deze rapportage toegevoegd. Indien gewenst stellen wij het akoestisch rekenmodel ter beschikking aan de gemeente.
3.3
Stedenbouwkundige gegevens Voor het uitvoeren van het onderzoek is gebruik gemaakt van digitale tekeningen van het onderzoeksgebied en de directe omgeving. Dit materiaal is voor de duur van het onderzoek beschikbaar gesteld via Boxxis Architecten uit Barneveld.
Pagina 9
SPA WNP ingenieurs
22100030.r02
De hoogtes van gebouwen en overige stedenbouwkundige gegevens, die niet beschikbaar waren via de hiervoor vermelde tekeningen, zijn verkregen uit een locatie bezoek door medewerkers van SPA WNP ingenieurs in het recente verleden, en online bronnen zoals Google Maps (Street View) en het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). In het gebied waarbinnen de berekeningen zijn uitgevoerd, is de bodem als akoestisch zacht beschouwd, met uitzondering van die locaties waar sprake is van een akoestisch harde bodem, zoals de wegen, terreinverhardingen, waterpartijen, fiets- en voetpaden. Alle relevante afschermende en reflecterende objecten zijn in beschouwing genomen.
4.
GEHANTEERDE ONDERZOEKSMETHODE
4.1
Wegverkeer Voor het akoestisch onderzoek is een 3D-rekenmodel opgesteld van het onderzoeksgebied (zie de figuren 2.1 en 2.3). Met behulp van dit rekenmodel zijn de benodigde berekeningen uitgevoerd. Dit is gedaan in overeenstemming met de in bijlage III van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” gegeven rekenmethode 2. Berekend zijn de geluidbelastingen uitgedrukt in Lden. De berekeningen zijn uitgevoerd met één reflectie en een zichthoek van 20. In het rekenmodel zijn de gebouwen beschouwd als blokken met een reflectiecoëfficiënt van 0,8 en een tophoekcorrectie van 0 dB. Binnen het onderzoeksgebied zijn de waarden van de geluidbelasting bepaald op alle gevels van de nieuwe woning. Dit is gedaan op de hoogtes 1,5 m en 4,5 m boven het plaatselijk maaiveld. De posities van de rekenpunten zijn gegeven in figuur 2.3. Behalve in de hiervoor genoemde figuren, zijn de invoergegevens van het rekenmodel ook gegeven in bijlage 2.
4.2
Railverkeer Met behulp van een 3D-rekenmodel (zie figuur 2.2), opgesteld in overeenstemming met het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, bijlage IV’, zoals bedoeld hoofdstuk VIIIa, afdeling 2 van de Wet geluidhinder, is de geluidbelasting bepaald. Bij deze berekeningen is gebruik gemaakt van de in dit voorschrift gegeven rekenmethode 2. Berekend zijn de geluidbelastingen uitgedrukt in Lden. De berekeningen zijn uitgevoerd met één reflectie en een zichthoek van 2°. De invoergegevens van het rekenmodel die betrekking hebben op objecten en bodemvlakken, komen overeen met het model dat voor wegverkeerslawaai gemaakt is (zie hoofdstuk 4.1 en de bijlagen 2). Gezien de hoeveelheid data, zijn de invoergegevens van de spoorweg niet opgenomen als bijlage in deze rapportage. Indien gewenst stellen wij het akoestisch rekenmodel ter beschikking aan het bevoegd gezag.
Pagina 10
SPA WNP ingenieurs
5.
RESULTATEN EN BESPREKING
5.1
Geluidbelastingen en toetsing per (spoor)weg
22100030.r02
Resultaten In figuren 3.1 t/m 5 en in bijlagen 3.1 t/m 5 zijn de berekende geluidbelastingen weergegeven. Uit de resultaten blijkt dat de nieuwe woning een geluidbelasting (Lden) zal ondervinden van maximaal: • 47 dB, ten gevolge van de Stationsweg. Dit is lager dan de voorkeurswaarde van 48 dB. In figuur 3.1 en in bijlage 3.1 zijn de geluidbelastingen weergegeven; • 51 dB, ten gevolge van de Van Wijnbergenlaan. Dit is hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB, maar de maximale ontheffing van 63 dB wordt niet overschreden. In figuur 3.2 en in bijlage 3.2 zijn de geluidbelastingen weergegeven; • 51 dB, ten gevolge van het railverkeer. Dit is ruim lager dan de voorkeurswaarde van 55 dB. In figuur 5 en in bijlage 5 zijn de geluidbelastingen weergegeven. Alleen de geluidbelasting ten gevolge van de Van Wijnbergenlaan, zal bij de nieuwe woning hoger zijn dan de voorkeurswaarde, maar de maximale ontheffing wordt niet overschreden. Ten gevolge van alle overige geluidbronnen zal de geluidbelasting lager zijn dan de voorkeurswaarde. Uit de resultaten blijkt dat voldaan wordt aan het gemeentelijke geluidbeleid. Zo heeft de nieuwe woning meerdere geluidluwe gevels en buitenruimten aan deze geluidluwe gevels. Beschouwde maatregelen De Wet geluidhinder schrijft voor om bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en maatregelen bij de ontvanger te onderzoeken.
