Bestemmingsplan (1).pdf
Tekst van het document
5.10
Milieueffectrapportage
Niet voor alle nieuwe activiteiten hoeft een m.e.r.-procedure gevolgd te worden. Uitgangspunt van de m.e.r.-beoordeling is het 'nee, tenzij' -principe. Dat wil zeggen dat alleen een milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld, wanneer er omstandigheden zijn die (waarschijnlijk) leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. De Wet milieubeheer maakt onderscheid in een m.e.r.-procedure voor plannen (planMER) en voor besluiten (besluitMER of projectMER). Voor een bestemmingsplan kan zowel de plan-m.e.r.-plicht als de besluit-m.e.r.-plicht gelden. Er zijn drie sporen waarlangs de m.e.r.-plicht kan ontstaan: 1. Plan- en/of besluit-m.e.r.-plicht: als de voorgenomen activiteit vermeld is in het Besluit milieueffectrapportage; 2. Plan-m.e.r.-plicht: als voor het plan een zogeheten passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming gemaakt moet worden. Dat is het geval als het plan significante negatieve gevolgen kan hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000 gebied; 3. Toetsing aan de provinciale milieuverordening. Besluit milieueffectrapportage De lijst van activiteiten in de onderdelen C en D van het Besluit bestaat uit vier kolommen. De eerste kolom bevat een omschrijving van de m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten. De tweede kolom vermeldt eventuele drempelwaarden.
Wettelijk kader Voor de vraag of een bestemmingplan besluit-m.e.r.-plichtig is, geldt dat het Besluit milieueffectrapportage onderscheid maakt naar m.e.r.-plichtige activiteiten en m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten. Onderdeel C van de bijlage bij dit Besluit vermeldt voor welke activiteiten altijd verplicht een MER moet worden opgesteld, voordat een (m.e.r.-plichtig) besluit mag worden genomen. In onderdeel D is vermeld welke activiteiten beoordelingsplichtig zijn. Voor dergelijke activiteiten moet het bevoegd gezag beoordelen of op basis van 'belangrijke nadelige gevolgen die de voorgenomen activiteit voor het milieu kan hebben', een m.e.r.-procedure noodzakelijk is. Daarbij geldt dat een bestemmingsplan alleen besluit-m.e.r.-plichtig is, als het bestemmingsplan in kolom 4 wordt genoemd. Voor de vraag of een bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig is, geldt dat dit het geval is als het plan genoemd is in kolom 3 en activiteiten mogelijk maakt die in onderdeel C en D, kolom 1 vermeld zijn en voldoen aan de in kolom 2 genoemde drempelwaarden. Als een bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die Besluit-m.e.r.-plichtig is op grond van de 24
"Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012 uitkomst van een toets van een activiteit die onder de drempelwaarden blijft, dan is dat bestemmingsplan alsnog plan-m.e.r.-plichtig. Het maakt dan immers een (besluit) m.e.r.-plichtige activiteit mogelijk. Voor zowel de plan-m.e.r.- als besluit-m.e.r.-plicht geldt dat als de activiteit onder de drempelwaarden uit kolom 2 van bijlage D blijft, met een vormvrije m.e.r. beoordeeld moet worden of alsnog een MER moet worden opgesteld. De centrale vraag die daarbij beantwoord moet worden is of er omstandigheden zijn die (waarschijnlijk) leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Daarbij moet in ieder geval worden getoetst aan de criteria die opgenomen zijn in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Als dergelijke milieugevolgen kunnen optreden, geldt alsnog de betreffende plan- en/of besluit-m.e.r.-plicht. Toetsing In dit geval is het bestemmingsplan niet via dit spoor m.e.r.-plichtig want de activiteit komt niet voor op de lijst in onderdeel C of D van het Besluit milieueffectrapportage. Daarnaast heeft toetsing aan de in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn opgenomen criteria uitgewezen dat er geen sprake zal zijn van belangrijke milieugevolgen, zodat een m.e.r. achterwege kan blijven. Besluit m.e.r.
Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Onderzoek In dit geval is het plan niet m.e.r.-plichtig want de activiteit komt niet voor op de lijst in onderdeel C of D van het Besluit milieueffectrapportage. Ook blijkt uit de uitgevoerde onderzoeken dat de milieugevolgen zo gering zijn dat er ook geen sprake is van belangrijke milieugevolgen als bedoeld in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn.
Passende beoordeling via de Wet natuurbescherming Voor het vaststellen van plannen die significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied kunnen hebben, dient een passende beoordeling gemaakt te worden (artikel 7.2a Wet milieubeheer juncto artikel 2.8, eerste lid Wet natuurbeschermingswet). Uit de beoordeling van het aspect ecologie (zie paragraaf 5.3) blijkt dat er voor dit plan geen passende beoordeling nodig is. De plan-m.e.r-plicht op grond van de noodzaak van een passende beoordeling voor de Wet natuurbescherming is hier niet aanwezig. Er is voor dit plan geen passende beoordeling nodig. Provinciale milieuverordening Provinciale Staten kunnen in de provinciale milieuverordening extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aanwijzen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben en dus m.e.r.-plichtig zijn (artikel 7.6 Wet milieubeheer). Dit is dus aanvullend op de m.e.r.-plicht op basis van onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. (en dus ook aanvullend op de verplichting vanuit de Europese richtlijnen) én conform dezelfde systematiek. Provinciale staten van Gelderland hebben geen extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en zo m.e.r.-plichtig zijn).
"Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
25
Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
5.11
Milieuzonering
Ten aanzien van bedrijvigheid geldt als uitgangspunt dat toekomstige woningen geen onevenredige milieuhinder (geur, geluid etc.) mogen ondervinden van nabijgelegen bedrijvigheid. In de publicatie ´Bedrijven en milieuzonering´ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, editie 2009, worden in verband met de aanwezigheid van milieubelastende functies indicatieve afstandsnormen voorgeschreven tot milieugevoelige functies, vooral wonen. Voor het onderhavige plan zijn geen relevante bedrijven in de omgeving van belang aangezien het dichtsbij gelegen categorie 1-2 bedrijf op ruim 180 meter is gelegen terwijl de hindercirkel voor een dergelijk bedrijf maximaal 30 mete bedraagt. Op meer dan 250 meter is in de naburige gemeente een categorie 3.1 bedrijf gelegen. Deze vormt ook geen belemmering gelet op de bijbehorende hinderafstand van 50 meter. Veiligheidszone - Activiteitenbesluit Binnen de grenzen van het bestemmingsplan is geen gasdrukmeet- en regelstation aanwezig. In het Activiteitenbesluit zijn veiligheidsafstanden opgenomen die moeten worden aangehouden tussen kwetsbare respectievelijk beperkt kwetsbare objecten en (onder andere) een gasdrukmeet- en regelstation (4-6 meter). Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten volgens het Activiteitenbesluit zijn dezelfde objecten als die genoemd zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
Het gaat dan om onder andere woningen, ziekenhuizen en bedrijven. Tussen een woning en een gasdrukmeet- en regelstation moet een veiligheidsafstand van 6 meter worden aangehouden. Het onderhavige plan voldoet aan de voorgeschreven afstand. Binnen de veiligheidsafstand kunnen eveneens geen beperkt kwetsbare objecten worden opgericht. Er wordt voldaan aan de voorgeschreven afstand van 4 meter die geldt voor beperkt kwetsbare objecten. Liander heeft op 9 december 2020 aangegeven geen belangen in het gebied te hebben, daarom hoeven er in dit bestemmingsplan geen veiligheidsafstanden opgenomen te worden. Conclusie Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het plan.
5.12
Natuur en landschap
In de oude situatie was er verouderde bedrijfsgebouwen op de locatie aanwezig alsmede een voormalige noodwoning. Inmiddels zijn deze gesloopt. Voor wat betreft het groen blijft de monumentale notenboom gehandhaafd. De nieuwe woning wordt landschappelijk ingepas door de aanplant van een beukenhaag rondom een groot deel van het perceel. Daarnaast worden langs de noordgrens een tweetal beuken geplant. Ten zuiden van de nieuwe woning worden enkele hoogstamfruitbomen geplant.
5.13
Veiligheid
Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd. 26
"Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
Situatie Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en subaanrijdroutes. Dit zal gebeuren bij de bouwplannen en inrichtingsplannen. Conclusie Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
5.14
Verkeer
De nieuwe woning wordt via de bestaande uitweg ontsloten. Daarnaast is het perceel voldoende groot om de noodzakelijke parkeerplaatsen te realiseren.
5.15
Water
Deze waterparagraaf vormt het resultaat van het procesinstrument watertoets. De watertoets betreft het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Het is verplicht de watertoets toe te passen. Hiermee wordt beoogd om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in het ruimtelijk planproces. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle relevante waterhuishoudkundige aspecten zoals ontwatering, wateroverlast en waterkwaliteit. De waterpara-graaf beschrijft het relevante waterbeleid, de betrokkenheid en het advies van de waterbeheerder en de waterhuishoudkundige uitwerking van het plan. Waterbeleid Waterbeheerprogramma 2016 – 2021 waterschap Vallei en Veluwe In dit programma heeft waterschap Vallei en Veluwe haar huidige koers en ambities voor de toekomst vastgelegd.
Het waterbeheerprogramma bestaat uit 3 deelprogramma's: Waterveiligheid; richt zich op het voldoende beschermen van het gebied tegen overstromingen, Watersysteem; onderverdeeld in landelijke, stedelijke en KRW systemen, waarbij gericht wordt gestuurd op de juiste hoeveelheid water, de juiste kwaliteit van het water en (in het stedelijk watersysteem) het zo veel mogelijk gescheiden houden van schone en vuile waterstromen, Waterketen; dit programma richt zich op goede oppervlaktewaterkwaliteit, het zo veel mogelijk gescheiden houden van schone en vuile waterstromen en de hoogst haalbare waarde uit het water halen. Ondanks de losse programma's voor het watersysteem en de waterketen worden deze wel heel nadrukkelijk als één systeem behandeld, en komen de ambities binnen deze programma's dus ook voor een groot deel overeen. In de programma's spelen het anticiperen van en reageren op klimaatontwikkelingen en het terugwinnen van grondstoffen een belangrijke rol. Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en Hemelwaterplan 2017 - 2020 Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater.
Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Huidige situatie In de huidige situatie zijn twee woningen en 2 bijgebouwen aanwezig. Langs twee zijden van de planlocatie "Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
27
Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012 zijn C-watergangen aanwezig. De woningen zijn op drukriolering aangesloten. Toekomstige situatie De bijgebouwen en één woning worden gesloopt. Een nieuwe woning en twee bijgebouwen worden gerealiseerd. Ten behoeve van de te verplaatsen inrit dient de bestaande C-watergang voorzien te worden van een duiker met een interne diameter van 400 mm die voldoet aan de Algemene Regels van Waterschap Vallei en Veluwe. Huishoudelijk afvalwater van de nieuwe woning wordt aangesloten op het drukriool. Hemelwater mag niet op het drukriool worden aangesloten. Er wordt waterberging op eigen terrein gerealiseerd met een capaciteit van 30 mm maal het verhard oppervlak. In het kader van duurzaam bouwen worden er geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) toegepast. De waterhuishoudkundige doelen van de gemeente en het waterschap komen niet in het gedrang door dit bestemmingsplan.
