Beleidskader Inclusie - meedoen is vanzelfsprekend.pdf
Tekst van het document
meedoen is vanzelfsprekend
beleidskader inclusie a pr il 2 02 3
Beleidskader Inclusie I 2
Inleiding Dit document is het eerste beleidskader inclusie van de gemeente Barneveld. Een mooie en belangrijke stap in het gemeentelijk beleid. ‘Meedoen is vanzelfsprekend’ is de titel die we aan dit beleidskader hebben gegeven. Iedereen moet kunnen meedoen aan de samenleving. Dat lijkt zo vanzelfsprekend. Toch ervaren inwoners en organisaties in de gemeente Barneveld soms (letterlijk) beperkingen in het kunnen meedoen aan deze samenleving. Het is goed deze beperkingen in beeld te brengen en met elkaar te bepalen hoe we deze – waar mogelijk - kunnen verminderen of wegnemen. Zodat we toe werken naar een inclusieve(re) Barneveldse samenleving, waar iedereen aan mee kan doen. Het beleidskader is een richtinggevend document. In het beleidskader gaan we in op de vraag ‘wat is inclusie?’. En ‘welke visie heeft de gemeente Barneveld op inclusie’? Inclusie is een breed onderwerp. Het raakt daarmee verschillende beleidsterreinen en thema’s in onze samenleving. Een inclusiebeleid vraagt daarom voortdurend om het maken van keuzes en afbakening van deze keuzes. Zo is het mogelijk om een doelgerichte route voor de komende jaren te bepalen, waarop we als gemeente willen gaan inzetten. Dat is de reden dat we nu eerst een beleidskader ontwikkelen en laten vaststellen, zodat we een richtinggevend document hebben.
Vanuit het beleidskader wordt vervolgens jaarlijks een Lokale Inclusie Agenda opgesteld. In de Lokale Inclusie Agenda staan de concrete acties op het gebied van inclusiebeleid die we in een bepaald jaar gaan uitwerken. Elk jaar heeft dus een eigen Lokale Inclusie Agenda.
Beleidskader Inclusie I 3
Beleidskader Inclusie I 4
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 2 1. Wat is inclusie? .................................................................................................................................... 6 1.1 Definitie van inclusie ...................................................................................................................... 6 1.2 Grenzen aan inclusie ..................................................................................................................... 7 1.3 Diversiteit en inclusie ..................................................................................................................... 7 2. Aanleiding beleidskader ...................................................................................................................... 8 2.1 Landelijk niveau ............................................................................................................................. 8 2.2 Lokaal niveau ................................................................................................................................ 8 3. Participatietraject ............................................................................................................................... 10 4.
Visie ................................................................................................................................................... 12 4.1 Uitgangspunten van de visie ....................................................................................................... 13 5. Inclusie in Barneveld ......................................................................................................................... 14 5.1. Indicatoren .................................................................................................................................. 15 6. Doelen ............................................................................................................................................... 16 6.1 Het verbeteren van de fysieke toegankelijkheid .......................................................................... 16 6.2 Het aanpakken en voorkomen van sociale uitsluiting ................................................................ 18 6.3 Het stimuleren van bewustwording ............................................................................................. 19 7. Wat hebben we nodig? ......................................................................................................................
20 7.1 Jaarlijkse Lokale Inclusie Agenda ............................................................................................... 21 7.2 Randvoorwaarden ....................................................................................................................... 21 8. Het vervolg....................................................................................................................................... 223 8.1 De Lokale Inclusie Agenda .......................................................................................................... 23 8.2 Meten van inclusie ....................................................................................................................... 23 9. Bijlage ................................................................................................................................................ 24 I
Samenvattend overzicht ............................................................................................................ 254
II
Inclusie monitor ........................................................................................................................... 25
III GGD Monitor 2016 en 2020 ...................................................................................................... 256
Beleidskader Inclusie I 5
1. Wat is inclusie? We hanteren de term inclusie al enige jaren. Maar wat is nu eigenlijk inclusie? Inclusie wordt al gauw als synoniem gezien van fysieke en digitale toegankelijkheid. Maar het is meer dan dat. Met onderstaande afbeelding maken we duidelijk wat inclusie is, door het te vergelijken met exclusie, segregatie en integratie. Het zijn theoretische modellen over hoe verschillende groepen mensen (elke groep heeft een eigen kleur) met elkaar omgaan.
• • • •
Exclusie, ofwel uitsluiting, houdt in dat iemand buitengesloten wordt. Bijvoorbeeld vanwege diens handicap. Bij segregatie leven/wonen/werken de personen die buitengesloten worden als groep bij elkaar. Bij integratie mogen personen meedoen, mits ze zich kunnen aanpassen. Ze moeten dan zelf hun drempel(s) kwijtraken. Bij inclusie hoor je er gewoon bij. Onderlinge drempels zijn weggenomen. We gaan respectvol met elkaar om.
1.1 Definitie van inclusie “Inclusie is het op gelijkwaardige wijze omgaan met en respecteren van diversiteit.” Deze definitie hebben we ontleend aan Movisie, het kennisinstituut voor samenhangende aanpak van sociale vraagstukken. De definitie van inclusie is breder en daarmee ook omvattender dan een begrip als toegankelijkheid. De manier van omgaan met elkaar wordt door deze definitie ook duidelijk naar voren gebracht: inclusie gaat namelijk niet alleen om het wegnemen van fysieke drempels (zodat bijvoorbeeld iemand in een rolstoel ongehinderd ergens naar binnen kan). Inclusie gaat ook om de gelijkwaardigheid en volwaardigheid van elke inwoner in de Barneveldse samenleving. Kortom: iedereen telt mee. NB: we benoemen in bovenstaande definitie niet allerlei kenmerken van inwonersgroepen. Dit kan een zeer omvangrijke lijst opleveren. Juist willen we de gelijkwaardigheid en diversiteit benadrukken in het omgaan met de ander en het respecteren van de ander (wat diens kenmerken ook zijn). In het logo dat we gebruiken voor inclusie in Barneveld zien we dat ook tot uiting komen (zie de voorpagina). Diverse groepen / soorten mensen in diverse kleuren kijken naar elkaar om en vormen samen (blauwe verbindingslijn) de Barneveldse samenleving. De Barneveldse samenleving inclusiever maken vraagt om actief contact met betrokken groepen inwoners en (maatschappelijke) organisaties.
Maar vooral ook respect (in de omgang) naar elkaar.
Beleidskader Inclusie I 6
1.2 Grenzen aan inclusie In een inclusieve samenleving moet iedereen vanzelfsprekend mee kunnen doen. Toch kunnen er grenzen aan inclusie bestaan. Zo kan in bepaalde situaties bewust gekozen worden voor exclusie, segregatie of integratie van groepen: • Een voorbeeld van exclusiviteit is een mannenkoor • Een voorbeeld van segregatie is een beschut werkbedrijf of de paralympics. • Bij integratie kunnen we denken aan een groep in de samenleving die wel volop meedoet, maar toch een eigen cultuur of ontmoetingspunt wil houden. Vanuit inclusie is het belangrijk dat we deze situaties accepteren en respecteren. Andere grenzen die binnen een inclusieve samenleving kunnen bestaan: • grenzen in de openbare ruimte: Niet in alle situaties is een fysieke aanpassing efficiënt en/of effectief. Een geleidelijn van € 15.000,-die naar een niet-toegankelijke omgeving leidt, is weinig zinvol. En vraagt een bushalte die tussen de weilanden staat (en waar mensen met een beperking geen gebruik van maken) ook om een volledige aanpassing? Criteria die we hier tegenkomen, zijn efficiency, effectiviteit en gebruik. • grenzen in maatschappelijke context Inclusie is ook elkaar ruimte en vrijheid geven voor een eigen invulling of opvatting. Het respecteren van deze opvatting hoort daarbij.
Maar wat als deze discriminerend is? Of iemand zich niet gerespecteerd of bedreigd voelt? Ook dan raak je de grenzen van inclusie aan of ga je er over heen.
1.3 Diversiteit en inclusie Inclusie heeft ook te maken met diversiteit. Diversiteit zijn de verschillen tussen mensen in een samenleving. Diversiteit in een samenleving wordt gevormd door verschillende factoren. Die factoren zijn in onderstaand vlechtwerk aangegeven: In het vlechtwerk komt naar voren dat er meerdere factoren tegelijkertijd kunnen spelen bij uitsluiting van mensen in een samenleving. Dat maakt dat werken naar een inclusieve(re) samenleving soms complex is.
Beleidskader Inclusie I 7
2. Aanleiding beleidskader Zowel op landelijk als lokaal niveau zijn er aanleidingen om dit beleidskader te schrijven.
2.1 Landelijk niveau Het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap is in 2016 in Nederland bekrachtigd. Dit verdrag heeft als doel dat mensen met een beperking (en chronische ziekte) op basis van gelijkwaardigheid zo veel mogelijk moeten kunnen meedoen aan de samenleving. In het VN-verdrag staat dat zowel fysieke als sociale drempels zoveel mogelijk moet worden weggenomen. Ook geeft het verdrag aan dat mensen met een beperking recht hebben op onder andere zelfstandig wonen, naar school gaan of kunnen werken. De Nederlandse staat heeft zich verbonden aan het VN-verdrag en is daarmee verplicht om de bepalingen van het verdrag toe te passen en uit te voeren. De vertaling van het verdrag in de landelijke wetgeving zien we bijvoorbeeld terug in de Kieswet. Maar ook in de Wet Gelijke Behandeling op grond van handicap of chronisch ziekte (Wgbh/cz). Een duidelijk voorbeeld is ook artikel 1 van de Grondwet. Hierin staat dat iedereen in gelijke gevallen gelijk wordt behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of welke grond dan ook is niet toegestaan. Het parlement heeft besloten om aan dit artikel de gronden ‘handicap’ en ‘seksuele gerichtheid’ toe te voegen. Gemeenten zijn als onderdeel van de Nederlandse staat ook verplicht om de bepalingen van het VNverdrag uit te voeren.
Het ministerie van VWS heeft hierin een coördinerende rol.
2.2 Lokaal niveau Tot nu toe heeft de gemeente Barneveld op het gebied van inclusie zich met name gericht op de fysieke toegankelijkheid van de openbare ruimte. Hiervoor werd het begrip toegankelijkheid gehanteerd en werd nog niet over inclusie gesproken. In het Beleidsplan ‘Mensen voorop’ is in de bijlage weergegeven welke acties er op het gebied van fysieke toegankelijkheid lopen. Met name de samenwerking met de Gehandicaptenraad is daarbij van belang. In het coalitieakkoord 2022-2026 “Ondernemend, betrouwbaar en zorgzaam” is inclusie expliciet genoemd: ‘We dragen zorg voor een toegankelijke samenleving die inclusief is voor mensen met een beperking. Toegankelijkheid in de zin van fysieke toegankelijkheid en inclusie, maar ook op het vlak van gelijke kansen voor iedereen (betaalbaarheid, onderwijs, woningmarkt).’ Een eerdere passage uit het coalitieakkoord over verscheidenheid noemen we hier ook, omdat hier met name het respectvol omgaan met de ander wordt benadrukt: ‘De gemeente Barneveld is een prachtige en krachtige gemeente met een grote verscheidenheid aan inwoners die op verschillende manieren invulling geven aan hun dagelijks leven. Deze verscheidenheid geeft kleur aan de gemeente. Wij verwachten wederzijds respect en ruimte van inwoners voor en naar elkaar.
Daarmee leven we echt samen en geven wij kleur en kracht aan onze samenleving.’ Ook is in de Gemeentebegroting 2023 een paragraaf over inclusie opgenomen, waarbij we hebben aangegeven dat er een beleidskader voor inclusie wordt ontwikkeld. In het beleidskader komt naast de fysieke toegankelijkheid, ook de sociale toegankelijkheid aan bod.
Beleidskader Inclusie I 8
Tijdens de behandeling van de Gemeentebegroting op 9 november 2022 is door de gemeenteraad een motie aangenomen over inclusie. In de motie is opgenomen dat: 1) Culturele achtergrond en leeftijd betrokken worden bij het nog op te stellen beleidskader inclusie. 2) Er nagedacht moet worden welke belanghebbende organisaties een rol zouden kunnen spelen bij het opstellen van het beleidskader inclusie. Het eerste punt is opgenomen in de definitie van inclusie die we als gemeente Barneveld hanteren in dit beleidskader en de visie die we hebben op inclusie (zie hoofdstuk 4). Het tweede punt is uitgewerkt in hoofdstuk 3.
Beleidskader Inclusie I 9
samen leggen we de puzzel voor een inclusiever Barneveld
Beleidskader Inclusie I 10
3. Participatietraject Voor het ontwikkelen van het beleidskader Inclusie is een participatietraject ingezet. In het participatietraject hebben we verschillende organisaties gesproken en reacties van inwoners gevraagd. Daarnaast hebben we onderzoeken geraadpleegd en gekeken naar lokale inclusie agenda’s van andere gemeenten. In de gesprekken en onderzoeken hebben we met name gekeken naar de knelpunten en kansen van een inclusiebeleid. We hebben in het participatietraject gesprekken gevoerd met: 1) diverse maatschappelijke organisaties, zoals Welzijn Barneveld, MEE Veluwe, Vizier en de kerken (diaconaal netwerk). Door enkele partijen is nadien nog aanvullende informatie verstrekt. 2) (vertegenwoordigers van) de Gehandicaptenraad, de Jongerenraad en de Adviesraad Sociaal Domein. 3) vertegenwoordigers van de aandachtsgroep slechthorenden / doven. 4) vertegenwoordigers van de aandachtsgroep LHBTQIA+1. 5) diverse gemeentelijke teams. 6) het Actieteam Lokale Inclusie. 7) de gemeentelijke organisatie. Daarnaast hebben we: Oproepen gedaan in het gemeentenieuws en op de social mediakanalen van de gemeente Barneveld aan inwoners om mee te denken over inclusie. Dit heeft negen reacties opgeleverd. Voor cijfermateriaal onder meer GGD-monitoren (kinder-, volwassenen- en ouderenmonitor), de veiligheidsmonitor en de website waarstaatjegemeente.nl geraadpleegd.
8) 9)
Tijdens de gespreksrondes ontstond er bij de gesprekspartners al meer bewustwording over ✓ wat inclusie is (ten opzichte van alleen toegankelijkheid), ✓ het belang van een inclusieve samenleving ✓ de toepassing van inclusie in de praktijk. Daarmee vormt het een goede start voor een vervolg van gesprekken met diverse organisaties. Uit de gesprekken en onderzoeken kunnen we een paar conclusies trekken: • Inclusie is een onderwerp dat zich moeilijk laat vangen in getallen. • Inclusie is met name een onderwerp van ervaring en beleving. • Het is belangrijk om met elkaar na te denken over wat inclusie werkelijk is en betekent.
1
LHBTQIA+ is een afkorting voor lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender, queer,
interseks en aseksueel. De + staat voor andere variaties die niet vallen binnen de gebruikelijke definities van ‘man’ en ‘vrouw’ of niet heteroseksueel of cisgender zijn.
Beleidskader Inclusie I 11
meedoen is vanzelfsprekend
Beleidskader Inclusie I 12
4. Visie De visie geeft aan waar we als gemeente Barneveld naar toe willen op het gebied van inclusie. Het gaat dan om het gewenste lange termijn perspectief. Belangrijke ingrediënten voor deze visie worden gevormd door de bepalingen uit het coalitieakoord 2022-2026 (zie hoofdstuk 2.2) en de definitie die we als gemeente hanteren voor inclusie (zie hoofdstuk 1.1). We komen daarop tot de volgende visie:
In de gemeente Barneveld dragen we met elkaar zorg voor een inclusieve samenleving. Het gaat dan om een samenleving waarin iedereen gelijkwaardig is, gerespecteerd wordt, volwaardig kan meedoen en waarin niemand buitengesloten wordt.
4.1 Uitgangspunten van de visie Voor de uitwerking van de visie hebben we de volgende uitgangspunten geformuleerd 1 • Inclusie gaat uit van de inwoner zelf en gaat om de inwoner zelf. Inwoners voelen zich gerespecteerd in de samenleving zoals ze zijn en inwoners worden niet buitengesloten. Inwoners respecteren ook de ander. • Inclusie bereik je samen. Het is niet alleen de gemeente die inclusie stimuleert. Dit doen we samen met de maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners. Inclusie is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. • Inclusie is meer dan fysieke toegankelijkheid. Inclusie gaat over fysieke én sociale toegankelijkheid. De toegankelijkheid van de Barneveldse samenleving wordt daarmee verbreed. Dit vraagt om andere uitdagingen en ook andere (samenwerkings)partners. Inclusie is een integraal vraagstuk en raakt daarmee verschillende beleidsdomeinen. • Inclusie is van en voor iedereen. Het is van en voor alle leeftijdsgroepen. • Inclusie vraagt geen doelgroepenbeleid. Omdat het onderdeel moet zijn van het reguliere beleid. Iedereen moet gelijke kansen hebben om op een volwaardige manier aan de samenleving in de gemeente Barneveld mee te kunnen doen. We houden daarmee rekening met keuzevrijheid en eigen identiteit van inwoners. Er kunnen aandachtsgroepen zijn die extra aandacht nodig hebben op het gebied van inclusie. • Inclusie is nooit af.
Het vraagt elke keer om aanpassingen en verbeteringen. We streven naar een inclusiever Barneveld. Daarbij spelen we in op wat er nodig is. • Inclusie is veelomvattend en vraagt om inkadering. Op beleidsmatig niveau: waar zet je op in? Het vraagt om het maken van keuzes.
1
voor een deel ontleend aan het Beleidskader Sociaal Domein ‘Mensen voorop’
Beleidskader Inclusie I 13
5. Inclusie in Barneveld Voor een situatieschets van inclusie in de gemeente Barneveld maken we vooral gebruik van kwalitatieve informatie. Ofwel: we beschrijven de huidige situatie in woorden. Het weergeven van inclusie in cijfers blijkt complex te zijn. In de bijlage hebben we een overzicht opgenomen van beschikbare kwantitatieve informatie. Dit vraagt overigens nog wel aandacht bij de uitwerking van het beleid: welke informatie missen we nog en hoe zorgen we dat deze informatie in beeld komt? Om een beeld te schetsen van partners, activiteiten en acties die zich in de gemeente Barneveld richten op inclusie, noemen wij enkele voorbeelden uit de huidige situatie: - Met de Gehandicaptenraad Barneveld (GRB) hebben we elk kwartaal een overleg. In het overleg komt de fysieke toegankelijkheid aan de orde. Enerzijds vanuit bewustwording (zoals een ervaringsroute voor medewerkers van de gemeente). Anderzijds vanwege concrete acties (zoals het initiatief nemen om een lift te realiseren in een zwembad). Daarnaast geven zij vanuit praktisch oogpunt advies over verkeersplannen. - Ongehinderd (organisatie die zich inzet voor een toegankelijker Nederland) heeft de toegankelijkheid van openbare gebouwen in de gemeente getoetst. Dat heeft geleid tot een rapportage met adviezen over benodigde aanpassingen in de openbare gebouwen. Een deel van deze aanpassingen is inmiddels gerealiseerd.
- Inclusie zien we op verschillende manieren terug in het onderwijs. Een toegankelijk schoolgebouw is hier een voorbeeld van. Ook het zelfstandig leren reizen van en naar school voor kinderen die anders afhankelijk zijn van het aangepaste vervoer (leerlingenvervoer) is een vorm van inclusie. Door zelfstandig te leren reizen kunnen zij meedoen in deze maatschappij. Inclusie betekent ook een veilig schoolklimaat, waarin ieder kind zich vrij en veilig kan en mag voelen. Een aanpak rondom pestgedrag op school is hiervan een voorbeeld. Passend onderwijs is ook onderdeel van inclusie. Door passend onderwijs aan te bieden wordt gekeken naar mogelijkheden om een kind die ondersteuning te bieden die het nodig heeft. - In het contact tussen gemeente Barneveld en haar inwoners en ondernemers staat onze klant (de inwoner en ondernemer) centraal. Om deze belofte waar te maken, kiezen wij voor een omnichannel strategie. Door informatie- en dienstverleningskanalen bij elkaar te brengen, slimmer in te richten en goed op elkaar af te stemmen, zorgen we voor een betere klantinteractie. Onze dienstverleningskanalen sluiten naadloos op elkaar aan en bevorderen daardoor inclusie: iedereen wordt bediend en niemand wordt uitgesloten omdat we zorgen voor passende ondersteuning.
Inclusieve dienstverlening, on- en offline, is nu en de komende jaren verankerd als thema in diverse projecten en implementaties van (nieuwe) wetten. - In de online dienstverlening en informatievoorziening is digitale toegankelijkheid een belangrijk uitgangspunt. Dat geldt niet alleen voor de onze gemeentelijke website www.barneveld.nl, maar ook voor alle websites, apps en webbased dienstverlening onder het opdrachtgeverschap van de gemeente Barneveld. De gemeente monitort op digitale toegankelijkheid van haar online diensten. -
Er is speeltuinenbeleid ontwikkeld met aandacht voor inclusief spelen. Inclusie wordt meegenomen in het gemeentelijke woonbeleid. Inclusie komt tot uiting in diverse minimaregelingen: hierdoor kunnen inwoners met weinig bestaansmiddelen meedoen. In de gemeentelijke organisatie bestaat een Actieteam Lokale Inclusie bedoeld om inclusie als integraal thema aan te pakken.
We hebben geconstateerd dat inclusie als thema aanwezig is binnen onze verschillende beleidsdomeinen, maar wel versterking nodig heeft. Het gaat dan om het versterken van de bewustwording, maar ook in de verdere uitwerking in beleid.
Beleidskader Inclusie I 14
Ook de uitvraag bij inwoners (zie 2.2) liet zien dat inclusie als thema bij hen aanwezig is, maar dat daar ook meer bewustwording moet worden gecreëerd. Dit geldt ook voor de gespreksronde die we hebben gehouden bij maatschappelijke organisaties. We zien hierin dat fysieke inclusie nog steeds aandacht nodig heeft, maar dat sociale inclusie versterking nodig heeft. Fysieke inclusie zal daarom als thema gecontinueerd moeten worden. Sociale inclusie wordt minder herkend als bestaand thema en zal verder ontwikkeld moeten worden.
5.1. Indicatoren We gaven eerder al aan dat het lastig is om indicatoren te benoemen voor het meten van inclusie. Er is op dit moment niet één indicator die inclusie meet. We willen daarom een jaarlijkse inclusie-monitor ontwikkelen, met daarin een aantal indicatoren om inclusie in Barneveld te kunnen meten. De indicatoren geven een nul-situatie weer: waar staan we in de gemeente Barneveld met inclusie? En waar zitten - op basis van deze indicatoren - de problemen of waar willen we stappen in maken (zie hoofdstuk 6). De mogelijkheid om een jaarlijkse inclusie-monitor te ontwikkelen willen we de komende tijd verder verkennen. In de bijlage een eerste opzet van de inclusie-monitor. We hebben voor het opstellen van dit beleidskader dus geen gebruik kunnen maken van exacte cijfers van inclusie in de gemeente Barneveld. Daarom hebben we gekeken naar gegevens die iets zeggen over inclusie (zie ook de bijlage): 5.1.1 Fysieke gegevens De helft van de gemeentelijke gebouwen is toegankelijk gemaakt. Dit aantal willen we uitbreiden. Een vraag daarbij is, hoe toegankelijk een gebouw moet zijn. Een gebouw moet toegankelijk zijn voor bezoekers met een lichamelijke beperking. Maar daarbij kan ook gekeken worden naar de toegankelijkheid voor iemand met een visuele of auditieve beperking.
5.1.2 Sociale gegevens De GGD-monitor (zie bijlage) laat zien dat 7 op de 100 volwassen inwoners uit de gemeente Barneveld zich sociaal buitengesloten voelt. De cijfers uit de monitors van 2016 en 2020 laten zien dat dit zich stabiliseert. Een lichte toename is zichtbaar bij de uitsluiting vanwege sociale participatie. Hier is de invloed van de coronamaatregelen merkbaar geweest. Door deze maatregelen konden er minder contacten zijn, waardoor de sociale participatie ook minder is geweest. De GGD-monitor geeft ook inzicht in de acceptatie van de aandachtsgroep LHBTQIA+. Het percentage inwoners uit de gemeente Barneveld dat een relatie tussen mensen van hetzelfde geslacht prima vindt, stijgt licht. Op zich is er wel een nuance te maken tussen ‘prima vinden’ en ‘accepteren’. Ten opzichte van de regio scoort Barneveld lager. Deze lagere score laat zich verklaren door de identiteit van de Barneveldse samenleving.
Beleidskader Inclusie I 15
6. Doelen Om onze visie op inclusie uit te kunnen werken richten we ons op drie doelen: 1. Het verbeteren van de fysieke toegankelijkheid. 2. Het aanpakken en voorkomen van sociale uitsluiting. 3. Het stimuleren van bewustwording. Deze drie doelen (of thema’s) kwamen steeds naar boven in de verschillende gesprekken van het participatietraject dat is gevoerd voor het opstellen van dit beleidskader. De doelen omvatten de fysieke en sociale toegankelijkheid. De doelen staan op basis van gelijkwaardigheid naast elkaar. Hieronder werken we deze drie doelen uit tot doelstellingen:
In de gemeente Barneveld dragen we met elkaar zorg voor een inclusieve samenleving Doel 1
Doel 2
Doel 3
Verbeteren van fysieke
Het aanpakken en voorkomen
Het stimuleren van
toegankelijkheid
van sociale uitsluiting
bewustwording
➢ Verbeteren van fysieke toegankelijkheid van
➢ Inventariseren van uitsluitingsgronden. ➢ Beeld van
openbare gebouwen. ➢ Verbeteren van fysieke toegankelijkheid van de openbare ruimte.
aandachtsgroepen.
➢ Bewustwording in de ambtelijke organisatie. ➢ Bewustwording in de samenleving.
➢ Aanpakken en voorkomen van discriminatie.
➢ Verbeteren van
➢ Inclusieve dienstverlening
toegankelijkheid van het openbaar vervoer. Jaarlijkse Lokale Inclusie Agenda (Hierin worden bestaande taken en nieuwe taken opgenomen)
6.1 Het verbeteren van de fysieke toegankelijkheid Of eigenlijk zouden we hier moeten zeggen ‘het blijven verbeteren van de fysieke toegankelijkheid’. Fysieke toegankelijkheid blijft een aandachtspunt, ook al is de afgelopen jaren veel gedaan op dit vlak. Onder de fysieke toegankelijkheid verstaan we in dit beleidskader: Het wegnemen van fysieke drempels die het vrij bewegen onmogelijk maken. Het begrip drempels kan hierin breed opgevat worden: drempels in het eigen huis, drempels op straat in de vorm van obstakels, drempels in winkels door te smalle doorgangen etcetera. Op een deel van het wegnemen van deze drempels, hebben we als gemeente invloed. Zo is het bij de (her)inrichting van (openbare) gebouwen, straten en OV-voorzieningen van belang dat gekeken wordt of er geen beperkingen gecreëerd worden, waardoor mensen met een beperking er geen gebruik van kunnen maken.
Beleidskader Inclusie I 16
De betrokkenheid en de inzet vanuit de aandachtsgroep zelf is daarbij van belang. Zo wordt er bij verkeersplannen advies gevraagd aan de Gehandicaptenraad Barneveld. In deze raad zitten inwoners met een lichamelijke en zintuiglijke beperkingen. Om de fysieke toegankelijkheid te blijven verbeteren is het goed om een beeld te hebben van de omvang van de inwoners met een beperking binnen de gemeente Barneveld. Wij hebben echter geen exacte cijfers van deze groep in onze gemeente. Wel kunnen we op basis van landelijke gegevens een inschatting maken van de omvang van deze groep in de gemeente Barneveld. Zie de tabel hieronder: Beperking
Aantal in Nederland
Geraamd aantal in Barneveld
Langdurige ziekte, aandoening en handicap
1,7 miljoen
6.100
Lichamelijke handicap
1,5 miljoen
5.400
Doven en slechthorenden
1,3 miljoen
4.700
Blinden en slechtzienden
316.000
1.100
Ernstige psychiatrische aandoeningen
218.000
800
(Licht) verstandelijke beperking
142.000
500
6.1.1 Doelstellingen fysieke toegankelijkheid De doelstellingen voor het verbeteren van de fysieke toegankelijkheid richten zich op de openbare gebouwen en de openbare ruimte. 1. Verbeteren van fysieke toegankelijkheid van openbare gebouwen Ongehinderd heeft een aantal jaar geleden de fysieke toegankelijkheid van openbare gebouwen binnen de gemeente Barneveld getoetst. Naar aanleiding daarvan zijn aanbevelingen gedaan voor aanpassingen. Dit heeft geleid tot aanpassingen in de helft van de openbare gebouwen. Ons streven is om dit percentage de komende jaren te verhogen, door meer gebouwen fysiek toegankelijk te maken. 2. Verbeteren van fysieke toegankelijkheid in openbare ruimte Ook de fysieke toegankelijkheid van de openbare ruime blijft een aandachtspunt. Het is goed dat er bij de (her)inrichting van de openbare ruimte al gekeken wordt naar een goede toegankelijkheid voor de inwoners die minder mobiel zijn. Maar tegelijkertijd kan er ook gekeken worden naar wat de (her)inrichting voor inwoners met een zintuiglijke beperking betekent. Dit moet een integraal onderwerp zijn binnen het ontwikkelen van nieuwe plannen. De komende jaren willen we de fysieke toegankelijkheid van alle 9 kernen bekijken. 3. Verbeteren van toegankelijkheid van openbaar vervoer Ook de toegankelijkheid van het openvaar vervoer is een belangrijk onderwerp.
Het blijft belangrijk om hierover gesprekken te voeren met onder andere de provincie Gelderland. Met elkaar worden knelpunten besproken en hoe deze knelpunten opgelost kunnen worden. Het stimuleren van het gebruik van het OV vinden wij belangrijk en daarom is een goed toegankelijk en bereikbaar OV van belang.
Beleidskader Inclusie I 17
6.2 Het aanpakken en voorkomen van sociale uitsluiting Het tweede doel van de gemeente is om sociale uitsluiting te voorkomen en op te lossen, waarbij gekeken wordt naar wat wel en niet beïnvloedbaar is. Bij sociale uitsluiting kunnen inwoners met bepaalde kenmerken in bepaalde situaties niet meedoen aan de samenleving. Sociale uitsluiting manifesteert zich in Barneveld vooral latent, wat betekent dat het niet zichtbaar is, maar wel voelbaar. Bijvoorbeeld door zwijgen, negeren (waardoor je uitsluiting niet direct opmerkt, maar pas na verloop van tijd), niet (uit)gesproken woorden en bepaalde ongeschreven regels. Sociale uitsluiting richt zich met name op inwoners die net iets anders zijn. Anders zijn in bijvoorbeeld gedrag, kleding, gewoonten of omgangsvormen. Sociale uitsluiting uit zich dan door het niet hebben van contact. Degenen om je heen zoeken geen contact met jou en jij krijgt geen contact met degenen om je heen. Deze signalen van sociale uitsluiting kregen we onder andere uit de groep LHBTQIA+ en inwoners met psychische problemen. Lokale indicatoren sociale uitsluiting Uit de GGD monitor blijkt dat 6% van de ouderen en 12% van de volwassenen te maken heeft met sociale uitsluiting. Bij volwassenen groeit dit percentage licht. We hebben al eerder toegelicht dat op de stijging van de percentages de coronamaatregelen van invloed zijn geweest.
De gemeente Barneveld streeft ernaar om de cijfers van sociale uitsluiting te laten dalen N.B. Voor de monitor onderzoekt de GGD verschillende aspecten van sociale uitsluiting. Opvallend daarbij is dat uitsluiting door sociale participatie en normatieve integratie (bijv. iets doen voor de buren) bij volwassenen de sterkste groei laat zien. Andere indicatoren voor sociale uitsluiting Een beeld van sociale uitsluiting kan ook verkregen worden door te kijken naar discriminatie. Inclusie is namelijk het tegenovergestelde van discriminatie. Bij inclusie sluit je iemand in en niet uit. Bij discriminatie wordt iemand of een bepaalde groep uitgesloten. Vizier verzorgt voor de gemeente Barneveld het meldpunt discriminatie. We hebben bij Vizier cijfers opgevraagd van het aantal meldingen uit de gemeente. In 2021 kwamen 15 meldingen over discriminatie bij hen binnen, in 2020 waren dat 8 meldingen. Daarbij ging het om uiteenlopende achtergronden, zonder dat er 1 kenmerk significant naar voren kwam. Vizier geeft aan dat wat er gemeld wordt, slechts een topje van de ijsberg. Uit de Veiligheidsmonitor 2021 kwam naar voren dat 9% van de Barneveldse inwoners zich de afgelopen twaalf maanden gediscrimineerd voelde. Dit toont ook aan dat er een verschil is tussen zich gediscrimineerd voelen en er een melding van maken. 6.2.1 Doelstellingen sociale uitsluiting 1.
