Bestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
5.11
Milieuzonering
Ten aanzien van bedrijvigheid geldt als uitgangspunt dat toekomstige woningen geen onevenredige milieuhinder (geur, geluid etc.) mogen ondervinden van nabijgelegen bedrijvigheid. In de publicatie ´Bedrijven en milieuzonering´ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, editie 2009, worden in verband met de aanwezigheid van milieubelastende functies indicatieve afstandsnormen voorgeschreven tot milieugevoelige functies, vooral wonen. In de directe omgeving zijn, op een afstand van minimaal 100 meter enkele agrarische bedrijven gelegen. Er liggen geen niet-agrarische bedrijven in de directe omgeving. Reguliere woningen (hindergevoelige objecten) liggen op minimaal 150 meter afstand. Gelet op de richtafstand van een categorie 3.2 bedrijf (wat een timmerfabriek is) van 100 meter wordt hier ruimschoots aan voldaan. Derhalve zijn in dit kader voor het onderhavige plan alleen de volgende aspecten van belang: Veiligheidszone - Activiteitenbesluit Binnen de grenzen van het wijzigingsplan is geen gasdrukmeet- en regelstation aanwezig. In het Activiteitenbesluit zijn veiligheidsafstanden opgenomen die moeten worden aangehouden tussen kwetsbare respectievelijk beperkt kwetsbare objecten en (onder andere) een gasdrukmeet- en regelstation (4-6 meter).
Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten volgens het Activiteitenbesluit zijn dezelfde objecten als die genoemd zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het gaat dan om onder andere woningen, ziekenhuizen en bedrijven. Tussen een woning en een gasdrukmeet- en regelstation moet een veiligheidsafstand van 6 meter worden aangehouden. Het onderhavige plan voldoet aan de voorgeschreven afstand. Binnen de veiligheidsafstand kunnen eveneens geen beperkt kwetsbare objecten worden opgericht. Er wordt voldaan aan de voorgeschreven afstand van 4 meter die geldt voor beperkt kwetsbare objecten. Liander heeft op 31 oktober 2019 aangegeven geen belangen in het gebied te hebben, daarom hoeven er in dit bestemmingsplan geen veiligheidsafstanden opgenomen te worden. Conclusie Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het plan.
5.12
Natuur en landschap
De locatie is gelegen op een historische zandrug/soort van eng die al zeer lang een open karakter kent. Langs de randen is ook al geruime tijd groen en beplanting aanwezig in de vorm van struweel met bomen.
Afbeelding: Locatie anno 1875 en 1935 (www.topotijdreis.nl) Tot een aantal jaren geleden was het perceel in gebruik ten behoeve van een intensieve veehouderij welke door het struweel met bomen landschappelijk was ingepast. Als onderdeel van de voorliggende ontwikkeling worden het struweel en de bomenrijen op- en aangevuld met nieuwe aanplant. Ook de aan 24
"Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012 weers zijden van de toegangsweg gelegen bomenrij (eiken) wordt aangevuld met nieuwe aanplant. Rondom de nieuwe bebouwing blijven bestaande bomen behouden, worden beukenhagen aangeplant alsmede een boomgaard. Door dit geheel wordt de historische groenstructuur versterkt en de ontwikkeling landschappelijk ingepast. De aanplant en het behoudt wordt geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in dit besemmingsplan.
5.13
Veiligheid
Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd.
Situatie Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en subaanrijdroutes. Dit zal gebeuren bij de bouwplannen en inrichtingsplannen. Conclusie Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
5.14
Verkeer
Op het nieuwe erf is voldoende ruimte voor het realiseren van parkeergelegenheid. Daarnaast blijft de locatie toegankelijk via de bestaande in- en uitrit en zijn aanpassingen niet nodig. Direct ten oosten van de locatie is de Oostelijke rondweg Barneveld gepland. De ontwikkeling ligt op voldoende afstand zodat het over en weer geen belemmeringen oplevert.
5.15
Water
Deze waterparagraaf vormt het resultaat van het procesinstrument watertoets. De watertoets betreft het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Het is verplicht de watertoets toe te passen. Hiermee wordt beoogd om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in het ruimtelijk planproces. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle relevante waterhuishoudkundige aspecten zoals ontwatering, wateroverlast en waterkwaliteit. De waterpara-graaf beschrijft het relevante waterbeleid, de betrokkenheid en het advies van de waterbeheerder en de waterhuishoudkundige uitwerking van het plan. Waterbeleid Waterbeheerprogramma 2016 – 2021 waterschap Vallei en Veluwe In dit programma heeft waterschap Vallei en Veluwe haar huidige koers en ambities voor de toekomst vastgelegd. Het waterbeheerprogramma bestaat uit 3 deelprogramma's: "Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
25
Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012 Waterveiligheid; richt zich op het voldoende beschermen van het gebied tegen overstromingen, Watersysteem; onderverdeeld in landelijke, stedelijke en KRW systemen, waarbij gericht wordt gestuurd op de juiste hoeveelheid water, de juiste kwaliteit van het water en (in het stedelijk watersysteem) het zo veel mogelijk gescheiden houden van schone en vuile waterstromen, Waterketen; dit programma richt zich op goede oppervlaktewaterkwaliteit, het zo veel mogelijk gescheiden houden van schone en vuile waterstromen en de hoogst haalbare waarde uit het water halen. Ondanks de losse programma's voor het watersysteem en de waterketen worden deze wel heel nadrukkelijk als één systeem behandeld, en komen de ambities binnen deze programma's dus ook voor een groot deel overeen. In de programma's spelen het anticiperen van en reageren op klimaatontwikkelingen en het terugwinnen van grondstoffen een belangrijke rol. Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en Hemelwaterplan 2017 - 2020 Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater.
Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Huidige situatie In de huidige situatie zijn een bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen aanwezig (gezamenlijk 1388 m2) en ongeveer 500 m2 verhard terrein. Er is een aansluiting op het drukriool aanwezig. Toekomstige situatie In de nieuwe situatie is er sprake van een nieuwe bedrijfswoning met bijgebouw (gezamenlijk 200 m2), evenals nieuwe bedrijfsgebouwen (1000 m2) en ongeveer 1400 m2 verhard terrein. Waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van twee ondergrondse tanks van 45 m3 (samen 90 m3) voor opvang en hergebruik van hemelwater, en een zaksloot met een capaciteit van 30 m3 waar de tanks naar kunnen overlopen indien ze vol zitten. De zaksloot kan overlopen naar de naastgelegen watergang. De totale bergingscapaciteit is 120 m3. Voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater wordt gebruik gemaakt van de bestaande aansluiting op het drukriool.
In het kader van duurzaam bouwen worden er geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) toegepast. De waterhuishoudkundige doelen van de gemeente en het waterschap komen niet in het gedrang door dit bestemmingsplan.
26
"Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 6 6.1
JURIDISCHE ASPECT EN
Inleiding
Deze partiële herziening is gebaseerd op het moederplan "Buitengebied 2012" (met identificatienummer NL.IMRO.0203.1056-0004), vastgesteld op 28 mei 2013 en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijking- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Hoofdstuk 4 betreft het overgangsrecht en de slotbepaling. Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk of de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.
6.2
Inleidende regels
Begrippen In artikel 1 van de partiële herziening zijn de begrippen plan en bestemmingsplan Buitengebied 2012 gedefinieerd. Het kan bij een partiële herziening voorkomen dat er een begrip wordt toegevoegd. Er wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik.
6.3
Bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 van de partiële herziening zijn de bestemmingsregels opgenomen. In dit hoofdstuk en de daarin opgenomen bepalingen over de bestemming 'Bedrijf - Niet agrarisch' worden de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" niet herzien. Tevens is de verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" op de locatie gewijzigd in die zin dat de bestemming en het bouwvlak zijn aangepast. Daarnaast is een hogere inhoudsmaat opgenomen voor de bedrijfswoning. Ook is een een gebiedsaanduiding met betrekking tot een voorwaardelijke verplichting toegevoegd. Zie verder de toelichting bij het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Hieronder volgt een nadere uiteenzetting van enkele specifieke onderdelen van de partiële herziening.
6.4
Algemene regels
In hoofdstuk 3 is aangegeven dat de algemene regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012", en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad, niet zijn gewijzigd. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de voorgeschreven Anti-dubbeltelregeling opgenomen.
"Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
27
Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012
6.4.1
Algemene aanduidingsregels
De algemene aanduidingsregels bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. De volgende soorten gebiedsaanduidingen zijn toegepast: 'overige zone - voorwaardelijke verplichting' 6.4.1.1
Voorwaardelijke verplichting
Bij wijzigingen van het bestemmingsplan is het veelal noodzakelijk afspraken met betrekking tot het slopen van gebouwen of het realiseren van inrichtingsmaatregelen dan wel andere voorwaarden vast te leggen. Om dit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierbij worden aan het bestemmingsplan specifieke regels toegevoegd die de verzoeker verplichten om bij gebruikmaking van de toegestane ontwikkeling ook de inrichtingsmaatregelen te realiseren of bebouwing te slopen. In onderhavige partiële herziening is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die verband houdt met de aanplant en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Een voorwaardelijke verplichting voor de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is niet nodig aangezien die al gesloopt is.
6.5
Overgangs- en slotregels
In het laatste hoofdstuk zijn de regels ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen. Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van voorliggende partiële herziening.
6.6
Handhaving
De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: De regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving. Handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren. Niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (zoals in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijking van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.
In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze 28
"Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012 basis wordt gevormd door: De regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels. Het beleid voor afwijkingen. In het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012"), en daarmee ook in deze partiële herziening, is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012") opgenomen afwijkingsmogelijkheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.
"Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
29
Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 7 7.1
ECONOM ISCHE UIT VOERBAARHEID
Grondexploitatie
Doordat het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is, het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels niet noodzakelijk is, behoeft de raad op grond van artikel 6.12, tweede lid Wro in dit geval geen exploitatieplan vast te stellen. De kosten voor het opstellen van het plan worden gedekt door het heffen van leges. Voor de kosten van tegemoetkoming in schade, bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade) is een afzonderlijke overeenkomst gesloten. De inhoud voldoet aan die van een anterieure overeenkomst in de zin van artikel 6.24 Wro. Er zijn bij dit plan geen andere kosten die in een exploitatieplan of exploitatieovereenkomst opgenomen moeten worden.
30
"Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN M AAT SCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID De procedure voor het gedeeltelijk herzien van een bestemmingsplan is door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op DATUM in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennis gegeven van het voornemen om de voorliggende patiële herziening van het geldende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van de partiële herziening opgestart.
8.1
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Dit plan is gebaseerd op het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 en voldoet daar ook aan. Geconcludeerd kan worden dat er hier geen provinciale belangen in het geding zijn die om vooroverleg vragen. Verder is er geen sprake van provinciale belangen, zodat ook is afgezien van vooroverleg met de provincie Gelderland. Op grond van artikel 3.1.1 lid 2 Bro kan derhalve worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen. Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 4.000 m² en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen door een bestemmingsplan. Hier is sprake van zo een geval.
Om die reden heeft geen vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden. Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding.
8.2
Inspraak
De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Op 15 december 2009 heeft het college besloten dat bij bestemmingsplannen alleen inspraak wordt gevoerd bij plannen waarbij maatschappelijke belangen een rol spelen, die politiek gevoelig liggen of waarbij inspraak een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit en/of snellere doorlooptijd van het plan. Nu er van een dergelijk plan geen sprake is, is geen inspraak toegepast.