28
"Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 6 6.1
JURIDISCHE ASPECT EN
Inleiding
Deze partiële herziening is gebaseerd op het moederplan "Buitengebied 2012" (met identificatienummer NL.IMRO.0203.1056-0004), vastgesteld op 28 mei 2013 en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijking- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Hoofdstuk 4 betreft het overgangsrecht en de slotbepaling. Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk of de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.
6.2
Inleidende regels
Begrippen In artikel 1 van de partiële herziening zijn de begrippen plan en bestemmingsplan Buitengebied 2012 gedefinieerd. Het kan bij een partiële herziening voorkomen dat er een begrip wordt toegevoegd. Er wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik.
6.3
Bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 van de partiële herziening zijn de bestemmingsregels opgenomen. In dit hoofdstuk en de daarin opgenomen bepalingen over de bestemming 'Wonen' worden de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" niet herzien. Tevens is de verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" op de locatie gewijzigd in die zin dat er een bouwvlak is toegevoegd en een gebied7saanduiding met betrekking tot een voorwaardelijke verplichting is opgenomen. Zie verder de toelichting bij het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Hieronder volgt een nadere uiteenzetting van enkele specifieke onderdelen van de partiële herziening.
6.4
Algemene regels
In hoofdstuk 3 is aangegeven dat de algemene regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012", en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad, niet zijn gewijzigd. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de voorgeschreven Anti-dubbeltelregeling opgenomen.
"Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
29
Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
6.4.1
Schakelbepaling
Er is in de regels een schakelbepaling opgenomen. Door middel van deze schakelbepaling opgenomen in Artikel 3 van de planregels bij deze partiële herziening is nader aangegeven wat er op de verbeelding en/of in de regels wijzigt. Dit is in paragraaf 6.3 van de toelichting van deze partiële herziening ook toegelicht. 6.4.2
Algemene aanduidingsregels
De algemene aanduidingsregels bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. De volgende soort gebiedsaanduiding is toegepast: 'overige zone - voorwaardelijke verplichting' 6.4.2.1
Voorwaardelijke verplichting
Bij wijzigingen van het bestemmingsplan is het veelal noodzakelijk afspraken met betrekking tot het slopen van gebouwen of het realiseren van inrichtingsmaatregelen dan wel andere voorwaarden vast te leggen. Om dit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierbij worden aan het bestemmingsplan specifieke regels toegevoegd die de verzoeker verplichten om bij gebruikmaking van de toegestane ontwikkeling ook de inrichtingsmaatregelen te realiseren of bebouwing te slopen. In onderhavige partiële herziening is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die verband houdt met de aanleg en instandhouding van beplanting die noodzakelijk is in verband met de landschappelijke inpassing van de nieuwe woning.
6.5
Overgangs- en slotregels
6.5
Overgangs- en slotregels
In het laatste hoofdstuk zijn de regels ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen. Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van voorliggende partiële herziening.
6.6
Handhaving
De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: De regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving. Handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren. Niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (zoals in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijking van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.
In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is 30
"Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012 verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: De regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels. Het beleid voor afwijkingen. In het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012"), en daarmee ook in deze partiële herziening, is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012") opgenomen afwijkingsmogelijkheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.
"Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
31
Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 7
ECONOM ISCHE UIT VOERBAARHEID
Dit hoofdstuk kan worden ingevoegd vanuit bibliotheekbestand 'Standaard bestemmingsplan Buitengebied 2012'. De kosten voor het opstellen van het plan worden gedekt door het heffen van leges. Voor de kosten van tegemoetkoming in schade, bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade) is een afzonderlijke overeenkomst gesloten. De inhoud voldoet aan die van een anterieure overeenkomst in de zin van artikel 6.24 Wro. Er zijn bij dit plan geen andere kosten die in een exploitatieplan of exploitatieovereenkomst opgenomen moeten worden.
32
"Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN M AAT SCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID De procedure voor het gedeeltelijk herzien van een bestemmingsplan is door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op 30 juli 2020 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennis gegeven van het voornemen om de voorliggende patiële herziening van het geldende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van de partiële herziening opgestart.
8.1
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Dit plan is gebaseerd op het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 en voldoet daar ook aan. Geconcludeerd kan worden dat er hier geen provinciale belangen in het geding zijn die om vooroverleg vragen. Verder is er geen sprake van provinciale belangen, zodat ook is afgezien van vooroverleg met de provincie Gelderland. Op grond van artikel 3.1.1 lid 2 Bro kan derhalve worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen. Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 4.000 m² en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen door een bestemmingsplan. Hier is sprake van zo een geval.
Om die reden heeft geen vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden. Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding.
8.2
Inspraak
De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Op 15 december 2009 heeft het college besloten dat bij bestemmingsplannen alleen inspraak wordt gevoerd bij plannen waarbij maatschappelijke belangen een rol spelen, die politiek gevoelig liggen of waarbij inspraak een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit en/of snellere doorlooptijd van het plan.
8.3
Zienswijzen
Het ontwerp voor de partiële herziening heeft van 8 januari tot en met 18 februari 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken zijn geen reacties ingediend.
"Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
33
Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
34
"Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlagen bij de toelichting
"Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
35
Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek
36
"Damweg III, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Verkennend bodemonderzoek Locatie Adres: Postcode, Plaats
Damweg 92 3785 LL ZWARTEBROEK
Opdrachtgever Naam: Adres: Postcode, plaats:
De heer B. Ham Hooglandseweg 19 3864 PV NIJKERKERVEEN
Contactpersoon: Telefoonnummer:
De heer F. Bos (Oramba) 0342-420737 / 06-41938567
Uitvoering en rapportage Naam: Grondvitaal BV Adres: Voorthuizerstraat 256 Postcode, plaats: 3881 SN Putten
Projectgegevens Projectnummer: Versie: Revisiestatus:
Telefoonnummer: Fax: E-mailadres:
0341 491323 0341 491806 info@grondvitaal.nl
Rapportagedatum: 24 juli 2020 Autorisatiedatum: 24 juli 2020
Contactpersoon:
dhr. J.W. Mertens
Uitvoering conform: NEN 5740
Analyses Naam: Adres: Postcode, plaats:
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld
Telefoonnummer: E-mailadres:
0342 426300 info-env@eurofins.nl
2027065 01 Definitief
GRONDVITAAL BV BODEMONDERZOEK / ASBESTINVENTARISATIE
INHOUDSOPGAVE 1
SAMENVATTING
2
OMSCHRIJVING VAN HET ONDERZOEK
2.1
Doel van het onderzoek
2.2
Historisch onderzoek en visuele waarneming
2.3
Onderzoekshypothese
2.4
Uitvoering van het onderzoek
2.5
Geohydrologie
2.6
Veldwerk wijze van uitvoering
2.7
Resultaten veldwerk
3
LABORATORIUMONDERZOEK
3.1
Omschrijving
3.2
Resultaten en interpretatie van het laboratoriumonderzoek
3.3
Overzicht analyseresultaten
4
SAMENVATTING, CONCLUSIE en AANBEVELING
4.1
Samenvatting
4.2
Conclusie
4.3
Aanbeveling
BIJLAGEN: 1.
Overzicht boorpunten Kadastrale situatie
2.
Boorprofielen
3.
Analyseresultaten
4.
Achtergrond-, streef- en Interventiewaarden standaardbodem (VROM)
2
1
SAMENVATTING
Soort onderzoek
Verkennend bodemonderzoek
Aanleiding
Aanvraag omgevingsvergunning
Doel
Vaststellen of sprake is van verontreiniging in de grond / grondwater
Opzet
NEN 5740 ONV-NL (onverdachte niet-lijnvormige locatie)
Locatie
Damweg 92 3785 LL ZWARTEBROEK
Kadastraal bekend
Gemeente
VOORTHUIZEN
Sectie
A
Nummer
2828
Oppervlakte
1.450
m²
Terreininrichting
Gedeeltelijk verhard
Terreingebruik
Wonen / agrarisch
Terreingebruik omgeving
Wonen / agrarisch
Kaartcoördinaten
X=
162536
Y=
466309
Hypothese
onverdacht
Aantal boringen / peilbuizen
0,5 m –mv.
1,0 m –mv.
2,0 m –mv.
2,5 m –mv.
6
-
1
-
Bodemopbouw
Donkerbruin tot lichtbruin-bruingrijs matig fijn zand
Grondwaterstand
1,18
Zintuiglijke waarnemingen
geen
Resultaten grond
> achtergrondwaarde
> interventiewaarde
Bovengrond
-
-
Ondergrond
-
-
> streefwaarde
> interventiewaarde
-
-
Grondwater Hypothese bevestigd.
Er is geen verontreiniging aangetroffen. Er zijn o.i. geen belemmeringen voor de gewenste activiteiten
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027065 : 01 : definitief
1
m –mv.
Resultaten grondwater
Conclusies
peilbuis
Rapportagedatum : 24 juli 2020 Autorisatiedatum : 24 juli 2020
3
2
OMSCHRIJVING VAN HET UITGEVOERDE ONDERZOEK
2.1
Doel van het onderzoek
Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van bodemverontreiniging in de grond en het freatisch grondwater.
2.2
Historisch onderzoek en visuele waarneming
Het historisch vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725. Tijdens het vooronderzoek zijn de hierna te noemen bronnen geraadpleegd waaruit de volgende voor het onderzoek van belang zijnde gegevens bekend zijn geworden: Overzicht voorinformatie Bron
Informatie
Opdrachtgever / contactpersoon
Op de onderzoekslocatie bevindt zich een voormalige agrarische schuur welke gesloopt zal worden om plaats te maken voor de nieuwe woning. Tevens is een bakhuisje aanwezig (gedeeltelijk op het te onderzoeken terrein) welke eveneens gesloopt gaat worden. Het te onderzoeken terreingedeelte bestaat gedeeltelijk uit met klinkers verhard terrein. Voor het overige deel is het terrein onverhard (tuin, grasland). De aanleiding tot het onderzoek is een aanvraag omgevingsvergunning. Het uitgevoerde onderzoek strekt zich uit over een oppervlak van ± 1.450 m² (zoals op bijlage 1 aangegeven). Er hebben voor zover bekend op de onderzoekslocatie geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsgevonden waardoor een bodemverontreiniging is ontstaan. Voor zover bekend zijn op de locatie geen olietanks of andere verontreinigingsbronnen aanwezig (of aanwezig geweest).
Archief Grondvitaal BV
Geen gegevens bekend.
Bouwarchief gemeente Barneveld
2/1985 Bouwvergunning – gedeeltelijk vernieuwen en uitbreiden schuur 278-1985 verleend 3B/1956 Bouwvergunning – bouw schuur 25-1-1956 verleend 217/1960 Bouwvergunning – bouw van de woning 7-12-1960 verleend 576/2002 Bouwvergunning – verbouwen en uitbreiden van een woning 1511-2002 verleend
Milieu-/Hinderwetarchief gemeente Barneveld
Geen gegevens bekend.
Bodemarchief gemeente Barneveld
Geen gegevens bekend.
Tankenbestand gemeente Barneveld
Geen gegevens bekend.
Bodemkwaliteitskaart
De bodemfunctieklasse voor de locatie betreft “overig”. De toepassingsklasse voor de locatie is voor zowel de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) als de ondergrond (0,0-2,0 m-mv) Natuur en landbouw.
Bodemloket (www.bodemloket.nl)
Geen aanvullende gegevens bekend geworden.
Topografische kaarten (www.topotijdreis.nl)
Op de oude kaarten is vanaf 1931 bebouwing te zien op nummer 92 (onderzoekslocatie is hiernaast gelegen, daar is geen bebouwing te zien).
Dempingen / ophogingen, puinverhardingen, asbest
Voor zover bekend is het te onderzoeken terrein niet opgehoogd. Tevens zijn geen aanwijzingen voor puinverhardingslagen of asbesthoudende materialen op of in de bodem bekend geworden.
Visuele inspectie en waarneming door veldwerker
Uit de visuele inspectie van de onderzoekslocatie, voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk, zijn geen aanwijzingen voor bodembelastende activiteiten of bodemvreemde materialen bekend geworden. De dakbedekking van de te slopen schuur bestaat uit asbesthoudende golfplaten.
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027065 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 24 juli 2020 Autorisatiedatum : 24 juli 2020
4
Samenvatting relevante gegevens Door de opdrachtgever/contactpersoon is geen informatie verstrekt waaruit blijkt dat de bodem op enigerlei wijze is verontreinigd. Er zijn geen bodemonderzoeken bekend geworden. Er zijn geen relevante gegevens met betrekking tot olietanks bekend geworden. Volgens de bodemkwaliteitskaart valt de locatie in zone “overig”. Er is geen informatie over asbestverdachte materialen of puinverhardingen op of in de bodem bekend geworden. Tijdens de terreininspectie zijn geen gegevens bekend geworden waaruit een bodembelasting op de onderzoekslocatie is af te leiden.
2.3
Onderzoekshypothese
Op grond van het uitgevoerde historisch onderzoek is de hypothese voor het te onderzoeken terrein “onverdachte locatie”. Motivering Uit de tijdens het vooronderzoek verkregen informatie zijn geen concrete aanwijzingen voor een bodemverontreiniging binnen de onderzoekslocatie of directe omgeving bekend geworden.
2.4
Uitvoering van het onderzoek
Uitvoering van het onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig NEN 5740 ONV-NL (onverdachte niet-lijnvormige locatie) en aanverwante normen en richtlijnen m.b.t. het nemen van de monsters en de behandeling daarvan. De analyseresultaten zijn beoordeeld overeenkomstig: – de streefwaarden grondwater en de interventiewaarden grond en grondwater zoals vastgesteld door het Ministerie van VROM in de Circulaire Bodemsanering 2013, ingaande per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). – de achtergrondwaarden voor grond (en baggerspecie) zoals vastgesteld door het Ministerie van VROM in de Regeling bodemkwaliteit onder nummer DJZ2007124397, ingaande per 13 december 2007. De hierbij van toepassing zijnde onderzoeksstrategie kan van voldoende omvang geacht worden om te kunnen beoordelen of op de betreffende locatie, redelijkerwijs gesproken inderdaad geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of in het freatisch grondwater. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder het BRL SIKB 2000 gecertificeerd kwaliteitssysteem van Grondvitaal BV (KIWA certificaat nr. K96888/01) en onderliggende protocollen 2001 en 2002. Partijdigheid Grondvitaal BV heeft op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en/of de onderzoekslocatie waarop het onderzoek betrekking heeft, zoals bedoeld in de BRL SIKB 2000.
In het kwaliteitssysteem van Grondvitaal BV is vastgelegd dat op beïnvloeding van medewerkers door derden niet wordt ingegaan. Pogingen tot beïnvloeding van het onderzoek en/of onderzoeksresultaten worden vastgelegd. Een wijziging op verzoek van de opdrachtgever in de onderzoeksstrategie wordt altijd vooraf besproken. Grondvitaal BV garandeert de uitvoering van een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek.
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027065 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 24 juli 2020 Autorisatiedatum : 24 juli 2020
5
2.5
Geohydrologie
DINO-loket Maaiveldhoogte
4,3 m +NAP
Diepte freatisch grondwater
1,18 m. –mv.
Stijghoogte volgens isohypsenpatroon
3,8 m +NAP
Grondwaterstromingsrichting
Noordwestelijk
Deklaag aanwezig?
Nee
Dikte watervoerend pakket
Ca. 20 m
Geologie
Formatie van Boxtel (matig fijn zand)
Zout of brak grondwater
Nee
Ligging t.o.v. grondwaterbeschermingsgebied
Ligging niet binnen (of op korte afstand van)
2.6
Veldwerk
Het veldwerk is uitgevoerd door milieukundig medewerker ing. M.C. van der Heijden (Grondvitaal B.V.) op 25 juni en 2 juli 2020. Verdeeld over de onderzoekslocatie zijn in totaal 8 handboringen uitgevoerd (zie bijlage 1 voor boorpuntenoverzicht). Uitgevoerde boringen Boringen tot 0,5 m.mv.
Boringen tot 1,0 m.mv.
Boringen tot 2,0 m. –mv.
Boringen tot 2,5 m. –mv.
Boringen met peilbuis
Aantal analyses mengmonster bovengrond
Aantal analyses mengmonster ondergrond
Aantal analyses grondwater
-
1
1
1
1
Onverdacht onderzoeksgebied 6
-
1
Voor samenstelling van de mengmonsters zie onder 4.1 laboratoriumonderzoek. Peilfilters algemeen Het peilfilter is omstort met filterzand en daarna ruim afgepompt. De bemonstering van het grondwater heeft een week na het plaatsen van het peilfilter plaatsgevonden. Alvorens het grondwater te bemonsteren is de grondwaterstand gemeten en is het peilfilter opnieuw ruim afgepompt. Hierbij zijn de zuurgraad, elektrische geleidbaarheid en troebelheid gemeten. In het veld gemeten waarden Watermonster Filterdiepte (m -mv) 01-1-1 2,00 - 3,00
Grondwater-stand (m -mv) 1,18
pH (-) 6,4
EC (µS/cm) 220
Troebelheid (NTU) 21,42
De troebelheid is hoger dan 10 NTU en is daarmee hoger dan de gewenste ‘natuurlijke’ troebelheid. Aangezien geen overschrijdingen van de grenswaarden voor nader onderzoek voor organische stoffen zijn aangetroffen, heeft dit de kwaliteit van het grondwater vermoedelijk niet beïnvloed. Voor een overzicht van de boorpunten wordt verwezen naar bijlage 1.
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027065 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 24 juli 2020 Autorisatiedatum : 24 juli 2020
6
2.7
Resultaten veldwerk
De bodemprofielen zijn weergegeven in bijlage 2. Omschrijving bodemopbouw en samenstelling Ter plaatse van de uitgevoerde grondboringen is vanaf het maaiveld tot 3,0 m. beneden het maaiveld overwegend matig fijn, zwak siltig zand aangetroffen in kleuren variërend van donker bruin (bovengrond tot 0,5 m.) tot lichtbruin - bruingrijs (ondergrond vanaf 0,5 m. en dieper). Voor bijmenging zie bijzonderheden. Bijzonderheden Boring 04 05 06
Diepte boring (m -mv) 2,00 0,50 0,50
Traject (m -mv) 0,08 - 0,20 0,08 - 0,15 0,08 - 0,20
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Zand Zand
Cunetzand Cunetzand Cunetzand
Tijdens het uitvoeren van de monstername zijn verder geen bodemvreemde materialen of afwijkingen m.b.t. geur en kleur waargenomen. Asbest Tijdens de monstername wordt de opgeboorde grond visueel op asbestverdacht materiaal gecontroleerd. Puinhoudende monsters worden volgens standaardprocedure op 20 mm uitgezeefd waarbij de grove zeeffractie op asbestverdacht materiaal wordt gecontroleerd. Er is tijdens de monstername geen puin of asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027065 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 24 juli 2020 Autorisatiedatum : 24 juli 2020
7
3
LABORATORIUMONDERZOEK
3.1
Omschrijving en samenstelling mengmonsters
Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. In het laboratorium zijn de mengmonsters samengesteld en heeft vervolgens het chemisch onderzoek plaatsgevonden overeenkomstig het standaardpakket (NEN 5740 paragraaf 5.1.3). a) grond
b) grondwater
Lutum
Zware metalen
barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink
Organische stof
Vluchtige aromatische koolwaterstoffen
benzeen, tolueen, ethylbenzeen, somxylenen, styreen, naftaleen
Zware metalen
barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink
Vluchtige chloorhoudende oplosmiddelen
1,2-dichloorethaan, cis-1,2dichlooretheen, trichloormethaan, 1,1,1trichloorethaan, 1,1,2-trichloorethaan, trichlooretheen, tetrachloormethaan, tetrachlooretheen, monochloorbenzeen, dichloorbenzenen
Minerale olie
C10-C40
Minerale olie
C10-C40
Som PCB
Polychloorbifenylen
PAK som 10
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Analysemonster mm1 bg
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
mm2 og
0,50 - 2,00
Deelmonsters
Analysepakket
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,20 - 0,40) 04 (0,40 - 0,50) 05 (0,15 - 0,50) 06 (0,20 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 01 (0,50 - 1,00) 01 (1,00 - 1,50) 01 (1,50 - 2,00) 04 (0,50 - 1,00) 04 (1,00 - 1,50) 04 (1,50 - 2,00)
Standaardpakket grond incl. LUOS
Standaardpakket grond incl. LUOS
Analyses grondwater Analysemonster 01-1-1
Filterdiepte (m -mv)
Analysepakket
2,00 - 3,00
Standaardpakket grondwater
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027065 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 24 juli 2020 Autorisatiedatum : 24 juli 2020
8
3.2
Resultaten en interpretatie van het laboratoriumonderzoek
De analyseresultaten van het laboratorium onderzoek zijn weergegeven in bijlage 3 van dit rapport. Op de achtergrond- en interventiewaarden voor anorganische verbindingen (zware metalen) in de grond, is afhankelijk van het lutumgehalte en/of organische stofgehalte een correctieformule toegepast:
Nb =
N st × ( A + B × %lutum + C × %org.stof ) ( A + B × 25 + C × 10)
A, B en C Nb Nst %lutum % org.stof
= constanten afhankelijk van de stof. = toetsingswaarde voor de te beoordelen bodem (mg/kg). = toetsingswaarde voor de standaardbodem (mg/kg). = het gemeten percentage lutum. = het gemeten percentage organische stof.
Voor organische verbindingen is de volgende correctieformule toegepast:
Nb =
N st × %org.stof 10
3.3
Overzicht analyseresultaten
In het hierna volgende overzicht zijn de analyseresultaten weergegeven. Uitgangspunten grond: AW-waarde: achtergrondwaarde (met toepassing van de correctieformule). I-waarde: interventiewaarde (met toepassing van de correctieformule). Uitgangspunten grondwater: S-waarde: streefwaarde I-waarde: interventiewaarde. Voor de streefwaarden grondwater, de interventiewaarden grond en grondwater en de achtergrondwaarden grond voor een standaardbodem (10 % organische stof en 25% lutum), zie bijlage 4. Voor toepassing van de correctieformules is uitgegaan van de analytisch bepaalde organische stof- en lutumpercentages.
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027065 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 24 juli 2020 Autorisatiedatum : 24 juli 2020
9
Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie
PAK PAK 10 VROM
% ds % ds
mm1 bg 2020097935 01, 02, 03, 04, 05, 06, 07, 08 0,00 - 0,50 4,10 3,10 30-6-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde Meetw GSSD Index
mg/kg ds
mm2 og 2020097935 01, 04 0,50 - 2,00 0,70 2,00 30-6-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde Meetw GSSD Index
0,90
-0,02
<0,35
-0,03
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) mg/kg ds
<0,012
-0,01
<0,025
0,01
METALEN Kobalt Koper Nikkel Zink Cadmium Molybdeen Barium Lood Kwik
<7 14,5 <7 90 <0,2 <1,1 119 (6) 21 <0,05
-0,05 -0,17 -0,43 -0,09 -0,03 -0
<7 <7 <8 <33 <0,2 <1,1 <54 (6) <11 <0,05
-0,05 -0,22 -0,42 -0,18 -0,03 -0
-0,06 -0
<3 <5 <4 <20 <0,2 <1,5 <20 <10 <0,05
<60
-0,03
<35
<123
-0,01
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<3 7,8 <4 42 <0,2 <1,5 35 14 <0,05
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 mg/kg ds <35
<d 8,88 <=T 8,88 8,88 6 # GSSD Index
: kleiner dan de detectielimiet : <= Achtergrondwaarde : Kleiner dan Tussenwaarde : Kleiner Interventiewaarde : > Interventiewaarde : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.0.0 -
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027065 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 24 juli 2020 Autorisatiedatum : 24 juli 2020
-0,08 -0
10
Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie
01-1-1 2-7-2020 2,00 - 3,00 8-7-2020 Voldoet aan Streefwaarde Meetw GSSD
PAK Naftaleen PAK 10 VROM
µg/l -
<0,02
AROMATISCHE VERBINDINGEN BTEX (som) Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) meta-/para-Xyleen (som) ortho-Xyleen Styreen (Vinylbenzeen) Som 16 Aromatische oplosmiddelen
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,9 <0,2 <0,2 <0,2
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN Dichloorpropanen (0,7 som, 1,1+1,2+1,3) cis + trans-1,2-Dichlooretheen 1,1-Dichlooretheen cis-1,2-Dichlooretheen trans-1,2-Dichlooretheen Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tribroommethaan (bromoform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,2-Dichloorpropaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) Vinylchloride 1,3-Dichloorpropaan CKW (som) 1,1-Dichloorpropaan Dichloorpropaan
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
0,42
METALEN Kobalt Koper Nikkel Zink Cadmium Molybdeen Barium Lood Kwik
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40
µg/l
<d 8,88 8,88 >T 8,88 11 14 2 6 # GSSD Index
<0,2 <0,1 <0,2
<0,1 <0,1 <0,1 <0,2 <0,2 <0,2 <0,1 <0,2 <0,2 <0,2 <0,1 <0,1 <0,2 <0,1 <0,1 <0,2 <1,6 <0,2
Index
<0,01 <0,00020(11)
<0,1 -0 <0,1 -0,03 <0,1 -0,01 <0,21 0 <0,1 <0,1 <0,1 -0,02 <0,77(2,14)
<0,14 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1(14) <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
0,01 0,01
0 -0,01 0,01 -0,01 -0,02 0 0 -0,05 0 0,02
<0,1 <0,42
-0
<2 <2 <3 <10 <0,2 <2 22 <2 <0,05
<1 <1 <2 <7 <0,1 <1 22 <1 <0,04
-0,24 -0,23 -0,22 -0,08 -0,05 -0,01 -0,05 -0,23 -0,04
<50
<35
-0,03
: kleiner dan de detectielimiet : <= Streefwaarde : > Streefwaarde : Groter dan Tussenwaarde : > Interventiewaarde : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.0.0 -
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027065 : 01 : definitief
0
Rapportagedatum : 24 juli 2020 Autorisatiedatum : 24 juli 2020
11
4
SAMENVATTING, CONCLUSIE en AANBEVELING
4.1
Samenvatting
De resultaten van het verrichte verkennend onderzoek naar een eventuele bodemverontreiniging op de onderzochte locatie aan de Damweg 92 te Zwartebroek, kunnen als volgt worden samengevat: Overschrijdingstabel grond Analysemonster mm1 bg mm2 og > AW >I Index
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,50 - 2,00
> AW (+index)
> I (+index)
-
-
: > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)
Overschrijdingstabel grondwater Watermonster Filterdiepte (m -mv) 01-1-1 2,00 - 3,00 >S >I Index
> S (+index)
> I (+index)
-
-
: > Streefwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - S) / (I - S)
Asbest Tijdens de terreininspectie en de monstername van de grond zijn geen asbestverdachte materialen op of in de bodem aangetroffen.
4.2
Conclusie
De onderzoekshypothese ”onverdacht” wordt op grond van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters bevestigd. Er is geen verontreiniging aangetroffen.
4.3
Aanbeveling
Met betrekking tot de voorgenomen bouwactiviteiten op de onderzochte locatie, zijn milieutechnisch geen belemmeringen aan te geven. Aanbevolen wordt dit rapport in te dienen bij de aanvraag van de omgevingsvergunning.
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2027065 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 24 juli 2020 Autorisatiedatum : 24 juli 2020
BIJLAGE 1
Overzicht boorpunten Kadastrale situatie
GRONDVITAAL
RENVOOI
O
N
Boring tot 0,5 m. -mv. Boring tot 1,0 m. -mv Boring tot 2,0 m. -mv.
Begrenzing onderzoekslocatie Gebouwen Te bouwen
Z
W
Boring met peilfilter
gras
grind
klinkers / tegels
puin
beton / asfalt
tuin
08
06
04
05
92
94
07
01
02
03
0
GRONDVITAAL BV
3881 SN PUTTEN
BODEMONDERZOEK / ASBESTINVENTARISATIE
TEL. 0341 491323 / FAX 491806
VOORTHUIZERSTRAAT 256
Opdrachtgever:
De heer B. Ham
Adres:
Hooglandseweg 19, 3864 PV Nijkerkerveen
Locatieadres:
Damweg 92, 3785 LL Zwartebroek juli 2020
Datum: GET.
