CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Barnseweg XI_Toelichting_Bijlage 7 Quickscan flora en fauna

Gemeenteraad 17 april 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Barnseweg XI (SDVB), Barneveld9.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan flora en fauna voetbalvelden SDVB Geactualiseerd 2023 Gemeente Barneveld 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Contactpersoon SANDER JONKER

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland

2

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Leeswijzer

6

Plangebied en ingreep

7

2.1

Huidige situatie

7

2.2

Voorgenomen ingreep

13

2.3

Afbakening effecten

14

Wet natuurbescherming

15

3.1

Methode

15

3.2

Aanwezigheid beschermde soorten

15

3.3

Effectbeschrijving

20

3.4

Toetsing

22

3.4.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

22

3.4.2

Overtreding verbodsbepalingen

22

3.5

Vervolg

23

3.5.1

Soortgericht onderzoek

23

3.5.2

Mitigerende maatregelen

23

Conclusie

25

Bijlagen Bijlage A Wettelijk kader Wet natuurbescherming

26

Bijlage B Ligging Natura 2000 en Gelders Natuurnetwerk

30

Bijlage C Voorlopig Ontwerp Inrichtingsplan (concept 10 oktober 2023, gemeente Barneveld)

3

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

31

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Bijlage D Bestemmingsplan Barnseweg XI (ontwerp 1 december 2023, gemeente Barneveld)

32

Colofon

33

Actualisatie QuickScan – november 2023 Voorliggende QuickScan is een geactualiseerde versie van de quickscan van 5 maart 2020 (Arcadis, 2020). Er zijn wijzigingen in het ontwerp van het bestemmingsplan: er is onderzocht of dit leidt tot aanvullende of andere effecten op beschermde flora en fauna. Na de oorspronkelijke QuickScan zijn soortgerichte onderzoeken uitgevoerd en gerapporteerd. Verder is een mitigatieplan voor steenuil opgesteld (Soortgericht onderzoek Wet natuurbescherming; Uitbreiding SDVB voetbalvelden Gemeente Barneveld, kenmerknummer 3EC76TCW5TFR-841539897-4387:1.0, 28 augustus 2023). In voorliggende QuickScan is waar van toepassing een beknopte beschrijving en verwijzing naar deze onderzoeken opgenomen.

4

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

De gemeente Barneveld is voornemens een bestemmingsplanprocedure op te starten voor uitbreiding van velden en parkeerterrein voor voetbalvereniging SDVB in Barneveld. Het voorlopig ontwerp inrichtingsplan (concept 10 oktober 2023) is opgenomen in Bijlage C. Het bestemmingsplan (ontwerp 1 december 2023) is opgenomen in Bijlage D. Soortbescherming Als gevolg van het voornemen is mogelijk sprake van negatieve effecten op beschermde soorten in het kader van de soortbescherming van de Wet natuurbescherming (Wnb), met mogelijk overtreding van verbodsbepalingen tot gevolg. Gemeente Barneveld heeft daarom Arcadis gevraagd om een QuickScan flora en fauna uit te voeren om te beoordelen of beschermde soorten mogelijk voorkomen. Het gaat om de locaties, zoals weergegeven op de luchtfoto die hierna is opgenomen (Figuur 1). De opstallen binnen de rode contour werden aanvankelijk mogelijk gesloopt, in het huidig ontwerp (Bijlage C) blijven deze behouden.

Figuur 1 Het oorspronkelijke onderzoeksgebied, bestaande uit twee locaties (rood omkaderd), gelegen in het noordoosten van Barneveld. De huidige contouren van het plangebied zijn opgenomen met groene stippellijn.

5

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van het Gelders Natuurnetwerk (GNN), effecten hierop zijn dan ook uitgesloten (zie Bijlage B). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe en bevindt zich op ongeveer zeven kilometer ten oosten en vijf kilometer ten zuidoosten van het plangebied1 (zie Bijlage B). Omdat het plangebied niet binnen een Natura 2000-gebied ligt, zijn direct negatieve effecten, bijvoorbeeld door ruimtebeslag, op voorhand uitgesloten. Gezien de afstand tot de Natura 2000 gebieden, zijn effecten als gevolg van verstoring door bijvoorbeeld geluid, eveneens op voorhand uitgesloten. Wel is mogelijk sprake van externe effecten als gevolg van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van habitatsoorten door aanlegwerkzaamheden. Hiervoor moet een AERIUS-berekening gemaakt worden.

1.2

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk is een beschrijving van het plangebied in de huidige situatie opgenomen, evenals een beschrijving van de voorgenomen ingreep. Hoofdstuk 3 betreft de Wnb, hierin is een beschrijving van de van beschermde soorten met effectbeschrijving en toetsing opgenomen. Bijlage A beschrijft het wettelijk kader van soortbescherming onder Wnb. Bijlage B toont de ligging van het plangebied ten opzichte van het Gelders Natuur Netwerk (hierna GNN) en de dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden. Het actuele ontwerp inrichtingsplan (concept 10 oktober 2023) is opgenomen in Bijlage C. Het bestemmingsplan (ontwerp 1 december 2023) is opgenomen in Bijlage D.

1 Provincie Gelderland – Natura2000 viewer – gelderland.maps.arcgis.com

6

– Geraadpleegd op 30 oktober 2023.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

2

Plangebied en ingreep

2.1

Huidige situatie

De aanpassingen aan Sportpark Norschoten zullen plaatsvinden ten zuiden (parkeerterrein) en ten oosten (agrarisch gebied) van het bestaande sportpark. Het sportpark is gelegen ten oosten van landgoed en kasteel de Schaffelaar. Ten zuiden van het plangebied is een woonwijk gesitueerd. Ten noorden en noordoosten van het plangebied is agrarisch gebied met daarin een boerderij, waarvan de opstallen aanvankelijk mogelijk zouden verdwijnen ten behoeve van de uitbreiding, in het huidig ontwerp (Bijlage C) blijven deze behouden. In het huidig ontwerp is een half voetbalveld opgenomen voor realisatie van parkeerplaatsen, dit voetbalveld bevat geen natuurwaarden.

Parkeerterrein (zuidelijk deelgebied)

Figuur 2 Het oorspronkelijke onderzoeksgebied (rood omkaderd) zuidelijk plangebied met omgeving, met daarin genummerd de foto’s van de sfeerimpressie. Het huidige plangebied is globaal aangegeven met groene stippellijn.

De cijfers in de volgende beschrijving verwijzen naar de locaties in de bovenstaande figuur en volgende foto’s. Het zuidelijk deelgebied (Figuur 2) bestaat uit een laan met gemengde opstand, van onder andere robinia, berken en eiken (1), met in het westelijke gedeelte een watergang, gelegen naast de N800 (2). De watergang bevatte weinig water en onderwatervegetatie ten tijde van het veldbezoek, de oevers zijn steil. De houtopstand naast deze watergang bestaat uit volwassen bomen met veelal een dichte klimop begroeiing (3). De opstand wordt omsloten door een jaarrond groene taxushaag (3). De boom direct voor de ingang van het sportpark aan de overzijde van de Barnseweg (4) bevatte verschillende holtes met, ten tijde van het veldbezoek, daarin verschillende kauwtjes (4) en nog een los vogelnest, mogelijk van een duif. De te verwijderen berk (zie Figuur 4 in paragraaf 2.2) is relatief dun en bevat geen holtes. De bomen naast de laan richting het oosten zijn jonger en kleiner, hier hangen enkele vogelkastjes aan (5) en één van de bomen, aan de overzijde van de Barnseweg, bevat holtes (6). De bomenrij gelegen tussen beide oostelijke parkeerterreinen bestaan uit gemengde opstand van volwassen bomen (7), ten tijde van het veldbezoek zijn hier twee eekhoorns in waargenomen (8).

Het noordelijke deelgebied bestaat uit hoge volwassen elzen (9) met daarnaast een smalle watergang met steile oevers zonder onderwatervegetatie (10). Tussen de toegangsweg en het sportveld in ligt een talud met daarop een dichte dwergmispel vegetatie (11).

7

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

8

1

1

2

3

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

4

4

6

5

7

9

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

7

8

9

10

11

10

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Agrarisch gebied t.b.v. voetbalvelden (oostelijk deelgebied)

Figuur 3 Het oorspronkelijke onderzoeksgebied (rood omkaderd) van oostelijk plangebied met omgeving, met daarin genummerd de foto's van de sfeerimpressie. Het huidige plangebied is globaal aangegeven met groene stippellijn.

Het oostelijke deelgebied bestaat uit agrarisch gebied (weilanden) met watergangen die steile oevers hebben (1). De laan, die van zuid naar noord loopt, bestaat uit oude eiken (2). De bebouwing binnen het plangebied bestaat uit een boerderij met rieten dak en verschillende opstallen (3). In het westen een oude varkensschuur met aangrenzend kippenverblijf (4). In het oosten een koeienstal (5) met ten tijde van het veldbezoek meerdere huismussen op het dak (6) en een boerenzwaluwnest binnen (7). Tussen de westelijke en oostelijke opstallen in staan een overdekte opslag (8) en een koeienstal (9) met ook daarin enkele boerenzwaluwnesten. In het weiland ten westen van de boerderij staat een schuurtje dat als machine-opslag dient (10).

11

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

1

2

3

4

5

6

12

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

7

8

9

10

2.2

Voorgenomen ingreep

Voornemen en werkzaamheden Parkeerterrein (zuidelijk deelgebied) Het voornemen is om het parkeerterrein (zuidelijk deelgebied) uit te breiden. Hiervoor moet een half reeds bestaand voetbalveld wijken (nieuw ten opzichte van het oorspronkelijke plan). De entree wordt aangepast, waarbij één boom (relatief kleine berk) moet wijken om de inrit breed genoeg te maken. Ernaast en ertegenover komt nieuwe aanplant: Amerikaanse eik. De jonge bomen tussen fietspad en parkeerstrook worden verwijderd en vervangen door een nieuwe haag. Verder wordt de laan aangevuld met enkele zomereiken. De parkeerplaats voor de bussen wordt iets kleiner dan oorspronkelijk voorzien en blijft binnen de groene stippellijn. Er vindt geen sloopwerk plaats. De uitgebreide parkeerplaats krijgt wel verlichting (nu is het voetbalveld verlicht), zodat de hele parkeerplaats verlicht is.

13

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Figuur 4 Uitsnede met entree (links) waarbij één boom verdwijnt (middenin grijs vlak). Parkeerplaats bussen blijft binnen groene stippellijn (links). Huidige parkeerterrein (rechts) wordt naar noorden uitgebreid over helft van aanliggend voetbalveld.

Agrarisch gebied t.b.v. voetbalvelden (oostelijk deelgebied) Het voornemen is om het agrarisch gebied (oostelijk deelgebied) te voorzien van twee nieuwe velden (zie Bijlage C). Deze komen 30 meter noordelijker dan op eerdere ontwerpen, dus in totaal op 50 meter van de bebouwing: hierdoor is ten noorden geen ruimte meer voor begroeiing, maar zal er meer ruimte zijn voor groen aan de zuidkant van de velden. Er vindt geen sloopwerk plaats. De nieuwe velden krijgen geen verlichting. Mogelijk wordt enige ruigte/vegetatie verwijderd. Langs het voetbalveld wordt dichte houtsingel met zoom aangeplant. De knotwilgenrij tussen de toekomstige velden en de zuidelijk gelegen woonwijk wordt doorgezet. Watergangen (greppels) worden omgelegd of gedempt en poelen worden aangelegd. Verder worden de landbouwpercelen voorbereid voor de aanleg van voetbalvelden. Planning • •

April 2024 start ombouw naar de kunstgrasvelden (één heel veld/één half veld) en vervolgens het parkeerterrein. Augustus/september 2024 aanleg van de twee nieuwe natuurgrasvelden.

2.3

Afbakening effecten

Gedurende de werkzaamheden en na de realisatie zijn de volgende effecten te verwachten op de aanwezige flora en fauna. Hierbij is een onderscheid is gemaakt tussen tijdelijke effecten (gedurende de bouwfase) en permanente effecten (na realisatie). • Tijdelijke effecten: Verstoren door geluid, licht, trillingen en optische prikkels, beschadigen, doden en/of verwonden van flora en fauna. • Permanente effecten: Verlies van leefgebied van flora en fauna en nest- en verblijfplaatsen en foerageergebied.

14

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

3

Wet natuurbescherming

Onder de Wet natuurbescherming valt de bescherming van Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2 Wnb) en beschermde soorten (hoofdstuk 3 Wnb). Het wettelijk kader is opgenomen in Bijlage A. In dit hoofdstuk wordt alleen ingegaan op de soortbescherming.

3.1

Methode

Er is een bureauonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van vrij beschikbare informatie, zoals verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar (1 januari 2015 t/m 5 maart 2020). Dit bureauonderzoek is aangevuld met de NDFF-data tot 31 oktober 2023. Daarnaast is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • www.verspreidingsatlas.nl • www.zoogdiervereniging.nl • www.ravon.nl • www.vlinderstichting.nl • www.sovon.nl Het veldbezoek is uitgevoerd op 7 februari 2020 in de ochtend tussen 9:00 en 12:00 uur door Stefan van den Akker, ecoloog van Arcadis2. De omstandigheden tijdens het veldbezoek waren zonnig met deels bewolking, 6°C bij een windkracht van 4 Bft. Het onderzoek bestond uit het uitvoeren van een habitatgeschiktheidsbeoordeling. Dit is een veldonderzoek, waarbij op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek en de fysieke kenmerken van het plangebied een indicatie wordt gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Tijdens het veldbezoek is globaal geïnventariseerd óf en welke soorten (mogelijk) in en om het gebied aanwezig zijn.

Hierbij is aandacht besteed aan alle relevante soortgroepen en beoordeeld of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast bij ontwikkelingen.

3.2

Aanwezigheid beschermde soorten

In Tabel 1 is per soortgroep weergegeven óf en zo ja, welke beschermde soorten mogelijk voorkomen binnen één of beide deelgebieden (oost en zuid), op basis van zowel het bureauonderzoek als veldbezoek. Alle soorten vallen onder de zorgplicht en zijn daaronder beschermd. Hieronder wordt onder de conclusie aangegeven of streng of algemeen beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn. Tabel 1 Voorkomen en functie leefgebied van beschermde soorten binnen het projectgebied per relevante soortgroep. Soortgroep Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat Conclusie Flora

Bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgebied komen mogelijk de volgende beschermde plantensoorten voor: drijvende waterweegbree, geel schorpioenmos, groenknolorchis, breed wollegras, dreps, glad biggenkruid, groot spiegelklokje, grote bosaardbei, grote leeuwenklauw, karthuizer anjer, kleine wolfsmelk, karwijselie, korensla, lange zonnedauw, naakte lathyrus, rozenkransje, ruw parelzaad, smalle raai en spits havikskruid (verspreidingsatlas.nl).

Beide deelgebieden zijn ongeschikt voor het voorkomen van beschermde flora. Deze zijn dan ook uitgesloten.

Aangezien het om een deels stedelijke (zuidelijk deelgebied) en deels agrarische (eutrofe weilanden) situatie gaat (oostelijk deelgebied), kunnen op basis van biotoop beschermde soorten bij voorbaat uitgesloten worden, zoals hieronder weergegeven met korte toelichting: •

Drijvende waterweegbree komt voor in stilstaand tot (snel) stromend water met een zandige vaak arme bodem en voedselarm water. Zelden op drooggevallen plaatsen.

2 Nadien hebben er soortgerichte onderzoeken plaatsgevonden in 2020 en 2021 (Arcadis, augustus 2023). In oktober 2023 is Google Streetview

met actuele beelden (april 2023) geraadpleegd om te controleren of er wezenlijke veranderingen zijn geweest.

15

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat •

• • • • • • • • • • • • • • • •

Conclusie

Geel schorpioenmos komt voor in kalkarme maar ijzerrijke moerassen blauwgraslanden in beekdalen, overstromingsgrasland en kleine zeggenmoeras. Groenknolorchis is een soort van duinvalleien en trilvenen. Breed wollegras is een soort van beekdal- en blauwgraslanden. Dreps komt voor op winterrogge, -tarwe- en -gerstakkers op vochtige löss, leem en zandige klei. Glad biggenkruid komt voor op meestal zwak zure, betrekkelijk voedselarme zandgrond, zowel op leemarm als op lemig zand. Het groot spiegelklokje komt voor In rivierdalen en op zandige stroomruggen. De grote bosaardbei komt voor in lichte loofbossen op zandig klei of löss. De grote leeuwenklauw komt voornamelijk voor op graanakkers op löss, leem en zandige of zware klei. Kleine wolfsmelk komt voor in de buurt van de grote rivieren. Akkerplant van kalkhoudende klei, krijt en löss. De Karthuizer anjer staat op zonnige, warme en droge, matig voedselarme en uitgesproken stikstofarme, basenrijke en vaak kalkhoudende grond. Karwijselie komt veelal voor in terreininsnijdingen, langs beken of op hellingen. Korensla komt voor op korenvelden op kalkarme, zure zandgronden. Kenmerkend op oudere bouwlanden. Lange zonnedauw komt voor in zeer voedselarme milieus. De naakte lathyrus komt voor op graanakkers op krijt en in bermen. Het rozenkransje komt meestal voor op grazige plekken aan randen van heidevelden.

Ruw parelzaad komt voor langs rivieren, op oeverwallen en stroomruggen. Smalle raai is een soort van droge, open, zonnige, stenige standplaatsen. Spits havikskruid komt voor in glooiende weilanden en in het dal van beekjes. (verspreidingsatlas.nl).

Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is geen beschermde flora aangetroffen, gezien het een winterbezoek betrof. Daarnaast is geen geschikt habitat voor beschermde flora aangetroffen. Het plangebied bestaat gedeeltelijk uit verhard terrein (zuidelijk) en gedeeltelijk uit agrarisch (eutroof en nat) gebied (oostelijk). Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)

Bureauonderzoek Op basis van de NDFF zijn waarnemingen bekend van broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode) binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Dit zijn soorten, zoals boomklever, heggenmus, houtduif, koolmees, putter, spreeuw, tjiftjaf en winterkoning. Daarnaast zijn er waarnemingen van de bosuil, scholekster en boerenzwaluw. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn verschillende algemene broedvogels aangetroffen binnen het plangebied, zoals de kauw, koolmees, roodborst, vink, houtduif, kokmeeuw, spreeuw en boomkruiper. De kauw gebruikt de holten in een boom bij de ingang van het voetbalveld (overzijde Barnseweg) als nestlocatie. Deze boom heeft meerdere holen en is daarom geschikt voor verschillende holenbroeders. •

16

De waargenomen algemene soorten komen veelal in de nabijheid van parken, tuinen en randgebieden voor. De soorten zijn afhankelijk van bessen, zaden en/of insecten. Zij vinden ook voedsel in door mensen achtergelaten afval of worden zij bijgevoerd door mensen. Het plangebied vormt geen essentieel leefgebied voor deze soorten, gezien er voldoende alternatief in de buurt aanwezig is.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

Algemeen beschermde broedvogels zijn aanwezig binnen beide deelgebieden. Het betreft geen essentieel leefgebied. Functie: leefgebied

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat •

•

•

•

Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

Voor de bosuil, scholekster en boerenzwaluw is met name het oostelijke plangebied geschikt. Dit zijn soorten, die extra aandacht verdienen, gezien het om categorie 5 soorten gaat (boerenzwaluw en bosuil). De scholekster vertoont een landelijke negatieve trend, ook voor deze soort wordt gevraagd extra aandacht te besteden gedurende het project. De bosuil komt voor in open loofbos of gemengd bos, boerenerven, (stads)parken, groene woonwijken met oude bomen en in grote binnentuincomplexen. De aanwezigheid van oude bomen met holen en boerenerven maken beide plangebieden geschikt voor deze soort. De scholekster komt voor in natuurgebieden, boerenland en bebouwing; ontbreekt alleen in bosrijke streken en kleinschalig cultuurlandschap. Het oostelijke plangebied is geschikt voor deze soort. De boerenzwaluw broedt in open schuren en onder brede dakoverstekken, onder bruggen en incidenteel ook op andere beschutte plaatsen (vogelbescherming.nl). In het oostelijke plangebied zijn nesten van deze soort aangetroffen binnen de stallen.

Bureauonderzoek Op basis van de NDFF zijn waarnemingen bekend van broedvogels met jaarrond beschermd nest binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Dit gaat om de volgende soorten: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, roek, sperwer en steenuil. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn huismussen en een buizerd aangetroffen in het oostelijke plangebied. De eigenaresse van de boerderij gaf aan dat, zoals uit het bureauonderzoek naar voren kwam, soorten zoals de boomvalk en steenuil aanwezig zijn. •

•

• •

• • •

17

Conclusie

Huismussen zijn aanwezig binnen het oostelijke deelgebied (bebouwing/stallen en erf). Steenuil is aanwezig binnen het oostelijke deelgebied (bebouwing/stallen en erf en omgeving).

Andere broedvogels met Voor de boomvalk, buizerd, havik en sperwer, die jagen in open en halfopen jaarrond beschermd nest landschap, is geschikt habitat aanwezig, met name in het oostelijke plangebied. Deze soorten verblijven en maken de nesten vaak hoog in de kruin van bomen, zijn niet uit te sluiten of kraken nesten van andere vogels, zoals eksters en kraaien. Deze nesten zijn binnen beide niet waargenomen tijdens het veldbezoek, het plangebied is wel geschikt voor deelgebieden (oudere broedlocaties en als foerageergebied. Voor foerageergebied zijn alternatieven houtopstanden). aanwezig in de directe omgeving. De gierzwaluw komt vaak voor op dezelfde plekken waar de huismus voorkomt Voor de ooievaar dient of kwam, gezien deze soort dezelfde voorkeuren heeft voor een nestplek. De het oostelijk deelgebied soort kan voorkomen in de opstallen binnen het oostelijk deelgebied. De grote gele kwikstaart broedt en foerageert vrijwel uitsluitend aan de oevers mogelijk als foerageervan beken en rivieren, doordat dit niet aanwezig is binnen het plangebied is het gebied. Er zijn voldoende alternatieven aanwezig. voorkomen van deze soort uitgesloten. De huismus is waargenomen op één van de opstallen binnen het oostelijk deelgebied. Het nest wordt vooral gemaakt onder dakpannen, in gaten en Functie: leefgebied, kieren van gebouwen en in mussenkasten.

Is afhankelijk van de directe foerageergebied omgeving voor het vinden van voedsel. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten of kunstmatige nestgelegenheden aangetroffen van de ooievaar. Het oostelijk deelgebied dient mogelijk als foerageergebied. Er zijn alternatieven in de directe omgeving aanwezig. Binnen het plangebied zijn geen nesten van roeken aangetroffen, wel is er geschikt foerageergebied aanwezig in het oostelijke plangebied. De steenuil komt veelal voor in kleinschalige cultuurlandschappen met een variatie aan houtwallen, heggen, weitjes en knoestige bomen. De steenuil vindt zijn schuilplaatsen en broedholen met name in oude bomen, schuren en gebouwen. De opstallen in het oostelijk deelgebied zijn geschikt voor deze soort, gezien de oude eikenlaan die hier aanwezig is, kan niet uitgesloten worden dat hier geschikte holten aanwezig zijn voor de steenuil.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Grondgebonden Bureauonderzoek zoogdieren Op basis van de NDFF zijn waarnemingen bekend van grondgebonden zoogdieren binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Dit gaat om de volgende algemeen voorkomende soorten, zoals egel, haas, konijn en veldmuis. Naast algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren zijn waarnemingen van de eekhoorn bekend in de directe omgeving van het plangebied. Op basis van verspreidingsgebied kunnen marterachtigen, zoals de steenmarter, wezel, hermelijn en bunzing, voorkomen. Veldbezoek In het oostelijke plangebied is een haas waargenomen tijdens het veldbezoek. De omgeving is geschikt voor andere algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, zoals konijn, egel, veldmuis en woelmuis. •

•

Vleermuizen

Tijdens het veldbezoek zijn twee eekhoorns foeragerend waargenomen in het zuidelijke plangebied. Het oostelijke plangebied is ook geschikt voor deze soort. De eekhoorn heeft een voorkeur voor oudere (loof)bomen (>20 jaar), hierin bouwt hij zijn nest(en) en verzamelt hij zijn voedsel in de vorm van onder andere zaden, bessen, knoppen en rupsen. Voor marterachtigen, zoals steenmarter, wezel, hermelijn en bunzing zijn geschikte verblijfplaatsen aanwezig in de vorm van oude schuurtjes en rommelhoekjes in en om de boerderij in het oostelijk plangebied. Om de boerderij en opstallen heen zijn veel holen aanwezig van woel- of veldmuizen die als voedsel dienen voor marterachtigen (zoogdiervereniging.nl). Voor het overige betreft het oostelijke en het zuidelijke deelgebied generiek leefgebied (foerageren en doortrekgebied).

Bureauonderzoek Op basis van de NDFF zijn waarnemingen bekend van de gewone dwergvleermuis in de directe omgeving van het plangebied. Op basis van verspreidingsgebied kunnen soorten, zoals ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger, ook voorkomen. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn de opstallen in het oostelijk plangebied en bomen met spleten en gaten, zoals deze in het zuidelijk plangebied voorkomen, geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De lanen en overige lijnvormige elementen, zoals de waterwegen, zijn geschikt als vliegroute en foerageergebied voor verschillende soorten. •

•

18

Voor gewone dwergvleermuis zijn er geschikte verblijfplekken aanwezig in de vorm van woningen (Barnseweg) en de grotere opstallen en woning binnen het oostelijke plangebied. De lanen in beide plangebieden kunnen fungeren als vliegroute van en naar foerageergebied. De aanwezigheid van water en open landschap (weiland) maken met name het oostelijke plangebied geschikt als foerageergebied. De gewone dwergvleermuis vindt verblijfplekken uitsluitend in gebouwen en (nest)kasten. Voor laatvlieger geldt hetzelfde als voor gewone dwergvleermuis met de uitzondering dat deze grotere soort zelden in nestkasten verblijft, maar eigenlijk uitsluitend in gebouwen voorkomt. Voor ruige dwergvleermuis geldt dezelfde omschrijving als die van gewone dwergvleermuis, met de aanvulling dat deze soort zijn verblijfplek ook in bomen en andere spleten en gaten kan vinden. Als de holten groot genoeg zijn kan ook rosse vleermuis hier een verblijfplek vinden.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

Conclusie

Algemene soorten en eekhoorn zijn aanwezig binnen beide deelgebieden. Functie: leefgebied en verblijfplaatsen (eekhoorn in oudere bomen) Marterachtigen zijn niet uit te sluiten binnen beide deelgebieden. Functie: leefgebied en verblijfplaatsen (bebouwing/stallen)

Vleermuizen zijn niet uit te sluiten binnen beide deelgebieden. Functie: leef- en/of foerageergebied (langs bomen, struiken en lanen), vliegroutes (lijnvormige landschapselementen) en verblijfplaatsen (bomen met holtes en bebouwing/stallen)

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat •

Reptielen

Conclusie

De gewone grootoorvleermuis gebruikt zeer uiteenlopende soorten verblijfplaatsen. Ze worden in de zomer aangetroffen op zolders, achter betimmeringen, daklijsten en vensterluiken, in spouwmuren en onder dakpannen, in holten en spleten in bomen en in nest- en vleermuiskasten.

Bureauonderzoek Er zijn geen waarnemingen bekend van reptielen (NDFF). Op basis van verspreidingsgebied kunnen de adder, hazelworm, zandhagedis en levendbarende hagedis voorkomen. Veldbezoek Een gebrek aan (droge) heide, duinen of veen binnen het plangebied zorgt ervoor dat het voorkomen van adder, gladde slang, zandhagedis en levendbarende hagedis uitgesloten is.

Het incidenteel voorkomen van de hazelworm binnen het oostelijke deelgebied kan niet worden uitgesloten.

De hazelworm heeft een voorkeur voor enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden. Het oostelijk plangebied betreft akker- en weiland met zeer beperkt ruigte aan de randen. Hazelworm vindt hier weinig dekking en zijn daardoor gevoelig voor predatie. Incidenteel voorkomen kan niet worden uitgesloten.. Amfibieën

Bureauonderzoek Op basis van de NDFF zijn waarnemingen bekend van amfibieën binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Dit gaat om de volgende soorten: bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander.

Incidenteel kunnen er passerende amfibieën voorkomen in beide deelgebieden.

Op basis van verspreidingsgebied kunnen soorten als heikikker, kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad voorkomen. Veldbezoek Binnen beide plangebieden zijn watergangen aanwezig in de vorm van sloten (eutroof), deze zijn allemaal tamelijk smal, diep met steile oevers en geen onderwater vegetatie. Dit maakt het ongeschikt voor de meeste amfibieën op gewone pad na. Gewone pad is niet gebonden aan waterhoudend habitat en kunnen voorkomen binnen het plangebied. Het plangebied vormt geen essentieel leefgebied voor algemeen voorkomende amfibieën. Vissen

Bureauonderzoek Geen waarnemingen bekend van vissoorten binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Op basis van verspreidingsgebied kan de grote modderkruiper voorkomen.

Binnen beide deelgebieden komen geen beschermde vissoorten voor.

Veldbezoek Binnen beide plangebieden zijn watergangen aanwezig in de vorm van sloten (eutroof), deze zijn allemaal tamelijk smal, diep met steile oevers en geen onderwater vegetatie. Dit maakt het ongeschikt voor de grote modderkruiper. Overige soorten

Bureauonderzoek Het voorkomen van Geen waarnemingen bekend van ongewervelden binnen en in de directe omgeving beschermde vlinder- en van het plangebied (NDFF). Op basis van het verspreidingsgebied zou grote vos libellensoorten zijn (een dagvlinder) kunnen voorkomen, een soort van o.a. open bos, bosranden en uitgesloten binnen beide boomgaarden. deelgebieden. Veldbezoek Grote vos heeft vooral iep, maar ook zoete kers en sommige wilgensoorten als waardplant. Op basis hiervan zou de soort in de omgeving kunnen voorkomen, maar in het plangebied zelf staan deze niet. Vanwege het winterbezoek zijn verder geen in bloei staande bloemen of herkenbare waardplanten aangetroffen tijdens het veldbezoek.

19

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Conclusie

Door het ontbreken van kruidenrijk grasland of ruige bermen/oevers is verder geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde vlinders. Voor libellen is het gebied ongeschikt vanwege het ontbreken van geschikte vegetatie in en op de rand van de watergangen (vlinderstichting.nl).

3.3

Effectbeschrijving

Op basis van de resultaten uit paragraaf 3.2 is in Tabel 2 per soort(groep) een beschrijving gegeven van mogelijke effecten als gevolg van het voornemen. Daarbij is nog geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze beoordeling is bepaald óf en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze zijn beschreven in paragraaf 3.5. Tabel 2 Effecten per soortgroep als gevolg van werkzaamheden Soortgroep Mogelijke effecten Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)

Broedvogels kunnen in beide deelgebieden broeden. Het verwijderen van bomen en struiken ten tijde van het broedseizoen kan leiden tot het doden van vogels, jongen en/of vernietigen van eieren en/of een nestplek.

Toetsing vereist? Ja, voor effect op generiek broed- en leefgebied

Voor categorie 5 soort, zoals de boerenzwaluw, verdwijnen nestplekken indien bebouwing wordt gesloopt, maar dit is niet aan de orde. Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

De werkzaamheden leiden door aantasting van leefgebied mogelijk tot het verstoren of ongeschikt maken van verblijfplaatsen van steenuil (oostelijk deelgebied).

Ja, voor effect op steenuil territorium

De kap van een rij jonge essen en een enkele jonge berk langs de Barnseweg ter plaatse van de parkeerplaats leidt niet tot verlies van nesten van boomvalk, buizerd, havik en/of sperwer. Deze boompjes zijn ongeschikt voor nesten van deze soorten. Aangezien er geen gebouwen worden gesloopt, is er geen effect op verblijfplaatsen van gierzwaluw en huismus. Algemene grondgebonden zoogdieren

Mogelijk komen algemene grondgebonden zoogdieren voor in beide deelgebieden. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen verblijfplaatsen verwijderd worden en kunnen dieren verstoord, verwond of gedood worden.

Ja, maar vrijstelling

Eekhoorn

De kap van een rij jonge essen en een enkele jonge berk langs de Barnseweg ter plaatse van de parkeerplaats leidt niet tot verlies van nesten (of leefgebied) van eekhoorn. Deze boompjes zijn ongeschikt voor nesten van eekhoorn.

Nee

Marterachtigen

De werkzaamheden in het oostelijk deelgebied leiden mogelijk tot verstoring van generiek leefgebied van marterachtigen, zoals de bunzing, steenmarter, wezel en hermelijn. Door de aanlegwerkzaamheden wordt generiek leefgebied verstoord. In de nieuwe situatie wordt aantrekkelijk leefgebied aangelegd (houtsingels, poelen).

Nee

Aangezien er geen gebouwen worden gesloopt of andere werkzaamheden op het boerenerf plaatsvinden, is er geen sprake van het doden van dieren of het vernielen van verblijfplaatsen.

20

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Vleermuizen

De kap van een rij jonge essen en een enkele jonge berk langs de Ja Barnseweg ter plaatse van de parkeerplaats leidt niet tot verlies van een vliegroute of essentieel foerageergebied. De parallelle rijen met grote bomen blijven behouden en de jonge boompjes worden vervangen door een haag. De permanente verlichting blijft gelijk. Mogelijk zorgt tijdelijke werkverlichting voor verstoring van vliegroute en/of foerageergebied. Het leefgebied (vliegroute en foerageergebied) blijft ongewijzigd functioneren.

Amfibieën

De werkzaamheden leiden mogelijk tot verstoring, verwonden en doden van algemene amfibieën (gewone pad).

Ja, maar vrijstelling

Reptielen

Hazelworm kan incidenteel voorkomen. De werkzaamheden in het oostelijk deelgebied leiden mogelijk tot verstoring, verwonden en doden van een incidenteel voorkomende hazelworm, maar de kans hierop is verwaarloosbaar.

Nee

21

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

3.4

Toetsing

3.4.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

In onderstaande tabel is per soort/soortgroep opgenomen tot welke beschermingscategorie deze behoort: Tabel 3 Beschermingscategorie van de relevante soorten

Beschermingscategorie

Soort/ soortgroep

Vogelrichtlijn

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)

Habitatrichtlijn

Vleermuizen

Andere soorten zonder vrijstelling

N.v.t.

Andere soorten met vrijstelling

Algemene grondgebonden zoogdieren, algemene amfibieën

Er geldt binnen de provincie Gelderland een vrijstelling voor de binnen de plangebieden algemeen voorkomende soorten (zie Bijlage A). Deze zijn hieronder daarom niet meegenomen. Voor deze soorten geldt de zorgplicht (zie verder in paragraaf 3.5.2).

3.4.2

Overtreding verbodsbepalingen

In de onderstaande tabellen is per soort(groep) op basis van de effectbeschrijving in de vorige paragraaf aangegeven welke verbodsbepalingen van de Wnb kunnen worden overtreden als gevolg van de werkzaamheden. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze toetsing is bepaald óf en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze zijn beschreven in de volgende paragraaf. Tabel 4 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.1 ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn.

Soort Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode) Broedvogels (nest jaarrond beschermd): steenuil

Lid 1

Lid 2

X

X

Lid 3

Lid 4

Als gevolg van

X

Kappen van jonge bomen, verwijderen van struweel (zuidelijk deelgebied) en ruigte (oostelijk deelgebied) en grondwerkzaamheden

X

Werkzaamheden in essentieel leefgebied (oostelijk deelgebied)

Het is verboden om: Lid 1: te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; Lid 3: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; Lid 4: opzettelijk te verstoren; Lid 5: Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Voor broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode) zijn de werkzaamheden, zoals het kappen van bomen, niet van invloed op de staat van instandhouding als buiten het broedseizoen gewerkt wordt. Tijdens en na de werkzaamheden zijn in de omgeving voldoende uitwijkmogelijkheden.

22

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Tabel 5 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.5 ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn.

Soort

Lid 1|5

Vleermuizen

Lid 2

Lid 3

X

Lid 4

Lid 5

Als gevolg van Tijdelijke verlichting werkplekken

Het is verboden om: Lid 1: opzettelijk te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk te verstoren; Lid 3: eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen; Lid 4: voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Lid 5: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Vleermuizen kunnen de bomen binnen het plangebied gebruiken als foerageergebied en vliegroute. Het kappen van de jonge bomen verstoort geen rust- of voortplantingsplaatsen. Wel kan door gebruik van aanvullende werkverlichting in het actieve seizoen leiden tot verstoring van foerageergebied en vliegroute.

3.5

Vervolg

In deze paragraaf is een aantal vervolgstappen beschreven. Het gaat hierbij om soortgericht onderzoek waar mogelijk maatregelen uit volgen, mitigerende maatregelen waarvan al bekend is dat deze genomen moeten worden en zorgplichtmaatregelen.

3.5.1

Soortgericht onderzoek

Op basis van de quickscan kan de aanwezigheid van een aantal beschermde soorten/soortgroepen niet worden uitgesloten. Omdat bij uitvoering van de werkzaamheden sprake kan zijn van overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb, dient nader onderzoek te worden uitgevoerd voordat beoordeeld kan worden of negatieve effecten uitgesloten kunnen worden en welke maatregelen noodzakelijk zijn. Er dient vervolgonderzoek plaats te vinden naar de volgende soorten: • Broedvogels met jaarrond beschermd nest: steenuil  onderzoek heeft in 2021 plaatsgevonden; steenuil territorium vastgesteld en mitigatieplan opgesteld.

3.5.2

Mitigerende maatregelen

Op basis van de quickscan is de aanwezigheid van een aantal beschermde soorten niet uit te sluiten. Omdat bij uitvoering van de werkzaamheden sprake kan zijn van overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb, moeten maatregelen genomen worden. De te nemen maatregelen per soort worden hier behandeld. Algemene maatregelen (zorgplicht) De Wnb kent een algemene zorgplicht (Artikel 1.11 Wnb). Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige beschermde en niet-beschermde soorten planten en dieren moet worden omgegaan. Hiervoor moeten de volgende maatregelen worden genomen: • Maai en/of snoei voorafgaand aan de werkzaamheden de nog aanwezige vegetatie in het werkgebied kort en houd deze kort totdat de werkzaamheden zijn afgerond. Hierdoor wordt het voor grondgebonden zoogdieren minder aantrekkelijk om te verblijven in deze zone tijdens de werkzaamheden. Houd hierbij wel rekening met het broedseizoen. • Voer de werkzaamheden rustig uit en op een dusdanige manier dat dieren niet ingesloten raken. Op deze manier zijn dieren in de gelegenheid om te vluchten naar andere leefgebieden. • Bij werkzaamheden aan de watergang: Voer de werkzaamheden in het natte profiel niet uit als ijs op het water ligt en ook niet bij warme dagen. De luchttemperatuur moet boven het vriespunt liggen en er mag geen ijs aanwezig zijn. De watertemperatuur moet beneden de 25°C liggen.

Maatregelen voor broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode) •

23

Voer werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

• •

Als het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden. Als werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn.

Maatregelen voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten (boombroeders: boomvalk, buizerd, havik en sperwer) • De te kappen jonge bomen langs de Barnseweg ter hoogte van de parkeerplaats zijn niet geschikt als nestplaats voor deze soorten. Het is voorafgaand aan het kappen van bomen echter altijd verstandig om een controleonderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten uit te voeren. Geadviseerd wordt om deze controle tussen december en april uit te voeren wanneer er geen blad aan de bomen zit. • Als toch nesten aanwezig zijn in of nabij te kappen bomen, dienen voor het aantonen van de af- of aanwezigheid van jaarrond beschermde broedvogels twee tot vier gerichte veldbezoeken overdag, na zonsopkomst, plaats te vinden in de periode maart tot en met half mei, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Nader onderzoek naar en maatregelen voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten (gebouwbewonend: steenuil) • •

Bij het verstoren en/of aantasten van mogelijk territorium van steenuil is het noodzakelijk om vervolgonderzoek te doen naar de aanwezigheid. Voor het aantonen van de af- of aanwezigheid van steenuil dienen drie gerichte veldbezoeken uitgevoerd te worden in de periode van 1 februari tot en met 30 april, waarbij er minimaal één maand zit tussen het eerste en het laatste bezoek.

 Onderzoek heeft in 2021 plaatsgevonden; steenuil territorium vastgesteld en mitigatieplan opgesteld. Maatregelen voor vleermuizen • Bij het kappen van bomen met geschikte holtes is het noodzakelijk om vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen en van vleermuizen beschermde verblijfplekken uit te voeren. Er worden enkel jonge bomen zonder holtes gekapt ter hoogte van de parkeerplaats. De parallel aanwezige grotere bomenrijen maken dat aanwezig foerageergebied en vliegroute behouden blijven. • Om effecten door verstoring te voorkomen: werk tussen zonsopkomst en zonsondergang. Mogelijke verlichting en bouwlampen dienen naar beneden te worden gericht, van vliegroutes af.

24

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

4

Conclusie

Op basis van deze quickscan is vastgesteld dat binnen beide deelgebieden en de directe omgeving beschermde soorten van de Wet natuurbescherming (kunnen) voorkomen. Het gaat om algemene broedvogels, broedvogels met een jaarrond beschermd nest, vleermuizen, marterachtigen, algemeen grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Op basis van het actuele inrichtingsplan en het toepassen van mitigerende maatregelen en rekening te houden met de zorgplicht (zie vorige paragraaf) worden negatieve gevolgen voor beschermde soorten voorkomen of beperkt. Het toepassen van deze maatregelen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is niet vrijblijvend. Effecten op vleermuizen worden op basis van het actuele inrichtingsontwerp en algemene maatregelen ten aanzien van verlichting tijdens de uitvoering uitgesloten. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Effecten op algemene broedvogels, algemeen grondgebonden zoogdieren en incidenteel voorkomende marterachtigen, reptielen en amfibieën worden op basis van het actuele inrichtingsontwerp en algemene maatregelen ten aanzien van de zorgplicht uitgesloten. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Voor broedvogels met jaarrond beschermd nest (steenuil) is op basis van soortgericht onderzoek een mitigatieplan opgesteld (Arcadis, 2023). Voor het borgen van de kwaliteit en de uitvoering van maatregelen uit het mitigatieplan wordt een ontheffing aangevraagd.

De insteek is om een ‘positieve weigering’ op de ontheffingsaanvraag te krijgen.

25

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Bijlage A Wettelijk kader Wet natuurbescherming

Gebiedsbescherming Algemeen Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/aangemeld. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld om zorg te dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten, waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden, centraal. De wet biedt verschillende instrumenten om deze instandhoudingsdoelstellingen te realiseren: • Het treffen van instandhoudingsmaatregelen. • Het treffen van passende maatregelen om te voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechtert of soorten verstoord worden. • Beoordelingsplicht voor plannen, projecten en andere handelingen die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden.

Voor projecten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht. • Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat -gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied- de kwaliteit van de natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten, waarvoor dat gebied is aangewezen (art 2.7 lid 2). Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend nadat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art 2.7 lid 3 onder a en art 2.8 lid 1). Een uitzondering is een project dat een herhaling of voortzetting is van een ander project, of deel uitmaakt van een ander plan, waarvoor al een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe gegevens op inzichten op kan leveren (art 2.8 lid 2). De vergunning voor een project wordt alleen verleend wanneer zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast en de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar worden gebracht, dit geldt ook voor externe werking3.

Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alternatieve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (art 2.8 lid 4). Habitatrichtlijn De Habitatrichtlijn heeft tot doel bij te dragen aan het waarborgen van de biologische diversiteit door het in stand houden van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (uitgezonderd vogels) op het Europese grondgebied van de lidstaten, waarop de richtlijn van toepassing is. De richtlijn onderscheidt daarbij te beschermen gebieden en te beschermen soorten. Vogelrichtlijn De Vogelrichtlijn bestaat uit een lijst van zeldzame of bedreigde vogelsoorten. De leefgebieden en belangrijke overwinteringsgebieden voor deze soorten worden aangewezen als speciale beschermingszones (Vogelrichtlijngebieden).

3 De nadelige invloed van activiteiten buiten een Natura 2000-gebied op natuurwaarden binnen het Natura 2000-gebied.

26

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Soortbescherming Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden. De wet is in de plaats gekomen van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet is ingedeeld in hoofdstukken en kent een algemeen deel (hoofdstuk 1), delen over Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2), soorten (hoofdstuk 3), houtopstanden, hout en houtproducten (hoofdstuk 4), verder delen die gaan over vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen (hoofdstuk 5), financiële bepalingen (hoofdstuk 6), handhaving (hoofdstuk 7), overige bepalingen (hoofdstuk 8) en tot slot een beschrijving van het overgangsrecht (hoofdstuk 9) en een beschrijving van de wijziging van overige wetten (hoofdstuk 10). In de navolgende paragrafen is een samenvattende beschrijving van de voor dit rapport relevante delen van de wet gegeven. De Wnb kent een algemene zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen om schade aan soorten te voorkomen, ook voor soorten die niet beschermd zijn (art 1.11, lid 1). Dit houdt in ieder geval in dat handelen of nalaten van handelen, dat schadelijk kan zijn, zoveel mogelijk achterwege gelaten dient te worden (art 1.11, lid 2). Deze algemene zorgplicht geldt altijd en overal, met slechts als uitzondering handelingen die op grond van de Visserijwet worden uitgevoerd (art 1.11, lid 3).

Categorieën De wet maakt onderscheid in drie categorieën van beschermde soorten, namelijk: 1. Soorten Vogelrichtlijn (Wnb paragraaf 3.1) 2. Soorten Habitatrichtlijn (Wnb paragraaf 3.2) 3. Andere soorten (Wnb paragraaf 3.3) Soorten Vogelrichtlijn Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, zijn in Nederland beschermd. De soorten van artikel 1 van Vogelrichtlijn zijn alle vogelsoorten die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de EU voorkomen. Het deel daarvan, dat van nature in Nederland voorkomt, is dus beschermd (art. 3.1 lid 1). Soorten Habitatrichtlijn In deze categorie vallen alle in het wild levende dieren, zoals genoemd in: a. bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn; b. bijlage II bij het Verdrag van Bern; c. bijlage I bij het Verdrag van Bonn (art. 3.5 lid 1); en (in hun natuurlijke verspreidingsgebied) planten van soorten, genoemd in: d. bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn; e. bijlage I bij het Verdrag van Bern (art. 3.5, lid 5); Het gaat hierbij dus om meer dan alleen de soorten van de Habitatrichtlijn (namelijk ook soorten van de conventies van Bern en Bonn). Omdat echter in de Wnb paragraaf 3.2 ‘soorten Habitatrichtlijn’ als titel heeft, wordt dit ook hier zo gebruikt om deze groep van beschermde soorten aan te duiden.

Andere soorten Naast de soorten, waarvan de bescherming op Europees niveau verplicht is gesteld, is er ook een aantal soorten op nationaal niveau beschermd. Dit is dus een ‘nationale kop’ op de Europese bescherming. Het gaat hierbij om soorten, die zeer zeldzaam en/of bedreigd zijn, en waarvan het duurzaam voortbestaan niet is verzekerd als geen beschermingsmaatregelen worden getroffen. De soorten waar het om gaat zijn opgenomen in de bijlage bij de wet (art. 3.10, lid 1 onder a en c).

27

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Verbodsbepalingen Ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art. 3.1 lid 1), het opzettelijk vernielen van nesten, rustplaatsen en eieren (art. 3.1 lid 2), het rapen of onder zich hebben van eieren (art. 3.1 lid 3) en het opzettelijk storen van vogels (art. 3.1lid 4). Het verbod tot opzettelijk storen geldt niet in het geval de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (art. 3.1 lid 5). Ten aanzien van de soorten van de Habitatrichtlijn beschermde diersoorten verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art 3.5 lid 1), het opzettelijk verstoren (art 3.5 lid 2), het opzettelijk vernielen of rapen van eieren (art 3.5 lid 3) en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.5 lid 4). Ten aanzien van de Europees beschermde plantensoorten verbiedt de wet het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen (art 3.5 lid 5). Ten aanzien van de andere beschermde diersoorten geldt slechts een verbod tot het opzettelijk doden of vangen (art 3.10 lid 1 onder a) en het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.10 lid 1 onder b).

Ten aanzien van de andere beschermde plantensoorten geldt een verbod tot opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen (art 3.10 lid 1 onder c).

Gedragscodes, vrijstellingen en ontheffingen Gedragscode De in het voorgaande beschreven verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd volgens een door de minister van LNV vastgestelde gedragscode (art. 3.31 lid 1). Het moet dan gaan om handelingen die plaatsvinden in het kader van: • een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; • een bestendig gebruik; • ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Vrijstelling Provinciale staten en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) kunnen vrijstelling verlenen van de verbodsbepalingen (art 3.3 lid 2-4; 3.8 lid 2-5, 3.10 lid 2). Voor zover het gaat om de hiervoor beschreven verbodsbepalingen, kan in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting een ontheffing worden verleend van de verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 en 3.10, dus ten aanzien van alle beschermde soorten. Een vrijstelling mag alleen worden verleend wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deze zijn gelijk aan de voorwaarden, waaronder een ontheffing verleend kan worden (zie hier onder).

Voor welke soorten een vrijstelling geldt, verschilt per bevoegd gezag (ministerie van LNV en de afzonderlijke provincies). De lijst met vrijgestelde soorten van het ministerie is alleen van toepassing op handelingen, waarvoor de minister van LNV het gevoegd gezag is. Voor handelingen, waarvoor gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn, geldt de vrijstellingslijst van de betreffende provincie. De provincie Gelderland heeft in 2020 een algemene vrijstelling verleend voor onderstaande soorten; Zoogdieren

Amfibieën

•

Aardmuis

•

Huisspitsmuis

•

Bruine kikker

•

Bosmuis

•

Ondergrondse woelmuis

•

Gewone pad

•

Dwergmuis

•

Ree

•

Meerkikker

•

Dwergspitsmuis

•

Rosse woelmuis

•

Kleine watersalamander

•

Egel

•

Tweekleurige bosspitsmuis

•

Middelste groene kikker

• •

Gewone bosspitsmuis Konijn

• •

Veldmuis Vos

•

Haas

•

Woelrat

28

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5802:1 - Datum: 29 januari 2024 - Confidential

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA VOETBALVELDEN SDVB

Ontheffing Voor soorten, waarvoor (in de betreffende provincie) geen vrijstelling geldt, moet wanneer niet volgens een gedragscode wordt gewerkt een ontheffing worden aangevraagd wanneer er een handeling wordt uitgevoerd, waardoor een verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wnb wordt overtreden (art 3.3 lid 1,3; 3.8 lid 1,3, 3.10 lid 2). Of deze ontheffing kan worden verleend, hangt af of voldaan wordt aan de voorwaarden. De voorwaarden, waaraan moet worden voldaan, verschillen per categorie. De eerste eis die wordt gesteld, is dat er geen andere bevredigende oplossing mag zijn. Dat betekent -ook in combinatie met de in artikel 1.11 beschreven zorgplicht- dat wanneer een overtreding redelijkerwijs te voorkomen is, een ontheffing niet mogelijk is. De werkzaamheden moeten dan op zodanige wijze worden uitgevoerd, dat er geen overtreding van de wet plaatsvindt. Te denken valt aan het kappen van bomen buiten het broedseizoen of het afzetten van en het wegvangen van soorten in het werkgebied. Verder kan een ontheffing alleen worden verleend wanneer is aangetoond dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Daarnaast gelden er per categorie verschillende aanvullende voorwaarden. Voor soorten van de Vogelrichtlijn kan alleen een ontheffing worden verleend in het geval van (art 3.3 lid 4): 1.

het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2. het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3. voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4. bescherming van flora of fauna; 5. onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; 6. het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan. Voor soorten van de Habitatrichtlijn kan alleen een ontheffing worden verleend in het geval van (art 3.8 lid 5): 1. het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2. voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3. het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4. onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten: 5.

het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Voor de andere beschermde soorten gelden de voorwaarden die gelden voor de overige Europees beschermde soorten, aangevuld met het volgende (art 3.10 lid 2): 1. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied. 2. Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen. 3. Ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden. 4. Ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren. 5. In het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw. 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=b289b65e-9ec8-4428-a6e8-4c139d10e255