8.3
Zienswijzen
Het ontwerp voor de partiële herziening heeft van 25 december 2020 tot en met 4 februari 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken zijn geen reacties ingediend. "Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
31
Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012
32
"Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlagen bij de toelichting
"Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
33
Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 1 Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen bestemmingsplan Buitengebied 2012 Het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.1056-0004), welk bestemmingsplan is vastgesteld op 28 mei 2013 (en onherroepelijk geworden op 16 september 2015), is inmiddels gewijzigd door het college, herzien door de raad en gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. In eerste instantie is een tweetal uitspraken verwerkt: de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 29 april 2015, zaaknummer 201307247/1/R2, 201305071/1/R2, 201305215/1/R2 en 201402967/1/R2; de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 16 september 2015, zaaknummer 201307247/5/R2. Daarnaast is het intrekkingsbesluit "Wijziging van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 door het intrekken van enkele onderdelen" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.IB1056-0001), vastgesteld op 11 november 2014, verwerkt, waardoor enkele onderdelen (diverse locaties) van het moederplan "Buitengebied 2012" zijn ingetrokken. Daarnaast is het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" inmiddels vervangen door een aantal bestemmingsplannen (met op zichzelf staande bestemmingsplanregelingen, de zogenaamde postzegelplannen) en tevens een provinciaal inpassingsplan "Rondweg Voorthuizen N303" (met IMRO-idn. NL.IMRO.9925.IPN303Voorthuizen-VST1).
Deze plannen zijn niet relevant, in die zin dat ze geen planologische gevolgen hebben, voor onderhavig plan. Verder is een aantal uiteenlopende wijzigingsplannen door het college - met toepassing van de binnen het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" opgenomen wijzigingsbevoegdheden - en partiële herzieningen door de raad vastgesteld en verwerkt. De wijzigingsplannen en een deel van de partiële herzieningen zijn op perceelsniveau doorgevoerd en hebben geen directe invloed op (op het gehele grondgebied van) onderhavig plan. De volgende partiele herzieningen zijn doorgevoerd, waarbij ook de regels van het moederplan c.q. het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" zijn gewijzigd en daarmee wel van invloed zijn op onderhavig plan: Naam partiële herziening
IMRO-identificatienummer
Datum vastgesteld
4e partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1268-0002
13-4-2016
Apeldoornsestraat-Kieftveen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1368-0002
14-12-2016
Elzenkamperweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1467-0002
4-7-2018
Esvelderweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1397-0002
30-1-2019
Esvelderweg-Vinkekampweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1484-0002
22-5-2019
Garderbroekerweg-Harskamperweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1371-0002
24-5-2017
Grote Muntweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1414-0002
31-1-2018
Harremaatweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1366-0002
1-2-2017
Kerkendelweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1440-0002
25-4-2018
Kerkweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1510-0002
9-10-2019
Lange Zuiderweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1475-0002
14-11-2018
Meentweg-Valkseweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1439-0002
7-3-2018
Overhorsterweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1485-0002
10-7-2019
Parapluherziening De Puurveense Molen
NL.IMRO.0203.1248-0002
30-9-2014
34
"Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012
Parapluherziening functieveranderingsbeleid 2016 en woninginhoud
NL.IMRO.0203.1391-0002
5-7-2017
partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1241-0001
25-2-2014
Plaggenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1370-0002
1-2-2017
Tweede partiele herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1253-0003
8-7-2014
Vergroten inhoud woningen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1376-0002
1-2-2017
Verzamelherziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1349-0002
8-11-2017
Vinkelaar II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1421-0002
7-3-2018
Vrouwenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1501-0002
10-7-2019
Welgelegenweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1503-0002
10-7-2019
Zeumerseweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1529-0002
11-12-2019
"Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
35
Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 2 Verkennend asbestonderzoek druppelzones
36
"Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Milieuadviesbureau voor: • Bodemonderzoek • Bodemsanering • Milieuvergunningen Bezoekadres: Barkstraat 5 Raalte Tel: 0572 - 360998 Fax: 0572 - 351574 E-mail: info@hunneman-milieu.nl IBAN/rek.nr NL 69 RABO 0142997862 K.v.K. Zwolle 05064200
Landborg T.a.v. de heer G. van Ingen Postbus 2 3925 ZG SCHERPENZEEL e-mail: gerco@landborg.nl
Ons kenmerk:
190336/lvh01
Uw kenmerk:
mevr. ing. L.S. van Hille
Contactpersoon: Onderwerp:
Raalte, 02 mei 2019
Bijlage(n):
verkennend asbestonderzoek op de locatie aan de Wesselseweg 86 te Kootwijkerbroek
• • • • •
Geachte heer Van Ingen,
topografisch/kadastraal overzicht boorstaten analyseresultaten asbestformulieren tekening
In opdracht van Landborg is in april 2019, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de drupzones van de schuren op de locatie aan de Wesselseweg 86 te Kootwijkerbroek. 1. Aanleiding en doel Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van het schrijven van de Omgevingsdienst De Vallei, in verband met de voorgenomen sloop van de schuren op de locatie. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit onder de drup van de bijgebouwen. 2. Achtergrondinformatie De onderzoekslocatie is gesitueerd aan de Wesselseweg 86 te Barneveld en staat kadastraal bekend als: gemeente Barneveld, sectie C, nummer 8868. Op de locatie is een woonhuis met 3 stallen en enkele kleinere bijgebouwen gesitueerd. De locatie is in gebruik als agrarisch bedrijf. Het erf heeft een oppervlakte van circa 2.700 m2. De onderzoekslocatie betreft de drupzones van de asbestdaken op de bijgebouwen. De onderzoekslocatie is deels braakliggend en deels verhard met klinkers. 3. Onderzoeksstrategie Op basis van de informatie van de Omgevingsdienst De Vallei en de Gemeente Barneveld is de locatie asbestverdacht. Op het perceel is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie op verdachte locaties (strategie 6.4.5 uit de NEN-5707).