OVERZICHT BOORPUNTEN
10 m
2m
MH
FORMAAT
A3
Projectnummer: SCHAAL:
1 : 200
2027065
BIJLAGE 1
Kadastrale kaart
Uw referentie: 2027065 ab
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Voorthuizen A 2828
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 16 juni 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2
Bodemprofielen
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
Boring:
01
Boring:
02
Datum:
25-6-2020
Datum:
25-6-2020
Boormeester:
M.C. van der Heijden
Boormeester:
M.C. van der Heijden
0
0
gras
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
1
50
50
gras
50
50 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin, Edelmanboor
2
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor 3
150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingrijs, Edelmanboor 4
200
200
Zand, zeer fijn, zwak siltig, bruingrijs, Zuigerboor
250
300
300
Boring:
03
Boring:
04
Datum:
25-6-2020
Datum:
25-6-2020
Boormeester:
M.C. van der Heijden
Boormeester:
M.C. van der Heijden
0
0
gras
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
1
0
klinker
8
Edelmanboor
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor, Cunetzand
2 40
50
50
50
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor
4
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbruin, Edelmanboor 5
150
6
200
200
Grondvitaal BV Projectnummer: 2027065 Projectnaam: Damweg 92, Zwartebroek
getekend volgens NEN 5104
Bijlage 2
Boring:
05
Boring:
06
Datum:
25-6-2020
Datum:
25-6-2020
Boormeester:
M.C. van der Heijden
Boormeester:
M.C. van der Heijden
0 1
0
klinker
8
Edelmanboor
15
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor, Cunetzand
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
2
0
50
50
0
klinker
8
Edelmanboor
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingrijs, Edelmanboor, Cunetzand Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
Boring:
07
Boring:
08
Datum:
25-6-2020
Datum:
25-6-2020
Boormeester:
M.C. van der Heijden
Boormeester:
M.C. van der Heijden
0
0
gras
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
gras
1
50
50
50
Grondvitaal BV Projectnummer: 2027065 Projectnaam: Damweg 92, Zwartebroek
getekend volgens NEN 5104
Bijlage 2
BIJLAGE 3
Analyseresultaten
Grondvitaal T.a.v. Martijn van der Heijden Voorthuizerstraat 256 3881 SN PUTTEN
Analysecertificaat Datum: 29-Jun-2020
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2020097935/1 2027065 Damweg 92, Zwartebroek 25-Jun-2020
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
2027065 Damweg 92, Zwartebroek
Monsternemer Monstermatrix
M.C. van der Heijden Grond (AS3000) Eenheid
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
1
2
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
84.3
84.7
2020097935/1 25-Jun-2020 29-Jun-2020/15:45 A,B,C 1/2
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
4.1
<0.7
Gloeirest
% (m/m) ds
96
100
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
3.1
<2.0
S
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
35
<20
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
<0.20
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
7.8
<5.0
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4.0
<4.0
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
14
<10
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
42
<20
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
<11
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
7.0
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
<35
Minerale olie
S
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
Nr. Monsteromschrijving
1
mm1 bg
2
mm2 og
Datum monstername
Monster nr.
25-Jun-2020 25-Jun-2020
11441525 11441526
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
2027065 Damweg 92, Zwartebroek
Monsternemer Monstermatrix
M.C. van der Heijden Grond (AS3000)
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
Analyse
Eenheid
1
2
S
PCB 138
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 153
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
S
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0049
2020097935/1 25-Jun-2020 29-Jun-2020/15:45 A,B,C 2/2
<0.0010 1)
0.0049
1)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Fenanthreen
S
Anthraceen
mg/kg ds
0.073
<0.050
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S S
Fluorantheen
mg/kg ds
0.16
<0.050
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
0.10
<0.050
S
Chryseen
mg/kg ds
0.13
<0.050
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
0.057
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.11
<0.050
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.099
<0.050
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
0.10
<0.050
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.90
0.35
Nr. Monsteromschrijving
1
mm1 bg
2
mm2 og
1)
Datum monstername
Monster nr.
25-Jun-2020 25-Jun-2020
11441525
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
11441526
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2020097935/1 Pagina 1/1 Barcode
Monstername ID/Monsteromsch.
Monster nr.
Boornr
Omschrijving
Van
Tot
11441525
01
1
0
50
0538178321
mm1 bg
11441525
02
1
0
50
0538178362
mm1 bg
11441525
03
1
0
50
0538178344
mm1 bg
11441525
04
2
20
40
0538178310
mm1 bg
11441525
04
3
40
50
0538178352
mm1 bg
11441525
05
2
15
50
0538178343
mm1 bg
11441525
06
2
20
50
0538178337
mm1 bg
11441525
07
1
0
50
0538178391
mm1 bg
11441525
08
1
0
50
0538178399
mm1 bg
11441526
01
2
50
100
0538178341
mm2 og
11441526
01
3
100
150
0538178332
mm2 og
11441526
01
4
150
200
0538178342
mm2 og
11441526
04
4
50
100
0538178357
mm2 og
11441526
04
5
100
150
0538178355
mm2 og
11441526
04
6
150
200
0538178333
mm2 og
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2020097935/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2020097935/1
Analyse
Pagina 1/1
Methode
Techniek
Methode referentie
W0106
Voorbehandeling
AS3000
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
pb 3010-2 en NEN-EN 15934
Organische stof (gloeiverlies)
W0109
Gravimetrie
pb 3010-3 en NEN 5754
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0171
Sedimentatie
pb 3010-4 en NEN 5753
Barium (Ba)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Cadmium (Cd)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kobalt (Co)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Koper (Cu)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kwik (Hg)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Molybdeen (Mo)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Nikkel (Ni)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Lood (Pb)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
W0202
GC-FID
pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703
W0271
GC-MS
pb 3010-8 en NEN 6980
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
Metalen
Minerale olie
Minerale Olie (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB
PCB (7)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK