Bakkersweg II_Toelichting
Tekst van het document
Bakkersweg II
(maart 2024) bestemmingsplan Plannr. 1758
Bakkersweg II
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen
6 6 6
Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Planbeschrijving 3.2 Beeldkwaliteit
8 8 11
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente
12 12 12 13 15 15 16
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Ontplofbare oorlogsresten 5.14 Veiligheid en gezondheid 5.15 Verkeer 5.16 Water
23 23 24 25 28 29 30 30 31 31 31 33 33 33 34 35 35
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving
37 37 41
Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Kostenverhaal en zekerstellingen
43 43
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen
44 44 45 45 45
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
BEA
Bijlage 2
Archeologisch bureau onderzoek
2
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
Bakkersweg II
Bijlage 3
AERIUS - toelichting
Bijlage 4
AERIUS - bouwfase
Bijlage 5
AERIUS - gebruiksfase
Bijlage 6
Quickscan ecologie
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
3
Bakkersweg II
4
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
Bakkersweg II
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voor percelen tussen Bakkersweg 90 en 96 in Voorthuizen is een verzoek ingediend om drie woningen te realiseren. Er komen twee geschakelde woningen (ogend als één villa) tussen Bakkersweg 90 en 94 én een vrijstaande woning tussen Bakkersweg 94 en 96. Voor deze laatste woning (tussen 94 en 96) komt er een nieuwe inrit, waarvoor twee berken gekapt moeten worden.
Afbeelding ligging locatie De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
5
Bakkersweg II
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Bakkersweg in de kern Voorthuizen. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de woning aan de Bakkersweg 90. Aan de oostzijde vormt de Bakkersweg de grens van het plangebied. De grens aan de zuid- en westzijde wordt gevormd door woonbebouwing (woning Bakkersweg 98 en de woningen aan de Rochetstraat). Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.
Afbeelding begrenzing plangebied
2.2
Geldende bestemmingen
2.2.1
Bestemmingsplan
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Voorthuizen-Oost" en heeft de bestemmingen 'Tuin' en 'Wonen-1'. Realisatie van drie woningen is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. Het bestemmingsplan laat binnen de bestemming 'Tuin' (bij de locatie ten zuiden van de Bakkersweg 90) woningbouw zoals voorgesteld niet toe. Ook binnen de bestemming 'Wonen-1' is een woning niet toegestaan indien er geen bouwvlak aanwezig is (dit is aan de orde bij de nieuwe woning op het perceel Bakkersweg 96). Tevens geldt voor het perceel het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie". Het perceel heeft hierin de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 3'. Hiermee is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' uit het bestemmingsplan "Voorthuizen-Oost" komen te vervallen. Verder geldt het bestemmingsplan "Parapluherziening Parkeernormen". 6
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
Bakkersweg II
In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. 2.2.2
Voorbereidingsbesluit
Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor het voorliggende plan.
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
7
Bakkersweg II
Hoofdstuk 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Planbeschrijving
Verzocht is om drie woningen te realiseren op de Bakkersweg tussen 90 en 96. Er worden bij elke nieuw te realiseren woning drie parkeerplaatsen gerealiseerd. Ook is het plan vergezeld van een beplantingsplan. Het perceel direct ten zuiden van Bakkersweg 90, waar een dubbele woning beoogd is, is momenteel in gebruik als tuin en heeft een eigen (vergunde) uitrit die uitkomt bij de woning en bijgebouw van Bakkersweg 90. Ook het perceel tussen Bakkerweg 94 en 96, waar één nieuwe vrijstaande woning is beoogd, is nu in gebruik als tuin (grasland). De woning nummer 96 blijft behouden, maar krijgt in dit plan een aangepast bouwvlak. Op onderstaande afbeelding is het huidige gebruik te zien.
Afbeelding luchtfoto (2023) Er is op dit moment nog geen concreet bouwplan voor deze drie woningen.
8
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
Bakkersweg II
Hier zijn de drie nieuwe woningen voorzien:
Afbeelding gewenste locatie nieuwe woningen Stedenbouw De Bakkersweg is ter hoogte van het Johannabos een villawijk in het groen met een aantal villa's in de open ruimtes. Bij uitzondering is de bouw van een bijzondere tweekapper, ogend als één villa, acceptabel. De dubbele woning naast Bakkersweg 90 zal moeten ogen als één villa, waarbij er voldoende groene ruimte als tuin overblijft. Waardevolle bomen moeten in stand blijven en in de kroonprojecties van bomen komt geen bebouwing of verharding. Het realiseren van bijgebouwen wordt naast de woning of daarachter buiten het bestemmingsvlak uitgesloten, ook vergunningsvrij. Een voorwaarde is dat een groot deel van de bestaande verharding binnen de bestemming 'Tuin' verdwijnt. Dit is daarom onderdeel van het beplantingsplan. Het bestaande bijgebouw achter nummer 94 is ten behoeve van één nieuwe woning van de tweekapper. Het is ruimtelijk niet aanvaardbaar om extra bouwwerken bij deze tweekapper (behoudens binnen het bestemmingsvlak 'Wonen-1') te realiseren. Een groot deel van de verharding binnen de (nu nog geldende) bestemming 'Tuin' zal hier dan ook verdwijnen, omdat het bestemmingsvlak van de tweekapper (bestemming 'Wonen-1') hier beperkt is. Ook is een beplantingsplan ingediend, waarvan de realisatie door middels van een voorwaardelijke verplichting in de planregels wordt geborgd.
Verder is de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbehorende bouwwerk uitgesloten' toegepast op de omliggende bestemming 'Tuin' (aan de noord- en westzijde). Daar zijn dan geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Bovendien zijn de gronden niet aan te merken als achtererfgebied, zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Ook is de functieaanduiding 'groen' hier gelegen. Er is daarmee geen bouwwerken en verharding toegestaan. Het is alleen bestemd voor groen. Binnen het bestemmingsvlak 'Wonen-1' zijn alleen compacte oplossingen gewenst qua bijbehorende bouwwerken. Het toevoegen van een vrijstaande woning tussen de bestaande woningen 94 en 96 is vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar. Het bouwvlak sluit aan op de omliggende bouwvlakken van nummers 94 en 96. Verkeer Parkeren zal op eigen terrein geschieden conform de gemeentelijke Nota Parkeernormen. Per woning dienen drie parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd. Deze drie parkeerplaatsen moeten goed en onafhankelijk van elkaar te bereiken zijn. Dat is hier het geval, zie de inrichtingstekening in bijlage 2 van de regels). De gecombineerde uitweg (de al bestaande, vergunde uitweg) ten behoeve van de twee-onder-een-kap woning tussen de nummers 90 en 94 is vanuit verkeerskundig oogpunt akkoord.
Voor de vrijstaande woning tussen de nummers 94 en 96 zal een nieuwe inrit gerealiseerd dienen te worden. Deze loopt door "Bakkersweg II" (vastgesteld)
9
Bakkersweg II een bestaande houtwal heen. Ook die nieuwe inrit ten behoeve van de nieuwe vrijstaande woning tussen Bakkersweg 94 en 96 is vanuit verkeerskundig oogpunt akkoord. Er geldt vanuit verkeer overigens een maximumbreedte van 4 meter voor een uitweg, maar gelet op hetgeen onder 'landschap' vermeld is geniet hier een smallere inrit de voorkeur. Gelet op de aanwezige bomen is hier namelijk maatwerk aan de orde. Landschap De Bakkersweg heeft als geheel een groen karakter met aan weerszijden van de weg bomen/houtsingels. De percelen waar de planherziening betrekking op heeft, is al ingepast met robuuste groene randen. Zo is aan de wegzijde een houtsingel aanwezig met voornamelijk eiken, een enkele berk en verder allerlei heesters. Beplanting toevoegen is niet noodzakelijk. Ingezet kan worden op het instandhouden van het huidige groen. Er is een BEA (Boom Effect Analyse) d.d. 25 juli 2023 door Pius Floris uitgevoerd (zie bijlage 1 van de toelichting). Het doel van de BEA is om inzichtelijk te krijgen welke invloeden de (civiele) werkzaamheden hebben op de aanwezige bomen. Tevens wordt bepaald hoe om te gaan met de bomen, zodat deze gehandhaafd kunnen blijven. Op de locatie van de nieuwe inrit staan twee berken. Uit de BEA blijkt dat deze bomen niet duurzaam te behouden zijn bij de realisatie van deze inrit.
Het advies in deze BEA luidt: "Aanbevolen wordt om de bomen te kappen en na afloop van de werkzaamheden binnen het projectgebied te compenseren. De twee berken zijn kwalitatief niet waardevol en hebben een beperkte omlooptijd. Geadviseerd wordt om duurzamere en meer toekomstbestendige bomen te her planten.” Het is akkoord bevonden om, als compensatie voor de twee te kappen berken, twee eiken te herplanten binnen het plangebied. Daarnaast zal de bestaande houtsingel aan de westzijde van het perceel (grenzend aan de achtertuinen van de woningen van de Rochetstraat) worden versterkt. Met de al aanwezige opgaande beplanting, ontstaat zo een robuuste landschappelijk inpassing. Onderstaande afbeelding geeft de aanwezige beplanting aan, waarbij ook de twee te kappen berken en de twee nieuw te planten eiken zijn weergegeven. Overigens is deze tekening als bijlage 2 bij de regels opgenomen.
Afbeelding beplantingsplan Het beplantingsplan is met een toelichting en plantlijst uitgewerkt. Zie bijlagen 2, 3 en 4 van de regels van het bestemmingsplan). Met het opnemen van een voorwaardelijke verplichting wordt de realisatie en instandhouding van een groene inrichting gewaarborgd. De voorwaardelijke verplichting ziet overigens ook op: de aanleg van de parkeerplaatsen alsmede dat er geen verharding aanwezig is op de bestemming 'Tuin' waar de aanduiding 'groen' op is gelegen in dit plan. Breedte van de inrit bij de nieuwe woning: vanwege de aanwezige bomen zal de inrit hier smaller moeten 10
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
Bakkersweg II zijn dan vanuit verkeer geadviseerd is. Een smalle inrit is hier vanwege de aanwezigheid van groen landschappelijk zeer zeker aanvaardbaar. Conclusie Concluderend kan hier - gelet op het voorgaande en hetgeen in de overige hoofdstukken van de toelichting is weergegeven - gesteld worden dat het ruimtelijk aanvaardbaar is om drie woningen in te breiden aan de Bakkersweg tussen de nummers 90 en 98.
3.2
Beeldkwaliteit
De woningen in het plangebied zullen als woningen in Gooise Villa stijl of een gelijkwaardige bouwstijl passend in het welstandsregiem bijzonder gebouwd moeten worden. Hier moet de brede tweekapper (tussen Bakkersweg 90 en 94) evenwijdig aan de weg worden gesitueerd en de woningen moeten worden gescheiden door een inpandige garage. Onderstaande afbeeldingen dienen ter inspiratie voor de uitwerking van het bouwplan.
Afbeeldingen inspiratie voor bouwplan
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
11
Bakkersweg II
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.
4.2
Rijk
4.2.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking Het beoogde plan is een kleinschalig plan dat voorziet in woningbouw op een inbreidingslocatie. Het is in lijn met de prioriteiten. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.2.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 4.2.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten.
12
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
Bakkersweg II
Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want het plan voorziet in minder dan 11 woningen.
4.3
Provincie
4.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die 1 januari 2024 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.3.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerking in plangebied Dit plan voorziet in kleinschalige woningbouw in bestaand stedelijk gebied. Het gaat om een "Bakkersweg II" (vastgesteld)
13
Bakkersweg II inbreidingslocatie waarbij de woningen zorgvuldig worden ingepast. In het plan is voldoende aandacht voor een goed woon- en leefklimaat en klimaatadaptatie. Het plan is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie. 4.3.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Glastuinbouw Kaart 9: Regels Water en Milieu (intrekgebied) Eerst wat betreft glastuinbouw: het bestemmingsplan voorziet niet in glastuinbouw. Dan wat betreft water en milieu: het plangebied maakt deel uit van 'intrekgebieden'. Een intrekgebied is een beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn. In de Omgevingsverordening is bepaald dat het verboden is in een intrekgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fossiele energie. In het voorliggende bestemmingsplan is dit niet aan de orde.
Vanuit deze kaarten behorend bij de Omgevingsverordening volgen geen specifieke aanduidingen die relevant zijn voor het plan. Wonen In de verordening is een instructieregel opgenomen over de doorwerking regionale woonagenda. Op grond van het bepaalde in artikel 2.2 van de Omgevingsverordening maakt een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door gedeputeerde staten vastgestelde woonagenda. Onderhavig plan past hierbinnen. In paragraaf 4.6.7 van de toelichting is dit nader uiteengezet. Klimaatadaptatie In artikel 2.65b van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.
waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.
Veranderende klimaatomstandigheden dwingen ons ertoe maatschappelijk aandacht te besteden aan de gevolgen ervan. Door tijdig maatregelen te nemen kunnen wateroverlast, overlast van hitte en aantasting van natuur wellicht in redelijke mate worden voorkomen. Doordat hier de verharding van de kavels uit halfverharding zal gaan bestaan, kan het water infiltreren in de bodem. Voor de bebouwing wordt een infiltratievoorziening in de vorm van infiltratiekratten aangebracht ter grootte van 30 mm maal het verhard oppervlak. Door het afvloeiende hemelwater op te slaan in een pakket infiltratiekratten wordt het rioolstelsel ontzien en houden we het hemelwater langer vast op de plaats waar het valt. Het regenwater op de aanwezige verharding vloeit af naar de omliggende borders en er wordt (zo veel als mogelijk) gebruik gemaakt van half-verharding zodat het hemelwater op natuurlijke wijze in de bodem kan worden opgeslagen. De aanwezige houtwal/-singel ten westen en zuiden van het plangebied voorziet ook in de nodige schaduwwerking (hitte zal minder zijn). Doorwerking in plangebied 14
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
Bakkersweg II De regels inzake Glastuinbouw en Water en Milieu vormen geen belemmering voor dit plan. Ook wordt voldaan aan de instructieregels. Het plan is in overeenstemming met de verordening.
4.4
Regio
4.4.1
Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe
Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.
Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120.
In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het RAP zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
4.5
Waterschap
4.5.1
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: "Bakkersweg II" (vastgesteld)
15
Bakkersweg II één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten wat betreft het aspect water zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 4.5.2
Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.
Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het aspect water zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
4.6
Gemeente
4.6.1
Structuurvisie Kernen Barneveld 2022
De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Uit de kaart behorende bij de structuurvisie blijkt dat dit gebied als stedelijk gebied wordt aangemerkt. Het plangebied kan worden beschouwd als inbreidingslocatie.
16
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
Bakkersweg II
Afbeelding uitsnede Structuurvisie Kernen Barneveld 2022 (geel omcirkeld locatie Bakkersweg) Het plan betreft dus een inbreidingslocatie. Onder inbreiding wordt verstaan: intensiveren: de ruimte wordt intensiever benut; combineren: de ruimte wordt voor verschillende functies ingericht en gebruikt; revitaliseren: het opknappen en/of opnieuw inrichten van verouderde woongebieden of bedrijventerreinen. De gemeente blijft werken aan inbreidingslocaties. Dit is een voortzetting van het huidige beleid. Het bouwen op inbreidingslocaties is van belang voor een kwalitatieve ontwikkeling van de kernen. Door de groeiende bevolking kan woningbouw een motor zijn achter lastige herstructureringen. In de tweede plaats liggen meerdere inbreidingslocaties gunstig ten opzichte van voorzieningen, waarmee door woningbouw een belangrijke doelgroep kan worden bediend. Tenslotte kan de herinvulling van inbreidingslocaties bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid van de dorpse structuur. Het ingekomen verzoek is in overeenstemming met deze structuurvisie. 4.6.2
Dorpsplannen en -visies
In alle dorpen in Barneveld zetten verenigingen plaatselijk belang zich actief in voor de leefbaarheid en toekomst van de dorpen en buurtschappen. Verschillende dorpen hebben in dit kader hun visie op de toekomst vastgelegd in een dorpsplan of –visie of zijn daar mee bezig. De dorpsplannen bevatten zowel een visie op de toekomst als een overzicht van concrete ideeën en wensen om de leefbaarheid van het dorp te versterken en zijn in samenspraak met veel inwoners en de gemeente tot stand gekomen. Vanuit de visie op burgerkracht ('Zelf-samen-gemeente') en netwerksamenleving is in de Strategische Visie 2030 (september 2016) ten aanzien van de dorpsplannen een voorstel opgenomen om een andere werkwijze te gaan volgen die de plannen een sterkere positie geeft. Op die manier kan recht worden gedaan aan de geleverde inspanningen en de lokaal gemaakte keuzes. Dorpsplannen hebben - waar mogelijk - een positie bij de ontwikkeling en uitvoering van gemeentelijk beleid. Dit geldt in ieder geval voor de recente dorpsplannen (die opgesteld zijn na 2016) die in samenspraak met de gemeente tot stand gekomen zijn. Deze dorpsplannen bevatten een goede weergave van de ideeën en behoeften die er leven in de kernen. De gemeente houdt daarom bij ruimtelijke plannen en –initiatieven rekening met de inhoud van het dorpsplan en kan – indien nodig – hierover in overleg gaan met Plaatselijk Belang.
In het Dorpsplan van Voorthuizen is ten aanzien van 'uitbreiding en inbreiding' onder meer opgenomen dat "Bakkersweg II" (vastgesteld)
17
Bakkersweg II Voorthuizen samen met de inwoners besluit over wat er gaat gebeuren. Over meer dan de al geplande groei (uitbreiding en inbreiding) wordt overleg gepleegd met de inwoners. Doorwerking in plangebied De dorpsvisie vormt geen belemmering voor het plan. De initiatiefnemer heeft omwonenden geïnformeerd over het plan en het gaat hier om een inbreidingslocatie. Zie paragraaf 8.1 van de toelichting (wat betreft het aspect participatie). 4.6.3
Bestemmingsplannen globaal en flexibel
Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld.
Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven. Doorwerking in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de gebruikelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheden, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen. Voor het overige is geen toepassing gegeven aan de kaders uit de notitie, omdat het bestemmingsplan een postzegelplan betreft. 4.6.4
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG).
Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval 18
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
Bakkersweg II is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Sinds 1 april 2021 worden geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Er worden hier warmtepompen toegepast. De keuze en type van de warmtepomp zal bepaald gaan worden op het moment dat de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning wordt gedaan. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto.
De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Er is ruimte op de kavels om één of meerdere laadpalen te plaatsen. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020.
Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. Doorwerking in plangebied Het betreft hier de realisatie van drie woningen in een relatief hoog segment, zodat het aannemelijk is dat de woningen bovengemiddeld energiezuinig worden gerealiseerd. Minimaal wordt voldaan aan aardgasloos bouwen volgens de geldende BENG norm. Een dergelijke volledig elektronische woning met warmtepomp kan eenvoudig worden opgewerkt tot een energieneutraal pand. De woningen zijn relatief groot van omvang zodat er ruimte beschikbaar is voor voldoende zonne-energie opwekking. Tevens zijn de kavels ruim bemeten zodat er op privéterrein een eigen opstelplaats is voor de auto zodat er ook privé "Bakkersweg II" (vastgesteld)
19
Bakkersweg II laadvoorzieningen te realiseren zijn. Doordat het particuliere kavels zijn, kan hooguit in een advies richting koper(s) aangegeven worden hier extra aandacht aan te besteden. Gelet op de huidige manier van denken van particuliere bouwers zal hier altijd extra aandacht voor zijn. 4.6.5
Groenstructuurplan Barneveld (2011)
De doelstelling van het Groenstructuurplan Barneveld (2011) is het beschrijven van de lange termijn visie ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen van de gemeente Barneveld om de groenstructuren in en de herkenbaarheid van de kernen te behouden, ontwikkelen en versterken. Om de gewenste groenstructuur te realiseren worden in het groenstructuurplan een aantal verbetervoorstellen gedaan.
Afbeelding gewenste groenstructuur Voorthuizen Voor de kern Voorthuizen is in het Groenstructuurplan voor de Bakkersweg aangegeven dat aan deze weg het particulier groen voor een groot deel het beeld bepaald. Doorwerking in plangebied In dit geval worden twee berken gekapt, welke gecompenseerd worden met twee nieuwe eiken in het plangebied. De groene invulling van het plangebied blijft behouden. Het groenstructuurplan vormt geen belemmering voor het plan. 4.6.6
Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. 20
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
Bakkersweg II
In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 4.6.7 Woonvisie Barneveld 2021-2025en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. In deze visie is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen.
In verband met de grote woningbouwopgaven in Nederland is in de Woondeal met het Rijk voor Barneveld tot en met 2030 een programma van circa 5.400 woningen overeengekomen. Daarmee komt de programmering op gemiddeld 600 woningen per jaar. In oktober 2022 zijn de prijsklassen aangepast naar de huidige marktomstandigheden. Dit betekent dat gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 260.000 en sociale koop hoog van € 260.000 tot € 320.000), 20% middeldure woningen (midden dure huur tot € 1.080,- (prijspeil 2023) en koop van € 320.000 tot € 390.000 (prijspeil jan. 2024) en tot de actuele NHG grens van € 435.000,-, prijspeil 2024) en 30% duurdere woningen vanaf de NHG-grens en 10% vrij in te delen. In regio FoodValley zijn in verband met deze Woondeal onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2022 t/m 2030 zo'n 5.400 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley, waarbij er in de periode 2020-2040 in Foodvalley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zou dit een opgave van tenminste 8.000 woningen tot 2040 betekenen.
Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor. Door middel van de voortgangsrapportage woningbouw wordt halfjaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2023 t/m 2027 is een programma van gemiddeld bruto 740 woningen per jaar voorzien. Dit is ruim 120% ten opzichte van de gewenste uitbreiding met zo'n 600 woningen per jaar. Rekening houdend met planuitval, vertraging en dergelijke en het gegeven dat in 2022 minder dan 300 woningen zijn opgeleverd, wordt deze 120% programmering als wenselijk beschouwd.
Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2022 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale "Bakkersweg II" (vastgesteld)
21
Bakkersweg II woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en middendure huurwoningen. In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (25 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (15 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Doorwerking in plangebied Op verschillende locaties in de kern Voorthuizen worden de komende jaren woningbouwontwikkelingen gerealiseerd. Er wordt met dit plan voldaan aan de Woonvisie.
22
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
Bakkersweg II
Hoofdstuk 5 5.1
RANDVOORWAARDEN
Bodem
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Uit het bodeminformatiesysteem blijkt dat op de locatie Bakkersweg 92-94 in 2000, ten behoeve van de bouw van een woning, een verkennend bodemonderzoek heeft plaatsgevonden (Vink Milieutechnisch adviesburo BV, projectnummer M00-010, d.d. 4 februari 2000). Uit de onderzoeksresultaten van destijds blijkt dat in de zintuiglijk schone boven- en ondergrond licht verhoogde gehalten aan PAK, minerale olie en/of EOX zijn aangetoond. De parameter EOX betreft een indicator voor de mogelijke aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen. De gemeten licht verhoogde gehalten vormden geen aanleiding tot het verrichten van nader bodemonderzoek.
In het grondwater zijn naast licht verhoogde concentraties aan chroom en nikkel eveneens matig en sterk verhoogde concentraties aan respectievelijk cadmium en zink aangetoond. Geconcludeerd werd dat de matig en sterk verhoogde concentraties aan respectievelijk cadmium en zink een lokaal verhoogd achtergrondgehalte van mogelijk natuurlijke oorsprong betrof. Een nader grondwateronderzoek werd niet aanbevolen. Wel werd geadviseerd om het grondwater niet te gebruiken voor consumptie en om een eventuele aanwezige moestuin mee te besproeien. Deze aanbeveling geldt nog steeds. Ter plaatse van locatie Bakkersweg 96 is voor zover bekend geen verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Wel heeft in 2017 een sanering van asbesthoudend materiaal plaatsgevonden. Het betrof de asbesthoudende dakbedekking van drie schuren. Opgemerkt wordt dat de schuren niet waren voorzien van een dakgoot en dat het maaiveld ter plaatse onverhard was. In de druppelzones ter plaatse kan dus sprake zijn van een sterke verontreinig met asbestvezels. Voor de bouw van een nieuwe woning vormt dit geen probleem. Het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de voormalige druppelzones kan niet worden opgelegd. Dit omdat ter plaatse van de voormalige druppelzones geen sprake is van een wijziging in/naar een gevoeliger gebruik.
Derhalve adviseert de bodemspecialist van de Omgevingsdienst de Vallei om ter plaatse van de voormalige druppelzones een verkennend asbestonderzoek te laten uitvoeren. Dat er geen verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd, staat de uitvoering van dit bestemmingsplan niet in de weg. Als aanvulling op bovenstaande informatie concludeert de bodemspecialist van de Omgevingsdienst de Vallei (OddV) dat op de betreffende percelen voor zover bij de OddV bekend geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Het betreft derhalve onverdachte terreindelen. Op basis van de Bodemkwaliteitskaart Regio De Vallei liggen de betreffende percelen binnen de kwaliteitszone landbouw/natuur. Het uitvoeren van een bodemonderzoek wordt niet vereist. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het beoogd gebruik. Bouwen op een perceel zonder voorafgaand bodemonderzoek ter plaatse, houdt het risico in dat mogelijk later blijkt dat de grond toch verontreinigd is. De bodemspecialist van de OddV vindt dit risico aanvaardbaar. Er kan echter geen sprake zijn van aansprakelijkheid van de gemeente, als achteraf blijkt dat gebouwd is op verontreinigde grond. Wel werd geadviseerd om het grondwater ter plaatse niet te gebruiken voor consumptie en om een eventuele aanwezige moestuin mee te besproeien.
Conclusie Op basis van het voorgaande zijn er geen bezwaren tegen de voorgenomen bestemmingsplanherziening en nieuwbouw op de locatie.
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
23
Bakkersweg II
5.2
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 5.2.1 5.2.1.1
Archeologie Archeologie hoge (en deels een lage) verwachting
Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied een hoge en ook gedeeltelijke een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor de zone met een hoge archeologische verwachting archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 250 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Voor een zone met een lage archeologische verwachting is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Transect, archeologie, erfgoed en ruimte heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 2 van de toelichting. Er wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. De uitkomst van het onderzoek is dat er een hoge verwachting geldt voor vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum t/m Late Middeleeuwen. Er zal een dubbelbestemming moeten worden opgenomen die bouwactiviteiten en werken/werkzaamheden dieper dan 50 centimeter niet zonder meer toestaat.
Het rapport laat overigens nog wel een verouderde archeologische beleidskaart zien, maar wanneer gekeken wordt naar de nieuwe archeologische beleidskaart kan hier wel dezelfde conclusie getrokken worden (een dubbelbestemming opnemen en niet bouwen dieper dan 50 centimeter). Het rapport van het proefsleuvenonderzoek moet ingeleverd worden bij het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning bouwen. Er kan ontheffing worden verleend van het bouwverbod. Voorwaarde daarvoor is dat een rapport wordt overgelegd waarin de archeologische waarden van het terrein in voldoende mate zijn vastgesteld. Dat is nu nog niet het geval - daarvoor is vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven nodig. Het bevoegd gezag (de gemeente Barneveld) stemt, gelet op het door de regioarcheoloog uitgebrachte advies, in met deze conclusie. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' (en 'Waarde - Archeologie 1') is op de verbeelding opgenomen (en gelden specifieke regels). Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht. 5.2.2
Historischestedenbouwkundige waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarden. Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. In het plangebied en 24
"Bakkersweg II" (vastgesteld)
Bakkersweg II omgeving zijn geen monumenten aanwezig. Dit bestemmingsplan is niet strijdig met historische stedenbouwkundige waarden. 5.2.3
Cultuurlandschappelijke waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied dat wordt aangeduid als bebouwd of sterk veranderd gebied. De nieuwbouw is niet strijdig met de cultuurlandschappelijke waarde. Dit bestemmingsplan is niet strijdig met deze waardering.
5.3
Ecologie
De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang. 5.3.1 5.3.1.1
Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming
Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. Stikstof Het plangebied ligt niet in (de nabijheid van) een Natura 2000-gebied (zie hiervoor kaart 5 Themakaart Natuur- en landschapsbeleid van de provinciale Omgevingsvisie). Voor zowel de bouwfase (tijdens de bouw, sloop en aanleg) als voor de gebruiksfase zijn de stikstofemissies beoordeeld. Er zijn voor de locatie AERIUS-berekeningen uitgevoerd van de aangevraagde situatie (zie de toelichting bijlage 3 van de toelichting, bijlage 4 voor de bouwfase en bijlage 5 voor de gebruiksfase).
Conclusie van het rapport en de uitgevoerde berekeningen is dat er geen effect is met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn voor het plan. 5.3.1.2
Soortenbescherming
Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is er een quickscan uitgevoerd door een extern ecologisch adviesbureau met extra aandacht voor de soorten spechten, vleermuizen, steenuilen, huismussen, gierzwaluwen en eekhoorns. Zie bijlage 6 van de toelichting voor de quickscan. Voor soortenbescherming is het volgende relevant. De twee nieuwe bouwblokken worden gerealiseerd op braakliggend terrein/tuin. Hierdoor kunnen verblijfplaatsen van gebouw- en boom bewonende soorten uitgesloten worden op de locatie van de bouwblokken. Er zijn geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen ter plaatse van de nieuw te bouwen "Bakkersweg II" (vastgesteld)