Ter plaatse van de onverharde “drupzone” van de asbestdaken heeft onderzoek plaats gevonden conform de onderzoeksstrategie “milieuhygienische saneringscriterium” (strategie 7.4 uit de NEN-5707). Per geselecteerde ruimtelijke eenheid en/of vak zijn 20 grepen genomen van de verdachte “drupzone” van circa 0,0-0,2 m-mv. Per RE en/of vak is ongezeefd, vanwege de verdachtheid op vezelmateriaal, een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg. Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is weergegeven in tabel 1. Tabel 1:
veld- en laboratoriumonderzoek boringen tot 0,5 m-mv
veldonderzoek waarvan tot > 2 m-mv
met peilbuis
asbestonderzoek drupzone verhard
5#
5#
-
1 x asbest (grond)
-
asbestonderzoek drupzone onverhard
4# 4 x 20 grepen [0,2 m-mv]
4#
-
3 x asbest (grond)
-
sublocatie/onderdeel
laboratoriumonderzoek vaste bodem
grondwater
#: putjes van 30 x 30 cm
4. Veld- en laboratoriumonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd op 26 april 2019 door de gecertificeerde medewerker dhr. J. Postma van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het onderzoek zijn 9 monsterpunten (1 t/m 9) gegraven tot circa 0,5 m-mv en met de handboor doorgezet tot 1,0 m-mv. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemd materiaal waargenomen. Visueel is in de vaste bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA. Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman Milieu-Advies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Voor het laboratoriumonderzoek is de bovenste 20 cm bemonsterd. De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 2. De boorstaten zijn als bijlage toegevoegd. Voor de situatie van de monsterpunten verwijzen wij naar tekening 1-1 in de bijlage. 5. Toetsingscriteria en analyseresultaten, asbest Voor asbestonderzoek is de interventiewaarde uit de “Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013” voor asbest in grond of puin (100 mg/kg d.s. gewogen) van toepassing. Conform de NEN-5707 wordt in een verkennend onderzoek asbest beoordeeld of sprake is van een verdachte of een onverdachte locatie op het voorkomen van asbest.
Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Alleen indien in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde, is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is formeel een nader onderzoek asbest verplicht.
De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Toetsing van de concentratie aan respirabele vezels (<0,5 mm) vindt plaats door toetsing van de gemeten concentratie aan de maximale waarde van 10 mg/kg d.s. (gewogen). Bij overschrijding van deze waarde is sprake van ‘onaanvaardbare risico’s buiten’. Uit onderzoek dat TNO (RIVM rapport 711701034/2003) heeft uitgevoerd blijkt dat zelfs voor het meest ‘losse’ niet-hechtgebonden asbest het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10%. Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10 mg/kg d.s. en derhalve geen sprake is van ‘onaanvaardbare risico’s’. Grond of puin waarin een (gewogen) concentratie asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen wordt, ongeacht het volume, beschouwd als verontreinigd met asbest. Indien na uitvoering van een nader onderzoek asbest in de grond of puin, een (gewogen) concentratie asbest lager dan de interventiewaarde wordt aangetoond, wordt de bodem als niet verontreinigd aangemerkt. Tabel 2:
analyseresultaten asbest in grond (fase verkennend derhalve indicatieve gehalten) monstergegevens
Monster
MP
traject (m-mv)
RE-01 RE-02+03 RE-04 RE-05
1 t/m 5 6+7+ 20 grepen 8+ 20 grepen 9+ 20 grepen
0,0~0,2 0,0~0,2 0,0~0,2 0,0~0,2
analyseresultaten (mg of mg/kg d.s.) materiaalgewogen* bodem/puin bodem/puin monster(s) > 0,5< 20 mm < 0,5 mm asbestgehalte >20mm (mg) in mg/kg ds. in mg/kg ds. in de bodem 54 54 vezels 54 60 n.a. 60 9 20 vezels 9 <1 3 vezels <1
asbesttype soort asbest
H/NH
S-A S-A S S
NH NH NH NH
Toelichting bij tabel: n.g.: niet geanalyseerd -: niet van toepassing n.a.: niet aangetoond S: serpentijn-asbest H: hechtgebonden asbest SL: sleuf A: amfibool NH: niet hechtgebonden asbest MP: monsterpunt *: gewogen concentratie asbest in de bodem of puin in mg/kg ds. wordt gevormd door de aangetoonde concentratie in het materiaal (verzamel)-monster aan asbestplaatjes in de gegraven monsterpunten en/of sleuven, vermeerderd met de aangetoonde concentratie aan asbest in het bodem/puin (meng)monster.
6. Interpretatie onderzoeksresultaten Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Visueel is in de vaste bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is in de drupzone [20 cm] onder de klinkerverharding RE-01 en ter plaatse van de westelijk gesitueerde schuren RE-02 en RE-03, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, respectievelijk 54 mg/kg d.s. en 60 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. In RE-01 zijn in de fractie <0,5 mm 54 vrije vezels aangetroffen. De gewogen gehalten aan asbest overschrijden de ½ interventiewaarde (50 mg/kg d.s.), maar blijven beneden de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). In de drupzone [20 cm] binnen RE-03 en RE-04 is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen tot 9 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn maximaal 20 vrije vezels aangetroffen. Het maximaal aangetoonde gewogen gehalte aan asbest overschrijdt de bepalingsgrens, maar blijft ruim beneden de ½ interventiewaarde (50 mg/kg d.s.). Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is formeel een nader onderzoek asbest verplicht. Wij adviseren om de verhoogde gehalten (> ½ I-waarde) in de drupzones van RE-01, RE-02 en RE-03, in overleg met het bevoegd gezag (Omgevingsdienst De Vallei), onder milieukundige begeleiding te verwijderen en af te voeren naar een erkende verwerker.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groeten, Hunneman Milieu-Advies
L.S. van Hille
BIJLAGEN
Omgevingskaart
Klantreferentie: 190336
0m
125 m
625 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Barneveld C 8868 Wesselseweg 86, 3771PD Barneveld CC-BY Kadaster.