In het onderstaande is dit gedaan, waarbij eerst onderzocht is welke maatregelen denkbaar zijn binnen het plangebied en vervolgens ook buiten het plangebied. Dit omdat onze opdrachtgever maatregelen binnen het plangebied waarschijnlijk eerder kan realiseren dan maatregelen die daarbuiten liggen. Binnen het plangebied zijn in principe de volgende maatregelen denkbaar om de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woning te reduceren: 1. een geluidscherm op de terreingrens van het bouwplan 2. de afstand tussen de weg en de nieuwe woning vergroten 3. een geluidscherm aan de geluidbelaste gevels 4. de geluidbelaste gevels voorzien van loggia’s 5. de geluidbelaste gevels uitvoeren als dove gevel1
1
Een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB, alsmede een constructie waarin bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte (artikel 1b lid 4 Wgh.)
Pagina 11
SPA WNP ingenieurs
22100030.r02
Ad.1:
Om de geluidbelasting te reduceren tot de voorkeurswaarde moet een geluidscherm op de noordelijke plangrens nodig (lengte circa 25 meter) met een hoogte van minimaal 4,0 meter. De kosten voor dergelijke schermen worden geraamd op circa € 47.200,= (25m x 4m x € 590,= 2). Daarbij zorgen de schermen bij de woning tot problemen, in verband met de bereikbaarheid van deze woning. Een dergelijk scherm is in deze situatie vanuit stedebouwkundig oogpunt niet gewenst en vanuit financieel oogpunt ook niet reëel.
Ad. 2:
De nieuwe woning wordt op een afstand van de Van Wijnbergenlaan gerealiseerd overeenkomstig de bestaande woningen langs deze weg. Om te kunnen voldoen aan de voorkeurswaarde zou de nieuwe woning nog 10 meter verder van de weg gerealiseerd moeten worden, dan nu gepland (circa 36 meter uit de wegas). Hierdoor is nauwelijks een achtertuin meer. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is het niet gewenst om de nieuwe woning zoveel verder van de weg te realiseren.
Ad. 3/4: Met een geluidscherm aan de gevel kan de gevel uitgevoerd worden als niet geluidbelaste gevel. Door het toepassen van loggia’s over de gehele gevelbreedte kan de geluidbelasting op de gevels binnen de loggia met 2 tot 5 dB gereduceerd worden. Het is vanuit architectonisch en stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst om voor deze woning dergelijke maatregelen te treffen. Ad. 5:
Het toepassen van dove gevels wordt normaliter alleen toegepast indien de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting overschreden wordt, wat hier niet het geval is. Een dove gevel legt beperkingen op aan de indeling van de woning en het uiterlijk van de gevel. Het is voor de nieuwe woning niet gewenst om gevels uit te voeren als dove gevel.
Het nader uitwerken van de kosten van deze maatregelen, is alleen zinvol als één van de maatregelen reëel zou zijn. Dit is in de voorliggende situatie niet het geval. Buiten het plangebied zijn in principe de volgende maatregelen denkbaar om de geluidbelasting op de nieuwe gebouwen te reduceren: 1. toepassen van een geluidreducerend wegdektype 2. verlagen van de rijsnelheid c.q. andere route Dit zijn maatregelen die, indien gewenst, door de gemeente getroffen kunnen worden en eventueel verder onderzocht kunnen worden. Ter informatie het volgende: Ad.1:
2
Het wegdek van de Van Wijnbergenlaan is al deels voorzien van een geluidreducerend wegdektype. Als deze weg tot de spoorlijn wordt voorzien van dit geluidreducerende wegdektype, bedraagt de geluidbelasting nog 49 dB en wordt de voorkeurswaarde nog steeds overschreden. Indien het wegdek vervangen wordt, is dit een zaak van de gemeente. Zij kunnen middels een kosten/baten analyse afwegen of dit een doelmatige investering is. Normaliter geldt dat het vervangen van het wegdek voor de realisatie van één woning vanuit financieel oogpunt niet reëel is.
De kosten voor schermen kunnen zeer uiteenlopen en zijn afhankelijk van de locatie, type scherm, gebruikte materialen enzovoort. Als richtprijs voor de raming van de kosten voor het plaatsen van een geluidscherm kan € 590,=/m 2 worden aangehouden (zie “Praktijkreeks Geluid en Omgeving - Wegverkeersgeluid”, SDU-uitgevers, 2014).
Pagina 12
SPA WNP ingenieurs
Ad.2:
5.2
22100030.r02
De Van Wijnbergenlaan is een drukke wijkontsluitingsweg. Het verkeer via andere wegen door deze omgeving laten rijden, is geen optie omdat er dan elders knelpunten ontstaan. Het verlagen van de rijsnelheid van 50 km/uur naar bijvoorbeeld 30 km/uur is ook geen optie, omdat deze weg een doorstroomfunctie heeft.
Cumulatie geluid en Bouwbesluit Om te voldoen aan de eisen uit Bouwbesluit 2012, moet een voldoende karakteristieke geluidwering (GA;k) van de gevels worden bereikt. Bij het ontwerp van nieuwe woningen moet hier rekening mee worden gehouden. In Bouwbesluit 2012 worden eisen gesteld aan de karakteristieke geluidwering GA;k van de uitwendige scheidingsconstructies van de verblijfsgebieden en verblijfsruimten in nieuw te bouwen woningen. Deze eisen zijn voor: • verblijfsgebieden: GA;k = [geluidbelasting Lden - 33 ], met een ondergrens van 20 dB; • verblijfsruimten: GA;k = [geluidbelasting Lden - 35 ]. Volgens Bouwbesluit 2012 hoeft bij de bepaling van de geluidwering van de gevels, alleen rekening gehouden te worden met de vastgestelde hogere grenswaarde. Bij de bepaling van een vereiste waarde van de geluidwering mag de aftrek, volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder, niet in rekening worden gebracht en moet worden uitgegaan van alle geluidbronnen waarvoor een hogere waarde vastgesteld moet worden. In de voorliggende situatie hoeft dus alleen rekening gehouden te worden met de Van Wijnbergenlaan. Vanuit een goed woon- en leefklimaat is het aan te bevelen om uit te gaan van de totale gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle relevante (spoor)wegen.
In overeenstemming met hoofdstuk 2 van bijlage I van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 kan het weg- en railverkeer gecumuleerd worden. In bijlage 6 zijn de gecumuleerde waarden weergegeven. Het wegverkeer is in deze situatie maatgevend voor de akoestische situatie. Dit betekent dat uitgegaan moet worden van een gecumuleerde geluidbelasting van maximaal 57 dB.
Pagina 13
SPA WNP ingenieurs
6.
22100030.r02
SAMENVATTING EN CONCLUSIES Ten oosten van de woning aan de Van Wijnbergenlaan 7 in Barneveld, wil men een nieuwe woning realiseren. De gevels van het plan ondervinden een geluidbelasting ten gevolge van het weg- en railverkeer in de omgeving. Voor de ruimtelijke onderbouwing van de plannen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en is de situatie beoordeeld aan de hand van de Wet geluidhinder en het gemeentelijke geluidbeleid. Doel van dit onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting binnen het plangebied voor zover deze wordt veroorzaakt door het relevante weg- en railverkeer. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, in de geluidzones van de Stationsweg, de Van Wijnbergenlaan en de spoorlijn Ede - Amersfoort. De overige wegen liggen op grotere afstand van het plangebied en/of de verkeersintensiteit is er dusdanig gering, dat deze wegen niet relevant zijn met betrekking tot de geluidbelasting. Uit het onderzoek blijkt dat de nieuwe woning een geluidbelasting ondervindt van maximaal: • 47 dB, ten gevolge van de Stationsweg. Dit is lager dan de voorkeurswaarde van 48 dB; • 51 dB, ten gevolge van de Van Wijnbergenlaan. Dit is hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB, maar de maximale ontheffing van 63 dB wordt niet overschreden; • 51 dB, ten gevolge van het railverkeer. Dit is ruim lager dan de voorkeurswaarde van 55 dB.
Alleen de geluidbelasting ten gevolge van de Van Wijnbergenlaan zal bij de nieuwe woning hoger zijn dan de voorkeurswaarde, maar de maximale ontheffing wordt niet overschreden. Ten gevolge van alle overige geluidbronnen zal de geluidbelasting lager zijn dan de voorkeurswaarde. Gezien de situatie en de berekende geluidbelastingen, zijn er binnen het bouwplan geen reële maatregelen mogelijk om de geluidbelasting bij de nieuwe woning te reduceren tot maximaal 48 dB (de voorkeurswaarde). Om de nieuwe woning te kunnen realiseren, dient de gemeente Barneveld een hogere grenswaarde vast te stellen en vast te leggen in het kadaster, ten gevolge van het verkeer op de Van Wijnbergenlaan van maximaal 51 dB. Uit het onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan het gemeentelijke geluidbeleid. Zo heeft de nieuwe woning meerdere geluidluwe gevels en buitenruimten aan deze geluidluwe gevels.
SPA WNP ingenieurs
Pagina 14
FIGUREN
SPA WNP ingenieurs
22100030 Figuur 1.1
0m
100 m schaal = 1 : 4000
463300
463200
463100
Spoorlijn 463000
462900
Van Wijnbergenlaan
Van Wijnbergenlaan 462800
PLANGEBIED Stationsweg 462700
462600
462500
168900 169000 169100 169200 169300 169400 169500 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [22100030 Van Wijnberglaan 7 Barneveld - Jaar 2031 - Jaar 2031 - VL] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: SPA WNP ingenieurs - locatie Ede
Nieuwe woning Van Wijnbergenlaan 7 in Barneveld Plangebied en de ruime omgeving
SPA WNP ingenieurs
22100030 Figuur 1.2
0m
30 m schaal = 1 : 900
Van Wijnbergenlaan
Spoorlijn 462900
462850
462800
PLANGEBIED Stationsweg
462750
169250 169300 169350 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [22100030 Van Wijnberglaan 7 Barneveld - Jaar 2031 - Jaar 2031 - VL] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: SPA WNP ingenieurs - locatie Ede
Nieuwe woning Van Wijnbergenlaan 7 in Barneveld Indeling plangebied en de directe omgeving
SPA WNP ingenieurs
22100030 Figuur 2.1
Wegen Bodemgebieden Gebouwen Minirotondes Schermen Hoogtelijnen
463300 0m
100 m schaal = 1 : 4000
01. 0
463200
463100
0022..1 2
463000
11.0
462900
1122..2 2ba
09.0
11. 0
1 12 2..11a b
0033..1 2
462800
462700
04. 0
462600
462500
168900 169000 169100 169200 169300 169400 169500 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [22100030 Van Wijnberglaan 7 Barneveld - Jaar 2031 - Jaar 2031 - VL] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: SPA WNP ingenieurs - locatie Ede
Nieuwe woning Van Wijnbergenlaan 7 in Barneveld Rekenmodel wegverkeer: ingevoerde items, zie legenda
SPA WNP ingenieurs
22100030 Figuur 2.2
Banen Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hoogtelijnen
463300
0m
100 m schaal = 1 : 4000
463200
463100
463000
462900
462800
462700
462600
462500
168900 169000 169100 169200 169300 169400 Railverkeerslawaai - RMR-2012, [22100030 Van Wijnberglaan 7 Barneveld - Jaar 2031 - RL] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: SPA WNP ingenieurs - locatie Ede
Nieuwe woning Van Wijnbergenlaan 7 in Barneveld Rekenmodel railverkeer: ingevoerde items, zie legenda
169500
SPA WNP ingenieurs
22100030 Figuur 2.3 Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Minirotondes Schermen Hoogtelijnen
0m
462900
30 m schaal = 1 : 700
12. 2a 12. 2b
462850
12.1 a
12.
1b
1 4
462800
169250 169300 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [22100030 Van Wijnberglaan 7 Barneveld - Jaar 2031 - Jaar 2031 - VL] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: SPA WNP ingenieurs - locatie Ede
Nieuwe woning Van Wijnbergenlaan 7 in Barneveld Rekenmodel weg- en railverkeer: ingevoerde rekenpunten
09.0
2
3
SPA WNP ingenieurs
22100030 Figuur 3.1 Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Minirotondes Schermen Hoogtelijnen periode: groep:
Lden 02_Stationsweg Inclusief groepsreducties
462900
0m
30 m schaal = 1 : 700
12. 2a 12. 2b
462850
12.1 a
12.
43/45 45/47
36/41
462800
169250 169300 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [22100030 Van Wijnberglaan 7 Barneveld - Jaar 2031 - Jaar 2031 - VL] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: SPA WNP ingenieurs - locatie Ede