Barneveld-Centrum 2022_Toelichting_Bijlage 4 Nota Zienswijzen
Tekst van het document
In plaats van een dakhelling geldt in het ontwerpplan een maximum bouwhoogte. Dit vanwege uniformiteit in de standaardregels voor alle bestemmingen. De bouwhoogte is in het ontwerpbestemmingsplan “Barneveld-Centrum 2022” drie meter hoger dan de maximum goothoogte. Dit is ingegeven vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Het bouwvlak in het ontwerp is gelijk aan het bouwvlak in het geldende bestemmingsplan “Barneveld-Centrum”. De goot- en bouwhoogten zijn in het ontwerpbestemmingsplan voor deze locatie bepaald op 12 meter goothoogte en 15 meter bouwhoogte. Gelet op de zienswijze wordt de goot- en bouwhoogte enigszins aangepast in het vast te stellen plan. Daar waar hoger gebouwd is dan het ontwerpbestemmingsplan aangeeft, zijn de hoogten aangepast aan de verleende vergunning uit 1993. Dit heeft tot gevolg dat het
Nota Zienswijzen bestemmingsplan Barneveld-Centrum 2022
pagina 20 van 31
middengedeelte een hogere goot- en bouwhoogte krijgt, te weten: 14 goothoogte en 15 meter bouwhoogte. Voor het overige blijven de hoogten gelijk. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 13.
De eigenaar van de percelen: Van Zuijlen van Nieveltlaan 75
Datum ontvangst: 20 juli 2023 Datum dagtekening: 19 juli 2023 Registratienummer: 1217819
a. Zienswijze De vestiging van AgruniekRijnvallei (hierna: AR) wordt aan de Van Zuijlen van Nieveltlaan gebruikt als productielocatie. Op deze locatie worden in hoofdlijnen drie activiteiten verricht (1. op- en overslag van diverse goederen zonder verdere bewerken, 2. diervoederfabriek (verwerken van grondstoffen tot diervoeder) en 3. de Welkoop winkel). In 1900 is de productielocatie gestart en is al meer dan 35 jaar toonaangevend op het gebied van specialistische productie van pluimveevoeders. Op de locatie is het van groot belang dat er geïnnoveerd kan blijven worden. Het verzoek in het voorontwerp om (ver)bouwen/uitbreiding op het terrein mogelijk te maken in het bestemmingsplan is niet meegenomen. In het ontwerpplan zijn de mogelijkheden ingeperkt door een lagere bedrijfscategorie toe te staan op de locatie dan op dit moment toegestaan en feitelijk aanwezig is en blijft. AR is een categorie 4.2 bedrijf. In de Staat van bedrijfsactiviteiten staat een overzicht van de bedrijven die binnen deze categorieën passen. In het vigerende plan is voor een groot gedeelte de categorie ‘veevoederfabrieken, mengvoeder, pc >=100 t/u’ toegekend. Dit zorgt er mede voor dat nevenactiviteiten die plaatsvinden en ook onder een andere categorie vallen, zoals de overslag vanaf het spoor, ongeacht om welke stoffen het gaat, passend zijn binnen het vigerende bestemmingsplan.
In het ontwerpplan is dit niet meer mogelijk omdat categorie 4.2 niet meer is toegestaan aan de locatie. Enkel bedrijfsactiviteiten tot en met 3.2 worden nog toegestaan. De overslag vanaf het spoor komt in de Staat van bedrijfsactiviteiten niet terug. Verder ontbreekt een omschrijving van de activiteiten die plaatsvinden binnen het bedrijf in de regels van het bestemmingsplan. Dit brengt rechtsonzekerheid met zich mee. AR wil de huidige toegestane en van toepassing zijnde bedrijfscategorie 4.2 behouden, en verzoekt de bestaande categorie te behouden. Op 27 september 2023 heeft er een gesprek plaatsgevonden met enkele medewerkers van de gemeente waarin de zienswijze nader is toegelicht door AR. Gemeentelijke reactie AR is een veevoederfabriek met een milieucategorie van 4.2 en alles dat aan een veevoederfabriek gerelateerd is, is toegestaan. Dit is inclusief activiteiten in het kader van de het spoor voor zover ten dienste van de veevoederfabriek (aanvoeren van grondstoffen). Overslag van andere producten die niet ten dienste staan van de veevoederfabriek zijn niet toegestaan. Dat wat niet gerelateerd is aan een veevoederfabriek staan we niet toe (alles wat hoger dan milieucategorie 3.2 is niet toegestaan). Het is niet de bedoeling dat AR andere vormen van zware bedrijvigheid gaat verrichten qua milieucategorie 4.2.
Wel zijn ter plaatse de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bedrijf van categorie 2 tot en met categorie 3.2' hebben, bedrijven van categorie 2 tot en met categorie 3.2 toegestaan die in bijlage 5 Staat van Bedrijfsactiviteiten Bedrijventerrein van het bestemmingsplan zijn genoemd.
Nota Zienswijzen bestemmingsplan Barneveld-Centrum 2022
pagina 21 van 31
In het geldende bestemmingsplan “Barneveld-Centrum” wordt in de staat van bedrijfsactiviteiten overslagstations genoemd. Wanneer we naar de verbeelding van het bestemmingsplan “Barneveld-Centrum” kijken, is daarop te zien dat het gedeelte waar het spoor ligt voor een groot gedeelte de functieaanduiding ‘bedrijf van categorie 2’ heeft. Een overslagstation heeft een milieucategorie van 4.2. Op onderstaande afbeelding is te zien waar milieucategorie 2 geldt. Ten zuiden daarvan geldt de specifieke aanduiding ‘bedrijf van categorie 3.1 tot en met categorie 4.2’ en daar mag volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten een overslagstation met een milieucategorie van 4.2 aanwezig zijn.
Afbeelding: begrenzing milieucategorie 2 (bestemmingsplan “Barneveld-Centrum”) Het bestemmingsplan “Barneveld-Centrum 2022” wordt voor wat betreft de begrenzing tussen de milieucategorie 2 én ‘milieucategorie 3.1 tot en met 4.2.’ op dit punt niet gewijzigd. Wel is in het ontwerpbestemmingsplan de aanduiding ‘categorie 3.1 tot en met categorie 4.2’ (uit het vigerende bestemmingsplan “Barneveld-Centrum”) gewijzigd naar ‘categorie 2 tot en met categorie 3.2’, waarbij we de veevoederfabriek specifiek hebben aangeduid als zijnde ‘specifieke vorm van bedrijf – veevoederfabrieken, mengvoeder’. Wanneer er activiteiten op het spoor plaatsvinden is dit ten dienste van de veevoederfabriek. Dit hoeft in onze optiek niet afzonderlijk aangeduid te worden omdat dit dan past binnen de bedrijfsactiviteiten. Ruimtelijk gezien achten we het niet wenselijk, zoals het ook in de visie voor dit gebied is aangegeven (hierin is de onderhavige locatie aangeduid als transformatiegebied) dat andere vormen van zware bedrijvigheid zich vestigen op deze locatie. Wel hebben we de aanduiding aangepast. De aanduiding (in het ontwerpplan) ‘specifieke vorm van bedrijf veevoederfabrieken, mengvoeder, p.c. >=100 t/u’ is gewijzigd in: ‘specifieke vorm van bedrijf - veevoederfabrieken, mengvoeder’ (in het vast te stellen plan). Daarmee is ook een veevoederfabriek met een lagere productie positief bestemd.
In het gesprek van 27 september 2023 heeft AR aangegeven dat in de toekomst mogelijk andere stoffen dan diervoeder worden getransporteerd over het spoor. Modal shift werd als kans gezien om ook andere stoffen over spoor te gaan vervoeren. Onder meer zijn op 27 september 2023 humane (grond)stoffen, stoffen voor voedselbedrijven met oliën (met tankwagen overpompen), denk aan zonnebloemolie en vloeistof in het kader van
Nota Zienswijzen bestemmingsplan Barneveld-Centrum 2022
pagina 22 van 31
isolatiemateriaal ten behoeve sandwichpanelen, ter sprake gekomen. AR wenst geen overslag van containers of overslag waarvoor kranen noodzakelijk zijn. Er heeft in het najaar van 2023 een gesprek met de provincie plaatsgevonden over modal shift zoals toegezegd in het gesprek van 27 september. De conclusie is dat we op deze plek niet willen gaan inzetten op de versterking van modal shift. Dit strookt niet met de verstedelijkingsambities. Het is ook geen geschikte plek voor op- en overslag, maar het huidige gebruik kan wel worden voortgezet. Dit is gerelateerd aan de veevoederfabriek en is passend. AR gebruikt het spoor af en toe voor op- en overslag, maar als gemeente willen we - gelet op de ambities zoals verwoord in de Omgevingsvisie Barneveld Centrum - geen ruimte bieden aan verdere intensivering van op- en overslag. Dit voorgaande leidt niet tot aanpassing van het plan. Het huidige gebruik op de locatie van AR is ten dienste van de veevoederfabriek. Hetgeen nu qua activiteiten plaatsvindt op het spoor staat ten dienste van de veevoederfabriek en is passend. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. b. Zienswijze Vanwege de enkele aanduiding als veevoederfabriek (zonder categorie 4.2 specifiek toe te staan op de locatie) is onduidelijk welke richtafstanden gaan gelden voor nieuwe initiatieven in de nabijheid van de percelen van AR.
Voor nieuwe woningbouwlocaties wordt mogelijk een verkeerde afstand gehanteerd, hetgeen consequenties kan hebben voor de bedrijfsvoering van AR. Dit ziet voor AR op geluid, geur en externe veiligheid. Geluid: Ten aanzien van het aspect geluid is er een geluidszone opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Ruimtelijke ontwikkelingen in het gemengd gebied rond de categorie 3.2 bedrijfsactiviteiten hoeven maar een afstand van 50 meter aan te houden. Dit strookt niet met de bestaande activiteiten, deze worden ingeperkt en AR betwijfelt of er wel voldoende bescherming van een goed woon- en leefklimaat wordt geboden. Geur: Het aspect geur als gevolg van industriële activiteiten blijft buiten beschouwing, er wordt slechts ingegaan op agrarische geurhinder. Bij de productie van veevoeder ontstaat geur, dit is voor deze bedrijfstak een belangrijk onderwerp. Doordat de geur als gevolg van veevoederproductie via schoorstenen op hoogte vrijkomt, zijn voor de beoordeling van geur de richtafstanden niet enkel toereikend. Hiervoor is het noodzakelijk om de geurcontouren te bepalen die het gevolg zijn van de vergunde productieactiviteiten. Hierbij zal niet alleen de bestaande bebouwing moeten worden getoetst, maar een aanvaardbaar hinderniveau moet ook gewaarborgd worden bij alle nieuwe in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte geurgevoelige objecten.
Ongeacht of deze daadwerkelijk gerealiseerd worden, dit moet vooraf aan vaststelling van een bestemmingsplan worden getoetst. Externe veiligheid: bij de inperking van bedrijfsactiviteiten op het perceel van AR tot categorie 3.2, is met betrekking tot deze inperking het aspect externe veiligheid ten onrechte niet nader beschouwd. In het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat er geen opslag en gebruik van gevaarlijke stoffen plaatsvindt binnen het plangebied. Binnen de productielocatie van AR zijn mengsels van grondstoffen aanwezig die geclassificeerd zijn als gevaarlijke stoffen. Verder zijn maatregelen genomen om het ontstaan en de gevolgen van een stofexplosie te beheersen. Door de onzekerheden met betrekking tot de richtafstanden brengt dit rechtsonzekerheid met zich mee voor AR. Voor vaststelling van het
Nota Zienswijzen bestemmingsplan Barneveld-Centrum 2022
pagina 23 van 31
bestemmingsplan moet de impact wel getoetst worden, tevens omdat bebouwing dichter bij de locatie mogelijk wordt gemaakt door de inperking van de bedrijfscategorie. Deze aspecten zijn onvoldoende uitgewerkt in het ontwerpbestemmingsplan en dit dient te worden aangepast. Gemeentelijke reactie In artikel 5.1 onder c van de regels van het bestemmingsplan is aangegeven dat bij deze ‘specifieke vorm van bedrijf - veevoederfabrieken, mengvoeder’ een maximale milieucategorie 4.2 hoort. Daarmee is voldoende duidelijk welke richtafstanden gehanteerd moeten worden. In de regels staat aangegeven welke SBI-code (2008) geldt. Dat is hier 1091, nr. 6. Hierbij horen de afstanden van geur van 300 meter, stof 100 meter, geluid 300C en voor gevaar 50 meter. De grootste afstand is 300 meter. Dat de milieucategorie 4.2 zelf niet op de verbeelding staat maar in de regels zelf staat, maakt niet uit bij het beoordelen van nieuwe woningbouwlocaties in de omgeving. De aanduiding voor het specifieke bedrijf is op de verbeelding weergegeven. Voor een milieucategorie 3.2 bedrijf gelden overigens ook richtafstanden, dit is gekoppeld aan de specifieke bedrijfsactiviteit. Geluid Een geluidzone is een ruimtelijk instrument om de scheiding tussen woningen en bedrijven te borgen. Buiten de zone is een geluidbelasting van minder dan 50 dB(A) geborgd. Er is dan dus sprake van een goed woon- en leefklimaat.
Binnen de zone is er onder voorbehoud woningbouw mogelijk. De geluidbelasting mag niet meer bedragen dan 55 dB(A). Ook dan is een goed woon- en leefklimaat nog geborgd. Bij deze 55 dB(A) en de verplichte minimale gevelwering van 20 dB uit het Bouwbesluit borgt dat de binnenwaarde van 35 dB(A) wordt behaald. Binnen het bedrijventerrein mogen geen woningen worden gebouwd. Ongeacht de richtafstanden wordt het speciale vestigingsklimaat van grote lawaaimakers bewaakt door de aanwezigheid van de geluidzone. Deze zone geeft voldoende bescherming voor de activiteiten van AR. Tevens wordt met dezelfde zonering ook het woon- en leefklimaat van woningen beschermd. Wel wordt de toelichting (hoofdstuk 5.11) aangevuld met een kopje ‘Bedrijventerrein ‘De Rijnvallei’ (en omgeving). Externe veiligheid Voor een veevoederfabriek waarbij hier sprake van is, geldt een richtafstand voor gevaar van 50 meter. Binnen deze 50 meter zijn geen nieuwe ontwikkelingen voorzien voor woningbouw. AR is geen BEVI-inrichting. De veevoederfabriek komt ook niet voor op de risicokaart en de signaleringskaart. Doordat het niet op de kaarten voorkomt, is dit bedrijf niet direct Externe Veiligheid (hierna: EV) gerelateerd. Er behoeft daarom geen beoordeling EV plaats te vinden. Maatregelen en regels tegen stofexplosie volgen uit de ATEX (Franse benaming ATmosphères EXplosibles) en de arbowetgeving.
Deze wetgeving volstaat om risico’s te beperken. Al met al geeft dit dus geen aanleiding tot onderzoek op gebied van EV. Uit navraag bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (hierna: ODRN) blijkt dat ook de ODRN in de milieuvergunning alleen verwijst naar de ATEX in geval van stofexplosie. Wel wordt de toelichting (hoofdstuk 5.11) aangevuld. Geur Wanneer een bestemmingsplan nieuwe geurgevoelige objecten mogelijk zou maken binnen de geurcontour van AR, dan zou hier een toetsing aan moeten plaatsvinden. Op
Nota Zienswijzen bestemmingsplan Barneveld-Centrum 2022
pagina 24 van 31
bestaande geurgevoelige objecten hoeft dat niet. Deze zijn in het kader van het bestemmingsplan al getoetst (bij de situatie dat een bestemmingsplan een nieuwe geurgevoelig object mogelijk maakt) of deze zijn getoetst in het kader van de vergunning van AR. Hiervoor hoeft niet opnieuw getoetst te worden. Wel wordt de (hoofdstuk 5.11) aangevuld. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan (regels en verbeelding) aan te passen, wel vindt er een aanvulling in de toelichting plaats. c. Zienswijze De bebouwingspercentages op verschillende percelen zijn aangepast ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Het deel met een bebouwingspercentage van 100% is overgenomen. Het omliggende terrein is van 20% naar 18% (in het ontwerp) gegaan. Het huidige kantoor is niet ingetekend op de kaart. Onduidelijk is of dit kantoor wel is meegenomen in het maximale bebouwingspercentage ter plaatse van 30%. Met de wijzigingen die zijn doorgevoerd is elke wijziging in bebouwing voor de toekomst onmogelijk gemaakt. Niet duidelijk is wat de reden is van de inperking van de bestaande rechten van AR. AR heeft concrete voornemens om uit te breiden, waardoor het niet wenselijk is bestaande rechten in te perken.
Gemeentelijke reactie Het bebouwingspercentage van het omliggende terrein is van 20% naar 18% gegaan omdat een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van het treinlosstation en het omkleden van de goederenlift aan de Van Zuijlen van Nieveltlaan 75 is verleend (op 17 februari 2021). Deze vergunning is vertaald in dit bestemmingsplan. De bebouwing die in 2021 is vergund, heeft in het bestemmingsplan “Barneveld-Centrum 2022” een bouwvlak met een bebouwingspercentage van 100% gekregen. Gevolg hiervan is dat het bebouwingspercentage van het omliggende gebied dat in het bestemmingsplan “BarneveldCentrum” nog 20% bedroeg, gewijzigd naar 18%. Het kantoor ligt binnen het gebied dat een bebouwingspercentage heeft van 30%. Het kantoor is meegenomen in het maximum bebouwingspercentage van 30%. Dat geldt ook voor de Welkoop en de bebouwing aan Van Zuijlen van Nieveltlaan 61. Overigens is er nog ruimte binnen dit gebied, waar een bebouwingspercentage van 30% is opgenomen, over. Op 27 september 2023 heeft er een gesprek plaatsgevonden met een vertegenwoordiging vanuit AR met ambtenaren van de gemeente. Uit dat gesprek is naar voren gekomen dat er de wens is om een verhittingslijn mogelijk te maken. In het gesprek kwam ter sprake dat dit geen invloed heeft op het bebouwde oppervlakte op het perceel.
In september 2023 is er wel een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het plaatsen van een nieuwe installatie (een kleine installatie/mengmachine). Deze aanvraag is verleend op 20 december 2023 door de ODRN. Bij de gemeente zijn geen concrete voornemens om uit te breiden bekend (behoudens het vooronderzoek om de Welkoop te verplaatsen, de aanvraag voor het plaatsen van een nieuwe installatie (een menger) en een Wet natuurbeschermingswetvergunning. Deze twee laatste aanvragen zijn bij de ODRN en provincie in behandeling). Bij de laatste vergunning (Wet natuurbescherming) wordt de uitbreiding met een nieuwe verhittingslijn mogelijk gemaakt. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
Nota Zienswijzen bestemmingsplan Barneveld-Centrum 2022
pagina 25 van 31
d. Zienswijze De binnenplanse afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van de bouwregels zijn geschrapt en ook de regels ten aanzien van gebruiksmogelijkheden zijn sterk ingeperkt. Dit past niet binnen de notitie ‘Bestemmingsplannen globaal en flexibel vastgesteld’ (op 6 mei 2014 door de raad vastgesteld). In de toelichting is aangegeven dat de gebruikelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen en voor het overige geen toepassing is gegeven aan de kaders uit de notitie omdat het een actualiseringsplan betreft. Echter hier worden wel binnenplanse afwijkingsmogelijkheden geschrapt en ingeperkt. Dit zonder motivering en afweging van belangen. Dit is in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Gemeentelijke reactie De gemeente is verplicht te onderzoeken of op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen wellicht andere bestemmingen en regels voor gronden moeten worden vastgesteld. Onderzocht moet worden of de bestemmingen (nog steeds) in overeenstemming zijn met de goede ruimtelijke ordening. Nieuwe gemeentelijke visies, zoals de Omgevingsvisie Barneveld Centrum en Visie Verblijfsrecreatie, zorgen voor noodzakelijke aanpassingen. In hoofdstuk 3 van de toelichting op het bestemmingsplan is op alle afwegingen ingegaan.
Het klopt dat de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden zijn geschrapt en/of ingeperkt. Dit vanwege het feit dat we hier geen nieuwe bedrijven en andere bedrijfsuitbreidingen willen. Het ligt in een zogenaamd transformatiegebied, waarbij we een woongebied met kleinschalige bedrijfsfuncties voor ogen hebben waarmee een markant nieuw aanzicht voor Barneveld kan worden gecreëerd. Het schrappen van de afwijkingsbevoegdheden is evenredig in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Met de notitie ‘Bestemmingsplannen globaal en flexibel’ geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. In dit geval is er geen sprake van een uitleggebied, maar van een actualiseringsplan. De Omgevingsvisie Barneveld Centrum is door de raad vastgesteld in oktober 2021. Daarin is dit gebied aangeduid als kansrijke ontwikkellocatie en is transformatiegebied naar wonen op de lange termijn. We willen geen bouw- en gebruiksmogelijkheden opnemen in het bestemmingsplan “Barneveld-Centrum 2022” die dit proces gaan belemmeren. Hierdoor hebben we bestemd wat er zit, en hebben we de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden die er zijn voor bedrijventerreinen niet meer in de regels opgenomen.
Uit het onderstaande overzicht blijkt welke afwijkingsregels er in het bestemmingsplan “Barneveld-Centrum” staan en of die afwijking al dan niet terugkomt in het bestemmingsplan “Barneveld-Centrum 2022”.
Afwijken bouwregels
Barneveld-Centrum Artikel 4.4, lid 1: bebouwingspercentage vergroten tot maximaal 100%
Barneveld-Centrum 2022 Niet opgenomen in Barneveld-Centrum 2022
Artikel 4.4, lid 2: afstanden in verband met de bereikbaarheid van bebouwing voor hulpdiensten
Dit komt terug in artikel 5.4, lid 1
Nota Zienswijzen bestemmingsplan Barneveld-Centrum 2022
pagina 26 van 31
Afwijken gebruiksregels
Artikel 4.4, lid 3: bouw en/of goothoogte van een gebouw vergroten met maximaal 3 m Artikel 4.4, lid 4: bouwen van erf- of terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn tot een bouwhoogte van 2 m Artikel 4.4, lid 5: bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van 4 m Artikel 4.4, lid 6: onder welke voorwaarden afwijken mogelijk is. 4.6, lid 1: bedrijven die naar aard en invloed gelijk te stellen bedrijf zijn
Niet opgenomen in Barneveld-Centrum 2022
4.6, lid 2: vestigen van Wghinrichtingen 4.6, lid 3: vestigen van Beviinrichtingen 4.6, lid 4: vestiging van een verkooppunt motorbrandstoffen met lpg met een bepaalde doorzet 4.6, lid 5: vestigen van bedrijven van één hogere milieucategorie 4.6, lid 6: vestigen van bedrijven van één lagere milieucategorie 4.6, lid 7: gebruik van gronden en gebouwen voor specifieke functies 4.6, lid 8: onder welke voorwaarden afwijken mogelijk is.
Niet opgenomen in Barneveld-Centrum 2022 Niet opgenomen in Barneveld-Centrum 2022 Niet opgenomen in Barneveld-Centrum 2022
Dit komt terug in artikel 5.4, lid 2
Dit komt terug in artikel 5.4, lid 3
Dit komt terug in artikel 5.4, lid 4 Niet opgenomen in Barneveld-Centrum 2022
Niet opgenomen in Barneveld-Centrum 2022 Dit komt terug in artikel 5.6, lid 1 Niet opgenomen in Barneveld-Centrum 2022 Dit komt terug in artikel 5.6, lid 2
Hoofstuk 3 van de toelichting is aangevuld op dit punt. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan (regels en verbeelding) aan te passen. Wel zal de toelichting worden aangevuld. e. Zienswijze De indiener van de zienswijze heeft helaas geconstateerd dat er ten aanzien van de inperking van de gebruiksmogelijkheden van de percelen van AR geen of in ieder geval onvoldoende afweging van betrokken belangen heeft plaatsgevonden. AR wil blijven innoveren op deze locatie. Uit de toelichting blijkt niet dat dit onderdeel is geweest van het besluit om de bedrijfscategorie die is toegestaan in te perken.
Nota Zienswijzen bestemmingsplan Barneveld-Centrum 2022
pagina 27 van 31
De inperking is gebaseerd op de Omgevingsvisie Barneveld Centrum. Volgens de toelichting van het bestemmingsplan is deze tot stand gekomen na een intensief proces met de omgeving. AR is niet actief betrokken geweest bij de visie en het verrast AR dat er sprake is van inperking van de toegestane bedrijfsactiviteiten. In de Omgevingsvisie wordt (de omgeving van) het gebied vooral gezien als kansrijke ontwikkellocatie. Voor AR blijkt niet dat er een belangenafweging heeft plaatsgevonden. Het inperken van de bedrijfscategorie is in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (Awb). Gemeentelijke reactie De inperking is ingegeven door de Omgevingsvisie Barneveld Centrum. Deze is immers doorvertaald in het ontwerpbestemmingsplan “Barneveld-Centrum 2022”. Doordat de locatie in een transformatiegebied ligt, heeft dit voor de bestemming ‘Bedrijventerrein’ de nodige consequenties gehad, zie ook de gemeentelijke beantwoording onder 13d. Zoals onder de gemeentelijke reactie onder 9c. is weergegeven is er wel degelijk een heel intensief participatietraject doorlopen. De indiener is ook uitgenodigd voor de startbijeenkomst in 2019. Het nu voorliggende plan vloeit daaruit voort (voor wat betreft de doorvertaling in het bestemmingsplan).
Zowel in het kader van de inspraakreactie als in het kader van de ingediende zienswijze hebben er gesprekken plaatsgevonden over deze reacties van AR. Dit om met elkaar te bekijken waar de knelpunten zitten en om de belangen van het bedrijf in relatie tot het nieuwe bestemmingsplan goed te kunnen afwegen. In dit geval weegt het algemeen belang (vertaling van de visie) zwaarder dan het individuele belang van de indiener. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. f. Zienswijze Het bestemmingsplan brengt aanzienlijke planschade mee voor AR. Er zal, indien het bestemmingsplan ongewijzigd wordt vastgesteld, te zijner tijd een verzoek tot planschade worden ingediend. Gemeentelijke reactie Onder de gemeentelijke reactie onder 13.d is aangegeven welke afwijkingsbevoegdheden er in het nieuwe plan zijn (en welke er in het geldende plan “Barneveld-Centrum” staan. Er zijn een aantal afwijkingsbevoegdheden komen niet terug. Afwijkingsbevoegdheden worden bij de planologische vergelijking buiten beschouwing gelaten. Het wegbestemmen van afwijkingsbevoegdheden leidt op zichzelf niet tot planschaderisico op directe planschade. Dit blijkt uit jurisprudentie. Het terugbrengen van de toegestane bedrijfscategorieën zal naar onze mening niet leiden tot planschade.
Zoals onder de gemeentelijke reactie onder 13.a is weergegeven is het ook mogelijk om met een lagere productie te draaien. Gelet op de aanwezigheid van de vele woningen in de omgeving lijkt het aanwenden van overige hogere milieucategorieën niet mogelijk en leidt het wegbestemmen hiervan naar ons oordeel niet tot planschade. Zie verder hetgeen onder 4.c (gemeentelijke reactie) van de ‘Nota Zienswijzen bestemmingsplan Barneveld-Centrum 2022’ is weergegeven. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. g. Zienswijze Er is een verzoek tot vooroverleg ingediend om de mogelijkheid te onderzoeken de huidige welkoopwinkel aan de Van Zuijlen van Nieveltaan 75 ter verplaatsen naar Van Zuijlen van
Nota Zienswijzen bestemmingsplan Barneveld-Centrum 2022
pagina 28 van 31
Nieveltlaan 61. Tot op heden is daar nog geen uitsluitsel over gegeven. In dit ontwerpbestemmingsplan komt dit niet terug. Gemeentelijke reactie Er is een vooronderzoek ingediend op 4 mei 2023. Gelet op de brief beoordeling vooronderzoek van 30 november 2023 is er geen reden om dit vooronderzoek te vertalen in het bestemmingsplan. Dit omdat we een permanente invulling met een winkel op deze plek niet passend vinden gelet op de Omgevingsvisie Barneveld Centrum. Daarnaast is de ontwikkeling ook ruimtelijk niet aanvaardbaar om in de vorm te realiseren zoals die is voorgesteld in het vooronderzoek. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. h. Zienswijze Concluderend geef de indiener van de zienswijze aan dat het ontwerpbestemmingsplan AR in alle opzichten in hun rechten beperkt en veel rechtsonzekerheid met zich meebrengt vanwege verminderde richtafstanden tot eventuele nieuwbouw. Verzocht wordt om de bedrijfsactiviteiten die vallen onder 4.2 toe te staan met de bijbehorende bebouwingspercentages en binnenplanse afwijkingsmogelijkheden. Ook wordt verzocht de rechten vanuit bestaande vergunde bedrijfsvoering te respecteren en vast te leggen. Tot slot wordt verzocht om actuele ontwikkelingen in het plangebied, waarvan we als gemeente reeds op de hoogte zijn, expliciet mee te nemen in het bestemmingsplan.
Hierbij wordt gedoeld op het verplaatsen van de Welkoop. Gemeentelijke reactie Zoals onder a t/m g van de gemeentelijke reactie als weergegeven zijn de vergunde rechten gerespecteerd. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. We beschouwen het gebied als transformatiegebied (Omgevingsvisie Barneveld Centrum) en de doorvertaling in het ontwerp bestemmingsplan “Barneveld-Centrum 2022” is ruimtelijk aanvaardbaar en is uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
14.
De eigenaar van het perceel: Amersfoortsestraat 26
Datum ontvangst: 20 juli 2023 Datum dagtekening: 20 juli 2023 Registratienummer: 1217818
a. Zienswijze De mogelijke goot- en bouwhoogte is niet in overeenstemming met de meeste naastgelegen en tegenoverliggende panden. Het direct naastgelegen buurpand heeft een mogelijke gooten bouwhoogte van 9 respectievelijk 13 meter. Een nagenoeg gelijke goot- en bouwhoogte van bijvoorbeeld 9 en 12 meter zou gezien de monumentale status van de meeste buurpanden overvraagd zijn. Het pand aan de Amersfoortsestraat 26 is in tegenstelling tot de meeste zuidelijke en oostelijk gelegen panden niet aangemerkt als cultureel erfgoed en dient derhalve ook niet als zodanig behandeld te worden. Voor het perceel Amersfoortsestraat 26 zou vanuit stedenbouwkundig oogpunt een minimale goothoogte van 6 meter en bouwhoogte van 10 meter op zijn minst gerechtvaardigd zijn.
Nota Zienswijzen bestemmingsplan Barneveld-Centrum 2022
pagina 29 van 31
Gemeentelijke reactie Op 25 april 2018 heeft de raad ingestemd met de ‘stedebouwkundige waardevolle gebieden’ als weergegeven in de ‘Historische stedebouwkundige waardenkaart’ en de aangegeven ‘vast te leggen kenmerken’ in de bijbehorende tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er is na onderzoek van de stedenbouwkundige structuren in de dorpskernen van de gemeente (op basis van stedebouwkundige en architectonische kwaliteiten) een lijst met waardevolle gebieden ontstaan. Per gebied zijn de te beschermen waardevolle kenmerken weergegeven, waar rekening mee moet worden gehouden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zie paragraaf 5.2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan. Eén van de stedebouwkundige waardevolle gebieden is het gebied Amersfoortsestraat. In dat gebied is het perceel Amersfoortsestraat 26 gelegen. In het vigerende bestemmingsplan “Barneveld-Centrum” is voor Amersfoortsestraat 26 een goothoogte van 3 meter toegestaan. Die goothoogte gold eveneens voor de vrijstaande woningen die die ten zuiden van de Amersfoortsestraat 26 zijn gelegen. Er geldt geen bouwhoogte, maar een dakhelling in het vigerende bestemmingsplan “Barneveld-Centrum”. In het (voor)ontwerpbestemmingsplan “Barneveld-Centrum 2022” heeft Amersfoortsestraat 26 een goot- en bouwhoogte van 3 respectievelijk 7 meter.
De meeste andere vrijstaande woningen ten zuiden van Amersfoortsestraat hebben een hogere goothoogte gekregen. De goothoogte van de twee percelen ten noorden van Amersfoortsestraat 26 hebben in het vigerende plan al een goothoogte van 9 meter. Amersfoortsestraat 28, 30, 34, 36, 38 en 40 zijn monumenten, evenals de nummers 15, 21, 23 en 23-1 (aan de overzijde van Amersfoortsestraat 26). Inderdaad heeft Amersfoortsestraat 26 geen status van monument (cultureel erfgoed). Toch maakt dit perceel onderdeel uit van de ‘stedenbouwkundige waardevolle gebieden’. De bestaande goot- en bouwhoogten vinden wij hier ruimtelijk aanvaardbaar. Het toekennen van een hogere goot- en bouwhoogte in het vast te stellen plan is hier geen optie bij de Amersfoortsestraat 26. In het ontwerpbestemmingsplan is de goot- en bouwhoogte afgestemd op de feitelijke hoogte. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 15.
De eigenaar van het perceel: Langstraat 113
Datum ontvangst: 22 juli 2023 Datum dagtekening: 22 juli 2023 Registratienummer: 1217901
a. Zienswijze Tegen de omzetting van de bestemming ‘Centrum’ naar ‘Gemengd’ heeft de indiener van de zienswijze geen bezwaar. Echter wel ziet de indiener van de zienswijze graag de bebouwingsrichtlijnen overeenkomen met de huidige bestaande situatie. Gemeentelijke reactie De maatvoering (bebouwing) passen we aan. Er komt een wijziging voor de strook die in het huidige bestemmingsplan de bestemming ‘Gemengd’ heeft. Voor het gedeelte dat in het geldende bestemmingsplan “Barneveld-Centrum” de bestemming ‘Gemengd’ heeft en in het ontwerpbestemmingsplan “Barneveld-Centrum 2022” eveneens de bestemming ‘Gemengd’ heeft, wordt de goot- en bouwhoogte gewijzigd in het vast te stellen plan. Het betreft een gedeelte van het kadastrale perceel, bekend gemeente Barneveld, nummer D, nummer 1807, waar de bestemming ‘Gemengd’ op rust (bestemmingsplan “Barneveld-Centrum”, zie afbeelding hieronder).
Nota Zienswijzen bestemmingsplan Barneveld-Centrum 2022
pagina 30 van 31
Afbeelding: van het kadastrale perceel met de bestemming ‘Gemengd’ (uitsnede van bestemmingsplan “Barneveld-Centrum”) In het ontwerpbestemmingsplan “Barneveld-Centrum 2022” is de goothoogte bepaald op 1 meter en bedraagt de bouwhoogte 3 meter (met een bebouwingspercentage 1%). In het vast te stellen plan zal de goothoogte 3 meter gaan bedragen en de bouwhoogte zal 6 meter worden. Het bebouwingspercentage blijft 1%. Deze aanpassing komt er omdat we aansluiten bij de planregels zoals die nu gelden in het huidige bestemmingsplan. Hierbij heeft de maximum bouwhoogte voor de betreffende strook dezelfde hoogte als de maximum goothoogte van het bouwvlak dat hierop aansluit. Die maximum goothoogte van het bouwvlak dat hier aan grenst is 6 meter. De bouwhoogte van de betreffende strook is daarmee gelegd op 6 meter, waarbij de goothoogte drie meter lager is. Dit is een uniforme wijze van bestemmen. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. b. Zienswijze Het huidige ontwerpbestemmingsplan voorziet in één wooneenheid. Er is echter voor het pand een vergunning verleend voor twee wooneenheden. Dit ziet de indiener van de zienswijze graag gewijzigd worden in het vast te stellen plan. Gemeentelijke reactie Er is op 14 augustus 1941 een omgevingsvergunning verleend voor het herbouwen van een dubbel woonhuis met bakkerij.
Toen was het adres nog Wilhelminastraat 1-3 in Barneveld. Op 20 mei 1948 is er een vergunning verleend tot het bestemmen van een gedeelte van de verdiepingsruimte tot woning aan de Wilhelminastraat 1. Op basis van deze vergunningen wordt op de verbeelding van het vast te stellen bestemmingsplan het aantal woningen verhoogd van één naar twee op deze locatie. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
Nota Zienswijzen bestemmingsplan Barneveld-Centrum 2022
pagina 31 van 31