Schaal 1: 12500
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: 190336
6287
3878
6088 6288
2713
W 5793 0/ b 90- 9
9197 6170
8902
w eg sel se Wes 8904
8867 9196
8903 86
8868
8180
84
4704 0m
12345 25
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie
Geleverd op 26 april 2019
20 m
100 m
Schaal 1:2000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Barneveld C 8868
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
is
1
5
klinker, m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, schep, aanvulzand
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep
100
t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an
0
-7
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, schep, aanvulzand
50 -20
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep
100
-50
-90
klinker, m aaiveld
0
t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an
-100
2
6 0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, schep, aanvulzand
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep
100
t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an
0
-50
-90
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an
-20
100
-50
gras, m aaiveld zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep
-7
-90
-10
-100
klinker, m aaiveld
0
-7
t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an, oorspronkelijk profiel.
0
-50
-90
-100
-100
3
7
klinker, m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, schep, aanvulzand
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep
100
t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep
-7 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an, oorspronkelijk profiel.
-10
-50
-90
gras, m aaiveld
t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
0
-40
-90
-100
-100
4
50
100
t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
8
klinker, m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, schep, aanvulzand zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an
0
-7
-90
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an, oorspronkelijk profiel.
t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
-100
N EN /V OA W e sse lse w e g 8 6 , Koot w ijk e r b r oe k . 190336 2 6 -0 4 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 1 va n 3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep
50 -20
-50
braak, m aaiveld 0
-40
-90
-100
9 0
braak, m aaiveld zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an, oorspronkelijk profiel.
t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 4 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
0
-40
-90
-100
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
N EN /V OA W e sse lse w e g 8 6 , Koot w ijk e r b r oe k . 190336 2 6 -0 4 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 2 va n 3
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN ISTEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
Grind, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
Zand, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
Leem , silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
Klei, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
Veen, hum eus (V,h)
Slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = phot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
AL-West B.V.
Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. Liesbeth van Hille Barkstraat 5 8102 GV RAALTE
De in dit rapport vermelde analyses zijn geaccrediteerd volgens ISO/IEC 17025:2005, tenzij bij de analyse het symbool " * " staat vermeld.
DOC-13-12585521-NL-P1
Datum Relatienr Opdrachtnr.
29.04.2019 35003557 849085
ANALYSERAPPORT Opdracht 849085 Bodem / Eluaat Opdrachtgever
35003557 Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. 190336 NEN/VOA Wesselseweg 86, Kootwijkerbroek.
Uw referentie
26.04.19
Opdrachtacceptatie Monsternemer
Opdrachtgever
Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, geaccrediteerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 en uitgevoerd overeenkomstig de onderzoeksmethoden die worden genoemd in de meest actuele versie van onze verrichtingenlijst van de Raad voor Accreditatie, accreditatienummer L005. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Indien u gegevens wenst over de meetonzekerheden van een methode, kunnen wij u deze op verzoek verstrekken. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen U met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,
AL-West B.V. Dhr. Jan Godlieb, Tel. +31/570788113 Klantenservice
Blad 1 van 2 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
AL-West B.V.
Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Opdracht 849085 Bodem / Eluaat Monsternr. Monstername 196319 196320 196323 196324
Monsteromschrijving RE-01, RE-01: 0-20 RE-02+RE-03, RE-02: 0-20, RE-03: 0-20 RE-04, RE-04: 0-20 RE-05, RE-05: 0-20
26.04.2019 26.04.2019 26.04.2019 26.04.2019
De in dit rapport vermelde analyses zijn geaccrediteerd volgens ISO/IEC 17025:2005, tenzij bij de analyse het symbool " * " staat vermeld.
DOC-13-12585521-NL-P2
Eenheid
196319
196320
196323
196324
RE-01, RE-01: 0-20
RE-02+RE-03, RE-02: 0-20, RE03: 0-20
RE-04, RE-04: 0-20
RE-05, RE-05: 0-20
-- ++ -- 54
-- ++ -- 60
-- ++ -- 9
-- ++ -- <1
Asbestbepaling in grond/puin Zie bijlage voor toelichting asbestanalyse
S Som gewogen asbest
mg/kg Ds
S) Erkend volgens AS SIKB 3000 Verklaring:"<" of n.a. betekent dat het gehalte van de component lager is dan de rapportagegrens.
Toelichting Toelichting bij de asbestanalyse: 196319 Bij de volgende fractie's zijn de massa's, alsmede de aantallen van de gevonden asbesthoudende deeltjes bepaald door middel van extrapolatie. Fractie 1 - 2 mm, 27,8 g (12,4%) geanalyseerd. Begin van de analyses: 26.04.2019 Einde van de analyses: 29.04.2019 De onderzoeksresultaten hebben alleen betrekking op het aangeleverde monstermateriaal . Monsters met onbekende herkomst kunnen slechts beperkt gecontroleerd worden op plausibiliteit .
AL-West B.V. Dhr. Jan Godlieb, Tel. +31/570788113 Klantenservice Toegepaste methoden AS3000 asbest in bodem en materialen: Som gewogen asbest <Geen informatie>:
Zie bijlage voor toelichting asbestanalyse
Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
Blad 2 van 2
AL-West B.V.
Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Bijlage analyseresultaten asbest Analist: kws
kws
Monster Nr.
Monster omschrijving
196319
RE-01, RE-01: 0-20
Zeeffractie
Zeeffractie
>20 mm 8 - 20 mm 4 - 8 mm 2 - 4 mm 1 - 2 mm 0.5 mm - 1 mm < 0.5 mm Totalen
(m/m%) 0 0,21 0,49 0,63 1,6 3,8 93 99
####### 8-5-2007
chrysotiel amosiet crocidoliet Aantal Massa Onderzoc (mg/kg ds (mg/kg ds (mg/kg ds hecht fractie (g) ht (%) tot.) tot.) tot.) geb. 0 0 100 0 29,6 100 0,4 <0.1 0 70,2 100 0,9 <0.1 0 90,4 64 2,7 0,1 0 223,5 25 18 0,9 0 537,9 7 14 0,7 nvt 13178,92 0,1 36 1,8 0 14130,52
Drogestof Nat gewicht gehalte (%) (g) 94,0 15154 Aantal niet hechtgeb. 0 2 7 20 109 78 nvt 216
Na afronding volgens norm (mg/kg) : Asbesthoudende materialen
Hechtgebonden
losse vezels nvt nvt
nee nvt nvt
Droog gewicht 14247
Asbest 95%-betrouwbaarheidsinterval (mg/kg ds) (mg/kg ds tot.) ondergrens bovengrens 0,4 0,9 2,8 18 15 37
0,3 0,7 1,9 12 9,2 nvt 24
0,5 1,1 4,1 24 22 nvt 52,0
37
24
52
Gerapporteerde asbestgehaltes zijn afgeronde waardes, in de totaalgehaltes kunnen geringe afwijkingen voorkomen. Conclusie:
De bepalings grens is Hoeveelheid hechtgebonden asbesthoudend materiaal Hoeveelheid niet hechtgebonden asbesthoudend materiaal Serpentijn asbest Amfibool asbest Totaal asbest
95%-betrouwbaarheidsGemeten interval (mg/kg ds) Gehalte (mg/kg ds) ondergrens bovengrens 1 <1 <1 <1 37 36 1,8 37
24 23 0,6 24
52 49 3,3 52
DOC-13-12585560-NL-P1
Gewogen totaal asbest (serpentijn + 10 x amfibool) 54 29 82 In het, met de optische lichtmicroscoop, onderzochte deel van de fractie <500 µm zijn de volgende aantallen asbestverdachte vezels per asbestsoort gevonden: chrysotiel crocidoliet 50 4
Blad 1 van 1 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
AL-West B.V.
Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Bijlage analyseresultaten asbest Analist: kws
kws
####### 8-5-2007
Monster Nr.
Monster omschrijving
196320
RE-02+RE-03, RE-02: 0-20, RE-03: 0-20
Zeeffractie
Zeeffractie
>20 mm 8 - 20 mm 4 - 8 mm 2 - 4 mm 1 - 2 mm 0.5 mm - 1 mm < 0.5 mm Totalen
(m/m%) 0 0 0,21 0,51 1,6 3,3 94 100
chrysotiel amosiet crocidoliet Aantal Massa Onderzoc (mg/kg ds (mg/kg ds (mg/kg ds hecht fractie (g) ht (%) tot.) tot.) tot.) geb. 0 0 100 0 5,8 100 0 52,4 100 2,7 0,2 0 127,6 51 3,4 0,9 0 407,8 20 1,8 2,4 0 822,2 5 1 1,7 nvt 23363,43 0,0 9 5,1 0 24779,23
Drogestof Nat gewicht gehalte (%) (g) 85,8 28988 Aantal niet hechtgeb. 0 0 5 14 15 9 nvt 43
Na afronding volgens norm (mg/kg) : Asbesthoudende materialen
Hechtgebonden
board losse vezels nvt
nee nee nvt
Droog gewicht 24884
Asbest 95%-betrouwbaarheidsinterval (mg/kg ds) (mg/kg ds tot.) ondergrens bovengrens
2,9 4,2 4,3 2,7 14
2,5 2,5 1,9 1 nvt 7,8
3,3 7,9 8,9 6,2 nvt 26,0
14
7,8
26
Gerapporteerde asbestgehaltes zijn afgeronde waardes, in de totaalgehaltes kunnen geringe afwijkingen voorkomen. Conclusie:
De bepalings grens is Hoeveelheid hechtgebonden asbesthoudend materiaal Hoeveelheid niet hechtgebonden asbesthoudend materiaal Serpentijn asbest Amfibool asbest Totaal asbest
95%-betrouwbaarheidsGemeten interval (mg/kg ds) Gehalte (mg/kg ds) ondergrens bovengrens 1 <1 <1 <1 14 9 5,1 14
7,8 5,4 2,4 7,8
26 16 11 26
DOC-13-12585557-NL-P1
Gewogen totaal asbest (serpentijn + 10 x amfibool) 60 29 130 In het, met de optische lichtmicroscoop, onderzochte deel van de fractie <500 µm zijn geen asbestverdachte vezels gevonden.
Blad 1 van 1 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
AL-West B.V.
Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Bijlage analyseresultaten asbest Analist: Jvo
Jvo
Monster Nr.
Monster omschrijving
196323
RE-04, RE-04: 0-20
Zeeffractie
Zeeffractie
>20 mm 8 - 20 mm 4 - 8 mm 2 - 4 mm 1 - 2 mm 0.5 mm - 1 mm < 0.5 mm Totalen
(m/m%) 0 0 0,2 0,38 1,3 2,2 95 99
####### 8-5-2007
chrysotiel amosiet crocidoliet Aantal Massa Onderzoc (mg/kg ds (mg/kg ds (mg/kg ds hecht fractie (g) ht (%) tot.) tot.) tot.) geb. 0 0 100 0 11 100 0 28,3 100 0 54,3 65 0,5 0 183,9 24 6,4 0 310,5 7 1,9 nvt 13544,8 0,1 8,8 0 14132,8
Drogestof Nat gewicht gehalte (%) (g) 86,1 16532 Aantal niet hechtgeb. 0 0 0 5 23 8 nvt 36
Na afronding volgens norm (mg/kg) : Asbesthoudende materialen
Hechtgebonden
Losse vezels Board nvt
nee nee nvt
Droog gewicht 14240
Asbest 95%-betrouwbaarheidsinterval (mg/kg ds) (mg/kg ds tot.) ondergrens bovengrens
0,5 6,4 1,9 8,8
0,3 3,9 0,8 nvt 5
0,9 11 4,1 nvt 16,0
8,8
5
16
Gerapporteerde asbestgehaltes zijn afgeronde waardes, in de totaalgehaltes kunnen geringe afwijkingen voorkomen. Conclusie:
De bepalings grens is Hoeveelheid hechtgebonden asbesthoudend materiaal Hoeveelheid niet hechtgebonden asbesthoudend materiaal Serpentijn asbest Amfibool asbest Totaal asbest
95%-betrouwbaarheidsGemeten interval (mg/kg ds) Gehalte (mg/kg ds) ondergrens bovengrens 1 <1 <1 <1 8,8 8,8 <0.1 8,8
5 5 <0.1 5
16 16 <0.1 16
DOC-13-12585559-NL-P1
Gewogen totaal asbest (serpentijn + 10 x amfibool) 9 5 16 In het, met de optische lichtmicroscoop, onderzochte deel van de fractie <500 µm is het volgende aantal asbestverdachte vezels voor de volgende asbestsoort gevonden: chrysotiel 20
Blad 1 van 1 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
AL-West B.V.
Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Bijlage analyseresultaten asbest Analist: kws
kws
Monster Nr.
Monster omschrijving
196324
RE-05, RE-05: 0-20
Zeeffractie
Zeeffractie
>20 mm 8 - 20 mm 4 - 8 mm 2 - 4 mm 1 - 2 mm 0.5 mm - 1 mm < 0.5 mm Totalen
(m/m%) 0 0 0,14 0,33 1,2 1,9 96 99
####### 8-5-2007
chrysotiel amosiet crocidoliet Aantal Massa Onderzoc (mg/kg ds (mg/kg ds (mg/kg ds hecht fractie (g) ht (%) tot.) tot.) tot.) geb. 0 0 100 0 10,1 100 0 19,8 100 0 44,7 69 0 170,2 25 0,3 <0.1 0 266,2 8 0,6 <0.1 nvt 13067,82 0,1 0,9 0 13578,82
Drogestof Nat gewicht gehalte (%) (g) 84,5 16201 Aantal niet hechtgeb. 0 0 0 0 3 2 nvt 5
Na afronding volgens norm (mg/kg) : Asbesthoudende materialen
Hechtgebonden
losse vezels nvt nvt
nee nvt nvt
Droog gewicht 13682
Asbest 95%-betrouwbaarheidsinterval (mg/kg ds) (mg/kg ds tot.) ondergrens bovengrens
0,3 0,6 0,9
0,1 <0.1 nvt 0,2
1 2,4 nvt 3,4
<1
<1
3,4
Gerapporteerde asbestgehaltes zijn afgeronde waardes, in de totaalgehaltes kunnen geringe afwijkingen voorkomen. Conclusie:
De bepalings grens is Hoeveelheid hechtgebonden asbesthoudend materiaal Hoeveelheid niet hechtgebonden asbesthoudend materiaal Serpentijn asbest Amfibool asbest Totaal asbest
95%-betrouwbaarheidsGemeten interval (mg/kg ds) Gehalte (mg/kg ds) ondergrens bovengrens 1 <1 <1 <1 0,9 0,9 <0.1 <1
0,2 0,2 <0.1 <1
3,4 3,2 0,2 3,4
DOC-13-12585558-NL-P1
Gewogen totaal asbest (serpentijn + 10 x amfibool) <1 <1 5 In het, met de optische lichtmicroscoop, onderzochte deel van de fractie <500 µm is het volgende aantal asbestverdachte vezels voor de volgende asbestsoort gevonden: chrysotiel 3
Blad 1 van 1 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
Rapport Bodemloket GE020301573 HBB: H. Huisman; Wesselseweg 86 Datum: 19-04-2019
Legenda
Locatie Voortgang onderzoek
Mijnsteengebieden
1/3
GE020301573 HBB: H. Huisman; Wesselseweg 86
Inhoud 1
Algemeen
1.1 Administratieve gegevens 1.2 Statusinformatie 1.3 Verontreinigende (onderzochte) activiteiten 1.4 Onderzoeksrapporten 1.5 Besluiten 1.6 Saneringsinformatie 1.7 Contactgegevens 2
Disclaimer
1
Algemeen Dit rapport is opgesteld met de gegevens uit http://www.bodemloket.nl/
1.1
1.2
1.3
Administratieve gegevens Locatienaam:
HBB: H. Huisman; Wesselseweg 86
Identificatiecode volgens bevoegd gezag:
GE020301573
Locatiecode gemeentelijk BIS:
AA020301521
Adres:
Wesselseweg 86 3771PD Barneveld
Gegevensbeheerder:
Provincie Gelderland
Statusinformatie Vervolg:
Uitvoeren historisch onderzoek.
Omschrijving:
Op de onderzoekslocatie moet een historisch onderzoek worden uitgevoerd. Uit dit onderzoek moet blijken of op de onderzoekslocatie activiteiten aanwezig zijn (geweest) die de bodem mogelijk hebben verontreinigd.
Verontreinigende (onderzochte) activiteiten Omschrijving
1.4
Auteur
Datum
Kenmerk
Datum
Saneringsinformatie Bovengronds
2/3
Nummer
Besluiten Type
1.6
Eind
Onderzoeksrapporten Type
1.5
Start
Ondergronds
Start
Eind
1.7
Contact Gedetailleerde informatie over deze locatie kunt u opvragen bij
Provincie Gelderland
Bezoekadres: Markt 11, 6811 CG Arnhem (route) Postadres: Postbus 9090, 6800 GX Arnhem Telefoon: (026) 359 99 99 Fax: (026) 359 94 80 E-mail: provincieloket@gelderland.nl Twitter: twitter.com/provgelderland
2
Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.
3/3
Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 3 Evaluatierapport sanering druppelzones
58
"Wesselseweg XV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Landborg Evaluatierapport ontgraving “drupzone” op de locatie aan de Wesselseweg 86 te Kootwijkerbroek projectnummer: datum:
190441/lvh/sh 27 mei 2019
Opdrachtgever Landborg Postbus 2 3925 ZG SCHERPENZEEL Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl
Evaluatierapport ontgraving “drupzone”, Wesselseweg 86 te Kootwijkerbroek
1.
rapportnr. 190441/lvh mei 2019
Inleiding
Op 8 mei 2018 is door loonbedrijf M. Verhoef BV een ontgraving van de “drupzone” uitgevoerd op de locatie aan de Wesselseweg 86 te Kootwijkerbroek. De milieukundige begeleiding en eindcontrole van de ontgravingswerkzaamheden is uitgevoerd door een gecertificeerde medewerker van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, dhr. R. Roelofs. De ontgravingswerkzaamheden zijn uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen sloop van de schuren op de locatie. De sanering heeft tot doel de verhoogde gehalten aan asbest te verwijderen. De milieukundige begeleiding is uitgevoerd door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, conform de geldende beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 6000-6001 “Milieukundige begeleiding en evaluatie van bodemsanering”. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat (certificaatnummer K43457), welke is afgegeven door KIWA. Hunneman Milieu-Advies Raalte BV is geen eigenaar van de saneringslocatie en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. In onderstaande rapportage zijn de uitgevoerde werkzaamheden en resultaten kort beschreven. 2.
Achtergrondinformatie
De saneringslocatie is gesitueerd op de locatie aan de Wesselseweg 86 te Barneveld en staat kadastraal bekend als: gemeente Barneveld, sectie C, nummer 8868. Op de locatie is een woonhuis met 3 stallen en enkele kleinere bijgebouwen gesitueerd. De locatie is in gebruik als agrarisch bedrijf. Voor een topografisch overzicht van de locatie en omgeving verwijzen wij naar bijlage 1. Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar tekening 1-1. 3.
Verontreinigingssituatie
In april 2019 is ter plaatse van de drupzones van de schuren een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (kenmerk 190336). Hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Visueel is in de vaste bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is in de drupzone [20 cm] onder de klinkerverharding en ter plaatse van de westelijk gesitueerde schuren respectievelijk 54 mg/kg d.s. en 60 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. De gewogen gehalten aan asbest overschrijden de ½ interventiewaarde, maar blijven beneden de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). In de drupzone [20 cm] ter plaatse van de oostelijk gesitueerde schuren is in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen tot 9 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. Op basis van de onderzoeksresultaten is contact gezocht met de Omgevingsdienst De Vallei (de heer A. Venema) en besloten om in plaats van een nader asbestonderzoek uit te voeren, de verhoogde gehalten aan asbest (> 50 mg/kg d.s.) onder milieukundige begeleiding te ontgraven en af te voeren naar een erkende verwerker. 4.
Ontgraving vaste bodem
De ontgravingswerkzaamheden zijn op 8 mei 2019 uitgevoerd door loonbedrijf M. Verhoef BV uit Nijkerk. De werkzaamheden hebben bestaan uit het ontgraven, laden en afvoeren van de toplaag tot maximaal 0,2 m-mv. De ontgraving is den droge uitgevoerd.
RAALTE Postbus 253, 8100 AG Tel: 0572-36 09 98 Fax: 0572-35 15 74
Pagina 1 van 2 Op al onze aanbiedingen zijn van toepassing de “Regeling van de Verhouding tussen Opdrachtgever en Adviserend Ingenieursbureau (RVOI-2001)” die is gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage
Evaluatierapport ontgraving “drupzone”, Wesselseweg 86 te Kootwijkerbroek
5.
rapportnr. 190441/lvh mei 2019
Afvalstroom en aanvulling
In totaal is 36,86 ton asbesthoudende grond ontgraven en onder afvalstroomnummer 05W035694902 afgevoerd naar Vink in Barneveld. In bijlage 3 zijn de weegbonnen opgenomen. De ontgraving is in verband met de voorgenomen werkzaamheden op de locatie niet aangevuld. 6.
Laboratoriumonderzoek
Tijdens de eindcontrole zijn in de ontgravingsgrenzen zintuiglijk geen bodemvreemde materialen waargenomen. Ter ondersteuning van de zintuiglijke waarnemingen zijn controlemonsters genomen van de bodem van de ontgravingen. De controlemonsters zijn geanalyseerd op asbest. De analyseresultaten van de vaste bodem zijn weergegeven in tabel 1. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 2. Op tekening 1-1 is de situatie met de ontgravingscontouren en controlemonsters weergegeven. Tabel 1: