Besluit provincie Gelderland op bezwaar geitenhouderij Peutweg
Tekst van het document
Datum
23 september 2024 Zaaknummer
2024-000826 Onderwerp
Beslissing op bezwaarschrift Inlichtingen bij
Van Veen Advocaten T.a.v. de heer mr. Grünbauer Postbus 442 6710 BK EDE
Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad
1 van 9
Beste meneer Grünbauer, Op 17 januari 2024 maakte u bezwaar tegen ons besluit van 11 december 2023. Onze beslissing van 11 december 2023 is gericht aan het college van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Barneveld (hierna aangeduid met ‘de gemeente’). Wij hebben in dit besluit geweigerd om af te wijken van het tijdelijk verbod op nieuwvestiging en uitbreiding geitenhouderij in artikel 2.34 lid 1 onder e van de Omgevingsverordeningi. Dit verzoek is ingediend door de gemeente voor de bouw van een nieuwe geitenstal door uw cliënt op het adres aan de Peutweg 1 en 3 in Barneveld. Wij hebben dit besluit opnieuw beoordeeld. Daarvoor hebben we advies gevraagd aan de onafhankelijke Commissie Rechtsbescherming. Advies
De Commissie heeft op 2 mei 2024 advies uitgebracht. Het advies en het verslag van de hoorzitting van 1 april 2024 zijn bijgevoegd. De Commissie concludeert dat de motivering bij het besluit om niet af te wijken beter kan en adviseert ons om met inachtneming van dit advies op het bezwaar te beslissen. De Commissie Rechtsbescherming meent dat het verbod op nieuwvestiging en uitbreiding geitenhouderij legitiem is. De motivering bij het ‘niet afwijken’ is volgens de Commissie te summier. Hierbij noemt de Commissie de volgende punten: Het tijdelijk verbod op nieuwvestiging en uitbreiding geitenhouderij is in 2017 ingesteld en er wordt nog gewacht op landelijk onderzoek. Er is bij de aanvraag om af te wijken een motivatie van Van Westreenen overgelegd waarin staat dat de nieuwe stal een verbetering van de leefomgeving zou leveren door mechanische ventilatie en een emissiepunt ver(der) weg en richting de A30. Het GGD advies van februari 2023 gaat alleen in op afstanden en niet op de onderbouwing van uw cliënt. De belangen zijn niet tegen elkaar afgewogen. Besluit
Wij verklaren het bezwaarschrift van uw cliënt ongegrond.
Datum
23 september 2024 Zaaknummer
2024-000826 Blad
2 van 9
Motivering
U heeft in bezwaar aangevoerd dat we wel hadden moeten afwijken, de nieuwe stal levert volgens u geen verslechtering voor de leefomgeving en is in het belang van dierenwelzijn, arbeidsgemak van de geitenhouder en de woningbouw. Wij hebben in het verweerschrift van 29 februari 2024 en tijdens de hoorzitting van de Commissie onze reactie gegeven. Voor een weergave van uw gronden van bezwaar, onze reactie hierop, verwijzen wij dan ook allereerst naar ons verweerschrift van 29 februari 2024, het verslag van de hoorzitting van de Commissie op 2 april 2024 en het advies van 2 mei 2024. We merken op dat de GS brief van 24 november 2023 ook onderdeel uitmaakt van de besluitvorming. De Commissie adviseert ons, zoals hiervoor uiteengezet, om ons besluit nader te motiveren. Hiervoor hebben we eerst u in de gelegenheid gesteld om een nadere onderbouwing te geven bij het punt dat u tijdens de zitting aangaf; dat de nieuwe stal een verbetering oplevert van het woon- en leefklimaat in de omgeving, omdat het emissiepunt van de nieuwe stal verder van de woningen en richting de A30 komt te liggen. Op 4 juni 2024 heeft u een aanvullende motivatie voor het aspect luchtkwaliteit ingediend van Van Westreenen adviseurs ruimtelijke ontwikkeling. Desgevraagd heeft u deze motivatie bij schrijven van 12 juni 2024 verduidelijkt.
Wij hebben hierop opnieuw advies gevraagd aan de GGD en ook aan de Omgevingsdienst. De GGD heeft op 25 juni 2024 een nieuw advies uitgebracht. Het GGD advies verduidelijkt hun eerdere adviezen van 9 februari 2023 en 16 juni 2023. In het nieuwe advies van 25 juni 2024 geeft de GGD expliciet aan een verslechtering te verwachten voor de volksgezondheid voor de nabije woonwijk Bloemendal. De nieuwe geitenstal stelt door de kortere afstand meer mensen bloot aan het risico op longontsteking. De Omgevingsdienst adviseert eveneens negatief. We hebben u en de gemeente Barneveld in de gelegenheid gesteld om te reageren op het advies van de GGD. De gemeente heeft op 5 juli 2024 gereageerd en u heeft bij schrijven van 8 juli een reactie gegeven. Hieronder lichten wij toe waarom al deze nadere informatie tezamen ons aanleiding geeft om het bezwaar ongegrond te verklaren. We gaan eerst in op het tijdelijk verbod op nieuwvestiging en uitbreiding van geitenhouderijen. Vervolgens gaan we in algemene zin in op wanneer we zouden kunnen afwijken van een regel als deze uit de Omgevingsverordening. Ten slotte gaan we in op deze casus: de nieuwe geitenstal, de deskundigenadviezen en zetten we de belangenafweging uiteen.
Het geitenmoratorium Het tijdelijk verbod op nieuwvestiging en uitbreiding geitenhouderij is in 2017 door Provinciale Staten opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening om risico’s te beperken voor de gezondheid van omwonenden van geitenhouderijen en wordt ook wel het geitenmoratorium genoemd. In afwachting van de resultaten van nader onderzoek naar de oorzaak van de risico’s is de bestaande situatie in 2017 tijdelijk bevroren als voorzorgmaatregel voor de volksgezondheid. Meerdere onderzoeken hebben aangetoond dat al 10 jaar op rij een statistisch significant verhoogd risico bestaat op longontstekingen bij omwonenden in een straal van 2 km rond geitenhouderijen. Aan het instellen van het geitenmoratorium ligt een aantal onderzoeken ten grondslag. In 2011 was een grootschalig onderzoek naar de relatie tussen veehouderij en gezondheid omwonende (IVGonderzoek). Hierin is een statistisch verband gevonden tussen verhoog risico van longontsteking bij omwonende in straal van 2 km rondom geitenhouderijen. In 2014-2019 zijn
Datum
23 september 2024 Zaaknummer
2024-000826 Blad
3 van 9
vervolgonderzoeken gedaan: VGO-I, VGO-II en VGO-UGO. Deze onderzoeken bevestigden telkens dit risico en dat ook dat dit geldt voor de veedichte gebieden in Gelderland. In 2018 werd het risico erkend door Gezondheidsraad. In 2019 gaven de ministeries van VWS en LNV opdracht voor een onderzoek naar de oorzaak van de verhoogde kans op longontsteking rond geitenhouderijen voor omwonende. In 2020 is het onderzoek naar oorzaak vertraagd door COVID-19. De ministeries hebben nu aangegeven dat het onderzoek naar de oorzaak eind 2024 gereed is en naar de Tweede kamer wordt gezonden. In 2025 zullen we op basis van dit onderzoek nagaan of er meer passende maatregelen te treffen zijn dan het huidige geitenmoratorium. Dit is ook in ons coalitieakkoord ‘Gewoon Doen’ aangegeven. Recente uitspraken van rechtbank en Raad van State bevestigen ook dat het geitenmoratorium terecht is ingesteld.ii Het geitenmoratorium heeft geen omgekeerde werking ten aanzien van nieuwbouw (zie de verworpen moties 17M71 PVV (PS2017-681) en 19M16 PVV (PS2019-147). Het is aan de gemeente om desgewenst uit voorzorg voor de volksgezondheid de nieuwbouw van woningen en scholen en dergelijke binnen een straal van 2 km van bestaande geitenhouderijen te reguleren.
Het is de verantwoordelijkheid van een gemeente om een afweging te maken om woningen in nabijheid van een geitenhouder te bouwen en of de geitenhouder uit te kopen. Mogelijkheid afwijken Afwijken van een rechtstreeks werkende regel uit de Omgevingsverordening als het geitenmoratorium kan als vasthouden aan de regel niet evenredig is met een zwaarwegend belang en of als vasthouden aan de regel niet passend is in het geval. Wanneer hiervan sprake is, verschilt per geval. Specifiek ten aanzien van het geitenmoratorium is eenmaal afgeweken bij de bouw van een nieuwe stal. Echter toen kwam de nieuwe geitenstal verder weg te liggen van burgerwoningen en daarmee ten goede van de leefomgeving. In die kwestie had de GGD positief geadviseerd. Verder is er niet afgeweken van deze regel, veelal wordt binnen de uitzonderingen van het artikel een bestaande stal vernieuwd en of vergroot. In onderhavig geval wil men een nieuwe stal bouwen dichterbij woningen en daarnaast ook de oude stal blijven gebruiken voor opslag en opfoklammeren. Onder het kopje belangenafweging staan de hier betrokken belangen van volksgezondheid, woningbouw, dierenwelzijn en arbeidsgemak tegen elkaar afgewogen en wordt nader uiteengezet waarom in dit geval volgens ons geen sprake is van een dergelijk zwaarwegend belang.
Datum
23 september 2024 Zaaknummer
2024-000826 Blad
4 van 9
De nieuwe geitenstal Uw cliënt geeft aan dat de huidige stallen waarin de geiten staan verouderd zijn.
Hierboven een tekening van de huidige situatie aan de Peutweg 1-3 te Barneveld. De meest zuidelijke stal is vergund als kippenschuur, maar is nooit gebouwd, de vergister is ook nooit gerealiseerd. Volgens uw cliënt en de gemeente is er ruimte voor een nieuwe geitenstal aan de zuidzijde van het perceel.
Afbeelding van de nieuwe situatie. De geiten zouden dan in de nieuwe stal A komen.
Datum
23 september 2024 Zaaknummer
2024-000826 Blad
5 van 9
In de nieuwe stallen is er meer oppervlakte beschikbaar voor de geiten (van 1,3 m² naar 1,5 m² per geit) en zal het arbeidsgemak voor de geitenhouder toenemen. Het aantal geiten zal niet toenemen. De huidige stal heeft natuurlijke ventilatie. In de nieuwe stal zal mechanisch worden geventileerd. Het emissiepunt wil uw cliënt dichtbij de snelweg de A30 realiseren, om de woningen te ontlasten qua emissie. De oude stallen wil uw cliënt behouden voor opslag van machines, stro en mest en houden van opfoklammeren. Uw cliënt wil de nieuwe geitenstal aan de zuidzijde van het agrarisch bouwvlak realiseren. Daardoor wordt de afstand tussen de geiten en de nieuwe woonwijk Bloemendal 2a kleiner ten opzichte van de huidige situatie. De huidige stal ligt op 460 meter afstand en de nieuwe zou op 325 meter afstand komen van de woonwijk. Het emissiepunt komt daarmee dus niet verder van de woningen te liggen, zoals staat in het verslag van de hoorzitting en het advies van de Commissie, maar dichterbij aangezien de gehele stal ruim 100 meter dichterbij woningen komt te liggen. Deskundigenadvies In bezwaar is, na de nieuwe onderbouwing van uw cliënt, opnieuw advies gevraagd aan de GGD en ook aan de Omgevingsdienst. Zij zijn hier deskundige omdat het geitenmoratorium is ingesteld uit voorzorg ter bescherming van de volksgezondheid.
De GGD kan adviezen geven over de volksgezondheid en de omgevingsdiensten beschermen de leefomgeving en het milieu. In het advies dat de GGD hierop op 23 juni 2024 heeft uitgebracht, geeft de GGD aan dat het eerdere advies ongewijzigd blijft. De GGD verduidelijkt waarom ze niet positief adviseren. De huidige geitenstal staat binnen 500 meter van woningen (en de nieuwe woonwijk), en de nieuwe geitenstal zal nog ruim 100 meter dichterbij woningen komen. Binnen 500 meter is er juist sprake van een sterk verhoogd risico op longontstekingen. De door uw cliënt gestelde afname van de fijnstofconcentratie is volgens de GGD verwaarloosbaar klein. Het verhoogde risico op longontstekingen neemt volgens de GGD dan ook niet af met het voorgestelde initiatief. Concluderend stelt de GGD dat het voorgenomen initiatief geen verbetering van de volksgezondheid teweeg zal brengen en de verplaatsing dichter naar de woonwijk toe meer mensen zal blootstellen aan een sterk verhoogd risico op longontsteking. De GGD laat wel enige ruimte, aan het einde van het advies geven ze aan dat indien er toch toestemming wordt verleend voor de nieuwe stal als voorwaarde meegegeven moet worden dat met een luchtwasser de uitstoot van ammoniak, fijnstof en geur naar de omgeving zoveel mogelijk wordt beperkt. Naast het advies van de GGD heeft ook een fijnstofdeskundige van de Omgevingsdienst naar de casus gekeken.
Hij adviseerde ook om niet af te wijken van het geitenmoratorium voor de bouw van deze nieuwe stal. De fijnstofdeskundige van de Omgevingsdienst constateert dat er geen afname is van fijnstof door de mechanische ventilatie. In werkelijkheid zal de fijnstof juist verder worden verspreid door de mechanische ventilatie. Dit kan juist weer meer mensen blootstellen aan de risico’s op longontsteking. Woningbouw In reactie op het advies van de GGD heeft de gemeente Barneveld het belang van woningbouw ingebracht. De wethouder Wijnne van de gemeente Barneveld en de projectleider hebben hier tijdens de hoorzitting bij de Commissie ook aandacht voor gevraagd.
Datum
23 september 2024 Zaaknummer
2024-000826 Blad
6 van 9
De Peutweg 1-3 ligt in de nabijheid van de nieuwe woonwijk Bloemendal. Deze woonwijk maakt onderdeel uit van het grootschalig woningbouwgebied Foodvalley. Voor dit gebied is de afspraak gemaakt om hier ca. 2.000 woningen tot en met 2030 te realiseren. Inmiddels zijn in de eerste fase van de nieuwe woonwijk Bloemendal ca. 300 van de 406 woningen opgeleverd en worden de laatste woningen gerealiseerd. Voor 1 januari 2024 zijn door de gemeente twee ontwerpbestemmingsplannen ter inzage gelegd. Het eerste plan Bloemendal fase IIa bevat 153 woningen en het tweede plan Bloemendal fase IIb bevat 246 woningen, een basisschool, een medisch centrum en een supermarkt. In tegenstelling tot bij Bloemendal fase 1 heeft de GGD volgens de gemeente over deze beide plannen negatief geadviseerd omdat deze binnen de invloedsfeer van de geitenhouderij (minder dan 2 km) liggen.iii Daarnaast heeft de gemeente aangrenzend aan Bloemendal op verzoek van het COA een plan in ontwikkeling voor een AZC (voor 300 asielzoekers). Het AZC komt ten noorden van de wijk Bloemendal en ligt ook in de nabijheid van de Peutweg 1-3.
Afbeelding op de kaart van de afstand van de geitenhouder tot de nieuwe woonwijk Bloemendal IIA. Bloemendal IIB (niet op de kaart) is rechtsonder Bloemendal IIA gepland. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan Bloemendal IIA geeft de gemeente aan dat het risico voor de volksgezondheid voor Bloemendal IIA aanvaardbaar is en het belang van urgente woonbehoefte prevaleert.iv De gemeente heeft aangegeven in de overleggen met ons dat uw cliënt zich in de toekomst bij mogelijke uitbreiding belemmerd voelt door de voornoemde woningbouwplannen van de gemeente Barneveld. Uw cliënt heeft een zienswijze ingediend tegen de ontwerpbestemmingsplannen en geeft aan in beroep te gaan als de gemeenteraad de plannen vaststelt. Dit kan de woningbouwplannen van de gemeente vertragen.
Datum
23 september 2024 Zaaknummer
2024-000826 Blad
7 van 9
De gemeente zoekt met uw cliënt naar een oplossing. De gemeente geeft aan dat ze de keuze hebben tussen verplaatsing, uitkopen of de vernieuwing van de stal. Verplaatsing is niet mogelijk en uitkopen is volgens de gemeente kostbaar beiden in verband met het geitenmoratorium. Daarom wil de gemeente meewerken aan nieuwbouw van de geitenstal. De wethouder van de gemeente heeft hiervoor ook meerdere malen aandacht gevraagd bij onze portefeuillehouder Ruimte. Toenmalig Minister van Binnenlandse Zaken Hugo de Jonge is ook in Barneveld op bezoek geweest in verband met de woningbouw en zou aandacht vragen voor het geitenmoratorium in verband met de woningbouw. Hier is echter vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken na dit bezoek geen opvolging aan gegeven. Belangenafweging Zoals aangegeven, spelen hier verschillende belangen. Arbeidsgemak Uw cliënt geeft aan dat de huidige stallen verouderd zijn en door de natuurlijke ventilatie het erg warm kan worden in de stallen. We begrijpen dat uw cliënt bij een verouderde stal graag wil vernieuwen of renoveren. Binnen de regels van onze Omgevingsverordening is het mogelijk om de bestaande stal te herstellen of (geheel of gedeeltelijk) te vernieuwen als dit is ingegeven door dierenwelzijn, milieu en veiligheid. We verwijzen naar het huidige artikel 4.61 lid 1 in onze Omgevingsverordening en de toelichting daarbij.
Dat uw cliënt de oude stallen graag wil behouden voor opslag en het houden van ander vee en de opfoklammeren is geen reden om een uitzondering te maken nu door de nieuwe stal duidelijk een verslechtering van de volksgezondheid wordt verwacht. Dierenwelzijn Uw cliënt brengt in dat de nieuwe stal in het belang is van dierenwelzijn. De geiten krijgen in de nieuwe stal meer ruimte. Het dierenwelzijn verbetert echter in onze ogen niet substantieel. De ruimte per dier gaat van 1,3 m2 naar 1,5 m2, welke beiden vallen binnen de minimale oppervlaktenorm die de WUR aanhoudt voor het houden van geiten in potstallen. In de motivering van Van Westreenen van 4 juni 2024 staat dat in de nieuwe situatie de huidige stal gebruikt zal worden voor onder meer het apart houden van de opfoklammeren van de andere geiten (die dan in de nieuwe stal staan). Het apart houden van opfoklammeren van de moedergeit lijkt echter juist niet bij te dragen aan dierenwelzijn. U bent op 27 juni in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Hierover heeft u echter niets gezegd. Het dierenwelzijn is dan ook niet per se gediend met de nieuwe stal. Zoals ook hiervoor uiteen wordt gezet, zijn er binnen het geitenmoratorium mogelijkheden om een huidige stal te vergroten voor dierenwelzijn, milieu en veiligheid. Woningbouw De woningbouw zou een zwaarwegend belang kunnen zijn.
De woningbouw kan echter in dit geval door gaan zonder af te wijken van het geitenmoratorium. Het enkele feit dat een mogelijk beroep van uw cliënt vertraging oplevert voor de woningbouw is onzeker en bovendien tijdelijk. Vertraging van woningbouw is niet wenselijk. Het is echter geen direct gevolg van onderhavig besluit om niet af te wijken van het geitenmoratorium. Er kunnen bovendien meer belanghebbenden rechtsmiddelen aanwenden tegen de bestemmingsplannen wat dezelfde vertraging oplevert.
Datum
23 september 2024 Zaaknummer
2024-000826 Blad
8 van 9
Zij kunnen ook inbrengen dat de woningen dichterbij de geitenhouderij worden gebouwd en of als we wel zouden afwijken, de nieuwe geitenstal dichterbij woningen komt, waardoor het gezondheidsrisico toeneemt. Uw cliënt voert ook juist aan dat we meten met twee maten omdat de gemeente wel woningen mag plaatsen dichterbij de geitenhouderij van uw cliënt, maar uw cliënt niet wordt toegestaan om een nieuwe stal te bouwen dichterbij woningen. Zoals eerder uiteengezet heeft het geitenmoratorium vanuit onze provincie echter geen omgekeerde werking. Het is aan de gemeente om een afweging te maken of zij woningen nabij een geitenhouder bouwen. De gemeente maakte bij de ontwerp bestemmingsplannen een afweging uitgaande van de huidige situatie. Het is voorts zo dat de nieuwe geitenstal door de kortere afstand eerder ongunstiger zou zijn voor de nieuwe woningbouw. Volksgezondheid Zoals onder het kopje deskundigenadvies uiteen is gezet, is met de nieuwe geitenstal duidelijk een verslechtering te verwachten voor de volksgezondheid. De risico’s voor de volksgezondheid worden groter met het initiatief voor de nieuwe stal, het initiatief stelt meer mensen bloot aan de risico’s op longontsteking. Het is op dit moment nog onduidelijk waardoor het komt dat er meer longontstekingen voorkomen in de nabijheid van geitenhouderijen.
Het is daarom onvoldoende dat de fijnstofemissie in de nieuwe situatie niet toeneemt. Feit is dat in de nieuwe situatie de geiten dichterbij woningen komen en meer mensen blootgesteld worden aan de risico’s van de geitenhouderij. Dat het GGD advies gebaseerd is op een onjuiste duiding van de feiten zoals u stelt, volgen wij niet. De afstand is, zoals in het GGD advies ook uiteen is gezet en blijkt uit de eerdere VGO onderzoeken, wel degelijk relevant. De ruimte die de GGD in het advies laat om toestemming te geven met een luchtwasser als voorschrift is volgens ons geen goede optie omdat de GGD tevens aangeeft dat een luchtwasser niet aantoonbaar een reducerend effect heeft op het risico op longontstekingen. Een luchtwasser kan de uitstoot van ammoniak, fijnstof en geurbelasting verminderen, geeft de GGD aan, maar of de oorzaak voor het verhoogde risico op longontstekingen daarin ligt, is nu niet bekend. Uw cliënt gaf overigens aan niet voornemens te zijn een luchtwasser te plaatsen nu dat wettelijk gezien niet hoeft. Conclusie van de belangenafweging Het belang van de volksgezondheid weegt hier zwaar nu er duidelijk een verslechtering is te verwachten voor de volksgezondheid. Het belang van dierenwelzijn is niet zwaarwegend aangezien de oppervlakte per dier nauwelijks toeneemt en het apart houden van opfoklammeren niet in belang is van de dieren.
Het belang van dierenwelzijn kan bovendien, net als de belangen van arbeidsgemak/milieu en veiligheid, binnen de regels van de Omgevingsverordening worden opgelost, zonder een verslechtering van de volksgezondheid op te leveren, door de stal op de huidige plaats te vernieuwen. De woningbouw nabij de Peutweg 1-3 wordt mogelijk vertraagd, maar een enkele vertraging is niet direct zwaarwegend in het geheel en bovendien geen direct gevolg van dit besluit. Gelet hierop menen wij dat alle belangen afwegende niet moet worden afgeweken van het geitenmoratorium voor de bouw van de nieuwe geitenstal zoals deze nu voorligt.
Datum
23 september 2024 Zaaknummer
2024-000826 Blad
9 van 9
Conclusie
Gelet op al het vorenstaande komen wij tot de conclusie dat vasthouden aan de regel niet onevenredig is in verband met een zwaarwegend belang en vasthouden aan de regel passend is in het geval. Er is dan ook geen aanleiding om in bezwaar wel af te wijken van het geitenmoratorium voor de bouw van de nieuwe geitenstal van uw cliënt. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard. Wij hopen dat wij u voldoende hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
Caroline Mijnhout Teammanager Ruimte en Landschap Bijlage(n)
advies Commissie Rechtsbescherming d.d. 2 mei 2024 verslag Commissie Rechtsbescherming advies van de GGD advies van de omgevingsdienst
Kopie + bijlage(n): - BBM-Post - Gemeente Barneveld
i We houden de Omgevingsverordening aan zoals deze gold op de datum bestreden besluit 11 december 2023
.
ii Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 19 juni 2024 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant ECLI:RBZWB:2024:4159
en de uitspraak van 10 juli 2024 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ECLI:NL:RVS:2024:2823. iii Deze adviezen zijn gedaan aan de gemeente en in hun bezit. iv Dit is in de huidige situatie afgewogen, met de huidige geitenstal.
Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na dagtekening van dit besluit in beroep gaan. Richt uw beroepschrift aan: rechtbank Gelderland, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. U kunt uw beroepschrift ook elektronisch indienen door te mailen naar bestuursrecht.sv.overig.gld@rechtspraak.nl. Belanghebbenden kunnen een voorlopige voorziening vragen bij de voorzieningenrechter van rechtbank Gelderland. Voor het behandelen van het beroep en een verzoek om een voorlopige voorziening betaalt u griffierecht. Zie www.rechtspraak.nl.