Om een scherper beeld van sociale uitsluiting te krijgen, is onderzoek nodig naar uitsluitingsgronden. Wat is de reden dat een groep inwoners ergens niet aan mee kan/mag doen? En is dat acceptabel of juist niet? Als je hier inzicht in hebt, kun je ook kijken wat er aan gedaan kan worden en of hier een rol voor de gemeente is weggelegd. 2. Aandachtsgroepen die we hier noemen zijn de LHBTQIA+-groep en mensen met een auditieve beperking. Tijdens het participatietraject voor de ontwikkeling van het beleidskader hebben we gesproken met vertegenwoordigers van deze groepen. Ze hebben aangegeven dat het belangrijk is dat er aandacht wordt besteed aan hun aanwezigheid en dat ze een eigen plek hebben in de Barneveldse samenleving. Een punt van aandacht was de onbekendheid van de ondersteuning die beschikbaar is voor deze groepen. Sommigen wisten niet waar ze terecht konden met vragen of behoefte aan lokale ontmoetingen, dit gold onder andere voor de LHBTQIA+-groep. Door meer bekendheid te geven aan deze ondersteuning, kunnen we ervoor zorgen dat deze groepen beter worden geholpen en meer geïntegreerd worden in de samenleving.
Beleidskader Inclusie I 18
3.
4.
Het aanpakken en voorkomen van discriminatie vinden wij ook een onderwerp om hier te benoemen. Het sluit aan bij de eerste doelstelling, waar het gaat om uitsluitingsgronden. Het is goed om daar zicht op te krijgen. Een andere indicator die we hier willen noemen is inclusieve dienstverlening, waarvan digitale toegankelijkheid(ook wel digitoegankelijkheid) een onderdeel is. Naast onze fysieke en sociale samenleving is er ook een digitale samenleving: steeds meer contacten gaan via het internet. Aanvragen voor diverse regelingen kunnen bijvoorbeeld via websites worden ingediend. Voor veel mensen is dat vaak makkelijker: je kunt een verzoek indienen op het moment dat het jou uitkomt. De toegankelijkheid van onze websites is daarom een belangrijk onderdeel van een inclusieve dienstverlening. Onze websites moeten bereikbaar en gebruiksvriendelijk zijn voor al onze inwoners. Een knelpunt van digitoegankelijkheid dat in de gesprekken met inwoners naar voren kwam, is het berichtenverkeer via zogenaamde afgesloten mailboxen. Verschillende (overheids)instanties verstrekken informatie voor inwoners via deze mailboxen. Om deze berichten te kunnen lezen moet je vaak via DigiD inloggen, wat niet iedereen snapt. Hierdoor missen sommige inwonersbelangrijke informatie , omdat zij niet weten dat er informatie in een afgesloten mailbox voor hen klaar staat.
Dit is overigens een landelijk probleem. Als gemeente zorgen we ervoor dat onze inwoners via meerdere lijnen (omni-toegankelijkheid) informatie kunnen ontvangen en in contact met ons kunnen komen.
6.3 Het stimuleren van bewustwording Een inclusie samenleving bereik je samen. De gemeente kan dit niet alleen. Er is ook inzet nodig van maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners uit de gemeente Barneveld. Iedereen kan een eigen steentje bijdragen om de Barneveldse samenleving inclusiever te maken. Hiervoor is het creëren van bewustwording bij organisaties, ondernemers en inwoners nodig. Ons derde doel richt zich dan ook op het stimuleren van bewustwording over inclusie. ‘Denk na over inclusie’ is daarbij onze oproep. ‘Wat zie ik zelf in Barneveld wat anders kan?’ ‘Hoe zorg ik ervoor dat iedereen gebruik kan maken van mijn nieuwe onderneming/vereniging/etc? Denk vanuit het kader van de ander. En houd er rekening mee dat een ander anders is. 6.3.1 Doelstellingen stimuleren van bewustwording 1. Het stimuleren van bewustwording van inclusie richt zich op de gemeentelijke organisatie. Om dit te bewerkstelligen is het belangrijk om met diverse teams het thema inclusie te bespreken en wat dit betekent voor een bepaald onderwerp. Hierbij wordt ook het onderscheid tussen fysieke en sociale inclusie gemaakt. Het Actieteam Lokale Inclusie speelt hierin een belangrijke. De leden van het interne Actieteam Lokale Inclusie fungeren als ambassadeurs voor de ambtelijke organisatie. Zij pleiten voor inclusie binnen hun team en fungeren als vraagbaak.
Ook nemen zij signalen mee vanuit hun team naar het Actieteam. Het Actieteam is een verbindende factor tussen de verschillende teams. Ten slotte zal het Actieteam Lokale Inclusie bekijken waar en hoe versterking nodig is binnen de gemeentelijke organisatie om inclusie verder te bevorderen. 2. Bewustwording heeft zowel een interne als externe component. De externe component richt zich op inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Om deze groepen te bereiken, zijn voorlichtingsactiviteiten nodig. Het doel van deze voorlichtingsactiviteiten is om inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bewust te maken van inclusie en hoe zij hieraan kunnen bijdragen.
Beleidskader Inclusie I 19
we bundelen krachten om onze doelstellingen te behalen
Beleidskader Inclusie I 20
7. Wat hebben we nodig? 7.1 Jaarlijkse Lokale Inclusie Agenda (LIA) Dit beleidskader geeft in grote lijnen het beleid weer voor het bevorderen van inclusie in de gemeente Barneveld. Vanuit de gemeentelijke visie op inclusie zijn drie doelen geformuleerd die uitgewerkt zijn in doelstellingen. Het vervolg hierop is het opstellen van een Lokale Inclusie Agenda (hoofdstuk 8), om de doelstellingen te halen.
7.2 Randvoorwaarden Om tot een inclusievere samenleving te komen, is samenwerking nodig. Samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Iedereen moet het belang er van inzien en de bereidwilligheid tonen om inclusie te versterken, zowel voor fysieke als sociale inclusie. Belangrijk is dat we tot concrete acties en concrete resultaten komen. Inclusie moeten we zichtbaar maken en resultaten delen. Binnen de mogelijkheden (budget en capaciteit) zullen we moeten kijken wat er gerealiseerd kan worden. 7.2.1 Participatie Inclusie is belangrijk voor onze inwoners. Het is daarom van groot belang dat inwoners actief betrokken worden bij het inclusiebeleid. Daarom hebben we inwoners om hun ideeën gevraagd bij het ontwikkelen van het beleidskader voor inclusie (zie hoofdstuk 3). We willen deze betrokkenheid behouden door inwoners twee keer per jaar uit te nodigen om advies te geven of ideeën in te dienen over inclusie. De gehandicaptenraad gebruikt hun ervaringen om mee te denken en bij te dragen aan plannen. De raad heeft aangegeven dat ze een belangrijke rol zien in het verder bevorderen van fysieke inclusie. Het is ook belangrijk om de verbinding tussen de inwoners en de Gehandicaptenraad te versterken, aangezien inwoners met een beperking de achterban vormen. Samen willen we kijken hoe we de achterbanraadpleging kunnen versterken.
Dit willen we in 2023 verder gaan uitwerken. Om sociale inclusie te bevorderen willen ook een orgaan of werkgroep opzetten die zich hiervoor inzet. We gaan de komende tijd hier verder naar kijken, we streven ernaar om begin 2024 hier een concrete invulling voor te hebben. 7.2.2 Actieteam Lokale Inclusie Voor de borging van inclusie in de gemeentelijke organisatie en een integrale afstemming, is het Actieteam Lokale Inclusie van belang. Het Actieteam Lokale Inclusie zal ook meedenken met de verdere uitwerking van het beleidskader in concrete acties via de Lokale Inclusie Agenda. 7.2.3 Communicatie Het is belangrijk om over de voortgang van de uitvoering van dit beleidskader te communiceren. Ook over de zaken die daarvoor nog in ontwikkeling zijn. Dit is van groot belang om de inclusieboodschap te behouden en te delen met anderen. We zullen goede voorbeelden delen om dit te bereiken. In de paragraaf 8.1 Lokale Inclusie Agenda komen we hier op terug. 7.2.4 Financiën De komende drie jaar is er jaarlijks € 25.000,-- beschikbaar om inclusie te versterken. Inzet en verantwoording van deze financiële middelen vindt plaats in de jaarlijkse Lokale Inclusie Agenda.
Beleidskader Inclusie I 21
samen schrijven we aan de Lokale Inclusie Agenda
Beleidskader Inclusie I 22
8. Het vervolg 8.1 De Lokale Inclusie Agenda (LIA) Naar aanleiding van de doelstellingen in dit beleidskader, wordt er jaarlijks een Lokale Inclusie Agenda opgesteld. Deze agenda bevat de acties die we willen uitvoeren. Hierin staat beschreven wat we gaan doen, wie dit gaat uitvoeren en wat de kosten zijn. Onderdeel van de Lokale Inclusie Agenda is ook een terugblik op het voorgaande jaar. Het college zal de jaarlijkse Lokale Inclusie Agenda vaststellen, omdat dit een uitwerking is van het beleid. De eerste agenda zal in de tweede helft van 2023 worden vastgesteld en vervolgens jaarlijks in januari van het betreffende jaar. De agenda zal ter informatie naar de gemeenteraad worden gestuurd. Bij het opstellen van de agenda zullen we onder andere de Gehandicaptenraad en het Actieteam Lokale Inclusie betrekken. Samen met hen kijken we naar de prioriteiten voor het komende jaar. We zullen hierbij zowel rekening houden met het voorliggende beleidskader als met de actualiteit. In het plan zullen 'bestaande taken' worden opgenomen die doorlopend zijn of nog doorlopen van het voorgaande jaar. Ook zullen er nieuwe acties worden opgenomen in de agenda.
8.2 Meten van inclusie We merkten al op dat het objectief meten of bepalen van een inclusiever Barneveld complex is. We hebben een aantal meeteenheden weergegeven vanuit de Veiligheids- en de GGD-monitor die raken aan inclusie (zie hoofdstuk 4.1). Er is echter niet één indicator die de mate van inclusie daadwerkelijk meet. Daarvoor is inclusie ook een te omvangrijk thema. Toch willen we weten of ons inclusiebeleid bijdraagt aan een inclusiever Barneveld. Voor het ontwikkelen van het inclusie-beleid hebben we een aantal instrumenten gebruikt. Een deel ervan zullen we gaan gebruiken om te monitoren. Voor het monitoren van inclusie in Barneveld hanteren we de volgende instrumenten: 1. Kwantitatief: Informatie (kengetallen) uit bestaande monitors en rapportages. Denk aan de veiligheidsmonitor, de GGD-monitor, waarstaatjegemeente.nl en rapportages van maatschappelijke organisaties. 2. Kwalitatief: Gesprekken met maatschappelijke organisaties uit de gemeente Barneveld. Jaarlijks nemen we een inclusie-monitor op in de Lokale Inclusie Agenda. In de inclusie-monitor geven we op basis van een aantal indicatoren de ontwikkeling van inclusie in Barneveld cijfermatig weer. N.B. We hebben aangegeven dat we nog verder gaan kijken naar de meetbaarheid van inclusie. Om daarmee de effecten van het inclusiebeleid te kunnen meten.
In de aanloop naar het schrijven van dit beleidskader hebben we verschillende cijfers verzameld. Cijfers die een beeld (kunnen) geven van inclusie. Movisie, het landelijke kennisinstituut voor sociale vraagstukken, heeft aangegeven dat inclusie niet alleen aan de hand van cijfers beoordeeld moet worden. Kwalitatief onderzoek is daarbij ook van belang, omdat gevoelens van inclusie en exclusie moeilijk te meten zijn. We zullen hiervoor een jaarlijks kwalitatief onderzoek uitvoeren, waarbij we ook de bewustwording over inclusie meenemen.
Beleidskader Inclusie I 23
Bijlage I
Samenvattend overzicht In de gemeente Barneveld dragen we met elkaar zorg voor een inclusieve samenleving Doel 1
Doel 2
Doel 3
Verbeteren van fysieke
Het aanpakken en voorkomen
Het stimuleren van
toegankelijkheid
van sociale uitsluiting
bewustwording
➢ Verbeteren van fysieke toegankelijkheid van
➢ Inventariseren van uitsluitingsgronden. ➢ Beeld van
openbare gebouwen. ➢ Verbeteren van fysieke toegankelijkheid van de openbare ruimte.
aandachtsgroepen.
➢ Bewustwording in de ambtelijke organisatie. ➢ Bewustwording in de samenleving.
➢ Aanpakken en voorkomen van discriminatie.
➢ Verbeteren van
➢ Inclusieve dienstverlening.
toegankelijkheid van het openbaar vervoer. Jaarlijkse Lokale Inclusie Agenda (Hierin worden bestaande taken en nieuwe acties opgenomen)
NODIG VOOR DE UITWERKING I Randvoorwaarden ➢ Participatie - Belangrijk om inwoners actief te betrekken bij het inclusiebeleid en de Lokale Inclusie Agenda. Samenwerking met o.a. de Gehandicaptenraad en een werkgroep sociale inclusie voor het bevorderen van inclusie. ➢ Actieteam Lokale Inclusie - Voor de borging van inclusie in de gemeentelijke organisatie en een integrale afstemming. ➢ Communicatie - Over de voortgang van de uitvoering van dit beleidskader communiceren. ➢ Financiën - Komende drie jaar € 25.000,- beschikbaar.
II Inclusie monitor ➢ Kwantitatief – Indicatoren uit bestaande rapportages. ➢ Kwalitatief – Gesprekken met maatschappelijke organisaties.
Beleidskader Inclusie I 24
Bijlage II
Inclusie monitor
In onderstaande tabel een eerste opzet voor een inclusie-monitor.
Meeteenheid
Bron
Score
Het percentage niet toegankelijke bushaltes
Intern
62%
Toelichting
Het aantal openbare gehandicaptenparkeerplaatsen
Intern
178
Het percentage getoetste openbare gebouwen en locaties
Intern
45%
Dit gaat om alle openbare gebouwen en locaties, inclusief sportaccommodaties. Onderwijslocaties zijn hier nog niet in meegenomen.
% sociale uitsluiting volwassenen
GGD
12%
% sociale uitsluiting ouderen
GGD
6%
% inwoners dat zich gediscrimineerd voelt
Veiligheids monitor
9%
Gaat om enigszins en matig tot sterk. Cijfers ontleend aan Volwassenenmonitor 2020. Gaat om enigszins en matig tot sterk. Cijfers ontleend aan Ouderenmonitor 2020. Ontleend aan Veiligheidsmonitor 2021.
% inwoners dat respectloos gedrag ervaart op straat van onbekenden
Veiligheids monitor
9%
Ontleend aan Veiligheidsmonitor 2021.
Telling van februari 2023. Zowel gemeentelijke als provinciale bushaltes zijn meegenomen. Deels toegankelijk is meegeteld met toegankelijk. Gaat om openbare (niet op kenteken) gehandicaptenparkeerplaatsen.
Indicatoren over inclusie
Bewustwording van inclusie kan ook als indicator ingezet worden om inclusie te meten. Het meten van bewustwording kan gedaan worden door het voeren van kwalitatief onderzoek door middel van gesprekken. Dit kwalitatief onderzoek vindt cyclisch plaats.
Beleidskader Inclusie I 25
Bijlage III
GGD Monitor 2016 en 2020
Sociale uitsluiting Onderstaande cijfers over sociale uitsluiting komen uit de GGD monitor. Het gaat dan om de Ouderenmonitor en de Volwassenenmonitor. Zowel cijfers uit 2016 als 2020 zijn opgenomen. Met een vergelijk van score van de GGD-regio Gelderland Midden (2020). De GGD geeft de volgende beschrijving van sociale uitsluiting: van sociale uitsluiting is sprake als mensen niet volledig deel kunnen nemen aan het maatschappelijk leven. Daarbij gaat het om deelname op zowel sociaal, politiek, cultureel als economisch gebied. In de Gezondheidsenquête is de indicator sociale uitsluiting opgebouwd uit vier verschillende deelgebieden: sociale participatie (o.a. eenzaamheid), materiële deprivatie (o.a. rondkomen), toegang tot sociale rechten (o.a. tevredenheid over de woning) en normatieve integratie (o.a. iets doen voor de buren). (percentage) Sociale uitsluiting
Matig tot sterk Enigszins Niet of nauwelijks
2020 2 5 94
2016 2 5 93
GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor
2 7 91
Sociale uitsluiting op sociale participatie
Matig tot sterk Enigszins Niet of nauwelijks
4 9 87
3 7 90
GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor
5 9 86
Sociale uitsluiting op materiële deprivatie
Matig tot sterk Enigszins Niet of nauwelijks
0 2 97
1 4 95
GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor
1 3 95
Sociale uitsluiting toegang sociale grondrechten
Matig tot sterk Enigszins Niet of nauwelijks
2 7 91
2 7 91
GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor
3 10 88
Sociale uitsluiting terrein norm. integratie
Matig tot sterk Enigszins Niet of nauwelijks
2 6 93
4 6 90
GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor
3 6 92
Matig tot sterk Enigszins Niet of nauwelijks
2020 3 9 88
2016 2 8 90
Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor
4 12 84
Sociale uitsluiting op sociale participatie
Matig tot sterk Enigszins Niet of nauwelijks
4 11 84
4 6 90
Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor
7 13 80
Sociale uitsluiting op materiële deprivatie
Matig tot sterk Enigszins Niet of nauwelijks
2 3 94
3 4 93
Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor
2 6 92
Sociale uitsluiting toegang sociale grondrechten
Matig tot sterk Enigszins Niet of nauwelijks
4 11 85
5 10 85
Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor
6 14 81
Sociale uitsluiting terrein norm. integratie
Matig tot sterk Enigszins Niet of nauwelijks
6 10 84
4 8 88
Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor
5 12 83
(percentage) Sociale uitsluiting
Gld Midden 2020
Gld Midden 2020
Beleidskader Inclusie I 26
Pesten (percentage) % kinderen dat gepest is in afgelopen 3 mnd
Nooit <2 keer per mnd > 2 keer per mnd
2020 77 20 3
2016 74 21 5
(percentage) Relatie tussen twee mannen is prima Relatie tussen twee vrouwen is prima Steunen familie of vriend(in) die transgender is
2020 24 23 52 23 21 56 14 31 55
2016
Oneens Neutraal Eens Oneens Neutraal Eens Oneens Neutraal Eens
(percentage) Relatie tussen twee mannen is prima Relatie tussen twee vrouwen is prima Steunen familie of vriend(in) die transgender is
Oneens Neutraal Eens Oneens Neutraal Eens Oneens Neutraal Eens
2020 24 16 60 23 15 62 10 24 66
2016 31 15 53 29 26 56 12 26 62
Kindermonitor 2021 Kindmonitor 2021 Kindmonitor 2021
Gld Midden 2020 75 19 6
GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor GGD Ouderenmonitor
Gld Midden 2020 8 15 76 7 14 78 6 22 72
Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor Volwassenenmonitor
Gld Midden 2020 8 10 82 7 10 84 4 15 81
LHBTIQ+
Discriminatie Aantal meldingen bij Vizier (2020) Aantal meldingen bij Visier (2021)
8 15
Aantal inwoners dat zich de afgelopen twaalf maanden gediscrimineerd voelde (Veiligheidsmonitor 2021) (25% noemt daarbij negeren of uitsluiting als reden) Aantal inwoners dat respectloos gedrag van onbekenden op straat ervaart
9%
9%
Beleidskader Inclusie I 27
Beleidskader Inclusie – Meedoen is vanzelfsprekend
Beleidskader Inclusie I 28