Bestemmingsplan Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012.pdf
Tekst van het document
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.
28
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
5.6
Geur
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan toetst het bevoegde gezag enerzijds of in het plangebied een qua geur acceptabel woon- en leefklimaat gegarandeerd is. Anderzijds is het uitgangspunt dat met het plan de omliggende bedrijven niet vergaand in hun ontwikkelingsmogelijkheden mogen worden beperkt. Uitgangspunt voor de toetsing zijn de normen zoals die in of op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) zijn vastgelegd. De Wgv maakt het mogelijk om bij verordening af te wijken van de wettelijke geurnormen. De gemeente Barneveld heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt. De Verordening geurhinder en veehouderij is in werking getreden op 18 oktober 2008, waarbij voor een aantal aangegeven delen van het grondgebied van Barneveld andere normen dan de wettelijke zijn vastgesteld. Het plan is getoetst aan de normen die zijn vastgesteld in deze verordening, voor zover deze normen van toepassing zijn in of rond het plangebied. Veel bedrijven hebben geen omgevingsvergunning milieu meer nodig, maar vallen onder algemene milieuregels zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Aangezien de geurnormen uit de Wgv vrijwel één op één zijn overgenomen in het Activiteitenbesluit, kunnen bedrijven die onder dit besluit vallen ook gewoon worden meegenomen in de Wgv-toets.
Onder een 'geurgevoelig object' wordt verstaan: een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. In de omgeving van het plangebied liggen veehouderijen op een afstand van meer dan 400 meter. Tussen deze bedrijven en de planlocatie liggen andere geurgevoelige objecten die belemmerend kunnen zijn voor deze bedrijven. De aanwezige bedrijven veroorzaken geen grote geuremissie. De afkomstige geur en fijnstof van de aanwezige bedrijven vormen geen belemmering. Bij de nieuwe woonlocatie is met deze reden sprake van een goed woon- en leefklimaat.
Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het plan.
5.7
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Artikel 3.1.6, tweede lid Bro luidt per 1 juli 2017 als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwik keling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen (artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Bro). De ontwikkeling van 1 woning valt niet onder 'stedelijke ontwikkeling'. Daarom is geen verdere toelichting vereist.
Conclusie Het aspect ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor het plan
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
29
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
5.8
Leidingen
Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied komen geen leidingen of beschermingszones van leidingen voor die in het kader van onderhavig bestemmingsplan bescherming behoeven. Eveneens zijn er geen laagvliegroutes die beperkingen stellen aan de bouwhoogten.
Conclusie Het aspect leidingen en laagvliegroutes vormt geen belemmering voor het plan.
5.9
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. Hierin is opgenomen dat bij een ruimtelijk besluit de gevolgen voor de luchtkwaliteit getoetst moet worden. Om te bepalen of de kwaliteit van de lucht ter plaatse voldoet aan de eisen uit de Wet milieubeheer en de daarop gebaseerde regelgeving, dient bij nieuwe ontwikkelingen onderzoek gedaan te worden naar de luchtkwaliteit. Projecten waarvan aannemelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De ontwikkelingen in het plangebied zijn dermate kleinschalig, dat ze vallen binnen de randvoorwaarden van het Besluit Niet in Betekenende Mate Bijdragen. De invloed van deze kleinschalige ontwikkelingen hoeven niet in beeld te worden gebracht. Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen heeft betrekking op de vraag of de gevolgen van een plan voor de luchtkwaliteit dienen te worden onderzocht. In het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) dient de luchtkwaliteit ter plaatse van nieuwe gevoelige bestemming die gelegen zijn op een afstand van minder dan 300 m vanaf de rand van een rijksweg of minder dan 50 m vanaf de rand van een provinciale weg te worden beoordeeld. Het plan maakt een gevoelige bestemming mogelijk.
Immers een woning is een gevoelige bestemming als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (zie artikel 3 Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)). Er dient derhalve te worden beoordeeld of het mogelijk maken van deze functie(s) in overeenstemming is met het Besluit gevoelige bestemming (luchtkwaliteitseisen). De werkelijke afstand ten opzichte van de provinciale weg is ruim 200 meter, met deze afstand wordt voldaan aan de minimale afstandsnorm van 50 meter. Voor de luchtkwaliteit nabij de nieuwe woning is gekeken naar de heersende achtergrondconcentratie voor de luchtkwaliteit uit de monitoringstool. Hier is gekeken naar de concentraties langs de N310. Deze concentraties kunnen als worstcase worden beschouwd voor de luchtkwaliteit. Uit de monitoringstool blijkt dat ruim kan worden voldaan aan de grenswaarden. Luchtkwaliteit vormt hiermee geen knelpunt.
Conclusie Op basis van het voorgaande vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor uitvoering van onderhavige plan.
5.10
Milieueffectrapportage
Niet voor alle nieuwe activiteiten hoeft een m.e.r.-procedure gevolgd te worden. Uitgangspunt van de m.e.r.-beoordeling is het 'nee, tenzij' -principe. Dat wil zeggen dat alleen een milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld, wanneer er omstandigheden zijn die (waarschijnlijk) leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. De Wet milieubeheer maakt onderscheid in een m.e.r.-procedure voor plannen (planMER) en voor besluiten (besluitMER of projectMER). Voor een partiële herziening kan zowel de plan-m.e.r.-plicht als de besluit-m.e.r.-plicht gelden. Er zijn drie sporen waarlangs de m.e.r.-plicht kan ontstaan: 1. Plan- en/of besluit-m.e.r.-plicht: als de voorgenomen activiteit vermeld is in het Besluit 30
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 milieueffectrapportage; 2. Plan-m.e.r.-plicht: als voor het plan een zogeheten passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming gemaakt moet worden. Dat is het geval als het plan significante negatieve gevolgen kan hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000 gebied; 3. Toetsing aan de provinciale milieuverordening. Besluit milieueffectrapportage De lijst van activiteiten in de onderdelen C en D van het Besluit bestaat uit vier kolommen. De eerste kolom bevat een omschrijving van de m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten. De tweede kolom vermeldt eventuele drempelwaarden. Wettelijk kader Voor de vraag of een ontwikkeling besluit-m.e.r.-plichtig is, geldt dat het Besluit milieueffectrapportage onderscheid maakt naar m.e.r.-plichtige activiteiten en m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten. Onderdeel C van de bijlage bij dit Besluit vermeldt voor welke activiteiten altijd verplicht een MER moet worden opgesteld, voordat een (m.e.r.-plichtig) besluit mag worden genomen. In onderdeel D is vermeld welke activiteiten beoordelingsplichtig zijn. Voor dergelijke activiteiten moet het bevoegd gezag beoordelen of op basis van 'belangrijke nadelige gevolgen die de voorgenomen activiteit voor het milieu kan hebben', een m.e.r.-procedure noodzakelijk is.
Daarbij geldt dat een partiële herziening alleen besluit-m.e.r.-plichtig is, als het plan in kolom 4 wordt genoemd. Voor de vraag of een ontwikkeling plan-m.e.r.-plichtig is, geldt dat dit het geval is als het plan genoemd is in kolom 3 en activiteiten mogelijk maakt die in onderdeel C en D, kolom 1 vermeld zijn en voldoen aan de in kolom 2 genoemde drempelwaarden. Als een partiële herziening een activiteit mogelijk maakt die Besluit-m.e.r.-plichtig is op grond van de uitkomst van een toets van een activiteit die onder de drempelwaarden blijft, dan is dat plan alsnog plan-m.e.r.-plichtig. Het maakt dan immers een (besluit) m.e.r.-plichtige activiteit mogelijk. Voor zowel de plan-m.e.r.- als besluit-m.e.r.-plicht geldt dat als de activiteit onder de drempelwaarden uit kolom 2 van bijlage D blijft, met een vormvrije m.e.r. beoordeeld moet worden of alsnog een MER moet worden opgesteld. De centrale vraag die daarbij beantwoord moet worden is of er omstandigheden zijn die (waarschijnlijk) leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Daarbij moet in ieder geval worden getoetst aan de criteria die opgenomen zijn in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Als dergelijke milieugevolgen kunnen optreden, geldt alsnog de betreffende plan- en/of besluit-m.e.r.-plicht.
Toetsing In dit geval is de partiële herziening niet via dit spoor m.e.r.-plichtig want de activiteit komt niet voor op de lijst in onderdeel C of D van het Besluit milieueffectrapportage. Daarnaast heeft toetsing aan de in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn opgenomen criteria uitgewezen dat er geen sprake zal zijn van belangrijke milieugevolgen, zodat een m.e.r. achterwege kan blijven. Besluit m.e.r. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.
In dit plan is sprake van de realisatie van één woning en is daarom niet m.e.r.-plichtig want de activiteit komt niet voor op de lijst in onderdeel C of D van het Besluit milieueffectrapportage. "Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
31
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Ook blijkt uit de uitgevoerde onderzoeken dat de milieugevolgen zo gering zijn dat er ook geen sprake is van belangrijke milieugevolgen als bedoeld in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn.
Passende beoordeling via de Wet natuurbescherming Voor het vaststellen van plannen die significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied kunnen hebben, dient een passende beoordeling gemaakt te worden (artikel 7.2a Wet milieubeheer juncto artikel 2.8, eerste lid Wet natuurbeschermingswet). Uit de beoordeling van het aspect ecologie (zie paragraaf 5.3) blijkt dat er voor dit plan geen passende beoordeling nodig is. De plan-m.e.r-plicht op grond van de noodzaak van een passende beoordeling voor de Wet natuurbescherming is hier niet aanwezig. Er is voor dit plan geen passende beoordeling nodig.
Provinciale milieuverordening Provinciale Staten kunnen in de provinciale milieuverordening extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aanwijzen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben en dus m.e.r.-plichtig zijn (artikel 7.6 Wet milieubeheer). Dit is dus aanvullend op de m.e.r.-plicht op basis van onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. (en dus ook aanvullend op de verplichting vanuit de Europese richtlijnen) én conform dezelfde systematiek. Provinciale staten van Gelderland hebben geen extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en zo m.e.r.-plichtig zijn).
Conclusie Voor deze ontwikkeling geldt geen m.e.r.-plicht.
5.11
Milieuzonering
Ten aanzien van bedrijvigheid geldt als uitgangspunt dat toekomstige woningen geen onevenredige milieuhinder (geur, geluid etc.) mogen ondervinden van nabijgelegen bedrijvigheid. In de publicatie ´Bedrijven en milieuzonering´ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, editie 2009, worden in verband met de aanwezigheid van milieubelastende functies indicatieve afstandsnormen voorgeschreven tot milieugevoelige functies, vooral wonen. In dit kader zijn voor het onderhavige plan de volgende bedrijven en aspect van belang: Heetkamperweg: verblijfsrecreatie (geen richtafstand), afstand ongeveer 165 meter; Wolweg 2: pluimveeslachterij (100 geluid), werkelijke afstand 300 meter; Heetkamperweg 6: rwzi en gierverwerking (300 geur en geluid), werkelijke afstand 350 meter. (Tussen haakjes is de richtafstand in meters van de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzoneringen opgenomen). Aan de globale richtingsafstanden wordt voldaan. Het naastgelegen recreatiegebied is qua aard en omvang zo beperkt, namelijk één recreatiewoning, dat er hier geen sprake is van een recreatiebedrijf. De afstand tussen de recreatiewoning en de nieuwe woning is 75 meter. Gezien de ligging in het groen, bos, is het niet aannemelijk dat bij normaal gebruik er over en weer hinder van elkaar wordt ervaren.
Veiligheidszone - Activiteitenbesluit Binnen de grenzen en nabije omgeving van het plan is geen gasdrukmeet- en regelstation aanwezig.
Conclusie Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het plan.
32
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
5.12
Natuur en landschap
Waardevolle elementen Rondom het huidige gebouw is veel opgaand groen aanwezig, wat bijdraagt aan de bosachtige en landschappelijk waardevolle inrichting. Gezien de verbinding met het bos op het ernaast gelegen perceel en de overige houtopstanden en de oppervlakte van het totaal aan inrichting als bos, worden de aanwezige houtopstanden aangemerkt als "houtopstanden" vallend onder de Wet natuurbescherming. De woning wordt gerealiseerd in een bestaand bijgebouw, daarom is er geen sprke van ruimtelijke consequenties.
Landschappelijke inpassing Rondom het gebouw dat met dit plan een woning wordt is veel (opgaand)groen aanwezig waardoor de bebouwing nu al goed landschappelijk is ingepast. Er zijn daarom geen voorwaarden ten behoeve van een verbetering van de landschappelijke inpassing of inrichting nodig.
Conclusie Het aspect natuur en landschap vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.
5.13
Veiligheid
Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd.
Situatie Het betreft een bestaande situatie op een perceel met een woonbestemming dat niet wordt aangemerkt als nieuwe ontwikkelingen in de zin van dat er een nieuwe woonbestemming wordt gerealiseerd. Bij de bouwplannen en inrichtingsplannen zal worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en subaanrijdroutes.
Conclusie Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor deze partiële herziening.
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
33
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
5.14
Verkeer
De woning wordt verkeerskundig gezien ontsloten via de bestaande uitweg op de Bosbergerweg. Voor een vrijstaande woning geldt in het buitengebied een parkeernorm van 2,5 parkeerplaatsen. Afgerond moeten er op het perceel 3 parkeerplekken beschikbaar zijn en onafhankelijk bereikbaar van elkaar worden aangelegd. Voor dit aantal parkeerplekken is op het perceel voldoende ruimte aanwezig.
Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor dit plan.
5.15
Water
De realisatie van een woning in het bestaande bijgebouw bij de bestaande woning is getoetst aan het gemeentelijk waterbeleid en het beleid van het Waterschap Vallei en Veluwe. Het algemene uitgangspunt is dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding mag hebben. Onder waterhuishouding vallen alle vormen van water: hemelwater, oppervlaktewater, grondwater en afvalwater. Belangrijk is dat er geen afwenteling van de waterafvoer op de directe omgeving (en in de tijd) plaatsvindt.
Hemelwater Door de realisatie van de woning in bestaand bijgebouw is er sprake van een gelijkblijvend verhard oppervlak (daken en terreinen) in vergelijking met de originele situatie. Hierdoor treedt bij neerslag een gelijkblijvende afstroming van het hemelwater op. Doordat geen sprake is van een toename van verhard oppervlak is het niet verplicht waterberging op eigen terrein te realiseren. Vanwege de toenemende aandacht voor klimaatadaptatie is het raadzaam een waterberging met een inhoud van 20 mm maal het verhard oppervlak aan te leggen voor de opname van regenwater bij hevige regenbuien. Waterberging kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden met behulp van infiltratiekratten of een grindkoffer, of door rekening te houden met waterberging in de tuininrichting. Hemelwater dat op het verharde oppervlak (daken en/of terreinen) valt, mag net als in de huidige situatie niet op de drukriolering worden aangesloten.
Huishoudelijk afvalwater Voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater moet de woning worden aangesloten op het drukriool.
Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan
34
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 6 6.1
JURIDISCHE ASPECT EN
Inleiding
Deze partiële herziening is gebaseerd op het moederbestemmingsplan "Buitengebied 2012" (met identificatienummer NL.IMRO.0203.1056-0004), vastgesteld op 28 mei 2013 en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. Het geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2012" kent in artikel 20.7, lid 5 - zoals deze luidt na de voornoemde herzieningen en het intrekkingsbesluit - een bevoegdheid waarmee onder bepaalde voorwaarden, zoals genoemd in artikel 20.7, lid 5 kan worden meegewerk aam de toevoeging van een extra woning. Het voorliggende plan is gebaseerd op die bevoegdheid. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijking- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Hoofdstuk 4 betreft het overgangsrecht en de slotbepaling. In deze partiële herziening is een toevoeging aan de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" opgenomen. Deze regels zijn opgesteld op basis van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP).
Dit is een landelijke norm die onderdeel uitmaakt van de 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'.
Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk of de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.
6.2
Inleidende regels
Begrippen In artikel 1 van deze partiële herziening zijn de begrippen plan en bestemmingsplan "Buitengebied 2012" gedefinieerd. Het kan bij een partiële herziening voorkomen dat er een begrip wordt toegevoegd. Er wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik.
6.3
Bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 van deze partiële herziening zijn de bestemmingsregels opgenomen. In dit hoofdstuk en de daarin opgenomen bepalingen over de bestemming 'Wonen' en de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie', 'Waarde - Beplanting en Verkaveling', 'Waarde - Openheid en Reliëf' en 'Waterstaat Waterhuishouding' zijn de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012", op de bestemming 'Wonen' na, niet gewijzigd. De bestemmingsregels 'Wonen' wordt bij de afwijking van de gebruiksregels, artikel 20.6, lid 4, sublid b. aangevuld met "of, als dat om landschappelijke reden onmogelijk is, zo aansluitend mogelijk aan het bestemmingsvlak of bouwvlak worden geplaatst;". Deze aanvulling maakt het mogelijk om in die situaties waar het plaatsen van zonnecollectoren direct grenzend aan het bestemmings- of bouwvlak om landschappelijke redenen niet mogelijk is, toch mogelijk te maken. Zie verder de toelichting bij het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Hieronder volgt een nadere uiteenzetting van enkele specifieke onderdelen van deze partiële herziening. "Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
35
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
6.4
Algemene regels
In hoofdstuk 3 is aangegeven dat de algemene regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012", en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad, niet zijn gewijzigd. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de voorgeschreven Anti-dubbeltelregeling opgenomen. 6.4.1
Algemene aanduidingsregels
De algemene aanduidingsregels bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. De volgende soorten gebiedsaanduidingen zijn toegepast: 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied V'.
6.5
Overgangs- en slotregels
In het laatste hoofdstuk zijn de regels ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen. Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van voorliggende partiële herziening.
Verbeelding De verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" is gewijzigd in die zin dat aan het bouwvlak de aanduiding 'maximum aantal woningen' is toegevoegd zodat binnen het bestemmingsvlak maximaal twee woningen zijn toegestaan. Het betreffen de volgende aanduidingen: maximum volume: 446 m3; maximum aantal woningen: 2.
6.6
Handhaving
De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: De regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving. Handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren. Niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (zoals in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijking van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.
In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 36
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: De regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels. Het beleid voor afwijkingen. In het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012"), en daarmee ook in deze partiële herziening, is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012") opgenomen afwijkingsmogelijkheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
37
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 7
ECONOM ISCHE UIT VOERBAARHEID
Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Tijdens haar vergadering van 27 april 2010 heeft de gemeenteraad de bevoegdheden tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan bij een besluit tot wijzigen van het bestemmingsplan gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders.
De kosten voor het opstellen van het plan worden gedekt door het heffen van leges. Voor de kosten van tegemoetkoming in schade, bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade) is een afzonderlijke overeenkomst gesloten. De inhoud voldoet aan die van een anterieure overeenkomst in de zin van artikel 6.24 Wro. Er zijn bij dit plan geen andere kosten die in een exploitatieplan of exploitatieovereenkomst opgenomen moeten worden.
38
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN M AAT SCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID De procedure voor het gedeeltelijk herzien van een bestemmingsplan is door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van de partiële herziening opgestart.
8.1
Participatie
De initiatiefnemer heeft overleg gevoerd met buren. Hierbij zijn omwonende(n) geïnformeerd over de plannen.
8.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Dit plan is gebaseerd op het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 en voldoet daar ook aan. Er is geen sprake van provinciale belangen, zodat ook is afgezien van vooroverleg met de provincie Gelderland. Op grond van artikel 3.1.1 lid 2 Bro kan derhalve worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen. Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 4.000 m² en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen door een bestemmingsplan. Hier is sprake van zo een geval. Om die reden heeft geen vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden. Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding.
8.3
Inspraak
De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Op 15 december 2009 heeft het college besloten dat bij bestemmingsplannen alleen inspraak wordt gevoerd bij plannen waarbij maatschappelijke belangen een rol spelen, die politiek gevoelig liggen of waarbij inspraak een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit en/of snellere doorlooptijd van het plan.
8.4
Zienswijzen
Op 26 februari 2013 heeft de gemeenteraad de 'Coördinatieverordening gemeente Barneveld' vastgesteld. Deze verordening is van toepassing op het coördineren van de voorbereiding van een besluit om een bestemmingsplan vast te stellen in samenhang met een besluit omtrent de verlening van een omgevingsvergunning en overige besluiten die verband houden met het bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders heeft op (datum) besloten om de coördinatieregeling van toepassing te verklaren op het voorliggende bouwplan. Omdat de coördinatieregeling wordt toegepast, is voor het bouwplan inmiddels een aanvraag omgevingsvergunning (activiteiten bouwen/milieu enz.) ingediend. De gevraagde besluiten "Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
39
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 (bestemmingsplanherziening, omgevingsvergunning, hogere grenswaarde enz.) worden gecoördineerd voorbereid. Dit betekent dat het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning gelijktijdig voor een termijn van zes weken ter visie worden gelegd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft – tezamen met de overige ontwerpstukken – van 6 november tot en met 17 december 2020 ter ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken zijn geen reacties ingediend.
40
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlagen bij de toelichting
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
41
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 1 Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen bestemmingsplan Buitengebied 2012 Het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.1056-0004), welk bestemmingsplan is vastgesteld op 28 mei 2013 (en onherroepelijk geworden op 16 september 2015), is inmiddels gewijzigd door het college, herzien door de raad en gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. In eerste instantie is een tweetal uitspraken verwerkt: de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 29 april 2015, zaaknummer 201307247/1/R2, 201305071/1/R2, 201305215/1/R2 en 201402967/1/R2; de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 16 september 2015, zaaknummer 201307247/5/R2. Daarnaast is het intrekkingsbesluit "Wijziging van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 door het intrekken van enkele onderdelen" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.IB1056-0001), vastgesteld op 11 november 2014, verwerkt, waardoor enkele onderdelen (diverse locaties) van het moederplan "Buitengebied 2012" zijn ingetrokken. Daarnaast is het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" inmiddels vervangen door een aantal bestemmingsplannen (met op zichzelf staande bestemmingsplanregelingen, de zogenaamde postzegelplannen) en tevens een provinciaal inpassingsplan "Rondweg Voorthuizen N303" (met IMRO-idn. NL.IMRO.9925.IPN303Voorthuizen-VST1).
Deze plannen zijn niet relevant, in die zin dat ze geen planologische gevolgen hebben, voor onderhavig plan. Verder is een aantal uiteenlopende wijzigingsplannen door het college - met toepassing van de binnen het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" opgenomen wijzigingsbevoegdheden - en partiële herzieningen door de raad vastgesteld en verwerkt. De wijzigingsplannen en een deel van de partiële herzieningen zijn op perceelsniveau doorgevoerd en hebben geen directe invloed op (op het gehele grondgebied van) onderhavig plan. De volgende partiele herzieningen zijn doorgevoerd, waarbij ook de regels van het moederplan c.q. het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" zijn gewijzigd en daarmee wel van invloed zijn op onderhavig plan: Naam partiële herziening
IMRO-identificatienummer
Datum vastgesteld
4e partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1268-0002
13-4-2016
Apeldoornsestraat-Kieftveen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1368-0002
14-12-2016
Elzenkamperweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1467-0002
4-7-2018
Esvelderweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1397-0002
30-1-2019
Esvelderweg-Vinkekampweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1484-0002
22-5-2019
Garderbroekerweg-Harskamperweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1371-0002
24-5-2017
Grote Muntweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1414-0002
31-1-2018
Harremaatweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1366-0002
1-2-2017
Kerkendelweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1440-0002
25-4-2018
Kerkweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1510-0002
9-10-2019
Lange Zuiderweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1475-0002
14-11-2018
Meentweg-Valkseweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1439-0002
7-3-2018
Parapluherziening De Puurveense Molen
NL.IMRO.0203.1248-0002
30-9-2014
Parapluherziening functieveranderingsbeleid 2016 en woninginhoud
NL.IMRO.0203.1391-0002
5-7-2017
42
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1241-0001
25-2-2014
Plaggenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1370-0002
1-2-2017
Tweede partiele herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1253-0003
8-7-2014
Vergroten inhoud woningen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1376-0002
1-2-2017
Verzamelherziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1349-0002
8-11-2017
Vinkelaar II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1421-0002
7-3-2018
Vrouwenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1501-0002
10-7-2019
Welgelegenweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1503-0002
10-7-2019
Zeumerseweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1529-0002
11-12-2019
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
43
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
44
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Regels
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
45
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
De regels van Hoofdstuk 1 van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 worden niet gewijzigd.
Artikel 1
Begrippen
In dit plan wordt verstaan onder: 1.1
plan
de partiële herziening "Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" met identificatienummer NL.IMRO.0203.1580-0001 van de gemeente Barneveld. 1.2
bestemmingsplan Buitengebied 2012
het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" met identificatienummer NL.IMRO.0203.1056-0004, vastgesteld door de gemeenteraad van Barneveld d.d. 28 mei 2013, en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad;
46
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 2 Artikel 2
Bestemmingsregels
Wonen
Aan de regel in artikel 20.6, lid 4, sublid b. wordt na ".... behoren" toegevoegd ", of, als dat om landschappelijke reden onwenselijk is, zo aansluitend mogelijk aan het bestemmingsvlak of bouwvlak worden geplaatst;".
Voor het overige worden de regels van artikel 20 van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 niet herzien.
Artikel 3
Waarde - Archeologie 1
De regels van artikel 25 van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 worden niet herzien.
Artikel 4
Waarde - Beplanting en Verkaveling
De regels van artikel 27 van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 worden niet herzien.
Artikel 5
Waarde - Openheid en Reliëf
De regels van artikel 28 van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 worden niet herzien.
Artikel 6
Waterstaat - Waterhuishouding
De regels van artikel 29 van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 worden niet herzien.
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
47
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 3
Algemene regels
De regels van Hoofdstuk 3 van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 worden niet herzien.
Artikel 7 7.1
Algemene aanduidingsregels
reconstructiewetzone - extensiveringsgebied V
De regels van artikel 33.6 van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 worden niet herzien.
48
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
De regels van Hoofdstuk 4 van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 worden niet herzien. In dit plan wordt verstaan onder:
Artikel 8 8.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 8.2
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 9
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van de partiële herziening "Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 van de gemeente Barneveld.
Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Barneveld
"Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
49